Verloren Werkelijkheid

“Al in de buurt?”

Ik klapte mijn telefoon dicht en trapte nog extra door, hopend dat ik het stoplicht net zou halen en - een auto toeterde toen ik net op tijd aan de overkant van de weg was. Vanaf hier kon ik de irritatie al van het gezicht van Isabel aflezen en ik fietste bijna mensen omver die me boos nariepen, omdat ik op de stoep fietste.
‘Ha! Daar ben ik!’ riep ik hijgend uit toen ik van mijn fiets afstapte. Isabel schrok van mijn reactie en keek me inderdaad geïrriteerd aan.
‘Dat je nog aangekomen bent, zeg, ik besloot tot half twee te wachten – heb jij een geluk dat het pas twee minuten voor half twee is.’
‘Oh, het spijt me echt,’ kreunde ik toen ik mijn fiets in een stalling zette en op slot deed. ‘Asjeblieft, heb je jouw negen euro weer terug, mijn allerlaatste geld. Laat die euro maar zitten, voor de rente. En als je niet boos op me blijft, ik heb namelijk iets geweldigs gedaan.’ Isabel keek me fronsend aan, terwijl ze het briefje van tien euro aanpakte, dat ze me al lang verschuldigd was.
‘Je buurjongen gif gevoerd?’ Ze keek zuur bij de gedachte aan mijn buurjongen, haar nieuwe ex-vriendje.
‘Nope, die heb ik niet meer gesproken sinds gisteren. Ik heb gewoon een baantje, ik hoef nooit meer geld te lenen en ik word zo rijk!’ Isabel keek me nog steeds ongeïnteresseerd aan.
‘Wat ga je doen? Ben je ingehuurd om Vincent te vermoorden?’ Ze sloeg haar donkerblonde krullen uit haar gezicht.
‘Het is duidelijk dat je nog niet over hem heen bent, Ies,’ lachte ik zacht. Ik had wel met haar te doen hoor, een relatie van bijna een jaar dat ineens uitging omdat hij iets met een ander bleek te hebben. Jammer, want ik kon het altijd goed met hem vinden maar nu mocht ik hem toch even niet meer. Zomaar mijn beste vriendin het hart breken, dat moest je toch niet doen. Niet dat ik niet verwachte dat het voor het einde van de week alweer goed was tussen ons en dat Isabel en Vincent ook weer normaal tegen elkaar konden praten. We sloegen links af, een kleiner straatje in zonder stoplichten. Ik vond het jammer dat ze niet naar mijn nieuwe baantje vroeg, ze had me nog wel aangemoedigd iets te gaan zoeken door mijn chronisch geldtekort, ook al kon ik me dat wel voorstellen als ik meer dan een half uur te laat was komen aanzetten bij iets wat ik weer heel graag wilde. Of nou ja, heel graag… Isabel maakte het er van dat ik het heel graag wilde.
‘Wat wil je hem geven?’ begon Isabel na een tijdje, toen we al een tijdje zwijgnaam naar nergens liepen. Ik haalde mijn schouders op.
‘Ik zou het niet weten. Niet iets wat hij wil hebben, zoals een CD of zo, maar ook niets lulligs zoals een sleutelhanger of een zak snoep. Ik dacht aan iets waar humor in zit, of in elk geval een soort van. Iets grappigs, iets… Alleins.’
‘Als je het op jouw manier wil doen, moet je gewoon niet komen opdagen,’ mopperde ze. Nu keek ik haar geïrriteerd aan.
‘Sorry! Wat wil je nu dat ik doe?’
‘Niets hoor.’ Ik besloot haar maar te negeren, waarschijnlijk was ze nog niet over Vincent heen. Of eigenlijk wist ik wel zeker dat ze dat niet was, maar goed. Ik had haar hulp gevraagd bij het zoeken van iets leuks voor Leon, een jongen die bijna achttien werd en voor wiens verjaardag we allebei waren uitgenodigd. Leon. Hij was een jongen die ik stiekem een klein beetje leuk vond. En een jongen die mij ook wel een beetje leuk scheen te vinden. Had ik gehoord dan. Isabel wist vast wel wat ik een jongen moest geven die je niet echt als een vriend zag, zoals ik Vincent altijd zag bijvoorbeeld, of je broer, maar ook weer niet alsof ik niets liever zou willen dan hem, want er zijn wel honderd dingen die ik liever heb dan hem.
In elk geval, zij heeft wat ervaring op dat gebied. Ik met mijn achttien jaar en een maand heb daarentegen alleen nog maar een zogenaamde relatie gehad van twee maanden en wat mensen voor een tijdje, omdat ik snel op mensen uit ben gekeken. ‘
Je hebt van die duo-boxers. Hij kan dat als iets grappigs opvatten, maar ook anders, alsof jij met hem in dat ding wilt… Je weet niet.’ Ze grijnsde en ik grijnsde schaapachtig terug.
‘Maar vertel, waar heb je gesolliciteerd?’ Ze keek me nu iets minder chagrijnig aan.
‘Nou, solliciteren zou ik het niet echt noemen, maar ik zag die advertentie hangen en toen ben ik naar binnen gelopen en ben ik aangenomen.’
‘Oké, dan is het vast iets erg intelligents,’ grijnsde ze.
‘Volgens mij zijn die mensen die daar komen wel slim ja,’ antwoordde ik daarop.
‘Nou, vertel, waar ga jij je geld verdienen?’
‘De bibliotheek?’ Ik keek haar aarzelend aan en ze reageerde precies zoals ik verwacht had.
‘De bieb. Als ik het niet dacht, je zoekt echt het simpelste wat je maar ziet hè.’
‘Nou, eigenlijk is dat het enige dat ik zag aan advertentie,’ gaf ik toe, maar Isabel lachte alleen maar haar aanstekelijke lach.
‘Kom! We gaan zo een milkshake drinken om het te vieren.’ Ze pakte me bij mijn arm en trok me een winkel in. ‘Maar eerst gaan we een boxer zoeken voor je ontmaagding.’ Oh, ik haatte het als ze dat woord gebruikte!

Mijn leven was eigenlijk heel standaard. Dat was iets wat ik me zovaak besefte, terwijl ik eigenlijk liever een leven had met meer sensatie, meer drama en meer leukere dingen dan gewoon die dagelijkse sleur. Natuurlijk zat ik er niet op te wachten dat ik een geliefde heb die verongelukt, als we het over de drama hebben, en over de sensatie gesproken; ik hoefde ook heus geen vuurwerkfabriek naast mijn huis die zou ontploffen. Of zoiets. Alleen af en toe had ik er wel genoeg van, had ik zin in avontuur en af en toe een probleempje.
Problemen had ik namelijk nooit. Op school ging alles pico bello met mijn VWO en niet lager dan achten, en thuis was alles prima. Ik kon het met meerdere mensen goed vinden en die ik als vrienden beschouwde, en er waren mensen die me geen barst konden schelen. Ze hoefden niet dood, maar tegen die mensen praatte ik gewoon liever niet. Ik had zelfs geen problemen met jongens, hoewel ik me af en toe best rot voelde als ik iemand leuk vond en hij mij duidelijk niet, of ik vond hem te knap en dacht dat zo’n persoon nooit op mij zou kunnen vallen. Het ergste vond ik nog wel het schuldgevoel dat ik meerdere keren heb gekregen, als ik iemand leuk vond en diegene mij dan ook. Voordat ik dat te weten kwam, had ik dat graag gewild, maar als we op het punt kwamen dat hij me duidelijk liet merken dat ‘ie me wel zag zitten, dan… tja. Laat ik het er op houden dat ik dat een enorme afknapper vond, en ik overdreef hier echt niet. Ze zeggen wel eens dat het verlangen naar iets of iemand eigenlijk veel leuker is, dan in het bezit zijn van dat iets of die iemand. Dat had ik eigenlijk het enige probleem in mijn leven kunnen noemen, maar zo problematisch vond ik het niet, eigenlijk.
Nu was er dan Leon, een jongen van Spaanse afkomst en ongelofelijk knap. Iets jonger dan mij, maar ach, en een jongen die ik wel zag zitten en hij mij. Het is dat ik dat niet van hemzelf heb gehoord, want ik zou bang zijn geweest dat ik hem dan ook niet meer hoefde. Ik had daarentegen wel ontzettend zin in zijn verjaardagsfeest, of hoe ik het ook moest noemen, en was blij dat er nog iets leuks te doen was, zo kort voor de examens. Dat was ook de reden dat hij het dan vierde, omdat de mensen in de examenweken niet meer uit zouden gaan en zou natuurlijk een ramp zijn. Mij kon het eigenlijk niet zo heel veel schelen; ik haalde het toch wel. Ik zou gaan werken in de bibliotheek waar ik net aangenomen was tussen de examens door, ik maakte me nooit zo veel druk.
Voor Leon zijn verjaardag hadden Isabel en ik een duoboxer gekocht, en een sixpack bier van zijn favoriete merk – dat laatste ook alleen maar omdat we er nog iets bij wilden doen.
Ik schrok op uit mijn gedachten toen ik een harde bonk op mijn slaapkamerraam hoorde en geschrokken keek ik dan ook wat er in godsnaam gaande was. Tot mijn verrassing – maar ook weer geen verrassing want ik had het verwacht een dezer dagen – zag ik het hoofd van mijn buurjongen, Vincent, voor mijn raam hangen. Ik liep verbaasd naar het raam en opende deze, stak mijn hoofd uit het raam en riep: ‘Wat moet jij nou weer hier?!’
Hij grijnsde. Vincent was een half jaartje ouder dan mij, en mijn buurjongen sinds zijn vierde, toen zijn ouders besloten te verhuizen naar het huis aan de rechterkant. Het leek alsof hij zijn blonde krullen een keer had geborsteld en het was duidelijk dat hij een nieuw shirt droeg.
‘Ik dacht, Allein! Die heb ik al lang niet meer gesproken – ’
‘Vanochtend nog,’ onderbrak ik hem.
‘Dat is zo niet het punt. Hoe is het met Isabel?’ Jup, ik wist dat hij hier over zou beginnen. Ik wist niet of ik me schuldig moest voelen omdat ik Vincent nog altijd aardig vond na die rotstreek van hem, of dat het gewoon zo hoorde.
‘Isabel die eh, nou ja, is niet de vrolijkheid zelve de laatste dagen,’ gaf ik toe, terwijl door mijn raam klom en vanaf de vensterbank op mijn bed sprong. Mijn bed zei krak. ‘Ik vind het ook een rotstreek hoor, serieus,’ mompelde ik toen ik mijn stoel naar hem draaide en tegenover hem ging zitten. ‘Hoerig, gewoon.’
Vincent keek bedenkelijk.
‘Waarom hebben jongens niet altijd genoeg aan één? Waarom moeten ze er altijd meerdere hebben en waarom kan het ze geen ruk schelen als ze iemands hart breken?’ Ik keek hem bijna geïrriteerd aan.
‘Eh, tja… Met Kristel is het nu ook uit. Ze hoorde het van iemand anders van Isabel en ze besloot maar het zelfde als Isabel te doen, mij de bons geven. Waar heb ik dat aan verdiend?’
‘Aan je gedrag, dat is overduidelijk.’
Vincent keek opnieuw bedenkelijk. ‘Ik zat te denken… zou ze me nog terug willen? Isabel bedoel ik.’ Ik hief één wenkbrauw op.
‘Dat vraag je mij?’
Toen hoorde ik een schreeuw van beneden komen, dat ik naar beneden moest komen omdat we gingen eten.
‘Hè, waarom eten jullie toch altijd op tijd, ik kan niet eens even komen chillen bij mijn liefste buurmeisje.’ Hij grijnsde weer.
‘Je enige buurmeisje, Vince,’ verbeterde ik hem. Vincent grijnsde opnieuw.
‘Ik spreek je nog wel.’ Hij klom uit het raam en stak zijn hoofd nog een keer om de hoek. ‘Ga dat even lospeuteren bij Ies, oké? Dankjewel!’ Triomfantelijk liep hij over het dak naar zijn eigen kamerraam, na kort gezwaaid te hebben.
‘Doe dat even zelf, wil je,’ riep ik hem na, wetend dat hij het niet meer hoorde. Niet dat ik het niet zou vragen, want dat zou ik wel, maar dan nog.

'Wanneer ga je beginnen bij de bibliotheek?' vroeg Isabel me één van onze laatste lessen Engels. Nog een paar dagen naar school en dan zouden we vakantie hebben, dan nog een paar weken les waar we niet aanwezig hoefden te zijn tenzij we iets wilden vragen en dan waren de examens alweer. 'Aankomende maandag.' Ging ik eindelijk met mijn droombaan beginnen. Nou ja, vroeger, toen ik vier was of zo, wilde ik altijd in de bibliotheek werken; nu echter leek het me al lang zo leuk niet meer, maar op dit moment moest ik alleen aan de gevolgen denken van werk.
'Isabel! Allein!' Ik schrok ervan, niet wetend of dat nu was om zijn plotselinge hoofd voor me, of gewoon om het feit dat hij het was.
'Ieh, Leon, doe even normaal oké?' Isabel trok haar schoolwerk onder zijn handen vandaan, waar Leon nu triomfantelijk met zijn vingers trommelde. Ik voelde me zo rood worden als een biet.
'Volgende week vrijdag hè,' begon hij en hij keek me even aan. Ik voelde me zojuist nog roder worden. 'Kunnen jullie ook wat spul meenemen, drank bedoel ik? Het hoeft niet veel te zijn, maar ik ben er gisteravond achter gekomen dat mijn ouders me minder financieel steunen dan ik dacht.' Er lag duidelijk ergernis in zijn stem. Leon keek me glimlachend en poeslief aan.
'Eh,' stamelde ik. 'Eh ja.'
Leon grijnsde. 'Wat drinken jullie? Mix of bier of wijn of wat?'
'Wijn, liever,' antwoordde Isabel zijn vraag en toen keek hij mij weer aan. 'Allein lust alles!' antwoordde Isabel voor me, waar ik haar niet zo dankbaar voor was. Leon grijnsde opnieuw. Oh God, hij moest niet denken dat ik een zuiplap was of zoiets, want dat was niet zo.
'Hm,' mompelde ik. 'Ik doe niet zo moeilijk.'
'Nou ja, het hoeft niet veel te zijn hoor, gewoon iets... kun je alleen maar meer drinken!' Hij knipoogde naar me en ik voelde mijn hart in mijn keel bonken.
'Leon en Allein! Denken jullie een acht te halen voor jullie examen?!' klonk ineens de woeste stem van de leraar. Leon draaide zich razendsnel om en schudde zijn hoofd. 'En jij Allein? Of ben je met een zesje tevreden?'
'Nee, meneer. Die acht gaat me wel lukken, zeker weten,' antwoordde ik met een neppe glimlach, en niet bepaald aardig bedoeld. Ik kon die man zo niet uitstaan. Ik hoorde Leon zacht lachen en hoopte heel erg dat dat om mij was, ook al had hij dan geen humor. Toen ik opzij naar Isabel keek, zag ik haar grijnzen en met haar wenkbrauwen wiebelen.
'Hij wil je.' Ik rolde met mijn ogen en keek gauw de andere kant op, hopend dat ze de grijns op mijn gezicht niet kon zien.

De week ging snel voorbij en het was vakantie voor ik er erg in had. Eindelijk zou ik nooit meer les hebben op deze school. Om het te vieren zouden Vincent en ik een film gaan kijken die ik al zo lang wilde zien, maar waar ik nooit geld voor heb gehad. Hij had hem toevallig gekocht en was zo vriendelijk geweest mij uit te nodigen voor een avondje film. Ik had gelijk de engste horror mee willen nemen, maar bedacht me. Vincent dacht altijd dat ieder meisje hem leuk vond ,en dat vond ik overduidelijk niet, dus nam ik voor de sier nog maar een flauwe komedie mee. Achter Vincent aan liep ik de trap op naar de kamer, me altijd verbazend om het feit dat dit huis precies het tegenovergestelde was als het huis waar ik in woonde. Niet zo raar, maar toch was het ook wel weer raar. Vincent had dezelfde kamer als mij – vandaar ook dat we vaak zat naar elkaar toe liepen via het dak – en ik plofte op zijn bed neer terwijl hij me een zak chips toegooide en de dvd in de speler deed.
‘Laat het licht aan,’ eiste ik toen hij het licht uit wilde doen. Het was een tijdje stil, anders dan gewend, tijdens de voorstukjes en het begin van de film. Ik zat tegen de koude muur aan met mijn hand in de zak chips. Aan de andere kant van het bed zat hij, duidelijk niet oplettend waar de film over ging, of hoe het begin in elk geval was. Dit leidde me af. ‘Wat kijk je sip,’ zei ik en ik zag dat hij op keek.
‘Is dat zo?’ Ik knikte. Weer was het even stil. ‘Ik durf niet te vragen of je het Isabel nog hebt gevraagd, eigenlijk.’ Dat had ik, maar ik wilde wachten tot hij er naar vroeg. Hij keek me fronsend aan, zelfs een beetje ongemakkelijk.
‘Nu ik weet dat je het wil vragen, maar niet durft, kun je het net zo goed toch vragen…’ zei ik, nog een hand chips in mijn mond duwend. Hij lachte kort.
‘Heb je nog aan Isabel gevraagd of ze me terug wil?’ Ik knikte.
‘Ik denk dat je het zelf gewoon tegen haar moet zeggen hoor, dat het je spijt en alles, in plaats van dat ik als tussenpersoon speel en het contact tussen jullie houd.’
‘Ik heb haar geprobeerd te bellen, maar ze nam niet op.’
‘Hoe vaak?’
‘Ik denk nu ondertussen al tien keer.’
‘Tja, dan zou ik ook niet opnemen.’
Vincent zag er nog altijd een beetje sip uit, zo kende ik hem niet goed. ‘Maar..?’ begon hij weer aarzelend.
‘Eh, ik denk het niet eigenlijk.’
‘Oh.’
‘Ik weet eigenlijk zeker van niet.’ Ik zag zijn gezicht betrekken. ‘Heeft ze dat ook echt zo gezegd of maak jij dat er van?’
‘Waar zie je me nu weer voor aan, ik ga heus niet liegen hoor,’ zei ik, me aangevallen voelend. ‘Ik vroeg haar alleen of ze je misschien niet heel stiekem terug wilde nemen, en het enige wat ze zei was… dat nou ja, het kwam neer op dat het niet zo was.’ Ik wilde niet zeggen dat ze eigenlijk vroeg of ik hem nu nog niet van het dak had afgeduwd.
‘Oh.’
‘Hè, kom op!’ riep ik en ik gooide de zak chips naar hem toe. De helft viel eruit op zijn schoot. ‘Er zijn nog zat andere meisjes die het misschien wel pikken, en voor haar zijn er nog zat andere jongens die… ja, die haar beter behandelen, want het is je eigen schuld, geef toe.’
‘Ja, dat is nog het domme.’
‘En stomme. En zielige. En het erge. Het is ook raar dat jij mijn buurjongen bent en zij mijn vriendin en dat ik als postduif moet spelen.’ Ik begon me te ergeren en dat wilde ik niet, niet nu hij in zo’n bui zat.
‘Oké,’ zei hij, duidelijk een beetje geschrokken van mijn zogenaamde uitbarsting.
‘Je hebt gelijk. Er zijn zat andere meisjes… Stiekem weet ik wel dat je hartstikke verliefd op me bent, zullen we?’ Vincent likte aan zijn lippen en sloeg zijn dekbed open. Ik schudde ongelovig mijn hoofd.
‘Jij bent echt… oooh.’ Maar ik moest toch lachen.
‘Nou, kom op, of wil jij ook al voorspel van een halve dag lang?’ Soms kon hij zo doen alsof hij het echt meende. Gelukkig kende ik hem al veertien jaar en wist ik dat het met mij een ander geval was. Hij was als een broer voor me.
‘Vince, dat zou incest zijn, dat is vies!’ Ik beukte hem op zijn arm.
‘Auw! Wat nou, eens moet toch je eerste keer zijn!?’ Opnieuw schudde ik ongelovig mijn hoofd.
‘Ik wacht op de ware.’
‘Ben ik niet de ware?’ Hij pruilde. ‘
Oké, kappen nou, deze film wil ik al heel lang zien.’ Ik richtte mijn blik weer op de televisie, waar ze nu in een rechtszaal zaten om een reden die ik nu dus gemist had.
‘Oh, Leon dus!’ riep Vincent uit, grijnzend.
‘Hoe weet jij dat nou weer!?’ riep ik ook uit. Hij grijnsde alleen, en haalde zijn schouders op. Oké. Isabel had nu behoorlijk wat uit te leggen. ‘En Leon is niet mijn ware.’

Ik was blij dat mijn moeder me om half tien wakker kwam maken, want ik had nog een half uurtje om bij de bibliotheek aan te komen. Hoe kan ik ook zo stom zijn om mijn wekker niet te zetten na een vermoeiend weekend en terwijl het mijn eerste werkdag is. Haastig schoot ik in mijn kleren, deed mijn ochtendritueel en een kwartier later zat ik op de fiets naar de bibliotheek met twee boterhammen kaas in mijn handen, proberend die snel op te eten. Het waaide harder dan normaal, maar ik mocht van geluk spreken dat de bibliotheek op maandag pas om twaalf uur openging en dat ik altijd twee uur voor openingstijd aanwezig moest zijn. Het zelfde geldt was het om tien uur al open – net als de rest van de dagen – dan was ik mooi te laat en zat ik hoogstwaarschijnlijk weer zonder werk. Dat was eigenlijk het laatste wat ik wilde.
Ik had een redelijk vermoeiend weekend gehad. Vrijdagnacht ging ik laat bij Vincent vandaan (het scheelde dat zijn huis aan mijn huis geplakt zat) en ik had mijn moeder beloofd om zaterdagochtend te helpen met de auto wassen, omdat ze de rest van de dag weg moest in verband met haar werk. Daarna kon ik nooit meer slapen. De nacht die daarna volgde had ik ook niet geslapen, want Isabel en Manon sleepten me ineens mee naar een feestje die uiteindelijk erg gezellig was. Het gevolg was dat ik om half zeven ’s ochtends thuis was en ik zo verkleumd was dat ik niet in slaap kon komen. Gisteren was ik de hele dag lui en om het moment van slapen en wakker zijn, en dat was ook zeer vermoeiend. Nu ik er aan dacht was ik blij dat het maandag was.
Plots merkte ik dat ik al bij de brug was. Ik hoefde dan alleen nog maar rechts en links een zijstraatje in, een plein over te steken en dan was ik er. Een zenuwachtig gevoel besloop me. Ik hield niet zo van nieuwe dingen waar ik aan hoorde te wennen. Dit zou morgen vast minder eng zijn en over een week zou ik er wel aan gewend zijn, maar deze dag…
Ik besloot dat het best mee ging vallen en plantte mijn fiets neer bij de fietsenstalling, die aan de zijkant van het gebouw stond. Ik haalde even diep adem en liep toen naar binnen. Ik kwam in een grote hal met voor me een toonbank, daarnaast wat computers en verder overal kasten met boeken. Niet dat het nieuw voor me was, want ik kwam hier al mijn hele leven. Oké, de laatste tijd wat minder en de laatste keer was ook al bijna een jaar geleden, maar dat was bijzaak. Op het eerste gezicht zag ik niemand, buiten een jongen achter de toonbank die op een computer iets aan het doen was – daarom besloot ik daar maar naar toe te lopen.
‘Hallo…’ begon ik voorzichtig en hij draaide zich abrupt om.
‘Goedemorgen!’ hoorde ik ineens een vrouw naast me zeggen, met een hoge stem en ik zou er rillingen van kunnen krijgen als ik me er niet op voorbereid had. Ze maakte de jongen met wat bewegingen duidelijk dat hij weer aan het werk moest.
‘Eh. Goedemorgen. Ik ben – ’
‘Jij moet Allein zijn,’ zei ze, en ze gaf me een hand die ik maar uit beleefdheid aanpakte, en knikte daarbij. Ik was Allein ja. ‘Ik ben Carla.’ Oké.
‘Je jas kun je daar ophangen hoor, en je tas kun je gewoon daaronder zetten. Niemand die ziet dat het van een werknemer is, dus dat geeft helemaal niet!’ Ze sprak alsof ik een kind van vier met een beperking was. Zwijgend liep ik terug naar de ingang en gooide daar mijn tas neer, en hing mijn jas aan de staande kapstok. Ik hoopte zo erg dat ik het hier uit zou houden, de hele vakantie.

‘Benjamin mag het je verder uitleggen, begin maar bij de boeken sorteren, Ben.’ Ze wees naar de jongen die braaf opstond vanachter zijn computer.
Benjamin was een lange en slanke jongen, met donkerbruin haar dat naar zwart neigde. Ik dacht dat hij bijna twintig centimeter groter was dan mij, want ik moest in elk geval een stukje omhoog kijken en ook hij keek me aan alsof ik wel een schop onder mijn kont mocht krijgen. Ik gokte dat hij zo’n twintig jaar oud was, ik had geen idee waarom. Hij stak zijn hand naar me uit, die ik aannam. ‘Benjamin, jij bent Allein?’ Hij wachtte niet op antwoord en ging me voor verder de bibliotheek in. ‘Het is niet zo moeilijk, alle mensen moeten dat doen als ze hier het eerste jaar werken en je went er snel genoeg aan,’ zei hij terwijl hij een blik achterom wierp; ik volgde gedwee. Hij liep naar een hoek van de ruimte, die je bijna niet kon zien achter de kasten en sjouwde daar een kar vandaan die bij een groot gat uit de muur stond. ‘Hier zitten boeken in en die moet je gaan sorteren.’ Ik keek in de witte kar en zag dat er inderdaad boeken in lagen. ‘Daar bij de ingang zijn de kinderboeken en dat zijn deze boeken – gewoon op schrijver sorteren en boeken van dezelfde schrijver op titel. Dan heb je hier de jeugdboeken –’ Hij wees naar een andere kar ‘ – die staan daar achter –’
‘Ik weet wat de indeling is, ik kom hier vanaf dat ik tien maanden was,’ onderbrak ik hem, niet alleen om hem de moeite te besparen, maar ook omdat hij deed alsof ik dom was.
‘Oké, goed. Op genre en auteur en dan ook op titel. Dan zijn hier de literaire boeken en de zogenaamde “informatieve” boeken…’ Hij keek me aan of ik het volgde en ik keek naar de andere karren achter me.
‘Ik denk dat het me wel zal lukken,’ zei ik hem. Hij grijnsde zo kort dat ik me afvroeg of hij wel grijnsde.
‘Mocht je het toch niet weten, loop je maar naar me toe. Ik zit meestal gewoon daar. Om half elf mag je pauze houden denk ik… ik gok dat je ook wel weet waar dat is.’ Hij glimlachte kort naar me en liep toen weg.
‘Nou, nee,’ mompelde ik zonder dat hij het hoorde en ik draaide me om, om de kar met kinderboeken te pakken. Dit kon nog leuk worden.
Rond tien uur was ik nog altijd met de kinderboeken bezig en besloot ik een boek uit de literatuur kar te halen en te doen alsof hij in de verkeerde kar was beland, zodat ik een soort van rondje kon lopen om te kijken waar de kantine – of wat het dan ook was dat ik zocht – was, zodat ik in elk geval wist waar ik heen moest, als die Benjamin er dan toch van uit ging dat ik dat wist. Ik verdacht hem er van dat hij heus wel wist dat ik niet wist waar dat was, maar ik kon het heus wel zelf.
‘Wat denk jij dat je aan het doen bent?’ hoorde ik ineens een stem achter me, en daar zag ik de vrouw van het begin weer staan, die zei dat Benjamin me moest vertellen wat ik te doen ging hebben, en ik voelde mijn hele hoofd rood worden.
‘Eh,’ stamelde ik, ‘dit boek zat bij de kinderboeken en ik zocht de juiste plek voor het…’ Ze pakte het boek aan en bekeek het.
‘Hm, voor het eerst in die veertig jaar dat ik hier werk dat er een boek in de verkeerde kar zit…’ mompelde ze terwijl ze me aankeek over haar brilletje. Ik haalde mijn schouders op. ‘Goed,’ zei ze, ‘deze ruim ik wel op,’ zei ze, terwijl ik over haar schouder keek naar iemand die net een deur uitkwam. ‘Terug aan het werk, misschien kun je de jeugdboeken nog afwerken voordat het pauze is.’ Opnieuw voelde ik me rood worden. Had ik de jeugdboeken al af moeten hebben, of was het gewoon nog lang geen pauze? ‘Hup, hup, hup,’ zei ze haastig, toen ik even een paar tellen bleef staan. Haastig draaide ik me om en liep als een gek naar de kinderboeken. Ik negeerde een verbaasde Benjamin die me volgens mij ook nog uitlachte en ging met mijn rug naar hen toe zitten, terwijl ik snel verder ging met de kinderboeken. Ik was al bij de V, dus ik was wel bijna bij de jeugdboeken. Ik dacht zelfs de kantine te hebben gevonden.
Al snel werd ik aangetikt door een meisje van ongeveer mijn leeftijd, met bruin haar in een staart en een grote bril op. Of ik mee pauze ging houden. Ik knikte en stond op, pakte mijn tas bij de kapstok vandaan en liep achter haar aan. Het was inderdaad de deur waarvan ik dacht dat het de juiste was en daar was ik blij om, bleek ik toch nog iets goeds te hebben gehad vandaag. Wij waren verdubbelden de inhoud van de kantine. Ik volgde het meisje dat naast een vrouw van ergens in de vijftig ging zitten, en zag dat Benjamin ook in de kantine zat, in zijn eentje.
‘Vind je het was, hier werken?’ vroeg het meisje toen ik mijn geplette brood uit mijn tas haalde. Ik haalde mijn schouders op.
‘Het is… anders dan ik ooit heb gedaan, maar het zal wel wennen,’ antwoordde ik en ik plakte er nog een glimlach aan vast.
‘Oh, trouwens – ik ben Maaike.’ Ze gaf me een klamme hand en ik schudde die, zei tegelijk dat ik Allein heette.
‘Zal ik me ook maar eens voorstellen,’ zei de oudere vrouw. ‘Ria.’ Ik glimlachte alleen maar. Ik durfde natuurlijk niet te zeggen dat ik hier kwam voor het geld, in plaats van vrienden te maken.
‘Heb je Benjamin al gesproken?’ Maaike wees naar de jongen die mij vanochtend zogenaamd had geholpen en ik knikte. ‘Oh, mooi. Hij werkt hier al zo’n vier jaar en is nog maar negentien. Gaat niet naar school en zo… Beetje vreemde jongen, al denk ik wel dat hij aardig kan zijn…’ Ze keek bedenkelijk. Het was duidelijk dat hij hier dus niet veel vrienden had. Nu ik zo naar hem keek vond ik hem ook niet het type dat overal bij ging zitten en zich overal in mengde, in tegenstelling van Maaike, die me nu ging vertellen hoe lang zij hier al werkte en waarom. Ik luisterde alleen niet echt.

De rest van de dag ging redelijk snel, behalve het laatste uur. Om vier uur mocht ik dan toch eindelijk naar huis en daar was ik blij om. Het regende toen ik naar buiten stapte en ik mopperde geluidloos toen er een straal in mijn nek goot. Ik gooide mijn tas over mijn rug en stapte op mijn fiets, waarna ik naar huis fietste, hopend dat ik niet al te nat zou worden.
Doorweekt kwam ik thuis – mijn moeder vroeg hoe het ging en ik antwoordde dat het best ging en verdween gelijk naar boven. Altijd als ik weg was geweest had ik behoefte aan een moment van rust om de dag even door te nemen en niet gelijk allerlei vragen naar mijn hoofd geslingerd te krijgen. Net toen ik op mijn bed neerplofte, voelde ik mijn telefoon in mijn broek trillen. “Hee! Hoe was je eerste werkdag in de bieb? Nog vijf nachtjes slapen en dan is je liefste jarig! Wenkbrauwwiebels, Ies” Ik zuchtte, waarom nam iedereen het toch zo serieus van Leon, het was gewoon een jongen die ik leuk vond… Oké, ik vond hem heel leuk. Toen ik me bedacht dat het inderdaad nog vijf – nee, het waren er vier – nachtjes waren sierde een grijns mijn lippen. “Werken viel me alles mee, wel rare mensen die er werken maar daar kom ik wel overheen. Het is trouwens nog maar vier nachtjes slapen tot vrijdag^^!”
Ik legde mijn mobiel op het nachtkastje naast mijn bed neer en trok mijn schoenen uit. In plaats van mijn spijkerbroek trok ik een joggingbroek aan die wat losser om mijn benen zat. Opnieuw ging mijn mobiel af. “Heey, hoe is het? Ik hoorde van Isabel dat je vandaag je eerste werkdag had, hoe ging dat je af xx” Leon, oh mijn God. En – waarom doet iedereen er godsnaam zo moeilijk over, alsof ik intelligent hoorde te zijn. Het duurde me tien minuten om te bedenken wat ik terug zou sturen. “Hey met mij gaat het best, met jou ook? Het is niet zo moeilijk hoor, waarom denkt iedereen dat dit zo’n grote stap voor me is. Maar lief dat je er naar vroeg (: xx” Gelijk toen ik weer op verzenden drukte, had ik al spijt. Ik dacht niet dat ik het zo had moeten doen. Na twee seconden kreeg ik alweer iets terug. “Nou, misschien omdat iemand nog nooit het verband heeft gezien tussen Allein en werken :P heb je nog een beetje zin in vrijdag? xxx” Aah, waarom deed hij die “xxx” nou. Ik voelde een buikpijn opkomen. “Nou ja zeg, ik ben ook maar een scholier dat geld nodig heeft hoor! Maar ik heb er wel zin in hoor, je maakt er hopelijk toch wel iets van? xxx” Ik verwachtte eerlijk gezegd gelijk een sms’je terug en die kreeg ik nog ook. “Ik doe mijn best xxx”
Ik besloot niets daar op terug te sturen en liet me vallen op mijn bed. Ik stond pas op toen ik werd geroepen voor het eten.

Hoe vaker ik er werkte, hoe vaker ik verlangde naar thuis, naar vrienden, naar vakantie, naar ergens anders zijn en zelfs naar mijn examens en het leren daarvan, ook al had ik dat helemaal niet nodig. Op zich werd het wel steeds gezelliger. Met Maaike kon ik aardig praten en Ria natuurlijk ook – heel blij mens, maar iets te oud om… nou ja, op vriendschappelijk mee om te gaan. Dan was er nog Carla die ik niet erg mocht ook al kon ze volgens mij best aardig zijn, en Benjamin, een stille jongen die ook niet onaardig was. Ik werkte meestal acht uurtjes per dag. Op maandag twee uurtjes minder, en op vrijdag twee uurtjes meer. Op zaterdag, wat ik nog niet had meegemaakt echter, zou ik alleen in de ochtend werken, maar dat wist ik niet eens zeker. Op zondag was het ook open, maar ik had gezegd dat ik dan niet kon, hoewel ik niet kon verzinnen waarom dan niet, maar dat was bijzaak.
‘Bijna weekend, ga je nog wat doen?’ Verbaasd keek ik op terwijl ik het laatste boek in het rek zette. Benjamin keek me fronsend aan.
‘Vanavond ga ik naar een verjaardag, en ik ben bang dat ik hier morgenochtend weer ben.’ Ik keek er nu al tegen op, vooral als ik vannacht pas naar bed zou gaan. Hij knikte. Het viel me op dat hij altijd nette kleren droeg. Niet zozeer een driedelig krijtpak – gelukkig maar, want dan zou hij eng zijn – maar altijd fatsoenlijke kleding. Geen afgetrapte All Stars zoals die van mij, maar gewoon nog in een fatsoenlijke staat, in de kleur grijs. Een normale broek die, als je het mij vroeg, nogal afzakte bij zijn slanke postuur en een lichtblauw shirt waar niets geen rare afbeeldingen op stonden. Nu ik er over nadacht was zijn gezicht ook niet eens zo verkeerd.
‘Jij nog iets interessants te doen van het weekend?’ Hij haalde zijn schouders op.
‘Ik ga mijn tante helpen met het verven van de badkamer, die is daar wel aan toe… verder niet zoveel bijster interessants, behalve natuurlijk morgen aanwezig zijn hier.’ Ik vroeg me af of hij wel eens uitging, want ik had hem heus wel een paar keer in deze bibliotheek gezien, ook voordat ik hier werkte, maar in dit kleine stadje had ik hem nooit buiten gezien. Ik durfde het echter niet te vragen.
‘Vind je het wat, hier werken?’ vroeg hij ineens.
‘Ehm,’ aarzelde ik. ‘Hoe eerlijk wil je dat ik ben?’ Hij lachte.
‘Op je aller-eerlijkst.’
‘Ik vind het drie keer niets.’ Hij lachte opnieuw.
‘Waarom ben je hier dan nog?’
‘Op mijn aller-eerlijkst… ik heb geld nodig en dit is het enige wat ik kon vinden aan werk.’
‘Oh, dus je vind het niet zo vreselijk dat het geld je niet meer kan schelen als je hier maar weg bent… want je bent er nog steeds, voor het geld.’ Ik mompelde kort iets.
‘Daar komt het op neer, ja. Dit ga je niet aan Carla vertellen, of aan iemand anders!’ waarschuwde ik hem, toen ik me bedacht dat ik hier misschien niet eens goed van af zou komen. Ik had dit zo erg nodig..
‘Waar zie je me voor aan?’ Nog altijd lachend liep hij weg.

Eigenlijk was het op vrijdag ook ‘s avonds werken, maar ik had gezegd dat ik niet kon omdat ik naar een verjaardag moest die belangrijk was, en daarom lieten ze me gaan. Om zes uur liep ik de bibliotheek uit, nadat ik mijn uren had opgeschreven in de kantine. Alles bij elkaar had ik nu al zo’n 220 euro verdiend en ik was trots op mezelf. Ik had die verjaardag wel verdiend vandaag, was mijn mening. Onderweg naar huis kwam ik Jochem, mijn buurjongetje van twaalf en tevens het jongere broertje van Vincent tegen. Het enige wat ik zei was gedag en hij riep me na dat Vincent me moest hebben. Daar kon ik dus niet tegen: horen dat mensen iets van me wilden hebben, maar nog niet de kans hebben te weten wat. Daarom fietste ik ook wat sneller naar huis dan gewoonlijk. Ik was vijf minuten eerder thuis dan normaal en toen ik mijn fiets in de tuin parkeerde, schrok ik van een grote bonk op het raam. Geïrriteerd keek ik omhoog en zag Vincent uit zijn raam het dak opklimmen, naar mijn kant lopen en behendig via de schutting in de tuin springen. Ik zag mijn moeder afkeurend kijken.
‘Mijn moeder haat dat, dat weet je.’
‘Ik wist niet dat ze thuis was,’ wimpelde hij mijn commentaar af. Ik rolde met mijn ogen.
‘Ik kwam je broertje net tegen, die zei dat je me moest hebben,’ zei ik terwijl ik naar binnen liep, met Vincent achter me aan. ‘Hoi mam,’ beantwoordde ik de begroeting van mijn moeder, die in de keuken aan het koken was.
‘Hoi Chantal,’ groette ook Vincent haar.
‘Ik ben erg blij dat je nu eens door de deur naar binnen komt,’ glimlachte ze.
‘Een beetje afwisseling is ook wel eens fijn,’ was het enige wat Vincent daar op zei. Wat hij ook zei, mijn moeder bleef van hem houden. Als ik dat één keer zou doen, zou ik gelijk een maand huisarrest hebben. Ik deed de deur open en gebaarde dat hij naar boven moest gaan; dat deed hij en ik volgde hem.
‘Wat moet je van me?’ was het eerste wat ik zei toen hij op mijn bed ging zitten en ik deur achter me sloot.
‘Je zult het nooit geloven!’ riep hij opgewonden uit.
‘Wat niet?’
‘Echt niet!’
Ik keek hem aan alsof ik geen zin in grapjes had, wat ik ook duidelijk niet had. ‘Als je denkt dat ik ga raden, heb je pech.’
‘Oh. Nou ja, ik wou eigenlijk gewoon vragen of je morgen mee gaat zwemmen.’
‘Zwemmen?’ Ik voelde een lachbui opkomen. ‘Zwemmen met jou.’
‘Niet alleen met mij hoor, Patrick, Joost en Remco gaan ook mee.’ Vrienden van hem, die ik ook wel kende maar die ik niet als vrienden beschouwde. Ik hief mijn wenkbrauwen op.
‘Wat is de reden dat ik moet gaan zwemmen met vier jongens?’ Vincent hief zijn schouders op. ‘Nou, dat is gezellig. Niet dat wij gezellig zijn – eh, jawel, dat zijn we wel, en jij bent gezellig. Gewoon, gezellig? Ik bedoel, ik mag je toch wel uitnodigen?’
‘Ik moet morgen volgens mij werken.’
‘Ja, alleen ’s ochtends,’ grijnsde hij. Ik rolde met mijn ogen.
‘Zie nog wel, ik ga straks naar een verjaardag en dan ben ik morgen vast moe… wat doe je hier eigenlijk, ik moet me klaar maken en ik moet nog eten!’ riep ik ineens uit, toen ik me besefte dat Isabel hier met anderhalf uur zou zijn.
‘Nou, ik zie je morgen bij mij om een uur of twee!’
‘Viihiince! Ik heb niet eens geld!’
‘Entree, drie euro! Ik betaal het wel voor je.’ Hij opende mijn raam en stapte van mijn bed op de vensterbak en op het dak. Ik greep hem bij zijn voet, waardoor hij languit over het dak kwam te liggen.
‘Auw!’ riep hij uit en hij keek me bijna boos aan.
‘Ik weet het nog niet.’ Er kwam weer een grijns op zijn gezicht. ‘Weet je wat, ik haal je op bij je werk.’ Hij trok zijn voet los en ging overeind staan.
‘Als je denkt dat ik een bikini mee ga nemen daarheen, is dat jammer voor je,’ waarschuwde ik. Vincent deed alsof hij het niet hoorde.
‘Veel plezier vanavond met Leon en maak het niet te bont hè!’ Grijzend draaide hij zich om en ik kon een zachte kreet niet onderdrukken. Waarom waren sommige mensen zo onduidelijk en stom en irritant?!

Het deed me denken aan van die feestjes die ik altijd in Amerikaanse tienerfilms zag, zo zag het er uit. Binnen was het hartstikke warm en de voordeur stond dan ook wagenwijd open. Het waren één van de grotere huizen in dit kleine stadje, je kon duidelijk zien dat de ouders van Leon veel geld hadden. In het huis stonden overal mensen tegen de muur, in de kamer en op banken. Ik zag een stel naar boven lopen via de grote trap. Leon had zijn duoboxer en bier hartelijk ontvangen, maar ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan dat ik op het laatste moment nog wilde ruilen met Isabel; zij zou dan de boxer geven en ik het bier. Maar toen ze hem dat gaf keek hij alleen maar met lust in zijn ogen naar haar (waar ik hem natuurlijk geen ongelijk van kon geven – ik zou vast ook op haar vallen als ik een kerel was).
‘Nou, hier, drink wat. Je moet even wat losser komen hoor,’ grijnsde Isabel me toe terwijl ze een glas met een gele vloeistof voor me hield. Ik rook er aan en bedacht me dat het vast lekker was, omdat het zoet en fruitig was, en nam een paar slokken.
Ik betrapte mezelf er op dat ik alsmaar uitkeek naar Leon, waar hij was en wat hij aan het uitvreten was. Verder was het wel gezellig, maar niet bijzonder. Ik praatte maar wat met Isabel en Manon en Johanna, en af en toe liep er een kennis voorbij die dan ook gedag zei, maar verder was het alleen maar praten over niets, af en toe wat drinken (de rest meer dan ik) en af en toe stiekem naar Leon kijken of hem met mijn ogen zoeken als ik hem even niet zag, in de stille hoop dat hij nog een keertje naar mij, of ons, toe zou komen.

Ik liet bijna mijn glas vallen toen ik het zag, zo verbouwereerd was ik bij het zien van Leon en… een meisje. Niet dat ik het niet had aan zien komen of zoiets – oké, had ik ook niet – maar toch… hè?! Zie hielden elkaar hartstikke vast en hun monden zaten gewoon aan elkaar gezogen, leek het wel. Zou hij ooit wel loskomen uit de handen van dat wijf? Nee, dat was niet eerlijk. Ik kon mezelf even niet uitstaan toen ik besefte dat ik dat meisje de schuld gaf, terwijl Leon toch echt ook meedeed en ik waarschijnlijk hetzelfde zou doen als haar.
‘Wat kijk je gehypnoti – oh.’ Dat laatste riep Isabel verontwaardigt en een paar mensen keken even achterom om die reden. ‘Het is dat je naast me staat, maar anders zou ik zweren dat jullie eindelijk… nou ja, waarom doet hij dat?!’ Ze keek me vol afgrijzen aan en ik haalde fronsend mijn schouders op.
Nou… oké.
Ik stond een tijdje toe te kijken hoe ze bezig waren en hoe ze steeds meer in een hoekje gingen staan en kwam tot de ontdekking dat ik alleen maar naar ze kon kijken met grote ogen, vol verbazing en niet in staat te zijn iets te doen. Ik voelde mijn hart een beetje in mijn keel bonken toen ik besefte dat het die ene jongen was die ik leuk vond en waarvan werd gezegd dat hij mij ook wel zag staan, en nu ik hem met een ander zag… ik kon niet zeggen dat het mijn hart brak of dat ik ook maar tranen voelde of me beledigd. Of misschien voelde ik me stiekem wel een beetje beledigd, maar niet gekwetst. Ik vroeg me heel erg af ik raar was.
‘Bluueeeeh,’ stootte ik uiteindelijk uit, en ik schudde mijn hoofd terwijl ik me omdraaide.
‘Gaat het?’ Isabel keek me bezorgd aan, wat ik onnodig, maar toch ook ontzettend lief van haar vond.
‘Ja, prima,’ antwoordde ik naar waarheid. Nu was het Isabel haar beurt verbaasd te kijken.
‘Vind je het niet erg dat – ik bedoel, jullie zijn voor elkaar gemaakt!’
‘Nee, blijkbaar niet.’ Ik fronste nog steeds, tot ik begon te lachen. Isabel keek zojuist nog verbaasder dan ze al deed.
‘Ben… ben je niet boos of zo?’ Ik schudde lachend mijn hoofd.
‘Het rare is dat ik het gevoel heb dat ik dit hoopte, ook al heb ik er nooit aan gedacht.’Ik was zo raar op dit gebied. Eerst iemand leuk vinden en dan echt ineens me afvragen waarom, en het niet eens erg vinden als die jongen het dan met een ander naar zijn zin heeft. Isabel keek me ook aan alsof ik gek was. Ik lachte alweer en voelde me net Benjamin die me nog uit had staan lachen op mijn werk. En waarom dacht ik in Godsnaam aan hem op dit moment. ‘Haha, nou ja, goed,’ mompelde ik afwimpelend terwijl ik nog één blik over mijn schouder wierp om ze gade te slaan. ‘Laat het feestje nu echt beginnen?’ zei ik aarzelend en ik pakte nog een glas.

De rest van het feest was echt super, en hartstikke gezellig. Ik had niet gedacht dat ik nieuwe mensen zou leren kennen die ook nog eens op dezelfde school zaten, maar ik had het mis. Ik kwam er achter dat het meisje dat voor me zat bij geschiedenis Maren heette en eigenlijk nog best aardig was ook. Ik vergat Leon eigenlijk – oké, af en toe keek ik eens naar hem, tot ik hem niet meer zag – en genoot van de gezelligheid. Echter stopte ik al snel met drinken toen ik voelde dat het al aardig begon te werken, als ik aan morgenochtend dacht en ik in de bibliotheek zou gaan staan.
Het was leuk tot ik een arm om me heen voelde en ik, geschrokken door die plotselinge arm in mijn nek, opzij keek en Leon in zijn, stiekem toch wel ongelofelijk mooie, ogen keek. Hij moest nu niet te dichtbij komen, want ik wist niet of ik dan nog altijd bij mijn standpunt kon blijven, dat ik het niet erg vond van dat meisje, wie ze ook was. ‘Jou moest ik net hebben!’ riep hij uit en ik zag een paar mensen met wie ik eerst aan het praten was, weg lopen, alsof ze ons alleen wilden laten of zoiets.
‘Oh, is dat zo?’ vroeg ik hem. Leon knikte en gleed met zijn hand langs mijn zij, terwijl hij met zijn andere hand over mijn rug ging, zodat hij praktisch bijna tegen me aangedrukt stond.
‘Eh,’ mompelde ik. ‘Ik ga zo maar eens naar huis denk ik zo.’ Hij keek me verbaasd en sloom tegelijk aan. ‘Ik moet werken,’ verklaarde ik het.
‘Oooooh.’ Hij kwam steeds dichterbij en opeens begon het me te dagen wat hij van plan was. Ik had dit zo een afknapper gevonden, terwijl ik op het begin van het feest even niets anders had gewild dan hem tegen me aan hebben en dat hij me kuste… en waarom wilde ik dat nu niet meer. Ik reageerde snel genoeg toen hij zijn lippen op de mijne wilde drukken en draaide mijn hoofd weg.
‘Hé, maar je bent zo’n leuk meisje!’ zei hij tegen me. Ik voelde mijn hart in mijn keel bonken door die uitspraak. Waarom zei hij dat nou en waarom stond hij tegen me aan en waarom was hij zo ongelofelijk onuitstaanbaar aantrekkelijk en knap en had hij van die mooie ogen en van die mooie lippen die ik eerst zo graag had willen kussen maar waar nu vast nog restjes speeksel van die ander aan zouden zitten en –
‘Oh, nou ja,’ zei ik hem schouderophalend, hopend dat hij dit niet zou onthouden de volgende dag. Ik probeerde me los te maken uit zijn greep, maar hij bleef me vasthouden en probeerde me weer te kussen, terwijl ik mijn hoofd opnieuw wegdraaide en zijn lippen mijn wang voelden raken. Oh mijn God, ik moet echt weg hier.
‘Leon, ga even – wil je even eh, me loslaten?’ vroeg ik onhandig, terwijl ik zijn armen naar beneden duwde.
‘Maar onze sms’jes dan al die weken en je gestamel als ik tegen je praatte en –’ Oké, shit, dat gestamel was dus te opvallend geweest en dus beschamend.
‘En dat meisje dan van net? Ik ga naar huis want ik ben moe, fijne verjaardag nog,’ zei ik glimlachend, terwijl mijn humeur heel snel bergafwaarts ging.
‘Verjaardagskus? Welterustenkus?’ vroeg hij zielig, terwijl hij pruilde wat hem nog mooier maakte. Ik had gewild dat hij ongelofelijk lelijk was zodat ik alleen maar met mijn ogen hoefde te rollen, maar gaf hem een heel snel klein kusje op de wang, voordat ik me helemaal bevrijdde uit zijn armen en naar buiten liep. Isabel kwam achter me aan. Ze keek me met grote en verbaasde ogen aan. Ik snapte er niets van en ik wilde naar huis, in bed blijven liggen tot volgende week en vooral niet aan de laatste tien minuten van mijn leven denken.

Het liefst wilde ik me meteen tegen de kast aangooien en me oprollen, zodat ik kon gaan slapen. Maakte me niet uit dat ik door die kast waarschijnlijk nog een stijve nek zou krijgen ook. Het enige wat me tegenhield was dat ik bang was ontslagen te worden.
Ik stond op met het boek dat ik eerder had gevonden, maar dat helemaal niet van de bibliotheek leek te zijn. Nu ik klaar was met deze kar kon ik gelijk aan iemand vragen waar ik dit boek moest laten. Ik besefte dat Benjamin en ik weer de enige twee mensen waren in de bibliotheek – ik vroeg me af wat Maaike en Ria altijd aan het doen waren als ze hier aanwezig waren en wat Carla dan uitvoerde. Laatstgenoemde waarschijnlijk helemaal niets.
Eigenlijk had ik helemaal geen zin om met iemand te praten, ik kon dat boek ook gewoon ergens tussen proppen, maar dan was het vast weer mijn fout. Mijn humeur was er niet beter op geworden sinds vannacht. Bovendien heb ik amper geslapen. Om vier uur was ik thuis en om half zes viel ik in slaap, omdat ik alsmaar dacht aan de verjaardag van Leon. Knappe Leon. Ik vroeg me af waarom ik hem eigenlijk leuk had gevonden, en kwam tot de conclusie dat ik eigenlijk gewoon wanhopig was en op ieder persoon dat knap was kon vallen, en al helemaal als ze ook nog eens contact met me zochten. Ik had geweten dat hij iedereen kon krijgen en dat hij het er vast van zou nemen, en hoe meer ik er aan dacht hoe chagrijniger ik er van werd. Ik was niet boos, of ja, op mezelf omdat ik jongens niet goed in kon schatten. Was ik even blij dat ik nog niet deed alsof hij mijn hele leven was en dat ik niet zonder hem kon leven. En was ik even blij dat ik het gezien had, in plaats van dat hij later naar mij toe kwam en ik helemaal hoteldebotel was omdat ik vast en zeker niet mijn hoofd zou weg hebben getrokken als ik dacht dat hij me dan toch nog leuk vond, zoals meerdere mensen hadden gezegd. Ha, zaten die er even mooi naast. Sowieso kon ik er niet zo goed tegen dat bijvoorbeeld Isabel telkens deed alsof we voor elkaar bestemd waren, omdat ik het zelf niet zo zag. Ik zag hem enkel als een jongen die ik wel leuk vond, en die wel steeds leuker begon te vinden, maar verliefd kon ik het niet noemen. Was ik maar een keer verliefd, iedereen leek dat al geweest te zijn, of was het nu.
‘Wat zit je dwars?’
‘Hè?’ Verbaasd keek ik op en keek in de ogen van Benjamin, die me fronsend aankeek. Zijn ogen waren bruin, viel me op. Ik had niet eens doorgehad dat ik al bij de balie aangekomen was, waar Benjamin altijd zat te… computeren?
‘Niets,’ antwoordde ik nors.
‘Je dacht, ik kom eens gezellig naar Benjamin lopen en dan ga ik weer terug, of was je van plan hier te blijven staan, of wou je voorbij lopen of eens een praatje maken? Hoe was de verjaardag trouwens, dat was gisteren toch?’
‘Oh, ik bedoel – het zit me dwars dat ik niet weet waar ik dit boek moet laten,’ zei ik, en ik hield het boek omhoog. ‘Het lijkt niet erg eigendom te zijn van de bieb,’ mompelde ik, me schamend omdat ik hem verkeerd begrepen had. Waarom zou hij ook vragen waarom ik zo’n grafgezicht trok.
‘Oh, geef die dan maar aan mij, die wordt vast wel opgehaald, ooit.’ Ik gaf hem het boek. Ik wilde weglopen, maar toen zei hij weer iets. Ik draaide me om. ‘Hoe was die verjaardag nou?’
‘Ja… was wel grappig, op zich.’ Het was ook wel leuk, als het niet zo’n stomme afloop had gehad.
‘Je klinkt niet erg overtuigd.’
‘Oh, lang verhaal,’ zei ik. Ik haalde mijn schouders op en liep weg.

Om twaalf uur was ik klaar met werken, maar voor het eerst wenste ik dat het langer zou duren. Net toen ik mijn fiets wilde pakken, sprong Vincent van een muurtje af; ik had hem nog niet gezien. Ik rolde met mijn ogen. ‘Ohjee, je ziet er erg vermoeid uit Allein. Is het wat ik denk dat het is? Ontmaagd?’ Ik rolde nog erger met mijn ogen.
‘Donder op Vincent, en kap nou eens met dat ontmaagden. Dat jij nu iedere chick op je pad neemt.’
‘Slecht geslapen had ik niet mis, wat mankeert er?’
‘Dat jij hier staat, ik ga niet zwemmen.’
‘Ah, toe!’ smeekte hij me, terwijl hij ook zijn fiets pakte.
‘Nee, dat had ik toch gezegd.’
‘Hoe is het uitgepakt met Leon?’ vroeg hij toen.
‘Niet positief in elk geval. Hé, veel plezier met zwemmen hè!’ Ik wilde wegfietsen, maar Vincent kwam achter me aan.
‘Hoezo niet positief? Wat is er dan?’
‘Niets, hij is zo’n persoon dat zegmaar iedereen kan krijgen, goh, en neemt het daarvan. Oké, dat is best, maar dan probeert hij me ook nog te zoenen en vindt het raar als ik dat niet meer wil. En nu ben ik zo chagrijnig as hell en wil ik gewoon niets doen. En al helemaal niet zwemmen.’ Vincent keek me sip aan. Ondertussen waren we al weer bijna in onze straat aangekomen.
‘Leon moet je gewoon op zijn flikker geven, wanneer zie je hem weer?’
‘Met de examens pas, maar ik heb daar helemaal geen zin in hoor, ik vind het prima zo.’ Vincent keek me raar aan.
‘Ja, niets zeggen, ik weet dat ik raar ben. Isabel nog gesproken?’ Nu probeerde ik er om heen te draaien om het onderwerp niet op zwemmen te brengen, want ik wist wel dat hij Isabel niet had gesproken.
‘Nee,’ antwoordde hij dan ook. We fietsten achter elkaar de poort in, die naar de tuinen leidde. Ik voorop, want ik woonde een huis later.
‘Nou, ik ga maar… eten. Doei!’
‘Nee, wacht!’ riep Vincent. ‘Ga nu asjeblieft mee zwemmen! Ik wil niet alleen met die gasten…’
Ik keek hem ongeloofwaardig aan. Vincent lachte.
‘Nee, echt niet, ik wil gewoon dat je meegaat.’
‘Ooooh ben je doof of zo?! Of achterlijk? Ik houd niet van zwemmen en ik ben ook helemaal niet in de stemming om ook maar iets te doen. Ik heb ook geen zin om ook nog te gaan zwemmen met een grafkop. Een andere keer?’ Ik hoopte dat hij daar mee instemde, of eigenlijk gewoon zei dat dat niet hoefde, als ik het niet wilde.
‘Oké, ik heb het door denk ik, je wil niet zwemmen,’ mompelde hij toen, terwijl hij aan zijn stuur frummelde.
‘Ja, sorry dat ik niet echt vrolijk ben of zo, maar ik ben moe en baal en alles,’ verontschuldigde ik me, met excuses, dat wel.
‘Nee, het geeft niet,’ antwoordde hij met een schuine lach. Waarom werd hij nooit boos op me, in Godsnaam. Dat maakte weer dat ik me schuldig ging voelen en ik voelde me al niet zo prima.
‘Nou, een andere keer dan maar!’ riep hij uit, terwijl hij zijn fiets een beetje naar achteren reed zodat hij zijn eigen tuin nog in kon. ‘Ik spreek je vandaag nog, ik wip vanavond wel even langs of zo.’
‘Oké, veel plezier met zwemmen dan maar,’ zei ik, nog meer balend omdat hij blijkbaar nu verwachtte dat ik een andere keer mee ging zwemmen.

Ik besloot die avond niet uit te gaan, ook al werd ik wel drie keer uitgenodigd, en vroeg te gaan slapen. Om half tien lag ik al in bed, maar helaas werd er om tien uur op mijn raam geklopt: Vincent deelde me even mee dat hij niet was vergeten dat ik nog een keer mee zou gaan en dat hij weer snel wegging omdat hij een biertje ging doen in de stamkroeg. Ik heb maar niet verteld dat Isabel daar ook te vinden zou vanavond, daar zou hij vanzelf wel achterkomen. Zondag sliep ik uit tot een uur of twaalf, maar verder was de dag bijzonder saai. Ik had wat ik moest leren voor de examens op een stapel gelegd, antwoordde op de vragen van mijn ouders over of de verjaardag leuk was geweest en waarom ik bijna niets zei (‘Nogal moe.’), omdat ik ze zaterdag bijna niet gezien had en eigenlijk alsmaar op mijn kamer rondhing en keek wat televisie.
Die maandag moest ik weer werken, net als de rest van de week en die week erna. Het werken was ik ondertussen wel gewend en ik was niet zo heel langzaam meer met sorteren van de boeken en ik heb zelfs al klanten mogen helpen, wat ik eerlijk gezegd een hele prestatie vond. In de pauze was het ook steeds vaker gezelliger dan eerst, en ook Maaike begon ik steeds aardiger te vinden. Benjamin praatte ik zo eens per dag mee, gewoon tussen het werken door – in de pauze echter nooit, want dan zat hij altijd alleen. Het viel me op dat ik de enige was met wie hij praatte. Ik wist niet wat ik van hem moest denken. De rest was makkelijk in te schatten en was wel aardig, of niet aardig, maar Benjamin… hij was wel aardig, maar ook vreemd, om één of andere reden. Hij was stil, maar zei zo af en toe ineens iets uit het niets. Niet verlegen, maar gewoon heel normaal. Daarom dacht ik dat hij gewoon niet van praten hield en daarom zijn mond gewoon dichthield. Ik had wel het idee dat ik hem het beste kende van al het personeel daar, ook al kende ik hem eigenlijk helemaal niet.
Toen begonnen de examens. Ik begon met Nederlands en Management en Organisatie, wat allebei prima te doen was, ook al liep ik met één vraag van het laatste examen vast. Na het examen kwam Leon naar me toe, zijn haar nog steeds even wild als voorheen en zijn ogen nog steeds even mooi. Ik had besloten dat ik wel over hem heen was, zover ik het zo kon noemen want er was immers helemaal niets geweest, maar voelde toch weer een optater aan mijn hart toen hij me aansprak. Vanaf zijn verjaardag had ik niets meer van hem gehoord. ‘Hoe ging het bij jou?’ vroeg hij, terwijl hij met me mee liep naar mijn kluis.
‘Ging wel oké, ik vond vraag vijftien, dacht ik, moeilijk. En bij jou?’ Hij haalde zijn schouders op.
‘Hij viel mee, want ik dacht dat hij moeilijker was, maar ik weet het niet…’ Het was even stil tussen ons en ik haalde alleen mijn tas uit mijn kluis, omdat die niet mee had gemogen, en keek op mijn telefoon of er nog iets te zien op was, wat ik altijd automatisch deed. Er was niets te zien echter. ‘Heb je je nog vermaakt met mijn verjaardag?’ vroeg hij ineens, net toen ik me afvroeg of hij nog van plan was wat te zeggen of anders weg te gaan.
‘Ja, was erg gezellig,’ glimlachte ik.
‘Oh oké, want… op het laatst deed je een beetje ongeïnteresseerd.’
‘Ik wilde net naar huis gaan toen.’
‘Dat zei je ja.’ Dat hij dat nog wist. Ik zei het echter niet, want ik wilde geen ruzie of discussie, en ook geen ongemakkelijk gesprek. Überhaupt wilde ik dit gesprek helemaal niet. Hij staarde me alleen maar aan en ik zou wensen dat hij dat niet deed.
‘Nou ja, ik was moe en wilde naar huis en eh – ik snapte eigenlijk niet zo goed wat je deed, of in elk geval niet waarom.’
‘Ik dacht eigenlijk met dat sms’en en zo, en dat... geflirt… dat het van beide kanten kwam,’ mompelde hij, bijna niet verstaanbaar.
‘Kwam het ook wel,’ mompelde ik.
‘Maar…?’ Hij keek me vragend aan, smachtend naar een antwoord leek het wel.
‘Ik houd er niet zo van als mensen zo aandringen, en dan mensen die ik met een meisje eh – ja – bezig zie, en dan iets proberen bij mij. En als ik dan zeg “nee” en het dan nog een keer proberen. En inderdaad wat je zei, dat geflirt en die sms’jes… en dan voor mijn neus met een ander meisje. Oké, dat is prima, maar ik kan er zo niet tegen als mensen dan ook nog eens denken dat ze iets bij mij moeten proberen.’
‘Ik wist niet dat je dat gezien had.’ Er klonk verbaasdheid in zijn stem door.
‘Maakt ook niet uit verder, maar daarom deed ik dus blijkbaar “ongeïnteresseerd” en ik wilde gewoon naar huis, ik vond het wel welletjes.’
’Nou, sorry dan,’ mompelde hij, blijkend beschaamd.
‘Geeft niet –’ Ik staakte mijn zin toen ik ineens Isabel zag lopen en was blij dat ik een excuus had om weg te komen. ‘Hé, maar ik zie Ies, succes met je andere examens hè!’ zei ik, en ik liep weg.
‘Jij ook!’ Ietwat haastig liep ik naar haar toe.
‘Oh mijn God, ik wilde niet naar je toe komen toen ik je zag praten met hem. Wat zei hij allemaal?’ was het eerste wat ze me zei. Ik haalde mijn schouders op.
‘Ik heb hem gezegd waarom ik volgens hem ongeïnteresseerd was op het laatste en zo, mag hij weten ook. Hij zei sorry of zo,’ zei ik en ik keek haar fronsend aan. Ze glimlachte.
‘Misschien vind hij je wel gewoon echt leuk en biedt hij daarom zijn excuses aan.’ Opnieuw haalde ik mijn schouders op. Ik had het wel weer gehad. Ik baalde van mezelf, omdat het me niets uitmaakte.
‘Maakt mij niet uit, hij is zoals al die andere jongens die ik wel eens leuk heb gevonden. Dit ging alleen ietsje verder met dat sms’en, met die andere wisten ze meestal niet eens dat ik bestond…’ Isabel lachte om mijn opmerking, wetend dat ik gelijk had. Soms zou ik willen dat ik Isabel was. Ze was bloedmooi en iedere jongen wierp zich aan haar voeten. Dat maakte dat ik me soms best ellendig voelde en nogal lelijk, maar ik gunde haar wel alles. Ze was niet voor niets mijn beste vriendin vanaf groep een. ‘Hoe ging eigenlijk je M&O?’ vroeg ik, om het op een ander onderwerp over te brengen. Ik was niet van plan me nog iets van Leon aan te trekken en ik dacht ook niet dat hij nog eens echt persoonlijk contact met me zou zoeken. Vond ik ook niet erg, dit was gewoon weer een nieuw soort hoofdstukje van mijn leven dat afgesloten was.

‘Jij praat veel met hem hè?’ Maaike wees naar Benjamin in de middagpauze, die alleen zijn brood zat op te eten, terwijl hij in een tijdschrift bladerde en af een toe een slok uit zijn flesje cola nam.
‘Nee, hoezo?’
‘Dat valt me op, ik zie jullie wel eens praten met elkaar. Verder praat niemand met hem.’ Het werd dan ook gehouden bij “wel eens” praten met elkaar, maar dat zei ik er niet bij.
Dat was me natuurlijk ook wel opgevallen. ‘Hoezo praat niemand met hem dan?’ vroeg ik op een matte toon. Het ergerde me dat ze over hem was begonnen, ik was ook niet dom. En waarom zou ze over hem praten en ze niet eens de moeite nam met hem te praten.
‘Ik vind hem raar. Hij zegt zelf ook helemaal niets, en hij werkt de hele tijd alleen. Volgens mij heeft hij niet echt een leven, en geen vrienden.’ Ik keek nog eens naar hem, maar zag werkelijk niet wat er mankeerde aan hem. Hij was een beetje vreemd, maar dat moest toch geen reden zijn hem te negeren. Benjamin las gewoon verder, sloeg af en toe een bladzijde om.
‘Je beseft je hopelijk toch wel dat hij je misschien wel kunt horen hè?’ mompelde ik. Maaike werd rood, wat erg vloekte bij haar bril.
‘Zeg nou zelf, ziet hij er uit alsof hij wel eens iets doet?’ Ze praatte zachter. Nu begon ze me te ergeren.
‘Hoe ziet iemand die nooit iets doet er uit dan?’ vroeg ik. Benjamin had het tijdschrift dichtgeslagen en at nu de rest van zijn brood op.
‘Ik vind hem gewoon raar,’ concludeerde ze, mijn vraag ontwijkend.
Ik zei er niets op terug, gewoonweg omdat ik er niets aardigs op kon verzinnen.

Terug | Auteur: Lisette