Zwarte Tranen

1.

Elk verhaal begint ergens. Waar dat ergens was bij haar, kon Raquel niet zeggen. Ze zat er al tot over haar oren in voordat ze besefte dat er überhaupt iets begonnen wás.
Later durfde ze met enige zekerheid te zeggen dat alles begon op acht mei 2009, zo rond een uur of twaalf. Dat was namelijk het moment dat haar beste vriendin, Chantal, zich zó verveelde dat ze een tijdschrift kocht bij de oude Herr Beckert van het sigaretten-en-snoepgoedwinkeltje aan de overkant.
Tokio Hotel: Op zoek naar een tweede stem, stond er in enorme zwarte letters op de voorkant, gepaard met een enorme foto van de band. Zowel Raquel als Chantal was een fan in hart en nieren, dus de twee zochten meteen de juiste pagina op en Chantal begon hardop voor te lezen.
‘De beroemde Duitse rockband Tokio Hotel is op zoek naar een aanvulling op de vier jongens! Het liefst een meisje voor de hoge noten die niet binnen het bereik van zanger Bill liggen. Honderden fans reageerden verrast, maar met enthousiasme. “We hopen dat meer jongens zullen inzien hoe goed Tokio Hotel eigenlijk is,” aldus Korena Rosenfelt.’
‘En honderden fans huilden hun ogen uit hun kop,’ mompelde Raquel. ‘Wat een nieuws!’
Chantal, die alleen dat laatste hoorde, knikte geestdriftig. ‘Het zou zó geweldig zijn als iemand die wij kenden het zo ver zou schoppen!’
Haar vriendin lachte even. ‘Ja, natuurlijk, maar de kans dat zoiets gebeurt is nul komma nul. Staat er nog meer in?’
Zonder op antwoord te wachten trok ze het tijdschrift uit Chantals handen en las hardop verder.
‘De grote vraag is natuurlijk: wie wordt de gelukkige? Niemand weet daar nog het antwoord op, zelfs Tokio Hotel niet.
“Er zullen audities worden gehouden,” vertelt producent David Jost. Zijn collega Patrick Benzner vult aan: “Meisjes uit het hele land komen naar Hamburg om hun geluk te beproeven. Ik weet zeker dat we de perfecte match zullen vinden.”
Overtuigde woorden van Herr Benzner, maar...”
Verder kwam Raquel niet: Chantal begon te gillen. Dat was niet zo’n slim plan, want ze zaten in een overvolle schoolkantine tussen honderden tafeltjes. Vrijwel al die hoofden draaiden hun kant op. Chantal merkte niets, maar gooide haar blonde haren naar achteren en keek Raquel uitgelaten aan. ‘Audities! Oh mijn god, daar moet ik zó bij zijn! Ik bedoel, ik kan best goed zingen – niet dat ik wil opscheppen – maar ik heb best goede kansen eigenlijk en ik ken ook alle teksten!’
Raquel schoot in de lach en veegde een donkere krul achter haar oor. ‘Veel plezier dan, Chan!’
Haar vriendin zakte haar vriendin een beetje in en keek haar met teleurgestelde blauwe ogen aan. ‘Ga je niet mee dan?’
Raquel schudde haar hoofd en tikte op het artikel. ‘Het is op drieëntwintig mei, mijn broertjes verjaardag. Als ik die nog een keer mis, dan vermoordt hij me.’
‘Oh...’ Chantal keek haar meelevend aan. ‘Dat is echt... Nou ja, niets aan te doen. Ik zal je elk uur bellen.’
Raquel grinnikte. ‘Doe maar niet, dan wordt mam natuurlijk laaiend. Ik wil wel weten hoe het ging, natuurlijk!’
‘Ja, ik bel je meteen als ik geweest ben!’ beloofde Chantal. Haar vergeet-me-nietjesogen schitterden plagerig toen ze er aan toe voegde: ‘Mm, als jij niet meegaat heb ik wel Bill voor mezelf natuurlijk...’
Raquel stak lachend haar tong uit naar Chantal, maar achter dat vrolijke masker schoot er een verontrustende gedachte door haar hoofd: dat meent Chantal echt... Ze wil helemaal niet dat ik meega.
Dat kon toch niet waar zijn? Raquel probeerde de gedachte van zich af te schudden, maar hij liet haar de rest van de dag niet meer los.

Drieëntwintig mei was een zaterdag en dat kwam goed uit, want Chantal en Raquel zaten midden in hun eindexamens. De blondine was net achttien geworden, haar donkerharige vriendin moest nog twee maanden wachten.
Ze woonden allebei ook nog thuis; vandaar dat Chantal toestemming moest hebben om naar de auditie te gaan, want haar ouders vonden dat ze onder hun dak ook hun regels aan moest houden. Raquel vroeg zich af waar dat over ging; Chantal was enig kind en dat leek voor haar ouders een goede reden om haar schromelijk te verwennen.
Om zes uur ’s ochtends werd Chantal wakker en schoot meteen overeind in bed, haar ogen wijd open. Wat deed ze nog onder de dekens? Vandaag was haar dag, haar grote dag, waar ze al twee weken naar uitkeek! Het was onmogelijk om weer in slaap te vallen.
Ze sprong uit bed en holde naar de douche. Vervolgens föhnde ze haar steile haren tot ze perfect droog waren en probeerde te bedenken wat voor uitstraling ze wilde vandaag.
Schattig? Twee staartjes. Nee, te kinderlijk.
Sportief? Een paardenstaart. Nee, Bill hield niet van sport.
Sexy? Opgestoken. Nee, dat wekte een verkeerde indruk.
Los dan maar. Nonchalant. Ook goed.
‘Make-up,’ mompelde ze tegen haar spiegelbeeld.
Mascara – niet te dik.
Oogschaduw – niet te donker.
Oogpotlood – niet te vinden.
Woest keerde Chantal haar toilettas om boven de wastafel en viste haar oogpotlood uit de bende. Zorgvuldig zette ze de lijntjes onder haar ogen, deed wat lipgloss op en begon haar spullen weer in te pakken.
‘Kleren,’ commandeerde ze zichzelf. ‘Die had ik misschien beter eerst kunnen doen. Nou ja, laat ook maar.’
Ze deed de kastdeur open en sprong net op tijd achteruit. Kledinglawine! Met moeite zocht ze een spijkerrokje en een shirt uit, gooide haar sokkenla leeg om de juiste tint panty – donker – te pakken en kreeg het zelfs voor elkaar om alles op de goede manier aan te krijgen. Ze wurmde oorbellen door de juiste gaatjes en klaar was Chantal. Uiterlijk dan. Van binnen stond ze op instorten.

Om half negen kwam haar moeder, Tanja, beneden en zag haar dochter op de keukentafel zitten.
‘Goedemorgen, lieverd!’ wuifde ze opgewekt en haalde een hand door haar vroeger asblonde haar. ‘Hoe gaat het?’
‘Prima,’ antwoordde Chantal zonder haar ogen van haar nagels af te wenden. Om eerlijk te zijn voelde het alsof iemand een ballon had opgeblazen in haar darmen, maar dat zei ze liever niet. Haar moeder was een schat, maar ze kon soms zo lang doorzagen over dingen.
Ze hoorde het gepiep van de magnetron en keek geërgerd op. Tanja stond in een pluizige roze kamerjas een kom havermout op te warmen. Ja zeg, ze moesten zo weg! Tanja had beloofd te rijden en Chantal was van plan om haar aan die belofte te houden.
‘Mam!’ riep Chantal dus maar en flapte er het eerste uit wat ze kon bedenken: ‘Je moet je benen scheren.’
Verwonderd keek haar moeder op. ‘O ja? Dat zal ik zo dan even doen, liefje. Je hebt gelijk, dan ben ik gisteren vergeten.’
Ho, wacht! Dat was ook niet de bedoeling. ‘Nee, mam, laat maar!’ haastte Chantal zich te zeggen. ‘Schiet nou maar gewoon op, we moeten zo gaan!’
‘We hebben nog ruim vier uur voor je daar moet zijn,’ antwoordde Tanja nuchter, terwijl ze haar kom uit de magnetron haalde. ‘Zo ver is Hamburg nou ook weer niet.’
Tot haar dochters grote frustratie ging ze rustig aan tafel zitten, trok de krant naar zich toe en verdiepte zich in het liefdesleven van Angela Merkel.

2.

De auditie vond plaats in het gebouw van Universal, de platenmaatschappij van Tokio Hotel.
Tanja zette haar dochter af voor de deur; moeilijk was het niet te vinden, want Chantal was duidelijk niet de enige. Een gestage stroom meisjes van Chantals leeftijd begaf zich naar de draaideur.
‘Goed, hier is het,’ verkondigde Tanja overbodig. ‘Vooruit maar, jongedame, maak je oude moeder trots!’
Dat was een typische alsjeblieft niet-opmerking. Chantal rolde met haar ogen en sprong uit de auto. ‘Ja hoor mam, tot vanmiddag.’
‘Krijg ik nog een zoen?’ riep Tanja haar achterna.
‘Nee, dan gaat m’n lipgloss eraf.’ Chantal gooide de autodeur dicht, wuifde haar moeder de straat uit en voegde zich bij de rij meisjes.
Haar hart bonkte in haar keel. Dit was het dan! Haar kans om Tokio Hotel van dichtbij te zien! Haar vingers klemden zich krampachtig om het hengsel van haar zwarte tasje. Daarin zat haar aanmeldingsformulier. Als ze dat kwijt zou raken, dan zou ze zichzelf iets aandoen.
Ze werd naar binnen geduwd door de meisjes om haar heen en kwam in een grote ontvangsthal. Achter de welkomstbalie zaten drie overduidelijk verveelde vrouwen met Tokio Hotelshirts aan. Chantal liep nerveus naar de middelste, die een jaar of veertig was en haar haren onnatuurlijk blond had geverfd.
‘Formulier alsjeblieft,’ zei ze ongeïnteresseerd en hield haar hand op, zonder Chantal zelfs maar even aan te kijken.
Chantal had het gevoel dat haar benen veranderd waren in doodgekookte broccoli. Al haar zelfvertrouwen, tegenover Raquel en tegenover haar ouders, leek compleet verdwenen.
Met trillende handen gaf ze het formulier aan de vrouw, die volgens haar naamplaatje Brigitta heette. Brigitta las de naam bovenaan het papier en vergeleek de foto met het levende exemplaar. Toen knikte ze, gaf Chantal haar formulier en een nummertje en gebaarde naar een deur aan de linkerkant, zonder verder nog iets te zeggen.
‘Bedankt,’ mompelde Chantal en liep naar de deur, achter een tenger meisje met twee korte roodbruine staartjes aan.
Achter de deur was een enorme zaal; het deed Chantal een beetje denken aan een enorm café. Er was in elk geval een bar met een niet onknappe, blonde barman en een heleboel formica tafeltjes met bijpassende stoelen.
Het was er bomvol. Chantal snakte naar adem en voelde haar laatste restje zelfvertrouwen langzaam verdwijnen. Al die meisjes... Blondines, brunettes, exotische roodharigen, donkere dames met sokken in hun bh en Aziatische types die eruit zagen als gedresseerde Siamese katten. Laten we hopen dat ze ook zingen als katten, dacht Chantal.
Het meisje met de staartjes ging aan een leeg tafeltje zitten. Vlug liep Chantal naar haar toe en vroeg: ‘Mag ik hierbij komen zitten?’
‘Ja hoor,’ antwoordde het meisje vriendelijk en gebaarde naar de vrije stoelen. ‘Ik ben Hannah trouwens, Hannah Fischer.’
‘Chantal Jones,’ stelde Chantal zichzelf voor en ging tegenover Hannah zitten, haar tasje tegen zich aan klemmend.
‘Die naam klinkt niet erg Duits,’ merkte die met een verlegen glimlachje op.
‘Dat klopt, mijn ouders zijn Engels. Ik woon al zeventien jaar in Berlijn, maar mijn naam verandert niet, hè.’
‘Ben je zeventien? Ik wel. Mijn verjaardag is in juni.’
‘Nee, ik ben achttien. De mijne was in april.’
‘Leuk. Feest gevierd?’
Chantal begon te vertellen over haar verjaardag. Hannah luisterde goed, stelde zelfs vragen en vertelde tussendoor ook nog een hoop over zichzelf. Geen van beiden was echt geïnteresseerd; het was gewoon een welkome afleiding.
Plotseling kwamen er twee meisjes op hen af en ploften zomaar op de andere twee stoelen. Chantal en Hannah keken verbaasd op. Wat moesten die twee nou? Stelletje onbeleefde tuttenbellen.
‘Hallo?’ zei Hannah verbaasd. ‘Wie zijn jullie?’
‘Míjn naam is Vera,’ antwoordde het meisje naast Chantal met trots in haar stem. ‘En dat is mijn tweelingzusje Danielle.’
De meisjes waren identiek aan elkaar; allebei kastanjebruine haren in modieuze, schouderlange laagjes en modderig bruine ogen. Danielle had een iets smaller gezicht, verder leken ze precies op elkaar. Zelfs hun kleren – minirokje, Tokio Hotelshirt – waren identiek.
‘Wij zijn hier voor Tom,’ zei Danielle, alsof dat alles verklaarde. ‘Hij is het leukst. Wie zijn jullie en wie vinden jullie het leukst?’
‘Bill,’ antwoordde de blonde meteen. ‘En mijn naam is Chantal.’
Hannah stelde zich verlegen voor en zei met een voorzichtig lachje: ‘Ik vind Tom ook het leukst.’
Vera en Danielle keken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan. ‘Oh jeetje, we hebben concurrentie!’ spotte Vera en lachte luid. ‘Droom vooral verder, meid. Tom is van ons.’
Gekwetst staarde Hannah naar het tafelblad, terwijl haar wangen beschaamd rood kleurden. Chantal kreeg medelijden met haar en stond kwaad op.
‘Ik wist dat Tom op Barbies viel!’ snauwde ze, zoals gewoonlijk het eerste wat er in haar opkwam eruit flappend. ‘Kom op, Hannah! Jij bent twintig Vera’s waard.’
Zei ze dat echt? Zij, Chantal, die normaal gesproken geen lovend woord over had voor vreemdelingen? Waarom nam ze het dan in godsnaam op voor een verlegen kind als Hannah? Omdat Hannah voor Tom valt, zei een pesterig stemmetje in haar achterhoofd. Geen concurrentie.
Hannah schonk haar een dankbare glimlach, die het stemmetje het zwijgen oplegde; voorzichtig glimlachte Chantal terug. Samen liepen de meisjes naar de bar, waar Chantal twee cola’s bestelde.
‘Bedankt,’ zei Hannah zacht. ‘Ze hebben wel een beetje gelijk, hoor. Tom valt niet voor iemand zoals ik.’
Daar moest Chantal niets van hebben. Ongeduldig haalde ze een spiegeltje uit haar tasje en duwde die onder Hannah’s neus. ‘Wat zie je daar?’
‘Eh... neusgaten?’
‘Nee, doos! Daar zie je Hannah Fischer, een hippe bijna-achttienjarige met een zangstem! Als Tom niet als een blok voor je valt, dan is hij nog dommer dan Gustav eruit ziet.’
Dat maakte Hannah aan het lachen en het bruinharige meisje omhelsde Chantal. ‘Je bent geweldig! Zoiets heeft nog nooit iemand tegen me gezegd!’
Dat geloof ik graag, dacht Chantal, die om heel eerlijk te zijn zelf niet geloofde wat ze gezegd had. Hannah was misschien best knap en schattig verlegen, maar Toms type? Niet echt.
Op dat moment werd er een nummer omgeroepen: ‘Twee vijf nul!’
Hannah en Chantal wierpen tegelijkertijd een blik op hun nummertje. Chantal had twee vijf twee.
‘Ho!’ riep Hannah. ‘Dat ben ik! Oh mijn god, wat moet ik doen?’ Paniekerig keek ze om zich heen.
‘Zingen!’ antwoordde Chantal en gaf haar een duwtje. ‘Vooruit! Heb zelfvertrouwen en alles komt goed. Je kunt het! Succes!’
‘Dankjewel!’ riep Hannah over haar schouder, wuifde en verdween in de menigte.
Chantal schudde haar hoofd en nam een slokje cola. Zenuwpees. Nou ja, dat was ze zelf ook, maar zij liet het niet zo zien. Hannah wel. Zenuwpees.
Een eindje verderop begon een fotomodelachtig meisje met een dikke bos donkere krullen te zingen. Heilig, dacht Chantal. Mooi nummer. Mooie stem ook.
De zenuwen vielen als een blok op haar maag. Mooie stem. Dit ging ze nooit redden. Ze kon het net zo goed opgeven, want winnen zou ze toch niet. Er waren zoveel meisjes die zoveel mooier konden zingen dan zij!
Nee! In gedachten gilde ze tegen zichzelf. Niet opgeven! Zij gaf nooit op. Oké, toegegeven, ze kon niet winnen, maar ze zou wél een goede indruk op de jongens maken. Dit was haar enige kans! En Chantal was geen Chantal als ze haar kansen niet met beide handen aangreep.

3.

Na wat leek een hele tijd kwam Hannah weer terug. Ze holde op Chantal af, nam een slok uit diens glas en fluisterde opgewonden: ‘Dat was het allerleukste wat ik óóit heb meegemaakt!’
Chantal hoefde niets te vragen, Hannah begon uit zichzelf al te vertellen. ‘Je moet door een klapdeur en dan in een kamer daarachter, daar zitten ze. Het zijn twee producenten – ik weet niet welke, volgens mij Patrick Benzner en David Jost – die je eerst vragen hoe je heet en waarom je de second vocals wil worden.’
‘Vragen ze dat?’ vroeg Chantal, lichtelijk geschrokken. Ze kon toch moeilijk zeggen dat ze Bill zo leuk vond.
‘Ja! Ik wist echt niet wat ik daarop moest zeggen, die vraag kwam onverwacht. Uiteindelijk heb ik gezegd dat ik van zingen houd en van hun muziek en dat ik een klein broertje heb dat me thuis op de zenuwen werkt, dus dat reizen geen probleem is. Daar moesten ze om lachen. Tom ook.’ Hannah keek er dolgelukkig bij.
‘De hele band zit erbij?’ Chantal wilde het honderd procent zeker weten.
‘Ja, natuurlijk. Zij moeten toch ook weten of ze ons wel willen. Volgens mij verveelden ze zich echt dood, vooral Bill leek niet zo blij. Maar ja, die moet natuurlijk ook zijn, eh, baan delen.’
‘Hm.’ Chantal wilde die informatie eigenlijk verwerken, maar dwong zichzelf om geïnteresseerd te doen en naar Hannah’s enthousiaste verhaal te luisteren. Het kwam erop neer dat het best goed ging en Hannah was tevreden.
‘Mooi zo,’ zei Chantal vaag. Ze ontdekte nummer twee vijf één, die terugkwam van haar auditie, en voelde de zenuwen weer in haar buik kriebelen. En ja: ‘Nummer twee vijf twee!’
‘Succes!’ riep Hannah nog, terwijl Chantal zich door de menigte richting de klapdeuren worstelde. Haar zenuwen bereikten een hoogtepunt. Kon ze nog wel zingen met zo’n droge keel?
Door de klapdeuren en dan een kamer erachter, hield ze zichzelf voor. Chantal concentreerde zich op haar ademhaling, maar kon niet verhinderen dat er een half ongewenste gedachte door haar hoofd schoot: ik wilde dat Raquel hier was.
Nee, nee, nee! Raquel was een schat, maar hierin ook een concurrente. Ook al zei ze altijd dat ze Bill niet zo leuk vond als Chantal, het was maar goed dat Raquel hier níet was.
Diep ademhalen, sprak Chantal zichzelf toe. Je moet er gewoon voor gáán. NU! Bijna wild stootte ze de deur open. Haar wangen waren knalrood, haar paardenstaart zat flodderig, maar nu mocht ze daar niet aan denken. Zingen moest ze, zingen!
‘Goedemiddag,’ zei een verveelde stem.
Chantal keek op en zag twee mannen van middelbare leeftijd achter een tafel vol papieren zitten. De linker leunde achterover in zijn stoel, droeg nonchalante vrijetijdskleding en had bruin haar dat dun begon te worden. Zijn collega zat strak in pak, had grijzend donker haar en zag er - naast verveeld – nogal streng uit.
‘Hallo,’ murmelde Chantal. Haar ogen flitsten onmiddellijk naar het groepje in de hoek. Wat? Geen Bill!
Tom, Georg en Gustav zaten met z’n drieën op twee banken rond een vierkant houten tafeltje. Heel veel blikjes cola, zag Chantal meteen. Hannah had gelijk: ze verveelden zich stierlijk. Maar dat deed er niet toe. Waar was Bill?
‘Ga zitten,’ zei de man die als eerst gesproken had, die met het bruine haar. Hij gebaarde naar de stoel aan Chantals kant van het bureau.
Ze ging aarzelend zitten en op hetzelfde moment vloog de deur achter haar open. Verrast keek ze om; onmiddellijk beet ze op haar lip om niet naar adem te snakken. Bill! Haar hart schoot omhoog naar haar keel. Hij zag er zo leuk uit vandaag, met z’n haar omlaag en een zwart-wit gestreept T-shirt.
De zanger glimlachte afwezig naar haar en plofte naast zijn broer. Nog meer blikjes cola balanceerden op zijn handpalmen. Hij gooide er één naar Georgs hoofd, mompelde iets en grijnsde. De andere jongens lachten ook en pikten blikjes cola tussen zijn vingers vandaan. Aan Chantal besteedden ze geen aandacht. Dat hielp niet veel op het zenuwengebied.
‘Goed dan,’ begon de bruinharige producent weer. Het klonk als een zucht. ‘Sorry hoor, maar we hebben al zoveel jongedames gehad, we worden er een beetje moe van.’
Eigen schuld, dacht Chantal. Audities hè, je had op je vingers kunnen aftellen dat het zo zou gaan. Dat zei ze maar niet hardop. Ze knikte slechts.
‘Goed. Hoe heet je?’
‘Chantal Jones.’
‘Dat klinkt niet erg Duits,’ flapte Georg eruit, terwijl de producent een aantekening maakte op zijn kladblok.
‘Is het ook niet,’ zei Chantal, nu rechtstreeks tegen de bassist met het roodbruine haar. ‘Iedereen zegt dat. Het komt doordat mijn ouders Engels zijn. We wonen al zeventien jaar in Duitsland.’
‘Ben je zeventien?’ De donkerharige producent ditmaal.
‘Nee, achttien. Mijn verjaardag was in april.’ Dat had ze ook al een miljoen keer gezegd.
‘Hm. Waarom wil je meedoen?’
‘Waarom niet?’ Het was eruit voor ze er erg in had. Stomme impulsieve muts, schold ze tegen zichzelf.
De jongens leken het echter wel grappig te vinden; ze grinnikten en Bill zei opgewekt: ‘Die reden hebben we nog niet gehad.’
‘Eens kijken of je ook kan zingen. Welk liedje wil je doen?’ De donkerharige producent, waarschijnlijk David Jost, was niet in de stemming voor grapjes.
Chantal keek hem verdwaasd aan. Was dit een normale auditie? Nu moest ze zelf een liedje kiezen. Geweldig. Had Hannah dat niet even kunnen zeggen? Misschien hád ze het ook wel gezegd, maar zij had natuurlijk niet opgelet.
‘Eh...’ Soms was spontaan zijn juist wel handig. Nu flapte ze er gewoon het eerste uit wat er in haar opkwam. ‘Beichte?’
De jongens gingen rechtop zitten. ‘Originele reden en origineel liedje,’ mompelde Tom. ‘Iedereen doet Spring Nicht of Durch den Monsun.’
Ik ben zo origineel, dacht Chantal sarcastisch. Ze schraapte haar keel en begon te zingen. Eerst zachtjes, maar steeds harder naarmate ze bij het refrein kwam en haar zelfvertrouwen nam met het woord toe.

“Es beginnt jeden Morgen
Es klingelt um Sieben
Der Wecker und ich
Bleiben erst mal schon liegen
Ich bin immer zu spät
Und im Sport zweite Wahl
Darum schreib ich „fuck you“
Auf jeder Siegerpokal

Ich will dich nur für eine Nacht…”

Bij die woorden keek ze uitdagend in Bills ogen. Hij hield niet van one night stands, maar dat gaf niet. Ze vond het ook niet erg om zijn vriendin te worden. Wie zou dat wél erg vinden? Hij was beroemd en zag er – vond zij – goed uit: wat wil een meisje nog meer?
Ze zong het halve liedje; na het refrein keek ze de producenten vragend aan. De bruinharige, Patrick Benzner, knikte en maakte weer een paar aantekeningen op zijn kladblok. Chantal kon niet lezen wat hij schreef en schoof onrustig heen en weer op haar stoel. Ze wilde zijn reactie weten, ze wilde zo graag uitgekozen worden...
‘Je mag gaan,’ deelde de ander haar mede, iets vriendelijker dan eerst. Hij glimlachte en voegde erbij: ‘Je ontvangt deze week nog bericht over je resultaten. Goed gedaan.’
‘Dank u wel,’ antwoordde Chantal en verliet de kamer. Meteen greep ze naar haar mobiel. Raquel! Ze had beloofd haar vriendin te bellen zodra de auditie voorbij was, dus dat zou ze nu maar even doen.

4.

‘En?’ vroeg Raquel vijf dagen later. ‘Al bericht?’
Chantal schudde haar hoofd en zette de koektrommel naast de theepot. Ze zaten bij Chantal thuis aan de keukentafel; Raquel had net haar nagels gelakt en schroefde haar flesje dicht. Chantal begon thee in te schenken.
‘Nog niets,’ verzuchtte ze. ‘Ik begin nu wel een beetje aan mezelf te twijfelen, hoor. Hij zei “goed gedaan”, maar...’
Op hetzelfde moment ging de deurbel.
De meisjes keken elkaar verbaasd aan. Wie belde er nou weer aan? Het was donderdag rond een uur of twee ’s middags. Lekker tijdstip. Chantal ging naar de deur, morrelde met de grendel en deed de deur open.
‘Hé, Hannah!’ riep ze verrast. ‘Wat leuk om je te zien, hoe is ’t? Kom binnen! Wil je thee?’
Hannah? Wie is Hannah? dacht Raquel bij zichzelf. Chantal kwam weer binnen, breed glimlachend, achter haar een tenger meisje met vlotte korte staartjes en een rond, schattig gezicht. Ze droeg een spijkerrokje en een kort donkerblauw vestje over een lichter blauw topje. Om haar schouder hing een lentegroene tas.
‘Oh, hoi,’ zei ze verlegen, toen ze Raquel zag zitten. ‘Ik ben Hannah. Ik was ook bij de auditie.’
Raquel glimlachte. ‘Mijn naam is Raquel,’ antwoordde ze, onbedoeld met haar zangerige accent. ‘Ik pak wel nog een kopje.’
Ze sprong op en haalde een knalgeel kopje uit de kast, dat ze voor Hannah neerzette. Een tijdlang zaten ze rustig met elkaar te praten, thee drinkend en koekjes etend, totdat Hannah met een mysterieus gezicht haar kopje op tafel neerzette.
‘Ik heb nieuws,’ zei ze dramatisch en haalde een brief uit haar tas. ‘Van Universal! Je raadt het nooit, maar... ik ben door.’
Even bleef het doodstil. Raquel en Chantal staarden naar Hannah alsof er plotseling bloemkool uit haar oren groeide. Toen begonnen ze alledrie tegelijk te gillen. Chantal viel Hannah om de hals, Raquel barstte in lachen uit en Hannah grijnsde trots, overduidelijk genietend van hun reactie.
In haar achterhoofd voelde Chantal jaloezie opkomen; Hannah was al door en zij had nog niet eens bericht. Nu had ze al helemaal geen kans meer.
De brievenbus klapperde. Hannah, die net uitvoerig over haar brief wilde vertellen, bleef met haar mond open zitten. Chantal sprong snel op en ging de post halen. Niet veel bijzonders; een ansichtkaart van tante Monica uit Parijs, een brief voor Tanja en... een brief met het logo van Universal.
Heel even voelde ze een doffe blijdschap, omdat de brief dan eindelijk gekomen was, maar dat werd snel vervangen door irritatie. Waarom moest nou zowel Raquel als Hannah bij deze nederlaag zijn? Het was niet eerlijk.
Ze slofte terug naar de woonkamer, gooide de andere twee brieven op het kastje naast de sofa en zei: ‘Ook van Universal. Voorspelling: dank je voor je deelname, maar je ligt eruit.’
Raquel en Hannah zwegen. Daar was Chantal hen dankbaar voor, want dat troostende gezwam moest ze niet hebben. Ze plofte naast Raquel en opende de brief. Vlug liet ze haar ogen over de inhoud glijden, voordat ze met trillende stem voor begon te lezen.

Beste juffrouw Jones,

Met genoegen delen wij u mede dat u één van de drie deelnemers bent die door zijn gegaan naar de volgende en laatste ronde. Gefeliciteerd!
Samen met de twee andere jongedames wordt u over vijf dagen verwacht bij Universal, voor verdere kennismaking met de jongens zelf. Dit is om na te gaan of uw karakter goed bij hen past; vandaar ook dat wij u uitnodigen één goede vriendin mee te nemen, die de jongens – mocht u gekozen worden – daarna natuurlijk vaak zullen zien.

Met vriendelijke groet,

Patrick Benzner
David Jost
Peter Hoffman
Dave Roth

Opnieuw doodse, doodse stilte. Ergens op de achtergrond tikte een klok. Een auto raasde voorbij. Chantal hoorde het niet. Ze staarde naar Raquel. Vervolgens gingen haar ogen naar Hannah. Die staarde net zo verbaasd terug. Het volgende moment slaakte Chantal een keiharde kreet: ‘WÁT? Dat is niet waar!’
‘Knuffel!’ riep Hannah enthousiast en de drie doken over tafel om elkaar te omhelzen. Kopjes thee rinkelden, maar gelukkig ging alles goed.
Lachend veegde Raquel haar warrige krullen uit haar gezicht. ‘En wie nemen jullie mee?’
‘Jou natuurlijk!’ gilden ze tegelijkertijd.
‘Wie anders?’ voegde Hannah erbij. ‘Mijn beste vriendin zit in Amerika.’
‘Cool!’ zei Raquel opgewekt. ‘Dan gaan we met z’n drieën.’
Pas later bedacht Chantal dat het misschien niet zo handig was om Raquel mee te nemen. Wie brengt er nou weer concurrentie mee? Op hetzelfde moment vroeg Raquel zich af of ze wel wilde gaan. Ze had de blik in Chantals ogen gezien; dit kon toch onmogelijk leuk zijn, nu of op de lange termijn. Toch wist ze dat ze in elk geval Hannah niet teleur kon stellen. Bovendien... Zíj was ook een megafan van Tokio Hotel en welke fan laat een ontmoeting met haar idolen nou liggen?

Vijf dagen later stapten Raquel, Hannah en Chantal uit de Toyota van Hannah’s vader. Op de stoep voor het gebouw van Universal stonden nog twee meisjes, een porseleinkleurige roodharige en een al net zo bleke blondine. Ze praatten zachtjes met elkaar, maar keken op toen de andere drie op hen af kwamen.
‘Hoi,’ zei Chantal opgewekt. ‘Ook voor de jongens?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde het roodharige meisje koeltjes. ‘Mijn naam is Eline, trouwens. Dit is mijn beste vriendin, Charlotte.’
Chantal stelde haar groepje voor. Eline knikte en zei toen, enigszins uit de hoogte: ‘Je mocht maar één vriendin meenemen, hè.’
‘Heb ik ook gedaan.’ Chantal gebaarde vaag naar Hannah. ‘Zij is de derde genomineerde.’
Eline trok haar wenkbrauwen op en wisselde een spottende blik met haar vriendin, maar ze zei niets. Raquel snoof zachtjes. Dit zou vast een leuke dag worden, dacht ze sarcastisch. Gezellig met twee trutjes die hen recht in hun gezicht belachelijk maakten. Aan Chantals gezicht te zien dacht zij er precies zo over.
Op dat moment reed er een zwart busje de straat binnen en kwam vlak voor de meisjes tot stilstand. Ze sprongen geschrokken achteruit, maar een welbekende stem riep hen terug: ‘Goedemorgen en willkommen im Tokio Hotel. Allemaal instappen!’ Op hetzelfde moment schoof de deur open en de spreker kwam naar buiten.
Dat was Bill, natuurlijk, met zijn haar zoals gewoonlijk recht overeind. Zijn gezicht werd getooid door een typische brede grijns. Hij droeg een zwart jack op een simpele spijkerbroek en had zo te zien alleen mascara en oogpotlood op. Raquel kon het niet helpen: ze begon te glimlachen.
De andere meisjes drongen naar voren om hem te begroeten en het busje in te stappen. Chantal stond vooraan en wierp Bill een overduidelijk charmant bedoeld glimlachje toe. Raquel beet op haar wang. Ze wist dat Chantal de zanger leuk vond, maar dit was een beetje overdreven. Als hij niet nu nog niet doorhad waar ze op uit was...
Hannah stootte haar even aan toen ze langsliep. ‘Kom je? Of heb je het te druk met dromen?’
‘Geen tijd voor dromen!’ lachte Bill, die plotseling naast hen stond. ‘We hebben zóveel te doen.’ Hij gaf Raquel een knipoog en ze bloosde verlegen. Hannah giechelde, waardoor Raquels wangen nog een tintje roder werden. Vlug stapte ze het busje in en zocht Chantal op, die zich nergens van bewust was en slechts met belangstellende ogen om zich heen keek. Hannah kwam bij hen staan, maar zei niets. Bill sloot de deur en het busje trok op.
‘Beetje krapjes hier,’ merkte Eline onmiddellijk op. Ze zaten met z’n negenen achter in een bestelbusje. Inderdaad een beetje krap. Aan de muur tegenover de deur was een tafel bevestigd, met zes stoelen er omheen. Daar zaten de meisjes plus Gustav. Links van de schuifdeur waren nog twee stoelen, waar Tom en Georg vlug op neer ploften.
Bill grijnsde en ging op tafel zitten, tussen Chantal en Raquel in. Ze hielden tegelijkertijd een moment hun adem in. Hannah grinnikte, maar zag toen de nijdige blik van Chantal naar Raquel en fronste even. Miste ze soms iets? Blijkbaar, maar ze ging niet vragen wat het was. Dat leek haar niet zo’n goed idee.
‘Voor met z’n vieren is het ruim,’ zei Tom tegen Eline en voegde er met een grijns aan toe: ‘Niet ruim genoeg, helaas. Je ruikt Georg nog steeds.’
Georg gaf een klap tegen zijn zwarte pet en Bill lachte. ‘Handig om te zeggen als je naast hem zit, broertje!’
Tom haalde zijn schouders op en zette zijn pet recht. Zijn bruine ogen schitterden ondeugend. Raquel wierp een vlugge blik op Hannah, die duidelijk moeite had haar ogen van de gitarist af te houden.
Op hetzelfde moment viel er iets op zijn plaats in Raquels hoofd. Ze zat in een busje met Tokio Hotel. Was dit een droom? In elk geval was het onmogelijk! Ze zat in een busje met Tokio Hotel. Ze zat in een busje met...
Een opgewonden piepgeluid ontsnapte aan haar lippen. Iedereen keek meteen haar kant op, Bill met een half lachje op zijn gezicht. Raquel werd opnieuw knalrood en mompelde iets vaags. Ze zag Chantals lippen bewegen, maar wat er gezegd werd hoorde ze niet. Iets grappigs blijkbaar, want iedereen leek te lachen. Zij zat daar als verdoofd. In een busje met Tokio Hotel. Dit was een droom.
‘Knijp me,’ fluisterde ze tegen Hannah. Die keek verbaasd om en deed haar mond open om iets te zeggen, toen ook bij haar het kwartje viel. Meteen begon ze breed te glimlachen.
‘Onmogelijk, hè!’ antwoordde ze op fluistertoon. ‘Ik vind het ook raar... Ik bedoel, er was echt een kans van nul komma nul dat we hier serieus terecht zouden komen en kijk ons nu eens!’
‘Ik droom,’ zuchtte Raquel.
‘Geen tijd voor, dat had ik toch al gezegd?’ Bills plagerige stem kwam compleet onverwacht en Raquel keek blozend op. Recht in zijn hazelnootkleurige ogen.
Ze had het gevoel dat ze van haar sokken werd geblazen. Nog nooit eerder, in geen achttien jaar, had ze ogen gezien die zó konden schitteren als de zijne. Cliché, maar toch: het leek alsof er stukjes gevallen ster in zijn ogen twinkelden.
‘We zijn er!’ riep de chauffeur op dat moment en Raquel wendde vlug haar gezicht af, in een poging niet te laten merken hoe snel haar hart plotseling sloeg. Ze zag Chantal opnieuw kwaad kijken, wat alles er niet bepaald beter op maakte.
Plotseling wenste ze dat ze niet mee was gegaan. Het was natuurlijk over-de-top-geweldig om haar favoriete band te zien, maar was dat werkelijk al die woedende blikken van Chantal waard? Jarenlange vriendschap op het spel zetten voor de band? Zelfs al zou Chantal gekozen worden, dan zou zij, Raquel, de jongens vast niet zó vaak zien. Was het dan al die woede waard?
Eén blik op de zanger was echter genoeg. Ja. Ja, dat was het helemaal waard.

5.

Het busje stopte voor een ijzeren hek met bewakingscamera’s. Raquel was hier nog nooit eerder geweest, nogal logisch, maar ze herkende het meteen. Het appartement van Tokio Hotel.
Haar mond viel open. Dit. Was. Niet. Mogelijk. Absoluut niet mogelijk. Werktuiglijk schoten haar ogen naar Chantal, die net zo verbaasd keek als zij. Hun ogen ontmoetten elkaar. Jaloezie of vijandelijkheid waren even helemaal verdwenen. Hoe kon dat ook anders? Ze stonden op het punt het appartement van Tokio Hotel binnen te gaan!
Dus ook de studio, want die lag aan het appartement, bedacht Raquel toen. Misschien zouden ze alleen de studio zien. Dat was trouwens nog steeds onmogelijk. Het hele idee dat ze hier wáren was onmogelijk!
Niemand zei iets toen ze uitstapten. Raquel zag hoe de tweelingbroers een geamuseerd lachje wisselden, maar ook de jongens hielden hun mond. Hannah staarde slechts naar het gebouw, evenals Charlotte en Eline. Ook zij hadden het herkend.
‘Willkommen im Studio,’ grinnikte Bill, die nooit lang zijn mond kon houden. ‘Ik zei toch dat ze verbaasd zouden staan!’
‘Vind je het heel gek!’ flapte Raquel eruit en werd knalrood toen iedereen in de lach schoot. Chantal kwam net een beetje over haar verbazing heen en wierp onmiddellijk een kwade blik naar haar vriendin. Van MIJ, vormden haar lippen. Raquel keek snel weg, haar ogen verbergend achter haar volle krullen.
‘We gaan nu de studio in,’ kondigde de zanger aan, terwijl de blonde Gustav een pas uit de achterzak van zijn spijkerbroek haalde. ‘Er is een schoonmaakploeg langs geweest, maar je moet nog steeds oppassen dat je je nek niet breekt. Er liggen altijd losse plectrums en snoertjes en drumsticks. Ik weet niet wat zij met hun spullen uitvoeren, maar er ligt altijd wel wat.’
‘Tss, hij is er zo vól van dat hij alleen een microfoon nodig heeft,’ merkte Tom op, met een knipoogje naar Hannah. Het volgende moment sprong hij lachend opzij, omdat zijn broer de klep van zijn pet omlaag sloeg.
‘Hé, tweeling! Houd voor een keer eens op met elkaar plagen, we hebben gasten!’ Dat kwam van de blonde drummer, die ongeduldig bij de deur stond te wachten. Charlotte en Eline voegden zich snel bij hem, evenals Georg, de bassist. Raquel, Hannah en Chantal volgden hen naar binnen en de tweeling sloot de rij.
Ze stonden in een lange gang met vanillekleurige muren en een parketvloer. Aan weerszijden van de gang ontdekte Raquel een aantal deuren, allemaal gesloten. Ze vroeg zich af wat er zou gaan gebeuren. Hadden de jongens überhaupt zelf wel een idee? Ze zagen eruit alsof ze alles improviseerden.
‘Hierheen!’ riep Bill toen. Raquel keek op en zag dat de anderen al een eindje verderop stonden. Vlug haalde ze hen in, opnieuw blozend toen Bill haar een glimlach toewierp. Waarom lachte hij zoveel naar haar? Goed, hij lachte nu tegen iedereen, maar zijn ogen flitsten steeds weer terug naar haar. Ze durfde niet te denken wat ze wilde denken en dacht er maar helemaal niet meer over na.
‘Kantoortje, toilet, keuken,’ gebaarde Bill, terwijl ze langs de deuren liepen. ‘Allemaal niet belangrijk. Het échte interessante komt hier pas.’
Hij opende een deur aan het eind van de gang en de anderen stapten over de drempel. Ze bevonden zich nu in een vrij grote kamer, met dezelfde vanillekleurige muren en parketvloer als in de gang. In de hoek stond een drumstel, daarachter was nog een deur en verder stonden er nog een hoop gitaren. En een enorme vleugel. Charlotte wees er zwijgend naar.
Bill grinnikte. ‘Ja, die is een beetje nutteloos. Nou ja, Gustav speelt soort van piano. Maar hier worden meestal de drums opgenomen.’
‘Dus dit is eigenlijk Gustavs kamer,’ merkte Chantal op. Haar blauwe ogen schitterden.
‘Ja, als we genoeg van hem krijgen sluiten we hem hier op,’ antwoordde Georg zogenaamd serieus. Charlotte giechelde en keek hem zwijmelend aan, maar dat merkte hij niet.
‘Dat zou ik juist niet doen,’ sprak Chantal de bassist tegen. ‘Hier vermaakt hij zich dan toch, dat is niet de bedoeling als je hem opsluit. Ik zou hem in dat kantoortje vastzetten of zo.’
‘Hm, eigenlijk wel een goed idee,’ zei Tom opgewekt en Gustav wierp hem een geërgerde blik toe.
‘Wat zijn we weer aardig vandaag!’
Bill giechelde – er was echt geen ander woord voor. Raquel wendde snel haar blik af en keek naar de glanzend zwarte vleugel. Het was een mooi instrument, dat kon een kind zien. Thuis hadden ze een gewone piano, een afdankertje van haar grootmoeder uit Spanje. Die was niet eens zuiver, de stemmer was in geen jaren langs geweest. Toch speelde ze er elke dag op, want ze had natuurlijk niets anders en als ze niet oefende, zou haar lerares er niet blij mee zijn. Hoe zou het zijn om elke dag op zo’n vleugel te spelen?
De zanger zag haar kijken en vroeg: ‘Speel je?’
Ze knikte. ‘Al een jaar of twaalf. Bijna dertien, inmiddels.’
‘Wow. En jullie?’ richtte hij zich tot de andere meisjes, die tussen de gitaren stonden en om zich heen keken.
‘Contrabas,’ antwoordde Eline onmiddellijk. ‘En Charlie cello, hè?’ Ze gaf haar vriendin een por en Charlotte knikte vlug. Hannah mompelde iets over gitaar, maar Tom was de enige die dat hoorde. Hij lachte naar haar en ze werd onmiddellijk knalrood.
‘Uh... Ik heb een paar jaar piano gespeeld, maar daar ben ik al tijden vanaf,’ nam Chantal het woord. Ze keek alleen naar Bill, die tegen de muur leunde. ‘Ik ben niet zo’n instrumentenpersoon.’
‘Ha, ik ben in elk geval niet de enige die niets speelt,’ zei de zanger opgewekt. ‘Volgende kamer!’

De dag vloog voorbij en vóór Raquel doorhad wat er allemaal gebeurde, stonden ze afscheid te nemen in de hal. Ze hadden vrijwel de hele dag met de jongens in het appartement doorgebracht, pratend en cola drinkend. Zo waren ze er achter gekomen dat Eline en Charlie, zoals ze haar vriendin steeds noemde, allebei een hamster hadden die ze naar de tweeling hadden vernoemd. Of dat Gustav een zus had, Franziska, die studeerde voor schoonheidsspecialiste. Of dat Raquel naast piano ook nog harp speelde. Na Bills reactie daarop waren ze allemaal in lachen uitgebarsten. Raquel zag het nog voor zich: Bill die een verontwaardigd gezicht trok en riep: ‘Wat? Twéé instrumenten? Mag ik er eens eentje lenen?’
Raquel giechelde weer. Op dat moment haalde Bills stem haar uit haar dromen: ‘Wat sta jij te lachen?’
‘Niks,’ antwoordde ze vlug. ‘Binnenpretje.’
Hij trok op een heel Bill-achtige manier één wenkbrauw op en ze moest lachen. Op dat moment riep Chantal: ‘Hé, Raquel! Kom je?’
‘Hm,’ antwoordde Raquel vaag. Ze had het liefst ‘nee’ gezegd; ze wilde best nog wat langer blijven, ook al wist ze dat dat niet kon. Chantal keek haar dwingend aan en ze liep met tegenzin naar haar vriendin toe. Bill volgde, maar voegde zich bij zijn broer in plaats van bij de meisjes.
Charlotte en Eline stonden eerst met Georg en Gustav te praten – dat wil zeggen, Eline praatte en Charlotte staarde met koeienogen naar de bassist – maar ook zij kwamen nu naar de anderen toe. De chauffeur van het busje stond bij de deur te wachten.
Bill was zoals gewoonlijk de eerste die iets wist te zeggen. ‘Over een paar dagen kunnen jullie de resultaten verwachten,’ meldde hij vrolijk. Raquel voelde een nerveus getintel in haar maag, zelfs al was zij niet eens kandidate. Stel nou dat Chantal of Hannah... Er was grote kans dat één van haar vriendinnen gekozen werd, bedacht ze toen. Betekende dan dat zíj ook... Ze durfde het nauwelijks te denken; straks werd Eline gekozen en dan was al die hoop voor niets.
‘Jongens, ze moeten er vandoor!’ riep de chauffeur vanaf de deur. Raquel slikte een paar keer. Het was nu echt voorbij. Ze zag Hannah teleurgesteld kijken, Chantal iets wegslikken, Eline en Charlotte een zucht slaken. Zelfs de jongens leken enigszins terneergeslagen.
Ditmaal was het Chantal die als eerste een actie ondernam. ‘Nou,’ zei ze, ‘tot ziens dan maar. Of zo.’
Ze lachten allemaal en vóór Raquel het wist, kreeg ze een knuffel van de zanger. Hij rook lekker, merkte ze onwillekeurig. Heel even verborg ze haar gezicht in zijn hals, sloot haar ogen om van het moment te genieten, en toen was het alweer voorbij. Toen knuffelde hij Chantal. Alle meisjes kwamen aan de beurt. Raquel zag de andere jongens een geamuseerde blik wisselen.
‘Wie is hier nou een teddybeer,’ mompelde Gustav net iets te luid. Bill schoot in de lach en iedereen herinnerde zich één van Chantals opmerkingen: “Ik vind Gustav altijd een beetje op een teddybeer lijken. Een gespierde teddybeer, dat wel.”
‘Ik vind Bill meer een wasbeer dan een teddybeer,’ flapte Raquel eruit. Nu lagen de jongens helemaal dubbel.
‘Een wasbeer?’
‘Ja, met die zwart omrande ogen en zo... Laat maar.’ Zij hield het ook niet meer en begon te giechelen. Zelfs de chauffeur stond zachtjes te grinniken bij de deur.
Toen kruisten Raquels donkere ogen de hemelsblauwe van Chantal en schrok van wat ze zag. Hevige jaloezie vooral, hoewel Chantal een poging deed dat te verbergen onder een laagje glimlach, maar ook woede en zelfs een vleugje... Nee, dat kon niet waar zijn. Ze had het vast verkeerd gezien, hield Raquel zichzelf voor en draaide zich van Chantal af. Toch kon ze het niet van zich afzetten.
Haat.

6.

Raquel zat aan de keukentafel en las een boek. Of liever gezegd, deed een poging tot het lezen van een boek. Haar ogen bleven constant op dezelfde pagina hangen. Ze had echt geen idee wat er stond. Haar gedachten bleven maar malen.
Het was nu drie dagen geleden dat ze Tokio Hotel hadden ontmoet. Raquel was nog steeds maar half over de euforie heen; af en toe riep ze nog verbijsterd: ‘Ik heb ze in het echt gezien!’ Haar moeder werd er gek van.
Het was ook drie dagen geleden dat ze die meest verontrustende emotie had gezien in de ogen van haar beste vriendin. Hoe was het mogelijk dat Chantal zo snel, na één ontmoeting al, zo’n hekel had aan haar, aan Raquel? Ze wist wel dat Chantal meer dan dol was op de zanger, maar dit suggereerde dat er nog veel meer achter zat.
Raquel slaakte een zucht en klapte haar boek dicht. Dit had geen zin. Zo kwam ze nooit verder. Ze gooide het boek naar de andere hoek van de bank, miste grandioos en slaakte een zucht toen het ding op de grond plofte. Natuurlijk moest op dat moment haar moeder binnenkomen en een geïrriteerde opmerking maken.
‘Zeg, doe eens normaal met dat boek!’
‘Ja ja, hij gleed uit m’n handen,’ mompelde Raquel en rolde, onzichtbaar voor haar moeder, met haar ogen. Zuchtend stond ze op om het boek op te rapen. Haar moeder keek haar geërgerd aan, maar zei verder niets en verdween weer.
Raquel legde het boek op tafel en op hetzelfde moment ging de telefoon. Meteen schoot haar hart omhoog naar haar keel. Chantal? Hannah? Was er nieuws? Ze wilde het weten, ze was net zo zenuwachtig als zij.
‘Ik neem hem wel!’ riep ze naar boven, toen ze haar moeder naar de telefoon hoorde stommelen. Snel trok ze de telefoon naar zich toe, drukte op “opnemen” en zei haastig: ‘Met Raquel!’
‘Zussie!’ klonk een overbekend stemmetje door de telefoon. Heel even schoot er teleurstelling door Raquels hoofd; geen Chantal, geen Hannah, geen nieuws. Toen verscheen er echter een brede grijns op haar gezicht.
‘Jonathan! Hoe gaat het?’
‘Goed maar ik heb je oorbel gevonden die je kwijt was, die zilveren mooie dus papa zei dat ik moest bellen, hoe gaat het met jou?’ Aan de andere kant van de lijn werd er diep ingeademd na die lange zin.
Raquel schoot in de lach. Haar broertje was weer eens hyperactief. Jonathan was bijna tien jaar jonger dan zij, maar ze waren dol op elkaar. Het was lastig om elkaar te zien, want hij woonde bij hun vader in Oranienburg en zij bij hun moeder in Berlijn. Nu was Oranienburg niet heel ver van Berlijn, ongeveer twintig kilometer, maar dat was toch aardig ver fietsen en gebracht worden was een beetje onmogelijk; vooral omdat Raquels moeder sinds de scheiding vrijwel nooit meer over haar ex-echtgenoot sprak. Met tegenzin liet ze haar dochter altijd naar de verjaardagen gaan, maar zelf ging ze nooit. De enige dagen waarop ze haar zoontje nog zag, waren de dagen dat haar ex-man naar het buitenland moest voor zijn werk. Dan kwam Jonathan altijd bij zijn grote zus logeren.
‘Met mij gaat het ook goed,’ vertelde Raquel haar broertje. ‘Waar heb je die oorbel gevonden? We hebben toch goed gezocht?’
‘Jawel maar hij lag onder de bank. Kom je hem halen?’ Die vraag werd net ietsjes te onschuldig gesteld en Raquel wist al waarom haar broertje belde. Sinds zijn verjaardag had ze hem niet meer gezien, want zij was druk bezig met haar examens en hij mocht niet in zijn eentje naar Berlijn. Hij was ook pas negen. Die oorbel was gewoon een goed excuus voor haar om de bus te nemen, ook al was het een vreselijk onhandige verbinding.
Ze wierp een blik op de klok vóór ze antwoordde. ‘Ja, dat kan wel, ik heb tijd nu. Ik zeg het tegen mam en ben er over anderhalf uur, goed?’
‘Ja goed. Papa vraagt of je blijft eten?’ Jonathan klonk hoopvol en Raquel kon zich heel goed voorstellen dat hij nu met puppyoogjes naar de telefoon staarde.
‘Dat lijkt me geweldig!’ antwoordde ze eerlijk. ‘Tot zo dan, liefje.’
‘Dag zussie!’ lachte hij en hing op.
Raquel bleef even met een tevreden gezicht naar de telefoon staren; toen legde ze hem weg. Heel even flitsten haar gedachten terug naar vijf jaar geleden, toen hij nog een kleuter was en zij net op de middelbare school zat. Toen hun ouders nog bij elkaar waren. Dat was misschien wel de gelukkigste tijd van haar leven. Een gezinnetje, precies zoals het moest zijn. Door een stomme fout van haar vader was dat nu allemaal voorbij.
‘Wie was dat?’ riep haar moeder van boven. ‘Chantal?’
‘Nee, Jonathan.’ Raquel liep de trap op, zodat ze niet meer hoefde te schreeuwen, en ging verder: ‘Hij heeft de oorbel gevonden die ik kwijt was. Ik ga er nu heen en blijf eten. Goed?’
Haar moeder trok een zuinig gezicht, maar wist dat ze Raquel niet echt tegen kon houden. Haar dochter had een busabonnement en wist heel goed hoe ze het huis uit moest sluipen als iets haar verboden werd. Vroeger kreeg ze nog wel eens huisarrest, maar dan ging ze kalmpjes door het raam naar buiten, via de regenpijp. Meer dan eens had ze vanaf Chantal opgebeld om te melden dat ze een nachtje bleef logeren en de volgende dag wel terug zou komen.
‘Goed?’ herhaalde Raquel toen haar moeder niet reageerde. Ze had nu geen zin om op antwoord te wachten. Als ze de juiste bus miste, zou Jonathan voor niets het huis slopen van verveling.
‘Ja, goed,’ gaf haar moeder toe. ‘Wel op tijd terug. Vóór tienen.’
‘Tuurlijk.’ Raquel stormde al naar beneden.

Jonathan stond voor het raam op de uitkijk. Ongeduldig staarde hij naar buiten, in een poging Raquel sneller te laten lopen – ook al was ze nog niet in zicht. Of toch? Ja, dat was zijn zus, dat zwarte figuurtje! Hij sprong op, holde naar de voordeur en stoof de straat op.
Raquel schoot in de lach toen ze haar broertje op zijn Spidermansokken naar buiten zag komen. Gekke Jonathan ook, dacht ze vertederd. Het volgende moment botste hij in volle vaart tegen haar op en sloeg zijn armpjes om haar hals. Bijna vielen ze samen van de stoep, maar Raquel bewaarde nog net haar evenwicht en beantwoordde zijn enthousiaste knuffel met warmte.
Samen liepen ze terug naar het huis. Jonathan babbelde honderduit over alles wat ze gemist had. Af en toe keek hij vanonder zijn donkerbruine haren naar haar op en dan glimlachte hij zo lief dat ze hem bijna weer knuffelde. Als hij haar zo aankeek, dan smolt ze. Dan wist ze weer waarom ze zoveel om hem gaf. Kleine, gekke Jonathan, die onvoorwaardelijk van haar hield. Voor hem zou ze altijd de grote zus zijn waar hij op kon bouwen.
Hun vader stond op de drempel; Jonathan had in zijn enthousiasme de deur open laten staan. Hij glimlachte en opeens bedacht Raquel dat Jonathan ontzettend op hem leek. Datzelfde springerige haar, dezelfde grijsbruine ogen, dat glimlachje... Zij leek meer op hun moeder, dacht ze.
‘Raquel,’ werden haar gedachten onderbroken. Ze keek haar vader glimlachend aan en gaf ook hem een knuffel.
‘Hoi pap.’
‘Je oorbel ligt op tafel,’ zei hij, draaide zich om en verdween weer in huis. Even betrok haar gezicht. Ook leuk om jou te zien, dacht ze sarcastisch. Toen voelde ze Jonathan aan haar mouw trekken.
‘Kom nou, kom nou! Ik heb een nieuwe auto en ik moet naar de wc en je moet mijn dekbed zien!’
Lachend om zijn enthousiasme liet Raquel zich meetrekken en vergat haar vader onmiddellijk. Het was moeilijk om weerstand te bieden aan Jonathans vrolijkheid.

Raquel en Jonathan zaten in de woonkamer op de bank en keken televisie. Dat wil zeggen, Jonathan volgde de gebeurtenissen op het scherm geïnteresseerd en Raquel droomde voor zich uit. Af en toe drukte Jonathan zich tegen haar aan, alsof hij wilde controleren of ze er nog wel was. Dan woelde ze even door zijn bruine haar of glimlachte naar hem. Zijn ogen straalden als ze dat deed en ze wist dat hij blij was met haar aanwezigheid.
Na het eten vertrok Jonathan naar boven om de tomatensaus uit zijn haar te wassen, terwijl Raquel en haar vader voor de afwas zorgden. Een tijdje stonden ze zwijgend naast elkaar bij het aanrecht, Raquel met een theedoek en haar vader tot aan z’n ellebogen in het sop. Het enige wat ze nog hoorden was de douche boven en de borden die in de wasbak tegen elkaar tikten.
‘Hoe gaat het nu?’ verbrak Raquel de stilte. Ze zette een kopje in de kast en wierp een vragende blik op haar vader.
‘Wat? Hoe bedoel je?’ Hij keek haar afwezig aan en duwde een druipend bord in haar handen.
Met een zucht haalde ze de theedoek er overheen en verduidelijkte: ‘Gewoon, met alles. Met je werk. Met Jonathan.’
‘Prima, prima,’ antwoordde hij verstrooid. ‘Je broertje heeft een nieuw klasgenootje waar hij goed mee op kan schieten.’
‘Victor,’ zei Raquel en knikte, half lachend. ‘Dat heeft hij me verteld, ja. En Victor heeft een tweelingzusje dat erg bij Jonathan in de smaak valt, hoor ik.’
Er kwam zelfs een lachje over haar vaders lippen. ‘Ja, hij is inderdaad dol op Sofie. Maar ja, het zijn echt nog kinderen, hè.’
Het bleef weer een tijdje stil. Toen vroeg haar vader op overdreven nonchalante toon: ‘En hoe gaat het met jou? Nog leuke mensen ontmoet?’
Raquel liet bijna het bord uit haar handen glippen. ‘Pardon? Vraag je me nu echt of ik nog single ben?’
Hij lachte schaapachtig. ‘Ik ben gewoon benieuwd... Jonathan is echt nog een kind, maar jij...’
‘Geeft niet, hoor,’ zei ze lachend. ‘Ik ben inderdaad nog single. Maar ik heb wél leuke mensen ontmoet.’
Ze vertelde haar vader over de ontmoeting met Tokio Hotel, ook al verzweeg ze het gedoe met Chantal en Bill. Haar vader was iemand die zich heel erg over iets kon opwinden, zelfs al had dat ‘iets’ niet rechtstreeks iets met hem te maken. Ze wilde liever niet dat hij zich zorgen ging maken. Hij had het al moeilijk genoeg op zijn werk, waar hij zich allesbehalve op zijn gemak voelde.
‘Ze klinken als aardige jongens,’ merkte haar vader op. ‘Niet zo arrogant als je van popsterren zou denken.’
‘Rocksterren,’ verbeterde Raquel automatisch en lachte. ‘Ze zíjn ook aardig! En heel erg hyperactief.’ Ze grinnikte weer bij de herinnering.
‘Nou, nou. Dus Chantal wordt ook een rockster,’ ging haar vader verder. ‘Je zal ze dan wel vaker zien, denk je niet?’
‘Ik hoop het...’ zuchtte Raquel. ‘Maar ja, we weten niet zeker of Chantal wel gekozen is, hè. Straks is het die Eline.’
Een antwoord kreeg ze niet meer, want Jonathan stormde naar binnen. Hij sprong op haar af en schudde zijn kletsnatte haren uit in haar richting.
‘Ben ik zo schoon?’
‘Wah! Wat doe jij nou? Klein monstertje!’ Raquel greep de afwasborstel en zwaaide die in zijn richting. Lachend sprong het monstertje achteruit, de zeepspetters ontwijkend.
‘Dat wordt kieteldood voor jou!’ riep Raquel lachend en haar broertje stoof gillend van pret de keuken uit. Met een onschuldige blik richting haar vader ging Raquel er achteraan, de afwasborstel nog in haar hand, om Jonathan te straffen. Haar vader sloeg zijn ogen ten hemel en begon zuchtend de laatste borden af te drogen.

7.

Met een diepe zucht zette Raquel een streep onder aan haar blaadje. Ze onderdrukte een gaap, raapte haar papieren bij elkaar en sloop naar voren om ze in te leveren. De surveillant, haar aardrijkskundeleraar, wees zonder opkijken naar de stapel examenblaadjes op zijn bureau. Raquel legde het hare er bovenop en glipte tussen de rijen tafeltjes door, de gymzaal uit.
Eindelijk! Aardrijkskunde, haar laatste examen, was voorbij! Als alles goed ging, was ze nu helemaal klaar en zou ze haar gymnasiumdiploma halen. Over anderhalve week was ze jarig, dat was haar volgende doel. En daarna? Ze wist het nog niet. Eerst lekker luieren in de zomervakantie en vervolgens gaan studeren, maar wat precies? Er waren zoveel leuke dingen te bedenken.
Nou ja, dacht ze, terwijl ze haar jas uit haar kluisje trok. Dat zien we dan wel weer. Nu ben ik vrij! Met een brede grijns en haar handen in haar jaszakken liep ze naar buiten, naar de bushalte.
Chantal had geen aardrijkskunde, zij was gisteren voor haar laatste examen op school geweest. Natuurkunde, een vak wat dan weer niet in Raquels pakket zat. Hannah had hen verteld dat zij allang klaar was en de drie meisjes hadden vandaag afgesproken, bij Chantal thuis dit keer.
Vandaar ook dat Raquel niet de bus naar huis nam, maar de andere kant op. Chantal woonde in een andere wijk. Terwijl ze haar busabonnement liet zien aan de dikke chauffeur, dacht ze aan de afgelopen examens. Ze had nog nooit zo hard voor iets geleerd en hoopte dat ze zo geen herexamens hoefde te maken. Het zou leuk zijn om een keer een helemaal lege vakantie te hebben.
Wat zou ze doen dit jaar? Twee weken met haar moeder en twee weken met haar vader en broertje, zoals alle voorgaande jaren? Of een keer met Chantal en Hannah samen, dat zou ook best leuk zijn, bedacht ze zich. En waarheen dan? Engeland weer? Italië? Ze zou wel kijken. Nu nog even niet.
Tokio Hotel had nog niets van zich laten horen. Via Hannah wisten ze dat ook Eline nog geen bericht had gekregen, omdat de nicht van Elines vriendin Charlotte bij Hannah in de straat woonde. Dat soort nieuwtjes ging altijd snel en Hannah had het vol hoop aan Chantal en Raquel verteld.
De bus stopte bij de juiste halte en Raquel ontwaakte uit haar gedachten. Snel sprong ze naar buiten, snoof de warme lucht in en begon te lopen. Nog twee straten en ze stond bij Chantal op de stoep.
Ze liep de juiste straat in, genietend van het steeds warmer wordende weer. Op dat moment zag ze Chantal en Hannah over het tuinhekje leunen, overduidelijk wachtend op haar.
‘Hé!’ riep ze en zwaaide toen haar vriendinnen opkeken. ‘Wat staan jullie daar?’
Als antwoord zwaaiden Chantal en Hannah tegelijkertijd met een brief. Raquels mond viel open. Het zou toch niet...?
‘Van Universal!’ gilde Chantal door de straat. Aan de overkant liep een vrouw met een hondje, die verstoord opkeek en toen maar besloot haar commentaar voor zich te houden; een heel verstandig besluit, want als Chantal zenuwachtig was kon ze nog wel eens fel uit de hoek komen.
Raquel zette het op een lopen en holde naar hen toe. ‘Vooruit, maak open dan!’ spoorde ze hen aan. ‘Ik wil het weten, toe nou!’
‘Eerst naar binnen,’ zei Hannah met nerveuze stem. ‘Ik ga alvast maar liggen, want ik weet zeker dat ik, wat het antwoord ook is, flauw zal vallen.’
Zo voelde Raquel zich ook wel een beetje. Nu het eindelijk zover was, nu het bericht er was, kwam de spanning weer helemaal terug. De afgelopen paar dagen had ze zich voornamelijk op haar examens geconcentreerd, net als Chantal, en was Tokio Hotel een beetje naar de achtergrond geduwd. Maar nu...
‘Ik ga hyperventileren, ik voel het,’ piepte Hannah en ging languit op het kleed voor de televisie liggen. Raquel stapte over haar heen en plofte op de rode sofa, terwijl Chantal plaatsnam in de fauteuil naast het televisiescherm.
‘Wie maakt hem eerst open?’ vroeg Raquel toen. Hannah en Chantal keken elkaar twijfelend aan.
‘Ga jij maar,’ zei Hannah toen en gaf een duwtje tegen Chantals knie. ‘Ik wil het niet weten.’
Daar leek Chantal helemaal geen problemen mee te hebben. Gretig scheurde ze de envelop open en keerde hem om. Een opgevouwen blad papier viel op haar schoot. Ze keek haar vriendinnen nerveus aan. Raquel zat op het puntje van de bank en staarde onafgebroken naar het papier. Hannah zag een beetje groen.
Toen vouwde Chantal het blad open en liet haar ogen over de regels glijden.

Beste Chantal,

Gefeliciteerd! Vanaf nu mag jij je officieel de second vocals van Tokio Hotel noemen.

Verder kwam ze niet. Haar ogen werden enorm groot en ze staarde naar het papier met haar mond open. Raquel en Hannah begonnen tegelijkertijd met praten, maar Chantal schudde slechts haar hoofd. Als verlamd begon ze opnieuw te lezen, ditmaal hardop.

Beste Chantal,

Gefeliciteerd! Vanaf nu mag jij je officieel de second vocals van Tokio Hotel noemen. Of liever gezegd, ben jij de officiële second vocals van Tokio Hotel. We hebben liever niet dat je het van de daken schreeuwt, want dan is de hele verrassing eraf.
We hebben lang rond de tafel gezeten, maar nu is de beslissing dan eindelijk gevallen. Van de drie kandidates vonden wij jou het beste en de jongens hebben te kennen gegeven dat ze je graag mogen. Gefeliciteerd dus!
Over een week komen we langs om alles nog eens met jou en je ouders door te spreken. We zijn ons ervan bewust dat je al achttien bent, maar ervaring heeft ons geleerd dat ouders graag alles willen weten.

Tot dan!
David Jost
Patrick Benzner
Peter Hoffman
Dave Roth

Het bleef even doodstil in de kamer. Chantal staarde nog steeds naar het papier, haar vriendinnen bleven met open mond zitten. Alleen de klok tikte rustig door op de achtergrond.
Uiteindelijk was het toch Chantal die de stilte verbrak. ‘Oh – my – god,’ fluisterde ze, haast onhoorbaar. ‘Dit is toch niet mogelijk!’
De stilte brak en nu gilde ze het uit. ‘Oh mijn god!’
Raquel sprong over Hannah heen en vloog Chantal om de hals. Samen dansten ze de kamer door, terwijl Hannah de brief – die uit Chantals handen was gevallen – voor zichzelf las. Ja, het stond er inderdaad.
Met een ritselend geluid scheurde Hannah haar eigen brief open. De andere twee stopten meteen met hun overwinningsdans en lieten zich naast Hannah op het kleed zakken. Raquels mond vertrok een beetje; arme Hannah, die was nu vast vreselijk teleurgesteld.
‘Wat staat er?’ vroeg ze zachtjes. Hannah gaf haar zwijgend de brief en Raquel begon op fluistertoon voor te lezen.

Beste Hannah,

Het spijt ons dat we je dit mede moeten delen, maar er is geen andere manier. Na lang beraadslagen hebben we besloten dat je, ondanks je overduidelijke zangtalent, niet bent wat we zoeken. De jongens vonden je erg aardig, maar helaas konden we niet alledrie de meisjes selecteren.
Misschien helpt het om je te vertellen waarom we niet voor jou gekozen hebben. We hadden het idee dat je af en toe erg verlegen bent en voor een beroemdheid – want dat zou je geworden zijn – is verlegenheid een onhandige eigenschap. Je bent een mooie meid, met veel talent, maar zelfvertrouwen is belangrijk voor iemand die altijd in de spotlights staat en dat ontbrak bij jou een beetje. We weten echter zeker dat je ooit groot kan worden in deze wereld! Er zijn altijd wel mensen op zoek naar zangeressen met jouw talent.

Veel succes,
David Jost
Patrick Benzner
Peter Hoffman
Dave Roth

‘Ach Hannah…’ Raquel sloeg troostend haar arm om Hannah’s schouders en gaf haar een welgemeende knuffel.
‘Nou ja,’ zei Hannah met een raar hoog stemmetje. ‘Ik had het eigenlijk wel verwacht, hoor, Chantal is meer zo’n spotlightstype, meer dan ik. Maar ja... Je hoopt er natuurlijk wel op en...’
Ze slaakte een diepe zucht en wreef in haar ogen. ‘Gefeliciteerd, Chantal, echt waar. Supergoed.’
Chantal beet op haar lip. Ze was buiten zichzelf van blijdschap, ze kon het wel uitschreeuwen, maar om dat hier recht voor Hannah’s neus te doen vond ze toch niet zo’n goed idee.
Ze stond op knappen vanbinnen. Het was ongelofelijk: zij was gekozen. Zij was gewoon de second vocals van Tokio Hotel, van haar favoriete band, van één van de beroemdste bands van Duitsland! Haar binnenste kneep samen van blijdschap en spanning toen ze daaraan dacht. Over een tijdje stond zij naast de jongens op het podium!
‘Hé,’ onderbrak Raquel haar gedachten. ‘Hannah, moet je kijken!’
Hannah, die een dappere poging deed niet in huilen uit te barsten, keek verbaasd op en zag dat Raquel de envelop had gepakt. ‘Wat is er?’ vroeg ze met gesmoorde stem.
‘Er zit nog een briefje in,’ antwoordde Raquel, duidelijk verbaasd. ‘Handgeschreven en geadresseerd aan jou.’
Ze viste het briefje uit de envelop en overhandigde hem aan Hannah. Die haalde haar neus op, vouwde het papier open en wreef in haar ogen voordat ze het las. Langzaam zakte haar mond naar haar knieën.
‘Het is van Tom!’
‘Wat?’ Raquel en Chantal schoten tegelijkertijd recht overeind. ‘Van Tom?’ echoden ze op hetzelfde moment.
Hannah lachte zelfs weer en er ontstonden blosjes op haar wangen. Haar ogen schitterden. Alsof ze al weer vergeten was dat ze verloren had, dacht Raquel met een glimlach. Waarom Tom een briefje had geschreven, kon zij alleen maar raden, maar het was in elk geval lief van hem.
‘Wat staat er?’ vroeg Chantal en probeerde het briefje tussen Hannah’s vingers vandaan te plukken. Het meisje sprong echter overeind, drukte het papier tegen zich aan en stak haar tong uit.
‘Mijn geheim!’
‘Ah, toe nou!’ Chantal trok een smekend gezicht, maar Hannah gaf niet toe. Ze maakte een vreemd dansje door de kamer en zong: ‘Tom, Tom, Tom!’
Vervolgens plofte ze op de bank en verzuchtte: ‘Hij is zo lief, hè!’
Raquel en Chantal wisselden een geamuseerde blik. Hannah had het zo te zien flink te pakken. Nou ja, dacht Raquel, hij had in elk geval aan haar gedacht. Of zou hij Eline ook zo’n briefje gestuurd hebben? Dat leek haar echt iets voor Tom.
‘Oh, Chantal!’ riep Hannah plotseling en schoot weer overeind, alsof ze zich iets herinnerde. ‘Je hebt gewonnen!’
Even bleef het weer doodstil. Chantal staarde met grote blauwe ogen naar haar vriendinnen. Toen barstte ze in lachen uit en slaakte een juichkreet. ‘Ik heb gewonnen, ik heb gewonnen!’
Zelfs Hannah’s lach klonk vrolijk en uitgelaten. Raquel was Tom plotseling ontzettend dankbaar; ze wist niet of hij het om die reden had gedaan, maar van mogelijke vijandigheid tussen Hannah en Chantal leek nu geen sprake meer. De twee meisjes maakten een indianendans rond de bank en vielen toen slap van het lachen in een hoopje op de grond, terwijl Hannah Toms briefje stevig in haar hand geklemd hield.
‘Groepsknuffel!’ lachte Raquel en stortte zich er bovenop. Haar vriendinnen gilden uitgelaten, maar daar trok ze zich niets van aan. Euforie heerste; Raquel kon zich niet herinneren ooit zo gelukkig te zijn geweest.

8.

Het was doodstil in het appartement naast de studio. Vier jongens lagen te slapen, allemaal in hun eigen kamer, terwijl de klok rustig doortikte. Het was bijna half negen. De jongens merkten niets van de voorbijgaande tijd, maar droomden hun eigen wereldje bijeen en begroeven hun gezichten in hun kussen.
Om kwart voor negen liet de eerste zich uit zijn bed glijden. Gustav, die altijd als eerste opstond. Hij nam een snelle douche om de slaap uit zijn ogen te drijven en kleedde zich op topsnelheid aan. Vervolgens wreef hij nog eens goed met de handdoek door zijn korte blonde haar, wierp die vervolgens in de wasmand en ging koffiezetten.
Een minuut of tien later volgde Georg. Hij deed er iets langer over om zich klaar te maken, omdat hij zijn haar eerst moest stijlen. Daarna kleedde ook hij zich aan, trok een raar gezicht naar zijn spiegelbeeld en liep naar de keuken. Gustav zat kalm aan tafel met zijn koffie en at een tosti boven de krant.
‘Ook goedemorgen,’ bromden ze tegen elkaar. Georg trok de koelkast open en haalde er een pak tomatensap uit, het enige wat hij dronk ’s ochtends.
‘Tweeling nog niet wakker?’ informeerde hij, terwijl hij een glas volschonk met het rode vergif, zoals zijn medebandleden het altijd noemden.
‘Natuurlijk niet,’ zei Gustav. Hij stond op, zette zijn bord op het aanrecht en rekte zich uit. ‘Moet ik ze wakker maken dan?’
‘Neuh.’ Georg maakte een ongeïnteresseerd gebaar en goot zijn tomatensap zijn keelgat in. Gustav trok een vies gezicht, maar zei niets. Hij liet zich in de woonkamer op de bank zakken en zette de televisie aan. Een vierkant geel ventje praatte tegen een miauwende slak.
‘Eigenlijk moet ik nou Bill gaan wekken,’ zei hij hardop. ‘Anders mist hij Spongebob, de arme jongen.’
Georg grinnikte, terwijl hij naast Gus op de bank neerplofte met een tweede tosti. ‘Hij heeft al zo’n ochtendhumeur, het wordt echt niet beter als je hem wekt met de mededeling dat hij Spongebob mist.’
‘Spongebob?’ zei een derde stem. Het was Tom, die met slaapoogjes op de drempel stond. Hij was gedoucht en aangekleed, maar staarde hen nog steeds duf aan en gaapte.
‘Mond dicht, het tocht,’ zei Gus en gooide een rondslingerende plectrum naar Toms hoofd. ‘Ja, Spongebob.’
‘Ach gossie, Bill slaapt nog,’ murmelde Tom met een mislukte, slaperige grijns en slofte naar de keuken. Gus en Georg keken elkaar aan en schoten in de lach. Dat was zo typisch Tom in de vroege ochtend.
Om vijf over negen was Bill nóg niet uit bed. Tom had de slaap uit zijn systeem verdreven en hing in een stoel, met zijn benen over de ene armleuning en zijn hoofd over de andere. Zijn dreadlocks reikten bijna tot de vloer. Georg en Gustav staarden nog steeds naar de televisie.
‘Wie gaat het ochtendhumeur ontketenen?’ vroeg Georg uiteindelijk. ‘Ik heb me gisteren bijna laten vermoorden, nou is het jullie beurt.’
Het bleef even stil. Tom keek heel nonchalant de andere kant op en speelde met de klep van zijn pet, terwijl Georg eens flink gaapte en de televisie op een andere zender zette.
‘Ik ga wel,’ zuchtte Gustav toen. ‘Stelletje watjes. Het is Bill maar.’
Hij stond op, sloeg in het voorbijgaan met de afstandsbediening op Toms pet en liep de gang op. Bills kamer was de allerlaatste deur, behangen met een poster van Tokio Hotel zelf. De anderen hadden hun deuren behangen met posters van andere bands, hun favoriete bands. Metallica bij Gustav, Oasis bij Georg en een vaag hiphopbandje waarvan zelfs Tom de naam niet wist, bij de gitarist.
Zonder kloppen duwde Gustav de deur open en liet zijn ogen wennen aan de duisternis in de kamer. Na een tijdje kon hij de contouren van Bills hemelbed onderscheiden, plus de zwarte haren op het witte kussen. Bill had zich opgerold onder zijn dekens, als een kat, en zijn ene arm onder zijn hoofd geschoven. De ander lag losjes over zijn benen. Zijn mond stond een stukje open en hij ademde regelmatig in en uit. Diep in slaap.
Gustav had geen medelijden met de zanger. Hij trok de rood met zwarte gordijnen open, knipte het bedlampje aan en brulde: ‘OPSTAAN!’
Ieder ander was recht overeind geschoten en had hem de huid vol gescholden. Niet Bill. Hij schoof simpelweg nog ietsjes dieper onder de dekens, murmelde iets en sliep verder.
‘Heel schattig,’ zei Gustav sarcastisch en trok de dekens van de ander af. ‘Opstaan, meneertje, het is al negen uur.’
Bill opende zijn ogen en wierp hem een dodelijke blik toe. ‘Al negen uur? Rot op, ik wil slapen.’
‘Je hebt lang genoeg geslapen,’ vond Gustav. Hij gooide de dekens terug op het bed, maar bleef wel staan om er zeker van te zijn dat Bill niet nog een keer in slaap viel. Met zijn armen over elkaar wachtte hij af. Bill bleef kalm liggen, begroef zijn gezicht in de dekens en slaakte een zucht.
‘Ik kom al,’ mompelde hij gesmoord. ‘Rot nou gewoon op.’
‘Ja ja, en dan rustig weer gaan slapen zeker. Daar trap ik niet in.’ Gustav keek de zanger streng aan.
‘Jammer,’ zuchtte Bill en richtte zich op. Zijn haren stonden alle kanten op, maar niet op de manier die hij wilde. Hij had een oud Donald Duck T-shirt van Tom aan, dat hem veel te groot was, en zijn boxer natuurlijk.
‘Een beetje opschieten graag!’ Gustav was normaal gesproken het geduld zelve, maar niet als het op Bill en opstaan aankwam.
‘Ik schiet op,’ murmelde Bill en plofte weer terug in de kussens. ‘Ga nou maar gewoon televisiekijken of zo.’
Er ontsnapte een lachje uit Gustavs mond. ‘Over televisie gesproken... Je hebt je gele vriendje al gemist.’
Bonk. Bill was uit bed gerold. ‘Oh nee hè,’ zuchtte hij dramatisch en graaide met zijn handen door zijn haar. ‘Arme Spongebob, wat zal hij me gemist hebben.’ Hij trok een gezicht en zette een hand op Gustavs tenen. ‘Ik ga douchen, rot op.’
Met een tevreden gezicht verliet Gustav de kamer. Hij had Bill binnen tien minuten uit bed gekregen. Een nieuw record.

Bill mocht dan wel ‘snel’ uit bed gekomen zijn, het duurde nog eens een uur voor hij ook daadwerkelijk verscheen. Met zijn haren perfect gestyled en ditmaal naar links en rechts gezet, zijn make-up rond zijn ogen en de juiste kleding aan zijn lijf, kwam hij de woonkamer binnen.
‘Hè hè!’ riepen de andere drie tegelijkertijd. Hij stak zijn tong naar hen uit en ging in één keer door naar de keuken. Ze hoorden hem rommelen met de keukenkastjes, de koelkastdeur die een keer openging en vervolgens kwam de geur van geroosterd brood de woonkamer binnendrijven.
De andere drie snoven verlekkerd. Ze zaten duidelijk te twijfelen of ze Bill zijn ontbijt afhandig zouden maken, maar de beslissing werd hen uit handen genomen. Een telefoon ging.
‘Mijn mobiel!’ riep Tom, toen de anderen al in hun zakken op zoek gingen naar hun eigen telefoontje. De gitarist viste zijn hightech mobiel uit zijn veel te grote broek, drukte op het groene knopje en begroette degene aan de andere kant met een opgewekt ‘Hé David!’
David Jost was producent en manager van Tokio Hotel; hoewel de band ontdekt was door Peter Hoffman, waren ze al snel onder de hoede van David beland en daar vonden ze het wel best. Officieel hadden ze vier producenten, maar met David gingen ze het meeste om. Hij was ook het aardigst en kon goed met de jongens opschieten, ook al riep hij af en toe dat hij zich net een crècheleider voelde.
Tom praatte in zijn telefoon, Georg en Gustav vroegen zich af waar het over ging en Bill zat bovenop de keukentafel droge toast te eten. Een normale zaterdagochtend in het appartement boven de studio.

Op het moment dat Bill de woonkamer weer binnenkwam, legde Tom zijn telefoon opzij.
‘David komt ons zo ophalen,’ kondigde hij aan. ‘We gaan naar Chantal. Haar ouders ontmoeten en zo.’ Hij draaide zich naar Bill en voegde er grijnzend bij: ‘Volgens mij komen haar vriendinnen ook. Hannah en... Raquel.’
Bill werd knalrood en begon aan zijn wenkbrauwpiercing te frummelen. Tom, Georg en Gustav keken elkaar grijnzend aan. Ze hadden een zwakke plek gevonden. De tijd die nog over was tot David kwam, brachten ze door met Bill plagen. Eerst probeerde hij hen het zwijgen op te leggen, maar toen dat niet lukte ging hij in een hoekje zitten mokken.
‘Houd jij je nou maar met Hannah bezig,’ zei Georg toen tegen Tom. ‘Ze was zo duidelijk dol op je.’
‘Iedereen is dol op mij,’ antwoordde Tom en wiebelde met zijn wenkbrauwen. ‘Maak je geen zorgen, ik zal lief zijn.’
‘Jij, lief? Laat me niet lachen!’ riep Bill vanuit zijn hoekje. ‘Misschien moet ik die arme Hannah maar even voor mijn broertje waarschuwen.’
‘Broertje? Wie is hier nou de jongste?’ lachte Tom terug. Dit was nog een manier om Bill op de kast te krijgen: hem er constant aan herinneren dat Tom eigenlijk ouder was dan hij.
‘Tien minuutjes maar!’ gilde zijn tweelingbroer en sprong overeind. Op hetzelfde moment ging de deurbel en een gniffelende Gustav ging opendoen. David, zoals verwacht. Even later zaten ze met z’n allen achter in het busje, op weg naar Chantal. De tweeling was nog niet opgehouden met bekvechten, maar daar was iedereen aan gewend en ze besteedden er geen aandacht aan.

9.

Hannah stond voor de spiegel en trok een scheef gezicht naar zichzelf. Ze had een hekel aan haar spiegelbeeld. Haar schouderlange bruine haren, haar saaie grijze ogen, haar gezicht dat zo gewoontjes was dat het bijna pijn deed. In vergelijking met Chantal of Raquel was ze zo... kansloos.
Ze zuchtte en draaide zich van de spiegel af. Het had geen zin om te blijven piekeren. Vandaag zou ze samen met Raquel naar Chantal gaan, vandaag mocht ze niet piekeren. Bovendien had ze alle reden om vrolijk te zijn: Tokio Hotel kwam! En dat betekende ook Tom.
Zijn briefje lag onder haar kussen. Ondertussen kende ze de tekst uit haar hoofd, maar dat was ook niet zo moeilijk. Slechts vijf regeltjes en zijn naam. Ze zuchtte weer toen ze aan zijn lieve woorden dacht.
‘Hánnáh!’ riep iemand van beneden. Haar moeder natuurlijk, die was vrijwel altijd thuis. ‘Er is iemand aan de deur voor je! Ene Raquel!’
Raquel? En zij stond in een handdoek gewikkeld voor de spiegel, haar haren nog nat van de douche. Snel schoot Hannah in haar ondergoed, de eerste de beste spijkerbroek die ze kon vinden en een T-shirt. Vervolgens wreef ze even met de handdoek door haar haren en stormde de trap af om Raquel te begroeten.
Die zag er, zoals gewoonlijk, uit als een stralende schaduw. Haar zwarte krullen hingen perfect om haar gezichtje, donkere make-up legde de nadruk op haar chocoladebruine ogen en ze ging nonchalant gekleed in spijkerbroek en donkergrijs shirtje.
‘Goedemorgen!’ Raquel was de vrolijkheid zelf en gaf Hannah een knuffel. ‘Druk bezig met aankleden, zo te zien.’
‘Ja... Ik weet niet wat ik aan moet,’ gaf Hannah toe, terwijl ze Raquel meenam naar boven. ‘Moet je kijken.’
Haar kamer was een ontplofte bende, zoals bijna elke tienerkamer. Kleren lagen overal, letterlijk overal. Zelfs bovenop de kast, in de la met oude schoolspullen en over de standaard van haar gitaar. Raquel sprong lichtvoetig over een stapel schoenen, schoof een hoop kleren van Hannah’s bureaustoel en nam plaats. Hannah bleef in de deuropening staan.
‘Wat was je van plan om aan te trekken?’ vroeg Raquel opgewekt.
‘Iets van dit...’ Hannah maakte een vaag gebaar door haar kamer en slaakte een diepe zucht. ‘Ik zie er toch niet uit, dus eigenlijk kan alles wel.’
Raquel staarde haar met open mond aan. ‘Wat zeg jij nou weer? Waarom denk je dat?’
‘Het is toch zo,’ zuchtte Hannah, terwijl ze met haar rug tegen de spiegel aan ging zitten. Dat was het enige nog lege plekje in haar kamer. ‘Als ik naast jou of Chantal sta, ziet niemand me meer.’
‘Dat is niet waar,’ wierp Raquel tegen, een frons op haar voorhoofd. ‘Goed, jouw haar is korter dan het mijne en jouw ogen zijn niet zo blauw als die van Chantal, maar dat geeft toch niets? Jij hebt je eigen schoonheid.’
Hannah werd knalrood, maar schudde toch haar hoofd. Heimelijk vond ze Raquels woorden heerlijk, maar veel geloofde ze er niet van. Zij en schoonheid? Haar moeder, díe was een schoonheid!
Mevrouw Fischer had meegedaan aan de Miss Deutschlandverkiezingen toen ze nog niet getrouwd was. Oké, ze had niet gewonnen, maar alleen al het feit dat ze goed genoeg was om eraan mee te doen zei wel wat over haar uiterlijk. En dan had ze zo’n teleurstellende dochter gekregen.
‘Luister eens,’ zei Raquel en ging naast Hannah op de grond zitten. ‘Denk je nou echt dat Tom jou persoonlijk zo’n briefje had geschreven, als hij je niet knap had gevonden? Ik bedoel, we hebben het hier wel over Tom.’
Hannah liet een schaapachtig glimlachje zien. ‘Ja, daar heb je wel gelijk in. Denk je echt dat hij me knap vindt?’
‘Tuurlijk,’ zei Raquel, zo overtuigd van haar gelijk dat zelfs Hannah moeite had om aan haar woorden te twijfelen. ‘En nu,’ ging Raquel opgewekt verder, ‘moet jij je eens gaan aankleden, anders stuur ik je zo naar Chantal.’
‘Nee!’ riep Hannah geschokt. Toen zag ze Raquels grijns en schudde zogenaamd geërgerd haar hoofd. ‘Je bezorgde me bijna een hartaanval, doe dat nóóit meer!’
‘IJdeltuit,’ grinnikte Raquel.
‘Alsof jij er niet goed uit wil zien voor de jongens!’ kaatste Hannah terug, terwijl ze een groen topje uit de bende viste. Tot haar genoegen zag ze Raquel blozen en begon te lachen. ‘Zie je wel!’
‘Jaja, kleed je nou maar aan!’ riep Raquel vlug en deed of ze het plotseling erg druk had met haar spiegelbeeld. Grijnzend begon Hannah in de kledingberg te graven. Voor wiens charmes zou Raquel gevallen zijn? De zanger natuurlijk, gaf ze zichzelf antwoord. Ze waren ook wel types voor elkaar. Dat kon nog leuk worden...

Drie meisjes hingen op de bank bij Chantal thuis. Gelukkig had de blondine een aardig groot huis, want zo meteen moest ze ook nog eens de vier jongens plus David en Chantals ouders in dezelfde kamer proppen. Nou ja, ze was niet van plan om met de jongens in de woonkamer te blijven zitten. Haar eigen kamer was een stuk interessanter.
Hannah was uiteindelijk toch voor een rokje en shirtje gegaan, een eenvoudige combinatie die haar goed stond. Chantal droeg een jurkje op een legging en Raquel, zoals gezegd, gewoon een spijkerbroek. Ze zagen er alledrie op hun eigen manier goed uit, maar de nerveuze blikken over en weer maakten duidelijk dat ze daar niet echt aan dachten.
De bel ging. Alledrie schoten ze overeind en keken elkaar paniekerig aan. Wie zou de deur open gaan doen? Gelukkig hoorden ze de voetstappen van Chantals moeder in de gang, de deur die even daarna openging en Tanja’s stem: ‘Ah, meneer Jost! En natuurlijk, ja... Kom toch vooral binnen.’
‘Oprotten!’ siste Chantal tegen haar vriendinnen en duwde hen van de bank. Ze hadden afgesproken dat zij aan tafel zouden gaan zitten, bij de theepot, zodat de gasten de comfortabele sofa konden nemen.
Ze zaten juist op de goede plek toen de vijf gasten achter Tanja aan naar binnen stapten, met Chantals vader achteraan. De jongens trokken zoals gewoonlijk alle aandacht naar zich toe, ook al hielden ze allevier hun mond. Vooral de tweeling werd aangestaard; zelfs al hing Chantals kamer vol met posters, haar ouders waren nog steeds niet gewend aan de make-up en de dreadlocks.
‘Ga toch vooral zitten,’ zei Tanja en wapperde met haar handen naar de bank en fauteuils. ‘Thee of cola?’
‘Cola,’ zeiden ze allevier tegelijk en lachten vriendelijk. Gustav en Georg ploften in de twee fauteuils, de tweeling op de bank.
‘Kussens!’ zei Bill plotseling en trok er één achter zijn rug vandaan. Met een onschuldig gezicht draaide hij zich naar Chantals vader en vroeg: ‘Mag ik?’
De man keek hem vaag aan en ook de meisjes hadden geen idee waar de zanger heen wilde. Chantals vader haalde zijn schouders op. ‘Eh... ja?’
Het kussen raakte een nietsvermoedende Gustav recht in zijn gezicht. Zijn ogen werden groot van verbazing, terwijl de anderen allemaal in lachen uitbarstten. Bill zag er zelfingenomen uit en leunde achterover.
‘Waar was dát goed voor?’ vroeg de drummer verontwaardigd en smeet het kussen terug. Jammer voor hem was Bill daarop voorbereid, dook opzij en stak pesterig zijn tong naar hem uit.
‘Vanwege je wrede wekkerimitatie vanochtend, daarom!’
Tanja kwam terug met vier glazen cola en vond de hele bende, zelfs haar man en David Jost, in de kreukels van het lachen. Alleen Gustav zat nogal schaapachtig bij en haalde een hand door zijn korte blonde haar. Hij had moeten weten dat Bill overal toe in staat was, zelfs in het huis van een ander. Vooral als het om wekkerimitaties ging.
Chantal was echter niet van plan om nog veel langer in de woonkamer te blijven, ze wilde naar boven. Ze wachtte tot de jongens hun glazen leeg hadden en sprong toen overeind. ‘Willen jullie het huis zien?’
‘Tuurlijk,’ antwoordden de vier tegelijkertijd. David rolde even met zijn ogen, maar praatte toen rustig verder met Chantals vader.
Met haar vriendinnen en de jongens achter zich aan liep Chantal naar de gang. ‘Voor als je naar de plee moet, die is daar,’ wees ze. Toen stuurde ze de jongens met een grijns de trap op. De tweeling ging voorop, hun voeten roffelend op de treden. Ze waren elkaar duidelijk aan het plagen, Chantal kon hen horen lachen.
Samen met Raquel leidde ze de jongens rond door het huis. Dit was bijna Raquels tweede woning, dus zij kende de kamers net zo goed als Chantal. Tom had zich heel subtiel bij Hannah gevoegd; terwijl de anderen het uitzicht bewonderden, stonden zij opvallend dicht bij elkaar en Hannah leek maar niet in staat haar ogen van Tom los te scheuren.
Chantal zorgde ervoor dat ze naast Bill terechtkwam toen ze het zich gemakkelijk maakten op haar kamer. Jammer genoeg zat Raquel aan de andere kant, maar die praatte met Gustav, die zich op de grond had laten ploffen. Georg en Tom zaten aan weerszijden van Hannah en praatten opgewekt met elkaar.
‘Mooi huis?’ richtte Chantal zich tot de zanger. Hij grinnikte en zei iets over haar uitzicht. Raquel keek heel even op toen ze hem hoorde praten. Zijn hazelnootbruine ogen boorden zich meteen in de hare en ze draaide zich snel weer om naar Gustav, die niets merkte van Raquels plotselinge blos.
Haar hart pompte het bloed met idiote snelheid door haar lichaam. Dit was niet normaal meer. Haar handen waren klam, haar wangen brandden van de blos en ze kon zich nauwelijks concentreren op wat Gustav zei. Naast haar voelde ze de warmte die Bill uitstraalde, hoorde ze zijn stem en zijn lach, rook ze de zoet/frisse geur die altijd om hem heen hing. Waarom was hij ook zo leuk?

10.

Nerveus tikte Raquel met haar lange nagels op tafel. Hoe lang nog, hoe lang moest ze nog wachten tot haar vriendinnen zouden komen? De handjes van de klok wezen op één voor twee en ze hadden om twee uur afgesproken. Meestal was Chantal vroeg.
Vanochtend om tien over zes was Raquels wekker gegaan. Zodra het bekende gepiep door de kamer had geklonken, was ze overeind geschoten met maar één gedachte in haar hoofd: Ik ben jarig. Ik ben achttien jaar.
Raquel was om tien over zes geboren en zoals elk jaar brandde ze voor zichzelf een wierookstaafje. Ze was daarmee begonnen toen ze tien was en ze zou ermee doorgaan tot ze te blind was om een staafje aan te steken. Het was haar eigen kleine ceremonie voor haar verjaardag. Waarom ze het deed, wist ze zelf niet eens meer, maar het voelde elk jaar weer als een goed begin van haar verjaardag.
De bel, was dat de bel? Ja, ze hoorde haar moeder naar beneden komen. Die had natuurlijk weer met haar laptop zitten klooien. Verjaardag of niet, Elvira bleef doorwerken. Ze had een baan bij één of ander advocatenkantoor en leek steeds meer tijd te besteden aan haar carrière. Soms had Raquel de neiging om de laptop te verstoppen, gewoon zodat ze weer eens met haar moeder kon praten. Écht praten, niet “wil je me de suikerpot even aangeven”.
‘Ik doe wel open!’ riep Raquel, voordat haar moeder de gang kon bereiken. Ze kreeg niet eens antwoord; Elvira liep alweer terug naar boven. Vanochtend had ze Raquel drie zoenen en een boekenbon gegeven. Dat was alles. Leuk hoor, voor je achttiende verjaardag.
Gelukkig stonden Chantal en Hannah voor de deur en die waren een stuk enthousiaster.
‘GEFELICITEERD!’ gilden ze tegelijkertijd, zodra Raquel de deur opendeed. Die begon te lachen en deed een stapje opzij. Chantal sprong als eerste over de drempel, liet haar tas op de grond ploffen en wierp haar armen om Raquel heen. Ze zei niets, ze omhelsde haar vriendin alleen.
Vervolgens was het Hannah’s beurt, maar ook die wist niets te zeggen. Het geknuffel zei echter genoeg en Raquels wangen gloeiden toen ze haar vriendinnen meenam naar de woonkamer.
De gasten ploften meteen op de bank en keken om zich heen. ‘Geen slingers? Nou ja zeg!’ grinnikte Hannah.
Raquel rolde met haar ogen. ‘Ik zou niet eens weten waar de slingers zijn. Wie heeft er zin in taart?’
Dat hoefde ze geen twee keer te vragen: Chantal en Hannah gilden om het hardst. Lachend verdween Raquel naar de keuken. Moeder of niet, met die verjaardag zat het wel goed. Precies zoals het wierookstaafje elk jaar weer beloofde.

Rond een uur of vijf sprong Raquel op van de bank en begon de lege glazen te verzamelen. ‘Ik ga koken. Waar hebben jullie zin in?’
‘Hé zeg, jíj bent jarig!’ protesteerde Chantal. ‘Dan gaan wij toch niet kiezen!’
Raquel haalde haar schouders op. ‘Mij maakt het niet uit, hoor. Ik vind alles best. Is er iets wat jullie echt niet lusten?’
Ze keek hierbij vooral naar Hannah, want van Chantal wist ze dat natuurlijk al. Hannah schudde echter haar hoofd. ‘Ik ben allergisch voor pepermunt en ik lust geen maïs, maar dat is alles.’
Raquel knikte en wilde naar de keuken lopen, toen Chantals stem haar deed stoppen. ‘Waarom kookt Elvira niet?’
Vriendinnen of niet, door alle hectische gebeurtenissen van de afgelopen tijd had Chantal de nieuwe ontwikkelingen bij Raquel thuis voor een groot deel gemist. Ze wist niet dat Elvira steeds meer opging in haar werk, ze wist niet dat Raquels vader er net zo erg aan toe was. Ze wist niet dat Raquel zich meer en meer zorgen maakte om Jonathan en zijn thuissituatie.
Heel even bleef de donkerharige vriendin staan, aan de grond genageld door Chantals onverwachte vraag. Toen haalde ze opnieuw haar schouders op. ‘Ze is aan het werk. Geeft niet, ik kook toch het liefst zelf.’
Zonder op antwoord te wachten liep ze verder naar de keuken. Achter haar rug wisselden Chantal en Hannah een ongeruste blik. Raquels té luchtige toon verraadde haar zorgen; er was iets mis en Chantal wilde weten wat. Vandaag zou ze echter niets meer vragen, besloot ze. Ze wilde Raquels verjaardag niet verpesten. Elvira was van later zorg.
Raquel stond in de keuken en keek om zich heen. Wat zou ze eens maken? Iets lekkers, maar wat? Ze vond zoveel dingen lekker. In elk geval zonder maïs en pepermunt, dacht ze grijnzend. En zonder wortelen, want daarvan ging Chantal over haar nek.
Ze stak haar hoofd om de deur naar de woonkamer, waar Chantal en Hannah ondertussen de televisie hadden aangezet. ‘Hé...’ begon ze. De twee keken onmiddellijk op en Raquel grijnsde. ‘Wat zeggen jullie van pannenkoeken?’
‘Lijken me een perfecte afsluiting van je kinderjaren, meisje,’ zei Chantal ernstig en trok een schooljuffrouwengezicht. Meteen schoten ze in de lach, net zo vrolijk als altijd, Elvira en alle verzwegen problemen voor even verdrongen naar de achtergrond.
Ondanks Raquels protesten stonden haar vriendinnen op en liepen mee naar de keuken om te helpen koken. Of eigenlijk, bakken. Ze hadden een hoop lol met het beslag – er zaten zelfs spatten op het plafond toen ze klaar waren met roeren. Met onschuldige gezichten keken ze elkaar aan en schoten prompt opnieuw in de lach.
Na een vruchteloze poging tot opruimen begonnen ze aan het bakken zelf. Dat schoot echter niet erg op. Chantal en Hannah vochten om de beste koekenpan en Raquel lag helemaal dubbel. En op hetzelfde moment ging haar telefoon.
Even werd het doodstil, op Raquels ringtone na.

“Frei im freien Fall
Und nirgendwo anders
Ich bin frei im freien Fall
Ich kann nicht mehr anders…”

Toen herinnerde Raquel zich dat ze op moest nemen en klapte snel haar mobieltje open. Haar hart begon sneller te slaan zodra ze de naam op het schermpje las. Hij belde... Hij belde!
Zonder aan haar vriendinnen te denken stormde ze de keuken uit en nam op. ‘Met Raquel!’ zei ze ademloos.
‘Gefeliciteerd!’
Bij het horen van zijn stem kreeg Raquel een enorme grijns op haar gezicht. ‘Dank je wel! Hoe wist je trouwens...’
‘Van Chantal gehoord,’ antwoordde Bill vrolijk. ‘Achttien, toch?’
‘Klopt.’ Raquel wist niet precies wat ze moest zeggen en ze wenste in stilte dat hij haar glimlach kon zien.
Gelukkig ging hij verder: ‘Al iets leuks gekregen?’
‘Eh... Nou, er is nog bijna niemand langsgekomen,’ zei ze. ‘Chantal en Hannah zijn echter vast van plan om me een hoop afwas te geven. Ze proberen pannenkoeken te bakken.’
Ze hoorde hem lachen aan de andere kant van de lijn en smolt vanbinnen. Hij was écht leuk... ‘Pannenkoeken,’ grinnikte hij toen. ‘God, dát is lang geleden!’
‘Moet ik ze een keer voor je bakken?’ plaagde Raquel. ‘Ik ben professioneel pannenkoekenbakster, mijn broertje wil ze elk jaar weer.’
‘Deal!’ lachte Bill. ‘Kom maar een keer hier, dan zullen we jouw bakkunsten eens testen.’
‘Daar houd ik je aan! En dan neem ik Hannah mee,’ voegde Raquel er, na even nadenken, bij.
‘Ja, doe dat. Heeft Tom ook iets te doen.’ Hij grinnikte weer en Raquel hoorde op de achtergrond de stem van zijn tweelingbroer: ‘Hé, wat praat jij over mij?’
‘Niets!’ riep Bill onschuldig terug. Er kwam geen antwoord van Tom en Raquel probeerde zich voor te stellen hoe de twee nu naar elkaar keken. Op dat moment klonk Bills stem weer: ‘Houd ook van jou, broertje.’
‘Broer!’ verbeterde Tom. ‘Feliciteer Raquel even van mij.’
‘Hoorde je dat?’ vroeg Bill in de telefoon. Raquel knikte, herinnerde zich toen dat hij dat niet kon zien en antwoordde bevestigend.
Op dat moment kwam er een hoop lawaai uit de keuken, Chantal en Hannah die allebei in lachen uitbarsten en het geluid van iets dat viel. Raquel hield nog net een vloek binnen. Zeker een hint dat ze op moest hangen, maar dat wilde ze niet. Laat hen het maar lekker oplossen, dacht ze koppig.
Die beslissing was echter tevergeefs. ‘Ik moet gaan,’ zei Bill met een zucht. ‘De bel ging, David is er.’
‘Oh. Oké. Dag, dan.’ Raquel deed nauwelijks moeite de teleurstelling uit haar stem te vegen. Hij mocht best weten dat ze het leuk vond om met hem te praten. Dat betekende toch niet meteen iets.
‘Veel plezier nog!’ Een laatste lachje klonk door de telefoon, toen nam hij afscheid en hing op.
11.

Het grote moment was dan eindelijk aangebroken. Chantal ging verhuizen. Vandaag zou ze zich in Hamburg bij de jongens voegen. Vandaag zou het pas echt officieel zijn. Vandaag was ze pas echt de second vocals van Tokio Hotel.
Haar hart kneep samen van spanning toen ze haar koffers zag staan. Gewoonweg niet te geloven dat ze echt... Dat ze écht naar de jongens toeging. Zelfs Chantal, relaxte Chantal die niet snel onder de indruk van iets raakte, stond op knappen. Ze ging gewoon bij haar idolen wonen! In hetzelfde huis als Bill...
‘Oh mijn god,’ fluisterde ze tegen haar spiegelbeeld. ‘In hetzelfde huis als Bill!’ Haar stem schoot lichtjes omhoog en ze draaide zich snel van haar weerspiegeling af, om de opwinding in haar eigen ogen niet te hoeven zien. Ze was nog nooit zo nerveus, zo blij en zo verward geweest.
Het was niet alleen Bill die haar compleet ondersteboven schopte. Het idee dat ze over een paar maanden op een podium zou staan, dat ze beroemd zou worden, dat was bijna niet te geloven. Wie had ooit verwacht dat zij, Chantal Jones, ooit nog eens een bekendheid zou zijn?
De bel ging. Chantal bleef staan, trillend op haar benen, terwijl ze haar moeders voetstappen hoorde in de gang. De deur die krakend openging, de opgewekte stem van de taxichauffeur, de vriendelijke woorden van haar moeder... Het was nu echt definitief tijd om te gaan. Ze kon niet meer terug. Niet dat ze terug wílde, maar toch viel het afscheid haar plotseling zwaar.
Waar is Raquel? schoot haar plotseling te binnen. Waar is Hannah? Waar zijn mijn vriendinnen als ik op het punt sta de stad te verlaten? Als ik op het punt sta aan mijn nieuwe leven te beginnen?
‘Chantál! De taxi is er!’ Tanja, natuurlijk.
‘Ik kom!’ Chantal trok aan haar koffers, sleepte ze de trap af en denderde nét niet van de laatste treetjes. De chauffeur nam de koffers van haar over en bracht ze moeiteloos naar zijn auto. Chantal voelde zich een beetje dom toen ze hem de koffers zo zag dragen, maar besteedde er weinig aandacht aan. Haar moeder had haar namelijk in een wurgknuffel gesloten en drukte haar emotioneel tegen zich aan.
‘Mijn meisje toch... Zomaar in een band... Ik wist wel dat er zoiets voor jou was weggelegd...’
Zelfs Chantal, die normaal gesproken niets van haar moeders kleffe gedoe moest hebben, kon het niet over haar hart verkrijgen om Tanja nu weg te duwen. Ze liet het geknuffel toe, sloeg aarzelend haar eigen armen om haar moeder heen en drukte haar gezicht in Tanja’s hals. Heel even maar; ze kreeg er algauw toch genoeg van en maakte zich voorzichtig los van haar nu heftig geëmotioneerde moeder.
‘Mijn lieve kind... Doe je wel voorzichtig? Pas je goed op? Geen domme dingen doen, hè! Je kan altijd terugkomen, dat weet je toch?’
‘Mam, kalm aan. Ik red me wel.’ Chantal had geen zin om er nog meer woorden aan vuil te maken en trok haar jas van de kapstok. ‘Ik bel nog wel.’
‘Ja, doe dat.’ Tanja snikte nog even, maar glimlachte toen. ‘Ik houd van je, Chantal.’
Dat was onverwacht. Zo’n goede band had Chantal niet met haar moeder en “ik houd van je” was wel het laatste wat Tanja normaal gesproken zei. Het ontroerde Chantal dieper dan dat ze wilde toegeven.
‘Houd ook van jou, mam. Geef je pap een kus van mij?’ Haar vader was zoals gewoonlijk verdwenen; waar hij uithing kon Chantal geen fluit schelen. Met haar vader kon ze nog minder opschieten dan met haar moeder.
‘Doe ik,’ beloofde Tanja. ‘Veel succes... en natuurlijk ook veel plezier.’
‘Ik zal mijn best doen,’ antwoordde Chantal met een dappere glimlach. Toen draaide ze zich om en liep het huis uit. De deur sloeg dicht. Met een dwaze glimlach om haar lippen bleef Tanja even naar de deur staan kijken. Vervolgens slofte ze terug naar de keuken. Zou er nog koffie zijn?

Raquel en Hannah haastten zich door de straatjes rond Chantals huis. Ze waren op weg naar hun vriendin, om haar een geweldige tijd bij de jongens te wensen. En natuurlijk om haar op hun blote knietjes te smeken of ze ooit eens op bezoek te komen.
Nu het dan eindelijk zover was, konden de meisjes niet ontkennen dat ze jaloers waren. Niet dat ze hun vriendin persoonlijk iets kwalijk namen; het was meer het idee dat er zo meteen iemand bij de jongens in huis zou wonen, dat er zo meteen iemand met hen op tour zou gaan... Zelfs al hadden ze die persoon nog nooit gezien, dan nog zouden ze jaloers zijn geweest. Het was puur toeval dat hun vriendin zoveel geluk had.
‘Daar!’ riep Hannah plotseling en wees voor zich uit. ‘De taxi staat al klaar! Chantal!’
Ze zetten allebei hun handen aan hun mond en schreeuwden Chantals naam. Eén van de taxideuren ging open, Chantal sprong naar buiten. Ze zwaaide als een idioot naar haar vriendinnen.
‘Ik begon me al af te vragen of jullie zouden komen!’ riep ze, terwijl Raquel en Hannah bijna tegen haar opbotsten.
‘Wat dacht jij nou, dat we geen afscheid kwamen nemen?’ antwoordde Raquel zogenaamd beledigd. ‘We gaan je zó lang niet zien en jij denkt dat we je zomaar laten gaan!’
‘Nee, eigenlijk niet,’ grijnsde Chantal en sloeg haar armen om beide meisjes heen. ‘Ik ga jullie zo superhard missen!’
‘Liegbeest!’ riep Hannah meteen. ‘Met de jongens om je heen zeker! Je gaat ons binnen no time vergeten, geloof mij maar!’
‘Wedden!’ gilde Chantal terug, terwijl ze zich losmaakte uit de knuffel. ‘Jullie gaan nog gek worden van mijn sms’jes, zeker weten!’
‘Ahum,’ zei de taxichauffeur. ‘Jongedame, we moeten nu echt eens vertrekken.’
Chantal was helemaal vergeten dat de taxi op haar wachtte. Bijna flapte ze er een hartgrondige vloek uit, maar ze beet net op tijd op haar lip. De taxichauffeur beledigen leek niet zo’n goed idee. Dus draaide ze zich om naar haar vriendinnen en keek hen beurtelings aan.
‘Dag,’ zei ze zachtjes.
Haar ogen gleden langs de twee meisjes. Hannah, die ze nog maar pas kende, die toch een goede vriendin was geworden, die ze ontzettend aardig vond, die ze aan Tom moest koppelen – gewoon, omdat ze dat leuk vond. En Raquel, die ze al haar hele leven kende, die ondanks alles een goede vriendin was gebleven, die ze zowel haatte als aardig vond, die ze met alle geweld bij Bill weg moest houden – gewoon, omdat zíj hem wilde.
Hannah was eerst. Ze deed een stap naar voren en gaf Chantal een welgemeende knuffel. ‘Veel succes,’ fluisterde ze met verstikte stem. ‘Je kunt het.’ Toen deed ze een pas terug en wendde haar gezicht af.
Nu was het Raquels beurt. Ook zij gaf Chantal een knuffel, maar deze was anders van toon. Raquel en Chantal kenden elkaar al praktisch hun hele leven en het idee dat Chantal lichtjaren van haar verwijderd zou zijn, voelde vreemd aan in Raquels hoofd.
Lichtjaren, vanwege de afstand tussen hier en Hamburg.
Lichtjaren, vanwege de verschillende werelden.
Chantal zou beroemd worden: zij aan zij met de jongens op het podium, duizend camera’s altijd op haar gericht. Raquel zou gaan studeren: journalistiek of fotografie, met haar naam in de krant maar niet vanwege haar beroemdheid. Zij zou aan de andere kant van de camera’s staan.
Lichtjaren van elkaar verwijderd, voor het eerst in hoeveel jaar? Raquel deed geen moeite haar tranen te verbergen toen ze Chantal weer losliet. Ook de blauwe ogen waren vertroebeld, maar de ruggen bleven recht.
‘Veel, veel geluk,’ fluisterde Raquel, zo zacht dat ze het zelfs zelf bijna niet kon horen. ‘Denk nog eens aan ons. We houden van je.’
Waarom zei ze dat tegen een vriendin die haar haatte? Het was echter geen leugen, dat wist ze zeker. Chantal was nog altijd de beste vriendin die ze zich kon voorstellen. Slechts als Bill in beeld kwam, veranderde er iets. Raquel nam zich voor om nóóit meer aan hem te denken; tenminste, niet zoals ze eerst over hem dacht. Het kon gewoon niet. Chantal, en niet zijzelf, was uitgekozen om bij Tokio Hotel te horen. Chantal, en niet zijzelf, zou Bill uiteindelijk krijgen. Zo simpel was het. Ze moest zich er maar bij neerleggen.
‘Beloofd.’ Chantal klonk alsof ze verkouden was door de overvloed van tranen in haar keel. Ze haalde haar neus op, keek haar vriendinnen nog één keer aan en stapte toen in de wachtende taxi. Eén keer toeteren en Chantal was verdwenen.
Met hun armen om elkaar heen stonden Raquel en Hannah op de stoep. De taxi was weg, Chantal was weg, maar zij stonden er nog. Steeds weer klonk die claxon door hun hoofd, steeds weer reed de taxi de straat uit. Langzaam kwam het definitieve besef: Chantal was vertrokken.
Het was nu moeilijk te zeggen wie het er ’t zwaarst mee had, Raquel of Hannah. Raquel vroeg zich af hoe het was om zaterdagen door te brengen zonder Chantal en hield haar verdriet niet verborgen voor de buitenwereld. Bij Hannah was het echter opspelende jaloezie.
Ze was zich nu meer dan ooit bewust van haar nederlaag. De taxi waar Chantal zojuist hun levens mee had verlaten, had voor haar bestemd kunnen zijn – had voor haar bestemd móéten zijn! Als zij iets meer pit had getoond, als zij iets meer op Chantal of Raquel had geleken, dan was zij nu op weg geweest naar haar droom. Waarom moest nou net Chantal aan het langste eind trekken? Het was gewoon niet eerlijk!
Naast haar slaakte Raquel een diepe zucht, die door Hannah’s hele lichaam trilde en haar wakker schudde. Ach, waar was ze ook mee bezig? Als, als, als... As is verbrande turf, daar verwarm je geen huis meer mee. Het was nu eenmaal zo, Chantal ging naar de jongens en zij zou gaan studeren. Psychologie misschien. Of natuurkunde.
‘Kom je?’ zei Raquel, nog steeds met die verstikte stem. ‘Ik ben toe aan appeltaart. Met heel veel slagroom.’
Daar was Hannah het helemaal mee eens.

12.

Raquel zat in haar eentje op de bank en staarde naar de televisie. Eén of ander stom Tell Sellprogramma, waarin een vrouw met barstjes in haar make-up en een brede nepgrijns een verfroller stond aan te prijzen. Raquel zuchtte diep. Dit was zo’n moment waarop ze Chantal hoorde te bellen, om samen dat domme mens uit te kunnen lachen en van een saaie dag een gezellige te maken.
Ze kon Chantal echter niet bellen. Chantal zat in Hamburg en haar telefoon stond vrijwel altijd uit. Het was natuurlijk niet handig als je halverwege een song gebeld werd, dat begreep Raquel best. Toch voelde het verkeerd; Chantal hoorde altijd bereikbaar te zijn, net als vroeger.
Bel Hannah dan! zei een stemmetje in Raquels achterhoofd. Je hebt nog meer vriendinnen naast Chantal. Daar had het stemmetje gelijk in. Ze kon Hannah bellen. Die zat vast ook naast de telefoon te zuchten.
Met hernieuwd enthousiasme draaide Raquel Hannah’s nummer. Ze had al in haar hoofd wat ze ging zeggen: “Ik verveel me, zullen we appeltaart gaan eten?” De pieptoon maakte echter een einde aan dat plan. In gesprek. Was zij dan echt de enige die geen sociaal leven had?
Ze zuchtte weer en zette de televisie uit. Van dat gebarsten hoofd werd ze alleen maar depressiever. Verveeld kwam ze overeind, schudde een krul uit haar gezicht en slenterde naar de piano. Het instrument glansde; Raquel zorgde er goed voor, haalde er elke dag een doekje overheen.
Nu ging ze op de pianokruk zitten en sloeg de klep omhoog. Langzaam gleden haar ranke vingers over de toetsen. Wat zou ze eens spelen? Als vanzelf vonden haar vingers de juiste toetsen. Clair de Lune, Debussy. Eén van de mooiste klassieke stukken die ze kende.
Ze ging helemaal op in de muziek die ze creëerde. De dromerige klanken van Clair de Lune hingen als een wolk om haar heen, mist die haar afsloot van de buitenwereld. Met haar ogen gesloten speelde ze een nieuwe wereld, een wereld die alleen zij kon zien en zo mooi was dat het pijn deed vanbinnen. Ergens was het besef dat die wereld verdwenen zou zijn zodra ze haar ogen opende.
De muziek werd dwingender, akkoorden heftig en donker. Wilde kleuren vlogen achter haar oogleden voorbij, kleuren en vormen die steeds veranderden en plotseling het gezicht van Chantal vormden. Chantals felblauwe ogen waren tot spleetjes geknepen, haat straalde van haar af als hitte.
De akkoorden werden lichte trappetjes van noten. Raquel zweefde. Chantal verdween, maakte plaats voor Jonathan die uit het raam hing en haar nazwaaide, maakte plaats voor haar moeder toen ze nog vrolijk was, maakte plaats voor Bill en een stil lachje in zijn ogen.
Even ging het langzamer, alsof haar gedachten afdwaalden, maar dat duurde niet lang. De toetsen vlogen voorbij onder haar vingers. Clair de Lune tekende de mooiste droombeelden achter Raquels oogleden, droombeelden die ze wel voor altijd bij zich wilde houden. Aan alles moest echter een einde komen en zo ook aan Clair de Lune. Een laatste trappetje en de muziek vervaagde, samen met de wonderlijke taferelen in Raquels hoofd.
Iemand begon te klappen. Geschrokken schoot Raquel overeind, sloeg de klep van de piano dicht en draaide zich om. Haar moeder stond op de drempel. Ze glimlachte en hield op met klappen.
‘Dat heb ik je lang niet meer horen spelen, maar het is nog steeds heel mooi. Ook al is de piano een beetje vals.’
‘Dank je,’ antwoordde Raquel. Haar stem klonk nogal koeltjes, maar dat kon haar niet schelen. Ze had Elvira nog altijd niet vergeven dat ze maar nauwelijks aan haar dochters achttiende verjaardag had gedacht. En dat mocht ze weten ook!
‘Luister eens...’ Elvira veegde een haarlok naar achteren en liep op haar dochter af. ‘Ik weet dat je kwaad bent vanwege je verjaardag, maar ik moest nou eenmaal werken en ik had geen tijd om iets fatsoenlijks te kopen.’
Raquel draaide haar hoofd weg. Smoesjes, allemaal smoesjes. Als het nou een gewone verjaardag was geweest, had ze het waarschijnlijk niet eens zo opgenomen, maar ze was achttien geworden. Achttien, één van de belangrijkste mijlpalen in je leven. En dan kwam je met een boekenbon?
‘Dus heb ik dat gisteren maar gedaan,’ ging Elvira verder. Raquel keek met een ruk om en staarde haar moeder ongelovig aan. Een licht glimlachje gleed naar Elvira’s lippen. ‘Denk je nou echt dat ik je achttiende verjaardag voorbij zou laten gaan? Ach kom nou! Ik mag het dan even druk hebben, maar dat betekent niet dat ik mijn dochter vergeet.’
Raquel trok een wenkbrauw op. Haar moeder hoefde niet te denken dat ze zo gemakkelijk vergeven werd. Eerst zien, dan geloven. Of in dit geval vergeven, maar dat kwam op hetzelfde neer.
‘Nu Chantal natuurlijk ook weg is, kan ik me voorstellen dat je een beetje eenzaam bent,’ begon Elvira opnieuw en haalde een blauw mapje tevoorschijn, precies zo één als ze Raquel al gegeven had. Nog een boekenbon? Raquel trok nu ook haar andere wenkbrauw op.
‘Dit is niet wat je denkt,’ zei haar moeder, die haar natuurlijk zag fronsen. ‘Ik dacht... je kan wel een uitstapje gebruiken. Kijk maar eens.’
Aarzelend nam Raquel het mapje aan en vouwde hem open. Ze keek. Ze knipperde met haar ogen en keek nog eens. Dit kon niet waar zijn. Dit was...
‘Wenen?’ fluisterde ze en staarde haar moeder met grote ogen aan. ‘Een vliegticket naar Wenen?’
‘Twéé vliegtickets naar Wenen,’ verbeterde Elvira met een lachje. ‘Ik dacht, dan heb je meteen een leuk verjaardagscadeau voor Hannah.’
‘Oh mijn...’ Raquel vloog haar moeder uitgelaten om de hals. ‘Wauw, mama, dank je wel!’
Elvira lachte en knuffelde haar dochter warm. Woorden waren nu even niet nodig; haar liefdevolle omhelzing vertelde Raquel genoeg. Spijt, vanwege de weinige momenten samen, vermengd met een nooit aflatende liefde voor de dochter, en een belofte.
Ik laat je nooit in de steek, meisje. Ik blijf altijd jouw moeder, jij blijft altijd mijn kind.

13.

‘Psst, Chantal!’
Ze draaide zich half om, knipperde met haar ogen en slaakte een kreet. ‘Wat doe jij hier?’
‘Sorry,’ fluisterde Bill. ‘Het ontbijt staat klaar en Gustav is van plan om een toeter af te laten gaan bij je hoofd als je niet binnen vijf minuten komt, dus ik kwam je maar even wekken.’
‘Pff, dat bezorgde me een hartverzakking.’ Ze ging rechtop zitten en wreef in haar ogen. ‘Vijf minuten? Ik moet nog douchen, hoor.’
‘Dat doe je na het ontbijt maar.’ Bill verliet de kamer en sloeg de deur achter zich dicht. Chantal zuchtte en liet zich uit bed rollen. Het was maar beter om zijn advies te volgen. Ze moest er niet aan denken dat Gustav zo meteen met een toeter binnenkwam. Om acht uur ’s ochtends! Bestond er iets engers?
Ze voelde zich al helemaal welkom in het appartement van de jongens. Ze had haar eigen kamer, een werkelijk enorme plús badkamer, omdat ze toch moeilijk in de badkamer van de jongens kon gebruiken. “Er past sowieso niet meer make-up op de wastafel,” had Tom schertsend gezegd, met een blik op zijn broer. En daarna had Bill hem een halfuur lang door de studio achterna gezeten om hem de woorden terug te laten nemen. De jongens gedroegen zich zo normaal dat Chantals zenuwen over haar nieuwe thuis helemaal waren opgelost.
Vijf-en-een-halve minuut later kwam ze de keuken binnen sloffen, gekleed in trainingsbroek en los topje. Haar haren hingen sluik langs haar gezicht en ze droeg geen make-up; ze had de laatste minuten doorgebracht met water in haar gezicht plenzen, zodat ze een beetje wakker was.
Slechts drie van de vier jongens bevonden zich in de keuken. Gustav zat aan tafel een kaiserbroodje te eten, Georg dronk een afschuwelijk rood goedje uit een glas en Bill zat bovenop het aanrecht met de oortjes van zijn MP3 in zijn oren. Hij zong zachtjes mee en wuifde vrolijk toen Chantal de keuken binnenkwam.
‘Waar is Tom?’ vroeg ze slaperig. De drie haalden tegelijkertijd hun schouders op.
‘Voor deze ene keer is Bill eerder op dan zijn broer,’ grinnikte Gustav. De zanger gooide meteen een rondslingerende plectrum naar zijn hoofd, maar Gus ontweek hem met een duidelijk werktuiglijke beweging. Chantal grijnsde; ze was hier nu drie dagen en elke keer was Bill de laatste geweest die de keuken binnen kwam sloffen. Dat het vandaag niet het geval was, mocht eigenlijk wel in de krant.
Chantal plofte naast Gustav aan tafel, tegenover Georg. Met een blik vol afschuw staarde ze naar diens glas. ‘Wat in godsnaam ís dat?’
‘Tomatensap,’ bromde hij, terwijl Bill op hetzelfde moment heel hard ‘Vergif!’ riep. De bassist wierp hem een dodelijke blik toe, maar daar trok hij zich niets van aan en zong vrolijk verder met zijn muziek. Welk liedje het was, kon Chantal niet horen. Waarschijnlijk iets wat zij niet kende. Het klonk in elk geval leuk. Maar dat lag misschien ook aan het feit dat Bill het zong, dacht ze.
Gustav schoof de schaal broodjes naar haar toe. ‘Eet wat. We moeten zo weg.’
‘Weg? Waarheen?’ Chantal pakte een broodje en ramde haar mes er dwars doorheen, de enige manier om de harde kaiserbroodjes te snijden.
‘Vliegveld,’ antwoordde de drummer. Chantal liet bijna het broodje vallen van verrassing.
‘Vliegveld? Nu al? Ik ben hier net!’
‘Nou en. Het is maar een klein uitstapje. Naar Wenen.’ Gustav zat er duidelijk niet mee, maar hij was natuurlijk gewend aan die ‘kleine uitstapjes’.
‘Maar waarvoor dan?’ vroeg Chantal verward.
‘Bills schuld!’ riep Georg meteen, die een kans op wraak bespeurde. ‘Hij moest zo nodig gaan shoppen.’
Chantal liet nu écht haar broodje vallen; op de tafel gelukkig, niet op de grond. ‘En daarvoor moeten we naar Wenen?’
‘Natuurlijk,’ zei de zanger opgewekt. ‘Dat lijkt me logisch. Hamburg is zo sáái.’ Hij deed alsof één van zijn oortjes een lasso was en draaide hem met een onschuldig gezicht in het rond.
‘Oh.’ Chantal pakte het broodje weer op, belegde hem met kaas en nam een hap. Bill zag haar verdraaide uitdrukking en schoot zo hard in de lach dat hij bijna van het aanrecht viel.
‘Dat was niet de echte reden, hoor!’ Hij liet zichzelf op een keukenstoel ploffen en pikte een stukje kaas van Chantals brood. ‘David is in Wenen,’ legde hij uit. ‘En hij vindt dat wij maar naar hem toe moeten komen in plaats van andersom.’
‘Niet waar, dat vind jíj,’ sprak Georg hem tegen. ‘Hij was het alleen maar met je eens omdat hij een hekel heeft aan vliegen.’
Chantal begreep er niets van, maar dat lag waarschijnlijk aan haar. Terwijl Georg en Bill kibbelden over de reden voor het uitstapje, werkte zij kalmpjes haar ontbijt weg en ging vervolgens douchen. Toen ze uiteindelijk volledig aangekleed en opgemaakt de keuken weer binnenstapte, was Tom ook uit de slaap herrezen en plofte juist op de stoel waar Bill net gezeten had. De zanger viel nergens te bekennen.
‘Zo,’ zei Chantal. ‘Kan iemand me nu uitleggen wat we gaan doen?’
Natuurlijk was het Gustav, kalm als altijd, die haar vertelde wat het plan was. ‘We moeten naar Wenen omdat David jou wil zien. Hij heeft een hekel aan vliegen, dus rijdt meestal heen en weer tussen Oostenrijk en hier. Dat duurt natuurlijk erg lang en omdat hij nog een aantal dagen in Wenen moet blijven, heeft Bill besloten dat wij het beste naar Oostenrijk kunnen gaan. Met het vliegtuig dus. Privéjet staat voor ons klaar, dus we hebben geen oponthoud op het vliegveld of iets dergelijks.’
‘En Bill heeft dat natuurlijk besloten omdat hij shoppen in Hamburg ondertussen saai vindt,’ vulde Tom aan.
Chantal zuchtte en trok haar paardenstaart wat strakker aan. ‘Dat is nou typisch iets wat normale mensen niet zouden doen.’
‘Tja. Wij zijn nou eenmaal verwende celebrities, je zal er aan moeten wennen,’ grijnsde de gitarist en propte een broodje achter zijn kiezen.

Raquel en Hannah zaten op een terrasje in Wenen, vlakbij paleis Schönbrunn, één van de bekendste bezienswaardigheden van de stad. Ze dronken cola en praatten vrolijk met elkaar. Naast het tafeltje stond al een aardige verzameling plastic tasjes; het was heerlijk shoppen in Wenen.
‘Wat zullen we verder nog gaan doen?’ vroeg Hannah, terwijl ze onderuit zakte in haar stoel.
‘Geen idee,’ antwoordde Raquel. Met een glimlach dacht ze aan de afgelopen paar dagen. Hannah was compleet hysterisch geworden toen Raquel met de kaartjes aan kwam zetten en had minstens een half uur ‘dank je, dank je, dank je’ gestameld, tot Raquel er genoeg van kreeg en een koekje tussen haar tanden had gepropt. Daarna had Hannah’s moeder hen geholpen met het uitzoeken van een hotelletje en vervolgens hadden ze met z’n tweeën zoveel mogelijk geld gebedeld bij hun ouders, om een beetje leuke dingen te kunnen doen in Wenen. En daar waren ze behoorlijk goed in geslaagd.
‘Laten we maar vertrekken,’ stelde Hannah voor. ‘We kunnen de tuinen van Schönbrunn ingaan?’
Raquel knikte en de meisjes raapten hun tasjes bijeen. ‘Misschien kunnen we beter eerst naar het hotel,’ merkte Raquel op, gebarend naar hun buit. ‘De hele dag rondlopen met die tasjes lijkt me niet handig.’
Daar was Hannah het wel mee eens. Ze stonden op, wuifden naar de ober en slenterden door de inmiddels bekende straatjes naar het hotel terug. Raquel was zo diep in gedachten dat ze nauwelijks op haar omgeving lette, tot Hannah haar plotseling bij haar arm greep.
‘Kijk eens! Wat is dáár aan de hand?’
Raquel volgde Hannah’s blik en bleef verbijsterd staan. Bij de deuren van het hotel stonden een stuk of vijf bodyguardachtige figuren, allemaal met dezelfde zwarte sweaters, donkere spijkerbroeken en zonnebrillen. Ze stonden heel casual bij de ingang, maar aan hun houding was duidelijk te zien dat ze een oogje op de hele omgeving hielden.
‘Wat zou dat te betekenen hebben?’ vroeg Hannah verbaasd. Raquel haalde haar schouders op en liep verder. Ze zouden het zo wel zien.
De bodyguards hielden hen tegen bij de deuren. ‘Kamer?’ vroeg één van hen streng. Ze kwamen duidelijk niet uit Oostenrijk, ze spraken accentloos Duits.
‘Ja, 451 en 453,’ antwoordde Raquel. ‘Hoezo?’
‘Fans,’ bromde de man en deed een stap opzij, zodat ze naar binnen konden. Hannah en Raquel keken hem verbaasd aan, maar hij gebaarde met zijn hoofd naar de deur. Geen vragen, betekende dat. Dus liepen ze langs hem heen en namen de lift naar de vierde verdieping.
‘Fans, dus er zitten beroemdheden in dit hotel,’ overdacht Hannah. ‘Of één beroemdheid. Eentje met duidelijk veel fans.’
‘Tokio Hotel,’ grinnikte Raquel. ‘Nee, dat zal wel niet. Die zijn natuurlijk druk bezig met hun nieuwe second vocals, die blijven voorlopig wel in Hamburg.’
‘Jammer,’ vond Hannah. ‘Maar het is niet anders. Wij gaan lol maken, dat kunnen we ook best zonder hen.’
‘En als we terugkomen, kunnen we Chantal jaloers maken met onze verhalen,’ zei Raquel met een duivelse glimlach.
‘Weet ze überhaupt dat we in Wenen zijn?’ vroeg Hannah, terwijl ze de kamer probeerde open te maken met vijf plastic tasjes in haar handen.
‘Nee,’ antwoordde Raquel, die de tasjes van Hannah overnam. ‘Geen tijd om het te vertellen.’
Hannah pakte haar aankopen weer terug, duwde de deur open en strompelde door de kamer naar het bed. Daar liet ze alles vallen – ook de sleutels – en grijnsde: ‘Die gaat zó jaloers zijn!’

Raquel stond op het smalle ijzeren balkonnetje van haar hotelkamer en droomde voor zich uit. Na de hele middag in de tuinen van Schönbrunn te hebben gehangen, waren ze voor het avondeten teruggekeerd naar het hotel en daarna was Hannah naar haar kamer gestormd om zich te om te kleden. Vanavond gingen ze Wenen in, om de nachtsfeer op te snuiven.
Met een zucht streek Raquel een haarlok naar achteren. Wenen bij nacht was het mooiste tafereel dat ze ooit had gezien. Overdag was Wenen een oude, statige stad waar vele bijzondere gebouwen stonden, sommigen majestueus en anderen vrolijk, met kleurtjes en boompjes en rare uitsteeksels. Maar ’s nachts...
De zon was nog niet helemaal onder, maar het licht verdween al grotendeels en zette de verandering in gang. Een mysterieuze sfeer daalde neer op de oude gebouwen, dreef door de straatjes en ruiste tussen de bomen. Speldenprikjes licht vormden gaatjes in de nacht. De lucht streek koel langs ieders wangen en bracht duizend verschillende geuren met zich mee.
Geuren van bloemen en bloesems, van romantiek bij het water, van dansen onder de sterren en zoenen onder de maan. Maar de lichte bries droeg eveneens geuren van zweet en tranen, van bloed en van pijn, van verdriet en schaamte. Van woede, angst, een dronken roes en gebroken botten. De nacht was even mooi en gevaarlijk als een zwarte panter. Toch wist Raquel dat ze die avond niet in het hotel kon blijven. Ze moest de stad in, ze moest naar buiten, en bovendien zou Hannah haar vermoorden als ze niet meeging.
Als je over de duivel spreekt... ‘Raquel!’ Hannah trommelde zo hard op de kamerdeur dat Raquel haar zelfs op het balkonnetje kon horen. ‘Ben je nou klaar? Raquel?’
‘Ja!’ Vlug sloot Raquel de balkondeuren en liet Hannah binnen.
‘Kledinginspectie,’ grijnsde die, zodra ze binnen stond. Zelf droeg ze een rafelig jeansrokje, een groen haltertopje en witte ballerina’s. Haar roodbruine haren vielen vlot om haar ronde gezichtje en haar grijze ogen sprongen naar voren door de perfect aangebrachte make-up.
‘Wel?’ vroeg ze, ondanks haar enthousiasme onzeker. ‘Kan het er mee door?’
‘Ja hoor,’ mompelde Raquel verstrooid, nam Hannah vervolgens op en riep: ‘Waar maak je je nou zorgen over, muts? Kijk in de spiegel en probeer niet flauw te vallen, je ziet er prachtig uit!’
Hannah bloosde van plezier en zei vlug: ‘Jij anders ook, hoor!’
Raquel ging gekleed in een zwart met rood geruit plooirokje, een zwart topje met een rode vlinder erop en zwarte schoentjes. Haar glanzende krullen hingen los, haar ogen waren zoals altijd donker opgemaakt en om haar hals schitterde een zilveren kettinkje. Hoewel het allebei redelijk eenvoudige combinaties waren, zagen de twee vriendinnen er perfect uit voor een avondje Wenen.
‘We maken er een foto van,’ bedacht Hannah en grijnsde ondeugend. ‘Sturen we ’m op naar Tom.’
‘Nee dank je!’ Raquel trok een gezicht en schoot vervolgens in de lach. Daarna maakte Hannah een foto van hen tweetjes in de spiegel en greep haar lentegroene handtasje.
‘Let’s go!’

14.

Ze vonden een club genaamd Illuminati die er wel gezellig uitzag en relatief gezien niet al te duur was. Na een wandeling onder de ruisende bomen was Hannah ongeduldig geworden en had Raquel meegesleurd naar de eerste de beste uitgaansgelegenheid.
Voor Raquel had de wandeling echter nog veel langer mogen duren. Ze voelde zich licht vanbinnen, alsof ze kon vliegen, terwijl ze door het donkere bladerdek omhoog keken; omhoog langs de straatlantaarns, naar de sterren. Maar Hannah was veel minder gevoelig voor de romantiek van het moment en had geen geduld voor de fonkelende hemel. Dus volgde Raquel haar met lichte tegenzin naar binnen.
De club was vrij groot en smaakvol ingericht, voornamelijk in de kleuren zwart en donkerrood. De dansvloer lag wat dieper dan de rest, waardoor er overal trapjes rondom waren, en in de treden zaten spotjes verwerkt die met elke voetstap van kleur veranderden. Verder was er nog een lange bar, de draaitafel natuurlijk en verspreid door de ruimte tafeltjes met comfortabele, zwartleren zetels er omheen.
Op het moment dat Raquel en Hannah binnenkwamen, stuiterde één of ander titelloos dansnummer uit de boxen, zo hard dat ze tegen een dikke muur van geluid opbotsten. Raquel was niet zo’n uitgaansmens en trok een geërgerd gezicht, maar Hannah stond duidelijk te genieten.
‘Zullen we maar...’ begon Hannah, maar kreeg de kans niet om haar zin af te maken: op hetzelfde moment gilde iemand: ‘Raquel?!’
Verbaasd draaiden de meisjes zich om en hun monden vielen tegelijkertijd open.
‘Chantal?’
‘Raquel?’
‘Chantal?’
‘Hannah?’
‘Wat?’
‘Tom!’
‘Hannah?’
‘Chantal?’
‘Raquel!’
En toen, drie meisjes tegelijkertijd: ‘Wat doen jullie hier?’
Tom schoot zo hard in de lach dat een groepje dansers verstoord omkeek, maar daar besteedde niemand enige aandacht aan. Raquel al helemaal niet; ze vloog Chantal enthousiast om de hals en gilde: ‘Wat doe jij hier?’
‘Ik kan hetzelfde aan jou vragen!’ lachte Chantal, die zich uit Raquels wurggreep bevrijdde. ‘Hoe komen jullie in godsnaam in Wenen?’
Raquel vertelde haar van Elvira’s verjaardagscadeau, nog steeds met grote ogen van ongeloof, en Chantal gaf haar uitgelaten een high five. ‘Geweldig!’
‘Maar waarom zijn jullie hier dan?’ vroeg Hannah, die alleen maar naar Tom staarde en geen enkele moeite deed dat te verbergen.
‘Vraag dat maar aan Bill,’ grijnsde de gitarist. Raquel wierp een vlugge blik op Chantal. Bill... Ze zag het gezicht van haar vriendin betrekken toen de naam van de zanger viel, maar dat moment was zo kort dat ze het zich misschien wel verbeeld had. Ze hóópte in elk geval dat ze het zich verbeeld had. Ze wilde Chantal niet kwijt...
Tom maakte het onmogelijk om daar nog verder over na te denken. Hij sloeg een arm om Hannah’s middel en wenkte de andere twee. Ze volgden hem naar een groepje zetels aan de andere kant van de dansvloer, waar drie héél bekende figuren zaten te praten.
Georg was de eerste die opkeek en daardoor ook de eerste die halverwege een zin bleef steken. De andere twee volgden verrast zijn blik en vielen eveneens stil.
‘Verrassing!’ grinnikte Tom.
Meteen begonnen de andere drie verward door elkaar heen te praten, zelfs de anders zo rustige Gustav.
‘Wat...’
‘Hoe...’
‘Ik...’
‘Huh?’ riepen ze tegelijkertijd. De meisjes schoten in de lach en Tom liet zich grijnzend in een zetel vallen, Hannah met zich meetrekkend. Zij had blijkbaar haar verlegenheid enigszins overwonnen, want ze plofte brutaal bovenop hem neer. Raquel en Chantal deelden de enige overgebleven zetel, tussen Georg en Bill in. Tot haar stille blijdschap zat Raquel aan de kant van de zanger, terwijl Chantals aandacht werd opgeëist door de bassist.
‘Wat doen jullie in Wenen?’ vroeg Bill onmiddellijk. Zijn ogen lieten Raquel geen moment los en hij leunde onwillekeurig een beetje naar haar toe. Raquel antwoordde automatisch, maar hoorde zelf nauwelijks wat ze zei. Haar ogen slokten hem bijna op, ze konden onmogelijk van elkaar wegkijken. Vonken sprongen knetterend tussen hen heen en weer, maar ze hoorden noch zagen dat. Ze hadden alleen maar oog voor elkaar.
Jammer genoeg was Chantal vast van plan Bills aandacht te trekken. Ze sprong overeind en riep: ‘Wie gaat er mee dansen?’
‘Ik!’ riep Hannah meteen en greep Toms hand. ‘En jij ook,’ commandeerde ze grijnzend. Hij slaakte een dramatische zucht, maar kreeg geen tijd om te protesteren: Hannah trok hem al mee.
‘Zo,’ mompelde Gustav. ‘Zijn we die mooi kwijt.’
Chantal rolde met haar ogen en zei plagerig: ‘Gaan jullie de hele avond hier blijven zitten?’
‘Ja, dat denk ik wel.’ Bill keek haar serieus aan, maar zijn ogen schitterden. ‘Ik haat dansen, geloof me. Ik bak er nooit wat van.’
‘En jullie?’ Chantal gaf niet op, maar keek naar de andere twee jongens.
‘Ben nog niet dronken genoeg,’ grinnikte Georg. Tot Raquels verbazing viel Gustav hem bij en ze vertrokken met z’n tweeën naar de bar.
Chantal keek nu verwachtingsvol naar Raquel, die nog steeds twijfelde. Aan de ene kant had ze nu de kans om met Bill alleen te zijn en dat klonk erg aantrekkelijk... Maar aan de andere kant wilde ze Chantal niet nog meer tegen zich in het harnas jagen. Dus duwde ze zich half uit de zetel en keek Bill vragend aan.
‘Ga maar, hoor,’ glimlachte hij. ‘Ik vind het niet erg om alleen te zitten, ben ’t gewend.’
‘Moet je ook gewoon gaan dansen,’ zei Chantal schouderophalend.
‘Ik kan niet dansen.’
‘Iedereen kan dansen,’ merkte Raquel op.
‘Behalve ik. Ik ben de uitzondering die de regel bevestigt.’ Bill zakte onderuit in zijn zetel en keek grijnzend naar hen op. De meisjes rolden tegelijkertijd met hun ogen.
‘Goeie smoes, maar daar trappen we niet in,’ vond Chantal. ‘Wedden dat je ooit vanavond tóch naar de dansvloer gaat?’
Hij hield zijn hoofd scheef, als een vragend vogeltje, en antwoordde toen: ‘Deal. Wat krijg ik als ik win?’ Zijn ene wenkbrauw schoot omhoog, zo typisch iets voor Bill, en Raquel probeerde ergens anders naar te kijken. Ze slaagde er niet erg in.
‘Verzin zelf maar wat,’ zei Chantal onverschillig. ‘Wij gaan dansen.’ Ze greep Raquels hand, wuifde naar de zanger en vertrok. Raquel liet zich braaf meesleuren.
Chantal bleek echter niet van plan om echt te gaan dansen. Ze trok Raquel de dansvloer over, ging aan de andere kant het trappetje weer op en plofte daar in een andere zithoek. Raquel ging aarzelend tegenover haar zitten en keek haar verbaasd aan. Waarom dit? Meteen zorgde het stemmetje in haar achterhoofd voor het juiste antwoord: Bill natuurlijk. Nu al? Ze had nauwelijks met hem gepráát!
‘Raquel.’ Chantals kalme stem deed haar opkijken. Het gezicht van haar vriendin was zo rustig, zo... normaal, eigenlijk, dat Raquel ontspande. Dit was niet het gezicht van jaloezie. Dit was gewoon Chantal.
‘We hebben al zo lang niet meer gepraat, eigenlijk,’ zei Chantal zachtjes. ‘Ik wilde weten... Hoe gaat het met Jonathan?’
Ja, dit was gewoon Chantal. Dit was gewoon haar beste vriendin. Opgelucht veegde Raquel een haarlok naar achteren en antwoordde: ‘Met Jonathan goed, maar ik maak me zorgen over pap en mam. Ze worden zo’n beetje opgevreten door hun werk, het is echt niet normaal meer. En de laatste keer dat ik bij Jonathan was, zag pap er heel slecht uit.’
Chantal knikte. ‘Zoiets dacht ik al. Nou ja, vanavond moeten we er niet meer over praten, vind ik... Ik wilde gewoon even snel weten hoe het ging, snap je? En je kan me natuurlijk altijd bellen. ’s Avonds.’
‘Altijd ja,’ grinnikte Raquel. Chantal rolde met haar ogen en wilde al uitleg geven, maar Raquel kapte haar af. ‘Ik snap het, je moet natuurlijk repeteren en zo.’
‘Dat klopt. En nu gaan wij de dansvloer onveilig maken!’ Chantal sprong uitgelaten op en Raquel volgde, al wat enthousiaster. Kijk, zei het stemmetje in haar achterhoofd. Zo kan het ook.

De wilde, energieke muziek veegde alle gedachten uit Raquels hoofd. Ze dacht niet meer aan Jonathan, hun vader, Elvira, niet meer aan Chantal of Bill of Hannah. Ze danste alleen, ze danste en ze lachte. Adrenaline kolkte door haar aderen en liet geen ruimte over voor gepeins.
Chantal echter piekerde terwijl ze automatisch bewoog op het ritme van de muziek. Ze zat in de knoop met zichzelf. Aan de ene kant was daar Raquel, haar beste vriendin, al jaren en jaren, die haar nodig had en op haar bouwde. Aan de andere kant wachtte Bill, op wie ze smoorverliefd geworden was toen ze hem voor het eerst had horen zingen.
Nu kende ze hem echt en ze wist zeker dat haar intuïtie juist was, dat hij die verliefdheid waard was. Maar Raquel stond tussen hen in. Nee, de zanger en het meisje hadden niets met elkaar, maar Chantal zag toch duidelijk dat Raquel ook voor Bill met zijn hazelnootogen was gevallen. Wat moest ze nou doen? Wat als Bill ook de voorkeur gaf aan Raquel?
De muziek werd langzamer, ging over in een wat rustiger nummer. Geen slow, maar zo te horen wel een aanloop daar naartoe. Chantal keek om zich heen en zag hoe Raquel lachend met Georg begon te dansen. Even verderop ontdekte ze Tom en Hannah en vervolgens Gustav, aan de bar met een knap blond meisje. En Bill was nog nergens te bekennen.
‘Hé, schoonheid!’ Een lange jongen met donkerbruin haar en een rasechte tandpastareclameglimlach stapte brutaal op haar af. ‘Mag ik deze dans van u, prinses?’ grijnsde hij.
‘Als de prins zich eerst fatsoenlijk voorstelt,’ speelde zij het spelletje mee. Ze zette haar verstand op nul; al dat piekeren had geen zin. Ze moest gewoon van deze avond genieten, later bedacht ze wel een oplossing.
‘Ik ben prins Jonas van Oostenrijk,’ grijnsde de jongen. ‘En u, prinses?’
Chantal vertelde hem hoe ze heette en hij glimlachte kruiperig. ‘Wat een mooie naam, prinses.’
Wat een engerd, dacht Chantal en beet op haar wang om niet in lachen uit te barsten. Ondanks Jonas’ abnormaal hoge idiotiegehalte stond ze toe dat hij zijn handen op haar heupen legde. De slow waar iedereen op gerekend had, begon; overal vormden er stelletjes. Chantal vroeg zich vaag af of Raquel nog steeds met Georg danste. Toen sprong haar brein op stand-by en ze vergat de wereld om zich heen.

Georg danste weg met een knappe Weense brunette en Raquel wurmde zich grinnikend tussen de stelletjes door, richting de zithoek waar Bill zou moeten zijn. De bassist was echt een ongelooflijke idioot als hij teveel gedronken had, dacht ze bij zichzelf. Hij was een ster in het maken van behoorlijk flauwe grapjes die eigenlijk toch leuk waren.
Nog half in gedachten ontdekte Raquel plotseling Tom en Hannah. De gitarist drukte het meisje bijna plat tegen zijn borst, maar Hannah leek dat allesbehalve erg te vinden. Ze perste zich zo mogelijk nog dichter tegen hem aan, staarde in zijn ogen en begon hem plotseling, uit het niets, te zoenen. Ze vraten elkaar bijna op, zo heftig kuste Tom haar terug.
Raquel wilde eigenlijk lachen, maar twee onverwachte handen op haar heupen deden haar dat vergeten. Die handen kende ze. Heel goed zelfs. Evenals de zachte stem, die plagerig fluisterde: ‘Ik heb je!’
Ze draaide zich om, uiterlijk kalm maar inwendig klaar om te ontploffen. ‘Bill! Ik schrok me dood!’
‘Ik ben zo eng,’ zei hij droog en wikkelde zijn armen om haar middel. Automatisch sloeg ze de hare om zijn hals, dwong zichzelf om kalm te blijven ademen toen hij plotseling wel erg dichtbij was...
Tot haar verrassing leidde Bill haar wat verder de dansvloer op. Hij hield hier toch niet van? Hij zei dat hij het niet kon... nou, dan was hij wel erg bescheiden, dacht Raquel vaag. Ze bewogen perfect met elkaar mee op de slome muziek en het was Bill die leidde.
‘Als jij niet kan dansen, dan ben ik een walrus,’ mompelde ze tegen zijn schouder. Hij lachte zachtjes, maar gaf geen antwoord en liet haar een pirouette draaien. Ze hief haar gezicht naar hem op.
Haar blik ontmoette de zijne en de tijd leek heel even stil te staan. Zijn ogen, zacht en stralend tegelijkertijd, vulden haar beeld, vulden haar hoofd en haar hart. Toen voelde ze zijn armen weer om haar heen, hij trok haar nog wat dichter tegen zich aan en legde zijn rechterwang op haar haren. Ze hoorde hem zachtjes meezingen met de muziek; zijn adem streek langs haar huid en liet een spoor van kippenvel achter. Raquel wenste dat ze voor eeuwig zo konden blijven staan.

Na de slow keerden ze allemaal terug naar de zithoek, alsof dat afgesproken was. Raquel bevond zich ergens tussen hemel en aarde; haar hoofd en hart zaten vol met Bill, maar het stemmetje in haar achterhoofd mompelde dat Chantal er niet al te blij uitzag.
‘Ha, daar zijn jullie!’ riep Georg opgewekt, toen Bill en Raquel aankwam bij de zithoek. De rest was er allemaal al, hingen in de zetels en dronken cola. Chantal zat op tafel, waardoor er nog twee zetels vrij waren. Raquel had het idee dat ze dat expres deed, maar ze zei niets en ging in de zetel naast die van Bill zitten. De zanger glimlachte vluchtig naar haar. Zijn aandacht werd echter afgeleid door Tom en Hannah, die in de zetel naast hem hadden plaatsgenomen.
Blijkbaar had het dansen Hannah’s laatste restje verlegenheid weggenomen. Ze zat schrijlings op Toms schoot en haar hoofd verdween onder de klep van zijn pet. Haar tong bevond zich ongeveer in zijn maag, maar dat was lastig te zien. Bovendien was niemand echt geïnteresseerd in Hannah’s tong – noch in Toms maag.
‘Die zijn lekker bezig,’ merkte Bill grijnzend op. ‘Gezellig hoor, zo’n tweelingbroer.’ Hij trok een vies gezicht en iedereen lachte. Zonder zijn lippen van die van Hannah af te halen, stak Tom zijn middelvinger op naar zijn broer, maar die giechelde alleen.
Op dat moment richtte Chantal zich op en zei met een gemeen lachje: ‘Oh ja, Bill, ik geloof dat je verloren hebt.’
‘Da’s waar ook!’ Bill ging eveneens rechtop zitten en keek haar vragend aan. ‘En wat is mijn straf?’
‘Hm...’ Chantal deed alsof ze nadacht en zei met een boosaardige blik in haar blauwe ogen: ‘Je moet iets beloven...’
Bill trok een wenkbrauw op. ‘Oh? Wat dan?’
Chantal kon haar lachen bijna niet inhouden en grijnsde: ‘Dat je morgen, de hele dag lang, geen make-up zal dragen.’

15.

Toen ze bij hun hotel aankwamen, lachte Hannah nog steeds. ‘Die blik van hem, echt, alsof de wereld verging!’ Ze schaterde weer en struikelde door de draaideuren. ‘Echt zó geniaal van Chantal!’
Raquel volgde haar met een geamuseerd lachje op haar gezicht. Ja, inderdaad een geniale actie. Georg en Gustav waren allebei op slag nuchter geworden door Bills keiharde ‘Néééé!’ en hadden vervolgens zó hard moeten lachen dat ze uit hun zetels waren gegleden. Tom had Hannah losgelaten en zich beperkt tot een droog: ‘Loser!’, terwijl Hannah en Chantal compleet in de kreukels lagen. En Raquel zelf had stilletjes mee gegiecheld, om Bill niet te kwetsen.
Daarna waren de jongens met Chantal uit de club vertrokken, zij werden opgehaald door hun chauffeur. De overgebleven twee hadden de weg onder de bomen genomen om terug te keren naar het hotel.
Plotseling stopte Hannah met lachen en haar ogen werden groot van ongeloof toen ze richting de receptie keek. Raquel volgde haar blik, maar vóór de beelden doordrongen tot haar brein wierp Hannah zich al naar voren.
‘Tom?’
De gedaante die over de balie leunde, richtte zich verbaasd op. Het was inderdaad Hannah’s lievelingsgitarist en Raquels mond zakte open. Die bodyguards van ’s middags... Het zou toch niet... Maar welke andere verklaring was er?
‘Blijven jullie ook hier?’ riep Hannah enthousiast, terwijl Tom zijn armen om haar middel sloeg.
‘Jullie ook?’ antwoordde hij. Raquel kwam dichterbij en knikte. Tom grinnikte. ‘Dit begint behoorlijk eng te worden... Jullie zijn gewoon een stelletje stalkers.’
‘Wie wil jou nou weer stalken?’ flapte Raquel eruit.
‘Ik!’ riep Hannah meteen en ze schoten alledrie in de lach. Tom drukte zijn lippen vluchtig op die van Hannah, maar zag waarschijnlijk vanwege Raquel af van een echte tongzoen.
Raquel was echter niet van plan om in de lobby te blijven staan. ‘Veel plezier samen,’ zei ze plagerig, stak haar tong uit naar het duo en liep vlug naar de trap. Ze hoefde niet om te kijken om te weten dat Tom en Hannah haar woorden vrij letterlijk namen.
Onderweg naar boven hoorde Raquel plotseling een bekende stem neuriën. Ze herkende de melodie van Schwarz, een nummer van Tokio Hotel, en begon automatisch mee te zingen.

‘Der Blick zurück ist schwarz
Und vor uns liegt die Nacht
Es gibt kein Zurück
Zum Glück
Zum Glück
Kein Zurück…’

‘Hé!’ Iemand kwam de trap af en botste bijna tegen haar op. ‘Raquel?’
‘Hoi Bill,’ antwoordde ze, heel wat kalmer dan ze zich voelde.
Hij staarde haar even verbijsterd aan, maar herstelde zich snel. ‘Wat doe jij hier? Zitten jullie ook in dit hotel? God, ’t is bijna eng!’
‘Dat zei je broer ook al,’ merkte Raquel met een lachje op, terwijl ze samen verder naar boven liepen.
Bill grinnikte. ‘Dat zal best, ja. Hij is zeker weer met Hannah bezig?’
‘Bingo.’
‘Voorspelbaar, die jongen.’
Even bleef het stil. Toen vroeg Bill, té casual: ‘Op welke verdieping zitten jullie?’
‘Vierde,’ antwoordde Raquel. ‘En jullie?’
‘Vijfde.’
Weer viel er een stilte. Raquel wist niet wat ze moest zeggen en Bill leek in gedachten verzonken. Uiteindelijk wierp ze een blik op zijn gezicht, beet op haar lip en flapte er het eerste uit wat ze kon bedenken: ‘Wat gaan jullie morgen doen?’
‘Interview, David, interview, interview,’ zuchtte hij. ‘Denk ik. We moeten in elk geval naar David, vanwege Chantal. En het gaat zó leuk worden!’ Hij rolde met zijn ogen en zuchtte wanhopig. ‘Ik ga morgen écht niet overleven! In de afgelopen... ja, toch wel zeven jaar, ben ik de deur niet uit geweest zonder eyeliner en nu...’ Hij rilde dramatisch.
‘Eigen schuld!’ Raquel gaf hem een plagerig duwtje, hoewel haar hart koppeltje duikelde in haar borst. ‘Had je maar niet moeten gaan dansen.’
Zijn ogen schoten heel even naar haar, alsof hij naar iets zocht in haar gezicht, en plotseling fluisterde hij met bijna onverstaanbare stem: ‘Maar het was het waard.’

De volgende ochtend werd Raquel gewekt door een piepje van haar mobiel. Nog half slapend klapte ze het dingetje open. Eén nieuw bericht van Hannah.

Kom je ontbijten? Iedereen is al beneden. Xx

Raquels ogen gleden naar het klokje van haar mobiel. Vijf over tien. Dat viel nog behoorlijk mee. Ze liet zich uit bed glijden en kroop naar de douche. Geen kater, maar spierpijn van het vele dansen. Het warme water echter ontspande haar spieren en de zeurende pijn trok geleidelijk aan weg, tot haar opluchting.
Na een douche van tien minuten droogde Raquel zo snel mogelijk haar haren, trok zonder te kijken haar jeans en een T-shirt aan, schoof haar voeten in haar ballerina’s en holde met oogschaduw en mascara in haar hand naar de lift. Terwijl ze naar beneden zoefde, zorgde ze voor haar make-up. In de zak van haar spijkerbroek vond ze een stompje oogpotlood; die dingen slingerden overal rond, dus dat was niet zo’n grote verrassing.
Het was niet moeilijk om Tokio Hotel en aanhang te vinden in de ontbijtzaal, ze vielen nogal op en niet alleen door het uiterlijk van de tweeling. Het geluidsvolume was aanzienlijk hoger dan dat van de andere gasten.
‘Raquel!’ Hannah zat weggekropen op Toms schoot, wuifde even naar haar vriendin en stak zo Georg bijna een oog uit. De bassist was echter te duf om daaraan te denken. Hij staarde met een diepe frons in zijn voorhoofd naar zijn glas rood vergif, alsof hij zich afvroeg hoe hij ook alweer moest drinken.
Toen ontdekte Raquel Bill en schoot bijna in de lach. Hij droeg zijn haren omlaag, zodat ze over zijn ogen vielen, en roerde ineengedoken in zijn koffie. De reden voor zijn treurige gezicht viel makkelijk te raden. Het zag er zowel komisch als schattig uit en Raquel twijfelde tussen lachen of hem knuffelen, allebei leek wel gepast.
Ze plofte tussen Gustav en de zanger in. Chantal zat aan Bills andere kant en schonk haar een koel glimlachje, dat Raquel aarzelend beantwoordde.
Op dat moment gluurde Bill naar haar vanonder zijn zwarte haren en zei met een grafstem: ‘Dit wordt een ramp...’
‘Ach gossie, dat zal toch wel meevallen?’ lachte Raquel en pakte een broodje. ‘Zo erg is het niet.’
‘Je weet niet wat je zegt!’ zuchtte hij dramatisch. Om te demonstreren wat hij bedoelde, veegde hij zijn pony opzij en toonde haar zijn onopgemaakte gezicht. Het maakte hem ouder, vond Raquel, hij zag er minder uit als zijn normale hyperactieve zelf.
‘Begrijp je? Ik zie er vreselijk uit!’ riep Bill klaaglijk en bestudeerde met een grimas zijn reflectie in een lepel. ‘Ik houd gewoon de hele dag mijn zonnebril op, dan ziet niemand het.’
‘Als je er de hele dag bij wilt lopen als een volslagen idioot, moet je dat vooral doen,’ grijnsde Tom, die zijn kin op Hannah’s schouder had gelegd en nu pesterig zijn tong uitstak naar zijn broertje.
‘Bah, niemand heeft medelijden met mij!’ Bill trok een pruillip en keek Chantal met zijn beroemde puppyoogjes aan. Ze twijfelde zichtbaar, had waarschijnlijk nog toegegeven ook als Gustav niet tussenbeide was gekomen.
‘Je hebt het belóófd, Bill. Geen make-up vandaag. En nu ophouden met zeuren, ’t werkt toch niet.’
‘Verdomme,’ mompelde de zanger, die zijn puppyblik meteen liet varen. Hij zuchtte diep, sloeg vervolgens zijn inmiddels flink afgekoelde koffie achterover en zuchtte nog eens. Het zag er zo komisch uit dat iedereen, Raquel inclusief, in de lach schoot en Bill trok een treurig gezicht.
Even zaten ze rustig met z’n allen te ontbijten, zwijgend maar niet ongemakkelijk. Tom duwde Hannah zachtjes van zijn schoot, zodat hij zijn eigen koffie kon opdrinken, maar hield wel een arm om haar middel en ze vlijde zich tegen hem aan. Tussen die twee zat het dus wel goed.
Plotseling bedacht Raquel zich iets anders: ‘Zeg, hoe verklaren jullie eigenlijk dat Chantal bij jullie is?’ vroeg ze. Zes paar ogen keken haar vragend aan en ze verduidelijkte: ‘Ik dacht dat niemand nog mocht weten wie nummer vijf zou worden.’
‘Dat klopt,’ antwoordde Gustav. ‘Chantal is gewoon een crewlid waar we het goed mee kunnen vinden. Ze is Saki’s nichtje en kan helemaal niet zingen. Saki is onze bodyguard.’
De vier jongens trokken zulke onschuldige gezichten dat Raquel het bijna geloofde. Het was wel een goede smoes, dacht ze bij zichzelf. Tenslotte kon Chantal naast zuiver, ook heel goed vals zingen. Iedereen kon vals zingen.
‘Hoe lang blijven jullie nog in Wenen?’ vroeg Georg toen. Hij was eindelijk een beetje wakker geworden en leek het gesprek redelijk te volgen.
‘Wij vliegen morgenochtend terug,’ antwoordde Raquel. ‘Jullie?’
‘Overmorgen,’ klonk het in koor. ‘Morgen is Bills shopdag,’ voegde Tom erbij. Zijn broertje rolde met zijn ogen, maar grinnikte tegelijkertijd. Blijkbaar begon hij langzaam te wennen aan het feit dat hij geen make-up mocht dragen die dag.

16.

Chantal wipte zenuwachtig van haar ene been op de andere. Achter de deur tegenover haar zat haar toekomstige manager, David Jost. Haar hele toekomst lag in zijn handen en ze hoopte heel erg dat hij aardig was, anders kon ze het wel vergeten. De jongens hadden haar vaak genoeg verteld dat David ontzettend aardig was, maar dat nam de zenuwen niet weg.
‘Blijf nou eens stilstaan!’ klaagde Bill plotseling. ‘Jij maakt ons nog eens nerveus! En dat is moeilijk, ja, want we kennen David al jaren!’
Ze deed haar mond open om antwoord te geven, maar werd afgekapt door de deur die openging. Op de drempel stond de donkerharige man die ze zich herinnerde van haar auditie – en van toen hij bij haar thuis was. Wat leek dat plotseling lang geleden! David Jost zag er een stuk minder streng uit dan toen; hij droeg nu een spijkerbroek en een los overhemd, zijn haar zat niet zo netjes gekamd en zijn gezicht was geplooid in een vriendelijke glimlach.
‘Ah, Chantal!’ zei hij opgewekt. ‘Kom binnen, kom binnen. En jullie ook natuurlijk,’ voegde hij er tegen de jongens aan toe. ‘Maar dat hoef ik niet meer te zeggen.’
Ze grijnsden allemaal en liepen langs hem heen het kantoortje in. Chantal volgde als laatste, nerveus ondanks Davids vriendelijke begroeting. Gelukkig trok de tweeling haar meteen mee naar de bank in de hoek, duwden haar erop en gingen met engelengezichtjes naast haar zitten. Georg en Gustav ploften op de twee stoelen bij het bureau en David ging op het tafelblad zitten. Toen ze allemaal enigszins geïnstalleerd waren, begon David met praten.
‘Zo, we moeten je natuurlijk inlichten over je komende leven en daar kunnen we niet vroeg genoeg mee beginnen, dus hier ben je dan.
Ten eerste moet je weten dat er veel meer bij hoort dan concerten geven, interviews doen en handtekeningen uitdelen. Het is werken, werken, werken! Je moet altijd, zelfs op je slechte dagen, in staat zijn om te lachen en de mensen te laten denken dat je vrolijk bent. Je zult een beroemdheid worden en beroemdheden kunnen maar beter vrolijk zijn, anders krijg je last van de roddelpers.
Daarnaast is er natuurlijk repeteren. Je moet, in jouw geval dan omdat je zangeres wordt, elke dag zingen om je stem in vorm te houden. Als je verkouden bent, heb je een probleem, want dat zingt niet lekker.
Als je op tour gaat, zijn er ook een hoop dingen waar je aan moet denken. Paparazzi bijvoorbeeld, je zult zonder twijfel een geliefd onderwerp van de paparazzi worden. Voor een tijdje tenminste, tot de nieuwigheid er af is. Je moet leren om hen te negeren, dat is soms best lastig.
Je moet nu ook letten op je eten, je gezondheid en dergelijke. Dit is een beetje beschamend om te zeggen, maar je zult een hoop zelfbeheersing moeten opofferen aan het onderdrukken van je menstruatiepijn (Chantal werd knalrood, de jongens eerder blauw).
Nou ja, er zijn vast nog veel meer dingen, maar voor nu lijkt het me wel weer genoeg. Je merkt het allemaal wel.’
‘Zo, dat was een hele speech,’ stelde Tom droog vast. ‘Maar verder is het best leuk, hoor.’
De plechtige sfeer, die was opgeroepen door de stortvloed van woorden, verdween en Chantal moest lachen. ‘Dank je, dat is een hele geruststelling.’

De volgende ochtend vertrokken Raquel en Hannah in alle vroegte uit het hotel. Georg sliep nog, maar een verrassend hyperactieve Raquel stormde zijn kamer binnen en schreef met Bills eyeliner een afscheidsgroet op zijn wang. De anderen stonden bij de deur en lachten zich geluidloos dood.
Daarna gingen ze met z’n allen naar beneden, waar een taxi klaarstond om de meisjes naar het vliegveld te brengen. Gustav was de eerste die afscheid nam, kalm zoals gewoonlijk, en mompelde iets dat klonk als: ‘Tot de volgende keer.’ Raquel en Hannah knuffelden hem uitgelaten en hij vluchtte zodra dat fatsoenlijk was.
Chantal probeerde haar blijdschap over Raquels vertrek zo goed mogelijk te verbergen. Vandaag had ze de jongens tenminste voor zichzelf. En vooral Bill natuurlijk, ze kon het niet uitstaan dat hij gisteravond zoveel tijd met Raquel had doorgebracht. Gelukkig had zij hem vanaf vandaag weer fulltime om zich heen en Raquel ging terug naar Berlijn.
Met een vage glimlach op haar gezicht, die moest doorgaan voor teleurgesteld, beantwoordde ze Raquels knuffel en concentreerde zich vlug op Hannah. Met haar kon Chantal tenminste wél eerlijk zijn; ze was dolblij voor het meisje dat ze eindelijk Tom gestrikt had en ze meende het toen ze fluisterde: ‘Ik ga je echt missen, weet je dat? Ben ik blij dat Tom jou waarschijnlijk ook héél snel terug wil zien!’
Tom zette Chantals woorden kracht bij door Hannah zo’n beetje uit de knuffel te sleuren. Hij plantte zijn lippen vurig op de hare en, waarschijnlijk zonder het zelf te merken, tilde haar een klein stukje van de grond. Bill rolde met zijn ogen, maar deed nog even niets.
Pas toen Tom en Hannah niet van plan leken elkaar los te laten, begon hij ongeduldig met zijn nagels op de rand van de balie te tikken. Het meisje dat er achter zat keek er met grote ogen naar. Ze was nauwelijks ouder dan Raquel en kon duidelijk niet geloven dat ze zich op een meter afstand van dé broertjes Kaulitz bevond. Ze schrok zich dan ook te pletter toen Bill plotseling uitriep: ‘Nu is het wel genoeg! Tom!’
Tom schoot in de lach, liet Hannah los en zei pesterig: ‘Beetje jaloers, broertje?’
Bill snoof. ‘Op jou zeker. Niets persoonlijks, Hannah,’ voegde hij er vlug aan toe. ‘Maar sorry hoor, zoek een kamer of zo.’
‘Oké. Ga je mee naar boven, Hannah?’ Tom trok haar weer tegen zich aan en trok suggestief zijn wenkbrauwen op. Zij grinnikte en ging op haar tenen staan om hem nog eens te kunnen zoenen.
‘Ik moet een vliegtuig halen, geen tijd voor.’
‘Hè, wat jammer nou.’
‘Dan nodig je haar uit als we terug zijn in Hamburg!’ riep Bill dramatisch. ‘Zoek een kamer!’
‘Zoek een vriendin!’ antwoordde Tom en gebaarde naar Raquel. ‘Ze wil vast wel even helpen.’
Bill werd onmiddellijk zo rood als tomatensap en begon, in een poging zichzelf een houding te geven, weer op de balie te tikken. Tom opende zijn mond om eens lekker verder te gaan met pesten, toen Raquel besloot om Bill uit zijn lijden te verlossen. Hij was ongelooflijk schattig als hij zo verlegen keek, maar ze hadden nu écht geen tijd voor het Kaulitz-geplaag. Hannah en zij moesten een vliegtuig halen.
Dus porde ze Tom in zijn zij, gaf hem een halve knuffel en zei bestraffend: ‘Tom, je denkt toch zeker niet dat ik te koop ben, hè? Houd jij je nou maar met Hannah bezig, dat is al moeilijk genoeg. Wij moeten trouwens weg.’
‘De taxi staat voor,’ meldde Gustav, die weer uit het niets opdook. ‘Schone dames instappen alstublieft!’
Raquel en Hannah knuffelden de drie jongens voor de laatste keer, wuifden en volgden toen de piccolo met hun koffers naar buiten. Het weekend Wenen was voorbij.

17.

Gapend rekte Bill zich uit en schoof zijn lege glas van zich af. ‘Oké, ik ga de stad in. Wil er nog iemand mee?’
De jongens en Chantal zaten in het café van het hotel, allemaal met iets te drinken en iets te doen. Gustav las een tijdschrift, Georg en Tom waren zachtjes aan het praten – allebei met een typische jongensgrijns, dus Bill kon wel raden waar dat over ging – en Chantal keek een beetje verveeld om zich heen. Bill zelf duwde zich net uit zijn stoel en keek de kring rond.
‘Nee, we willen niet mee,’ zei Gustav zonder op te kijken van zijn tijdschrift. ‘Ik ben één keer mee geweest met shoppen en dat doe ik níet nog een keer. Je bekijkt het maar.’
Bill haalde zijn schouders op. ‘Ik vraag het ook alleen maar om beleefd te zijn. Alsof ik altijd jullie gezeur om me heen wil hebben.’
‘Vind je het gek dat we zeuren?’ onderbrak Tom zijn gesprek met Georg. ‘Je bent mijn lieve kleine broertje, Bill, maar als je me nog één keer meeneemt om te gaan shoppen, knal ik je kop eraf. Zelfs mama is niet zo erg als jij.’
De zanger opende zijn mond, waarschijnlijk om te protesteren tegen dat “broertje”, toen Chantal in de lach schoot en riep: ‘Dat wil ik wel eens meemaken!’
‘Jij bent een meisje, jij zou daar tegen moeten kunnen,’ zei Tom en schudde zijn hoofd. ‘Mij niet gezien.’
‘Ga je mee dan?’ vroeg Bill aan Chantal, terwijl hij Tom probeerde te negeren. Een geamuseerd lachje trok aan zijn mondhoeken.
Chantal knikte en kwam ook overeind. ‘Dag jongens,’ grijnsde ze.
‘Dag meisjes!’ antwoordde Georg. Bill maakte een gechoqueerd geluidje, maar schoot vervolgens in de lach en stak zijn tong uit naar de bassist. Toen pakte hij Chantals hand en trok haar mee het hotel uit.
Chantal probeerde heel hard om niet in zijn hand te knijpen. Ze bleef er bijna in: hij hield haar hand vast. Hij hield haar hand vast. Bill hield haar hand vast. Ach, het betekende vast niets voor hem, hij hield ook Raquels hand vast. Of van fans, als hij ze op het podium riep bijvoorbeeld. Zij was gewoon een vriendin, een gewone vriendin, hij vond het heel normaal om haar aan te raken.
Maar bij haar pruttelde haar hart, sloeg tegen haar borstbeen, zocht zijn weg naar haar keel, bonkte in haar hoofd. Ze kon nergens anders meer aan denken dan aan de jongen naast haar. Warm, warmer, Chantal...
Bill liet haar hand los. ‘Even camoufleren,’ verklaarde hij lachend, toen Chantal hem vaag aankeek. Hij viste een haarelastiekje uit zijn broekzak, bond zijn haar in een staartje en trok een zwarte pet over zijn hoofd. Toen nog zijn zonnebril en hij was zo goed als onherkenbaar – tenminste, als je niet te dichtbij kwam.
‘Goed?’ vroeg hij haar. Ze knikte en hij lachte. ‘Oké dan. Laten we gaan. Maar ik waarschuw je, de jongens hebben wel een beetje gelijk. Ik ben een vréselijke shoppartner.’
‘Ik ben wel wat gewend,’ verzekerde Chantal hem en imiteerde Toms stem: ‘Ik ben een meisje, ik zou daar tegen moeten kunnen.’
Bill grijnsde. ‘Dat zullen we nog wel zien...’ Hij wiebelde met zijn wenkbrauwen en spurtte toen richting de hoteldeuren, Chantal op zijn hielen. Dit ging een interessante middag worden...

Bill en Chantal liepen naast elkaar door de grootste winkelstraat van Wenen. Ze hoefden niet bang te zijn voor paparazzi, want het was zo druk dat Bill zelfs zonder vermomming waarschijnlijk niet op zou vallen. Overal stonden, liepen of zaten mensen, je kon over de hoofden lopen. Bill voelde zich duidelijk thuis in die drukte, maar Chantal werd ontzettend kribbig van al die mensen die tegen haar aan duwden.
‘Oh, laten we daar eens naar binnen gaan!’ riep de zanger toen en trok haar vrolijk mee naar een enorm warenhuis. Natuurlijk, reken op Bill Kaulitz om de duurste winkel uit de hele straat te kiezen.
‘Ik denk dat ze hier wel petten hebben,’ zei hij opgewekt. ‘Tom is z’n favoriete rode kwijt, die ligt waarschijnlijk nog in Los Angeles.’
Logisch. Chantal schudde haar hoofd. ‘Daar moet je echt een celebrity voor zijn.’
‘En Kaulitz voor heten,’ grijnsde Bill. Hij liet zijn handen langs de rekken glijden, alsof hij op zoek was naar iets. Toen trok hij plotseling een kledingstuk tevoorschijn en duwde het in Chantals handen. ‘Is dit niet wat voor jou?’
Een jurkje, een strapless zwart jurkje met glitterband langs de bovenkant. Inderdaad, echt iets voor Chantal. Hoe kon hij dat nou weer weten? Ze staarde Bill aan alsof ze een geest had gezien en hij lachte. ‘Ik ben een genie, dat weet ik. Daar zijn de pashokjes, ik ga even een pet halen.’
En weg was hij.
Chantal keek van het jurkje naar de plek waar Bill net had gestaan en weer terug. Toen trok ze een wenkbrauw op en riep door de winkel: ‘Wat?!’
‘Zoekt u iets, juffrouw?’ vroeg een stem achter haar. Chantal maakte een luchtsprongetje van schrik en draaide zich om. Een man in pak, met onmogelijk netjes gekamd haar, keek haar beleefd en ietwat neerbuigend aan.
‘De... pashokjes?’ probeerde ze.
‘Deze kant op, juffrouw.’ Met een handgebaar wees de man haar de pashokjes en ze stapte een beetje onwennig naar binnen. Chantal was niet snel onder de indruk, maar deze winkel bezorgde haar de kriebels. Ze trok het zwartsatijnen gordijntje dicht en liet haar vingers langs de stof van het jurkje glijden, op zoek naar het prijskaartje. Hoeveel zou hij kosten?
Ah, daar was dat verdomde kaartje. Bij het lezen van de prijs voelde Chantal zich misselijk worden. Wie betaalde er in godsnaam zóveel voor een simpel jurkje? Oké, het was echte zijde, oké, het was een duur merk, maar dan nog! Dit kon ze nooit betalen.
‘Chantal!’ Bills stem. Haar hart maakte een vreemd sprongetje in haar keel en ze stak haar hoofd om het gordijn.
‘Hm?’
Bill leunde tegen de muur tegenover het hokje en glimlachte haar toe. ‘Geen zorgen over de prijs, ik betaal.’ Hij rolde met zijn ogen, viste zijn glanzend zwarte creditcard uit zijn broekzak en deed alsof hij zichzelf lucht toewuifde met het pasje. Of ze nou wilde of niet, Chantal moest lachen.
‘Ik heb ’m nog niet eens aan.’
‘Schiet op dan, ik wil zien hoe het je staat.’
Niet hyperventileren, sprak Chantal zichzelf toe. Hij ziet je gewoon als vriendin. Voor hem is dat een normale opmerking. Hij had hetzelfde gezegd tegen Hannah. Waarom gloeide dan de hoop op in haar hart? Ze probeerde niet op die manier aan hem te denken, bang als ze was om teleurgesteld te worden, maar waarom leek het dan steeds alsof hij haar aanmoedigde?
Om verdere gedachten uit te bannen, stapte ze uit haar spijkerbroek en trok haar shirtje over haar hoofd. Jurkje aan. Niet nadenken. Niet denken aan het feit dat Bill buiten op je staat te wachten. Niet, niet, niet...
Aarzelend stapte ze het pashokje uit. ‘Is hij goed?’
‘Kijk zelf maar,’ antwoordde Bill met een lachje en wees haar op de manshoge spiegel. ‘Ik vind in elk geval dat het je geweldig staat.’
Het jurkje paste perfect. Chantal staarde verliefd naar haar spiegelbeeld en draaide, als in een droom, een rondje. De rok waaierde prachtig uit vanaf haar middel, het lijfje zat haar als gegoten. Dit jurkje moest voor haar gemaakt zijn. Maar waarom was het dan zo dúúr?
‘Wil je ’m hebben?’ vroeg Bill opgewekt. Chantal knikte, niet in staat te spreken. ‘Oké, dan gaan we hem betalen. Ik heb een pet gevonden.’
Eigenlijk wilde ze protesteren, maar Bill sloeg naar haar met de pet. ‘Géén woord over de prijs! Ik houd van cadeautjes geven. En als het je geruststelt, ik ga waarschijnlijk veel meer geld uitgeven aan mezelf dan aan jou. Dat klinkt behoorlijk egoïstisch trouwens.’
‘Past wel bij je,’ plaagde Chantal en dook schaterlachend terug het hokje in, terwijl Bill opnieuw naar haar uithaalde met de pet.
‘Pestkop!’ riep hij zogenaamd gekwetst.
‘Houd ook van jou,’ antwoordde ze droog. Het deed pijn om dat zo te zeggen, zo alsof ze het niet meende. Want ze meende het wél.

Bill had gelijk: hij gaf uiteindelijk veel meer geld uit aan zichzelf dan aan haar. Hij stond erop om ook nog eens schoentjes voor haar te kopen, die ze bij het jurkje aan kon, maar na een tijdje begon de vrouwenafdeling hem te vervelen en hij sleepte haar mee naar een andere winkel.
Chantal begon te begrijpen waarom de jongens niet mee waren gegaan. Bill was altijd al ongelooflijk energiek, maar nu was hij helemaal erg. Onvermoeibaar sprong hij van de ene winkel naar de andere, kocht hier en daar wat, een ijsje tussendoor, lachte en kletste en vermaakte zich kostelijk. Zelfs Chantal, toch ook behoorlijk shopverslaafd, werd er na een tijdje moe van. Ze besefte dat Bill het zinnetje shop till you drop wel erg letterlijk nam.
‘Oké, ik geloof dat we wel klaar zijn,’ meldde Bill op dat moment, juist toen Chantal op het punt stond te gaan klagen. ‘Ik zei toch al dat ik vreselijk ben!’ lachte hij, bij het zien van haar opgeluchte glimlach. ‘Je hóéfde niet mee.’
‘Nee, maar dan had ik dat jurkje nooit gekregen,’ antwoordde ze. ‘Maar serieus, hoe kan het dat jij nog energie over hebt?’
‘Het liefst zou ik de rest van mijn leven shoppen,’ verklaarde hij zonder blikken of blozen. ‘Maar dan heb je natuurlijk geen gelegenheid om te dragen wat je hebt gekocht... Nee, ik denk dat elke twee dagen shoppen genoeg is, en dan tussendoor een paar concerten, en ’s nachts slapen vind ik ook niet erg. Maar ja, als ik elke twee dagen zoveel geld uitgeef als ik vandaag gedaan heb, dan denk ik dat David niet blij gaat zijn. Taxi!’
Ze zoefden in de taxi terug naar het hotel. Bill dumpte al zijn tassen bij de receptie, met de vrolijke mededeling dat ze die naar boven konden brengen, negeerde de enigszins paniekerige blik van het receptiemeisje en huppelde zo’n beetje naar het café om de anderen op te zoeken.
‘Jullie hebben ook echt niet bewogen, hè?’ zei hij met een enorme grijns op zijn gezicht.
‘Sterf, Kaulitz,’ kreunde Gustav, die inderdaad nog steeds op precies dezelfde plek zat met een tijdschrift – een andere weliswaar. ‘Het was net zo lekker rustig.’
‘Het is al vijf uur,’ zei Tom, met een blik op het klokje van zijn mobiel. ‘Jezus Bill, zelfs voor jou is dat behoorlijk lang.’
‘Leeft Chantal nog?’ vroeg Georg. ‘Om haar maak ik me nu het meeste zorgen.’
Op dat moment kwam het meisje ook binnen, plofte bovenop de bassist en zei: ‘Nou, ik heb het overleefd. Maar jullie hebben gelijk, hij is vreselijk.’
‘Dank je,’ zei Bill droog. ‘Dat zei ik toch al.’
Georg keek een beetje verbaasd naar Chantals rug, haalde toen met enige moeite zijn schouders op en concentreerde zich weer op zijn mobiel. Hij was een sms-gesprek aan het voeren met iemand die Chantal niet kende. Tom lag languit in zijn zetel en staarde naar het barmeisje, dat een nogal laag uitgesneden topje droeg, en Gustav was weer in zijn tijdschrift gedoken.
Bill merkte nu ook Toms gestaar naar het barmeisje op en zei fronsend: ‘Zeg broermans, ik dacht dat je niet meer single was.’
‘Hm?’ Tom keek een beetje verstoord op. ‘Sorry, wat zei je?’
‘Ik dacht dat je niet meer single was,’ herhaalde zijn broer geërgerd.
‘Oh. Ik heb Hannah niet officieel iets gevraagd,’ herinnerde Tom hem. Bill keek hem sceptisch aan en Tom haalde zijn schouders op. ‘Ogen zijn er om mee te kijken en zij is het enige interessante op dit moment. Ik ben heus niet van plan er méér van te maken, hoor.’
‘Daar houd ik je aan,’ mompelde Bill. Zijn ogen gleden naar Chantal, die eveneens fronste. Ze dacht blijkbaar hetzelfde als hij. Als Tom één stap over de schreef ging, dan zou hij wat beleven. Hij had vanochtend nog met zoveel flair afscheid genomen van Hannah en haar daarbij behoorlijk wat hoop op een serieuzere relatie gegeven. Als hij daar nu al zo achteloos mee omging, wat konden ze dan van de toekomst verwachten?

18.

Hannah verveelde zich. Twee dagen sinds het vertrek uit Wenen en ze verveelde zich nu al. Niet omdat ze niets te doen had – het ging om Tom. Ze miste Tom. Understatement van het jaar. En ze had zichzelf nog wel beloofd om niet serieus verliefd op hem te worden. Hij was natuurlijk ontzettend lief en leuk en knap en... Maar hij bleef een rockster, een beroemdheid, en op beroemdheden hoorde je niet verliefd te worden. Zelfs niet als je hen kende.
Of was dat niet logisch? Hannah staarde naar haar vingers, naar het mobieltje dat op haar handpalm lag. Hij had niet gebeld. Geen sms’je gestuurd. Op geen enkele manier contact gezocht. Was het dan toch een eenmalig iets geweest? One night stand die iets langer duurde dan één nacht. Ze zou nog één dag wachten, besloot ze, en dan zou ze zelf bellen. Om het zeker te weten.
Onder haar kussen lag het briefje dat hij in haar envelop had gestopt, bij de brief van Universal. Ze kende het uit haar hoofd. Toch haalde ze het tevoorschijn, streek het papiertje glad en las het nog eens.
Jij bent mijn winnares.
Echt waar.
Ik vond jou het leukst.
Dus niet getreurd, oké?
Tranen staan je niet.
Tom
Het was een kort briefje, maar ze vond het wel een heel lief briefje. Zeker als je bedacht dat het van Tom kwam, die eigenlijk alleen maar kon flirten als het meisje recht tegenover hem stond.
Ze zuchtte diep, stak het briefje in haar broekzak en schrok zich het volgende moment helemaal te pletter – er klonk een schel piepje door haar kamer. Haar mobiel. Een sms. Ze grabbelde zo haastig naar het apparaatje dat ze ’m eerst uit haar handen liet vallen. Geërgerd klikte ze op het envelopje. Open, open, open...
Teleurgesteld liet ze zich achterover zakken. Een sms’je van haar beste vriendin Lisanne, die in Amerika zat en eens per week een sms mocht sturen (anders ging haar beltegoed eraan). Over hoe leuk het was in New York. Hannah had geen geduld en keilde het mobieltje van zich af. Met een zielige ‘piep!’ belandde het gevalletje in de hoek van haar kamer, maar Hannah lette er niet op. Ze draaide zich om op bed en drukte haar gezicht in het kussen.
‘Pieeeeep...’
Nóg een sms’je. Wie nu? Tom? Ze lachte schamper en ging haar mobieltje halen. Op het schermpje stonden de drie lettertjes van zijn naam. Natuurlijk, net als ze de hoop had opgegeven, was hij het. Net als met regen, dacht ze. Als je een paraplu bij je hebt, gaat het nooit regenen, maar als je de paraplu vergeet, plenst het. Toen vroeg ze zich af waarom ze Tom vergeleek met een paraplu en begon nerveus te giechelen, ook al was er niemand die haar gedachte had kunnen horen.
Terug in Duitsland! Wenen was doodsaai zonder jou ;-)
We gaan nu de studio in, ik bel je vanavond.
Tom
Hannah drukte haar telefoon tegen haar borst. Ze kon wel zingen. Tom was haar dus niet vergeten! Plotseling leek de dag niet meer zo grauw.

Raquel verveelde zich. Twee dagen sinds het vertrek uit Wenen en ze verveelde zich nu al. Niet omdat ze niets te doen had – het ging om Chantal. Ze miste Chantal. En Bill. Vooral Bill. Nee, vooral Chantal. Ze wist het niet zeker meer. Ze miste de dagen dat Chantal haar ’s ochtends wakker belde met de meest idiote nieuwtjes, maar ze miste ook het gevoel van Bills handen op haar heupen en zijn koele adem op haar wang.
Ze miste haar vrienden.
Met een zucht stond ze op van de bank en slenterde door de woonkamer, automatisch richting de piano. Of zou ze harp spelen vandaag? Dan moest ze naar boven en daar had ze geen zin in. Ze had nergens zin in.
De telefoon stond te lonken bovenop de piano. Elvira was zoals gewoonlijk niet thuis, dus die kon niet klagen over uren aan de telefoon zitten. Wie zou Raquel eens bellen? Haar broertje niet, die was nooit in voor een lang telefoongesprek. Chantal zat in de studio. Hannah! Natuurlijk zou ze Hannah bellen. Die verveelde zich vast ook, nu Tom in Hamburg zat.
Grijnzend pakte Raquel de telefoon. Hannah en Tom, het was ook werkelijk ongelooflijk. Wie had ooit gedacht dat Hannah zich over haar verlegenheid heen zou zetten? Tom in elk geval niet, maar hij leek er geen enkel probleem mee te hebben.
Het was Hannah’s moeder die de telefoon opnam. ‘Helga Fischer?’
‘Uh... U spreekt met Raquel Rodri...’ Raquel kreeg de kans niet om haar zin af te maken, Hannah’s moeder viel haar meteen in de rede.
‘Ah, Raquel! Wil je Hannah hebben?’
‘Ja, als dat kan...’
‘Maar natuurlijk kan dat. Ik zal haar even roepen.’ Er klonk het geluid van tikkende hakken, Helga die door de gang liep en vervolgens bijna Raquels trommelvliezen scheurde door Hannah’s naam te schreeuwen – met haar mond nog vlakbij de telefoon.
Even later klonk Hannah’s vrolijke stem door de telefoon: ‘Hé daar!’
‘Bij jou of bij mij?’ Raquel had het eigenlijk niet meteen willen zeggen, maar haar tong was sneller dan haar brein.
Hannah schoot in de lach. ‘Ik ben er over een kwartier! Tschüss!’

Met een diepe zucht schopte Elvira de voordeur open. Werken, werken, werken... Ze had een moeilijke zaak opgekregen en moest nu elk uurtje benutten om haar tactiek uit te stippelen. Ze werd er doodmoe van, maar aan de andere kant: thuis had ze verder ook niet veel te doen. Behalve stofzuigen dan.
Op dat moment hoorde ze iemand schaterlachen in de woonkamer. Raquel? Nee, die lachte anders. Chantal... Of was die er nou niet? Raquel had zoiets gezegd, maar Elvira’s hoofd kon op dit moment aan niets anders denken dan haar werk. Dus slofte ze door de gang naar de trap zonder in de woonkamer te kijken.
Raquel hoorde haar moeder wel, maar had geen zin om Elvira te begroeten. Zij en Hannah lagen languit op de grond voor de televisie en keken naar een herhaling van South Park, waarbij ze regelmatig in de lach schoten.
‘Was dat je moeder?’ vroeg Hannah zonder opkijken. Ze klonk niet echt geïnteresseerd, maar dat had Raquel ook niet verwacht. Ze antwoordde met een vaag bevestigend “ja” en rolde op haar rug.
Op hetzelfde moment ging Hannah’s telefoon.
De twee meisjes schoten tegelijkertijd overeind. ‘Mijn mobiel!’ riep Hannah overbodig en viste het dingetje uit haar broekzak. Meteen begon haar hele gezicht te stralen en Raquel wist al wie haar belde.
‘Ik ga thee zetten,’ zei ze tactvol. Hannah knikte zonder opkijken, ging op de bank zitten en nam op. Haar ademloze “Hé Tom!” bevestigde Raquels vermoeden. Met een grijns op haar gezicht verliet ze de woonkamer; het was beter om die twee maar even alleen te laten. Bovendien herinnerde Hannah’s gelach en enigszins dwepende stem haar aan Bill... En dat was wel het laatste wat ze wilde.

Hannah merkte nauwelijks dat Raquel ervandoor ging. Ze praatte namelijk met Tom en wat was nou belangrijker dan dat?
Ze genoot ervan zijn stem te horen, zijn grapjes, zijn lach, gewoon, ze genoot ervan weer met Tom te praten. Het voelde zo alsof hij toch een beetje bij haar was, ook al zat hij in Hamburg en zij in Berlijn. Ze kon zich perfect voorstellen hoe hij er nu uitzag, lekker relaxt op de sofa hangend, met zijn dreadlocks onder zijn pet en de veel te grote kleren waar je zo lekker in weg kon kruipen... De vlinders in haar buik fladderden heftiger dan ooit.
Op dat moment hoorde ze aan de andere kant van de lijn Bills stem: ‘Tom! Ruim in godsnaam je sokken op!’
Tom schoot meteen in de lach en riep terug: ‘Doe het lekker zelf!’
‘Het zijn míjn sokken niet!’
‘Nou en? Jij struikelt er over.’
Hannah barstte in lachen uit en Tom lachte mee. Bill vond het duidelijk niet zo grappig, want zelfs Hannah kon zijn geërgerde zucht horen. Toen klonk zijn stem weer: ‘Tom, als je zo nodig met Hannah moet praten, nodig haar dan een keer uit, oké?’
‘Sinds wanneer heb jij iets tegen telefoons?’ antwoordde Tom en voegde er tegen Hannah bij: ‘Serieus, zelfs over pizza bestellen doet Bill een half uur langer dan ik.’
‘Dat komt omdat ze bij mij altijd vragen of ik wel écht dé Bill Kaulitz ben!’ snauwde Bill terug. ‘En ik heb iets tegen telefoons sinds ik maar de helft van het gesprek kan horen en dat hangt me behoorlijk de keel uit!’
‘Welcome to my world!’ grijnsde Tom. ‘Bij mij vragen ze of ik wel echt dé Tom Kaulitz ben, broertje.’
‘Houd nou eens op met dat “broertje”! En ik geef altijd ántwoord op die vraag, jij niet!’
Hannah lag ondertussen helemaal dubbel met de telefoon tegen haar oor geklemd en hoorde de helft van het gekibbel niet meer door haar eigen gelach. Het duurde daardoor ook een tijdje voor ze doorhad dat Tom weer tegen háár praatte.
‘... heeft wel gelijk, het is makkelijker als je gewoon hierheen komt.’
Ze ging vlug rechtop zitten en antwoordde: ‘Tuurlijk, wanneer kan ik komen?’
‘Nou... Wacht even. Gustav, wanneer zijn we vrij?’
Nu klonk de stem van de drummer door de telefoon. ‘Niet dit weekend, maar dat daarna. Leer je rooster eens uit je hoofd, joh.’
‘Nee, daar hebben we nou jou voor,’ zei Tom droog en vervolgde opgewekt in de telefoon: ‘Volgende week het weekend dus.’
‘Oké, dan kom ik... Hoe laat?’
‘Zie maar. Niet voor elven, want dan ben ik nog niet wakker.’
‘En ik neem Raquel mee, goed?’
‘Ja, dan heeft Bill ook iets te doen.’
En natuurlijk moest Bill daar weer op reageren: ‘Zeg, waar hebben jullie het nu weer over?’
‘Ze zegt dat ze Raquel meeneemt als ze komt.’ Aan Toms stem kon Hannah horen dat hij grijnsde.
Bill bleef even stil – wat Hannah nogal verbaasde, want als er iemand onder de categorie “kletskous” viel was het Bill wel. Toen zei hij overdreven achteloos: ‘Oh, oké.’
Tom grinnikte in de telefoon. ‘Ja, dat vindt hij wel leuk, hè. Maar, ik ga hangen, anders probeert mijn lieve babybroertje me nog te vermoorden.’
‘Tien minuten!’ gilde Bill op de achtergrond. ‘Het zijn maar tien minuten!’
‘Doei,’ giechelde Hannah. ‘Tot volgende week.’
‘Tschüss, Liebchen.’ En toen hing hij op.

19.

Chantal had het veel te druk om zich te vervelen. Ze had nooit gedacht dat het leven van een beroemdheid zo ingewikkeld was. Het zag er altijd zo makkelijk uit, hier een interview en daar een concert en verder een luizenleventje. Nou, die zeepbel hadden ze hier meteen laten knappen.
Het was werken, werken, werken en oh ja: werken.
Goed, ze mocht ’s ochtends tot negen uur in bed blijven liggen, maar daarna moest ze ook wel onmiddellijk wakker en opgewekt zijn. Ontbijten deden ze zo goed mogelijk met z’n vijven, maar meestal waren er wel één of twee jongens niet aanwezig – en dat wisselde tussen Bill, Tom of Bill én Tom. Gustav was sowieso een vroege vogel en Georg was gedisciplineerd genoeg om ook daadwerkelijk op te staan als zijn wekker ging.
Na het ontbijt werd Chantal onmiddellijk naar de studio gestuurd. Ze had gedacht dat ze zouden beginnen met opnemen, maar niets was minder waar. Op de eerste dag stond er een zanglerares te wachten, eentje die duidelijk niet gekomen was om vrienden te maken. Ze liet Chantal onmiddellijk de hele studio doorrennen, terwijl het meisje op vol volume Ready Set Go moest zingen. Chantal besefte dat er bij optreden veel meer kwam kijken dan lief lachen en klemde haar kaken op elkaar. Ze móést dit goed doen, ze kon de jongens niet teleurstellen.
’s Middags werd er vlug geluncht, ieder voor zich, omdat de jongens een ander schema hadden dan Chantal. Wat zij precies deden, wist ze niet. Interviews, nam ze aan, fotoshoot misschien, in elk geval iets waar zij nog niet aan mee kon doen.
En na de lunch werd het weer werken, werken en werken. De zanglerares had nog meer te doen, maar in plaats daarvan kwam ene Felix, die Chantal uitlegde hoe het leven van een celebrity in elkaar zat. Dat betekende les in interviews geven, met groupies omgaan (hier kreeg Chantal ruimschoots de kans haar sarcasme te oefenen) en over de rode loper wandelen.
’s Avonds kwamen de jongens ook weer terug van weggeweest en ze aten met z’n allen in de keuken. Gustav kookte meestal, hij deed het met plezier en was er ook het beste in. De tweeling kwam niet verder dan spaghetti met ketchup en Georg was een prof in het bakken van eieren, maar dat was dan ook alles. Chantal had zich algauw ontpopt tot Gustavs keukenhulpje en dat lieten de andere drie graag aan haar over.
Veel tijd voor contact met de buitenwereld had Chantal niet. Ze mocht onbeperkt bellen met wie dan ook, maar kon daar meestal gewoon geen gaatje voor vinden. De computer was bestemd voor fanmail en het reserveren van bijvoorbeeld vliegtickets, dus niet voor msn, en verder bewaakten de jongens hun laptops alsof het baby’s waren. Alleen Bill was af en toe zo aardig om zijn laptop uit te lenen, maar veel tijd om te kletsen had Chantal toch niet. Aan het einde van de dag was ze meestal zo afgepeigerd dat ze alleen nog maar wilde slapen.

Maandagochtend. Het weekend was godzijdank rustiger geweest en Chantal had de hele zondagmiddag achter Bills laptop gezeten om met Raquel en Hannah te kunnen kletsen. Maar nu was het alweer maandag en ze besefte dat ze weer aan het werk moest.
Aan het werk.
Rare benaming voor je hobby, dacht ze. Werk. Maar dat was het natuurlijk, de jongens leefden van hun muziek en zij zou dat ook doen. Zíj, Chantal Jones, tot voor kort een onbetekenend schoolmeisje, zou beroemd worden en haar geld verdienen met haar stem. Kon het nog gekker?
Gedoucht, aangekleed en opgemaakt slofte Chantal door de gang richting de keuken. Aan het geluid te horen waren er vier jongens aanwezig. Dat betekende óf dat Gustav een pesthumeur had, óf dat er iets belangrijks aan de hand was.
‘Hé,’ zei ze en ging op de lege stoel naast Georg zitten. ‘Wat een wonder, de tweeling is wakker! Stond je bed in brand of zo?’
‘Heel grappig, Jones!’ morde Bill en staarde naar het bodempje zwarte brandstof – ofwel koffie – in zijn kopje. ‘Is er hier nog meer van?’
‘Bill, je hebt al vier koppen op,’ zuchtte Gustav en voegde er tegen Chantal bij: ‘We moeten vandaag even naar Universal en we wilden jou daarna een beetje wegwijs maken in de stad.’
‘Naar Universal? Hoezo?’ vroeg Chantal nieuwsgierig. Ze had niet het idee dat de platenmaatschappij zich echt met de jongens bemoeide. Natuurlijk wilden ze weten wat de vier uitvoerden en natuurlijk kwam David in zijn rol als manager zo’n beetje elke avond over de vloer, maar aangezien alles op dit moment rustig aan ging hoefde de rest zich nergens mee te bemoeien.
Het was Georg die antwoord gaf. ‘Ze hebben iets nieuws bedacht, die producenten van ons. Of eigenlijk is het niet nieuw, maar ze hadden het nog niet helemaal uitgewerkt.’
Georg was niet zo goed in geheimzinnig kijken, dus deed hij maar een halve poging en concentreerde zich toen weer op zijn tomatensap. Chantal trok een vies gezicht. Hoe hield hij dat spul in godsnaam binnen?
Op dat moment zei Tom met een grafstem: ‘Ik heb koffie nodig. Waarom plannen ze die afspraken altijd zo vroeg?’
‘Om ons te pesten,’ kreunde zijn broer en liet zijn hoofd met een bonk tussen de boter en de jam vallen. ‘Auw,’ klonk er droogjes onder zijn haren vandaan.
‘Het lijkt wel alsof jullie een kater hebben,’ grijnsde Chantal, die niet zo’n punt maakte van vroeg opstaan en bovendien negen uur niet als “vroeg” bestempelde.
‘Nee, dan zou ik ook nog hoofdpijn hebben,’ zuchtte Tom en schonk zichzelf nog een kop koffie in. ‘Nu ben ik alleen maar moe.’
‘Ik heb hoofdpijn,’ steunde Bill er tussendoor.
‘Dat verbaast me niets,’ zei Georg droog en iedereen – behalve de tweeling – schoot in de lach.
Een halfuur later sprong Bill als een hyperactief konijn om hen heen en zong met wakkere oogjes “Sur le Pont d’Avignon”, terwijl de rest zich klaarmaakte om weg te gaan. Zes koppen gitzwarte koffie hadden duidelijk hun werk gedaan.
Georg kroop achter het stuur van een onopvallende grijze Volkswagen, Gustav snoerde zichzelf vast op de bijrijderstoel en de andere drie propten zich op de achterbank, Chantal in het midden. Georg trapte op het gaspedaal en de auto schoot door het hek.

David verwelkomde hen in zijn kantoortje. Dat wil zeggen, hij opende de deur en de tweeling stormde over de drempel, achteloos een “hoi!” over hun schouder gooiend. Georg, Gustav en Chantal keken David verontschuldigend aan en hij schoot in de lach.
‘Die blik heb je al goed onder de knie! Maak je geen zorgen, ik ga al heel wat jaartjes mee – ik ken die twee. Bill! Tom!’ brulde hij, zo hard dat Chantal ervan schrok.
De tweeling salueerde en Bill begon onmiddellijk als een idioot te giechelen. David keek hem streng aan, hoewel ook zijn mondhoeken een beetje omhoogtrokken. ‘Zitten en klep houden, anders sluit ik jullie op in de wc!’
Ze salueerden weer. Bill beet op zijn lip om niet teveel te giechelen en ging vlug op de sofa in de hoek zitten, gevolgd door Tom.
‘De rest komt zo,’ zei David tegen Chantal. ‘Ze moesten nog een paar dingetjes afmaken. Ik bleef maar hier om jullie, eh, op te vangen.’
‘Wat...’ begon Bill, maar de manager viel hem meteen in de rede.
‘Klep houden of je gaat de wc in!’
Bill perste zijn lippen op elkaar, maar zijn ogen schitterden vrolijk. Die jongen had teveel energie, níet te zuinig! Chantal smolt helemaal weg, zoals hij daar zat met die ondeugende blik en verstopte grijns. God, wat was hij toch schattig...

Een kleine vijf minuten later kwamen drie andere mannen het kantoortje binnen. Chantal herkende Patrick Benzner van haar auditie, de andere twee waren haar onbekend.
De eerste die ze zag was strak in pak, had perfect gekapt donker haar en een strenge blik. Duidelijk een kantoorbewoner. Hij stelde zich voor als Dave Roth en ging onmiddellijk met David in gesprek.
De tweede was jongensachtiger, met bruin haar en een spijkerbroek. Hij had de mouwen van zijn witte overhemd opgeschoven tot boven zijn ellebogen en gaf Chantal een krachtige handdruk. ‘Peter Hoffmann.’
Patrick Benzner, eveneens bruinharig en in vrijetijdskleding gehuld, begon een gesprek met Georg waar Gustav en Peter zich meteen in mengden. Chantal, die zich vreemd overbodig begon te voelen, stond een beetje verloren tussen de groepjes in. Ze was zich er plotseling pijnlijk van bewust dat ze niet alleen het enige meisje was, maar ook de enige die geen idee had met wie ze nou eigenlijk in de kamer stond. Dit was het producententeam? Oké, maar waarom had ze dan het idee dat ze er niet bij hoorde?
Toen zag ze hoe Bill haar wenkte en ging vlug bij de tweeling zitten, blij dat er blijkbaar toch een plekje voor haar was.
Bill merkte haar plotselinge onzekerheid meteen en zei lief: ‘Je hoeft je geen zorgen te maken, hoor. Zo doen ze altijd, het betekent dat je geaccepteerd bent in de “familie”.’ Hij deed de aanhalingstekens na met zijn vingers en Tom grinnikte.
‘Het voelt een beetje lullig, maar ze zijn zo bezig met hun geregel dat gevoelens er soms bij inschieten,’ zei hij tegen Chantal. ‘Niet op letten, na een tijdje wen je eraan. Het zijn producenten, die doen zo.’
‘En als ze echt stout zijn, kom je bij ons,’ voegde Bill er met een giechel bij. Hij wiebelde met zijn wenkbrauwen en of ze nou wilde of niet, Chantal moest lachen. Ze was gezegend met de beste vrienden van de wereld, dacht ze opgelucht.
‘Oké, jongens!’ riep David op dat moment. ‘En meisje,’ voegde hij er vlug bij. ‘Even de aandacht.’
De aanwezigen staakten allemaal hun gesprek en keken verwachtingsvol op. Peter, Patrick en Dave wisten al wat David ging zeggen, maar hun ogen glansden van plezier. David keek alsof hij de loterij had gewonnen en zelfs Dave liet een glimlach zien. Het moest wel buitengewoon goed nieuws zijn, bedacht Chantal en ging er eens goed voor zitten.
‘Bill!’ begon David. De zanger keek hem verbaasd aan.
‘Wat heb ik nu weer gedaan?’
Iedereen schoot in de lach, ook Dave. Georg lag in zo’n lachstuip dat hij de hik kreeg en hikte vervolgens door de rest van Davids verhaal heen, waardoor het geheel een nogal melige tint kreeg.
‘Je hebt deze tekst geschreven, weet je nog,’ grinnikte David en zwaaide met een vol gekriebeld blad papier. ‘Zegt de titel Nur Geträumt jou iets?’
Bills gezicht klaarde meteen op. ‘Ja, natuurlijk! Die is behoorlijk nieuw.’
‘Klopt,’ knikte David en Georg hikte zijn bijval. ‘Het is een goede tekst, mag ik wel zeggen, niks op aan te merken. En ook prima voor een grotere rol voor Chantal.’
‘Wat?’ Chantal schoot overeind zodra ze haar naam hoorde noemen. Verrast staarde ze David aan. ‘Een grote rol?’
‘Precies!’ David keek alsof hij gehoord had dat Sinterklaas toch wél bestond en zei enthousiast: ‘Een duet, zeg maar!’
Georg hikte. Op hetzelfde moment viel Chantals mond naar haar knieën en riep Bill met een onmogelijk brede grijns: ‘Fantastisch! Wanneer beginnen we?’
Ze begonnen allemaal door elkaar te praten. Chantal was de enige die er stilletjes bij zat. Ze kon niet praten, ze wist niet meer hoe haar mond dicht moest.
Een duet. Ze ging gewoon een duet zingen met Bill. dat was zoveel meer dan alleen backing vocals. Zou haar stem wel goed genoeg zijn? En wat als ze nou heel erg teleurstelde?
Op dat moment stootte Bill haar aan en fluisterde met glanzende ogen: ‘Dat duet wordt zó geweldig!’
Zijn vertrouwen deed haar goed, ze kwam weer tot zichzelf en begon breed te grijnzen. ‘Zeker weten!’
Haar dag kon nu al niet meer stuk. En hij was nog maar net begonnen!

Chantal wilde het liefst meteen aan het duet werken, maar daar waren de jongens het niet mee eens.
‘We gingen Hamburg in, weet je wel?’ herinnerde Bill haar, terwijl hij vrolijk voor hen uit huppelde richting de uitgang. ‘Dat duet loopt niet weg!’
‘Nee, maar jij wel! Doe eens kalm, joh!’ riep Gustav hem achterna. Bill stak zijn tong uit en verdween door de draaideuren naar buiten.
‘Kleuter,’ mompelde Georg. ‘Tom, voed dat joch eens op! Ik krijg hoofdpijn van zijn vrolijkheid.’
De gitarist klopte hem met een treurig gezicht op de schouder. ‘Het spijt me, Georg, maar we hebben hier helaas te maken met mijn gestoorde babybroertje. Onze ouders hebben hem te vaak laten vallen toen hij klein was. ’t Is een verloren zaak.’
‘Wij rouwen,’ zuchtte Gustav. Chantal keek van de één naar de ander, trok een wenkbrauw op en barstte vervolgens in lachen uit.
‘Wacht maar,’ bromde Georg, terwijl zij ook door de draaideuren gingen. ‘Er komt een moment dat jij Bill ook het liefst opsluit in de koelkast, geloof me.’
Chantal geloofde er niets van. Ze vond het heerlijk om Bill zo hyperactief te zien doen, zo lekker happy. Hij mocht dan wel negentien zijn, dat betekende toch niet dat je meteen alles serieus moest nemen?
Bill stond tegen de auto aangeleund toen de anderen aan kwamen lopen. Hij grijnsde nog steeds, maar sprong niet meer als een konijn op en neer.
‘Het wonder is geschied,’ zei Gustav droog. ‘Bill is gestopt met springen! Jij krijgt nóóit meer zes koppen koffie bij het ontbijt, begrepen?’
‘Dat zeg je elke dag,’ antwoordde Bill onverschillig.
‘Deze keer zal ik me eraan houden.’
‘Dat zeg je ook elke dag,’ zei Bill opgewekt. ‘We moeten ons vermommen, jongens, anders duikt half Hamburg bovenop ons.’
‘Wat een intelligent idee,’ zei Georg en opende de kofferbak. ‘Chantal, jij bent vanaf nu het nichtje van Gustav, oké? Mochten ze ons toch herkennen en vragen wie jij bent, dan zeg je “Chantal Schäfer”.’
‘Hoezo?’ vroeg Chantal verbaasd. ‘En waarom Gustav? Niet dat dat erg is of zo, hoor,’ voegde ze er vlug aan toe. ‘Ik vraag het me alleen maar af.’
Het was maar goed dat ze de auto op de privéparkeerplaats van de platenmaatschappij hadden neergezet. Nu zag niemand hoe Bill, Tom, Georg en Gustav transformeerden tot vier stereotype hangjongeren: afzakkende trainingsbroeken, sweatshirts en verveelde gezichten. Bill veegde al zijn make-up af (op een enkel streepje eyeliner na) en deed zijn haar in een staartje. Tom verborg zijn dreads onder zijn capuchon, Gustav zette een bril op en Georg wurmde zijn haar onder een pet.
Pas daarna begon Tom het uit te leggen: ‘Nou, niemand mag nog weten wie het nieuwe Tokio Hotel lid is en wij behoren allevier single te zijn, dus daarom moet je familie spelen. Het is nooit helemaal zeker of ze het wel echt geloven, maar onze ervaring leert dat roddelpers graag voor de makkelijkste verklaring gaat. Dus als we de mogelijke verklaring op een presenteerblaadje aanleveren, zullen ze die publiceren en niet zelf iets verzinnen.’
‘En je moet Gustavs nichtje zijn omdat jullie het meest op elkaar lijken,’ vulde Georg aan. ‘Zijn we klaar?’
‘Ik haat vermommen!’ klaagde Bill opeens. Hij bestudeerde zijn gezicht in het zijspiegeltje van de Volkswagen en mopperde: ‘Ik zie er niet uit zo!’
‘Instappen, ijdeltuit!’ commandeerde Georg onverbiddelijk. ‘Anders komen we nooit ergens. Het is al opvallend genoeg dat we met z’n allen gaan, dus probeer je in te houden, oké?’
‘Ja papa,’ mompelde Bill en sloeg het portier achter zich dicht. Gelukkig leek de gedachte aan winkelen hem op te vrolijken, want hij begon gedachteloos Lollipop van MIKA te zingen en ergerde daar iedereen mateloos mee – wat duidelijk maakte dat hijzelf in elk geval niet geïrriteerd meer was.

20.

Hamburg was misschien wel groot, maar Chantal had praktisch haar hele leven doorgebracht in Berlijn en kon dus niet erg onder de indruk zijn van formaat. Ze liep achter de jongens aan en probeerde zich in te prenten waar ze waren, zodat ze het later misschien zelf zou kunnen vinden.
Het was een gezellige stad. Niet zo asociaal druk als Berlijn soms kon zijn, maar ook niet angstaanjagend leeg. Deze straat was rijk aan terrasjes, schoenenwinkels en dierenspeciaalzaken; daarnet waren ze uit de straat met de juweliers, kebabzaakjes en boekhandels gekomen en ze waren, volgens Bill, op weg naar de muziekwinkelstraat.
‘Plectrums,’ had hij als reden opgegeven. ‘Tom eet die dingen in plaats van cornflakes of zo, hij is ze altijd kwijt. Maar de muziekwinkel is best leuk.’
Chantal voelde zich fantastisch. Ze liep hier in een zonovergoten stad met vier van haar beste vrienden, stond op het punt haar grootste droom waar te maken door zangeres te worden – ook al waren het maar backing vocals – en als slagroom op de taart mocht ze een duet zingen met de zanger van haar eigen band, waar ze toevallig ook nog eens verliefd op was.
Had ze nog meer redenen nodig om gelukkig te zijn?
‘Chantal, hier naar binnen!’ haalde Bill haar uit haar gedachten. Hij stond op de drempel van een klein winkeltje met muziekboeken in de etalage. De anderen waren al naar binnen en Chantal volgde vlug hun voorbeeld.
Het winkeltje was vrij smal, maar redelijk diep; er was in elk geval genoeg ruimte voor de enorme zwarte vleugelpiano die het zaakje domineerde. Raquel had dit geweldig gevonden, realiseerde Chantal zich. Ze duwde de gedachte weg – aan Raquel wilde ze nu niet denken, het zou haar alleen maar treurig maken. En niet alleen omdat ze haar beste vriendin miste.
De jongens keken nauwelijks om naar de vleugel. Tom en Georg beoordeelden de uitgestalde gitaren en bassen, Gustav zocht nieuwe drumstokjes uit en Bill stond naar de verzameling microfoons te kijken. Chantal, die niets van gitaren snapte en drumstokjes maar saai vond, kwam bij hem staan.
‘Heb je een microfoon nodig?’ vroeg ze.
Bill schudde lachend zijn hoofd. ‘Nee, maar ik vind het leuk om te kijken. Mijn allereerste zelfgekochte microfoon komt hier vandaan.’
Normale mensen hadden nostalgische herinneringen aan hun allereerste zelfgekochte cd, fiets of hamster; Bill herinnerde zich weemoedig aan zijn allereerste zelfgekochte microfoon. Nog een bewijs dat hij niet normaal was. Niet dat Chantal die bewijzen echt nodig had – je hoefde maar één keer naar hem te kijken om te weten dat het woord normaal niet op hem van toepassing was.

De volgende dag kwam Bill halverwege Chantals zangles binnenvallen met de mededeling dat ze aan het duet gingen beginnen.
‘Peter is speciaal voor ons gekomen,’ meldde hij opgewekt. ‘Hij helpt ons meestal met het voorbereiden van nieuwe songs en het zoeken van juiste riffs en weet ik het wat. David is meer de regelnicht.’
Hij giechelde en trok Chantal zonder pardon mee naar een ander gedeelte van de studio: zijn eigen kleine kamertje, waar de zangpartijen werden opgenomen. Er was een tweede opnameset geïnstalleerd, voor Chantal, en ze hadden een betere lamp opgehangen. Nu was het niet zo’n donker hol meer, zoals Bill grijnzend zei.
Peter zat inderdaad al op hen te wachten. ‘Ben je er klaar voor, Chantal?’ begroette hij haar bemoedigend.
‘Eh... Niet echt,’ bekende ze eerlijk. ‘Ik heb de tekst nog niet eens gelezen.’
Bill sloeg zichzelf tegen zijn voorhoofd. ‘Helemaal vergeten! Moet ik de tekst voor je halen of zal ik het voorzingen?’
‘Ik heb de tekst hier,’ lachte Peter. Hij overhandigde Chantal een blad papier en voegde er tegen Bill aan toe: ‘Dat voorzingen is trouwens wel een goed idee, dan zing ik Chantals partij wel. Of eigenlijk, dan hum ik Chantals partij,’
‘Peter kan niet zingen,’ fluisterde Bill tegen Chantal, zo hard dat Peter het ook kon horen. Gelukkig vond hij het alleen maar grappig.
‘Gedraag je een beetje, Bill! Noem je dat het goede voorbeeld?’
De zanger keek hem met zijn befaamde puppyoogjes aan en Peter zuchtte. ‘Even serieus, jongen, we moeten aan jullie duet werken. Ik heb al met Tom gepraat, we hebben een voorlopige gitaarpartij uitgewerkt. Bill heeft ’m zonder twijfel al gehoord – klopt dat?’
‘Natuurlijk, Tom heeft het gisteren voor me gespeeld.’ Bill leunde achterover in zijn stoel, een tevreden lachje op zijn gezicht. Hij voelde zich duidelijk thuis hier, wás hier ook thuis, maar het straalde er nu helemaal vanaf. Hij hoorde hier, dacht Chantal. Hij hoorde in de studio, bij zijn muziek, zijn zang, zijn tweelingbroer, zijn band, zijn thúis. Hij hoorde hier. Zou zij er ooit ook zo horen?
Peter haalde een iPod tevoorschijn, sloot die aan op een paar losse boxjes en verklaarde: ‘Hier staan de gitaarpartijen op. Bill, klaar?’
De zanger rechtte zijn rug en knikte. Peter drukte op Play. Een kalme gitaar begon te spelen; het deed Chantal en beetje denken aan hoe de tweeling ’s morgens was, duf en niet aanspreekbaar, totdat ze genoeg koffie hadden gehad en wakker werden. Het duurde een paar seconden om dat koffie-effect te bereiken en op dat moment viel Bill in. Zijn stem vermengde zich met de muziek, wervelde omhoog, vormde een net van klanken dat zich om Chantal heen wikkelde.
Ondanks dat het pas de voorlopige versie was, werd ze meteen verliefd op het liedje. En dit zou haar duet worden!
Gitaar en stem bereikten een soort hoogtepunt en Chantal besefte dat het refrein er aankwam. Ze las mee met het papier, mompelde zacht de woorden die Bill zong.

‘Hab’ ich es dann falsch gesehen?
Hab’ ich es dann nie gesehen?
Hab’ ich dich dann nur geträumt
Das kann nicht sein
Ich möchte dich doch wiedersehen
Ich möchte dich doch wirklich sehen
Ich habe es nicht nur geträumt
Liebst du mich?
Ich liebe dich…’

Chantal voelde dat ze bloosde. Nur Geträumt was een liefdesliedje. Dit moest ze samen met Bill zingen? Ich liebe dich... Was het soms een stille hint?

Chantal was kapót. Ze werkten nu elke middag aan het duet en hoewel ze elke keer beter werd, vond ze het nog steeds moeilijk. Het leek niet moeilijk, maar dat was het wél. Het was veel meer dan alleen op het juiste moment invallen. Ze moest op het juiste moment de juiste toon hebben, de juiste emotie laten doorklinken in haar stem, ze moest op haar omgeving letten, op Bill voornamelijk, ze moest de tekst onthouden, ze moest zovéél! En soms lukte het gewoon echt niet.
Gelukkig maakte Bill ook fouten – dat maakte het voor hun concentratie niet echt beter, want zodra hij zichzelf een fout hoorde maken schoot hij keihard in de lach en was dan minstens vijf minuten niet aanspreekbaar. Hij schaamde zich er helemaal niet voor, maar Chantal moest zich nog bewijzen en werd elke keer dat ze iets verkeerd deed zo rood als een tomaat.
Het was vrijdag, tegen elf uur ’s avonds, en ze hingen met z’n vijven voor de televisie. Gustav had een film uitgezocht, maar de aftiteling was juist begonnen en iedereen begon zich uit te rekken na een lange zit.
Natuurlijk was het Bill die als eerste geluid maakte. ‘Pfoeh, mijn kont is koud.’
‘Dan moet je ook niet op de vloer gaan zitten,’ zei Tom droogjes. Bill wierp hem een dodelijke blik toe; hij was niet expres op de vloer gaan zitten, Tom had hem van de sofa gekieperd.
Gustav maakte een eind aan de op handen zijnde discussie: ‘Tweeling, niet kibbelen! Ik ga nú naar bed en wee jullie gebeente als ik terug moet komen om het geluid uit te zetten.’
‘Enge drummer!’ deed Bill met een piepstemmetje en iedereen schoot in de lach. Gus rolde met zijn ogen, maar moest eigenlijk ook lachen. Hij mepte Bill tegen zijn achterhoofd, wuifde goedenacht naar iedereen en verdween naar zijn kamer. Georg volgde vijf minuten later.
Chantal en de tweeling bleven even stilletjes zitten, starend naar de voorbijglijdende aftiteling. Ditmaal was het Tom die zich als eerste bewoog. Hij reikte naar de afstandsbediening, knipte de televisie uit en gaapte hartgrondig.
‘Hand voor je mond als je gaapt!’ zong Bill opgewekt. Hij had als enige nog energie (zoals gewoonlijk) en keek zijn broer met glansoogjes aan. Dat kwam hem op nog een mep te staan, maar daar was hij aan gewend.
‘Ik ga naar bed,’ meldde Chantal op dat moment. ‘Ik ben kapot.’
‘Slaap lekker,’ zeiden de broertjes in koor. Chantal slofte de gang op, richting haar kamer, en gaapte hartgrondig. Nog even douchen, dacht ze vaag. Douchen...
Het water maakte haar slaperig en helder tegelijkertijd. Ze kreeg het heerlijk warm, zowel vanbinnen als van buiten, en haar spieren ontspanden. Normaal gesproken wervelden er duizend dingen door haar hoofd, losse zinnetjes en songteksten, maar de douche spoelde al die gedachten weg en maakte plaats voor complete rust.
Eenmaal uit de douche, gekleed in haar topje en slaapshorts, besloot ze nog even een glas water te gaan drinken in de keuken; ze dronk niet graag zomaar uit de kraan. Met haar vochtige haren los om haar gezicht liep ze de gang op, richting de keuken, haar hoofd al bij haar kussen en warme dekens. Ze passeerde de woonkamerdeur en ving, onwillekeurig, Bills stem op.
‘ ... ging wel goed, alleen voelt het nog steeds vreemd om het zo te zingen.’
Toms antwoord kwam meteen: ‘Dat kan ik me voorstellen. Ga je het haar een keer vertellen?’
Bill lachte. ‘Een keer? Ja, natuurlijk! Maar dat kan ook over vijf jaar zijn.’
Nieuwsgierig bleef Chantal staan, verborgen achter de woonkamerdeur. Waar hadden ze het over?
‘Binnenkort, dan,’ zuchtte Tom. ‘Je weet best wat ik bedoel.’
Bills stem werd zachter, ernstiger. ‘Dat weet ik, maar ik weet niet... Ik durf zoiets niet.’
‘Doe niet zo raar.’
‘Ik doe niet raar. Dat is gewoon zo. Ik dúrf niet. Wat als ze mij nou niet leuk vindt? Ik denk niet dat ik dat aankan.’
Chantals hart begon plotseling als een razende te bonzen. Was hij... Zei hij nou net... Ging dit over haar?
Tom kuchte. ‘Je moet niet zo onzeker zijn, broertje. Heb je haar wel eens naar jou zien staren?’
Chantal bloosde, ook al kon niemand haar zien. Was het zo duidelijk? Natuurlijk kon ze af en toe haar ogen niet van Bill afhouden, maar ze deed altijd haar best om het zo onopvallend mogelijk te doen. Mislukt...
‘Nee,’ mompelde Bill. ‘Ik probeer niet naar haar te kijken, straks ga ik nog kwijlen.’ Hij schoot als eerste zelf in de lach, galmend door de woonkamer. Tom volgde en Chantal durfde ook te giechelen; de jongens maakten zoveel lawaai met z’n tweeën dat zij waarschijnlijk niet te horen was.
Op dat moment hoorde ze Georg vanaf de andere kant van de gang: ‘Twééling!’
Hij brulde zo hard dat de jongens hem in de woonkamer nog konden horen. Het antwoord kwam in een volgend lachsalvo. Chantal giechelde weer, maar toen riep Georg: ‘Als jullie nú niet ophouden, kom ik jullie naar bed schoppen!’
‘Oké, oké, we gaan al!’ antwoordde Bill met een lach. Er klonk gerommel, voetstappen richting de deur, en Chantal maakte dat ze wegkwam. Hij mocht niet weten dat hij haar afgeluisterd had. Nog niet. Eerst maar eens kijken wat hij deed.
Met een brede glimlach dook ze in bed en rolde zich in de dekens. Nur Geträumt zweefde door haar hoofd. Wat was hij toch lief... Een liedje geschreven, voor háár... En met dat heerlijke gevoel in haar maag viel ze in slaap.

21.

Raquel stond voor de spiegel. Ze fronste naar zichzelf, of eigenlijk naar de kleren die ze aanhad. Een zwart rokje en een topje met Elmo erop, was dat goed genoeg om Bill en de andere jongens onder ogen te komen?
Vandaag gingen Hannah en zij naar Hamburg. Ze had er ontzettend veel zin in, maar was ook nerveus. Hoe zou het zijn tussen haar en Chantal? Tussen haar en Bill? Ze wist niet waar ze meer zenuwachtig voor was. Ze wist alleen maar dat haar maag als een idioot rondjes draaide in haar binnenste en dat een Elmo-topje écht niet goed genoeg was voor dit bezoek.
Op dat moment werd er aangebeld en Raquel maakte een verschrikt sprongetje. Zou dat Hannah zijn? Elvira was zoals gewoonlijk te druk met haar werk om de bel te horen, dus Raquel holde de trap af en trok de deur zo wild open dat ze bijna naar achteren viel.
‘Raquel!’ riep Hannah uitgelaten. ‘Leuk topje! Kom je? Straks missen we de trein!’ Ze stuiterde zo’n beetje op en neer van enthousiasme. Raquel bloosde en lachte tegelijkertijd, besloot dat Elmo misschien toch wel kon en schoof haar voeten in haar ballerina’s. Jas mee, tas mee, sleutels, mobiel, portemonnee, had ze alles, ja, nee, nu wel, oké dan, gaan!
En ze stuiterden met z’n tweeën naar het treinstation.

Eenmaal in Hamburg was het niet moeilijk om het appartement van de jongens te vinden. Bill had uitgebreid uitgelegd wat de snelste route was, zoals alleen hij dat kon, en omdat ze er al eens geweest waren wisten de meisjes dat ze goed zaten.
Nerveus streek Raquel haar kleding glad. Op dit moment, op deze dag, had ze zo lang gewacht... En nu het dan eindelijk zover was, gierden de zenuwen door haar lijf. Ze had echt geen idee wat ze van vandaag moest verwachten.
Hannah was degene die op het knopje van de intercom drukte. Ze kon nauwelijks wachten tot ze Tom weer zag en had dus alleen maar oog voor haar eigen ontploffingsgevaar, Raquel was op dit moment bijzaak. Raquel wist dat en begreep het; ze vond het niet erg.
‘Hallo?’ klonk er door de intercom. Ondanks het gekraak van de verbinding herkenden de meisjes Georgs stem.
‘Wij zijn het!’ riep Hannah enthousiast.
‘Oh, zijn jullie het,’ zei Georg droog. ‘Zal ik jullie dan maar binnenlaten?’
‘Dat zou heel aardig zijn, Georg,’ antwoordde Hannah met een grijns. Raquel prutste aan de knopen van haar jas en probeerde te stoppen met op en neer springen.
‘Vooruit dan maar,’ klonk Georgs stem, gevolgd door het zoemen van de deur die geopend werd. Bij hun vorige bezoek, toen met de auditie, waren ze via de andere kant gekomen, vanwege het busje. Nu stonden de meiden gewoon bij de voordeur.
‘Trap op, linker deur!’ vertelde Georg nog, toen werd de verbinding verbroken. Raquel en Hannah keken elkaar even aan en stapten toen naar binnen.
Het was net de hal van een flatgebouw, met een grote trap in het midden en een roodgeverfde deur links daarvan. Er hing een bordje op, “Studio”, met een smiley eronder die er duidelijk was bijgetekend. Raquel verdacht Bill, maar Hannah gaf haar geen kans om dat nader te onderzoeken: ze greep Raquel bij haar mouw en trok haar de trap op.
Boven waren twee deuren, een groene en een blauwe. Op de groene hing ook een bordje “Studio” en naast de blauwe prijkte een deurbel, dus ook zonder Georgs laatste opmerking hadden de meisjes het waarschijnlijk wel kunnen vinden.
Opnieuw wisselden Raquel en Hannah een blik. Toen haalde Hannah diep adem en drukte op de bel.
Vrijwel onmiddellijk werd de deur opengegooid, door niemand minder dan een bassist met schouderlang roodbruin haar en grijnzende groene ogen. Hij droeg een T-shirt met ondefinieerbare print en een grijze broek.
‘Ook hallo,’ begroette hij hen. Vervolgens draaide hij zich om en brulde de gang in: ‘Tom, je duifje is er!’
Vanuit de woonkamer kwam er een “Noem haar niet zo, idioot!”, gevolgd door een giechel en voetstappen. Toms dreads verschenen om de woonkamerdeur, gevolgd door zijn hoofd met zijn pet op halfzeven.
Hij sprintte naar hen toe, mepte Georg in het voorbijgaan tegen zijn schouder en eindigde met zijn armen om Hannah heen. Nog vóór hun lippen elkaar raakten, konden ze hem horen mompelen: ‘Eindelijk...’
Het volgende moment kusten ze elkaar. Raquel smolt, het zag er zo lief uit. Tom de supermacho liet zich van zijn beste kant zien: de lieve vriendjeskant die niemand, behalve zijn broer misschien, achter hem gezocht had.
Stralend maakte Hannah zich uiteindelijk los van Toms lippen. Ze staarde in zijn ogen alsof hij de enige persoon op aarde was en hij glimlachte terug, zijn blik teder. Ja, hij gaf écht wel om Hannah, dacht Raquel bij zichzelf. Ze glimlachte onbewust, blij dat Hannah zo gelukkig was.
Op dat moment kwamen Gustav en Chantal de gang in om hallo te zeggen. Raquel dacht totaal niet meer aan vijandschap en viel haar beste vriendin uitgelaten om de hals. Chantal knuffelde haar terug, ondanks zichzelf blij om Raquel te zien.
Toen iedereen elkaar genoeg geknuffeld had, besefte Raquel dat Bill er niet was. Dat verbaasde haar; was de zanger niet altijd de eerste met dit soort dingen? Ze opende haar mond om ernaar te vragen, maar Hannah was haar voor.
‘Is Bill er niet?’ Aan Tom, natuurlijk.
Die grinnikte. ‘Jawel, die is z’n nagels aan het lakken.’
‘Oh, zijn nagels belangrijker dan wij?’ deed Hannah uit de hoogte. Ze voelde zich weer volledig op haar gemak: Tom was bij haar, iedereen gedroeg zich net als anders... Hannah’s zenuwen waren volledig verdwenen.
‘Natúúrlijk zijn mijn nagels belangrijker, wat dacht jij dan!’ Bill verscheen plots ook in de gang en grijnsde naar de meisjes. Zijn perfect gelakte nagels glommen toen hij ze onder Hannah’s neus wapperde.
‘Kijk maar, heel belangrijk.’
Iedereen schoot in de lach en Bill gaf Hannah met een tevreden gezicht een knuffel. In een soort reflex drukte hij ook maar meteen een zoen op haar wang. Niemand keek daar raar van op, behalve Hannah zelf en Raquel – die al bij voorbaat begon te blozen.
Jawel, ook zij kreeg een knuffel en een kus. Ze wist dat ze er niets achter moest zoeken, maar kon het niet helpen dat haar hart een salto maakte. Op de plek waar Bills lippen haar wang hadden geraakt, tintelde de huid.

Ongeveer een uur later zaten ze met z’n allen in de woonkamer. Iedereen was met zijn eigen dingen bezig: Gustav las de krant, Tom en Hannah lagen te flikflooien, Chantal en Raquel praatten over niks en de laatste twee verveelden zich zo te zien helemaal te pletter.
Georg gaf het als eerste op. ‘Ik verveel me!’ tetterde hij op volle sterkte door het appartement.
‘En wat wil je dat wij daaraan doen?’ informeerde Gustav kalmpjes, terwijl hij de krant opvouwde en achteloos over zijn schouder gooide.
‘Geen idee,’ moest Georg toegeven. ‘Iets, in elk geval, alles is beter dan dit!’
Hij gebaarde zo wild om zich heen dat hij Bill zo’n beetje voor zijn hoofd sloeg. De zanger, die glazig voor zich uit had zitten staren, ontwaakte uit zijn dagdroom en greep meteen een handvol pinda’s uit het bakje op tafel, om ze vervolgens naar Georgs hoofd te smijten.
‘Uitkijken, Moritz!’
‘Moritz?’ vroeg Raquel fronsend. Chantal en zij stopten met praten; de jongens waren plotseling een stuk interessanter.
‘Dat is Georgs tweede naam,’ antwoordde Bill, terwijl hij de laatste pinda in zijn mond stopte. ‘Als je ruzie met hem wilt, moet je hem zo noemen.’
‘Ik weet het al!’ riep Georg op dat moment en negeerde daarbij nadrukkelijk de pesterige blik van zijn zanger. ‘Waarheid of doen! Wie doet er mee?’
Iedereen stemde toe en Georg keek tevreden. ‘Mooi zo. Oké, laten we afspreken dat je niet de hele tijd lang dezelfde optie mag kiezen. Twee keer achter elkaar wel, maar niet vaker. Mee eens?’
Er klonk een koor van ja’s; Georg ging verzitten en riep: ‘Ik begin! Gustav, waarheid of doen?’
‘Doen,’ antwoordde de drummer rustig. Tom en Hannah lieten elkaar eindelijk los en volgden de gebeurtenissen geïnteresseerd.
‘Ah, ik weet de perfecte opdracht,’ grijnsde Georg. ‘Haal een pak tomatensap uit de keuken en drink het leeg!’
Raquel viel haast van de bank van het lachen, Gustav keek wanhopig om zich heen. Alleen maar breed grijnzende gezichten.
‘Gadver, Georg, wat doe je me aan?’ klaagde hij. Helaas voor hem was de bassist onvermurwbaar en Gustav ging met een ongelukkig gezicht een pak tomatensap halen.
Iedereen keek gespannen toe hoe de drummer het pak opendraaide en langzaam de tuit aan zijn mond zette. Hij had het al geopende pak genomen, zodat hij geen liter hoefde weg te werken, maar er zat toch nog behoorlijk wat in.
Terwijl Gus het ene martelgezicht na het andere trok, schoten de toeschouwers om de haverklap in de lach en Georg gaf zichzelf in gedachten een schouderklopje. Hij had een goede opdracht gekozen om de spits af te bijten.

Het spel ging verder. Gustav koos Tom, Tom koos Hannah, Hannah koos Chantal, Bill, Raquel, weer Gustav, er werd wraak genomen op Georg, Chantal, Tom – en die koos voor Bill.
‘Waarheid of doen?’
Bill keek zijn tweelingbroer peinzend aan. ‘Ik heb het idee dat dit helemaal niet leuk gaat worden, wat ik ook kies. Jij kent mij te goed.’
‘Wat zielig nou toch,’ zei Tom zonder een greintje medelijden. ‘Kiezen!’
‘Dit is een heel slecht idee,’ constateerde Bill, ‘maar ik doe het toch. Waarheid.’
Toms ogen begonnen te fonkelen. ‘Aha, dan weet ik de perfecte vraag!’
‘Ik wist dat het een slecht idee was!’ riep Bill, maar veel spijt leek hij er niet van te hebben. Hij zag er meer uit alsof hij het onmogelijk grappig vond.
Iedereen keek verwachtingsvol naar Tom. Ze verwachtten een gênante of heel melige vraag, zoals alle opdrachten waren geweest.
Bijvoorbeeld Georg – hij had zijn uitermate pijnlijke ontmoeting met ene Lydia moeten delen, die eindigde in hoongelach van dat hoogblonde meisje. Georg had geprobeerd haar te versieren door te vertellen dat hij de bassist van Tokio Hotel was, maar zij geloofde dat niet en vroeg hem een tekst voor haar te zingen. Van de zenuwen – toen was Georg nog een onervaren ladykiller – kon hij zich echter geen enkel woord meer herinneren. En daarop volgde dus dat hoongelach.
Nu was het Bills beurt voor de gênante verhalen; of had Tom juist iets meligs voor hem in petto? Zoals bij Chantal, aan wie gevraagd was wie zij leuker vond: Georg of Gustav? Het waren typische waarheid-of-doen-vragen en iedereen was benieuwd naar wat Tom ging zeggen.
Met een ernstig gezicht keek de gitarist zijn broertje aan en zei op gedragen toon: ‘Vertel ons eens, Bill, waarom heb je precies Nur Geträumt geschreven?’
Bill werd spontaan knalrood en de toeschouwers bespeurden een gênant verhaal. Vooral bij Chantal klopte het hard plots in de keel. Ging hij het dan nu toegeven? Zou hij haar nu... Stiekem vond ze het mooi dat Raquel erbij was. Nu zou die eens zien wie gewonnen had!
Op dat moment vroeg Hannah: ‘Kunnen jullie dat eens uitleggen? Wat is Nur Geträumt?’
‘Een liedje,’ antwoordde Bill, nog altijd met vuurrode wangen. Hij schraapte zijn keel en zong toen zachtjes het refrein, zodat iedereen begreep waar het om ging.
Raquel kreeg het warm. Een liefdesliedje. Ja, waarom had hij dat geschreven? Of eigenlijk meer: voor wie? Chantal? Eén blik op haar beste vriendin en het antwoord lag voor het oprapen. Chantal geloofde dat het voor haar was. Ze zou wel gelijk hebben, dacht Raquel een tikkeltje terneergeslagen. Chantal was zoveel bij Bill in de buurt, ze móést wel ongeveer weten wat er in zijn hoofd omging.
‘Wel?’ vroeg Georg. ‘We zijn allemaal benieuwd, dus hier kom je niet onderuit! Je hebt ons nooit verteld waarom je die tekst geschreven hebt en dat komt niet zo vaak voor.’
‘Nou...’ Bill kuchte en werd zo mogelijk nog roder. ‘Omdat ik zeg maar... Uhm... Nou... Toen ik... Tom, verdammt!’ viel hij zichzelf in de rede. ‘Waarom moest dit nou?’
Tom maakte zich niet zo druk, hij wist wel dat Bill niet echt boos was. Grijnzend kwam dan ook zijn antwoord: ‘Zeg het nou maar gewoon! Gustav zeurde ook niet en tomatensap drinken is veel erger dan dit.’
‘Dat denk jíj!’ wierp Bill tegen, maar zag in dat klagen geen zin had en gooide er dus maar op topsnelheid uit: ‘Omdat ik dacht dat ik droomde toen ik haar voor het eerst zag en wenste dat het niet zo was omdat ze dan zou verdwijnen en dat wilde ik niet dus schreef ik er maar een liedje over.’
Hij had intussen de kleur van Spaanse pepers en plukte als een idioot aan zijn haar, vermeed het om mensen aan te kijken. Raquel had de neiging hem te knuffelen; het zag er zo schattig uit.
‘En wie is “zij”?’ vroeg Georg met een duivelse grijns. Chantal ging een beetje rechter op zitten, maar niemand lette op haar.
‘Dat is geen deel van de vraag!’ riep Bill vlug. ‘Dat zeg ik niet!’
‘Ah, toe nou! Ik wil het ook weten!’ deed Hannah een duit in het zakje.
Bill schudde echter beslist zijn hoofd. ‘Absoluut niet!’
‘Watje!’ probeerde Georg hem uit zijn tent te lokken. Bill bleef, helaas voor de rest, bij zijn weigering en hield dat vol tot Tom hem te hulp schoot.
‘Ik heb zin in cola, zullen we hier maar over ophouden?’
Waarop Gustav hem vroeg wat het verband was tussen die twee uitspraken en ze van de ene discussie in de andere vervielen. Niemand lette meer op Bill en dat was maar goed ook, anders had hij tot middernacht “Ik zeg het niet!” moeten blijven roepen.

Later op de avond, tegen half elf.
Tom en Hannah zaten in een hoekje van de kamer tegen elkaar aan, zij met haar hoofd tegen zijn borst en haar ogen halfdicht. Toms vingers streelden lichtjes over de blote huid van haar arm. Ondertussen zochten zijn ogen die van Bill. Op hetzelfde moment keken ze op, keken elkaar aan, en glimlachten loom.
Tom wendde als eerste zijn blik af, naar Hannah, en drukte een vlinderkusje op haar slaap. Ze sloeg heel even haar ogen naar hem op, glimlachend. Zijn dreads vielen langs haar gezicht toen hij zich vooroverboog om haar te kussen.
Raquel zat al een tijdje naar de twee te kijken. Ze wist zeker dat ze dit beeld nooit zou vergeten, wat de toekomst hen ook bracht. Er hing zoiets warms om die twee heen, vredig, loom, teder... Zo, dacht Raquel, hoort liefde eruit te zien.
De rest van de groep had zich inmiddels verspreid. Chantal zat met Gustav in de keuken en voerde een gesprek met hem en Georg, die bezig was met koffiezetten. Raquel zelf had zich opgekruld in de zetel, met zicht op Tom en Hannah, en Bill zat in ongeveer dezelfde positie op de sofa.
Raquels blik bleef op hem hangen en alsof hij dat voelde, draaide hij zijn gezicht naar haar toe. Zijn ogen straalden toen hij haar een glimlach schonk. Raquel lachte terug en Bill kwam bij haar zitten, op de leuning van de zetel. Samen staarden ze naar Tom en Hannah, zwijgend.
Tom was de eerste die doorhad dat er naar hem gestaard werd. Hij keek hen recht aan, een beginnend glimlachje in zijn mondhoek. Bill staarde ongegeneerd terug en Toms glimlach werd breder, tot hij uiteindelijk zo’n grote grijns op zijn gezicht had dat het haast pijnlijk leek voor zijn wangen. Raquel wierp een vlugge blik op Bill en zag dat hij precies dezelfde uitdrukking had als Tom, compleet met fonkelende ogen.
Hannah keek nu ook op. Haar blik ontmoette die van Raquel en als op commando begonnen ook zij te grijnzen. Er hing iets tussen die vier gezichten in, onzichtbaar maar wel voelbaar, haast tastbaar.
Totdat Georg een kopje liet vallen en met een keiharde vloek de stilte verbrak.
Iedereen schoot in de lach, behalve Georg zelf, die mopperend op zoek ging naar het stoffer en blik. Tom en Hannah concentreerden zich weer op elkaar, Bill wendde zijn glimlach naar Raquel en zij probeerde niet te hard te blozen.
Bill ging verzitten op de leuning, zodat hij er minder makkelijk afdonderde. Zijn arm hing nu rond de zetel, boven Raquel langs, en hij leunde een beetje haar richting uit. Als ze haar hoofd zou draaien, zou ze tegen zijn borst aanliggen. Ze deed het niet. Ze durfde niet. En in haar achterhoofd zag ze Chantals gezicht voor zich, zoals die gekeken had bij het refrein van Nur Geträumt.

22.

Het weekend was voorbij. Aan de ene kant vond Chantal dat jammer, want nu zat er weer een week vermoeiing aan te komen, maar aan de andere kant was ze erg opgelucht. Want geen weekend betekende geen Raquel, betekende Bill voor zichzelf alleen.
Ondanks het feit dat ze er vast van overtuigd was dat Bill Nur Geträumt voor háár had geschreven, was Chantal bang dat hij van gedachten zou veranderen als hij teveel bij Raquel in de buurt was. Je kon nooit weten, misschien liet Raquel wel al haar flirttechnieken op hem los. Bill was en bleef maar een jongen, het kon niet anders of ook hij moest af en toe naar zijn hormonen luisteren.
Maandagmiddag; Bill kwam Chantal uit haar oefeningen plukken met de mededeling dat Peter er weer was, “omdat hij nieuwsgierig was naar hun vorderingen”.
‘Vorderingen?’ mompelde Chantal. ‘Zijn die er dan?’
Bill lachte zorgeloos. ‘Natuurlijk zijn die er! Afgelopen vrijdag ging het toch goed?’
‘Ja, totdat jij de lachstuip kreeg.’
Hij gaf haar een vrolijke duw. ‘Doe niet zo negatief! We kunnen het heus wel.’
‘Ik ben een ramp!’ riep ze dramatisch en voegde er wat serieuzer bij: ‘Nee echt, ik ben zoveel slechter dan jij.’
Ze verwachtte een melig antwoord, maar in plaats daarvan schudde hij zijn hoofd en keek haar ernstig aan. ‘Je bent geen ramp, Chantal. We waren hier nooit mee doorgegaan als we geen vertrouwen hadden in jou. Ik zing al vanaf mijn zesde elke dag, vanaf mijn elfde voor meer dan vijf mensen en vanaf mijn vijftiende onder contract. Ik heb simpelweg meer oefening gehad dan jij. Dat maakt jou nog geen spoorwegramp! Integendeel, ik vind dat je het geweldig doet.’
Hij hield de deur voor haar open en glimlachte bemoedigend. Chantal voelde zich al een heel stuk beter. Ze had dat van die ramp nooit serieus gemeend, hoewel ze wel vond dat ze veel slechter zong dan Bill, maar om van hem te horen dat ze het goed deed, maakte haar humeur aanzienlijk beter. Zelfs de aanblik van Peters verwachtingsvolle gezicht kon haar gelukkige gevoel niet verpesten.
‘Goed!’ begon Peter enthousiast. ‘Laat maar eens horen wat jullie kunnen! Zijn jullie nog een beetje enthousiast over dit nummer?’
‘Natuurlijk!’ riep Chantal direct. ‘Mijn eerste duet!’
‘Je wordt nog niet misselijk van de herhaling?’ plaagde Peter, terwijl hij de snoeren en dingen op orde bracht.
‘Absoluut niet,’ zei Chantal beslist en Bill viel haar bij: ‘Bovendien heeft dit weekend mijn enthousiasme over dit nummer nog eens extra opgekrikt!’
‘Ja, een beetje rust doet wonderen,’ grijnsde Peter. Bill lachte ook, maar Chantal had het idee dat hij het om iets anders deed. Net alsof hij helemaal niet op rust gedoeld had. Ze fronste, maar veel tijd om na te denken had ze niet: de gitaar begon te spelen en Bill viel in.
Hij was inderdaad weer net zo enthousiast als in het begin. Of ja, enthousiast? Chantal vond dat niet echt het juiste woord. Bill zong alsof hij zich weer haarfijn kon herinneren waarom hij het liedje in de eerste plaats had geschreven. Dat in combinatie met zijn weekendopmerking maakte Chantal onrustig. Dit weekend had er tussen haar en Bill niets noemenswaardigs voorgedaan. Voor het eerst begon ze aan zichzelf te twijfelen. Had hij het écht wel voor haar geschreven?
Op dat moment moest ze invallen. Zodra het eerste woord haar mond verliet, verdwenen al haar gedachten als sneeuw voor de zon. Er was nog maar één ding dat telde. Zingen. Dus dat deed ze.

Peter was geweldig enthousiast over hun prestaties en beloonde hen met de rest van de dag vrij. Bill plofte meteen in de zetel bij de televisie en zuchtte tevreden. ‘Vrijheid blijheid!’
Chantal liet zich op de sofa zakken, slaakte eveneens een zucht en zei toen schertsend: ‘Blijheid? Ik dacht dat je van zingen hield?’
‘Is ook zo,’ antwoordde hij. ‘Maar dat was het eerste wat in me opkwam.’ Hij begon te giechelen en schudde zijn warrige haren naar achteren. Een glimlachje nestelde zich om zijn lippen. Het licht van de zon achter hem deed zijn donkere oogschaduw zwakjes glinsteren. Chantal kon haar ogen niet van hem afhouden. In haar achterhoofd bedacht ze duizend manieren om Bill bij Raquel weg te houden, op haar voorhoofd stond het verlangen om hem nú te zoenen in hoofdletters geschreven.
Maar Bill keek niet naar haar. Hij staarde tevreden voor zich uit en neuriede de melodie van Nur Geträumt. Tot hij plotseling opsprong, nogmaals zijn haren naar achteren schudde en beslist zei: ‘En nu ga ik Tom ontvoeren, ben zo terug.’
Chantal staarde hem verbaasd na. Soms begreep ze echt niets van die jongen. Niet dat ze het erg vond om even alleen te zijn, nu kon ze haar gedachten wat makkelijker op een rijtje zetten.
Punt één: Bill was verliefd.
Ze schrok zelf een beetje van die conclusie, het klonk vreemd om dat hardop te denken. Toch wist ze dat het waar was; zoals hij Nur Geträumt zong, zoals hij beschreven had hoe hij op dat nummer gekomen was, zoals hij dromerig in de zetel had gehangen... Zoals hij weemoedig naar Tom en Hannah had zitten staren, alsof hij dacht: “En wanneer is het mijn beurt?”
Punt twee. Zij was verliefd.
Dat klonk nog vreemder. Chantal was niet écht romantisch ingesteld, tot nu was ze eigenlijk niet verder gekomen dan “Ik vind hem leuk”. Toegeven dat de vlinders in haar buik driemaal zo groot waren dan ze gewend was, dan ze ooit gevoeld had, bleek een grotere stap dan verwacht.
Ik ben verliefd.
Ze herhaalde het zinnetje een paar keer in haar hoofd en het beeld van Bill verscheen achter haar oogleden. Stralende lach, woest zwart haar en de warmste bruine ogen die ze kende. Een stiekeme zucht ontsnapte aan haar lippen.
God, ze was verliefd.
Op dat moment kwam de tweeling binnenstormen, wat rustiger gevolgd door Georg en Gustav. Chantal schrok op, maar de jongens letten nauwelijks op haar gezicht.
‘We gaan iets doen!’ kondigde Bill enthousiast aan. ‘Ik weet nog niet wat, maar we gaan iets doen!’
‘Ganzenborden?’ stelde Gustav droogjes voor.
‘Hebben we überhaupt een ganzenbord?’ informeerde Georg, terwijl hij naast Chantal op de sofa plofte.
‘Geen idee,’ antwoordden drie stemmen in koor.
Chantal keek de jongens één voor één aan en besefte hoeveel geluk ze had met vrienden zoals deze. Ondanks het feit dat deze vier elkaar al jaren kende, werd zij moeiteloos opgenomen in hun wereldje.
En dat, dacht ze, was de reden dat ze in Bill en zichzelf geloofde. Ze had Raquel niet nodig met vrienden zoals deze. Het klonk zo perfect logisch toen ze in Bills ogen keek! Nu moest ze hem alleen nog duidelijk maken dat zij ook verliefd was op hem...

Raquel ging bij haar broertje langs. Elvira had er niets over te zeggen, die werd zoals gewoonlijk volledig opgeslokt door haar werk. En Raquels vader bleek eveneens over te werken, dus Jonathan was extra blij met het gezelschap van zijn grote zus.
Hij sloeg zijn armen om haar middel, knuffelde haar lief en trok haar over de drempel. Op zijn gezicht leefde een brede glimlach, maar hij was niet zo hyper als anders. Was er iets gebeurd?
‘Je hebt nu zomervakantie, toch?’ vroeg Raquel, toen ze samen op zijn kamertje zaten. Jonathan liet een blikken autootje over zijn dekbed rijden en knikte. Hij had nog helemaal niets gezegd, tot Raquels verbazing – en verontrusting. Wat was er met haar broertje aan de hand?
Ze spreidde haar armen. ‘Hé, kom eens hier!’
Jonathan kroop bij haar op schoot en ze knuffelde hem stevig. ‘Ik heb je gemist, zussie,’ hoorde ze hem mompelen.
‘Ik jou ook,’ fluisterde ze terug, geheel naar waarheid. Toen het werd afgesproken begreep ze er niet genoeg van om er iets van te denken, maar nu vroeg ze zich af waarom er besloten was dat Jonathan en zij bij verschillende ouders gingen wonen. Ondanks het feit dat ze Chantal, Hannah en Bill had om haar gedachten te verzetten, wenste Raquel stilletjes dat ze haar broertje vaker kon zien.
‘Zussie?’ klonk zijn stemmetje op dat moment. ‘Weet jij waarom papa zo raar doet?’
‘Raar doet?’ herhaalde Raquel gealarmeerd. ‘Nee, wat doet hij dan?’
‘Raar,’ herhaalde Jonathan hulpeloos. ‘Hij praat in zichzelf en doet boter bij de pasta en hij is altijd te laat als hij me bij Victor en Sofie komt ophalen.’
Raquel bleef even stil. Was nu zowel haar moeder als haar vader bezig volledig werkverslaafd te worden? Waren ze nu allebei vergeten dat ze ook nog kinderen hadden? Toen besefte ze dat Jonathan haar een tikkeltje angstig aankeek en glimlachte vlug. ‘Hij heeft het gewoon een beetje druk, dat komt wel weer goed.’
‘Maar het is vakántie!’ protesteerde haar broertje niet-begrijpend.
Nu moest ze echt lachen en woelde vrolijk door zijn haar. ‘Niet voor papa, hoor. Als je groot bent, heb je niet zoveel vakantie meer.’
Jonathan trok zijn neus op. ‘Dan wil ik niet groot zijn!’
‘Is goed,’ lachte Raquel. ‘Blijf jij maar lekker klein.’
En ze liet hem los, zodat hij weer met zijn autootjes kon spelen.

23.

Donderdag. Chantal stond net voor haar kledingkast, probeerde te bedenken wat ze ging aantrekken, toen er op de deur werd geklopt. ‘Hm?’ riep ze, maar dat was al niet nodig. Bill stak zijn hoofd om de deur.
‘Chan, schiet je op?’
‘Huh?’ Ze was nog bezig met het feit dat ze hier in haar topje en slipje stond, kon even niet focussen op wat Bill zei.
‘Schiet je op?’ herhaalde hij. ‘Ja, ik weet het, dat komt uit míjn mond, maar het is belangrijk.’
Hij zuchtte even en sloot toen de deur. Chantal staarde naar de nette rijtjes kleding in haar kast. Het was belangrijk? Ja, heel belangrijk: Bill had haar zojuist in haar ondergoed gezien.
Nee, wacht. Focus, Chantal! Wat zou er belangrijk zijn? Belangrijk genoeg om Bills ochtendhumeur te riskeren? Hij had er trouwens behoorlijk wakker uitgezien voor zijn doen.
Met haar hoofd vol Bill kleedde Chantal zich aan, trok vlug een lijntje eyeliner onder haar ogen en liep toen naar de keuken. De hele band zat aan tafel, een beeld dat Chantal ondertussen bekend voorkwam: Gustav en Georg allebei behoorlijk wakker, de één met de krant en de ander met het pak tomatensap, en de tweelingbroers die een poging deden zichzelf te verdrinken in de koffie.
Gustav trok een stoel naar achteren voor Chantal. ‘Eet snel wat, we moeten weg.’
‘Weer naar Wenen?’ vroeg ze flauwtjes en pakte een broodje.
‘Nee, naar een interview.’
Het broodje plofte naast Chantals bord neer. Déjà vu, flitste er door haar hoofd, maar eigenlijk zou dat haar een worst wezen. ‘Een interview?’ Haar stem schoot omhoog van ongeloof.
‘Nee, een vissenkom.’ Bill gaapte hartgrondig. ‘Het wordt niet gepubliceerd, wees maar niet bang.’
‘Waarom doen we het dan?’ Chantal pakte met trillende handen haar broodje weer op. Goed, nu was ze nerveus. Ze vond het niet moeilijk om met onbekende mensen te praten, op zich zou ze het wel redden – het ging erom dat de mededeling zo onverwacht kwam. En zij had verwacht dat de interviews pas ná haar presentatie zouden beginnen!
‘Dat is toch logisch? Je moet een beetje leren hoe dat gaat vóórdat het allemaal echt begint!’ Bill gooide knorrig een suikerklontje in zijn mok. Chantal staarde hem niet-begrijpend aan. Hij maakte een geïrriteerd gebaar en riep: ‘We gooien kleuters toch ook niet zonder zwemles in het diepe?’
‘Nee, dat snap ik wel...’
‘Nou dan.’ Hij sloeg zijn koffie achterover, stond op en veegde ongeduldig een haarlok achter zijn oor. ‘Ik ga me opmaken.’
En hij knalde de deur achter zich dicht. Gustav, Georg en Tom wisselden een veelbetekenende blik en begonnen de tafel af te ruimen, maar Chantal bleef verbijsterd zitten. Ze had Bill nog nooit zo pissig meegemaakt. Natuurlijk had zelfs hij wel eens een pesthumeur, maar die wetenschap maakte het niet leuker. Het maakte hém trouwens ook niet leuker. Lachend was hij een stuk schattiger.
Ze haalde haar schouders op en propte vlug het broodje naar binnen. Hij zou wel bijdraaien. Bill kennende hield hij het niet langer dan een half uur vol om kwaad te zijn. Zij kon zich beter op andere dingen concentreren.
Dat interview bijvoorbeeld! Hoe zou dat gaan? Ze had er natuurlijk van alle kanten over gehoord én een heleboel filmpjes van interviews gezien, maar dat was nooit hetzelfde als het echt meemaken. De nerveuze kriebel in haar onderbuik speelde weer op. Het was geen onaangename kriebel, maar ze werd er wel onrustig van. Over een tijdje zou dit dagelijkse kost zijn: interviews, kriebels, optredens... Ze kon zich nauwelijks voorstellen hoe dat zou zijn. Ze wist maar één ding zeker: met de vier jongens om haar heen kon het alleen maar fantastisch gaan.

Het busje stopte voor een onopvallend gebouw in de binnenstad. Chantal besefte pas wat het was toen ze uitstapte en het bordje naast de deur las. BRAVO, stond er in glimmende letters. In dit gebouw was het populairste jeugdtijdschrift van Duitsland gevestigd.
‘Doorlopen!’ bromde Bill achter haar. Hij was nog steeds in een pesthumeur, de koppen koffie hadden niet geholpen. Vastbesloten om hem niet nog meer te irriteren stapte Chantal vlug over de drempel.
Het zag er verrassend ongevaarlijk uit vanbinnen. Gewoon een hal met een balie, planten in grote potten en plukjes mensen hier en daar. Een paar keken op toen de bandleden, geflankeerd door bodyguard Saki, richting de balie liepen, maar de meesten waren blijkbaar al gewend aan de jongens en praatten gewoon verder.
Het was Gustav die over de balie leunde om de receptioniste aan te spreken. ‘We hebben een afspraak met Mo Dresden, kunt u ons vertellen waar we moeten zijn?’
Achter hem fluisterde Tom tegen Chantal: ‘Normaal gesproken worden we opgewacht, maar vandaag zijn we, eh, zo incognito mogelijk.’
Ze wierpen tegelijkertijd een blik op Bill, die met een nors gezicht aan de ringen om zijn vingers draaide. Hij, incognito? Dan moest hij eerst de wax en haarlak uit zijn haar kammen, de make-up van zijn gezicht vegen en met Georg van kleren ruilen. En dan nog bidden dat alle oplettende fans die dag waren thuisgebleven.
Op dat moment wenkte Gustav hen; hij wist waar ze heen moesten. Gevolgd door Saki liepen de vijf richting de lift. Chantal voelde opnieuw kriebels in haar maagstreek, de jongens leken stuk voor stuk verveeld. Zíj hadden dit natuurlijk al duizend keer gedaan. Chantal niet. Chantal kwam hier voor de eerste keer. En ze stopte haar handen in de zakken van haar jas om het trillen te verbergen.

Mo Dresden bleek een man van ongeveer dertig, met een donkere huid en een glimmend kaal hoofd. Blijkbaar kende hij de jongens al langer, want hij begroette hen bij hun voornamen en schudde Saki breed glimlachend de hand.
En daar stond Chantal. Niet al te lang, warrig blond haar, blauwe ogen en een nerveuze glimlach. Ze voelde zich helemaal niet zoals een zelfverzekerde zangeres zich zou moeten voelen. Vooral dat “zelfverzekerd” was nogal zoek.
‘Welkom bij de BRAVO,’ lachte Mo vriendelijk en schudde haar hand. ‘Ik ben Mo, zeg maar Mo.’
Chantal grinnikte, voelde zich meteen wat beter op haar gemak en stelde zich ook voor. Toen plofte ze tussen Bill en Georg neer, op één van de twee sofa’s aan de andere kant van Mo’s kantoor. Saki bleef bij de deur staan, de journalist ging op zijn bureau zitten en nam pen en kladblok in zijn hand.
De eerste vragen waren aan de jongens gericht, gingen over wat ze nu aan het doen waren en plannen voor de toekomst. Chantal voelde zich meer en meer ontspannen, luisterde naar hoe Bill en Tom de antwoorden voor elkaars mond weg snaaiden en lachte mee met de anderen als één van tweeën iets grappigs zei.
Tot Mo zich plotseling naar haar wendde: ‘Chantal! Opeens zit er hier een meisje tussen de jongens. Voelt dat niet vreemd?’
‘Uh...’ Verrast door de plotselinge vraag kwam Chantal even niet uit haar woorden, maar ze herstelde zich vlug en antwoordde: ‘Nou, vreemd is het wel, maar ik ben ondertussen aan die vier gewend, dus het valt wel mee.’
Mo knikte haar vriendelijk toe en stelde zijn volgende vraag. Het was makkelijk om antwoord te geven, merkte Chantal, makkelijker dan ze verwacht had. Het ging gewoon over hoe ze bij de jongens terecht was gekomen, hoe het daarvoor geweest was, hoe ze het vond als lid van de band, enzovoorts. Allemaal vragen waarvan het antwoord eenvoudig te verwoorden was. En moeite met het uitspreken van haar gedachten had Chantal nooit gehad, dus het ging haar goed af.
Na een tijdje begon Mo vragen voor de jongens met vragen voor Chantal te mixen. Het interview werd meer een gesprek dan een vraag-antwoordspelletje en Chantal merkte dat ze het best leuk vond om hier te zitten.
‘En als laatste vraag...’ Mo keek hen grijnzend aan en maakte zijn zin zwierig af: ‘Wat zijn jullie van plan vandaag nog te gaan doen?’
‘Oh, da’s een makkelijke,’ zei Tom met een enorme grijns. ‘We slepen Chantal mee naar de styliste.’
Stilte. Of eigenlijk alleen in Chantals hoofd, want naast haar begon Georg zachtjes te grinniken. Gustav deed algauw mee en toen begon Tom ook. Het volgende moment viel Chantal bijna van de sofa van schrik: Bill was rechtop gaan zitten en riep nu keihard: ‘Ahááá!’
Nu was het niet Chantal maar Tom die van de bank afviel, van het lachen welteverstaan. Mo keek hen vragend aan, een glimlachje in zijn mondhoek, en Bill begon uit te leggen: ‘Georg kwam mij vanochtend met een hele gemene grijns wekken, zei dat ik snel op moest staan omdat ons een verrassing stond te wachten. En hij maakte héél duidelijk dat hij wist wat het was, maar wou het niet zeggen, en daar kan ik dus écht niet tegen.’
Hij draaide zich naar Chantal en zei met een verontschuldigende glimlach: ‘Daarom was ik in zo’n pesthumeur, sorry.’
‘Geeft... niet?’ Chantal was nog bezig met het verwerken van Toms opmerking en wuifde vaag met haar handen door de lucht, om aan te geven dat ze Bill vergaf.
Mo, als journalist, greep meteen zijn kans. ‘Zo te zien had je dit niet verwacht. Vind je het erg?’
‘Wat?’ Chantal veerde overeind en riep: ‘Erg? Oh, dat niet! Het kwam gewoon onverwacht, ik bedoel... Bill, ik geloof dat ik ook niet verrassingen houd.’
Iedereen schoot in de lach, zelfs Saki, en Bill stak triomfantelijk zijn armen in de lucht. Daarna namen ze afscheid van Mo, die hen allemaal de hand schudde en Chantal vertelde dat ze het goed had gedaan. Ze lachte opgeruimd. Zo had het ook wel gevoeld.
En nu op naar de styliste...

24.

De styliste bleek een jonge vrouw, een jaar of vijfentwintig, met kort kastanjebruin haar dat alle kanten opstond. Ze stelde zich voor als Joëlle, droeg een roze T-shirt en had hele felblauwe ogen, verrassend helder tegen de achtergrond van haar bruine haar. Haar Duits had een grappig accent, Frans zoals ze verklaarde, maar ze sprak het vlug en zonder haperingen. Chantal mocht haar wel. En Georg kon zijn ogen overduidelijk niet van haar afhouden.
Joëlle trok zich daar echter niets van aan, ze legde een hand op Chantals schouder en riep enthousiast: ‘Kom maar mee, dan maken we een echte zangeres van jou!’
‘Hé, wacht even!’ protesteerde Chantal en draaide zich met wijd open ogen om naar de jongens. ‘Gaan jullie niet mee?’
‘Ben je gek? Het moet een verrassing zijn, zowel voor jou als voor ons!’ lachte Bill. Ze stonden ondertussen in een soort wachtkamer, met een balie en een paar sofa’s aan de andere kant. De jongens ploften demonstratief op die sofa’s neer en keken Chantal lachend aan. Ze keek een beetje aarzelend terug; Joëlles woorden speelden door haar hoofd. “Een echte zangeres.” Was ze dat nog niet dan? Zo lelijk was ze nu ook weer niet.
Joëlle leidde haar met zachte dwang weg bij de jongens. Chantal keek nog even om, maar de vier hadden het zich al gemakkelijk gemaakt en kregen blikjes cola aangereikt van Joëlles collega. Nou goed, dan ging ze wel alleen.
Opgewekt babbelend liet Joëlle haar een wat kleinere kamer in. Dit leek heel erg op een Barbiekapsalon. Roze muren, veel speeltjes waar een styliste gelukkig van werd, en een enorme kaptafel met een meterslange spiegel erboven.
‘Dus ik kom van Parijs hierheen, krijg meteen deze plek aangewezen, al mijn zussen jaloers… Maar goed, genoeg over mij, het gaat nu om jou.’ Onder het praten duwde Joëlle Chantal in de stoel bij de kaptafel en trok een felroze gordijn voor de spiegel.
‘Je mag het nog niet zien!’ zong ze opgewekt. Ze zag Chantals blik, ergens tussen nervositeit en scepticisme, en lachte weer zo zorgeloos. ‘Niet bang zijn, het komt helemaal goed. Daarbinnen in jou zit een echte zangeres, die ga ik in jouw looks naar buiten laten komen. Da’s alles.’
‘Toch geen grote ingreep, hè?’ Chantal moest het even controleren. Ze staarde naar het roze gordijn en probeerde zich weer voor de geest te halen hoe ze er ook alweer uitzag. Ze had al zo lang ze zich kon herinneren hetzelfde goudblonde haar, vrij lang en redelijk vol. En blauwe ogen, maar daar kon Joëlle godzijdank niet veel aan veranderen.
‘Ingreep!’ Joëlle schaterde. ‘Het is geen operatie! Doe rustig, sluit je ogen, alles komt goed. Ik maak je nog mooier dan je al bent, dat is mijn werk.’
Daar had ze een punt, bedacht Chantal. Hadden zij en Raquel niet altijd gedroomd van een bezoekje aan de styliste? Dat leek hen zó cool om een keer mee te maken, een professionele schoonheidsbehandeling. Het had vrij hoog op hun to do-lijstje gestaan.
En eigenlijk, bedacht Chantal, was het nog leuker nu Raquel er níet bij was – want nu zou alleen zij Bills aandacht krijgen.
Met een grijns leunde ze achteruit, ontspande bij de gedachte aan Bill. Joëlle glimlachte bemoedigend. ‘Zo is het!’
En ze deed een greep in haar stylistengereedschapskist.

Chantal was haar gevoel voor tijd een beetje kwijt toen Joëlle eindelijk ophield met frutselen. Ze staarde voor haar idee al uren naar het roze gordijn zonder te weten hoe ze er nu eigenlijk uitzag. Zou ze erg veranderd zijn? Ze kon zich niet voorstellen dat het niet zo was, want Joëlle had zich behoorlijk uitgeleefd.
Er was nu een behoorlijk stuk van Chantals lange haren af, haar hoofd voelde een stuk lichter. Verder was haar gezicht behandeld met allerlei maskers en crèmes waarvan Chantal de werking niet wist – en ook niet wilde weten – en Joëlle had haar opnieuw opgemaakt. Verder had de styliste Chantals handen en voeten behandeld, en dan niet alleen haar nagels; op het podium zijn voeten het zieligst, had ze lachend gezegd, daar moet je goed voor zorgen. En daarna had ze met duivels plezier Chantals benen zitten harsen. Onder luid protest van het meisje, dat riep dat ze zich écht wel een ladyshave had, maar daar liet Joëlle zich niet door van haar stuk brengen.
‘Tadáá!’ De styliste veegde haar handen af aan haar roze T-shirt en keek Chantal stralend aan. ‘Je kan zó het podium op!’
Chantal grijnsde halfslachtig. ‘Mag ik mezelf nu zien?’ Ze stond op en wilde het gordijn voor de spiegel al wegtrekken, toen Joëlle haar hand wegduwde.
‘Oh nee, ik ben nog niet klaar!’
‘Nog niet klaar? Hoe kan dat nou?’ Of ze nu wilde of niet, Chantal moest lachen. ‘Je hebt aan alle kanten aan me zitten prutsen, wat kan je nu nog niet gedaan hebben?’
‘Kleding, chérie! Wat voor stijl past bij jou?’
‘Uhm…?’ Chantal vroeg zich af of ze wel echt bij een bepaalde stijl hoorde. Ze droeg meestal wat ze lekker vond zitten, ook al vond ze het wel belangrijk om er goed uit te zien.
Joëlle knikte, alsof ze zo’n antwoord wel verwacht had. ‘Kom maar met mij mee, dan zoeken we wat voor je uit.’
Ze leidde Chantal door de gang naar een andere kamer. Chantal vond Joëlles Barbiekamer al zo’n puinhoop, maar dat was nog niets vergeleken bij deze ruimte. Overal, letterlijk overal, stapelden de kleren zich op. En dan niet eens netjes T-shirt bij T-shirt en broek bij broek; alles lag door elkaar. Jurken, broeken, shirtjes, truien, sokken, onderbroeken, zelfs bh’s, en dan had Chantal het nog niet over petten, riemen, schoenen, handschoenen, sjaals en tassen. Duizend kleuren, duizend maten, duizend stijlen.
‘Hier vinden we vast wel iets voor jou,’ zei Joëlle opgewekt en begon in de berg te graven. Chantal klapte vlug haar mond dicht, overdonderd door de chaos en Joëlles energie. Hier zouden ze wel iets vinden? Er lagen genoeg kleren, ja, dat wel, maar iets kunnen vinden… Dat leek haar stiekem niet erg mogelijk.
‘Hm…’ Joëlle kwam weer overeind en keek om zich heen. Met een peinzende blik knabbelde ze op haar onderlip. ‘Weet je, we moeten iets vinden dat jou eruit kan laten springen. Alle jongens hebben iets dat hen eruit laat springen. Bill, om overduidelijke redenen, en Tom natuurlijk ook. Gustav omdat hij zo klein en blond is, en Georg omdat hij ogenschijnlijk zo normáál is. Nu jij nog. Wat maken wij typerend voor jou?’
Ze viste een baretachtige pet uit de bende, woog die even op haar hand en gooide hem toen achteloos weer terug in de chaos. ‘Nee, dat is het niet. Ik weet al iets beters.’
En ze begon opnieuw te graven.

De jongens hadden geen vinger bewogen toen Chantal terugkwam. Ze zaten nog steeds op dezelfde plek, cola drinkend en ginnegappend. Chantal stak haar hoofd om de hoek, zag hen daar zitten en voelde de moed haar in de schoenen zakken. Wat als ze het nou niet leuk vonden?
Wat als Bill het nou niet leuk vond?
Oké Chantal, sprak ze zichzelf toe, zo erg kan het niet zijn. Het zal wel goed komen. Joëlle wist vast wel wat ze deed toen ze je haren afknipte. Niet zenuwachtig zijn, het blijven toch je beste vrienden!
Dat klopte. Dus Chantal vermande zich, rechtte haar rug, zette een grijns op en liep op de jongens af.
Het effect was… verrassend. Chantal had verwacht dat ze op zouden springen, dat ze naar haar zouden lachen, dat ze iets zouden zeggen. Ja, vooral dat ze iets zouden zeggen. In plaats daarvan versteenden de vier jongens op de sofa, staarden met enorme ogen naar haar en spraken geen woord.
Om haar zenuwen te verbergen draaide Chantal een pirouette en vroeg aarzelend: ‘En kan het er mee door?’
‘Wàt?’ De vier sprongen tegelijkertijd overeind. ‘Heb je jezelf nog niet gezien?’
Ze schudde haar hoofd en Bill – altijd Bill – was de eerste die haar bij haar schouders greep. ‘Jij gaat nú een spiegel zoeken. Dat is een bevel!’
Achter hen klonk een beleefd kuchje. Ze draaiden zich om en zagen de receptioniste, die met een uitdrukkingsloos gezicht een spiegel tevoorschijn haalde. Ach ja, het was niet voor niets een receptie in het hart van een stylistendoolhof – spiegels waren een verplicht bestanddeel van elke gang.
Chantal staarde naar zichzelf en kon niet geloven dat zij het echt was. Voor haar stond geen simpele Chantal Jones meer. Voor haar stond een zangeres.
Haar haren waren nu witblond in plaats van goudblond, perfect steil en voller dan ze het ooit gehad had. Er lag een koperglans over de lokken, een koperglans die terugkwam in de lichte oogschaduw en in haar nagellak. Haar huid was nu helemaal glad en egaal, dankzij Joëlles crèmes en perfecte make-upkunsten. En dan haar kleren nog.
Het zwarte shirtje had maar één mouw, aan de andere kant hield een koperkleurig spaghettibandje de stof omhoog. Daaronder waaierde een zwart rokje uit vanaf haar middel, geruite kousen wikkelden zich om haar onderbenen. Zwarte allstars maakten het geheel af.
Ze was mooi. Lelijk had ze zich nooit genoemd, maar nu was ze mooi.
Bill sloeg van achteren zijn armen om haar heen en gaf haar een dikke knuffel. ‘Kijk onze zangeres eens grijnzen,’ fluisterde hij met een lach in zijn stem.
‘Shit hé, we mogen Joëlle wel een bloemetje sturen,’ voegde Georg erbij en trok Chantal bij Bill weg, om haar zelf te knuffelen. Iedereen schoot in de lach, zelfs de receptioniste. Chantal keek nog eenmaal naar zichzelf in de spiegel en voelde alle zenuwen van zich afglijden.
Nu bestond er geen twijfel meer: zij was de zangeres van Tokio Hotel.

25.

Raquel speelde harp. Ze zat op haar kamer en liet haar vingers geconcentreerd langs de snaren glijden. My heart will go on, het themanummer van Titanic. Iedereen kende dat nummer natuurlijk, daarom was het ook niet moeilijk geweest de harpmuziek ervan te vinden. Raquel speelde het graag om haar vingers te versoepelen.
Ze sloeg net de laatste snaar aan toen haar mobiel ging. Met een gaap kwam ze overeind en hengelde naar het dingetje onder een berg papieren op haar bureau. Op het schermpje stond Chantal.
Chantal!
Enthousiast klapte Raquel haar mobiel open en riep: ‘Hé!’
‘Raquel!’ gilde Chantal vanaf de andere kant. ‘Je gaat dit nooit geloven! Ik ben bij een styliste geweest!’
‘Waaaat?’ Raquel schoot heel hard in de lach en liet zich op haar bed ploffen. Dit voelde net als vroeger, flitste er door haar hoofd. Chantal die haar met één of ander vreemd nieuwtje belde, een gesprek vol gegiechel en uiteindelijk urenlang geklets over niets. Hoewel dat waarschijnlijk nu niet zou gebeuren, omdat Chantal zonder twijfel snel weg zou moeten.
‘Ik ben bij een styliste geweest!’ herhaalde de laatste op dat moment. ‘Serieus, er is echt ik weet niet hoeveel van mijn haar af en het is wít en koperachtig en je moet een foto zien!’
‘Maak een foto en stuur hem op?’ suggereerde Raquel droogjes. ‘By the way, heb ik jou al van mam verteld?’
‘Nee?’ Het klonk alsof Chantal het zich gemakkelijk maakte aan de andere kant van de lijn, Raquel herkende het geluid van iemand die in kussens wegzakte.
‘Ze is op reis.’
‘Op reis? Hoezo? Waarheen?’
Raquel kon een zucht niet onderdrukken. ‘Zuid-Frankrijk... Voor een week. Eén of andere belangrijke zaak of zo. Ze is vanochtend vertrokken.’
‘Ach...’ Chantal wist niet wat ze moest zeggen. Ze kende Raquels moeder al langer dan vandaag, die deed gewoon wat zij zelf wilde en trok zich nauwelijks iets van haar dochter aan. Nou ja, Chantals eigen ouders deden dat ook niet erg. Welke ouders wel?
‘Maar goed, morgen ga ik naar Jonathan, dus ik red me wel,’ vervolgde Raquel vlug. Ook zij wist dat klagen over haar moeder weinig zin had; niemand deed er toch iets mee. Chantal had dat misschien wel gewild, maar dat betekende niet dat ze er ook echt iets mee kon. Ze moest het alleen even gezegd hebben, dat was nu gedaan en ze kon weer vrolijk zijn.
‘Oké, da’s mooi.’ Chantal zat in de knoop met zichzelf. Aan de ene kant kende ze Raquel al vanaf het begin der tijden, wilde haar vriendschap absoluut niet kwijt. Aan de andere kant vergat ze dat simpelweg als Bill in de buurt was. Hoe kón dat?
‘Hoe is het bij jou eigenlijk?’ vroeg Raquel toen. Ze maakte het zich wat gemakkelijker op haar bed en drukte de telefoon op de speakers. ‘Behalve dan je bezoekje aan de styliste?’
Chantals stem klaarde meteen op. ‘Het is hier echt geweldig! Serieus, de jongens zijn echt melig, niet normaal. En die styliste was twee dagen geleden, maar ik had gewoon géén tijd om je te bellen, we zijn echt superdruk met opnemen en zo. En je gaat zo hard lachen als ik dit zeg, maar goed. Die styliste dus, Joëlle heet ze by the way, heeft een date met Georg!’
‘Wát!’ Raquel schoot opnieuw in de lach. ‘Dat méén je niet?’ Ook al kende ze Joëlle niet, haar fantasie sloeg meteen op hol en ze kon haar gegiechel niet inhouden.
‘Jawel! Ze zijn nu weet ik veel waarheen, het was echt té grappig.’ Chantal hikte van het lachen, kuchte toen en ging wat kalmer verder: ‘Maar voor de rest zijn we alleen maar bezig met inzingen en al die dingen. Het is nu al haast gewoonte geworden... Vreemd, als je erover na gaat denken.’
‘Dat zou ik dan maar niet doen als ik jou was!’ plaagde Raquel vrolijk. Dit was inderdaad net als vroeger. En het voelde geweldig.

Jammer genoeg moest Chantal al vlug weer weg, precies zoals Raquel voorspeld had toen ze opnam. Toch bleef er een tijdlang een glimlach om haar lippen spelen. Ze had de oude Chantal gemist, de vriendin Chantal die niet alleen maar met haar hoofd bij Bill zat. Dit gesprek had haar weer een beetje opgepept.
De dag na het telefoongesprek met Chantal nam Raquel de bus naar Oranienburg, naar haar vader en broertje. Ze had er zin in, ondanks het duistere vermoeden dat ze voornamelijk haar vaders rug te zien zou krijgen. Wat was het toch met werkverslaafde ouders?
Ze stapte net uit de bus toen haar mobiel piepte. Een sms’je, van Hannah. Woeps, beltegoed bijna op! Wou zeggen dat k de komende week niet thuis ben. Snorry xx
Raquel schoot in de lach om dat “snorry”, maar de rest van de boodschap was niet echt om te lachen. Geen Hannah! Hoe zou ze week doorkomen zonder vriendinnen? En ze had juist zo op Hannah gerekend.
Met trieste vingers sms’te ze terug. Hm, daar ben ik het niet mee eens. Waar ga je heen?
Het antwoord kwam van een ander nummer, waarschijnlijk had Hannah de mobiel van iemand anders gebruikt. Lisanne, ze is terug uit Amerika. Xx Hannah
Raquel sms’te nog veel plezier terug, stopte toen haar mobiel weg en liep de straat uit, richting het huis van haar vader en broertje. Haar blije gevoel was weer verdwenen. Lag het aan haar of was iedereen rondom haar gelukkig, behalve zijzelf?
Ze zuchtte diep en veegde een krul naar achteren. Nee, zo moest ze niet denken. Als ze positief bleef, zou het veel sneller goed komen dan als ze bleef zitten sippen. Dat wist ze al langer; het probleem was alleen dat positief doen niet altijd even makkelijk was.
Gelukkig had Raquel een broertje dat haar met alle plezier wilde opvrolijken. Vorige keer moest zij hém opvrolijken, nu zorgde hij ervoor dat zíj weer lacht. Want het was onmogelijk om niet plat te liggen als een negenjarig joch met zijn T-shirt achterstevoren over een bloemperk springt om je te knuffelen, terwijl hij daarbij een kreet slaakt die een ingevroren mammoet nog een hernia zou bezorgen van het lachen.
Raquel kwam niet meer bij. Jonathans enthousiasme om haar komst maakte zóveel goed, het was heerlijk om een keer weer zorgeloos te lachen. Alleen maar lachen.
Natuurlijk kwam ook daar weer een eind aan, toen Jonathan haar naar binnen had gesleept. Hun vader zat aan de keukentafel achter zijn laptop, zijn ogen vastgelijmd aan het scherm, en keek niet op of om toen zijn zoon en dochter binnenstapten.
‘Hói,’ zei Raquel nadrukkelijk. Haar vader hief even zijn hand op, alsof hij wilde zwaaien, maar liet die toen weer zakken. Verder geen beweging.
‘Hoe gaat het?’ Raquel deed alsof ze niets merkte, slaagde er nog best goed in om achteloos te klinken.
Ze kreeg zelfs een woord uit haar vader. ‘Prima.’
‘Ja, zo ziet het er ook wel uit,’ mompelde Raquel sarcastisch. Ze trok Jonathan mee de keuken uit, vastbesloten zich niet te blijven ergeren. Ze was hier gekomen om vrolijk te zijn. Nou, niemand die haar ervan zou weerhouden haar doelen te bereiken. En anders had ze altijd Jonathan nog, die meer dan bereid was haar opnieuw aan het lachen te maken.

De volgende dag was een vrijdag. Raquel had altijd vrij, dus het maakte niet zoveel uit, maar het bleef een vrijdag. Ze zat thuis op de pianokruk en speelde met haar mobiel. Ze had zin om iemand te sms’en. Maar wie?
De eerste naam in haar lijst was Bill. Haar vinger bleef op de toets hangen. Bill. Zou ze hem een sms’je sturen? Het idee toverde blosjes op haar wangen. Ze had echt geprobeerd hem uit haar hoofd te zetten, maar het lúkte gewoon niet.
Ze kon er niets aan doen dat de stomste dingen haar aan hem herinnerden, ze kon er niets aan doen dat de vlinders dan overuren fladderden in haar maag. Ze kon er niets aan doen dat ze hem voor zich zag als ze ’s avonds haar ogen sloot, als ze ’s ochtends haar ogen opende.
Ze kon er niets aan doen dat ze verliefd op hem was.
Er gleed een warme rilling langs haar ruggengraat. Verliefd. Voor zichzelf durfde ze dat wel toe te geven – het tegen Bill zeggen was een heel ander verhaal. Te bang dat hij haar zou afwijzen. Ze wilde hem als vriend niet verliezen, zelfs al betekende het dat ze haar verliefdheid moest verbergen.
Terug bij af. Zou ze hem nou een sms’je sturen of niet? Zou hij dat niet raar vinden? Kon ze niet beter iets naar Chantal sturen, of anders gewoon niemand sms’en?
Ze had net besloten om toch maar haar beltegoed te sparen, toen er een bekend getingel door het huis klonk. De deurbel. Verrast – ze kon niet bedenken wie er op de drempel zou staan – sprong Raquel overeind en ging opendoen.
Een agent.
Een politieagent.
Raquel staarde hem verbijsterd aan. Nu wist ze wie er op de drempel stond, maar veel wijzer werd ze er niet van.
‘Goede... morgen?’ probeerde ze aarzelend.
‘Bent u de dochter van Herr Nicolas Rodriguez? Juffrouw Raquel Rodriguez?’ De man, ongeveer veertig jaar oud en kalend, sprak haar naam met zoveel moeite uit dat het in elke andere situatie lachwekkend zou zijn geweest.
Raquel kon echter niet lachen. Ze staarde hem met grote ogen aan en knikte, fluisterde: ‘Ja... Is er iets met mijn vader?’
De agent kuchte ongemakkelijk en Raquel wist het antwoord al.
Ja.
Ja, er was iets heel erg mis.
Verbijstering werd schok, schok werd angst, angst werd paniek. Ze slikte heftig en omsloot de deurknop zo hard dat het pijn deed aan haar hand. Haar grote donkere ogen waren gefixeerd op het gezicht van de agent.
‘Wat is er gebeurd?’ fluisterde ze ontzet.
De arme man schuifelde met zijn voeten, moest even moeite doen om zijn professionele toon te hervinden. Toen sprak hij: ‘Het spijt me vreselijk voor u, juffrouw, maar... Ik moet u helaas mededelen dat Herr Rodriguez vanochtend om vijf over negen betrokken raakte bij een auto-ongeval. Een vrachtwagen vloog uit de bocht en veroorzaakte een botsing met uw vaders auto. En..’ De man schraapte zijn keel en mompelde ongemakkelijk: ‘Het spijt me, juffrouw. Uw vader heeft het ongeval niet overleefd.’
Raquel viel. Ze had het gevoel dat ze over het randje van een afgrond werd geduwd. Licht in haar hoofd, het suizen van haar ademhaling in haar oren. Ze wankelde op de drempel alsof ze een klap in haar gezicht had gekregen. Woordenflarden schoten in haar hoofd voorbij.
Helaas... Auto-ongeval... Vrachtwagen... Vader... Niet overleefd...
Dat kon niet waar zijn.
Dat moest een leugen zijn.
Een droom, een nachtmerrie.
‘Juffrouw? Juffrouw?’ De agent pakte haar bezorgd bij de bovenarm. Raquel kon geen woord uitbrengen, ze kon hem alleen maar met grote verwilderde ogen aanstaren. Hysterie kroop omhoog vanuit haar tenen, samen met een langzaam besef.
Haar vader was dood.
Haar vader was dood.
Haar vader.
Dood.
‘Juffrouw!’ herhaalde de agent weer en probeerde haar aandacht te vangen. Toen dat niet lukte, begon hij weer op haar in te praten. ‘Hé, meidje, kalm aan, blijf ademhalen. Is er iemand daar om voor je te zorgen? Moet ik iemand roepen? Hallo daar!’ riep hij de gang in – zonder resultaat natuurlijk, want Elvira was niet thuis.
‘Mijn moeder is op reis,’ fluisterde Raquel automatisch en schrok van haar eigen stem. Langzaam kwam ze weer tot zichzelf, hoewel nu met starre blik en wijd open ogen.
‘Mijn moeder is op reis,’ herhaalde ze met doodse stem en keek naar de agent zonder hem echt te zien. ‘Bedankt,’ voegde ze erbij, op dezelfde verwijderde toon. Toen sloot ze met kalme handen de deur.
Haar vader was dood.
De schok begon weg te ebben, ze kon weer helder denken. Jonathan! Jonathan had nu zomervakantie, hij moest vast nog thuis zijn! Zou hij het al weten?
Haar hoofd was volkomen leeg toen Raquel naar de telefoon liep. Geen andere gedachte dan “Jonathan”. Geen tranen. Ze kon nog niet huilen.
Er werd na de eerste keer overgaan al opgenomen. ‘Met Dagmar Reimann?’
Raquel bleef even stil. Ze kende helemaal geen Dagmar Reimann. Had ze dan het verkeerde nummer genomen? Toen zei de vrouwenstem aan de andere kant haastig: ‘Raquel, ben jij dat? Sorry, ik heb zoveel over jou gehoord... Ik ben de moeder van Victor en Sofie.’
Die namen zeiden Raquel wel wat, maar ze wist nog steeds niet wat ze moest zeggen. Gelukkig begon mevrouw Reimann opnieuw: ‘Ik kwam oppassen bij Jonathan, met Vic en Sofie, toen er werd aangebeld... Daarom bel je toch?’
‘Is alles goed met Jonathan?’ fluisterde Raquel. Iets anders kon ze niet zeggen, haar hoofd was nog steeds leeg.
‘Ja, nou... Hij is in shock, hij heeft nog niets gezegd. Waar is jullie moeder?’ Dagmar Reimann praatte zo snel dat Raquels brein het niet meteen kon verwerken. Pas na een hele tijd antwoordde ze dat Elvira op reis was.
‘Ik kom er nu aan,’ voegde ze er, met dezelfde uitdrukkingsloze stem, aan toe. Vervolgens hing ze op, trok automatisch haar schoenen aan en liep naar de voordeur.
Haar vader was dood.

26.

Jonathan huilde ook niet. Raquel had hem op schoot genomen, maar verder gebeurde er niets. Ze zaten daar alleen, ogen wijd open, zonder een traan. Raquel besefte het nog maar half. Ondanks alles, ondanks het feit dat de band tussen haar en haar vader ronduit slecht was, kon ze – wílde ze – niet geloven dat hij er niet meer was. Ondanks al zijn fouten, al hun problemen, had ze van hem gehouden.
De eerste traan begon langzaam aan zijn weg omlaag. Geluidloos, eenzaam, een traan op haar wang.
Ze wilde hier weg. Ze hoorde hier niet. Iedereen zat haar maar aan te staren, Victor en Sofie met grote ogen, Dagmar ongemakkelijk. Jonathan had eigenlijk nauwelijks op haar komst gereageerd. Hij was op dit moment vast beter af zonder haar. Ze wilde hier weg.
‘Raquel?’ Dagmar Reimann legde aarzelend een hand op haar schouder. Ze was een jonge vrouw van ongeveer vijfendertig, met mooi blond haar en een vriendelijk, zacht gezicht. ‘Wanneer komt je moeder thuis?’
Raquel gaf geen antwoord op die vraag. In plaats daarvan klemde ze Jonathan even tegen zich aan en fluisterde: ‘Ik denk dat je maar beter bij Victor en Sofie kan blijven, liefje.’
Jonathan wreef met zijn voorhoofd langs haar wang. ‘Waar ga jij dan heen?’
‘Terug,’ mompelde ze. Terug. Terug naar Berlijn? Naar dat lege huis? Wachtend tot Elvira thuiskwam?
‘Oké.’ Jonathan keek haar met grote ogen aan. Zijn onderlip trilde. Raquel gaf hem een kus op zijn wang en fluisterde geruststellend iets wat ze zelf maar half geloofde. ‘Het komt wel goed.’
Toen liet ze hem los en stond op, stram en onhandig. De doodsheid begon langzaam plaats te maken voor tranen. Ze slikte heftig, kreeg zichzelf met enige moeite onder controle en keerde zich naar Dagmar. Vóór ze echter iets kon zeggen, deed die haar mond al open. ‘Wij zorgen voor Jonathan tot jullie moeder terug is, geen probleem. Zal ik je ons telefoonnummer geven? Als je iets nodig hebt, kan je altijd bij ons terecht.’
‘Bedankt.’ Raquels stem was nauwelijks meer dan een zucht. Ze nam het briefje met het telefoonnummer aan, knuffelde Jonathan nog een keer. Hij hield zijn armen strak om haar heen en begon zachtjes te snikken. Raquel streek door zijn warrige haren, hurkte voor hem neer. ‘Ik kom terug, ja? Dat beloof ik.’
‘Oké,’ murmelde hij. ‘Dag zussie.’
‘Dag broertje.’ Ze kuste zijn wang weer, liet zijn tengere lijfje los en kwam overeind. In haar jaszak vouwden haar vingers zich om haar mobiel.
Ze wist al waar ze heenging.

Dagmars echtgenoot, Sebastian, was zo vriendelijk om Raquel bij het station af te zetten. Ze bedankte hem stilletjes, niet in staat een goede emotie te tonen. Haar lichaam twijfelde nog steeds tussen zombies en tranen.
De hele treinreis lang – en het was behoorlijk lang – zat Raquel bij het raam van haar coupé en staarde naar het passerende landschap. Er waren geen tranen bijgekomen. Ze kon nog steeds niet huilen. Steeds weer speelden diezelfde woorden door haar hoofd.
Helaas... Auto-ongeval... Vrachtwagen... Vader... Niet overleefd...
Drie stations voor haar einddoel ontwaakte ze uit haar trance. Nog even. Nog even en ze was waar ze wilde zijn. Het sms’je dat bij niet-verzonden wachtte, kon nu verzonden worden.
Ben op station. Kom me alsjeblieft halen. Raquel
En godzijdank stond Chantal inderdaad op het station. Ze was niet alleen. Naast haar stond, weggedoken in jas en pet om niet op te vallen, niemand minder dan Bill. Raquel kon er niet blij mee zijn; ze kon nergens blij mee zijn. Ze struikelde de trein uit, liep Chantals armen in en begon te huilen.

Chantal was behoorlijk verrast geweest door Raquels plotselinge sms’je. Ben op station, kom me halen? Waar kwam dat zo plotseling vandaan? Iets in het sms’je maakte haar echter onrustig – dat alsjeblieft. Kom me alsjeblieft halen. Chantal had het idee dat er iets mis was en daarom was ze ook meteen naar het station gegaan. Bill had aangeboden haar te brengen, trots als een pauw op zijn rijbewijs (hij had het tenslotte éindelijk gehaald, bij de tweede poging). Chantal had zijn aanbod natuurlijk met alle plezier aangenomen.
De trein kwam net het station binnenrijden toen zij tweeën arriveerden. De deuren schoven open en een stroom mensen kwam naar buiten. Chantal keek om zich heen. Waar was Raquel?
Daar! Ze had haar vriendin bijna niet herkend, zo vreemd zag ze eruit. Raquels huid was van zichzelf altijd al getint, maar nu zag ze lijkbleek; haar ogen stonden wijd open en haar krullen hingen in een rommelige frommel om haar gezicht. Ze herkende Chantal en waarschijnlijk ook Bill – die was, zelfs ondanks zijn vermomming, makkelijk te herkennen; hij hupte namelijk van zijn ene voet op de andere en zijn ogen glansden onder de klep van zijn pet.
Aan Raquels gezicht veranderde echter niets. Met een starre uitdrukking liep ze op hen af, haar kin omhoog, maar met elke stap werden haar ogen vochtiger. Chantals voorgevoel had het dus bij het rechte eind: er was iets mis.
De laatste stap. Raquel struikelde haast naar voren, plotseling overmand door tranen. Om haar op te vangen sloeg Chantal haar armen om haar heen. En Raquel barstte in huilen uit.
Traan na traan gleed langs haar wangen omlaag. Mascara vermengde zich met zout en trok zwarte sporen over Raquels huid. Haar schouders schokten bij elke snik die haar keel in tweeën scheurde.
Chantal schrok zich een ongeluk en bleef verbijsterd staan, Raquel in haar armen. Bill reageerde sneller, legde zijn armen om beide meisjes heen en trok hen voorzichtig tegen zich aan. Hij schoof met één hand de pet opzij, zodat de klep niet in de weg zat – vond het voor deze ene keer niet erg dat het zijn kapsel verpestte – en streelde zachtjes door Raquels krullen.
Hij troostte haar niet zoals haar moeder het gedaan zou hebben, met veel “shush toch” en “huil maar niet”. Bill zweeg, hield haar alleen maar vast en streek zachtjes door haar haren. Meer niet. Dat hoefde ook niet – zijn stille steun kalmeerde Raquel meet dan gefluisterde troost gedaan zou hebben.
Na een tijdje maakte ze zich van Chantal en Bill los, toch een beetje beschaamd om haar uitbarsting, ook al besefte ze wel dat de twee vreemder op zouden kijken als ze niet huilde.
Bill had nog nooit zo ernstig gekeken. Met grote bezorgde ogen volgde hij de tranensporen op Raquels wangen, veegde hen weg met zijn duim. Raquel trilde als een rietje, maar kon niet besluiten of dat door zijn aanraking of door het huilen kwam.
Ze snikte alweer, zachtjes, kon het niet binnenhouden. Chantal ontwaakte uit haar verbijstering en legde haar armen om Raquels schouders.
‘Wat is er in godsnaam aan de hand?’ fluisterde ze, haar stem schor van schrik.
Raquel keek haar aan met ogen die overliepen van verdriet. ‘Mijn vader is dood.’

Tom was degene die de deur van het appartement opengooide en Raquel in een dikke knuffel ontving. Blijkbaar was hij niet alleen knuffelig met Hannah; hij plette Raquel zo’n beetje in zijn poging haar te steunen.
Georg sloot de deur achter hen en omarmde Raquel eveneens, gevolgd door Gustav. Alles gebeurde zwijgend. Bill had Tom via sms op de hoogte gebracht, zodat ze voorbereid waren, en iedereen leefde met Raquel mee – ook de jongens, die Raquels vader helemaal niet gekend hadden.
In de woonkamer werd Raquel op de bank gezet en gesandwicht tussen – tot haar vage verrassing – Chantal en Tom. Georg, die duidelijk het minst van allemaal wist hoe hij met Raquels verdriet om moest gaan, stationeerde zich in de zetel naast de televisie. Gustav moest plotseling heel nodig naar de wc. En Bill was verdwenen.
Raquel voelde zich langzaamaan kalmer worden. Chantal had haar haast niet meer losgelaten sinds ze het verschrikkelijke nieuws gehoord had en haar steun deed Raquel goed. Ze was wel vagelijk ongerust door Bills afwezigheid, maar haar geest zat nog te vol met schok, pijn, verdriet, om zich echt zorgen te kunnen maken.
Bovendien zat Tom aan haar linkerkant; hij deed precies hetzelfde als wat zijn broertje had gedaan, namelijk door haar haren aaien en niets zeggen. Opnieuw werkte die methode beter dan het sussen van Elvira – Raquel ontspande eindelijk.
Op dat moment dook Bill weer op. Zijn haren hingen nu los om zijn gezicht en zijn make-up was, evenals die van Raquel, over zijn wangen verspreid. Had hij ook gehuild? Ze had het niet gemerkt.
Hij zakte voor haar neer, op zijn knieën, vouwde voorzichtig haar handen om iets heen. Een beker thee, besefte ze. Ze verstevigde haar grip om de mok en prevelde: ‘Dank je.’
Het klonk alsof er gebroken glas in haar keel zat en zo voelde het ook een beetje, maar ze meende het echt. Het was prettig om iets vast te kunnen houden, plus het feit dat iets warms te drinken haar altijd goed kalmeerde. Raquels ogen werden opnieuw waterig, nu van dankbaarheid. Ze kon zich niet voorstellen wat ze zonder haar vrienden zou doen.
Bill bleef voor haar op zijn knieën zitten, zijn nog altijd grote ogen op haar gezicht gefixeerd. Ze huilde niet meer. Slechts af en toe volgde een late traan nog het mascaraspoor. Het duurde een tijdje vóór Raquel besefte dat het bij Bill precies hetzelfde was.
Ze maakte één hand los van de beker en strekte die aarzelend naar hem uit. Zonder voorover te leunen reikte ze niet ver genoeg, maar Bill legde zijn vingers om de hare. Tegelijkertijd sijpelde er opnieuw een langzame traan over zijn wang.
‘Nu huil jij,’ mompelde Raquel. Aan de andere kant van de kamer haalde Georg luidruchtig zijn neus op. Tom grijnsde even, maar Bill en Raquel merkten het niet. Ze zaten met zijn tweeën in een zeepbel, afgesloten van de rest, starend in elkaars ogen.
‘Daar kan ik niets aan doen,’ murmelde Bill met een tikkeltje rode wangen. ‘Ik moet altijd huilen als mensen... d-doodgaan.’ Zijn stem haperde even bij dat woord, maar hij praatte er vlug overheen: ‘En ik kan er ook niet tegen als andere mensen huilen.’
Raquel kneep in zijn vingers. Troostte zij nu hem? Nee, dacht ze. Nee, hij troost mij. Op een vreemde, omgekeerde manier troost hij mij.
Het oogcontact werd verbroken door Gustav, die terugkwam van de wc en zo geluidloos mogelijk op de leuning van Georgs zetel ging zitten. De beweging deed Raquel echter opkijken en de zeepbel spatte uiteen. Bill trok zijn hand terug om de sporen van zijn gezicht te vegen, wendde zijn ogen af en zweeg.
Op het tikken van de klok na was de hele kamer stil.

27.

Avond. Gustav was gaan koken, Georg speelde voor deze ene keer koksassistent. Tom, Chantal, Bill en Raquel zaten nog steeds op en (in Bills geval) naast de sofa. Ze hadden natuurlijk niet de hele dag stilgezeten; zelfs Raquel kon, ondanks haar verdriet, niet langer dan een half uur op dezelfde plek zitten.
Ze had hen over haar vader verteld. Over hoe hij was gestorven, over hoe het vroeger was geweest, en toen ze toch bezig ook was ook maar meteen over Elvira, Jonathan en de problemen thuis. De jongens luisterden zwijgend, met grote ogen en ernstige gezichten. Het voelde als een opluchting om te kunnen praten zonder onderbrekingen, om het gewoon kwijt te zijn. En de tweelingknuffel die op haar verhaal volgde, toverde zelfs een lichte glimlach op haar gezicht.
‘Onze ouders zijn ook gescheiden.’ Bill zat nu met zijn rug tegen de sofa, zijn achterhoofd tegen Raquels knieën. Hij legde zijn hoofd achterover om haar aan te kijken, glimlachend maar een tikje triest. ‘Sindsdien hebben we onze vader eigenlijk nooit meer gezien.’
‘Eén keer maar,’ vulde Tom aan, terwijl hij zijn rug strekte. ‘Vlak na de release van Durch den Monsun.’
‘Ik zou niet eens weten waar hij woont,’ mijmerde Bill voor zich uit.
‘Leipzig, toch?’ Tom gaapte.
‘Nee, ik geloof dat hij verhuisd is...’ Bill haalde zijn schouders op en gaapte ook. ‘Niet zo interessant.’
Raquel glimlachte even. ‘Jullie hebben een stiefvader, toch?’
‘Ja, klopt. Hij is al dertien jaar meer onze vader dan Jörg Kaulitz.’ Bill haalde een hand door zijn haar. ‘Maar voor jou is het wel iets anders,’ voegde hij er haast onhoorbaar bij. Raquel verstond hem wel, maar gaf geen antwoord. Ze rekte zich uit als een kat, schudde haar krullen los en gaapte eveneens. Op dat moment kwam Georg binnen met de mededeling dat het eten klaar was en ze slenterden met z’n allen naar de keuken.
Tijdens de lasagne werd er nauwelijks gepraat. Raquel zat tussen Bill en Chantal in en voelde zich veilig. Het was een goed besluit geweest om hierheen te komen. Jonathan bij zijn beste vrienden, zij bij de hare. Het enige waar ze zich nog zorgen over maakte, was wat ze zou doen als Elvira terugkwam. Ze had geprobeerd haar moeder te bellen, maar kreeg steeds de “in gesprek”-toon. Wat zou er nu met Jonathan gebeuren? Met Raquel zelf?
Alsof Chantal haar gedachten raadde, stootte ze Raquel aan en fluisterde: ‘Maak je maar geen zorgen, alles komt in orde! En vannacht blijf je gewoon hier. Ja toch, jongens?’
‘Natuurlijk!’ klonk het in koor. ‘We moeten alleen nog bedenken waar we je gaan laten slapen,’ voegde Bill er met een verontschuldigend lachje bij. ‘We hadden eerst een logeerkamer, maar die is nu van Chantal.’
‘Ik kan wel op de sofa,’ antwoordde Raquel en maakte een wegwerpgebaar. ‘Vind ik niet erg.’ Zolang ze maar niet in haar eentje terug hoefde naar dat lege huis...
‘Tss!’ Bill schudde kordaat zijn hoofd. ‘Dat kan toch niet! Neem dan mijn kamer, ik slaap voor deze keer wel bij Tom.’
‘Zolang je er maar niet weer met mijn dekens vandoor gaat!’ waarschuwde Tom meteen. Bill stak zijn tong naar hem uit en trok een zogenaamd beledigd gezicht.
‘Dat zou ik nóóit doen!’ En tegen Raquel: ‘Geen discussie mogelijk! Je gaat me toch niet vertellen dat je liever op de sofa slaapt dan in een bed, hè?’
Raquel haalde haar schouders op en herhaalde: ‘Ik vind het niet erg.’
‘Maar ik wel.’ Bill schoof zijn stoel achteruit en begon vlug de tafel af te ruimen. Georg hielp hem een handje en riep ondertussen dat Bill gelijk had, werd daarin bijgestaan door Tom en Gustav. Chantal hield zich stil. Aan de ene kant was ze het met de jongens eens, aan de andere kant vond ze het idee van Raquel in Bills bed ondraaglijk – zelfs al zou hij er niet bij liggen.
‘Ik wil jou niet uit je eigen kamer gooien,’ protesteerde Raquel zwakjes. Ze voelde al dat ze deze discussie niet zou winnen en bovendien voelde ze zich te afgemat om zich echt druk te maken.
Bill lachte haar toe. ‘Ik stelde het toch zelf voor, gekkie. Het is écht geen probleem. Maak je maar niet druk, oké?’
Hij klonk zo lief dat Raquel zich niet kon inhouden; ze stond op en gaf hem een dankbare knuffel, gevolgd door een vluchtige kus op zijn wang. ‘Dank je wel.’
‘Graag gedaan,’ mompelde hij, hevig blozend. Tom floot suggestief tussen zijn tanden en kreeg meteen een schop van zijn tweelingbroer, die zijn hoogrode wangen probeerde te verbergen achter zijn haar. Chantal keek er nogal nors naar; Raquel wist niet wat ze ervan moest denken en dacht dus maar niets. Gustav begon de afwasmachine in te ruimen, hij bemoeide zich nergens mee. Georg zat er alleen maar geamuseerd naar te kijken. En Tom vluchtte de keuken uit, op de voet gevolgd door zijn wraaklustige tweelingbroer.

Bills kamer was een complete chaos. Overal lagen kleren, schoenen, petten (waaronder ook een heel aantal van Tom), papieren, elektriciteitssnoeren (bijvoorbeeld drie verschillende opladers), tijdschriften, boeken, tassen...
‘Uhm.’ Bill grinnikte verontschuldigend. ‘Ik ben niet zo goed in opruimen, zoals je ziet.’
Raquel stond naast hem, vlak over de drempel, en kon zijn opmerking alleen maar bevestigen. Er was wel duidelijk een pad tussen de rommel door, van de deur naar het bed naar de kledingkast. En het kingsize bed was netjes opgemaakt, met witte lakens en rode dekens.
‘Slapen moet geen probleem zijn,’ lachte Bill. ‘En als je er ’s nachts uit moet, er zit een lichtknopje links naast m’n bed.’
‘Oké. Ik overleef het wel,’ verzekerde Raquel hem. ‘Dank je wel.’
‘Geen probleem.’ Hij glimlachte naar haar, aarzelde even en gaf haar toen vlug een kus, vlakbij haar lippen. ‘Slaap lekker.’
En hij sloot zachtjes de deur.

Raquel bleef welgeteld drie dagen bij de jongens en Chantal – de tijd dat haar moeder in Zuid-Frankrijk zat. Elvira was op de hoogte gesteld van de gebeurtenissen, maar weigerde naar Duitsland te komen vóór haar vergaderingen voorbij waren. Dus bleef Raquel in Hamburg en Jonathan bij Victor en Sofie.
Het was werkelijk ongelooflijk om te zien hoe lief de jongens konden zijn. Natuurlijk waren ze altijd aardig, maar Raquel had hen niet allemaal zo... zo zorgzaam ingeschat.
Bill sliep nog steeds bij Tom, ook al moest hij Raquel ’s avonds zo’n beetje zijn kamer induwen. Tom klaagde niet eens over het feit dat hij zijn (trouwens enorme) bed moest delen met zijn tweelingbroer, maar mompelde in het voorbijgaan tegen Raquel dat ze gerust zo lang mocht blijven als ze wilde.
Georg wendde zijn vage flauwe humor aan om Raquels humeur op te fleuren en bleek een natuurtalent in het inschatten van de situatie, zodat hij steeds de juiste opmerking op het juiste moment maakte. En Gustav, de kok, zorgde dat er altijd iets lekkers te eten was.
Het belangrijkste echter was iets anders. Het belangrijkste was dat ze zo normaal bleven doen. Ze gingen door met muziek maken en elkaar plagen, precies zoals ze vóór Raquels logeren ook deden. Ze behandelden haar misschien wel een tikkeltje voorzichtiger, maar ze pasten niet hun dagindeling aan om de hele tijd bij Raquel op de bank te kunnen zitten. En dat gaf haar een veel prettiger gevoel dan als de jongens constant om haar heen hadden gehangen.
Op de ochtend van de vierde dag belde Elvira. Raquel zat op de pianokruk in de studio en luisterde naar Chantal en de jongens, die bezig waren hun nummers te beluisteren en van luidkeels commentaar te voorzien. Het verbaasde Raquel hoe vier zulke vrolijke, enigszins melige jongens zo serieus omgingen met hun muziek. Nou ja, Tokio Hotel wás natuurlijk wel hun levenswerk.
En toen belde Elvira. Raquel viste haar mobiel uit haar zak en nam stilletjes op.
‘Ik ben thuis,’ klonk Elvira’s stem. ‘Waar zit jij?’
‘Hamburg.’ Raquel ontmoette Bills vragende blik en lipte “moeder” naar hem. Hij knikte ten teken dat hij het begreep, glimlachte even en schoof toen de koptelefoon weer over zijn pet.
‘Wat doe je nou weer in Hamburg?’ Elvira klonk vermoeid en lichtelijk geïrriteerd, waarschijnlijk als gevolg van de reis die ze net achter de rug had.
‘Chantal?’ herinnerde Raquel haar.
‘Oh, ja. Kom je wel vandaag nog terug?’
‘Als je wilt.’
‘Dan zie ik je vanmiddag.’ En Elvira verbrak de verbinding.
Raquel staarde naar het schermpje van haar telefoon, probeerde te bedenken wat ze hier nu weer van moest maken. Ze kon zich nauwelijks voorstellen dat Elvira helemaal niet aangeslagen was door de dood van haar ex-man, ondanks het feit dat ze hem in geen jaren had gesproken – maar nu had ze voornamelijk geërgerd geklonken, niet droevig of zelfs op de één of andere manier geëmotioneerd.
Chantal liep naar haar toe, haar gezicht half nieuwsgierig en half zuur. Raquel zuchtte zachtjes. Er was maar één reden die haar verblijf hier ongemakkelijk maakte: haar vroegere beste vriendin. Vroegere, ja – Raquel had het gevoel dat hun vriendschap definitief voorbij was. De jaloezie had een einde gemaakt aan al die jaren twee-eenheid.
‘Was dat Elvira?’ informeerde Chantal op afgemeten toon. Tegenover de jongens hield ze de schijn nog op, maar die waren nu druk in de weer met koptelefoons en besteedden geen aandacht aan de meisjes.
‘Ja,’ antwoordde Raquel zacht en stopte haar mobiel weg. ‘Ik ga naar huis.’
‘Oké.’ Chantal draaide zich weer om en Raquel voelde tranen branden. Ze wilde Chantal niet kwijt! Ondanks de vijandigheid beschouwde Raquel haar als de beste vriendin die ze ooit had gehad. De vijandigheid was er vóór ze de jongens kenden nooit geweest.
Ze sprong overeind en schoot Chantal aan vóór die weer bij de jongens was. De koele blik in de felblauwe ogen deed Raquel van binnen ineenkrimpen, maar ze dwong zichzelf om recht terug te kijken.
‘Chantal, moet het nu echt zo?’ fluisterde ze smekend. ‘Laat me nu niet mijn vader en mijn beste vriendin verliezen...’
Het antwoord was een ijskoude blik en Chantal die zich omdraaide. ‘Jongens!’ riep ze. ‘Raquel moet naar huis!’

Elvira deed de deur al open voor Raquel aan kon bellen. Haar ogen waren rood, maar haar gezicht stond strak. Met een stijf gebaar veegde ze een lok zwart haar achter haar oor.
‘Dus daar ben je,’ zei ze toonloos, draaide zich om en verdween weer in de gang. Raquel had niet meer verwacht en volgde haar moeder naar binnen.
Op het kastje naast de sofa lag een pakje papieren zakdoekjes. Het was leeg; Elvira verfrommelde het plastic en liep naar de keuken om het weg te gooien. Raquel bleef op de drempel staan, klemde haar handen ineen. Ze voelde zich ongemakkelijk, maar durfde niets te zeggen.
Even bleef het stil in de kamer. Elvira leek eventjes van plan om iets te zeggen, bedacht zich toen weer en deed er het zwijgen toe. Ze zat stram rechtop op de sofa, haar ogen strak op de muur gericht.
Aarzelend deed Raquel twee passen naar voren, liep toen in dezelfde beweging door naar haar moeder en liet zich naast Elvira op de sofa zakken. Voorzichtig legde ze een arm om diens schouders. Ze voelde haar moeders arm om haar middel en drukte zich tegen Elvira aan.
Opnieuw bleven ze een tijdje stil. Raquel wist niet wat ze moest zeggen, Elvira zat met haar gedachten mijlenver weg. Pas toen de kerkklok in de verte sloeg, schrokken ze allebei op. Raquel wilde zich al van haar moeder losmaken, maar Elvira hield haar bij zich en drukte zachtjes een kus op Raquels voorhoofd.
‘Het spijt me,’ zei ze zachtjes.
‘Wat spijt je?’ murmelde Raquel terug.
‘Alles. Dat ik er niet was. Over je vader.’ Elvira haalde haar neus op, wreef langs haar ogen en wierp Raquel een waterig glimlachje toe. ‘Ik kan je niet goed uitleggen hoe ik me voelde, toen. Het spijt me. Maar...’ Ze probeerde een beter glimlachje. ‘Ik ga vanaf nu m’n best doen om er voor jullie te zijn.’
‘Voor ons?’ herhaalde Raquel.
‘Voor jou, en voor Jonathan.’ Het glimlachje werd een glimlach. ‘Hij komt bij ons wonen.’
Raquel bleef stilletjes zitten. Jonathan kwam bij hen wonen. Eigenlijk had ze dat best verwacht, maar ze wist niet zo goed wat ze ervan moest denken. Jonathans leven had zich de afgelopen járen volledig in Oranienburg afgespeeld – dáár had hij zijn vriendjes, zijn school, zijn sportclub, gewoon zijn hele leven. Nu was Oranienburg niet zó ver weg van Berlijn, maar wel te ver om elke dag heen en weer te reizen.
Aan de andere kant zou het heerlijk zijn om haar broertje dichtbij te hebben. En aan nóg een andere kant vond ze het verschrikkelijk dat ze Jonathan alleen maar zo dichtbij kon hebben, na het overlijden van haar vader.
‘Raquel?’ Elvira keek haar een tikkeltje aarzelend aan. ‘Wat...’
‘Ik moet er gewoon even aan wennen,’ antwoordde haar dochter vlug. ‘Jonathan woont al zo lang in Oranienburg en...’ Ze beet op haar lip, sloeg haar ogen neer. ‘Hij lééft daar al zo lang.’
Elvira zweeg even. Toen veegde ze opnieuw een haarlok achter haar oren en stond op, al iets meer haar normale kordate zelf. ‘Daar vinden we nog wel wat op. Het belangrijkste is dat hij thuiskomt.’
Ze liep naar de keuken en Raquel hoorde het koffiezetapparaat ratelen. Met een zucht liet ze zich onderuit zakken, drukte haar vingers tegen haar slapen. Thuis? Was dit voor Jonathan wel thuis? Het leek erop dat dit nog lang niet opgelost was, wat Elvira ook mocht denken.

28.

Raquel had gedacht dat het onmogelijk was, maar toch gebeurde het. Dag na dag gleed voorbij, het leven ging verder.
Drie dagen na Elvira’s terugkomst uit Zuid-Frankrijk werd haar ex-man begraven in Oranienburg, waar hij vijf jaar lang gewoond had. Bij de ceremonie waren meer mensen aanwezig dan Raquel verwacht had; niet alleen zijzelf, haar moeder en haar broertje, maar ook Victor en Sofie met hun ouders en een heleboel mensen van kantoor die Raquel niet kende. Vervolgens dook ook Hannah plotseling op, met tranen in haar ogen en Tom in haar kielzog. Die werd, natuurlijk, gevolgd door Bill – en hij werd weer gevolgd door Chantal.
Compleet verbijsterd liet Raquel zich knuffelen, eerst door Hannah en Tom tegelijkertijd, toen door Bill en als laatste door Chantal. De eerste drie voelden warm, begripvol, steunend. Nummer vier was koud en afstandelijk, hoe hard ze ook haar best deed om de schijn op te houden.
Na de begrafenis druppelde iedereen langzaam door de hekken naar buiten. Jonathan bleef voor deze keer bij Raquel in plaats van bij Victor en Sofie; ze hield zijn handje vast en stelde hem voor aan de tweeling en Hannah, die hem nog nooit gezien hadden. In eerste instantie was Jonathan verlegen en verborg zich achter zijn grote zus, maar algauw had hij door dat hij nergens bang voor hoefde te zijn. Chantal stond er zwijgend bij.
‘Laten we gaan,’ mompelde Raquel na een tijdje. Ze wierp nog even een blik op het graf, maar wendde snel haar ogen af en gaf haar broertje een zachte duw. ‘Als jij mam nou eens gaat zoeken.’
Het jongetje liet haar hand los en glipte tussen een paar kantoormensen door, op zoek naar zijn moeder. Chantal murmelde iets over “wc” en vertrok ook; Raquel onderdrukte een zucht. Zelfs op de begrafenis van haar vader kon ze er niet omheen. Vriendschap met Chantal was verleden tijd.
Hannah legde een arm om haar schouders en drukte haar voorzichtig tegen zich aan. ‘Ik wou dat ik iets kon bedenken om te zeggen dat beter klinkt dan “Ik vind het zo rot voor je”,’ mompelde ze.
Er glipte een zacht lachje uit Raquels mond. ‘Dat je er bent is al genoeg,’ antwoordde ze en liet zich opnieuw knuffelen. ‘Ik had echt niet verwacht dat jullie zouden komen,’ voegde ze er stilletjes bij, nu met haar ogen op de tweeling.
‘Natuurlijk komen we!’ Bill besefte dat zijn verontwaardigde stem over het terrein galmde en perste snel zijn lippen op elkaar, liet Tom wat rustiger zijn zin afmaken: ‘Omdat je vrienden niet in de steek laat als ze het moeilijk hebben.’
Die opmerking kwam hem op een klapzoen van Hannah te staan, wat natuurlijk uitmondde in iets meer dan een vluchtige kus. Raquel rolde met haar ogen en draaide zich van hen af. Nu even geen liefde, alsjeblieft. Nu even geen liefde, geen vrolijkheid, geen geluk. Ze voelde zich leeg. Koud en leeg. Binnen een week had ze haar vader en haar beste vriendin verloren – de één op een behoorlijk andere manier dan de ander, maar wel allebei voor altijd.
Voor altijd.
Twee woordjes hadden nog nooit zo’n pijn gedaan.

Het leven ging verder. Na de begrafenis trok Jonathan bij zijn moeder en zus in, maar erg gelukkig leek hij er niet van te worden. Het huis was leeg en stil, Elvira werkte acht uur per dag en hij miste zijn vriendjes uit Oranienburg. Raquel was er altijd en probeerde hem op te vrolijken, maar miste eigenlijk zelf de blijdschap om hem echt te laten lachen.
Gelukkig was Hannah er nog. Zij en Lisanne, de vriendin die terug was uit Amerika, vielen elke dag wel even binnen. Het klikte algauw tussen hen en Raquel was opgelucht dat zij er waren – maar Hannah was geen Chantal, goede vriendin of niet. Ze kende Hannah nog geen zes maanden, laat staan zeventien jaar.
Ergens was het toch stom om zo verdrietig te zijn, dacht Raquel bij zichzelf. Waarom treuren om iemand die zeventien jaar vriendschap vergooide voor een rockzanger? Ja, een rockzanger waar ze nu bij in huis woonde, waar ze nu waarschijnlijk wel een kans bij maakte – maar hij was en bleef een rockzanger, plus medebandlid. Dat maakte de kans dan wel weer heel wat kleiner.
Ze zuchtte en legde haar hoofd tegen de muur. Al de hele ochtend zat ze hier, ineengedoken op haar bed, de dekens om zich heen getrokken. Het was ondertussen een uur of twaalf, waarschijnlijk zouden Hannah en Lisanne binnen een half uur aanbellen om haar wie-weet-waar mee naartoe te slepen. Jonathan was nog niet bij haar binnen geweest; dat verbaasde Raquel stilletjes, meestal kroop hij ’s ochtends even bij haar in bed.
Met een zucht duwde ze de dekens van zich af en liet zich van het bed glijden. Geen zin om te douchen, geen zin om zich aan te kleden – maar in pyjama rondlopen was ook niet zo’n goed idee, dus trok ze toch maar een spijkerbroek en een willekeurig T-shirt uit de kast. Minnie Mouse. Waarom ook niet.
Eenmaal beneden vond ze een briefje op de keukentafel. Aan het schoolse handschrift te zien was het van Jonathan.

Zusie, mama brengkt me naar Oraninburg. En Dagmar brengkt me trug. Dag! Jonathan

Raquel moest lachen om de spelfouten, maar erg veel vreugde voelde ze niet. Jonathan kon nog zo makkelijk naar zijn vrienden. Háár vrienden woonden in Hamburg, hadden het onmogelijk druk én voor tenminste één persoon in huis was ze daar nooit meer welkom.
Waarom was het ook zo moeilijk?
Gefrustreerd trok ze de koelkast open en viste het pak yoghurt uit de deur. Ze had geen zin in een fatsoenlijk ontbijt, ze had nergens zin in. Ze had geen zin in Hannah of Lisanne, ze had zelfs geen zin om keihard Tokio Hotel te draaien.
Waarom nou?
Elke dag sinds haar vaders dood stond Raquel op met maar één gedachte in haar hoofd: de dag overleven zodat ze ’s avonds weer in bed kon stappen. Het maakte allemaal niet meer uit. Ze was nooit goed geweest in omgaan met verdriet en om in korte tijd twee mensen te verliezen, twee mensen waar ze altijd om had gegeven, kon ze niet verdragen. Ze was in een zwart gat gevallen en het trok haar aan alle kanten naar beneden, verder en verder weg van het licht.
De laatste keer dat ze de zon had zien schijnen, was op de begrafenis bij het gedag zeggen van haar vrienden – toen had Bill haar in zijn armen genomen en de knuffel gegeven die ze nodig had.
Waarom was het ook zo moeilijk?
Vrolijk getingel klonk door het huis. De bel. Onmiddellijk schoten haar gedachten terug naar die dag, nu twee weken geleden, toen ook de bel was gegaan. Uw vader heeft het niet overleefd.
Wel, niemand kon haar dat nieuws een tweede keer brengen, dacht Raquel sarcastisch en slenterde naar de deur om open te doen. Eigenlijk had ze al kunnen weten wie er voor de deur stonden, ze had het vanochtend in bed al verwacht. Hannah en Lisanne.
‘Hé!’ Hannah hupte over de drempel en gaf haar een vluchtige knuffel. ‘Hoe gaat het?’
‘Mwoah.’ Raquel sloot de deur achter Lisannes blonde haar, haalde haar schouders op. ‘Ik verveel me.’
‘Daarom zijn wij er ook!’ lachte Hannah opgewekt. ‘We hebben een verrassing voor je. Eigenlijk hadden we het al eerder gepland, maar...’ Ze kuchte ongemakkelijk en Raquel maakte in gedachten de zin af: maar toen ging je vader dood.
‘Ja,’ mompelde ze. ‘Oké. Kom maar op.’
Hannah gaf haar een por. ‘Raquel, doe nou niet zo. Ik snap wel dat je verdrietig bent om je vader, maar het leven gaat door.’
‘Dat weet ik...’ Raquel zuchtte en veegde door haar haren. ‘Het is alleen... Het gaat niet alleen om mijn vader.’
De andere twee meisjes wisselden een verbaasde blik, maar vóór ze iets konden vragen ging Raquel al verder: ‘Nou, waar is die verrassing?’
‘Oh, niet hier,’ zei Hannah vlug en trok de deur weer open. ‘Kom.’
Raquel volgde hen naar buiten; het was warm, augustus inmiddels, zomervakantie. Het zonlicht maakte gouden vlekken op het bladerdek van de kastanje, die vlak voor het huis groeide. Zelfs in haar dunne T-shirt had Raquel het niet koud, dus ze sloot af zonder haar jas mee te nemen en volgde haar vriendinnen naar wie-weet-waar.

29.

‘De dierentuin?’ Raquel wendde haar blik af van de naam van de U-bahnhalte, om haar vriendinnen sceptisch aan te kijken, maar Hannah en Lisanne zetten hun onschuldige gezichten op en gaven geen antwoord.
Ze stapten uit en slenterden met z’n drieën naar de uitgang, naar de straat. Lisanne viste haar mobieltje uit haar jaszak, leek even iets te checken op het schermpje, maar zodra ze Raquel zag kijken stopte ze het dingetje vlug weer weg. Raquel kon niet tegen haar geheimzinnige gezicht, ook al wist ze wel dat het geen echte verrassing was als ze wist wat ze gingen doen.
‘Ah, daar is hij!’ Hannah stootte Lisanne aan en wees naar de Leeuwenpoort, één van de twee ingangen van de Berlijnse dierentuin. Raquel volgde nieuwsgierig de vinger en zag een man van tegen de vijftig, kaal en met een uniform van de dierentuin aan zijn lijf.
Lisanne zwaaide enthousiast naar hem, draaide zich toen naar Raquel en zei met een grijns: ‘Dat is dus mijn oom, voor het geval je dat wil weten.’
Raquel staarde haar verbijsterd aan. Hannah giechelde en trok aan haar arm. ‘Kom nou, ik wil naar binnen.’
Gedrieën liepen de meisjes op Lisannes oom af. Hij begroette hen vriendelijk, Lisanne stelde Raquel voor en ze schudde hem nog altijd verward de hand. Zijn naam bleek Klaus te zijn; niet dat het Raquel veel kon schelen, ze zou hem toch niet bij zijn voornaam durven noemen. Vervolgens nam hij hen mee de dierentuin in. Ze hadden geen kaartjes, maar hij bracht hen door de personeelsingang het park binnen.
‘Waar gaan we heen?’ vroeg Raquel, terwijl Hannah en Lisanne met vrolijke gezichten achter Lisannes oom aanliepen. Ze stootte hen aan en vroeg opnieuw, voor de eerste keer weer een beetje levendig: ‘Zeg nou, waar gaan we heen?’
Maar het antwoord was en bleef: ‘Dat zul je wel zien.’
Raquel was al heel lang niet meer in de dierentuin geweest en daardoor duurde de wandeling allemaal wat langer. Hoe vaak Hannah en Lisanne ook lachten dat het nog een béétje verder was, Raquel bleef bij elk hok staan om te kijken. Ze hield van dieren. Vooral bij de wasberen, haar lievelingsdieren, moesten haar vriendinnen haar wegslepen. Een van de diertjes liep met hen mee langs de omheining van zijn hok en de blik in zijn intelligente donkere oogjes deed Raquel plotseling aan Bill denken. Ze had hem ooit al eens vergeleken met een wasbeer, dit was geen toeval.
Na een hele tijd kwam eindelijk Hannah’s verlossende: ‘Hier moeten we zijn!’
Ze stonden bij het leeuwenverblijf. Lisannes oom leidde hen naar achteren, opnieuw naar de personeelsingang. Raquel probeerde ondertussen uit Hannah’s mond te futselen wat ze gingen doen, maar opnieuw wilden haar vriendinnen het allebei niet zeggen.
Tot Lisannes oom zich naar hen omdraaide en gebaarde dat ze stiller moesten zijn. ‘Anders schrikken ze,’ verduidelijkte hij.
‘Ze?’ fluisterde Raquel, terwijl ze achter hen aan de gang achter de leeuwenhokken inliep. Stiekem vond ze het best een beetje eng, ze werden alleen door een traliemuur gescheiden van een stel wilde beesten. Aan de andere kant wilde ze wel heel graag weten wat ze hier nu eigenlijk deden én ze nam aan dat Lisannes oom wel zou weten wat hij deed, dus ze liep gewoon achter hen aan.
Bij het laatste hok bleef Lisannes oom staan en begon het traliehek open te maken. Raquels ogen werden groot: wat was hij nu dan van plan?
‘Jullie gaan me toch niet aan de leeuwen voeren, hè?’ probeerde ze er een grapje van te maken, om haar onrust te verbergen.
‘Welnee,’ giechelde Lisanne. Ze draaide zich naar Raquel om en begon fluisterend: ‘Luister, mijn oom werkt hier als leeuwenverzorger, al jaren, en steeds als er een nestje welpen wordt geboren, mogen hij en de andere verzorgers de namen uitkiezen. Ze hebben afgesproken dat elke oppasser één welpje een naam mag geven en meestal is dat een naam van een bekende. Zo hebben ze nu een leeuw die Lisanne heet, een leeuw die Hannah heet...’
‘En een welpje dat Raquel heet,’ voltooide Hannah en op hetzelfde moment kwam Lisannes oom naar buiten met een onmogelijk schattig, wollig leeuwenjong in zijn armen.
Voorzichtig legde hij het beestje in Raquels armen. Geschrokken spande ze haar spieren, maar Lisannes oom stelde haar meteen gerust: ‘De nageltjes zijn geknipt, ze zal je geen pijn doen. ’t Is nu nog net een kat.’
Hij had gelijk; het welpje snoof even aan Raquels krullen, leek haar goed te keuren en nestelde zich vervolgens tevreden in haar armen. Net een poes, inderdaad. Raquel zakte in kleermakerszit op de grond, dat was voor haar wat comfortabeler, en het welpje schikte zijn houding rustig naar de hare.
Hannah en Lisanne kwamen erbij zitten, allebei breed lachend. Raquel streek over het wollige kopje van het leeuwenjong. Ze moest even denken aan de JB Kerner Show, één van de meest bekeken televisieprogramma’s van Duitsland. De eerste keer dat Tokio Hotel daar te gast was, kregen zij eveneens leeuwtjes op schoot.
Waarom herinnerde alles haar aan Tokio Hotel – en daarmee aan Chantal?
‘Hé.’ Hannah stootte haar aan, een vragende blik in haar ogen. ‘Wat kijk je nu sip?’
Raquel toverde vlug een glimlach tevoorschijn, hoewel met moeite. ‘Het is een geweldige verrassing, echt waar,’ probeerde ze Hannah te overtuigen. ‘Ik zat gewoon te denken...’
‘Niet doen,’ zei Hannah meteen. ‘Ik bedoel, natúúrlijk ben je verdrietig en van slag, maar lieve Raquel, het leven gaat toch dóór!’
‘Daar heb je gelijk in,’ murmelde Raquel en sloeg haar ogen neer. Afwezig streek ze over het zachte ruggetje van de welp, terwijl in haar achterhoofd haar gedachten Hannah bijvielen. Blijven sippen loste niets op! Ze moest omhoogklimmen uit het gat – en dat kon ze best. Bovendien hoefde ze het niet alleen te doen. Raquel keek opzij en zag haar vriendinnen bemoedigend glimlachen.
Ze hoefde het niet alleen te doen.

‘Raquel?’ De voordeur sloeg, voetstappen kwamen de gang in. Elvira’s stem klonk van onderaan de trap. ‘Raquel?’
‘Ja?’ kwam er van boven. Raquel lag languit op haar bed, bladerend in een oud boek dat ze ooit eens voor haar verjaardag had gekregen. Ze herinnerde zich dat ze het toen zo’n goed boek had gevonden, maar nu konden de pagina’s haar aandacht niet vasthouden. Steeds weer speelde er een kleine glimlach om haar lippen. Ze had er zo’n leuke middag van gemaakt, samen met Hannah en Lisanne; ze was eindelijk weer een beetje opgevrolijkt, opgewarmd.
‘Kom eens beneden?’ riep Elvira en slofte naar de woonkamer. Raquel gooide haar boek opzij, trok haar T-shirt recht en roffelde de trap af naar beneden.
‘Wat is er?’ vroeg ze, terwijl ze over de drempel stapte.
Elvira zat aan tafel, keek vluchtig door de krant, maar legde die opzij toen haar dochter binnenstapte. ‘Ik wilde even met je praten,’ zei ze en gebaarde naar de stoel tegenover haar. Verbaasd ging Raquel op het puntje zitten. Praten? Waar kwam dat zo plotseling vandaan?
Haar moeder kuchte en begon: ‘Ik zit hier al een tijdje aan te denken, Raquel, en wilde het nu eens met je doorspreken. Het is inmiddels augustus, binnenkort alweer september, je weet hoe snel dat gaat... Jonathan gaat dan weer naar school en ik vroeg me af wat jij van plan was te gaan doen?’
Oh. Ging het dáár over? Ergens vaag had Raquel wel zoiets verwacht, maar het kwam toch een beetje als een verrassing. Bovendien wist ze het antwoord niet. Wat wilde ze gaan doen? Studeren? Daar was ze nu een beetje laat me, de meeste inschrijvingen waren gesloten. Lisanne en Hannah hadden allebei keurig netjes een aanmelding voor een studie pedagogiek, maar Raquel zelf had niets. Ze was er altijd min of meer van uitgegaan dat zij en Chantal samen een studie zouden zoeken, niet alleen omdat ze beste vriendinnen waren – ook gewoon omdat hun interesses heel dicht bij elkaar lagen. Nu was van een gezamenlijke studie natuurlijk geen sprake meer.
Werk dan? Een jaar geen school, werkervaring opdoen, een beetje reizen misschien? Dat ze íets moest doen, was Raquel wel duidelijk. Niet alleen omdat haar moeder daar zo duidelijk op zat te wachten; ze moest iets hebben met de vrije tijd die ze nu had, om haar gedachten te verzetten. Anders bleef ze maar in dat gat hangen.
‘Wel...’ begon ze aarzelend, probeerde te bedenken hoe ze dit aan haar moeder ging uitleggen. ‘Nou, ik denk niet dat ik nog zo snel een studie kan vinden waar ik me nog bij kan aanmelden, terwijl het ook nog een léuke studie is, dus...’
Elvira knikte. ‘Zover was ik ook gekomen.’ Ze glimlachte en boog opzij, haalde iets uit de tas die naast haar op de stoel stond. Een paar foldertjes – vacaturefoldertjes. Raquel staarde ernaar en voelde haar vrolijkheid verdwijnen. Hier werd haar hele leven voor haar uitgestippeld. Hallo, aarde aan Elvira! Ze was achttien jaar oud, ze kon heus wel zelf iets regelen. Ze wílde zelf iets regelen.
Met een ruk schoof Raquel haar stoel naar achteren. ‘Bedankt, mam, echt, maar ik ga liever zelf op zoek.’
Elvira keek haar verbaasd aan. ‘Hoe bedoel je?’
Raquel aarzelde. Hoe ging ze dit subtiel uitleggen? Haar moeder probeerde ook alleen maar te helpen. Ze glimlachte en reikte over tafel naar Elvira’s hand. ‘Ik ben achttien, mam, officieel volwassen. Ik wil leren op m’n eigen benen te staan. Moet ik anders m’n hele leven thuis blijven wonen? ’t Is lief dat je wilt helpen, maar ik doe het liever alleen.’
Rustig, geduldig, redelijk – de perfecte dochter. Elvira keek in elk geval begrijpend. ‘Ja, je hebt gelijk. Je wordt al zo groot.’
Ze glimlachte nostalgisch en Raquel voelde even een golf van genegenheid voor haar moeder. Dit was haast een gesprek dat normale moeders met hun dochters konden voeren. Nou ja, “normale” moeders? Wie bepaalde er of iemand “normaal” was? Voor Raquel was Elvira eigenlijk “normaal”.
Ze grinnikte zelfs even om haar eigen gedachten, liet Elvira’s hand los en ging weer naar boven. Waar had ze dat boek ook alweer gelaten?

30.

Zachtjes lipte Chantal mee met de muziek die door haar oortjes stroomde. Taylor Swift, You belong with me. Ze luisterde niet zo heel vaak Taylor Swift, maar dat nummer vond ze zo verschrikkelijk verslavend. En hoewel de tekst niet helemaal klopte, kreeg ze altijd Bills gezicht voor ogen als ze You belong with me meezong.
Ze lag languit op haar bed met de dopjes van haar iPod diep in haar oren. Het was al laat, tegen elven, en ze wist dat in elk geval Gustav al lag te slapen – vandaar dat ze op haar iPod luisterde in plaats van een cd in de cd-speler te proppen.
Plotseling werd er op de deur geklopt. Chantal duwde zichzelf overeind, trok één oortje opzij en riep: ‘Ja?’
Bill stak zijn hoofd naar binnen. ‘Hannah aan de telefoon, voor jou.’ Hij kwam de kamer binnen en dropte de telefoon in haar uitgestoken hand. Chantal had meer interesse voor hem dan voor Hannah; zijn haren hingen, waarschijnlijk vanwege het late uur, los rond zijn gezicht en er zat een veeg oogpotlood op zijn slaap. Die had hij vast nog niet gezien, Chantal had hem in elk geval nog niet horen flippen.
Toen hoorde ze Hannah’s stem uit de telefoon komen: ‘Chantal? Ben je daar nou?’
‘Oh!’ Chantal zette vlug het speakerknopje aan en legde de telefoon naast zich neer. ‘Ja, ik ben er!’
Bill slenterde alweer naar buiten. Zijn T-shirt was aan de achterkant omhoog gekropen en het randje van zijn boxer stak boven zijn jeans uit. De befaamde boxer met zijn naam erop, besefte Chantal, die net de laatste twee letters van ‘Bill’ kon onderscheiden. Toen trok hij de deur achter zich dicht en Chantal concentreerde zich op Hannah, die heel vrolijk aan het vertellen was over... Ja, waarover? Praatte ze nou serieus over leeuwtjes?
‘Moet ik dat volgen?’ onderbrak Chantal haar vriendin vlug. ‘Leeuwtjes?’
Hannah lachte. ‘Ja, nou...’ Vervolgens stortte ze een heel verhaal door de telefoon, over Lisanne, die Chantal van horen zeggen kende, en haar oom, die in de dierentuin werkte, en leeuwtjes, die geboren waren, en namen, die gegeven mochten worden, en Raquel.
Raquel, die haar vader verloren had.
Raquel, die geen vriendin meer was.
Niet van Chantal, tenminste. Wél van Hannah, maar níet van Chantal. Ze slaakte een zachte zucht en zakte weer wat dieper weg in haar kussens. Ze wilde niet aan Raquel denken. Het was haar eigen schuld, natuurlijk, maar toch wilde ze er niet aan denken. Aan de ene kant voelde ze zich er rot onder, bijna een levenlengte vriendschap afsluiten om een jongen – maar die jongen was het toch zó hard waard, daar was Chantal ondertussen wel achter. Als zíj hem niet kon krijgen, dan mocht níemand hem krijgen.
‘Oh, daar is Raquel!’ klonk Hannah’s stem toen. ‘Wil je haar ook nog?’
Shit, Hannah wist van niets? Nee, anders had ze haar nooit zo vrolijk over Raquels leeuwtje verteld. Chantal probeerde een goed excuus te bedenken om “nee” te zeggen, maar haar hersenen konden niets bedenken en het volgende moment klonk Raquels stem bedeesd door de telefoon.
‘Hé.’
‘Hoi.’
Stilte.
Wat moest ze nu zeggen? ‘Hoe gaat het?’ probeerde Chantal; zo’n standaard zinnetje werkte altijd.
‘Gaat wel.’ Raquel aarzelde hoorbaar en zei toen: ‘Ik heb een baantje gevonden.’
‘Oh. Waar?’ Een baantje. Interessant. Chantal had geen baantje nodig – zij had een droom, haar nieuwe werkelijkheid.
‘In een restaurant. Lisanne werkt er ook,’ voegde Raquel erbij. ‘Hoe gaat het bij jou?’ Ze deed een duidelijke poging net zo opgewekt te klinken als altijd, waarschijnlijk om de schijn op te houden voor Hannah, maar Chantal kende haar langer dan vandaag.
‘Goed.’
‘Oké.’
Stilte.
Toen: ‘Uhm, ik denk dat ik moet gaan,’ mompelde Raquel. ‘Hannah flipt ’m. Ik ben bij haar en haar moeder roept.’
‘Oké. Tschüss dan.’ Chantal wachtte tot Raquel ook “tschüss” had gemompeld en drukte toen op het rode telefoontje. Ze staarde even naar het schermpje, schudde toen haar hoofd en sprong van bed. Dat was dan weer dat – en nu was het zo’n beetje tijd om te gaan slapen, morgen werd ze zonder twijfel weer afgebeuld door haar omgeving. Alleen nog even de telefoon terugbrengen.
Chantal slenterde door de gang naar de woonkamer, waar de telefoon meestal op het tafeltje lag te slingeren. Bij binnenkomst zag ze de tweeling nog voor de televisie hangen. Viel ook wel te verwachten, die twee gingen meestal als laatste van allemaal naar bed. Geen wonder dat ze ’s ochtends niet vooruit te branden waren.
‘Daar,’ zei Bill op het moment dat Chantal naar binnen stapte. Ze keek een beetje verdwaasd op en zag hem midden in de kamer staan, met zijn T-shirt opgetrokken. Wow. Hij was niet extreem gespierd, maar er was wel íets. Nu tekende hij met zijn vinger over zijn huid, alsof hij iets probeerde aan te geven.
‘Jij liever dan ik!’ riep Tom vanuit de luie zetel. Hij zette een blikje Red Bull aan zijn mond en schudde even met zijn dreads.
Bill trok zijn T-shirt weer omlaag en stak zijn tong met de fonkelende piercing uit. ‘Schijterd. Maar dat doe ik dus zaterdag wel of zo.’
‘Wat?’ vroeg Chantal, die de telefoon op het tafeltje zette. ‘En is Red Bull drinken om elf uur ’s avonds wel gezond?’ voegde ze erbij.
De tweeling keek naar haar om en Bill was natuurlijk de eerste die antwoord gaf. ‘Nee, dat is het niet, maar je kent Tom toch? Die drinkt zelfs Red Bull bij het ontbijt.’ Hij plofte op de sofa, legde zijn hoofd achterover tegen de leuning en vervolgde: ‘We hadden het over mijn nieuwste tatoeage.’
Chantal staarde hem aan. Nieuwste tatoeage? ‘Je hebt er al drie,’ zei ze zwakjes. ‘Moet je er nog meer?’
Bill viel bijna van de sofa, zo hard schoot hij in de lach. ‘Nou bedankt! Is het zo erg?’
‘Nee!’ riep ze vlug. Hoe kon ze iets van hem nou erg vinden? ‘Nee, nee, ik bedoel... Uhm. Laat maar.’
‘Ik wil er gewoon nog één. Een grotere.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘En we zijn bijna jarig, dus ik vind dat het best mag.’ Een zachte grinnik ontsnapte aan zijn keel. ‘Oh jeetje, we zijn bijna jarig. Tom! Wat gaan we eraan doen?’
‘Niets,’ bromde Tom, die het blikje Red Bull verfrommelde en naar het hoofd van zijn tweelingbroertje mikte. ‘Verjaardagen houd je niet tegen, duf konijn.’
Het Red Bull blikje vloog opnieuw door de kamer, ketste af tegen de klep van Toms pet en rolde onder het tafeltje. ‘Ik bedoel, hoe gaan we het víéren, idioot!’
‘Dat zijn zorgen voor later.’ Tom haalde zijn schouders op. ‘En blijf van mijn pet af.’
‘Ik heb je pet niet aangeraakt.’
‘Wijsneus.’
‘Slet.’
‘Diva!’
‘Ik ga naar bed,’ viel Chantal hen in de rede. Ze was absoluut te duf om een tweelingdialoog te doorstaan, ze kon maar beter nú vertrekken voor de broers de slappe lach kregen. Anders kwam ze hier nooit meer weg.
‘Slaap lekker!’ riepen ze tegelijkertijd. Chantal wuifde, mompelde iets vaags dat klonk als “welterusten” en liep terug naar haar kamer. Zodra haar hoofd het kussen raakte, viel ze in slaap.

32.

Een week later ontvingen Raquel en Hannah allebei hetzelfde mailtje in hun inbox.

Aan: “Raquel”
“Hannah”
“Andreas”
Subject: Wij rouwen…

Zeer geëerde heer en dames,

Met onuitsprekelijk verdriet moeten wij u helaas deelnemen dat de heren Kaulitz komende eerste september de teller van hun levensjaren op het huiveringwekkende getal twintig zullen moeten zetten. U begrijpt allen dat dit een zwarte dag is, waaraan wij absoluut maar zeer weinig aandacht willen besteden – en daarom nodigen wij jullie uit om Hamburg onveilig te maken, jawel.

Even kort samengevat: Tom en ik zijn jarig op 1 september en Gustav op de 8e, dus we huren een club af en vieren het. (Niet mijn idee, overigens, maar vorig jaar deden we het op mijn manier, en dit jaar dus op die van mijn lieftallige broertje.)
(Broer.)
(Goed, goed, broer.)

Omdat 1 september (en 8 september ook trouwens) een dinsdag is, verplaatsen we de ondergang van Hamburg naar vrijdagavond, dus de vierde, tenzij iemand daar bezwaar tegen heeft. We stellen trouwens ook voor dat, aangezien Raquel en Hannah uit Berlijn moeten komen en Andy uit Magdeburg, jullie de rest van het weekend bij ons blijven. Alweer, tenzij iemand daar bezwaar tegen heeft natuurlijk.
(Wat ik goed kan begrijpen, na vrijdagavond ruikt waarschijnlijk het hele appartement naar haarlak. Hè, Bill?)
(Blijf van mijn toetsenbord af, ik probeer te typen.)
(Loser.)
(Aargh!)

Oké, daar was ik weer. Ik denk dat alles wel zo’n beetje duidelijk is, eigenlijk? Om het dan speciaal voor Andy ‘duidelijk’ op te schrijven:
Tom + ik + 1 september + Gustav + 8 september = jarig = feest = Tom + ik + Gustav + Georg + Chantal + Raquel + Hannah + Andy --> in Hamburg --> in club (Toms idee) --> moet ik dit nog verder uitleggen? Total destruction, muahaha!

Kuch.
Zie maar hoe laat jullie komen, bel of sms wel even van te voren zodat het ontvangstcomité klaarstaat. (Vertaling: zodat wij een reden hebben om Bill uit de badkamer weg te slepen.)
(Tom, welk deel van “Hands off” begrijp jij niet?)
(Verstuur dit nou maar gewoon.)

Oké, zoals jullie zien voeren Tom en ik zeer interessante gesprekken over de mail, kuch. Oh, nu ben ik het nog vergeten uit te leggen! Voor Raquel en Hannah, Andy = Andreas = onze beste vriend (van Tom en mij) uit Magdeburg. Voor Andy, Hannah is Toms vriendinnetje en Raquel haar beste vriendin, en, ja, dus. En waarschijnlijk komt Alex (Gustavs beste vriend) ook, maar die nodigt Gustav zelf uit, als ik hem goed begrepen heb.

Tot in september, dan!

Bill
(En Tom)

Tegen het einde van het mailtje lag Raquel snikkend van het lachen achterover in haar stoel. Ze had de laatste regel nog niet gelezen of de telefoon ging. Zonder op het schermpje te kijken nam ze op en hikte: ‘Ja?’
‘Jij hebt het mailtje ook gelezen!’ gilde Hannah aan de andere kant van de lijn en barstte, tegelijkertijd met Raquel, in lachen uit.
Een paar minuten later kwamen ze allebei weer bij en Hannah ging, een tikkeltje giechelig, verder: ‘Bill noemde me Toms vriendinnetje.’
‘Dat ben je toch ook,’ lachte Raquel, die zich van de computerstoel liet glijden en op de bank zakte.
‘Jawel, maar om zo genoemd te worden door zijn tweelingbroer… Het voelt toch soms nog steeds een beetje vreemd, weet je? Ik bedoel, ze zijn wel hartstikke beroemd en zo…’
‘En hartstikke aardig.’
‘Ja, én hartstikke aardig.’
Even bleef het stil. Ze dachten allebei aan hetzelfde, aan Hannah en Tom samen. Om Raquels lippen plooide zich een glimlachje; het beeld van die twee, dicht tegen elkaar aan, Hannah met haar ogen half gesloten en op Toms gezicht een vredige lach, zou haar voor altijd bijblijven. Aan de andere kant van de lijn glimlachte Hannah ook, zij met op haar netvlies het beeld van de – wat haar betreft – mooiste ogen van de wereld.
Toen herinnerde ze zich dat ze met de telefoon tegen haar oor gedrukt zat, schraapte haar keel en zei: ‘Nu jij nog.’
‘Nu ik nog?’ vroeg Raquel verward. ‘Hoe bedoel je?’
‘Ga me nu niet vertellen dat jij Bill niet ziet zitten,’ zei Hannah, half plagerig maar half serieus. ‘Ik heb je wel zien kijken.’
Een dik brok vormde zich in Raquels keel. Natuurlijk zag zij Bill zitten. Hemel, ze was tot over haar oren verliefd op die jongen! De kans dat hij haar net zo erg zag zitten, schatte ze echter niet zo hoog in. Zeker niet als hij constant bij Chantal in de buurt was.
Ze kuchte en wilde antwoord geven, maar Hannah gaf haar daartoe de kans niet. ‘Misschien heb ik het mis, hoor, dat kan ook. Ik ben af en toe zo’n dodo.’
‘Nee, je hebt het niet mis,’ fluisterde Raquel en kneep haar ogen dicht; Hannah kon haar gezicht niet zien, maar de pijnlijke klank in Raquels stem was maar al te duidelijk. ‘Alleen… Ik ben bang…’
‘Dat hij jou niet leuk vindt?’ raadde Hannah meteen.
‘Dat ook,’ moest Raquel toegeven. ‘Maar ik bedoelde iets anders.’
‘Oh. Sorry. Vertel.’
‘Chantal is ook verliefd op hem.’
Zodra die woorden Raquels mond verlieten, welden er tranen op in haar ogen. Scheiße, huilen was wel het laatste wat ze nu wilde! Toch kon ze het niet tegenhouden. Nu ze het hardop had uitgesproken, leek alles zo definitief. Chantal was verliefd op Bill en voor Raquel bestond er geen enkele twijfel dat zij hem uiteindelijk ook zou krijgen. Aan hem had niemand iets gevraagd, wat hij voelde wist ze niet, maar toch kon Raquel zich nauwelijks voorstellen dat Chantal niet uiteindelijk zou krijgen wat ze wilde. Bill.
Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil, zelfs Hannah’s ademhaling viel een momentlang weg. Toen blies ze hoorbaar uit en zei op geschrokken toon: ‘Oh jeetje, Raquel, dat wist ik niet! Dat is wel een probleem, ja…’
‘Wel een probleem?’ Raquel kon niet verhinderen dat haar stem oversloeg. ‘Ik ben haar kwijt, Hannah! Mijn vader is dood en Chantal is m’n beste vriendin niet meer! En Bill, ach, hoe groot is de kans nou weer dat hij mij net zo leuk vindt als ik hem?’
‘Heel groot,’ antwoordde Hannah onmiddellijk. Aan haar stem te horen had ze zichzelf weer in de hand en ze zette vurig haar betoog voort: ‘Ik heb nog nooit twee mensen gezien die zo goed bij elkaar passen, Raquel! Tom plaagt hem ook altijd met jou en serieus, heb je nooit gezien hoe rood hij dan wordt? Ik bedoel, ik ben echt wel bijna zeker dat hij iets in je ziet, echt wel. En, nou… Je moet het er gewoon op wagen, nietwaar? Anders is Chantal je misschien voor en dan, ja…’
‘Dan ben ik hem helemaal kwijt,’ maakte Raquel haar zin bitter af. ‘Ja, dat weet ik.’
‘Dit klinkt stom,’ begon Hannah aarzelend, ‘maar als je zegt dat je Chantal toch al kwijt bent… Wat heb je dan nog te verliezen?’
‘Bills vriendschap.’
‘Nee, dat geloof ik niet. Jullie kunnen zo goed met elkaar opschieten, ik denk dat hij – zelfs al is hij niet verliefd op je, wat ik ten zeerste betwijfel – nog altijd wel graag vrienden wil blijven. Zo’n persoon is hij toch wel, of niet dan?’
Ondanks alles moest Raquel toch lachen. Hannah zag het weer eens positief in. Als ze eerlijk moest zijn, was dat precies wat Raquel nu nodig had: iemand die het van een andere kant bekeek dan zij, iemand die haar moed in kon spreken. En misschien had Hannah nog wel gelijk ook, misschien zou ze Bill wel helemaal niet kwijtraken, wat de uitkomst ook zou zijn. Ze kon in elk geval iets proberen, vóór Chantal hem helemaal om haar vinger wikkelde. In dat geval was deze uitnodiging een geschenk uit de hemel. Hoe kon het ook anders, Bill had het mailtje geschreven.
Met hernieuwde moed stortte Raquel zich weer in haar telefoongesprek.

32.

Het duurde nog twee ellenlange weken vóór september zou aanbreken. In die twee weken probeerde Raquel zich zo voorbeeldig mogelijk te gedragen, zodat Elvira niet op haar besluit zou terugkomen en haar zou verbieden naar Hamburg te gaan. Haar moeder had er enigszins moeite mee gehad om haar dochter te laten gaan, maar ze was zich ervan bewust dat ze eigenlijk niet meer over Raquel kon beslissen – het meisje was immers achttien jaar oud. Dus had ze met tegenzin toegegeven, onder voorwaarde dat ze zondagavond niet al te laat thuis zou komen. Aan die voorwaarde wilde Raquel wel voldoen.
Hannah kon over niets anders praten dan vier september. Ze belde heel wat af met Tom, had Raquel begrepen, maar elk weekend naar Hamburg gaan was een tikkeltje lastig – Tokio Hotel was druk bezig in de studio en praktisch al hun tijd werd opgeslorpt. Ze waren van plan om het nieuwe album samen te laten vallen met Chantals introductie, wat er op neer kwam dat ze nog tot januari hadden om alles tot in de puntjes voor te bereiden. De week van één tot en met acht september zouden de jongens sowieso vrij hebben, maar daarvoor en daarna was het dus een tijd van hard, hard werken.
Lisanne was niet uitgenodigd; dat vond ze ook niet erg, want ze was er zeker van dat ze niets zou durven zeggen en ze moest op vijf september sowieso volleyballen, dus ze wenste haar vriendinnen met oprechte hartelijkheid veel plezier en dacht er verder niet al te veel over na.
Raquel zelf was vooral bezig met niet al te veel focussen op vier september. Dat viel haar soms nogal zwaar, met een erop los rebbelende Hannah naast haar, maar het grootste deel van de tijd slaagde ze er best aardig in om al haar gedachten weg te houden van die ene dag in september. Toch werd het in de laatste week van augustus een heus gevecht tegen haar zenuwen. Er waren drie dingen waar ze constant een nerveus gevoel bij kreeg.
Eén, eigenlijk maar onbelangrijk vergeleken met twee en drie, was Andreas, de beste vriend van de tweeling. Ze kende hem niet, had hem nog nooit gezien, zelfs geen foto’s op fansites, en ze vroeg zich af wat hij wel niet van haar en Hannah zou denken. Ze durfde er wel van uit te gaan dat hij aardig zou zijn, als hij de beste vriend van de tweeling was, maar toch was ze op een nerveuze manier benieuwd naar hem.
Twee, Bill. Natuurlijk, dat zou ondertussen geen nieuws moeten zijn. Wat zou hij van haar denken, na de avond van vier september? Ze was niet van plan om heel drastisch met hem te gaan zitten flirten, dat was haar stijl niet. Ze zou slechts proberen om hem zo goed mogelijk duidelijk te maken wat ze voor hem voelde, zonder tierlantijnen of tactiek. Ze zou gewoon zichzelf zijn.
Drie, het punt dat onherroepelijk voortvloeide uit twee, betrof Chantal. Hoe zou zij zich na de avond van vier september gedragen? “De avond van vier september”, het was een sneeuwwitte en gitzwarte datum tegelijkertijd. De vriendschap met Chantal was voorbij, maar echte vijandschap bestond toch ook niet tussen hen.
Raquel probeerde de gedachten daaraan zo goed mogelijk te vermijden en dacht dus maar liever aan andere, plotseling triviale dingen. Dat ze haar kamer wel eens mocht opruimen, bijvoorbeeld, of dat Jonathan zijn kleren in de wasmand gooide zonder te beseffen dat er verschillende afdelingen waren voor witte, zwarte en gekleurde was.

En toen was het plotseling vier september.
Hannah werd ’s ochtends wakker met zo’n opgewonden gevoel in haar maag dat ze naar adem hapte. Het volgende moment roetsjte ze uit bed, door haar kamer naar de douche, van daar naar haar kledingkast, de spiegel, nog een keer haar kledingkast, dook vervolgens onder haar bed om haar verzameling schoenendozen bloot te stellen aan het daglicht en greep daarna naar de telefoon. Raquels nummer zat ondertussen onder de sneltoets.
Het was geen verrassing dat er al na de eerste keer overgaan werd opgenomen. ‘Ik weet niet wat ik aan ga trekken vanavond!’ brulde Hannah meteen, wat haar op een schaterlach van Raquel kwam te staan.
‘Ik wel, ik heb het vorige week al uitgezocht,’ kwam het antwoord. ‘Ik kom wel naar jou toe, goed? Of heb je college?’
‘Eigenlijk wel, maar ik ga niet.’
‘Dat dacht ik al. Ik ben er over een kwartier.’ Raquel hing op, propte haar mobiel in de zak van haar spijkerbroek en vloog de voordeur uit. Ze had eigenlijk al op het punt gestaan naar Hannah te gaan, ze was al vanaf acht uur wakker met een knoop in haar maag waar zelfs Alexander de Grote moeite mee zou hebben gehad.
Op tafel lagen twee briefjes, één voor Elvira en één voor Jonathan. Die had ze geschreven met een snee rozijnenbrood tussen haar tanden; in tijden van opwinding waren ontbijtbordjes overbodig.
Op weg naar de bushalte dansten niet alleen haar krullen om haar schouders; ook haar tas leek mee te doen met de vrolijkheid die vanochtend bezit had genomen van Raquels lichaam. Ze had al haar spullen gisteravond al bijeengeraapt, zonder ook maar één moment te twijfelen. Die twijfel zou later waarschijnlijk wel komen – voor nu was ze echter tevreden met wat ze had besloten.

In de trein begonnen de twee meisjes eindelijk een beetje te wennen aan wat er vandaag op het programma stond. Om de haverklap begon één van tweeën onwillekeurig breed te grijnzen, waarop de ander dan riep dat ze daarmee moest stoppen, maar eigenlijk was dat normaal. Toen de trein Hamburg binnenreed, had Raquel zichzelf er van overtuigd dat alles heel normaal was. Het waren de jongens maar, dit was toch niet de eerste keer dat ze bij de jongens zouden zijn. Nee, er was helemaal geen reden om zo opgewonden te zijn. Helemaal geen reden. Helemaal geen reden.
Of misschien toch wel?
De weg naar het appartement van de jongens legden ze zwijgend af. Bij de voordeur begon Raquel op en neer te springen, terwijl Hannah het knopje van de intercom indrukte. Vijf minuten later stonden ze bovenaan de trap en werden half gewurgd door de bassist, die blijkbaar in een enthousiaste bui was en hen over de drempel sleurde.
‘Ja Georg, wij houden ook van jou!’ lachte Raquel, terwijl ze zijn wangkus in ontvangst nam. Hij grijnsde en trok hen mee naar de woonkamer.
Het eerste wat Raquel zag was Gustav, die naar de keuken vluchtte en nog eventjes naar hen wuifde voor hij de deur achter zich sloot. De reden voor zijn actie werd vervolgens meteen duidelijk: de broertjes Kaulitz doken op, allebei van achter een andere zetel, met dezelfde grijns op hun gezicht. Chantal zat op de sofa met een tijdschrift en leek nauwelijks nog te merken dat de tweeling elkaar achterna zat. Die was al volledig ingeburgerd.
‘Kaulitz en Kaulitz!’ brulde Georg. ‘Wat nú weer?’ Tegen de meisjes mompelde hij: ‘Toen ik ging opendoen, zaten ze nog heel rustig op de sofa. Je weet het ook nooit met die tweeling.’
‘Oh, hoi!’ Bill richtte zich op en zwaaide, maar moest het volgende moment wegduiken voor een handvol M&M’s. ‘Tom!’ gilde hij, schaterend van het lachen. ‘Als je ergens mee moet gooien, doe dat dan níet met chocola! Gadverdamme!’
Raquel grinnikte en mompelde tegen Georg: ‘Ik denk dat ik eerst Gustav maar ga feliciteren.’
‘Strak plan,’ murmelde hij terug. Raquel wierp even een vragende blik op Hannah, maar zij had haar ogen vastgezogen aan Tom. Met een glimlach liep Raquel naar de keukendeur en stapte naar binnen.
Gustav zat aan tafel de krant te lezen, ondertussen drinkend uit het blikje cola dat naast hem stond. Bij het horen van Raquels voetstappen keek hij op, een verstrooide blik in zijn ogen. Raquel glimlachte en ging naast hem zitten. ‘Alvast gefeliciteerd.’
‘Dank je.’ Hij vouwde de krant op en goot het laatste restje cola in zijn keelgat. ‘Iets drinken?’
‘Ja, graag.’
Gustav reikte haar een nieuw blikje aan en keek toe hoe ze het lipje opentrok. ‘Tweeling nog bezig?’ informeerde hij. Raquel knikte met haar mond vol cola en Gustav schudde zijn hoofd, hoewel met een grijns. ‘Typisch.’
‘Waarom jagen ze nu eigenlijk op elkaar?’ vroeg Raquel, terwijl ze haar handen om het koude blikje vouwde.
‘Oh, ik geloof dat Bill iets beledigends zei over Toms plannen voor vanavond. Ze mogen dan wel een tweeling zijn, op het punt van feestvieren lopen ze totaal niet gelijk.’
Raquel grinnikte, Gustav deed opgewekt mee. Hij was een kalmerend persoon om mee te praten; de tweeling en Georg waren ook goede luisteraars, maar Gustav straalde altijd een soort rust uit die ieders zenuwen tot bedaren bracht. Het was prettig om naast hem te zitten en gewoon niets te doen, een beetje cola drinken en af en toe iets zeggen. Ongemakkelijk werd het nooit.
Op dat moment stak Chantal haar hoofd de keukendeur. ‘Ze zijn opgehouden, Tom heeft Hannah ontdekt.’
Gustav grinnikte weer. ‘Mooi zo. Dat werd tijd. Hoorde ik daar de zoemer?’ Hij stond op en liep naar de gang, om te controleren of hij inderdaad de intercom gehoord had.
Raquel kwam ook overeind en wierp, zonder Chantal aan te kijken, het inmiddels lege blikje in de prullenbak. Ze had wel gezien hoe haar ex-beste vriendin alléén naar Gustav keek toen ze sprak; de vijandigheid was dus nog altijd niet overgevlogen. Nu pas besefte Raquel dat ze nog altijd een beetje hoop had gehad, een heel klein beetje hoop op verbetering. Anders zou het nu niet zo’n pijn doen om de afstandelijkheid in Chantals ogen te zien.
‘Ik ga de tweeling maar eens feliciteren,’ mompelde Raquel vlug en glipte langs de blondine heen naar de woonkamer.

33.

Zo druk als het net was, zo bedaard zag het tafereel er nu uit. Georg viel nergens te bekennen, Tom en Hannah zaten samen in de zetel – versmolten lippen onder de klep van Toms pet – en Bill hing languit op de sofa met zijn benen over de armleuning.
‘Gefeliciteerd!’ lachte Raquel vanaf de drempel. Tom wuifde alleen even, hij was te druk bezig met Hannah, maar Bill sprong meteen op en sloeg enthousiast zijn armen om haar heen. Raquel verzamelde al haar moed, ging op haar tenen staan en drukte een vlugge kus op zijn wang.
‘Gefeliciteerd,’ herhaalde ze met een lachje. Ergens vaag in haar achterhoofd besefte ze dat hij dit kon opvatten als een verjaardagskus alléén, terwijl ze het eigenlijk niet zo bedoelde. Daar had ze eerder aan moeten denken.
Bill bloosde echter, kwam een momentlang niet uit zijn woorden en antwoordde toen met een vrolijk dankjewel. Raquel wilde antwoord geven, maar op hetzelfde moment ging achter hen de kamerdeur open en Gustav stapte binnen. Hij werd op de voet gevolgd door nog twee jongens, allebei onbekenden voor Raquel.
De linker jongen was ongeveer net zo groot als Gustav, met kortgeknipt bruin haar en grijze ogen. Hij ging simpel gekleed in een jeansbroek en een olijfgroen shirt. Raquel vond dat zijn uitdrukking op Gustav leek; net zo kalm, misschien zelfs een beetje verlegen.
De rechterjongen was anders. Het eerste wat aan hem opviel was de enorme grijns die zijn gezicht overheerste; het tweede was zijn haar, dat steil langs zijn gezicht viel en zo’n lichte kleur had dat het bijna wit werd. Hij droeg een T-shirt met zwart en rode strepen op een zwarte spijkerbroek en had een ringetje in zijn wenkbrauw, net zo glimmend als zijn groenblauwe ogen. Andreas, besefte Raquel meteen. Zijn uitstraling was een soort mix tussen Bill en Tom, dat móést Andreas zijn.
Een blik opzij naar Bill leerde dat ze gelijk had: hij grijnsde breed en riep: ‘Andy, wat een verrassing! Hebben we jou tóch uitgenodigd! Hoi Alex,’ voegde hij er een stuk minder plagerig – maar net zo vriendschappelijk – bij. De jongen met het donkerbruine haar knikte hem toe en draaide zich naar Gustav; Raquel had dus gelijk, de blonde was Andreas.
Het volgende moment stond hij naast hen en prikte Bill in zijn zij. ‘Gefeliciteerd, opa!’
‘Opa?’ riep Bill meteen terug. ‘Hallo zeg! Nog vier weken en dan onderga jij hetzelfde lot, dus ik zou me maar inhouden.’
Hij trok een duivelse grijns, Andreas was jammer genoeg niet onder de indruk. ‘Was dat een dreigement? Oeh, wat ben ik nu bang.’ Hij rolde met zijn ogen en richtte zijn blik op Raquel. Zij begon onmiddellijk te blozen, maar zijn glimlach was open en vriendelijk toen hij een hand naar haar uitstak. ‘Andreas Klein, zeg maar Andy. Fulltime beste vriend van de heren Kaulitz.’
Hij knipoogde en Raquel moest lachen, of ze nu wilde of niet. Ze had het gevoel dat hij haar nu al had goedgekeurd; dat was een hele opluchting, één punt minder om nerveus over te zijn. Dus schudde ze zijn hand en antwoordde opgewekt: ‘Raquel Rodriguez, aanhangsel van die daar.’
Ze wees naar Hannah, die nu met gesloten ogen tegen Toms schouder leunde en nergens op lette. Hij trouwens ook niet, zijn ogen waren omlaag gericht. Zijn armen lagen om Hannah’s middel, haar ene hand rustte tussen zijn vingers en om zijn lippen speelde een teder glimlachje. Met die twee zat alles dus helemaal goed.
Andreas wiebelde met zijn wenkbrauwen. Bill kon het beter, maar Andy was er ook best goed in. ‘Dus dat is Hannah?’ riep hij enthousiast. ‘Ben je toch gestrikt, Tom! Tss.’
Hij schudde quasi treurig zijn hoofd, Tom grijnsde alleen en antwoordde: ‘Wacht maar, Andy, ik spreek je nog wel als jij verliefd wordt.’
Zijn woorden klonken heel normaal, casual, typisch Tom – Raquel zag echter zijn ogen naar Hannah flitsen toen hij sprak, zijn vingers vlochten zich in de hare en het glimlachje werd breder. Zij straalde van geluk en plantte haar lippen op de zijne.
Raquel keek opzij, onwillekeurig benieuwd naar Bills reactie op die opmerking van zijn tweelingbroer. De zanger had een haast triomfantelijke blik in zijn ogen; die was natuurlijk blij dat de tijd van one night stands leek te zijn overgewaaid. Raquel zelf kon niet anders dan heimelijk juichen voor haar vriendin. Het was geweldig om Hannah zo gelukkig te zien, dacht ze met een glimlach.
Nu zij zelf nog.

De middag gleed onwaarschijnlijk snel voorbij. Het eerste half uur was nog een beetje stijfjes, omdat niet iedereen elkaar zo goed kende, maar algauw kreeg de feestvreugde hen stuk voor stuk te pakken. Alle ongemakkelijkheid viel weg en ze gingen met elkaar om alsof ze al jaren vrienden waren.
Het liep al tegen vijven toen Bill plotseling ieders aandacht trok. Hij klapte in zijn handen en riep enthousiast: ‘Krijgen we ook nog cadeautjes?’
‘Cadeautjes? Ik dacht dat jij alles al had, meneer de verwende celebrity!’ brulde Andreas vanaf de andere kant van de kamer, waar hij met Tom achter de Playstation zat. Hannah lag naast hen op de vloer, cola drinkend met een rietje.
‘Nietes! Ik wil cadeautjes!’ Bill trok een engelengezichtje. ‘Alsjeblieft?’
‘Materialistisch typ!’ deed Andy hoofdschuddend en gooide toen zijn controller op de grond. Op het scherm crashte de auto tegen de vangrail, maar Andy was de kamer al uit.
Vijf minuten later zaten ze allemaal in de woonkamer met ingepakte cadeautjes op schoot. Ook de drie jarigen, want die hadden natuurlijk iets voor elkaar. Bill keek precies zoals Jonathan als hij zijn verjaarscadeautjes mocht uitpakken, glimmende ogen en een enthousiaste smile.
Andreas beet de spits af door één van zijn drie pakjes op Bills schoot te gooien. ‘Dat houdt hem even zoet,’ grijnsde hij, terwijl hij de andere twee cadeautjes aan Tom en Gustav gaf.
Bill stak vrolijk zijn tong uit naar zijn beste vriend en wurmde zijn zwart/wit gelakte nagel onder het plakband. Ze kregen alledrie een cd, een veilige keuze. Het was sowieso moeilijk om iets te verzinnen voor drie jongens die zo’n beetje alles al hadden, de meeste cadeautjes waren meer grappig dan echt nuttig – niet dat ze dat erg vonden, de drie zagen de humor er wel van in.
De cadeaus vlogen over tafel. Cd’s, dvd’s, een pet, een horloge, spelletjes voor de Playstation, een potje fluorescerende nagellak waar Bill een tien minuten durende lachstuip van kreeg; er kwam van alles voorbij.
Als laatste was de beurt aan Raquel en Hannah. Zij hadden samen naar cadeautjes gezocht en daarom met z’n tweeën maar één pakje voor elk. Er werd hen meteen verzekerd dat het absoluut niet erg was, wat hen allebei geruststelde.
‘Gustav eerst,’ zei Hannah en viste het pakje uit de plastic tas bij Raquels voeten. ‘We wisten echt niets te verzinnen, voor geen van jullie trouwens, dus sorry daarvoor.’
‘Maakt niet uit, hoor,’ glimlachte Gustav en trok het papier los. Een T-shirt, dat toen hij het uitvouwde de letters Metallica spelde op de voorkant. ‘Wauw, dankjewel!’ Metallica, Gustavs favoriete band.
‘Oké, nu Tom.’ Raquel haalde het cadeau tevoorschijn en duwde die in Hannah’s handen. ‘Doe jij die maar,’ grijnsde ze.
‘Is Hannah zelf dan niet genoeg cadeau?’ riep Andreas hoofdschuddend en iedereen lachte, ook Hannah. Toen boog ze zich naar voren en kuste Tom onder de klep van zijn pet: een extra lange verjaardagskus, waar Tom trouwens maar al te graag aan meewerkte.
Bij het eindigen van de kus liet Hannah het pakje in zijn schoot vallen. Ze mompelde nog vlug iets in zijn oor, iets wat alleen hij hoorde en een wenkbrauwwiebel aan hem ontlokte. Toen scheurde hij het papier los – en barstte in lachen uit. Na de eerste blikken van de anderen werd dat voorbeeld meteen gevolgd; uit het gebloemde pakpapier staken twee boxershorts, eentje zwart bedrukt met kleine gitaartjes en de tweede brandweerrood met een koeienpatroon.
Grijnzend trok Tom het meisje tegen zich aan en zoende haar zacht. ‘Je bent geweldig, wist je dat?’ fluisterde hij in haar oor. Ze bloosde, legde haar armen om zijn hals en was vertrokken, naar haar roze wolkje op zijn lippen.
‘Het laatste cadeau zal ik dan maar doen, of niet?’ lachte Raquel. Stiekem vond ze dat helemaal niet erg, want dit was Bills pakje en zij had het uitgezocht. Ze werd alweer een tikkeltje nerveus; wat nou als hij het niet leuk vond?
Met bonzend hart nam ze het doosje uit de tas en stak die naar hem uit. ‘Ik hoop dat het bevalt,’ mompelde ze erbij. Of hij haar überhaupt wel hoorde, wist ze niet.
Bill trok het lintje los en prutste net zo lang met zijn nagels aan het plakband tot hij het papier zonder scheuren van het cadeau kon halen. Een langwerpig zwart doosje, mat glanzend, lag nu op zijn handpalm.
‘Ik gok op iets kouds en glimmends,’ zei Georg meteen. ‘Typisch iets voor zo’n materialistisch joch als Bill.’
‘Hé, toevallig ben ik geen “joch” meer, ik ben nu twintig!’ De zanger stak quasi beledigd zijn tong uit en ontkrachtte daarmee vrolijk zijn eigen bewering. Vervolgens wipte hij in één keer het deksel van het doosje.
Op een bedje van zwart fluweel lag, flonkerend in het heldere licht, een dun zilveren kettinkje. Bills ogen verwijdden zich, aan zijn lippen ontsnapte een nauwelijks hoorbare “Wauw”. Voorzichtig haalde hij het sieraad uit het doosje en legde de hanger op zijn handpalm om hem beter te kunnen bekijken. Een zonnetje, met negen kronkelige stralen en een ingegraveerd symbool. Geen onbekend symbool – het logo van Tokio Hotel.
‘Je kon erin laten zetten wat je wilde,’ murmelde Raquel een tikkeltje verlegen. ‘Dit leek ons wel passend.’
‘Hij is prachtig,’ zei Bill zacht. Zijn ogen kleefden nog steeds aan het juweel, om zijn lippen verscheen een brede lach. ‘Echt waar. Dankjewel.’
Hij sloot zijn vingers om de ketting en omarmde haar, drukte vluchtig even zijn lippen op haar wang. Raquel probeerde niet te hard te blozen, niet te hard te hopen. Het was maar een dankjewel-zoen, het betekende niets! Als ze teveel hoopte, kon ze alleen maar teleurgesteld worden.
Haar blik kruiste die van Chantal. Heel ven maar, een fractie van een seconde – ze keken tegelijkertijd weer een andere kant uit. Niet snel genoeg; Chantal zag de opflakkerende hoop, Raquel de al hevig brandende jaloezie. Het bezorgde hen allebei een misselijk gevoel, Chantal van nijd en Raquel van pijn. Ze kon maar niet aan het idee wennen dat Chantal haar nu haatte. Het klonk gewoon zo onlogisch na een leven lang twee-eenheid.
Door de feestvreugde van vandaag was Chantal wel een beetje ontdooid. Meegesleept door het enthousiasme van de tweeling had ze zelfs Raquel zonder toneelspel toegelachen. Nu herinnerde ze zich echter weer dat ze een hekel had aan het donkerharige meisje en de jaloezie vlamde hevig op.
Bill merkte daar niets van, hij was bezig met zijn cadeautje. De ketting die hij de hele dag al omhad, verdween in het doosje, achteloos opzij gegooid om plaats te maken voor de nieuwe aanwinst. Behendig maakte hij het kettinkje vast om zijn hals en lachte tevreden. ‘Zo.’
34.

De rest van de middag vloog eveneens razendsnel voorbij. Tegen zevenen kookte Gustav een enorme pan spaghetti, die ze met de beroemde ketchupsaus van de tweeling naar binnen werkten. Raquel keek toe terwijl de broertjes hun saus bereidden en kon zich niet voorstellen dat zoveel ketchup lekker zou smaken bij spaghetti, maar tijdens het eten moest ze toegeven dat het eigenlijk een hele goede combinatie was.
Na het eten kondigde Bill aan dat het tijd was om met de voorbereidingen voor vanavond te beginnen.
‘Vertaling: Bill gaat een uur in de badkamer bivakkeren,’ gniffelde Tom en moest die opmerking zoals gewoonlijk bekopen met een mep van zijn broer.
‘Bill is niet de enige, denk ik,’ merkte Alex toen op, gebarend naar de meisjes. ‘We kunnen nog wel een dutje doen of zo, voordat zíj klaar zijn…’
Hij zuchtte dramatisch en iedereen lachte. Hannah haalde vervolgens haar schouders op. ‘Kweek gewoon een beetje geduld, man, het valt best mee. Tenzij Bill inderdaad een uur in de badkamer zit.’
‘Gebruik Chantals badkamer maar, dat gaat sneller,’ adviseerde Tom. ‘Mijn lieve kleine broertje lijkt onschuldig, maar als hij eenmaal in de badkamer verdwijnt…’
‘Tien minuten!’ gilde Bill meteen. ‘Tien minuten, opschepper! En zó erg ben ik niet.’
Tom keek hem droogjes aan en schudde toen zijn hoofd. ‘Ik ken jou langer dan vandaag, broermans. Schiet nou maar op, anders moet je mee vóór je klaar bent.’
Bill was al weg. Chantal stond nu ook op en gebaarde dat Hannah en Raquel met haar meekonden. Voor Raquel was het duidelijk dat ze het met tegenzin deed, maar Hannah was veel te enthousiast om daar iets van mee te krijgen.
In de gang stonden hun tassen, volgepropt met kleren voor het weekend én met hun outfits voor vanavond. Chantal had haar kleding natuurlijk gewoon in de kast hangen en verdween alvast in haar kamer om haar spullen bijeen te zoeken.
Voor de enorme spiegel in Chantals badkamer begonnen de drie meisjes zich klaar te maken. De eerste drie seconden gebeurde dat in stilte, maar toen barstte Hannah los. ‘Ik heb geloof ik nog nooit zo’n zin gehad in een avond als nu.’
‘Mee eens,’ kwam er van beide kanten. Chantal en Raquel staarden elkaar even aan, wendden na een kort ogenblik echter alweer hun blikken af.
‘Waar slapen we eigenlijk vannacht?’ mijmerde Hannah hardop, zonder iets van de gespannen sfeer te merken, en gaf zichzelf meteen antwoord: ‘Ik bij Tom, denk ik, als hij dat niet erg vindt.’
‘Volgens mij heeft hij daar geen enkel bezwaar tegen,’ grinnikte Chantal, terwijl ze een borstel door haar witblonde haren haalde. Raquel had letterlijk hetzelfde willen zeggen en voelde een steek door zich heen gaan. Het was niet eerlijk. Waarom moesten zij nou allebei op dezelfde jongen vallen?
‘En Raquel dan?’ Hannah’s stem liet geen ruimte over voor gepieker.
‘Bij mij op de kamer, denk ik dan. Alex en Andy krijgen de woonkamer tot hun beschikking, dus Raquel slaapt bij mij op de kamer.’ Chantal deed duidelijk haar best om het zo vrolijk mogelijk te brengen. Voor Hannah slaagde ze daar waarschijnlijk in; ook al wist die nu dat Chantal de vriendschap met Raquel gebroken had, door haar enthousiasme over de avond dacht ze daar niet meer aan. Raquel kon het echter niet uit haar hoofd zetten en deed er het zwijgen toe.
Naast haar praatten haar vriendinnen gewoon verder. Over hun verwachtingen van de avond, over de jongens natuurlijk. Raquel probeerde zich niet te concentreren op hun gesprek, maar kon niet verhinderen dat er af en toe wat flarden binnen sijpelden.
‘Wat zei je trouwens tegen Tom, toen je hem zijn cadeautje gaf?’ vroeg Chantal en keurde haar kleding aan haar lijf.
‘Oh, gewoon. Dat ik iets bijpassends had voor mezelf, dat hij waarschijnlijk wel interessant zou vinden.’ Hannah giechelde, Chantal wierp haar een zijdelingse blik toe en toen schoten ze samen in de lach.

Een uur later waren de zes jongens helemaal klaar om te feesten. Alex en Andreas hadden gewoon nog hetzelfde aan als eerst, Gustav droeg dezelfde broek met zijn nieuwe Metallica-shirt. Georg had zich evenmin omgekleed, die zat in een hoekje te sms’en, waarschijnlijk met Joëlle. Tom droeg nu een zwart shirt met een rode pet in plaats van een wit shirt met een grijze pet en Bill… Bill was Bill, in vol ornaat.
Blijkbaar had hij het thema doodshoofd gekozen, ze doken overal in zijn outfit op. De print op zijn allstars en zijn T-shirt: zwarte ondergrond, witte doodskoppen. De gesp van zijn riem had die typische vorm, de leren armband om zijn linker pols was bezaaid met dezelfde figuur. Alleen zijn zwarte jeans en jack waren doodshoofdloos. Om zijn hal schitterde het zonnetje, zijn ogen waren zoals altijd zwart geschminkt en zijn haren stonden als leeuwenmanen om zijn gezicht. Aan zijn rechterhand droeg hij nog een vingerloze leren handschoen, als finishing touch.
Het wachten was op de meisjes, die nog steeds Chantals badkamer bezet hielden. De jongens – en dan vooral de tweeling – begonnen ondertussen erg ongeduldig te worden. Ze waren net van plan om de badkamer te bestormen, toen de deur openging en het eerste meisje naar buiten stapte.
Het was Hannah. Ze droeg een groen geruit plooirokje waarin haar benen eindeloos langen leken, tot haar voeten werden gevangen door witte ballerina’s. Haar eveneens groene topje liet haar rug bloot en kleurde bij de oogschaduw die haar ogen naar voren deed springen. Haar roodbruine haren vielen vlot om haar stralende gezichtje, ongehinderd door speld of elastiek.
Tom floot zacht tussen zijn tanden en legde toen zijn armen om haar middel. Hij zei niets, maar de overdonderde blik in zijn ogen sprak boekdelen. Voor hem was Hannah het enige meisje op aarde dat überhaupt nog maar bestond.
Het tweede meisje dat de badkamer verliet kon hem niet van gedachten doen veranderen, ook al zag ook zij er adembenemend uit. Niet iedereen staat even goed met wit, maar Chantal kon het hebben. Haar sneeuwwitte jurkje had spaghettibandjes en reikte tot halverwege haar bovenbenen. Daaronder droeg ze gouden ballerinaschoentjes die met linten om haar kuiten waren bevestigd, kleurend bij haar juwelen. Haar haren waren precies zo gekapt als Joëlle het gedaan had en het stond haar geweldig.
Raquel liet nog iets langer op zich wachten. Niet voor het theatrale effect, daar was ze zich totaal niet van bewust – ze was bloednerveus en bleef maar controleren of ze toch echt niet per ongeluk twee verschillende schoenen aanhad, of iets in die richting. Toen ze zich eindelijk ervan overtuigd had dat er niets aan de hand was, haalde ze diep adem en verliet de badkamer.
Er viel meteen een doodse stilte. Alle ogen zogen zich aan haar vast, zelfs die van Tom. Als er iemand was die een gooi kon doen naar de titel “Mooier dan Hannah in Toms ogen”, was het wel Raquel.
Op zich was haar outfit haal simpel. Haar wijnrode jurkje was strapless, reikend tot op haar knieën, en waaierde prachtig uit vanaf haar taille. Haar voeten staken in simpele, zilverkleurige sandaaltjes en haar ogen waren donker opgemaakt. Ze liet haar zwarte krullen loshangen, had alleen de voorste plukken naar achteren gebonden en met een zilveren clipje vastgezet. Ook de eenvoudige juwelen die ze droeg – armbandje, kettinkje, oorbellen – waren zilver.
Het was niet zozeer wat ze droeg. Het ging om hóe ze het droeg.
Raquel had, misschien onbewust, altijd al een wolk mysterieuze dromerigheid om zich heen hangen. Vandaag werd die aura versterkt door de zachte twinkeling in haar ogen, het verlegen glimlachje om haar lippen, de manier waarop het jurkje perfect om haar soepele lichaam viel. Chantal was een uitdagende schoonheid, Hannah had iets speels. Raquel viel onder geen van die kopjes. Vanavond hoorde zij bij de categorie pijnlijk-voor-de-ogen-mooi en geen van de zes jongens kon een paar seconden lang zijn blik op iemand anders richten.
Tot Georg, natuurlijk Georg, de stilte verbrak met een droog: ‘En dit, dames en heren, verklaart waarom ik hetero ben.’
Iedereen schoot in de lach en de betovering werd verbroken. Raquel, die bewegingloos op de drempel had gestaan, stapte nu de gang op. Tom richtte zijn blik weer op Hannah; zij had wel gemerkt dat hij naar Raquel had staan staren, maar dat kon ze hem wel vergeven – zij was ook onder de indruk van Raquels verschijning.
‘Oké, gaan we nu dan?’ vroeg Gustav opgewekt. Hij stond op en wierp een blik uit het raam. ‘Ah, de taxi is er al.’
Ze volgden hem allemaal naar de deur, alweer vrolijk kletsend en lachend. De enige die zijn mond hield was Bill. Hij wist gewoon niet wát hij moest zeggen, Raquel had hem volledig lam geslagen. Zijn ogen kleefden aan haar rug toen ze voor hem uit naar beneden liep, aan haar dansende haren, het fladderende jurkje. Een engel, dacht hij. Een zwartharige engel.

35.

De taxi bleek geen taxi. De taxi bleek een enorme sneeuwwitte limousine. Nu was het Raquel die met stomheid geslagen bleef staan, haar ogen wijd open van verbazing. ‘Wow.’
‘Bedank Bill maar, het was zijn idee,’ grinnikte Georg en hield de deur open voor Chantal.
Bij het horen van zijn naam ontwaakte de zanger uit zijn trance. Even moest hij zoeken naar zijn stem, maar toen riep hij vurig: ‘Natuurlijk! We zijn niet voor niets verwende celebrities, Moritz. Wij reizen in stijl.’
Ze stapten allemaal in, de chauffeur trok op en de limousine zoefde de straat uit. Raquel hoorde nog een motor starten; ze draaide zich om en keek uit de achterruit, maar ze kon niet zien wie er in de andere auto zat. Paparazzi?
‘Bodyguards,’ fluisterde een stem plotseling, vlakbij haar oor. Ze keek verrast om en zag Bill naar haar glimlachen. Even bleef haar blik steken in zijn warme donkerbruine ogen, toen wendde hij zijn hoofd af.
Na een korte rit hield de limousine stil voor een hoog gebouw. De chauffeur stapte als eerste uit, nog vóór Raquel überhaupt haar riem had los geklikt, en hield de deur voor hen open. Zodra ze allemaal op de stoep stonden, verdween de limousine vlug om de hoek van de straat. De auto met de bodyguards, een onopvallende zwarte Toyota, stopte een eindje achter hen en ook daarvan gingen de deuren open.
‘Oké, laten we maar naar binnen gaan.’ Bill was zichzelf weer, nam als eerste het initiatief. Ze knikten allemaal, keken elkaar even aan en stapten toen het gebouw in. Raquel hoefde niet om te kijken om te weten dat er nu vier breedgeschouderde mannen in zwarte kleding achter hen aan liepen.
Buiten zag het er niet erg bijzonder uit, maar binnen omarmde de warmte hen. De inkomhal was een hoge ruimte met links van hen een welkomstbalie en rechts een brede marmeren trap met een donkerhouten leuning. Hoofdkleuren crème en goudbruin, kleuren die ook terugkwamen in de kleren van de blonde vrouw achter de welkomstbalie.
Raquel voelde zich lichtelijk geïmponeerd door de grootte; als de inkomhal alléén al zo enorm was, hoe groot moest de rest dan niet zijn? De jongens leken er absoluut geen moeite mee te hebben, zelfs Andy en Alex niet, terwijl Hannah en Chantal ook lichtelijk onder de indruk keken.
Op dat moment kwam de blonde vrouw naar hen toe en vroeg timide: ‘Tokio Hotel, nietwaar?’
Bill flitste meteen een brede glimlach tevoorschijn en knikte. ‘We hebben een reservering in de VIP-lounge, als het goed is.’
‘Ja, ja... De reservering is er,’ antwoordde ze. ‘De lounge is hier de trap op en dan de gouden deuren. Maar...’
Ze aarzelde even, kwam niet helemaal uit haar woorden, en Bill vroeg ongerust: ‘Is er een probleem?’
‘Nee, helemaal niet,’ verzekerde de vrouw hem onmiddellijk. ‘Ik zou alleen... Kunnen jullie misschien... Jullie handtekening...’
Raquel en Hannah wisselden tegelijkertijd een verbouwereerde blik. Een vrouw van ongeveer vijfendertig, die – hevig blozend nog wel – de jongens om hun handtekeningen vroeg? Blijkbaar was het niet helemaal waar dat Tokio Hotel alleen maar tienermeisjes aantrok, deze vrouw leek minstens zo nerveus en enthousiast om hen te ontmoeten.
Met vier identieke brede grijnzen signeerden de jongens twee pagina’s van het gastenboek, dat opengeslagen op de balie lag. De vrouw bedankte hen nog uitvoerig, maar Bill wuifde dat weg en wenkte toen de anderen. ‘Laten we naar boven gaan.’
Nu waren het Tom en Georg die de leiding namen en als eerste de brede trap opliepen. Hannah hield Toms hand vast, vlak achter hen liepen Chantal en Andreas. Zij hadden het zo te zien wel gezellig samen, dit gesprek was in de limousine begonnen en het einde leek nog niet in zicht. Achter hen volgden Alex en Gustav, ook druk in gesprek. Bill en Raquel sloten de rij. Zij durfde hem niet aan te kijken, uit angst dat ze net zo rood zo worden als haar jurkje, en liet haar haren langs haar gezicht hangen.
Plotseling voelde ze echter een hand op haar rug, die haar zachtjes met zich mee trok. Naar zich toe, besefte Raquel; het was Bill, die haar toelachte en mompelde: ‘Je ziet er echt prachtig uit, wist je dat?’
Ze bloosde toch, of ze hem nu aankeek of niet. ‘Jij ook,’ antwoordde ze snel. “Prachtig” was voor Bill misschien niet het juiste woord, bedacht ze een moment later. Prachtig leek meer iets dat je over een meisje zei – en wat men ook mocht beweren, een meisje was hij niet.
Op dat moment passeerden ze de gouden deuren die naar de VIP-lounge leidden en botsten bijna tegen de anderen op, die daar stonden te wachten. Bill haalde zijn hand van Raquels rug, liet die vervolgens door zijn haren gaan. Zijn manier om uit te drukken dat deze plek niet helemaal zijn type was; hoewel hij het onmogelijk écht heel erg kon vinden, anders had hij vast heftig geprotesteerd.
De VIP-lounge verschilde eigenlijk in maar één opzicht van een gewone club. Het was absoluut verboden om camera’s of mobieltjes met fotografeerfunctie mee te nemen naar binnen. Behalve voor de vier jongens van Tokio Hotel, die meteen herkend werden en door mochten lopen. De twee mannen bij de deuren wilden de rest van het groepje al controleren, toen Tom gebaarde dat het niet nodig was. Met tegenzin liet de security hen allemaal passeren.
‘Wel,’ zei Georg en wreef in zijn handen. ‘Hier zijn we dan. Jarigen, gefeliciteerd. Ik ga er vandoor.’ Nog vóór iemand daarop kon reageren, was hij verdwenen.
Raquel stond met wijd open ogen om zich heen te kijken. Bij het woord “VIP-lounge” kreeg ze altijd het idee dat er alleen maar celebrities zouden zijn, maar dat was helemaal niet zo. De dansvloer, in de vorm van een ster met meer punten dan Raquel in één oogopslag kon tellen, stond vol gezichten die haar totaal onbekend voorkwamen. Geen beroemdheden, maar de upperclass van Hamburg.
De club was op zichzelf een redelijk normaal geval. Overwegend veel goud en zwart, harde muziek, spots die van de ene felle kleur oversprongen op de andere, een enorme bar met drie jonge barmannen erachter en een zooi goud/zwarte barkrukken ervoor. Groepjes zetels langs de wanden.
‘Van dezelfde uitbater als die club in Wenen,’ vertelde Tom aan niemand in het bijzonder. ‘Daarom komen wij er veel, ’t zijn altijd goede clubs.’
‘Hoe vaak kunnen jullie überhaupt uit?’ vroeg Hannah, terwijl ze met z’n allen naar een groepje zetels liepen. Halverwege haakten Gustav en Alex af en verdwenen achter Georg aan richting de bar.
Bill haalde zijn schouders op. ‘In Hamburg redelijk vaak, op tour wat minder. Niet dat ìk dat erg vind, maar voor hén is het nooit genoeg.’
‘Ach, arme Bill toch!’ deed Chantal plagerig. Hij stak zijn tong naar haar uit en het bolletje van zijn piercing blonk vuurrood in het licht van een spot.
Raquel draaide vlug haar hoofd af, om te voorkomen dat ze naar hem bleef staren, en hoorde naast zich Andy’s stem: ‘Ik ga die barman tackelen. Wat willen jullie?’
Een rondje bestellingen volgde, Andy telde het na op zijn vingers en vertrok toen richting de bar. De anderen verdeelden zich over de zetels en Raquel zorgde er heel angstvallig voor dat ze niet té dicht bij Bill ging zitten, maar ook niet te ver weg. Chantal nam de plek naast hem al in beslag, Tom en Hannah hadden natuurlijk alleen oog voor elkaar. En Raquel staarde naar het glitterende plafond, zich afvragend wat voor avond dit zou worden.

36.

De avond leek een uitgaansavond zoals alle anderen te worden. Raquel danste, ondergedompeld in de harde muziek en het geflikker van de spots. Ze wist niet hoeveel jongenshanden al naar de hare hadden gegrepen om haar elegant in een pirouette te draaien. Ze wist niet hoe vaak de barman al naar haar had geknipoogd. Ze wist niet hoe haar vriendin zich vermaakten in de enorme club. Het deed er ook niet toe. Het enige wat ertoe deed, was de meeslepende muziek die haar voeten bleef aandrijven. Haar voeten, benen, heupen, armen, hele lichaam.
It’s Raining Men spoot plotseling snoeihard uit de boxen en Raquel werd meegesleurd door een stervensenthousiaste menigte, die bestond uit om het hardst meekrijsende meisjes en plots onstuitbaar energieke jongens die met hun handen niet van haar taille konden blijven. Voor Raquel was It’s Raining Men echter een soort wake-up call; het nummer deed haar weer aan Bill denken, die op dertienjarige leeftijd had meegedaan aan een Duitse talentenshow – om de aandacht te vestigen op zijn bandje – en daarbij was hij uitgekomen met It’s Raining Men.
Zou Bill nu al de hele avond in zijn eentje langs de kant zitten? Raquel besloot dat ze hem maar weer ging opzoeken en wrong zich tussen de uitgelaten dansers door naar de rand van de vloer. Haar ogen vonden “hun” groepje zetels meteen en inderdaad, daar zat Bill. In kleermakerszit, met een tijdschrift op schoot, lurkend aan een cola met een glitterend blauw rietje. Raquel moest lachen, het zag er ook zo komisch uit.
Vlug streek ze haar jurkje glad, voelde even aan het clipje in haar krullen en liep toen op Bill af. Haar sandaaltjes maakten tikgeluiden op de glimmende vloer, nu minder overstemd door de muziek; Bill had een plaatsje ver bij de boxen vandaan.
Het geluid van Raquels passen deed hem opkijken van zijn tijdschrift. Zodra hij haar herkende verscheen er een brede lach op zijn gezicht, een lach die zich om het rietje krulde en hem er heel idioot uit liet zien. Dat besefte hij zelf waarschijnlijk ook, want hij zette zijn halflege glas op het tafeltje en lachte toen nog breder.
Raquel nestelde zich in de zetel naast de zijne, boog over de armleuning en vroeg: ‘Wat lees je?’
Bill liet haar de voorkant zien. Angelina Jolie prijkte daar op de cover, compleet met zwangere buik, compleet met schreeuwende letters: Angie & Brad’s next lovebaby! De titel van het tijdschrift ging zo’n beetje schuil onder foto’s van onbekende celebrities en andere aandachttrekkers zoals “10 Ways To Find Pure Happiness At Work!”, waarvan je nu al wist dat het betreffende artikel de grootst mogelijke nonsens zou zijn.
Uiteindelijk besefte Raquel dat het om de Life & Style ging. Even staarde ze verbaasd naar de cover, vroeg zich af wat Bill in godsnaam met dat blad moest – en barstte vervolgens in lachen uit.
Bill lachte opgewekt met haar mee en wierp het tijdschrift achteloos naar een andere zetel. ‘Het spijt me!’ giechelde hij.
Raquel wierp hem even een vage blik toe en proestte toen: ‘Life & Style? Wáárom?’
‘Je moet toch op de hoogte blijven, hè!’ deed hij en maakte een gebaar met zijn hand dat Raquel tot nu toe alleen nog maar bij haar homoseksuele ex-klasgenoot Jürgen had gezien. Ze schoot alweer in de lach en Bill schudde grijnzend zijn hoofd. ‘Nee, ze hadden gewoon niets anders en ik verveelde me.’
Hij pakte zijn glas weer, wurmde het rietje tussen zijn lippen en keek haar met schitterende ogen aan. Raquel grijnsde nog steeds, maar trok plotseling een overdreven gezicht. ‘Kijk jou dan,’ grinnikte ze en sloeg haar ogen theatraal ten hemel, maakte vervolgens hetzelfde handgebaar als hij en kirde: ‘Och, ik kijk toch zo graag naar Brad Pitt, hè!’
Bill proestte spontaan de cola over zijn schoot en sloeg toen een hand voor zijn mond. ‘Zeg me dat ik er niet zo uitzag!’
‘Laat ik het zo stellen...’ grijnsde Raquel. ‘Als ik niet beter wist, had ik je zo een roze driehoekje opgespeld.’
‘Oh nee!’ Bill verborg zijn gezicht in zijn handen. ‘Ben ik even blij dat camera’s hier verboden zijn!’
Raquel grinnikte en klopte op zijn arm. ‘Ach, maak je geen zorgen. Niemand heeft het gezien, behalve ik, en ik zal je niet verraden. Zolang je de Life & Style maar laat liggen.’
‘Maar ik vervéél me,’ klaagde hij van achter zijn handen en gluurde tussen zijn vingers door naar het meisje naast hem. Zijn diepbruine ogen reflecteerden het gouden licht, dat de zaal omtoverde in een zonsondergang. Raquel had even het gevoel weg te zakken in zijn ogen, gehypnotiseerd door de dansende lichtjes in zijn pupillen. Toen sprongen de spots van goud naar paars en de magie verdween onmiddellijk.
Raquel wendde vlug haar ogen af en zei, in een poging haar razende emoties te verbergen: ‘Dan moet je hier ook niet de hele tijd blijven zitten. Het is ook jóúw verjaardagsfeest, weet je nog wel?’
‘Alsof ik dat kan vergeten, twintig is een afschuwelijke leeftijd,’ mompelde hij en trok een grimas, terwijl hij zichzelf uit zijn kleermakerszit vouwde.
‘Je bent zo oud als je je voelt,’ zei Raquel op troostende toon. ‘En in dat geval rond ik jouw leeftijd af op tien, met ruimte voor discussie.’
Dat maakte hem aan het lachen, met zijn hoofd achterover en zijn zwarte haren dwarrelend om zijn gezicht. Raquel vond dat hij de mooiste lach van heel het noordelijk halfrond had en kon alweer haar ogen niet van hem afhouden. De rest van de wereld verdween altijd zo totaal naar de achtergrond als ze bij hem was; ze besefte pas dat er een nieuw nummer was begonnen toen de spots opnieuw van kleur veranderden en Bill zijn glas oppakte om het laatste restje cola naar binnen te slurpen.
Can you feel the love tonight, van Elton John. Raquel moest onmiddellijk aan The Lion King denken, en vervolgens meteen aan de jongen naast haar, die met zíjn haar best wel voor een leeuw kon doorgaan.
Ze draaide zich naar hem om en zag een glimlachje aan zijn lippen kleven. Hij zette het glas, nu eindelijk leeg, weer op het tafeltje, schoot het rietje de lucht in en stak toen een hand naar uit. ‘Kom je?’
‘Kom ik?’ vroeg ze verbaasd, maar tegelijkertijd sloeg hij zichzelf tegen zijn voorhoofd en riep: ‘Wat was dat voor vraag?’
Raquel staarde hem aan. Wat was dat voor opmerking? Bill glimlachte weer, boog zich toen naar haar toe en fluisterde in haar oor: ‘Wil je met me dansen, Raquel?’

37.

Als in een droom liet Raquel zich leiden. De spots boven hun hoofden produceerden nu een zilveren licht, dat maneschijn door Bills lokken weefde. Overal om hen heen draaiden de stelletjes rond op dezelfde kabbelende muziek, armen om de ander heen en dicht bij elkaar, alsof er geen andere mensen bestonden op de wereld.
Zo voelde het voor Raquel ook. Vagelijk registreerde ze Tom en Hannah, hun lippen op elkaar geplakt, en Chantal die met Andreas en Georg tegelijkertijd rondjes draaide, maar ze leken deel uit te maken van een andere wereld. Een onbelangrijke wereld, omdat degene die écht waarde had op dit moment, nu tot Raquels wereldje behoorde. Bill, wiens armen om haar middel sloten, wiens Axe-en-jongen-geur in haar neus kriebelde, wiens zachte stem de woorden van Elton John in haar oor blies.

“Can you feel the love tonight
It is where we are
It’s enough for this wide-eyed wanderer
That we got this far
Can you feel the love tonight
How it’s laid to rest
It’s enough to make kings and warriors
Believe the very best…”

‘Vreemde tekst,’ mompelde hij in Raquels oor en ze lachte zacht, legde haar wang tegen zijn schouder. Bills armen trokken haar nog wat dichter tegen zich aan; zijn linkerhand streek zachtjes door haar krullen. Raquel kon zich niet herinneren zich ooit zo gevoeld te hebben als nu. Zo licht, alsof ze elk moment kon worden opgetild door een zachte ademhaling, om weg te zweven van deze wereld. Alleen Bills armen hielden haar waar ze was.
In haar oor zong zijn stem verder en ze sloot haar ogen. Nu hoorde ze niets anders dan de zang van een engel, een web van muziek dat haar langzaam inwikkelde.

“There’s a rhyme and reason
To the wild outdoors
When the heart of this star-crossed wanderer
Beats in time with yours…”

Raquels hand schoof, zonder dat ze daar bewust toestemming voor gaf, van Bills rug naar zijn borst. Naar zijn hart. Eén ademhaling, toen voelde ze het ritme van zijn hartslag onder haar vingers. Vlug, heel vlug, net zo hectisch als de hare. Alsof hij precies hetzelfde voelde als zij.
Ze opende haar ogen en hief haar hoofd op. Het licht van de spots bleef verankerd op zilver; zijn donkere irissen glansden door de weerspiegeling, de piercing in zijn wenkbrauw ving het licht en werd een baken in de zilveren schemering. Raquel keek hem aan, kon niet meer wegkijken. Wat nou dansvloer, wat nou Elton John? Ze keek naar Bill.
Zijn vingers verdwenen plotseling van haar middel en streken zachtjes een losgeraakte haarlok uit haar gezicht, zonder hun oogcontact te verbreken. Niets kon dat oogcontact verbreken; zonder het te beseffen stonden ze nu stil op de dansvloer en aan alle kanten werden koppels uit hun concentratie gehaald doordat ze moesten uitwijken.
Zij niet.
Zij zagen noch voelden noch hoorden andere koppels.
Zij zagen en voelden en hoorden alleen elkaar, elkaars hartslag.
Hetzelfde ritme.
Dezelfde reden.
Raquel keek naar hem op en kon elk donkergouden vlekje in zijn ogen precies in kaart brengen.
Bill keek naar haar omlaag en kon elk afzonderlijk haartje van haar volle wimpers tellen.
Het volgende moment raakten zijn lippen de hare, zo zacht dat het haast toeval zou kunnen zijn, en in Raquels verdoofde brein ontbrandde het vuurwerk. Hier had ze op gewacht. Van gedroomd.
En de werkelijkheid was duizendmaal beter dan haar mooiste fantasie.
Bill kuste haar met de zachtste lippen die ze ooit gevoeld had, kuste haar, en in zijn kus lag dezelfde emotie die ze in zijn ogen zag vóór ze de hare sloot. Hij kuste haar en zij kuste hem, terwijl om hen heen de lucht vonkte toen de vlammetjes van hun harten elkaar vonden en samen oplaaiden.
Samen.
Het was Bill die de kus begon en Bill die de kus eindigde. Hij duwde haar heel voorzichtig een millimeter van zich af; Raquel opende haar ogen, gedesoriënteerd door het vuurwerk in haar hoofd, en zag de mooiste glimlach van haar wereld op zijn gezicht.
Toen trok hij haar weer tegen zich aan, zijn vingers omvatten haar wangen en streelden zachtjes over haar huid. En zijn stem blies opnieuw woorden in haar oor, niet die van Elton John maar zijn eigen.
‘Ik houd van je.’

Voor Chantal was het absoluut geen avond zoals alle anderen. Integendeel zelfs; ze had nog geen cocktail vastgehad, geen jongen aangekeken, geen nummer luidkeels meegezongen. Meestal liet ze zich gewoon meeslepen door haar omgeving, maar niet vandaag. Vandaag wilde ze haar hoofd erbij houden. De vorige keer dat ze zich had laten gaan, in Wenen, was ze haar kans misgelopen. Haar kans op Bill. Dat liet ze niet nog eens gebeuren.
Bij de eerste regel van It’s Raining Men reageerde Chantal – zonder het zelf te beseffen – precies zoals Raquel. Ze probeerde zich door de menigte heen te drukken, om bij het groepje zetels te komen waar ze Bill kon vinden. Het lukte alleen niet erg goed; twee niet eens zo lelijke jongens doken op haar af, duidelijk van plan haar mee te slepen in hun enthousiasme.
Elke andere avond zou Chantal mee hebben gedaan. Nu echter haalde ze diep adem en stortte zo’n lading scheldwoorden over hen uit dat de linker jongen van schrik zijn blikje bier over zijn witte shirt mikte. Zijn vriend trok hem vlug mee, wierp nog even een onzekere blik over zijn schouder naar de blondine en besloot toen maar om zo ver mogelijk bij haar uit de buurt te blijven.
Chantal besteedde al helemaal geen aandacht meer aan de twee; ze was al half vergeten dat ze hen überhaupt had uitgescholden. Haar ogen focusten op het groepje zetels – en haar handen balden zich onmiddellijk tot vuisten.
Bill en Raquel, naast elkaar, samen lachend alsof ze de enige twee op de wereld waren.
Withete jaloezie beukte met harde vuistjes tegen de binnenkant van Chantals schedel. Haar ogen vernauwden zich tot spleetjes, haar manier om in te zoomen op een beeld; en ook al was dit een beeld dat ze niet wenste te zien, ze móést er gewoon op inzoomen.
Bill die zijn hand uitstak naar Raquel.
Bill die zich naar haar toe boog.
Bill die iets in haar oor fluisterde.
Bill die haar vingers omvatte.
Bill die het meisje meenam naar de dansvloer.
Can you feel the love tonight speelde en Chantal stond daar maar, een standbeeld waarvan alleen de ogen nog bewogen. Ze zag hoe Bills armen zich om Raquels middel sloten, hoe zijn lippen bewogen, hoe hij op haar neerkeek toen ze haar hoofdje tegen zijn schouder legde. De beelden kwamen schokkerig binnen in haar hoofd, als een televisie met slechte ontvangst.
Haar concentratie werd verbroken door Georg en Andreas, die plotseling naast haar verschenen en haar lacherig ten dans vroegen. Onverschillig accepteerde ze hun aanbod; misschien kreeg ze zo wel de kans om dichter bij Bill en Raquel te komen, vóór er nog iets gebeurde tussen die twee.
Georg en Andreas lieten haar een pirouette draaien en de rok van haar witte jurkje waaierde uit rondom haar benen. Even voelde het weer als een gewoon avondje stappen, even voelde ze zich weer haar enthousiaste dansende zelf. Toen vielen haar ogen opnieuw op Bill en Raquel en haar wereld knalde als een ballon uit elkaar.
Versmolten lippen.
Nee. Nee. NEE!
Chantal wilde gillen, wilde schreeuwen, protesteren, met haar voet op de grond stampen, wilde huilen, wilde iemand slaan, uitschelden, wurgen. Wilde in bed kruipen en de dekens over haar hoofd trekken en er nooit meer onderuit komen. Wilde door de grond zakken en in Australië uitkomen en daar in alle stilte schapenhoedster worden – alles om dit niet meer te hoeven zien.
Bill kuste Raquel.
Raquel kuste Bill.
Nee.
‘Hè hè, dat werd tijd!’ zei Georg naast haar. Zijn stem leek van heel ver te komen, Australië misschien wel, maar de opgewekte toon ontging Chantal niet. Ze keek opzij, eerst naar Georg en toen naar Andy, en begreep plotseling hoe blind ze was geweest. De jongens wisten allang hoe de vork in de steel zat. Ze wisten allang dat Bill Raquel boven elk ander meisje verkoos – en zij had het niet doorgehad.
Ze had alleen gezien wat ze wilde zien en nu werd ze pijnlijk hard met de feiten geconfronteerd.
Nur Geträumt was voor Raquel geschreven. Bills gevoelens voor háár, Chantal, waren puur vriendschappelijk. Hij was verliefd op haar ex-beste vriendin. Iedereen had dat al geweten, behalve zij. Iedereen had erop gewacht tot hij ervoor uit zou durven komen, terwijl zij wachtte op iets anders, iets dat plotseling een belachelijk droombeeld leek. Alle verwachtingen waar haar wereldje op gebouwd was, stortten als een kaartenhuis in elkaar. Ze kon alleen maar hopen dat niemand merkte wat er nu in haar omging.
Tranen brandden achter haar ogen, tranen van jaloezie en pijn en zelfhaat, terwijl haar blik vastgepind bleef aan Bill en Raquel. Die hadden hun kus nu beëindigd, maar dat nam niet weg dat ze er plotseling anders uitzagen in Chantals ogen. Hoe ze elkaar aankeken, aanraakten, toelachten – alles had plotseling een andere betekenis gekregen.
‘Kijk eens aan, ze hebben elkaar dan toch gevonden!’ Nog zo’n opgewekt tevreden stem, ditmaal die van Tom. Hij en Hannah voegden zich bij hun groepje van drie, armen om elkaars middel. Ze wierpen allebei eerst een triomfantelijke blik op Bill en Raquel – die van dit alles niets meekregen, ze staarden in elkaars ogen – en vervolgens richtten Tom en Hannah hun aandacht weer op elkaar. Ze liepen samen naar een groepje zetels, waar ze zich met z’n tweeën in één zitplaats nestelden en een langslopende barman twee cocktails afhandig maakten.
Georg en Andy trokken tegelijkertijd aan Chantals armen. ‘Blijf je hier staan staren of kom je nog dansen?’
Chantal knipperde met haar ogen, probeerde haar kolkende emoties terug te dringen, en scheurde met moeite haar blik los van haar ex-beste vriendin en hun gezamenlijke liefde. ‘Ik heb meer zin in een cocktail,’ zei ze. Dat was een goede afleidingsmanoeuvre, al zei ze het zelf. Georg en Andy waren ook wel voor een drankje te porren en sleepten haar enthousiast mee naar de bar.
Zeven cocktails later plantte Chantal haar lippen met een ongecontroleerde schaterlach op die van Andy.

38.

In de limousine terug was het een heel stuk stiller dan op de heenweg. Chantal sliep, gevolg van de alcohol die ze in rap tempo naar binnen had geslagen; op haar ongecontroleerde dronken roes volgde altijd onmiddellijk het mannetje met de hamer. ’s Ochtends zou er van haar herinneringen niet veel meer over zijn en misschien was dat ook wel beter zo.
Andreas had haar vriendelijk doch beleefd van zich afgeduwd toen ze hem zoende, met de mededeling dat het hem vreselijk speet voor haar, maar dat hij niet op meisjes viel. Daarop had Chantal haar aandacht verlegd naar nieuwe cocktails en was in de limousine als een blok in slaap gevallen.
Hannah lag tegen Toms schouder, haar ogen dicht ondanks het feit dat ze niet sliep. Ze glimlachte in het niets en mompelde af en toe iets tegen Tom, die haar dan op dezelfde toon antwoord gaf. Naast hen zat Alex, daartegenover Gustav, Georg en de dus diep slapende Chantal.
Op de achterbank zaten Andy, die uit het raam staarde naar de voorbijschietende lantaarnpalen, en Bill met Raquel. Zij sliep ook, hoewel om een totaal andere reden dan Chantal, en op haar gezicht lag een zachte glimlach. Bill kon zijn ogen niet van haar afhouden, hij keek al de hele avond naar niets anders.
De limousine stopte en de chauffeur draaide zich naar hen om: ‘Huize Tokio Hotel! Prettige avond gehad?’
Instemmend gemompel van iedereen die wakker was; de man knikte tevreden en stapte toen uit, om hun deuren open te trekken. Georg en Gustav stonden als eerste op de stoep, gevolgd door Andy en Alex, en tenslotte de tweeling met hun meisjes. Raquel was voorzichtig wakkergemaakt door Bill en wreef nu slaperig in haar ogen, leunend tegen zijn schouder.
Alleen Chantal lag nu nog in de auto. Ze keken er een beetje aarzelend naar, wisten niet wat ze met haar aanmoesten. Tenslotte zei Georg: ‘Het lijkt me niet verstandig om haar nu wakker te maken, of wel? Ze was echt heel erg dronken.’
‘Til jij haar dan?’ vroeg Gustav, een wenkbrauw optrekkend. Georg haalde zijn schouders op en sjorde het meisje een tikkeltje onhandig uit de limousine. Ze werd er niet eens wakker van.
‘Doet ze dit vaker, zich bedrinken?’ informeerde Tom, toen het groepje zich in beweging had gezet. ‘Want dat is niet écht praktisch, niet in elke club zijn de paparazzi verboden.’
De jongens van Tokio Hotel wisselden ongemakkelijke blikken, die tenslotte op Chantals gezicht kwamen te rusten. Raquel gaf echter ontkennend antwoord op Toms vraag: ‘Het is helemaal niets voor Chantal om zo aan het drinken te slaan. Ze neemt wel cocktails, maar meestal kan ze prima tegen alcohol. Echt drinken heeft ze naar ik weet nog nooit gedaan.’
‘Dat is mooi, hoeven we haar in elk geval niet constant in de gaten te houden,’ kuchte Georg, die met Chantal in zijn armen de trap op wankelde en daar wachtte tot iemand de deur voor hem openmaakte. Die iemand was Gustav, wat niemand verraste.
Iedereen zocht vrijwel onmiddellijk zijn of haar bed op. Tom nam natuurlijk Hannah mee naar zijn kamer – voor hen was deze avond nog niet voorbij. Alex en Andy namen de woonkamer in beslag, Gustav verdween naar zijn eigen bedje en Georg legde eerst Chantal op haar dekens vóór hij Gustavs voorbeeld volgde.
Raquel stond een beetje twijfelend in de gang; Bill en zij waren als laatste binnengekomen en hij sloot nu de deur af, met slot en grendel. Ze wachtte op hem, maar wist tegelijkertijd niet of dat wel de bedoeling was. In principe was haar slaapplaats bij Chantal op de kamer.
Bill draaide zich naar haar om en glimlachte breed. Zou hij dat zelf überhaupt merken? Hij legde voorzichtig weer zijn armen om haar heen, trok haar tegen ich aan. Ze wikkelde haar armen om zijn hals en proefde opnieuw zijn lippen. Het maakte haar licht in haar hoofd, zijn nabijheid voelde als een looping in een achtbaan. Duizelingwekkend geweldig.
‘Raquel,’ mompelde hij zacht, liet elke letter van haar naam over zijn tong rollen alsof hij een godin aanriep. Zijn vingers streelden lichtjes door haar krullen. ‘Blijf je bij mij vannacht?’
Ze ging op haar tenen staan en blies haar antwoord door zijn lippen naar binnen. ‘Ja. Maar dan ga ik wel eerst mijn spullen halen.’
‘Natuurlijk,’ glimlachte hij, hield haar nog even tegen zich aan en liet haar vervolgens los. ‘Tot zo,’ fluisterden ze elkaar nog toe, toen glipten ze elk een andere kamer in.
Bill trok de badkamerdeur achter zich dicht en leunde een momentlang tegen het hout. Om zijn lippen speelde een gelukzalige glimlach, die de enorme spiegel boven de wastafel naar hem terug flitste. Hij voelde de druk van Raquels lijf nog tegen het zijne, de sensatie van haar lippen nog...
Damn, hij hield écht van haar. Het was geen bevlieging, geen waanbeeld, geen droom; het ging niet alleen om haar knappe gezichtje of mooie ogen. Hij hield van haar.
De melodie van Nur Geträumt speelde plots door zijn hoofd; neuriënd liep hij naar de wastafel en begon zich routineus te ontschminken. De watjes verdwenen in de prullenbak, vol zwarte vegen, en hij reikte naar zijn tandenborstel. Op het tandenpoetsen volgde het borstelen van zijn haar, om zoveel mogelijk wax en haarlak eruit te krijgen. Douchen deed hij ’s ochtends wel, besloot hij. Daar had hij nu geen zin in.
Hij glipte de gang weer op en zijn eigen kamer in. Het was nog steeds een vreselijke puinhoop, maar Bill wist feilloos de oude trainingsbroek te vinden waar hij tegenwoordig in sliep. Vlug schopte hij zijn schoenen uit, mikte zijn kleren bovenop de chaos en trok de trainingsbroek omhoog. Precies op tijd, want op hetzelfde ogenblik ging de deur open en het licht van zijn bedlampje viel op de sterren in Raquels ogen.
Zij had haar spullen opgehaald uit Chantals kamer, Chantal die nog steeds sliep. In zeven haasten had Raquel haar jurkje verwisseld voor het donkergrijze topje en de zwarte shorts die zij ’s nachts droeg; vervolgens had ze haar make-up afgeveegd en al haar meegebrachte bezittingen in haar tas gestopt. Met die in haar hand was ze naar Bills kamer geslopen en daar duwde ze nu de deur open.
Alleen het lampje naast het bed brandde; Bill stond midden in de kamer, over zijn schoenen gebogen in een poging de oorspronkelijk witte neuzen weer schoon te krijgen, en Raquels adem stokte heel even in haar keel toen haar ogen registreerden dat hij alleen een trainingsbroek droeg.
Op zijn linkerarm spelde zwarte inkt de woorden Freiheit 89, op zijn rechterlies straalde een zwarte ster; twee tatoeages waarvan Raquel al wist dat hij ze had, maar de derde die nu zichtbaar was kende ze nog niet. Links op zijn borst, kronkelend over zijn ribben en zijn spieren – die zich niet heel prominent, maar wel plezierig zichtbaar aftekenden onder zijn huid – ontwaarde ze twee zinnen. Ze kon de afzonderlijke woorden niet lezen, maar dat het zinnetjes waren stond als een paal boven water.
Bill richtte zich op en schonk haar zo’n enorme glimlach dat ze weer licht werd in haar hoofd. Ze zette haar tas op de grond en zocht haar weg tussen de puinzooi door, naar hem toe. Zijn armen vonden onmiddellijk haar taille, zijn mond haar lippen. Perfecte puzzelstukjes, nu al.
Ditmaal was het Raquel die de kus beëindigde. Haar vingers kriebelden langs de tatoeage op zijn borst en hij sprong een stukje achteruit, voor zover de troep op de vloer dat toeliet.
‘Dat kietelt!’ fluisterde hij met een giechel. Ze grinnikte mee en deed ook een stapje achteruit, om de woorden te kunnen ontcijferen.
‘Wat doe je nu weer?’ vroeg Bill, verbaasd door haar actie maar lachend.
‘Ik probeer te lezen wat er op je tattoo staat,’ antwoordde ze en streek langs de krullende letters. ‘Die is nieuw, of niet?’
‘Ja, mijn verjaardagscadeau aan mezelf.’ Hij nam voorzichtig haar handen van zijn borst en hield ze in de zijne. ‘Je kietelt,’ grinnikte hij als verklaring, ‘en daar kan ik niet tegen.’
‘Maar nu kan ik het niet lezen,’ zei ze en keek hem zogenaamd beteuterd aan.
Bill lachte weer en trok haar naar zich toe. ‘Hier, Wir hören nie auf zu schreien.’ Hij legde haar hand op de eerste van de twee zinnen; nu pas zag Raquel dat ze samen een B vormden. De zin die hij nu aanwees was de rechte lijn van die letter, de tweede vormde de kronkel. Bill verplaatste haar hand daarheen en spelde: ‘Wir kehren zum Ursprung zurück.’
‘Mooi,’ zei Raquel zacht en volgde de omtrek van de W met het topje van haar vinger. Bill bleef bewegingloos staan, zijn spieren spanden op onder haar aanraking.
Toen trok hij haar met zachte hand mee naar zijn bed, plantte haar op de rand en kroop naast haar op de rode deken. Zijn hand vond opnieuw de hare, zijn vingers streken over haar handpalm. Nu kon Raquel zich op niets anders dan die zachte aanraking concentreren. Aan de ene kant was het een beetje onwennig, de allereerste avond samen, maar aan de andere kant voelde het goed om te verkennen, dicht bij elkaar te zijn zonder hard van stapel te lopen.
‘Raquel?’ Vragend draaide Bill met één vinger haar gezichtje naar zich toe. Zijn ogen glansden. ‘Ik houd van je,’ fluisterde hij.
Ze legde haar armen om zijn hals en antwoordde: ‘Ik houd van je.’ Had ze ooit eerder iets gezegd waar ze zo honderd procent zeker van was?
Bill streelde langs haar wang en ze genoot stilletjes van zijn aanraking. ‘Ben je nu van mij?’ vroeg hij zacht. Verlegen, haast – maar zodra Raquel blozend “Ja” in zijn oor blies, verdween het laatste restje onzekerheid. De tongpiercing maakte contact met haar lippen en Raquel vergat haast te ademen.
Samen rolden ze onder de dekens. Bill trok haar meteen dicht tegen zich aan en zij nestelde zich heerlijk in zijn armen. Weer vingen zijn lippen de hare – en op dat moment wist Raquel dat ze haar hart had verloren aan de juiste persoon.
Met die wetenschap in haar hoofd en Bills armen om zich heen viel ze in slaap.

39.

Met een zacht geknor en een diepe zucht werd Chantal wakker. Even smakte ze zachtjes met haar lippen, die nog vaag naar alcohol smaakten, toen duwde ze zichzelf met een langgerekte gaap overeind.
Onmiddellijk vlogen haar handen naar haar slapen. Uit haar mond ontsnapte een ademloos “Oh!” en ze kneep haar net geopende ogen direct weer dicht. Haar hoofd voelde alsof er mannetjes met zware hamers tegen de binnenkant van haar schedel bonkten. De alcoholsmaak was na haar korte gesmak van haar lippen verdwenen, nu proefde ze een zure, brandende smaak op haar tong. De smaak van haar maaginhoud.
Chantal was vaker dronken geweest en had dus ook vaker een “dag daarna” meegemaakt die niet bepaald florissant was, om het zacht uit te drukken. Ze wist daarom dat het voor haar het beste werkte om te douchen, veel aspirine te slikken en de rest van de dag niets uit te voeren wat ook maar enigszins in verband stond met hersenactiviteit. Dat was dus televisiekijken of nutteloze tijdschriften lezen.
Het duurde nog wel een tijdje voor ze zichzelf uit bed had gekregen en nog langer voor ze over de drempel van de badkamer strompelde. De lichaamsbeweging bracht de hamertjes in haar hoofd in een soort versnelling, de hoofdpijn dreunde achter haar ogen en ze voelde de zure smaak in haar mond weer sterker worden.
De wc-pot was plotseling wonderbaarlijk aantrekkelijk; Chantal sloeg eerst nog even haar hand voor haar mond, in een poging het opkomende zuur terug te slikken, maar ze kon op haar vingers natellen dat het niet ging werken. Het volgende moment kromp ze ineen, kokhalsde en gaf over.

Een krap uur later kwam Chantal gedoucht en gekleed de keuken binnenstrompelen. Ze droeg een joggingbroek, een nogal uitgerekt felroze T-shirt en had haar haren in een slordige paardenstaart gebonden. Haar gezicht was make-uploos en dat betekende dat de donkere schaduwen onder haar ogen maar al te duidelijk zichtbaar waren. In haar mond proefde ze nog altijd licht de zure smaak van overgeefsel. Gelukkig had het misselijke gevoel bijna opgehouden – wat ze van de hoofdpijn niet kon zeggen.
Zo te zien was ze echter niet de enige met een kater. Aan de keukentafel zat Georg met een wasbleek gezicht en een kapsel dat eruit zag alsof hij zijn vingers in het stopcontact had gestopt. Ook zijn ogen werden gedragen door dikke wallen, kon Chantal met zwak leedvermaak vaststellen. Voor hem op tafel stond een glas water; op het moment dat ze binnenkwam, liet hij er net een aspirine in oplossen.
Bij het aanrecht, bezig met het koffiezetapparaat, stond Gustav. Hij leek minder last te hebben van hoofdpijn of misselijkheid, zijn gezicht stond eerder slaperig en duf. Dat was ongewoon, tenslotte was Gustav een ochtendmens. Een ander gevolg van alcohol dus, besloot Chantal en liet zich naast Georg op een stoel zakken. Meteen maakte haar voorhoofd contact met het koude hout van de keukentafel. De verkoeling hielp een beetje tegen de hoofdpijn, maar niet goed genoeg.
Gustav draaide zich van het koffiezetapparaat af en constateerde op zijn normale droge manier: ‘Aspirine.’
‘Hm...’ bromde Chantal alleen. Gustav pakte een glas uit één van de kastjes, vulde het bijna tot de rand met water en zette die voor haar neus. Vervolgens schoof hij haar de strip aspirines toe, waar ze twee pilletjes uithaalde en die vervolgens één voor één met een paar slokken water naar binnen werkte. Ze bedankte niet, daarvoor had ze te weinig puf, maar Gustav had haar toch al weer zijn rug toegedraaid.
Gestommel uit de woonkamer kondigde de komst van Andy en Alex aan. Die kwamen allebei uitgebreid gapend de keuken binnen, trokken meteen een stoel naar zich toe en ploften erop neer.
‘Aspirine...’ raspte Andy meteen. Zijn wallen waren minstens zo dik als die van Georg, zijn haren hadden dezelfde stopcontactuitstraling en zijn handen moesten zijn hoofd ondersteunen, zodat hij niet op het tafelblad zou vallen.
‘Ik hoop dat we nog genoeg hebben voor vandaag,’ mompelde Gustav en haalde nog twee glazen uit het kastje. De koffie die hij net had gezet, stond aangeroerd op het aanrecht; iedereen had tot op dat moment alleen nog maar om aspirine gevraagd. Hij schonk zichzelf een kop in, plofte op de stoel naast Alex en nam een slok van de hete drank.
Het klokje op het aanrecht sprong naar 11:34 en een diepe stilte daalde neer over de tafel.

Ongeveer een half uur later was het Andy die als eerst zijn mond opendeed. Zijn stem schuurde, alsof hij prikkeldraad in zijn keel had, en hij moest eerst flink zijn keel schrapen vóór het meer dan een fluistergeluid werd. ‘Tweeling al gesignaleerd?’ De vraag was – natuurlijk – gericht aan Gustav, die als eerste opgestaan was.
De drummer schudde zijn hoofd. ‘Die liggen waarschijnlijk tot het avondeten nog met hun vriendin in bed.’
Chantal, die ondertussen haar hoofd van tafel had opgeheven en met haar pink in een glas water roerde, draaide haar ogen een heel klein stukje in Gustavs richting. Wat zei hij daar nou? “Met hun vriendin”? Bedoelde hij nu dat de tweeling een trio had gevormd met Hannah of hadden ze plotseling allebei een vriendin?
Wacht.
Terugspoelen.
Het kostte haar moeite om te focussen op de beelden in haar brein, ze waren lichtelijk wazig door de hoofdpijn en het misselijke gevoel dat ze zich herinnerde van het wakker worden. Na een paar fronsende minuten besefte ze echter dat Raquel niet in de kamer was geweest toen zij naar de badkamer ging. Ook in de keuken was het meisje niet opgedoken en de woonkamer was waarschijnlijk ook leeg, aangezien Andy en Alex daar nog geslapen hadden.
Betekende dat dan...
Kon dat dan betekenen dat...
Verder terugspoelen. De avond daarvoor was zo mogelijk nog vager dan de ochtend, Chantals herinneringen hielden op bij het moment dat ze met Raquel en Hannah voor de spiegel had gestaan. Ze wist dat ze daarna met de jongens naar de club gereden waren, dat ze daar gedanst had, cocktails gedronken had – maar dat wist ze omdat dat logisch was, niet omdat ze zich iets herinnerde.
Ze fronste dieper, ook al maakten de plooien in haar voorhoofd de kater er niet beter op. Er móést iets zijn waar ze zich aan kon herinneren... Iets ná het opmaken in haar badkamer. Maar nee, er was niets meer. Alleen een grote zwarte vlek, net Bills eyeliner als hij zich na een lange dag weer eens zonder erbij na te denken door de ogen wreef en daarbij zijn make-up over zijn hele gezicht smeerde.
Bill. Altijd was het Bill waar haar gedachten naartoe werden geleid. Dan had ze gisteravond vast ook aan hem gedacht. Met hem gepraat, waarschijnlijk. Met hem gedanst? Zou dat kunnen? Nee, hij danste niet... Behalve toen in Wenen. Met Raquel.
Op dat moment ging de keukendeur open en, hoe onwaarschijnlijk ook, Bill stapte over de drempel. Zijn pikzwarte haren hingen omlaag om zijn gezicht, vochtig en behoorlijk warrig; waarschijnlijk had hij net gedoucht en alleen maar kort met een handdoek door de lokken gewoeld om hen te drogen. Hij droeg geen make-up, maar wel een donkere spijkerbroek en een zwart shirt met in glimmende gouden letters een woord, dat Chantal zo snel niet kon lezen. Het kettinkje dat hij voor zijn verjaardag had gekregen hing om zijn hals.
‘Goedemorgen!’ zong hij vrolijk. Het antwoord was een grommend gemompel dat langs de tafel ging en eindigde bij Georgs middelvinger. Bill giechelde zonder zich iets aan te trekken van de chagrijnige gezichten en liep naar het aanrecht. Chantal sloeg hem gade terwijl hij twee bekers uit het kastje pakte, het koffiezetapparaat een tik gaf en zachtjes fluitend de suikerpot naar zich toe trok.
‘Twee bekers?’ kraste Andy. ‘Voor jou en je ego of wat?’
Bill schoot in de lach. Het geluid stuiterde als een pingpongbal tussen Chantals oren en ze vertrok haar gezicht. Hield zelfs Andy dan geen rekening met een kater? Toen antwoordde de zanger: ‘Wat dacht je van een beker voor Raquel?’, en plotseling was de hoofdpijn niet belangrijk meer.
Raquel. Bill. Raquel.
Versmolten lippen.
Het beeld schoot weer voor Chantals ogen langs, haar geheugen herkende de jaloezie die door haar lichaam schoot toen Bill Raquels naam noemde. Die emotie had ze vaker gevoeld, om niet te zeggen heftiger. Vooral gisteravond.
Langzaam druppelden de beelden Chantals brein binnen. Samen lachen, samen dansen – elkaar kussen: elk moment Bill en Raquel samen brandde op haar netvlies. Brandde, letterlijk. Het gevoel verspreidde zich als een golf vanaf haar ogen langs haar wangen naar haar keel en vanaf daar omlaag, tot ze het gevoel had van haar kruin tot aan haar tenen te branden.
Voor de tweede keer beseffen dat ze Bill kwijt was, deed nog veel meer pijn dan de eerste keer.

40.

Niemand besefte wat er op dat moment door Chantals hoofd ging. Het vertrekken van haar gezicht zouden ze, als ze het al zagen, waarschijnlijk toeschrijven aan de kater; daarbij waren ze allemaal te druk bezig met hun eigen kater om de tranen in Chantals ogen op te merken. Andy mekkerde dat hij nog meer aspirine wilde, Gustav weigerde die te geven (aangezien Andy in staat was de hele strip in te nemen), Georg brulde er doorheen dat hij hoofdpijn kreeg van Andy’s gezeur en Alex besloot in al die commotie om simpelweg te kamer te verlaten.
Chantal wilde hem achterna, kon het niet aanzien hier te blijven. Niet alleen vanwege het gebekvecht – eigenlijk bijna niet vanwege het gebekvecht. Ze voelde fysieke golven pijn door zich heentrekken bij elke blik die ze op Bill wierp. En Bill was zo’n persoon waar je simpelweg naar móést kijken als je Chantal Jones heette.
Ze had zich net half uit haar stoel geworsteld, toen haar voornemen jammerlijk werd gedwarsboomd door voetstappen op de gang. Lichte voetstappen. Meisjesvoetstappen. Laat het Hannah zijn, laat het Hannah zijn, bad Chantal onwillekeurig, ook al wist ze ergens wel dat het Hannah niet kon zijn. Als Tom nog niet verschenen was, kwam ook Hannah nog niet uit bed gekropen.
De keukendeur ging open en Raquels zwarte krullen zwierden de ruimte binnen. Ze droeg een spijkerbroek met daarop een T-shirt dat duidelijk van Bill was, een zwarte met heel groot ZOOMPH erop en daaronder een autootje, en leek zelfs nog wakkerder dan Bill. Geen kater. Raquel was nog nooit dronken geweest, hoogstens licht aangeschoten; na een avond uitgaan was zij meestal degene die de aspirine uitdeelde.
‘Goedemorgen,’ begroette Gustav haar, trok vervolgens de strip aspirine uit Andy’s handen en blafte: ‘Afblijven! Je hebt er al drie op!’
Raquel grinnikte en liet haar ogen door de keuken glijden. Natuurlijk bleef haar blik op Bill hangen, wiens gezicht bij haar binnenkomst oplichtte alsof iemand een schakelaar had omgezet. Chantal wenste dat ze door haar stoel kon zakken en verdwijnen – op dit moment kon zelfs haar carrière bij Tokio Hotel haar niets meer schelen. Zolang ze dit maar niet hoefde te zien.
Zelfs Raquel had op het moment geen oog voor Chantal; op elk ander tijdstip had ze Bill de kamer uit gedirigeerd, om de blondine te ontzien, maar nu niet. Chantal werd misselijk van het geluk dat ze uitstraalden, en toch kon ze haar blik niet afwenden. Haar ogen zogen alles in zich op, elk pijnlijk detail van de liefde die ze over het hoofd had gezien.
Bill legde zijn arm om Raquels middel en fluisterde iets in haar oor.
Raquel lachte.
Bill drukte een kusje op haar voorhoofd.
Raquel legde een hand op zijn schouder en kuste hem vluchtig op de lippen.
Bills vingers draaiden zich in Raquels haren, hij verdiepte haar kus.
Chantal stond op het punt halsoverkop de kamer uit te rennen, ze kon dit echt niet langer aangezien. Gelukkig werd ze gered door Gustav; hij kuchte nadrukkelijk en zette zijn beker met een klap op tafel. Andy kreunde dat hij nu nog meer aspirine nodig had, maar Gustav had het te druk met bestraffend naar zijn zanger kijken om daarop te letten.
Bill lachte opgewekt. ‘Oké, oké, ik snap de hint. We zijn al weg.’ Hij nam zijn koffiebeker op, Raquel volgde zijn voorbeeld en het volgende moment verdwenen ze allebei naar de woonkamer.
‘Ah, jemig,’ verzuchtte Georg en ging wat rechter op zitten. ‘Hopelijk heeft Bill nu niet meer constant een pesthumeur, hij begon me echt op de zenuwen te werken. Twee albums uitgebracht, half Europa aan zijn voeten en dat joch gelooft nog steeds dat hij geen meisjes kan strikken.’
Hij schudde zijn hoofd, vertrok zijn gezicht en stond op. ‘Ik ga weer maffen. Wek me maar als er eten is.’
De bassist verliet daarmee de keuken. Gustav mompelde iets dat klonk als “mag weer voor alles zorgen, jawel” en nam vervolgens Georgs nu lege stoel in. Op dat moment kwam Chantal overeind; de twee paar ogen richtten zich nu op haar.
‘Ik ga ook weer naar bed,’ meldde ze, zo rustig mogelijk. Godzijdank had ze een goed excuus om zich de hele dag op haar kamer te verschuilen. Andy en Gustav murmelden een paar begrijpende woorden en Chantal verliet de keuken. Vanuit de woonkamer hoorde ze Bill lachen; met tranen brandend achter haar ogen vluchtte ze naar haar kamer.

Raquel wist dat ze zich schuldig hoorde te voelen. Ergens vanbinnen was dat schuldgevoel er ook wel, maar ze kon er niets aan doen dat het onderdrukt werd. Ze was op dit moment veel te gelukkig om zich ergens druk om te maken. Veel te verliefd.
Wakker worden in Bills armen voelde zo heerlijk. Ze kon het nog steeds maar half geloven: hij was al die tijd, praktisch vanaf hun eerste ontmoeting, al verliefd geweest op haar, zoals zij op hem. Hij had zelfs een song voor haar geschreven. Een song die over een tijdje iedereen zou kennen. Ook al was het onwaarschijnlijk dat iemand door zou hebben voor wíé het nummer precies was geschreven, de gedachte aan Nur Geträumt als liedje op een album doortrok Raquel tot in de puntjes van haar tenen met warmte.
‘Een stuiver voor je gedachten,’ fluisterde Bill in haar oor. Ze zaten op de sofa in de woonkamer, koffiedrinkend en pratend, dicht tegen elkaar aan. In een korte gesprekspauze waren Raquels gedachten afgedwaald naar het schuldgevoel, nu kreeg Bill haar volle aandacht terug.
‘Driemaal raden,’ antwoordde ze lachend.
‘Krijg ik dan ook drie stuivers?’ vroeg hij met plagerige stem.
Raquel grinnikte. ‘Zó werkt het niet. Als je het goed hebt, krijg je een kus, oké?’
‘En als ik het niet goed heb?’ informeerde hij en trok vervolgens een deugdzaam gezicht. ‘Dan moet je me troosten.’
Ze lachte weer. ‘Raad maar gewoon.’
‘Hmm...’ Zijn gezicht sprong op nadenkend. ‘Je dacht aan... mij.’ Hij wiebelde met zijn wenkbrauwen naar haar en ze kon een nieuwe grinnik niet onderdrukken.
‘Bingo.’
‘Yes, ik had het goed!’ deed hij, rolde met zijn ogen en trok haar naar zich toe. ‘Krijg ik nu dan een kus?’
‘Jij altijd.’ Raquel wilde het liefst voor eeuwig zo blijven zitten, lachend en pratend en onbezorgd, om hem te kunnen kussen en zijn Axe-koffie-jongen-geur in haar neus te hebben. In gedachten zoog ze alle details in zich op, maakte een mentale foto van dit moment, zodat ze het werkelijk nooit zou kunnen vergeten.
Toen raakten haar lippen de zijne en ze dacht helemaal niet meer.

Hannah werd wakker met Toms dreadlocks in haar gezicht. Ze giechelde zachtjes en duwde de slierten terug in Toms richting, zorgde er aandachtig voor dat hij daarbij niet wakker werd. Hij zag er veel te schattig uit als hij sliep, helemaal niet zo cool en macho-achtig als hij zich voordeed wanneer hij wakker was.
Met een glimlach op haar ronde gezichtje dacht Hannah terug aan de vorige avond. Het was zo perfect verlopen... Ze had met Tom gedanst, hij had geen enkele keer naar andere meisjes omgekeken – zelfs niet toen een aantal bloedmooie en schaars geklede exemplaren overduidelijk zijn aandacht probeerden te trekken – en hij had haar gekust. Meerdere keren zelfs, waar al die meisjes bij waren. En later, eenmaal terug in het appartement, nog wel meer dan alleen gekust...
Ze giechelde weer en zuchtte toen, een zucht van geluk. Niemand had haar ooit kunnen beschrijven hoe mooi het was om verliefd te zijn – en te weten dat je gevoelens beantwoord werden. Tom was het perfecte vriendje, dat kon gewoon niet anders. Háár perfecte vriendje. Hij snurkte niet eens, hoe mooi was dat?
Op dat moment voelde ze hem omdraaien onder de dekens en vervolgens zijn armen, die zich om haar middel wikkelden. Gewillig liet Hannah zich naar hem toe trekken; hij drukte haar stevig tegen zich aan en plaatste zorgvuldig een kus in haar hals.
‘Hannah?’
‘Hm?’ antwoordde ze.
‘Ik houd van je.’

41.

De rest van het weekend gleed veel te snel voorbij naar Raquels zin. Ze was het liefst bij de jongens – bij Bill – in Hamburg gebleven, maar er waren teveel redenen die dat onmogelijk maakten. Ten eerste natuurlijk de materiële reden dat al haar kleren en dergelijke in Berlijn waren. Ten tweede zou haar moeder het nooit goed vinden. Ten derde was de manager van de jongens er vast ook niet zo blij mee en ten vierde – Chantal.
In de eerste waas van blijdschap en geluk had Raquel er niet aan gedacht, maar nu haar vertrek naderde en ze begon na te denken, drong Chantal zich op de voorgrond. Wat zou ze doen? Hoe zou ze reageren als de eerste schok voorbij was? Bij het idee dat Chantal zou proberen hun prille relatie te schaden, liepen Raquel de rillingen over de rug. Bill kwijtraken? Onvoorstelbaar. Nee, ze wílde het zich niet voorstellen. Maar Chantal kennende zou ze niet simpelweg bij de pakken neerzitten.
Aan de andere kant bleef Bill een ongelooflijke dromer en zou waarschijnlijk de helft van de tijd niet eens doorhebben dat er tegen hem gepraat werd, als hij eenmaal in zijn eigen wereldje zat moest je hem eerst met een hamer slaan – figuurlijk dan. Tenzij je deel uitmaakte van dat wereldje, zoals Tom. En zoals ik, dacht Raquel, misschien.
Ze schudde licht haar hoofd en concentreerde zich weer op het koffiezetapparaat. Het was ondertussen zondagochtend, Gustav en Alex waren allang op en vertrokken. Zij zouden die dag Hamburg onveilig maken, vóór Gustav zijn beste vriend op de trein naar huis zette. Van Chantal, Georg, Andy, Tom en Hannah ontbrak nog elk spoor; Bill was in de badkamer.
Raquel zat net aan de keukentafel, met haar rug naar de deur, roerend in haar kopje, toen de zanger in kwestie binnenstapte. Met een licht duivelse grijns bekeek hij de warboel aan krullen, strikte vervolgens een denkbeeldige das en legde in één beweging door zijn handen op Raquels schouders. Ze was zo diep in gedachten dat ze niets gemerkt had en schoot met een geschrokken gil overeind.
‘Bill!’
Hij grinnikte en slenterde naar het aanrecht. ‘Sorry, ik kon het niet laten.’ Over zijn schouder flitste hij haar zijn puppyoogjes toe. ‘Ben je nu boos op me?’
Hoofdschuddend zakte Raquel terug in haar stoel. ‘Ontzettend boos,’ loog ze, niet erg overtuigend. Bill lachte zonder enig spoor van schaamte en Raquel moest wel meelachen, of ze nu wilde of niet. Heimelijk was ze blij dat hij haar gedachten had afgeleid; ze wilde haar laatste dag hier niet verpesten door dat onzekere gepieker.
‘Je fronst,’ zei Bill naast haar. Opnieuw schrok ze op en keek hem vaag aan. ‘Je fronst,’ herhaalde hij. ‘Waar denk je aan?’
‘Mijn moeder,’ was het eerste dat in Raquel opkwam. Echt onwaar was het ook niet, want haar moeder behoorde ook tot de problemen die ze voorzag. Elvira zou vast niet al te blij zijn met Raquels keuze voor Bill. Niet dat het nou echt een keuze was; tenslotte kóós je er toch niet voor verliefd te worden, je werd het gewoon. Het overkwam je.
Bill monsterde haar gezicht en informeerde: ‘Niet positief?’
‘Mijn moeder maakt van alles wat geen probleem is, een enorme rel. En alles wat ìk een probleem vind, interesseert haar niet.’ Raquels stem klonk bitter, maar ze probeerde zich onder controle te houden. Ze wilde Bill niet al op de tweede dag van hun relatie lastigvallen met dat soort dingen.
‘Denk je dat ze een probleem maakt van mij?’ Het idee leek Bill nauwelijks te storen. Hij was onderhand wel gewend aan heftige reacties op zijn persoon; Raquel herinnerde zich plots aan een uitspraak die hij ooit eens in een interview gedaan had, over de tijd dat hij – en Tom – op de middelbare school gepest werden. “Ik vond het veel erger als ze niet over me praatten, dan als ze slechte dingen over me zeiden,” had Bill verklaard. Typisch.
Raquel haalde haar schouders op. ‘Misschien. Waarschijnlijk.’ Ze keek hem verontschuldigend aan. ‘Dat moet je niet al te persoonlijk opvatten, ze...’
‘Oh, maak je daar maar geen zorgen over,’ verzekerde Bill haar opgewekt. ‘Zovéél mensen maken een probleem van mij, als ik daar niet tegen kon zat ik hier nu niet. Zolang het voor jou niet te vervelend wordt, kan het me echt niets schelen wat je moeder over me denkt, eerlijk gezegd.’
Ze grinnikte, opgelucht door zijn positieve instelling. ‘Gelukkig maar dan... Voor mij maakt het ook niet uit wat haar mening over jou is, maar ik dacht – nou ja. Je moet het gewoon weten.’ Na een korte pauze trok ze plots een strijdlustig gezicht en liet erop volgen: ‘Ze brengt me toch niet op andere gedachten, ze heeft maar te accepteren dat ik alleen van jou houd.’
Dat bracht een brede smile op Bills gezicht en zijn vingers sloten zich om de hare. ‘Ik houd van je, Raquel.’
Ze boog zich naar hem toe en zocht zijn lippen. Hij was sneller, legde zijn vrije hand in haar nek en drukte zachtjes zijn mond op de hare.

‘Nee, niet weggaan!’ riep Georg dramatisch. ‘De tweeling gaat de hele week chagrijnig zijn, dat overleef ik niet!’
Smekend stak hij zijn handen naar de meisjes uit, maar die konden alleen lachend hun hoofd schudden. Meteen verdween Georgs gepijnigde gezicht en hij haalde zijn schouders op. ‘Het was een poging waard.’
Bill klopte hem meelevend op de schouder. ‘Ooit komt het wel goed met je, Georgje, geen zorgen.’
‘Zegt meneer de zanger met zijn kapsel tot het plafond en genoeg make-up om heel Hamburg mee te schilderen,’ knorde de bassist terug. Zijn opmerking resulteerde echter alleen in een nieuw lachsalvo afkomstig van de tweeling plus hun vriendinnen, waarop Georg afdroop en televisie ging kijken.
‘Dag Moritz!’ brulde Hannah de gang nog door, als laatste afscheidswoord aan de bassist, en vervolgens trok Tom de voordeur dicht. Chantal lag nog steeds in bed; de meisjes waren kort haar kamer ingegaan om afscheid te nemen, maar dat was alles. De blondine claimde dat ze zich niet lekker voelde en iedereen behalve Raquel geloofde haar, gezien de hoeveelheid alcohol die ze in haar bloed had gehad.
Op het moment dat de tweeling, Raquel en Hannah de trap afliepen, kwam Gustav juist het gebouw binnen. Hij had Alex afgezet op het station en begon meteen te zuchten toen hij het groepje in het oog kreeg. ‘Had je de deur niet gewoon open kunnen laten?’ morde hij, begon tegelijkertijd zijn jas te doorzoeken voor zijn sleutels.
‘Dag Gustav!’ riepen de meisjes in koor. ‘Tot de volgende keer!’
‘Kunnen jullie niet blijven? De tweeling gaat echt niet te genieten zijn,’ zuchtte hij als antwoord en diepte eindelijk zijn sleutelbos op uit zijn jaszak.
‘Dat zei Georg ook al, maar ik snap niet waar jullie dat vandaan halen!’ riep Bill gespeeld beledigd. ‘Waarom zou ik nou weer chagrijnig zijn?’
‘Omdat je een verwend nest bent dat het liefst de hele dag op de sofa hangt met z’n vriendin,’ antwoordde de drummer droogjes. ‘Niets persoonlijks, Raquel, maar ik meen het. Je kan maar beter zo snel mogelijk terugkomen, want Bill is echt vreselijk als je er niet bent.’
‘Nou, bedankt,’ pruttelde Bill met een verontwaardigde uitdrukking op zijn gezicht. ‘En dáármee zit ik dus in een band!’
‘Je hebt het maar zwaar. Wij zitten met jóú in een band, weet je wel,’ zei Tom, niet in het minst onder de indruk, en trok zijn broertje aan de mouw van diens jack richting de uitgang. ‘Meekomen en klep houden, Paris.’
‘Hé!’ protesteerde Bill meteen, nu daadwerkelijk beledigd. ‘Vergelijk me niet met Paris Hilton, oké? Zó erg ben ik bij lange na niet!’
‘Nog niet,’ bromde Tom, terwijl achter hen de meisjes ondertussen de slappe lach hadden. Bill sputterde nog steeds tegen, maar Tom reageerde niet meer en na een tijdje hield de jongste Kaulitz er ook mee op. Raquel ging naast hem lopen – Tom wijdde zich aan Hannah – en pakte zijn hand. Meteen fleurde Bills gezicht weer op; hij schonk haar een brede glimlach en vouwde zijn vingers stevig om de hare.
Om niet op te vallen tijdens de wandeling naar het station droegen de tweelingbroers op het moment “verkleedkleren”, oftewel gewone kleding. Toms broek hing dan wel half onder zijn kont, maar was geen tien maten te groot en Bill droeg voor de verandering eens een jeans die niet perfect om zijn lijf sloot, maar juist wat losser hing. Daarbij had hij een pet op zijn hoofd en was ongeschminkt; de gelijkenissen tussen de twee waren nog niet eerder zo zichtbaar geweest voor Raquel en ze monsterde hen nieuwsgierig.
Lang duurde dat echter niet, het station kwam in zicht en Raquels hart viel plotseling als een baksteen omlaag. Ze wilde nog niet weg. Ze wilde niet weg én ze wilde niet terug. Berlijn, met al haar opvallende, levendige, kleurrijke, bijzondere en soms ook vreselijk lelijke hoekjes en gaatjes, scheen haar plots saai en nietszeggend toe. Zonder Bill was elke plek saai, dacht ze. Hoe was het mogelijk dat je in zo’n korte tijd zo verslaafd raakte aan iemand?
‘Spoor zeven,’ mompelde Tom, na een blik op het bord met vertrekkende treinen. ‘Da’s die kant op.’ Hij trok Hannah mee, leidde hen langs alle haastige drukke mensen en de kiosken vol snoep en kranten richting het juiste spoor. Met elke stap voelde Raquel zich zwaarder worden. Ze wilde niet.
‘Ik wil niet dat je weggaat,’ murmelde Bill op dat moment in haar oor. ‘Maar David vermoordt me als ik je in m’n kast verstop, denk ik.’
Raquel giechelde. ‘Mijn moeder ook, durf ik te wedden. En daarna vermoordt ze mij.’
‘Uh, dat kan ik onmogelijk riskeren. Een wereld zonder jou, wat heb ik dáár nou aan?’ Hij trok een gezicht, schudde zijn hoofd en wikkelde vervolgens zijn armen om haar middel. Ze duwde de pet een stukje omhoog, zodat ze hem makkelijker kon aankijken, en hij kuste haar teder.
‘Ik bel je. Elke dag, goed?’ fluisterde hij nog, toen stapten Raquel en Hannah in de trein en lieten de tweeling achter op het station.

42.

Langzaamaan nam het leven weer een normaal ritme aan. Raquel werkte elke dag behalve woensdag en zondag, verbracht haar vrije tijd met Hannah en Lisanne en bezocht af en toe haar naamgenootje in de dierentuin. Jonathan begon een verslaving te ontwikkelen aan de bezoekjes en vroeg bijna elke woensdag of ze weer zouden gaan. Raquel wilde hem niet teleurstellen, maar soms moest ze er toch aan geloven. Ze had nog meer te doen.
Aan Bill denken, bijvoorbeeld. Sinds dat weekend en hun eerste kus waren twee weken verstreken en ze hadden elkaar elke dag gesproken. Bill belde haar meestal ’s avonds rond tienen, waarschijnlijk zijn eerste echte rustmoment op een dag. Raquel genoot van hun gesprekken; meestal zette ze haar gsm op de speakers, maakte het zich gemakkelijk in haar bed en dan praatten ze tot middernacht of langer over van alles en nog wat. Zo was het net alsof hij een beetje bij haar was – zijn stem hoorde ze in elk geval van heel dichtbij.
Tijdens die gesprekken leerden ze elkaar nog beter kennen dan eerst. Ze spraken niet alleen over belangeloze dingen, over wat ze van elkaar al wisten, borduurden niet voort op oude onderwerpen. Elke avond ontdekten ze stukje bij beetje meer van elkaars leven, gedachten, dromen en angsten. Raquel genoot van elke seconde. Bill was een ongelooflijke kletskous, maar hij praatte niet om het praten zelf en dat maakte een wezenlijk verschil. Hij vertelde dingen die ertoe deden en was niet te beroerd om te luisteren als zij iets wilde zeggen; integendeel, hij moedigde haar door zijn eerlijke interesse aan te praten en gaf antwoord op de dingen die belangrijk waren. Elke avond groeide het vertrouwen en de vertrouwdheid een stukje meer.
Elvira was niet al te gelukkig met deze nieuwe ontwikkeling in het leven van haar dochter. Enerzijds gunde ze Raquel geluk in de liefde en dat scheen het meisje gevonden te hebben, maar anderzijds moest Elvira voor zichzelf vaststellen dat ze Bill vanuit de verte al niet mocht en niet vertrouwde. Zijn status alleen al, zijn beroep, zijn uiterlijk: voor Elvira genoeg redenen om te hopen dat hij bij haar dochter uit de buurt bleef. Daarvoor was het nu alleen een beetje te laat.
“Gelukkig” zagen de twee elkaar niet al te vaak. Bill was in het weekend meestal ook de hele dag in touw, Raquel werkte eveneens en Hamburg was misschien niet het einde van de wereld, maar ook niet om de hoek. Voor Elvira alleen maar positief, voor Raquel bleek het af en toe een marteling. Ze had zich één weekend lang overgegeven aan de dwarrelende vlinders in haar buik en nu waren de vleugels niet meer te houden. Ze miste hem.
Bij Hannah en Tom ging het precies zo, zelfs al hadden zij net iets langer ervaring met de afstand. Daarom hadden ze elkaar beloofd om de eerste de beste gelegenheid naar Hamburg te gaan, met beide handen aan te grijpen. De vraag bleef nu wanneer die kans zich aanbood.

Verrassend genoeg werd de volgende kans mogelijk gemaakt door Georg. Vier weken waren voorbijgegaan, Raquel viel op een donderdagavond na een uitzonderlijk frustrerende werkdag op bed en schrok onmiddellijk weer overeind: haar gsm begon te trillen in haar jaszak.
Een tikkeltje verrast – Bill belde zelden zo vroeg, het was nog geen half negen – hengelde Raquel naar het toestelletje en keek op de display. Georg, zeiden de zwarte lettertjes. Nu nog verbaasder drukte ze op het groene telefoontje. ‘Georg?’
‘Ja, Georg,’ kwam het droge antwoord. ‘Ik weet het, je wacht eigenlijk op iemand anders, maar ik bel ook precies vanwege die iemand.’
‘Is er iets met Bill?’ vroeg Raquel onmiddellijk, terwijl ze zich weer op haar bed liet zakken en het clipje uit haar krullen trok.
‘Nou... In zekere zin wel. Hij maakt me gek,’ meldde Georg op zijn gebruikelijke nuchtere toon. ‘Vier weken lang zijn gezwijmel en gezeur aanhoren gaat je niet in de koude kleren zitten. Die jongen heeft echt een steekje los.’
Raquel grinnikte. Ze wist dat Bill allesbehalve doorsnee was – dat maakte hem juist zo leuk. ‘En wat wil je dat ik daaraan doe?’ informeerde ze.
‘Kom hierheen. Van morgenavond tot zondagmiddag, alles is al geregeld. Gustav belt Hannah, Tom is bijna net zo erg als z’n broer. Wij betalen de treinkaartjes en halen jullie op. De tweeling mag er niets van weten, anders zijn ze morgen nog minder te genieten.’
‘Hebben jullie dit weekend geen afspraken of zo?’ Raquel kreeg haar hartslag slechts met veel moeite onder controle. Haar hele binnenste schreeuwde ja!, ze wilde ontzettend graag op de trein springen en hen opzoeken. Hem opzoeken. Toch dwong ze zichzelf om ernaar te vragen; ze wilde hen niet tot last zijn.
‘Nee, alleen studiowerk,’ antwoordde Georg. ‘Inspelen en opnemen en dat soort shit. Dus, hoe laat mogen we je verwachten?’

Vrijdagavond om half zeven sukkelde de trein Hamburg Hauptbahnhof binnen. Hannah duwde haar voorhoofd tegen het raam en probeerde naar buiten te kijken, op zoek naar de bekende gezichten die hen kwamen ophalen. Aan haar gezicht te zien kon ze hen niet vinden, wat Raquel niet erg verbaasde; Georg en Gustav waren misschien wel minder opvallend dan de tweeling, ze moesten zich toch vermommen als ze de straat opgingen.
‘Kom, die vinden ons sowieso sneller dan wij hen,’ stootte ze Hannah aan en trok haar tas uit het bagagerek. Haar vriendin volgde haar voorbeeld; even later stonden ze op het perron om zich heen te kijken, tassen tegen zich aangeklemd.
‘Hey ho!’ klonk er plotseling vanaf de zijkant. Twee jongens in bomberjacks, met hun petjes achterstevoren op hun hoofd, doken naast hen op en één van hen sloeg meteen een arm om beide meisjes heen. Georg, natuurlijk, met zijn schouderlange haren weggemoffeld onder de pet.
‘Schone dames, volg mij,’ grijnsde hij en voerde hen mee naar de uitgang. Gustav hobbelde met de tassen achter hen aan.
Buiten stond een onopvallende grijze Volkswagen half op de stoep geparkeerd. Twee oude dametjes wierpen hen afkeurende blikken toe toen ze bij de auto bleven staan; Georg grijnsde opgewekt en viste zijn sleutels tevoorschijn. ‘We moeten wel nog even langs de pizzeria,’ meldde hij over zijn schouder, ‘we zijn de studio uitgesneakt met het excuus dat we pizza’s gingen halen. Ze waren zo druk bezig dat ze niet beseften dat we ook pizza’s hadden kunnen bestellen.’
‘Waar zijn jullie eigenlijk mee bezig?’ vroeg Raquel nieuwsgierig en schoof op de achterbank. Hannah stapte aan de andere kant in, nam haar tas van Gustav over en klikte de riem vast.
‘Dat mag je vriendje je uitleggen, die laat je waarschijnlijk elke millimeter van de studio zien,’ antwoordde Georg droogjes. ‘Ik zweer het, ik ken de tweeling al sinds hun twaalfde en ze zijn nog nooit zo onuitstaanbaar geweest.’
Hij trapte op het gaspedaal en de auto stoof van de stoep, om zich onmiddellijk in het drukke verkeer rondom het station te mengen. Raquel en Hannah wisselden een grijns en een veelbetekenende blik. Dit was precies zoals ze het zich hadden voorgesteld – ze voelden zich helemaal thuis.
Een paar straten verderop parkeerde Georg de auto weer half op de stoep, ditmaal voor een pizzeria. ‘Wachten jullie maar hier, ik ga wel bestellen,’ wuifde hij en griste zijn portemonnee uit het handschoenenvakje. ‘Wat willen jullie eigenlijk?’
‘Maakt niet uit,’ zeiden de meisjes tegelijkertijd. ‘Zolang er maar geen vis op zit,’ voegde Raquel erbij. ‘Ik houd niet zo van vis.’
‘Check.’ En Georg verdween naar binnen. Om de tijd te doden tot hij terugkwam speelden Hannah en Gustav Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, waar Gustav behoorlijk goed in bleek te zijn; hij scheen een talent te hebben voor het spotten van kleine streepjes kleur die niemand anders zag.
Raquel staarde uit het autoraampje. Niet dat er veel te zien was, gewoon een straat in Hamburg, maar dat deed er niet erg toe. Eigenlijk zaten haar gedachten veel te ver weg; ze zag niets van wat er op straat rondliep.
Ze dacht aan Bill. En daarmee onontkomelijk aan Chantal. Plotseling vroeg ze zich af of die ook in het complot zat. De tweeling mocht van hun komst niets weten, maar wist Chantal het wel? En zo nee, hoe zou ze dan reageren als Raquel plotseling op de stoep stond? Bezorgd beet Raquel op haar onderlip en legde haar hoofd tegen het autoraampje. Ze wilde niet constant aan Chantal denken als ze aan Bill dacht; ze wenste dat ze zich er overheen kon zetten.
Waarom kon ze dat niet gewoon?
‘Hier, houd vast!’ Georg opende haar portier en schoof zonder enige waarschuwing vier pizzadozen op haar schoot. De overige drie dumpte hij bij Gustav, vervolgens kroop hij weer achter het stuur en manoeuvreerde de auto zonder in de achteruitkijkspiegel te kijken terug de straat op. Een behoorlijk aantal auto’s achter hen toeterde er op los, maar Georg trapte simpelweg wat harder op het gaspedaal en knalde de Volkswagen met een stoïcijns gezicht door het verkeer.
Het enige goede gevolg van zijn rijstijl was dat ze nog geen tien minuten later al de trap op stommelden. Gustav liep voorop, drie pizzadozen in zijn armen, gevolgd door Hannah met haar tas en Georg met Raquels bagage. Raquel zelf sukkelde er achteraan, extra langzaam om de vier pizza’s niet op de grond te laten vallen.
Bovenaan de trap stond Chantal. Haar gezicht was als een masker – een masker geplooid in een enorme lach. ‘Hier, geef die maar aan mij,’ zei ze tegen Hannah en nam de tas uit haar armen. ‘Zo tof dat jullie gekomen zijn!’
‘Vinden wij ook,’ lachte Hannah opgewekt. Gustav drukte zich al langs hen heen, ging met de pizza’s op weg naar de keuken, en op hetzelfde moment zwaaide aan de andere kant van de gang een deur open. Twee hele bekende stemmen waaiden door de gang, bereikten het groepje op de drempel juist toen Raquel ook bovenaan de trap verscheen.
‘... natuurlijk weer anders. Maar zoals het nu klonk – hé, ik ruik pizza,’ viel Bill zichzelf in de rede en keek de gang door. Hij bleef onmiddellijk staan, zo abrupt dat Tom tegen hem op botste.
‘Wat...’ begon de oudste Kaulitz dan ook, maar verder kwam hij niet. Bills gezicht lichtte op en het volgende moment sprintte hij door de gang.
‘Raquel!’
‘Pizzaservice,’ lachte ze schaapachtig. Hannah trok heel subtiel de dozen uit haar handen en deed een stapje opzij. Net op tijd: Bill remde af en wierp zijn armen om Raquel heen. Nog voor er tijd was om iets te zeggen, vonden zijn lippen de hare. Ze ging op haar tenen staan en kwam hem tegemoet, terwijl een warm gevoel zich razendsnel door haar bloedbaan verspreidde.
Ze waren weer bij elkaar.

43.

Opgekruld in de grote leunstoel naast de flatscreen, met een pizzadoos op schoot, kon Chantal de rest van de kamer perfect overzien. Tom en Hannah deelden de zetel in de hoek, eveneens allebei met een pizzadoos, en hadden alleen oog voor elkaar. Georg en Gustav zaten aan de tafel bij het raam, als enigen met bordjes onder hun stukken pizza. Recht tegenover Chantal, op de sofa, pikte Bill net een olijf van Raquels pizza.
Chantal camoufleerde een zucht als een gaap en keek de andere kant op. Het was een stuk beter voor haar humeur om naar Tom en Hannah te kijken; voor hen kon ze tenminste écht blij zijn. Ze mocht Hannah graag en gezien Toms gedrag van de laatste tijd durfde Chantal wel te stellen dat hij het serieus met zijn relatie meende. Hij was bijna net zo irritant als Bill.
Diezelfde Bill maakte het Chantal veel minder makkelijk om blij voor hem te zijn. Ergens wist ze dat ze het hem moest gunnen, een vriendin en alles wat daarbij hoorde, maar ze kon niet om het feit heen dat zij die vriendin wilde zijn. En dat nu net Raquel wél dat geluk moest hebben...
Opnieuw voelde Chantal de jaloezie opborrelen in haar binnenste. Die emotie had ze lange tijd niet meer gehad, sinds Raquels laatste bezoek – en daarmee sinds het begin van de relatie – waren haar gedachten langzaam maar zeker verzacht. Als Bill meer in Raquel zag dan in haar, moest ze daar vrede mee hebben en hen alle geluk toewensen.
Zo had Chantal het met zichzelf afgesproken, maar nu ze de twee weer samen zag balde ze opnieuw haar vuisten. Zij wilde daar zitten, in Bills armen, zij zou hem moeten kussen! Om zichzelf in de hand te houden greep de blondine nog een stuk pizza, ook al hoefde ze eigenlijk niet meer, en beet er venijnig in.
Het kauwen kalmeerde haar gelukkig een beetje. Ze wendde haar hoofd naar Tom en Hanna, glimlachte vagelijk in hun richting en dacht bij zichzelf: beheersing, Chantal! Misschien raken ze vanzelf wel op elkaar uitgekeken. Lange-afstandsrelaties gaan vaker kapot dan dat ze standhouden. En dan zal Bill wel inzien wie eigenlijk voor hem gemaakt is.
Een half uur later werden de pizzadozen opgeruimd; alle zeven pizza’s waren verdwenen, voornamelijk met dank aan Tom en Georg. Die hadden niet alleen hun eigen pizza volledig op, maar ook de stukken die Hannah en Raquel niet meer hoefden. Chantal had uiteindelijk, om zichzelf af te leiden, toch haar hele pizza weten weg te moffelen.
‘Zo!’ riep Bill, toen de laatste sporen avondeten waren weggevaagd. ‘En wat doen we nu?’
‘Nu,’ zei Gustav droogjes, ‘zeggen jij en je grote broer eerst heel braaf dank je wel tegen mij en Georg. Want zonder ons zouden jullie nu eenzaam en alleen het weekend ingaan.’
‘Dank je wel!’ kwam het onmiddellijk in koor van de tweeling. ‘En nu?’ voegden ze er vervolgens, eveneens tegelijkertijd, bij en keken verwachtingsvol de kamer rond.
‘Kaarten?’ stelde Georg voor. ‘Pesten of zo, da’s wel leuk met zeven man.’
Ze stemden allemaal toe en verzamelden zich rond de keukentafel. Georg viste een pak kaarten uit de bestekla – Raquel kreeg prompt de slappe lach – en Gustav nam kort de regels door, zodat de kaarten niet bij iedereen iets anders betekenden. Zodra Raquel weer min of meer aanspreekbaar was, startte het spel.
De rest van de avond werd gevuld met kaarten en zelfs Chantal kon haar gedachten opzij zetten. Voor het eerst sinds tijden had ook zij weer plezier in het gezelschap van Raquel; ze lachte vrijuit, plaagde met de rest mee, speelde potje na potje en het maakte niet eens uit of ze verloor. Het was een meer dan geslaagde avond en Chantal ging met een glimlach op haar gezicht naar bed.

De volgende dag wachtte Bill een verrassing: hij werd wakker en besefte dat de rest van het huis nog sliep. Dat kwam ongeveer één keer in het jaar voor en hij was onmiddellijk even van zijn apropos. Hoe kon het zo stil zijn? Hij realiseerde zich nu pas dat hij vanuit zijn slaapkamer de auto’s op straat kon horen.
Op dat moment herinnerde hij zich Raquel. Zijn blik ging meteen opzij en een grote glimlach verspreidde zich over zijn gezicht. Het meisje lag naast hem, opgerold als een kat, en ademde regelmatig in en uit. Ze was nog diep in slaap en Bill werd zich weer eens bewust van hoe mooi ze was. Geen enkel meisje haalde het bij haar, besloot hij. Zelfs Miss Universe was wat hem betreft gewoontjes vergeleken bij Raquel.
‘En je hoort bij mij,’ fluisterde hij teder, voor hij zich naar haar toe boog en een lichte kus op haar voorhoofd drukte. Ze glimlachte in haar slaap, kroop iets dichter naar hem toe, maar werd niet wakker.
Bill vond het wel best, zo kon hij nog even ongestoord naar haar kijken. Hij ging weer liggen, streek zijn eigen lange haar naar achteren en glimlachte voor zich uit. De komende week, nam hij zich voor, zou hij extra aardig zijn voor Gus en Georg. Ze hadden tenslotte Raquel hierheen gehaald, wat hij zelf niet had durven vragen uit angst dat ze niet kon en hij teleurgesteld zou zijn – met teleurstelling had hij nooit goed om kunnen gaan.
Nu echter had hij geen reden om teleurgesteld te zijn en hij was het ook niet, want Raquel lag naast hem. Onder de dekens tastte Bill naar haar hand en vlocht zijn vingers door de hare. Zo wilde hij elke dag wakker worden; Raquels krullen op zijn kussen, haar geur in zijn neus en haar lichaam heel dicht bij. Dat zou voor alle dagen het perfecte begin zijn – en Bill geloofde er heilig in dat je aan het wakker worden kon aflezen wat voor dag het werd.
Met die gedachte in zijn hoofd viel hij opnieuw in slaap.

Voor Tom en Hannah begon de dag pas tegen twaalven. Ze waren na het kaarten ook niet meteen gaan slapen, hadden zich eerst nog eens intensief met elkaar beziggehouden – héél intensief.
Na de goedemorgenzoen om vijf voor twaalf kropen ze samen Toms bed uit en onder de douche. Daar bleven ze een hele tijd onder staan, tot Bill ongeduldig werd en de warmwaterkraan in de keuken opendraaide. Het was maar goed dat hij vervolgens koffie en broodjes klaarzette voor de twee, anders had Tom misschien alsnog wraak genomen en Bill door het hele huis gejaagd tot ze er beiden bij neervielen.
Nu zaten ze echter vreedzaam met zijn viertjes aan tafel; van Georg, Gustav en Chantal ontbrak elk spoor. Bill wist te vertellen dat Gustav met Chantal de stad in was gegaan om beenwarmers te kopen en trok daarbij zijn neus op.
‘Béénwarmers! Waarom zou je beenwarmers willen dragen? Als er iets lelijk staat...’
‘... zijn het jouw cowboylaarzen wel!’ vulde Tom droogjes aan. ‘Ik geloof dat jij bij “beenwarmers” nog steeds die gebreide, die mama ooit eens voor ons gemaakt heeft, in je hoofd hebt.’
Raquel verslikte zich prompt in haar koffie, Bill klopte zorgzaam op haar rug en keek tegelijkertijd nogal vies naar zijn tweelingbroer. ‘Die dingen waren zó vreselijk! Heb jij ze ooit gedragen?’
‘Nee, natuurlijk niet. De mijne werden staartwarmers, weet je nog. Voor Scotty en Kasimir.’ Tom grijnsde. ‘En van de jouwe hebben we later een Halloweenkostuum gemaakt.’
‘Oh ja!’ Bills gezicht klaarde onmiddellijk op. ‘Edward Scissorhands, of niet? Dat was een toffe Halloween!’
Het onderwerp beenwarmers scheen hij volledig vergeten te hebben, hij humde vrolijk voor zich uit en streek lichtjes langs Raquels ruggengraat. Ze was al gestopt met hoesten, maar dat stoorde hem niet. En zijn aanraking stoorde haar niet, integendeel.
‘Waar is Georg dan?’ vroeg Hannah na een tijdje stilte. ‘Ligt die nog te maffen of is hij ook met Chantal mee?’
‘Nee, die is naar Joëlle,’ zei Bill vaag. Tom keek onmiddellijk op en produceerde een geïnteresseerde “Oh ja?”. Bill knikte, dronk het laatste beetje koffie uit zijn beker en stond vervolgens op om die in de vaatwasser te zetten.
‘Wie is Joëlle?’ wilden de meisjes tegelijkertijd weten, keken de jongens beurtelings aan.
‘De styliste die Chantal onder handen heeft genomen,’ verklaarde Tom. Raquel klakte zachtjes met haar tong, nu herinnerde ze zich weer hoe Chantal haar een keer had opgebeld om over het bezoek bij de styliste te vertellen. En over de styliste met Georg samen, wat blijkbaar niet bij die ene date gebleven was: Tom grijnsde en zei: ‘Georg is al met haar aan het flirten sinds... Nou, sinds ze Chantal heeft gestyled, dus.’
‘Het is wel meer dan flirten, eigenlijk,’ merkte Bill op vanaf zijn plek bij het aanrecht. ‘Ze zijn al vaker op een date geweest en Georg beweert dat hij verliefd op haar is.’
Tom staarde hem aan alsof hij verkondigd had de paus in vermomming te zijn. ‘Waarom weet jij dat en ik niet?’
‘Omdat ìk geen afgezaagde machograppen maak als iemand het woord “verliefd” in de mond neemt,’ antwoordde Bill droog. ‘En je zou ondertussen moeten weten hoeveel het betekent als Georg zegt dat hij verliefd is.’
Daar moest Tom onmiddellijk weer om grijnzen. ‘Daar heb je een punt. We zullen wel eens zien hoe serieus het deze keer is.’
De broertjes wisselden een veelbetekenende blik die de meisjes natuurlijk niet begrepen. Hannah gaf haar vriendje een zachte por: ‘Zeg! Leg je ons ook nog uit waar dat over ging?’
‘Georg is elke dag verliefd op een ander, als je hem moet geloven,’ verklaarde hij bereidwillig. ‘Op de kassajuffrouw, of een meisje dat hij toevallig tegenkwam op straat, of...’
‘Davids nieuwe assistente,’ maakte Bill zijn zin af en de tweeling schoot prompt in de lach. Dat kwam Tom op nog een por te staan, maar het was Bill die weer aan tafel ging zitten en het verhaal vertelde.
‘Dat was aan het begin van Tokio Hotel. David, onze manager, had toen een mannelijke assistent van ongeveer dertig, die wel aardig was maar verder oninteressant. Hij deed zijn werk wel goed en zo, dus het was best onpraktisch dat hij een andere baan kreeg aangeboden. Maar ja, hij wilde hogerop, hij nam het aanbod aan en David had een nieuwe assistent nodig.
Tom en ik waren toen net zestien, misschien een week of zo, en Georg achttien, hij is tweeënhalf jaar ouder dan wij. David riep ons allemaal bijeen om zijn nieuwe assistente te leren kennen, Georg was helemaal in de wolken omdat assistente betekende dat het een vrouw zou zijn, bladibla...
Bleek ze getrouwd, met twee kinderen, en ouder dan David zelf.’ Bill pauzeerde om het dramatische effect kracht bij te zetten en de meisjes giechelden zacht. ‘Arme Georg... Je had zijn gezicht moeten zien, onbetaalbaar. Wij hadden echt de grootste lol natuurlijk.’
‘Gelukkig is hij er nu overheen,’ lachte Tom, ‘Dunja werkt nu nog steeds voor ons. En ze is hartstikke aardig.’
‘En oud genoeg om Georgs moeder te zijn,’ knikte Bill – toen schoten ze allevier in de lach.
Raquel voelde zich zo warm vanbinnen, voelde hoe die warmte zich verspreidde door haar bloedbaan. Het was een heerlijk gevoel om te weten met wie ze hier aan tafel zat. De twee tegenover straalden zoveel vriendschap uit naar haar, liefde naar elkaar, en naast zich voelde ze de liefde van Bills kant komen. Ze kende geen beter gevoel.
Toen ze uitgelachen waren en de koffiepot leeggedronken hadden, verhuisden Tom en Hannah naar de woonkamer. Even later hoorden de twee anderen gelach vanaf de sofa; die hadden niemand meer nodig.
Raquel keek opzij naar Bill en vroeg zachtjes: ‘En wat gaan wij doen?’
‘Hm...’ Hij trok even een nadenkend gezicht, beet op zijn onderlip en stelde toen voor: ‘Zal ik je laten zien waar we nu mee bezig zijn? Of eigenlijk, laten horen?’
Zijn gezicht lichtte zo enthousiast op dat Raquel geen nee kon zeggen, zelfs als het haar niet echt geïnteresseerd had. Dus stemde ze toe, liet zich door Bill uit haar stoel trekken en naar de studio leiden. Hij lachte haar toe, met stralende ogen; zijn vingers sloten zich net iets strakker om de hare. Bezitterig misschien voor een buitenstaander, maar niet voor Raquel. Het betekende gewoon dat hij blij was om haar bij zich te hebben – en dat gevoel was geheel wederzijds.

44.

De studio was voor Raquel niet volledig onbekend terrein; ze was hier natuurlijk al eens geweest, bij de eerste kennismaking en later ook toen ze kort bij hen had gelogeerd na de dood van haar vader.
Die overpeinzing gaf haar een raar gevoel in haar maag. Alle gebeurtenissen van de laatste tijd hadden haar gedachten zo afgeleid dat ze nog maar nauwelijks aan haar vader dacht, behalve af en toe als ze ’s avonds in bed lag en niet kon slapen. Ergens voelde ze zich schuldig, maar ze wist ook dat ze niet altijd aan haar vader kon denken. Life goes on, en nu had ze Bill om haar op te vrolijken, om haar aandacht aan te besteden, om dat leven aan te wijden. Dát ging ze doen.
Bill nam zijn vriendin mee naar zijn eigen kleine kamertje in de studio, waar hij zijn partijen inzong. Het kamertje had geen raam en was daardoor nogal donker, maar toen Bill het licht aanknipte werd de typische chaos die zijn domein kenmerkte zichtbaar. Snoeren, losse microfoons, blaadjes songteksten, koptelefoons en lege colaflesjes lagen overal verspreid; alleen het smalle bureautje was nog redelijk ordelijk, daar stond namelijk de opnameapparatuur. Er lag één enkel blaadje op het tafelblad, een songtekst. Raquel gluurde naar de titel; een tekst die ze niet kende, zo te zien.
‘Tja. M’n kamertje is niet veel soeps, maar... hier breng ik zo’n beetje mijn dagen door.’ Bill keek om zich heen en raapte twee colaflesjes van de grond. ‘Ik moet echt eens opruimen, maar eigenlijk ben ik daar te lui voor,’ grijnsde hij verontschuldigend.
‘Het helpt al als je een prullenbak neerzet,’ merkte Raquel op. ‘Maar ik ben die rommel ondertussen wel gewend, ik vind de muziek veel interessanter.’ Ze lachte. ‘Alleen mag ik zeker nog niet weten hoe het klinkt?’
‘Niet hoe álles klinkt, nee, maar ik wil je best iets laten horen.’ Terwijl hij praatte viste Bill een koptelefoon uit de chaos op een kastje met laatjes en plugde die in een kleine cd-speler, die in de hoek van het bureautje was gepropt. Raquel keek geïnteresseerd toe; ze besefte maar half dat ze iets van het nieuwe album te horen zou krijgen, het album waar op fora en in tijdschriften al flink over werd gespeculeerd. Hoeveel meisjes zouden een moord doen voor deze kans?
Bill hield haar de koptelefoon voor. ‘Soms is het heel handig om de mening van een buitenstaander te horen voor je verdergaat. Als muzikant luister je er toch anders naar.’ Hij trok een gezicht dat het midden hield tussen scherts en verontschuldiging. ‘Je moet alleen wel beloven dat je niks doorvertelt, dit is nog allemaal top secret en zo.’
‘Beloofd.’ Raquel zou nooit iets doorbriefen, Bill vertrouwde haar al zo ver dat hij haar iets liet horen en dat vertrouwen wilde ze koste wat het kost bewaren. Ze had nog nooit een vriendje gehad, maar je hoefde geen relatiespecialist te zijn om te weten dat vertrouwen één van de belangrijkste onderdelen van zo’n verbintenis was.
Voorzichtig schoof ze de koptelefoon over haar oren en leunde tegen het bureautje, terwijl Bill door de tracks op de cd klikte om een geschikt liedje op te zoeken. Uiteindelijk liet hij de cd op nummer acht staan en keek gespannen naar Raquels gezicht. Haar uitdrukking bleef onbewogen, serieus, maar Bill kon intussen haar ogen goed genoeg lezen en hij zag aan de glans dat wat ze hoorde wel in de smaak viel.
Toen het liedje was afgelopen, duwde Raquel de koptelefoon omlaag en glimlachte. ‘Ik vind het in elk geval mooi. En ik ben nooit zo goed in uitleggen waarom, maar... Ik weet niet, het gaf me zo’n vlinders-in-mijn-buik-gevoel.’
Ze bloosde tot in haar haarwortels, maar Bill leek haar opmerking wat zakelijker op te vatten. ‘Zo was het ook wel bedoeld,’ knikte hij, schakelde ondertussen de cd-speler weer uit. ‘De tekst heb ik al heel lang geleden geschreven, toen ik voor het eerst verliefd was, en een tijdje geleden deels aangepast.’
Nu was het aan hem om dieprood te worden. ‘Vlak na m’n verjaardag, om precies te zijn.’
Raquel begreep meteen wat hij tussen de regels door wilde zeggen; ze werd nog roder, maar straalde tegelijkertijd en ging op haar tenen staan om hem te kussen. Zodra hun lippen elkaar raakten, wikkelde Bill zijn armen om haar heen en trok haar zo dicht mogelijk tegen zich aan. Als vanzelf legde Raquel háár armen om zijn hals. Ze had niet veel ervaring met jongens, maar bij Bill scheen haar lichaam ook zonder die ervaring wel te weten wat het moest doen. Ze vroeg zich niet eens af of ze het wel goed deed – ze deed het gewoon.
En blijkbaar deed ze het prima, want Bill liet haar niet meer los. Zijn tongpiercing tikte zachtjes tegen haar tanden en Raquel voelde haar gedachten oplossen in de gloeiende warmte, die zich razendsnel vanuit haar buik verspreidde. De hele wereld vervaagde om haar heen. Alleen Bill en zij waren er nog en alleen zij tweeën telden nog. Alleen zij, samen.

De rest van de dag ging in een waas van vrolijkheid, plezier en niet-van-elkaar-af-kunnen-blijven voorbij. Van dat laatste schenen vooral Tom en Hannah last te hebben, hoewel Raquel zichzelf ook betrapte op een bijna onvrijwillig verlangen om Bill elke vijf minuten even aan te raken. Daar leek hij niets op tegen te hebben, die neiging had hij tegenover haar namelijk ook.
Chantal en Gustav kwamen tegen vieren terug uit de stad, mét beenwarmers – knalblauwe – en Bill gaf schoorvoetend toe dat ze zo vreselijk nog niet waren. In elk geval niet toen Chantal ze onder een rokje had aangetrokken om haar aankoop te showen.
Vervolgens daagde Tom zijn tweelingbroer uit tot een Playstation-duel dat tot heel laat ’s avonds duurde: geen van beiden kon tegen hun verlies en na elke nederlaag moest er per se een revanche-potje gespeeld worden, wiens nederlaag het ook was.
Na zo’n perfecte dag kon de zondag eigenlijk alleen maar tegenvallen. Raquel werd weliswaar wakker met Bills armen om haar middel en zijn gezicht in haar hals verstopt, haar humeur hing toch ergens tussen grijze lucht en regenbui. Vandaag moest ze alweer vertrekken en dan zouden ze elkaar weer wie wist hoe lang niet zien. De telefoongesprekken waren heerlijk, maar wogen niet op tegen écht samen zijn.
En de rest van de dag werd er niet beter op. Bij het ontbijt kregen Bill en Georg ruzie omdat de bassist per ongeluk zijn tomatensap omgooide en de broodjes daardoor verdronken, vervolgens liet Chantal een bord vallen en werd Gustav nijdig. Daarop greep Bill zijn broer bij de kraag en trok hem de keuken uit, rende Georg achter hen aan, meldde Chantal dat ze ging douchen en liep Gustav haar achterna omdat hij vond dat ze het kapotte bord moest opruimen. Bijgevolg bleven Raquel en Hannah in de chaos achter en keken elkaar een beetje verbluft aan.
Toen ging de bel.
De meisjes wisselden nog een blik. Moesten zij nu opendoen? Of zouden de jongens hun discussies toch maar staken? Op dat moment hoorden ze hoe de deur al openging, iemand twee stappen de gang in zette en vervolgens riep: ‘Jongens? Al wakker?’
Het was een mannenstem, vrij diep maar wel jong. Hij werd beantwoord door Gustav, die Chantal blijkbaar met rust had gelaten en nu door de gang kwam aangewandeld. ‘Ja, wakker genoeg om elkaars schedel in te slaan. Niet de keuken binnengaan als je voeten je lief zijn, er liggen scherven.’
De man slaakte zo’n diepe zucht dat hij zelfs in de keuken te horen was. ‘Woonkamer dan maar. Roep jij je bandleden bij elkaar?’
Gustav beantwoordde bevestigend, maar voegde er vervolgens bij: ‘En de meisjes ook?’
‘Meisjes?’
‘We hebben je verteld dat Raquel en Hannah zouden komen. Ze zijn er nog.’
‘Oh! Ja, natuurlijk zij ook. Vanwege hen ben ik ook hier.’ De woonkamerdeur kraakte, vervolgens hoorden de meisjes het schrapen van een stoel die werd verplaatst en Gustavs voeten door de gang. Hij kwam niet naar de keuken, maar haalde blijkbaar eerst de tweeling en Georg uit elkaar. In het voorbijgaan ramde hij op de badkamerdeur en brulde door het hout heen: ‘David is er!’
Onmiddellijk sloeg Hannah haar handen voor haar mond en keek Raquel met grote ogen aan. ‘Dat is hun manager!’ fluisterde ze; overbodig, dat wist Raquel net zo goed als zij.
Plotseling nerveus streek ze de vouwen uit haar zwarte shirtje. Hij was vanwege hen hier, had hij gezegd. Wat zou hij van hen willen?

Ze zaten in een kring rondom de glazen salontafel. De tweeling naast elkaar op de sofa, Raquel rechts van Bill en Hannah links van Tom; Georg in de fauteuil naast de televisie, Chantal op de ene leuning; Gustav had de zetel uit de hoek geschoven en zat nu tussen de sofa en Georg in. Tenslotte was er nog David, die een rechte houten stoel vanaf de tafel naar de kring had getrokken en hen nu één voor één aankeek.
Zoals gewoonlijk was het Bill die niet langer dan tien seconden zijn klep kon houden. ‘Oké, David, en waarom kom je ’s ochtends vroeg binnenvallen? Het is zondag, weet je wel.’
Hij klonk nog steeds geïrriteerd, met dank aan Georg en tomatensap, en Raquel gaf hem een zachte por. Geïrriteerd zijn mocht best, maar David had er niets mee te maken.
De manager was natuurlijk wel gewend aan Bills humeur en trok zich er niets van aan. Hij keek nog eens de kring rond, stond toen op en stak zijn hand uit naar Raquel. ‘We kennen elkaar al, maar even voor de vorm: ik ben David Jost, zeg maar David.’
Raquel schudde zijn hand en mompelde har naam, een tikkeltje onzeker. In principe zag David er sympathiek uit, hij was nog jong – vijfendertig ongeveer – en lang niet zo formeel als ze een manager had ingeschat. Hij droeg gewoon een spijkerbroek en een T-shirt met het logo van Converse All Star erop, had lachrimpeltjes bij zijn ogen. Alleen het feit dat hij vanwege haar en Hannah hier was, maakte haar nerveus.
Ondertussen had ook Hannah Davids hand geschud en zichzelf voorgesteld; hij herkende haar van de auditie en knikte haar vriendelijk toe. Vervolgens nam hij weer plaats op zijn stoel, leunde achterover met zijn armen over elkaar geslagen en begon zonder enige vorm van inleiding: ‘Oké, ik ben hier om jullie een aantal dingen uit te leggen. Laten we het “spelregels” noemen, showbizz is soms net Mens-erger-je-niet. Bill, Tom, dames, ik ben heel blij voor jullie, maar er zijn een handvol voorwaarden voor jullie allevier om jullie relaties in stand te houden.’
‘Pardon?’ riep de tweeling in koor, terwijl hun wenkbrauwen tegelijkertijd samentrokken boven hun identieke ogen. Ook de meisjes begrepen Davids woorden maar half en keken hem vragend aan.
David zuchtte. ‘Ik weet dat het als slecht nieuws klinkt, jongens, maar het valt echt wel mee. Ik kan jullie niet verbieden om van iemand te houden en dat wil ik ook helemaal niet, maar jullie weten zeker wel dat in onze wereld overal regels aan verbonden zijn.’
‘Ja, dat heet artistieke vrijheid,’ merkte Bill sarcastisch op. Gustav, Georg en Chantal gniffelden even; de andere drie staarden nog steeds niet-begrijpend naar David.
Die schraapte zijn keel en stak een vinger op. ‘Regel nummer één: ga niet hand en hand de straat op, zeker niet herkenbaar. Of eigenlijk, ga niet met zijn tweeën over straat en vermijd babywinkels als de pest, zelfs al heb je er een nieuw neefje of nichtje bij.’
Nu trokken de broers tegelijkertijd hun wenkbrauwen omhoog en Bill begon al: ‘Waarom zouden we in godsnaam...’, toen David naar hem wuifde dat hij zijn mond moest houden en nog een vinger omhoog stak. ‘Regel nummer twee: als er een cameraploeg in de buurt is, geen gezoen en klef gedoe voor de lens.’ Volgende vinger. ‘Regel nummer drie: bestempel elkaar in elk geval openlijk nóóit als “de ware liefde”.’ Hierbij wierp hij Bill een strenge blik toe en kreeg een frons terug. ‘Regel nummer vier: altijd blijven lachen, ook als jullie net ruzie hebben gehad. En regel nummer vijf: noem nóóit de achternaam van het meisje in een interview.’
Hij liet dat alles even bezinken en voegde er vervolgens bij: ‘En dat zijn overigens de regels voor als het ooit bekend is geworden.’
Nog vóór Raquel überhaupt had begrepen wat David daarmee bedoelde, kwam er van de broertjes al een luide “Wat?” Ze schoten synchroon overeind en zelfs Tom, de relaxte helft van de tweeling, keek David met fonkelende ogen aan.
‘Hoe bedoel je, “als”?’ vroeg Bill, gevaarlijk dicht tegen woede aan. ‘Zodra, hoor je te zeggen. Wanneer. Niet als.’
David liet zich door de dreigende toon niet uit het veld slaan; nog even kalm als eerst verduidelijkte hij zijn woorden: ‘Jawel, ik bedoel wél “als”. Regel nummer nul is namelijk dat je een relatie geheimhoudt tot het niet meer mogelijk is. Zoals ik jullie vijf jaar geleden ook al heb verteld, heren.’
Nu viel bij Raquel ook het kwartje. David wilde dat de band, in elk geval publiekelijk, deed alsof ze allevier single waren. De achterliggende redenen kon ze wel raden, maar toch voelde ze een lichte steek door zich heengaan. Haar relatie was een geheim. Ze was verliefd en niemand mocht het weten. Ze had voor het eerst een vriendje en tegelijkertijd ook zwijgplicht.
‘Vijf jaar geleden, ja!’ Bills stem werd steeds harder. ‘Toen hadden we ook nog geen vriendin en moesten ons nog bewijzen als band! Sorry hoor, David, maar de situatie is nu wel een béétje anders.’
‘De spelregels blijven hetzelfde, Bill,’ wees de manager hem terecht. ‘Ik snap dat je er niet blij mee bent, maar het is beter zo.’
‘Klets niet! Wat nou “beter zo”, heb je liever dat we gaan lopen liegen en Tom met Jan en alleman blijft flirten omdat hij dat vijf jaar geleden ook deed?’ snauwde Bill, nu echt kwaad. Zijn broer liet het woord aan hem over, maar het was duidelijk aan zijn gezicht dat hij het volledig met de zanger eens was.
David maakte een wegwerpgebaar. ‘Kom op, jongens, wees redelijk. Hoe lang zijn jullie nou samen?’
‘Raquel en ik vier weken en één dag,’ antwoordde Bill prompt. ‘Tom en Hannah langer, vanaf Wenen al, maar de precieze datum weet ik niet.’
Vier weken en één dag. Het klonk niet als heel veel, maar Raquel voelde het toch kriebelen in haar maag. Vier weken en één dag. Morgen een maand, besefte ze. Morgen precies een maand. De kriebel werd sterker en tegelijkertijd registreerde ze nog eens extra de teleurstelling die Davids woorden opriepen. Een hele maand samen en niemand mocht het weten.
‘Vier weken en één dag,’ herhaalde de manager. ‘En je denkt dat je er na zo’n korte al mee wegkomt in de media? Zo naïef ben je toch niet, Bill. Sowieso kan je niet in de toekomst kijken, je weet nooit wat er nog fout kan gaan tussen jullie, en je snapt toch wel waar de pers dan over gaat schrijven.’
‘En bedánkt!’ katte Bill terug. ‘Fijn te horen dat je zo’n vertrouwen in ons hebt! Ik snap het best en je kan de pot op!’
Nu veranderde er iets in Davids gezicht. Hij begon zijn aanvankelijke kalmte te verliezen, zijn wenkbrauwen vormden een geërgerde frons. ‘Stel je niet zo aan, Bill. Als je écht snapt waar ik het over heb, begrijp je ook waarom ik wil dat jullie het geheimhouden.’ En met nadrukkelijke stem liet hij erop volgen: ‘Verkering verkoopt niet.’
‘Verkóópt niet!’ Bill gilde nu echt. Raquel kromp geschrokken ineen, zo had ze hem nog nooit meegemaakt. Hij kibbelde natuurlijk dagelijks met zijn broer, maar dat was iets anders. Zelfs de ruzie met Georg van vanochtend had nog iets speels gehad. Hier was daar geen spoortje meer van over: Bill was woedend – meer dan woedend. Laaiend.
‘Verkóópt niet!’ herhaalde hij met razende stem. ‘Alsof dat het enige is wat telt! Alsof we plotseling geen concerthal meer vullen omdat we verdomme gelukkig zijn! Ik dacht toch écht dat we muziek maken, niet strippen!’
‘Natuurlijk gaat het om de muziek, overdrijf niet!’
‘Ik overdrijf niet, jíj overdrijft! Alsof elke keer dat ik één of andere groupie goedemorgen wens weer vijftig albums verkoopt of zo!’
‘Meisjes moeten kunnen dromen, Bill. Bijvoorbeeld dat ze ooit het hart van hun idool veroveren! En of je het nu wilt of niet, het grootste deel van jullie fanbasis is vrouwelijk en onder de twintig.’
‘Oh, nu voel ik me metéén serieus genomen!’ Snijdend sarcasme. ‘Ik ben nog geen machine! Of beter nog, een marionet? Fuck you, David!’
‘Zo is het genoeg,’ zei David scherp, nu net zo kwaad als Bill maar een stuk beheerster. ‘Je weet dat we jullie zo veel mogelijk vrij laten in jullie keuzes, maar dat betekent niet dat we geen grenzen meer kunnen stellen. Een nieuwe tattoo is iets anders dan een vriendin. Als ik zeg dat jullie het geheim moeten houden, dan gebeurt dat, en daarmee basta!’
Bill opende zijn mond, klapte hem weer dicht, sprong toen overeind en stormde de kamer uit. De deur knalde achter zijn rug terug in het frame; David leunde met een zucht achterover in zijn stoel. Toen duwde ook Tom zich omhoog, stapte over Hannah’s benen en verliet net iets rustiger de ruimte. Hij deed duidelijk zijn best om niet zo hard met de deur te slaan als zijn broer, maar het bleef een galmende klap.
De kamer werd doodstil.

45.

Bill leunde aan de achterkant van het gebouw tegen de bakstenen muur toen Tom zich bij hem voegde. Hij had niet hoeven zoeken naar zijn broertje, wist feilloos waar die zou zijn. Hier op de parkeerplaats kon niemand hen zien, hier was het rustig.
Zwijgend tastte Tom in de zakken van zijn veel te grote spijkerbroek en haalde er met enige moeite een pakje Marlboro uit, dat hij onder Bills neus duwde. De zanger hengelde naar een sigaret; ondertussen zocht Tom verder, ditmaal naar zijn aansteker, waarmee hij vervolgens eerst Bills sigaret en toen die van zichzelf aanstak. Nog altijd zwijgend stonden ze naast elkaar en rookten.
Ten slotte verbrak Bill de stilte; hij drukte de sigaret uit op de muur en wierp de peuk zo ver mogelijk van zich af. ‘Denk je dat we David kunnen ontslaan?’
‘Ik denk dat een andere manager er precies zo over denkt als hij,’ antwoordde Tom rustig en blies een kringeltje rook uit, voor hij hetzelfde deed als Bill en zijn sigaret weg mikte.
‘Hm...’ Voor een buitenstaander was dat waarschijnlijk een nietszeggend antwoord geweest, maar Tom wist precies wat zijn broer met die brom bedoelde. Hij hield Bill nog eens het pakje sigaretten voor en zei: ‘Ik vind het ook niet leuk, maar discussiëren heeft geen zin. Uiteindelijk heeft David toch het laatste woord.’
Bill uitte een geluid dat het midden hield tussen gesnuif en gegrom. ‘Maar wij hebben de laatste daad.’
Zijn wederhelft plukte de aansteker tussen zijn vingers vandaan en knikte. ‘Precies.’

Toen Bill zijn kamerdeur openstootte, rook Raquel de tabak al om hem heen. Ze lag op zijn bed, hoofd bij het voeteneinde en benen opgetrokken, en keek zwijgend toe hoe hij de deur achter zich sloot. Vervolgens trok hij zijn jack uit, gooide die achteloos in een stapel kleren en waadde door de rommel naar de andere kant van de kamer. In het voorbijgaan streken zijn vingers even langs Raquels voorhoofd; ook al rook zijn hand eveneens naar sigaretten, toverde die aanraking een glimlachje op haar gezicht.
Eenmaal aan de andere kant van zijn kamer trok Bill een lade van zijn bureau open en rommelde net zo lang door de inhoud tot hij een pakje kauwgum vond. Met het pakje in de ene hand schoof hij de gordijnen opzij met de andere, zette vervolgens het raam een stukje open.
Samen met de koele wind kwam de zanger op het bed af; hij liet zich op de zijkant zakken en wipte een kauwgumpje in zijn mond. De sigarettengeur nam meteen af, tot Raquels opluchting. Ze draaide zich op haar zij, keek hem even aan en vroeg toen: ‘Rook je?’
Het antwoord wist ze natuurlijk al, maar Bill begreep dat ze eigenlijk een andere vraag stelde. Hij beet het kauwgumpje doormidden en antwoordde zacht: ‘Soms. Als David me op de zenuwen werkt.’
Het glimlachje dat over zijn gezicht schoot, was nauwelijks vrolijk te noemen en verdween ook snel weer. Hij reikte nu naar haar hand, vlocht zijn vingers door de hare.
Een tijdje bleef het weer stil. Raquel staarde naar zijn gezicht, de hoge jukbeenderen, volle lippen, het moedervlekje op zijn kin waar hij soms over klaagde, omdat het eigenlijk de enige imperfectie was in zijn gezicht.
Vier weken en één dag, dacht Raquel. Morgen een maand. Op dat moment besloot ze dat het haar niets uitmaakte wat David zei. Als zij een geheim moest zijn, dan was ze een geheim – zolang ze Bill maar mocht houden.
Diezelfde Bill kneep zachtjes in haar hand. ‘Het spijt me.’ Hij haalde even diep adem, ze zag hem fronsen. Waarschijnlijk dacht hij er anders over dan zij; hij was koppiger. De schok van het nieuws kwam bij haar harder aan en bleef bij hem langer hangen.
‘Ik begrijp David wel,’ mompelde ze. Bills frons werd dieper, hij maakte een beweging alsof hij zijn hand terug wilde trekken, maar Raquel hield hem vast en keek hem ernstig aan. ‘Ik begrijp hem, Bill. Dat betekent niet meteen dat ik het met hem eens ben. Maar... Als dat de manier is om hem tevreden te houden...’
‘Ik praat nog wel met hem,’ viel Bill haar in de rede en kneep iets harder in haar hand. ‘Zo makkelijk komt hij er niet mee weg.’
Zijn ogen vlamden; nu moest Raquel even grijnzen, hij zag er zo eerder schattig dan indrukwekkend uit. Of dat lag aan haar, dat kon natuurlijk ook. Ze duwde zich overeind en gaf hem een kus. ‘Mij maakt het niet uit, zolang ik je maar mag houden.’
Bills antwoord was een hartstochtelijke kus terug, die Raquel vertaalde als “We komen er wel uit”. En daar had ze alle vertrouwen in; natuurlijk was het even slikken, maar daar kon ze tegen. Dat moest gewoon.

Zodra Raquel op zondagavond de huisdeur openduwde, kwam Jonathan uit de woonkamer gestormd en vloog haar om de hals, alsof ze twee maanden weg was geweest in plaats van twee dagen. Ze liet haar tas vallen en knuffelde haar broertje stevig terug; waarschijnlijk had hij een heel saai weekend gehad met alleen Elvira om zich heen. Raquel nam zich voor om dat zo snel mogelijk goed te maken.
‘Waar is mam?’ vroeg ze, toen Jonathan haar eindelijk losliet.
‘Boven,’ mompelde hij. ‘Met de laptop.’
Hij keek er zo treurig bij dat Raquel hem nog eens in haar armen trok. ‘Kom,’ zei ze bemoedigend, ‘het is nog niet zo laat, we kunnen nog wel een spelletje doen of een film kijken, als je wilt?’
Jonathans ogen lichtten meteen op. ‘Aladdin?’
Dus maakte Raquel warme chocolademelk, opende een pak koekjes en schoof de dvd in de dvd-speler. Jonathan nestelde zich tegen haar aan; door steeds hele kleine slokjes choco te drinken slaagde hij erin tot het einde van de film wakker te blijven, maar toen was het ook wel voorbij. Raquel joeg hem naar de badkamer en ruimde vervolgens de bekers op. Toen Jonathan onder zijn dekens lag gaf ze hem nog een nachtzoen, sloot daarna zachtjes zijn deur.
Op de overloop bleef ze een tijdje besluiteloos staan. Zelf ook al gaan tandenpoetsen of eerst Elvira begroeten? Bijtend op haar onderlip besloot Raquel tot dat laatste en klopte op de deur van haar moeders werk- en slaapkamer. Ze kon het driftige tikken van de laptoptoetsen zelfs door de deur heen horen; van Elvira kwam geen antwoord, dus ging het meisje simpelweg naar binnen.
Haar moeder zat achter haar bureau, omgeven door stapels mappen, documenten, opnameapparaatjes en roestvrij stalen pennen. Het enige licht in de kamer kwam van het laptopscherm, waar de cursor als een idioot door het beeld sprintte. Raquel knipte het grote licht aan en zei zacht: ‘Mam, het is kwart voor tien.’
Lichtelijk verstoord draaide Elvira haar hoofd om naar de deur. ‘Ik weet het, kind. Ik maak dit nog even af.’
Raquel beet op haar lip, wilde eigenlijk vragen hoe lang dat “even” nog ging duren, en mompelde in plaats daarvan: ‘Ik ga naar bed, oké?’
‘Slaap lekker.’ Elvira draaide zich alweer terug, hield toen in en informeerde: ‘Hoe was het in Hamburg? Goede reis gehad?’
‘Ja, het was...’ Raquel zocht naar een passend woord, maar bleef uiteindelijk toch steken op “leuk”. Ze wilde haar moeder van Davids bezoek vertellen, maar met haar blik op de laptop kreeg ze geen woord uit haar keel. Morgen, dacht ze. Morgen precies een maand – en dan heb ik wel weer de moed om met mama te praten.
‘Welterusten,’ wenste ze nog, toen sloot ze de deur achter haar rug en liep vlug de badkamer in. Na het tandenpoetsen kleedde ze zich om, kroop in bed en hengelde haar gsm uit de rechterzak van haar jeans, die ze achteloos op de grond had laten liggen. Eén nieuw bericht, ongeveer een kwartier geleden verzonden en ontvangen.
Welterusten, sweetie! Ik mis je nu al. :) Liebe, Bill.
Raquel kon niet anders dan breed glimlachen en typte snel een berichtje terug. Ik jou ook... Maar ik zal van je dromen. :D Kus

Zijn antwoord liet niet lang op zich wachten. Ah, dromen! Ik zie je daar. ;)
Met haar gsm tegen zich aangedrukt en een verliefde glimlach op haar gezicht doezelde Raquel in slaap.

46.

De tijd vloog zo snel voorbij dat Chantals herinneringen steeds vager werden. Ze was geen persoon om altijd in het verleden te blijven hangen, maar nu kreeg ze er überhaupt de kans niet voor; denken aan iets anders dan het hier en nu bleek onmogelijk door alle nieuwe dingen die op haar geheugen werden geladen. Het was al halverwege oktober, twee songs lagen volledig afgerond te wachten op gezelschap. Een stuk of twintig concepten, half uitgewerkte ideeën en flarden songtekst die Bill op de achterkant van een handvol kassabonnen had gekrabbeld, moesten nog verwerkt worden.
Hoe lang geleden het weekend met Hannah en Raquel was, kon Chantal onmogelijk zeggen, ze merkte alleen dat de tweeling steeds onrustiger werd. Gustav en Georg hadden dat ook door; die planden waarschijnlijk weer een verrassingsbezoek, maar vóór ze dat konden doorzetten gebeurde er iets anders.
Het was een typische dinsdagavond ergens in oktober, buiten sloeg de regen tegen de ruiten en binnen stond Gustav tot aan zijn ellebogen in een bak pizzadeeg dat hij aan het kneden was. Georg, Chantal en Tom zaten aan de keukentafel te praten; op het moment ging het over films die ze nog wilden zien. Chantal luisterde voornamelijk, terwijl de jongens heftig discussieerden over wanneer en waar ze naar de bioscoop zouden gaan. Ze vroeg zich net af of Tokio Hotel echt zomaar naar de film zou kunnen gaan, toen Georg het woord “afhuren” in de mond nam. Tom keek of dat de normaalste zaak ven de wereld was, maar Chantal stikte bijna in haar cola. Afhuren?
Terwijl de gitarist haar droogjes grijnzend op de rug klopte, ging de keukendeur open en Bill stapte over de drempel. Hij was nog in de studio geweest om “iets af te maken”, zoals hij vaagjes gemompeld had, en iedereen keek op in de verwachting dat hij zich lachend aan tafel zou laten zakken om een slok uit iemands glas te stelen.
In plaats daarvan bleef hij met zijn hand op de deurknop staan, starend naar het papier in zijn hand.
Tom haalde zijn hand van Chantals rug en nam zijn broer een tikkeltje verbaasd op. ‘Alles oké?’
‘Wat?’ Bill knipperde met zijn ogen en keek lichtelijk gedesoriënteerd naar het groepje voor zijn neus. Zelfs Gustav had zich nu omgedraaid, een verraste blik in zijn bruine ogen.
‘Alles oké?’ herhaalde Tom iets harder. Hij stond al op, maakte aanstalten om zijn broer van de drempel te plukken, toen Bill de deur achter zich dichttrok en een stapeltje post op de keukentafel gooide. Het andere papier hield hij nog steeds in zijn hand; de blikken gleden van de post naar Bills vingers, allemaal niet-begrijpend.
‘Dat zijn gewoon rekeningen en zo,’ murmelde de zanger, gebarend naar de tafel. ‘Ik zag de post liggen en ik dacht, laat ik het maar eens meenemen...’
Tom rolde met zijn ogen. ‘Ja, dat zien we zo ook, Sherlock. Wat heb je in je hand?’ Zijn stem ging van sarcastisch naar beginnend ongerust; Bill was zelden zo vaag en gedesoriënteerd als nu.
‘Oh, dit?’ De jongste tweelingbroer wapperde met het papier, starend naar het blad alsof hij niet kon geloven dat hij het in zijn handen hield.
‘Ja, dát!’ Georg begon nu ongeduldig te worden. Hij sprong overeind en wilde het papier uit Bills hand trekken, maar de zanger zette een stap terug. ‘Kom op, doe niet zo flauw!’ riep Georg geïrriteerd. ‘Wat is dat?’
‘Ehm...’ Bill schraapte zijn keel en keek nog eens op het blad. ‘Dit is een... uitnodiging.’ Zijn stem klonk steeds heser. ‘Voor... Nou, eigenlijk, laat ik het zo zeggen...’ Hij kuchte, beet even op zijn lip en gooide er vervolgens op topsnelheid uit: ‘We zijn genomineerd voor de WMA’s!’
Op zijn woorden volgde stilte. Bills vingers trilden zo hard dat het papier flapperde; zijn ogen stonden wijd open, zijn mond op een kier. Tom staarde hem aan met een uitdrukking van pure verbijstering op zijn gezicht. De bassist leek versteend midden in een grijp-naar-het-papier-actie, wat er niet erg charmant uitzag maar toch niemand opviel. Gustav, tot zijn ellebogen bedekt met meel, opende tot drie keer toe zijn mond om iets te zeggen, maar er kwam niets uit. En zelfs Chantal, ook al had ze in het openbaar nog niets bijgedragen aan de band, was te overdonderd om ook maar van haar stoel te kunnen vallen.
Toen boog Bill zich langs zijn medebandleden heen, legde de brief op tafel en zei met gesmoorde stem: ‘En we krijgen ook een optreden op de venue zelf. Het is in Monaco.’
Explosie. Georg schopte zijn stoel om en brulde: ‘No way!’, zo luid dat Chantal ineenkromp. Tom vloog verbluffend onstuimig zijn broertje om de hals en Gustav roffelde met zijn vuisten op het aanrecht om het nieuws kracht bij te zetten. Bill greep Toms handen en sleurde hem mee in een vreugdedans rond de tafel.
Even heerste er complete chaos in de keuken. De vier jongens schreeuwden als kippen zonder koppen door elkaar heen, sprongen op en neer (dat was vooral Bill) en grepen elkaar steeds even bij de arm, alsof ze zich ervan wilden vergewissen dat het wel echt gebeurde.
Chantal zat nog steeds aan tafel, als enige stil. Ze wist dat zij geen deel uit zou maken van de band in Monaco, van het optreden en het zenuwlijden bij de uitreiking, en even voelde ze zich weer een buitenstaander. Een naamloze fan die blij was voor haar lievelingsband, die op de site van de show haar stem uit zou brengen en verder nergens meer een rol in speelde. Natuurlijk was ze blij, héél blij, voor de jongens – maar het was niet haar nominatie, niet haar optreden, en daarmee ook niet haar grenzenloze euforie.
‘Monaco!’ riep Bill plotseling en trok zo alle aandacht naar zich toe. Dramatisch als altijd sloeg hij een hand tegen zijn voorhoofd: ‘Iemand, bel David! Zoek ons rooster! Wanneer is onze volgende vrije dag? Ik moet – moet – móét gaan shoppen!’

De volgende vrije dag was, tot Bills geluk, het weekend daarna. David en Peter, één van zijn collega’s, kwamen op woensdagochtend langs om over de show te praten en kregen eerst een woordenwaterval van Bill over zich heen, want “hij had niets om aan te trekken” en “ja, hij wist dat zijn kledingkast uitpuilde”, maar “dat had hij allemaal al eens gedragen”, en tenslotte, gepaard met een brede grijns en een wenkbrauwwiebel: ‘En het is een goed excuus om weer eens naar Parijs te gaan?’
Chantal verslikte zich, Tom schoot in de lach en David rolde met zijn ogen. ‘Je bent een verwend nest, wist je dat?’
Bill keek een tikkeltje zelfvoldaan. ‘Ja, dat weet ik. Maar Parijs is zo’n mooie stad...’ Hij lachte dromerig. ‘De stad van de liefde, nietwaar? Oh, ik neem Raquel mee.’
Opnieuw begon Chantal te hoesten. Dat was wel het laatste wat ze wilde horen, en daarbij moest ze nog wennen aan het gemak waarmee deze jongens geld uitgaven. Ze was zelf geen zuinig type en had nooit ergens gebrek aan gehad, maar ongestoord weekendjes Parijs plannen behoorde niet echt tot haar mogelijkheden. Bill besloot doodleuk dat hij met z’n tweeën wilde.
Gelukkig was het David het er ook niet mee eens, zij het om een iets andere reden. Hij fronste en keek Bill waarschuwend aan. ‘Heb je niet geluisterd naar wat ik die zondag zei?’
‘Geluisterd wel.’ Bill vatte de opmerking op als een uitdaging, kruiste zijn armen en staarde zijn manager recht aan.
‘Dan begrijp je ook waarom dat niet kan?’
‘Ik begrijp het wel.’
Gustav stond geluidloos op van de sofa en wandelde de kamer uit, op de voet gevolgd door Georg. Die zagen de storm natuurlijk al aankomen; Chantal ook, maar ze wilde te graag weten wie er als winnaar uit de strijd zou komen. Peter maakte het zich gemakkelijk in een zetel, liet David het woord doen, en de gitarist stond plotseling heel duidelijk schouder aan schouder met zijn kleine broertje.
Een tijdlang stonden ze stil tegenover elkaar. David fronsend, de tweeling bijna dreigend. Tenslotte was het de manager die als eerste zijn mond opendeed. ‘Ik vind het best als je naar Parijs wilt, Bill, maar het is gewoon niet mogelijk om je vriendin mee te nemen. Dat was de afspraak.’
‘Jouw afspraak.’ Vóór David daar antwoord op kon geven, liet Bill zijn armen zakken en zei op een iets redelijkere toon: ‘Ik vind het onzin om van Parijs zo’n drama te maken, David. Ze gaat sowieso mee naar Monaco, je kan hoog of laag springen, dat móet gewoon, en een awardshow is niet de juiste plek om kennis te maken met showbizz.’
‘En in Parijs valt zelfs Bill met z’n idiote kapsel niet op, met die mensenmassa,’ vulde Tom aan. Zijn broer gaf hem daarop een por, maar zijn ogen glinsterden, dankbaar voor de steun.
David keek hen om beurten sceptisch aan. Hij leek niet overtuigd genoeg om Bill zijn zin te geven, hoewel hij intussen wel doorhad dat de tweeling dit niet zomaar over hun kant zou laten gaan. Uiteindelijk schraapte hij zijn keel en zei: ‘En wat denkt Raquel ervan?’
‘Betekent die vraag dat je het opgeeft?’ Bill trok zijn wenkbrauwen op.
‘Nee, maar ik vind dat je sowieso eerst Raquel moet vragen of ze überhaupt wel kan,’ antwoordde de manager droogjes. ‘Anders heb je wel mooi plannen gesmeed en komt er alsnog niets van terecht.’
Bill maakte een wegwerpgebaar. ‘Dat komt wel goed. Het gaat hier nu om iets anders.’ Hij kneep zijn ogen tot spleetjes, zijn wenkbrauwen vormden nu een frons. ‘En jij zegt altijd dat ik niet van het onderwerp af mag dwalen als we een serieus gesprek voeren!’
Dat zorgde voor een diepe zucht bij David. Alles wat hij zei werd tegen hem gebruikt; je zou het niet zeggen, maar Bill had een irritant goed geheugen en kon op bepaalde momenten heel onverwacht uitspraken inzetten die de rest van de wereld allang verdrongen had.
‘Goed,’ gaf de manager toe, ‘dat heb ik inderdaad wel eens gezegd. Maar ik heb ook gezegd dat het beter is als Raquel en jij je koest houden en daar blijf ik bij.’
De zanger zuchtte diep. ‘Tom, help eens. David begrijpt het niet.’
‘Nee, Bill, jij begrijpt het niet! Nee is nee, dat is het altijd geweest en nu is het klaar.’ De manager draaide zich om en wilde de kamer verlaten, toen hij plotseling iets tegen zijn achterhoofd kreeg. Een borrelnootje. Toen hij zich omdraaide, kwam er nog één naar zijn hoofd gevlogen en hij kon nog maar net op tijd opzij stappen.
‘Ik ben nog niet klaar,’ zei Tom kalmpjes, wipte ondertussen een nootje in zijn mond. ‘Weet je nog dat we in Wenen waren, David? En dat je Bill en Chantal zonder problemen de stad in liet gaan? Parijs is groter en drukker dan Wenen, we zijn er al zo vaak geweest dat zelfs ìk de straten kan dromen en van hun shoppingtour in Wenen heeft geen één paparazzo iets gemerkt.’
Bills ogen lichtten op. In zijn frustratie had hij dat wapenfeit over het hoofd gezien, maar gelukkig kende Tom ook genoeg trucjes om David te krijgen waar ze hem hebben wilden. De manager keek opnieuw beurtelings langs hun gezichten. ‘En wat wil je daarmee zeggen?’
‘Als ze in Wenen al niet opvielen, zullen ze dat in Parijs al helemaal niet doen,’ vatte Tom rustig samen. ‘Het enige is dat Raquel Bills vriendin is en Chantal niet, maar dat zie je er aan de buitenkant niet aan af.’
Chantal, die nog altijd op de sofa zat, kromp lichtjes ineen bij die woorden. Nee, zij was niet Bills vriendin – maar dat betekende niet dat ze het niet geprobeerd had! Het deed pijn om het zo duidelijk te horen en ze wenste dat ze verstandig was geweest, dat ze de kamer had verlaten toen de discussie nog niet op gang was gekomen.
Een paar seconden tikten voorbij. David fronste, scheen diep in gedachten. Hij kon niet om de logica heen, maar hij wilde de tweeling ook niet altijd hun zin geven. Ze kregen al vaak genoeg gelijk. Af en toe was het voor de manager vreselijk lastig dat de broers zo dominant waren, vooral als ze samen achter iets aangingen. Georg en Gustav lieten zich makkelijker leiden, ook al waren ook zij geen makke schapen. Bill en Tom waren leiderstypes en dat leverde nogal eens dit soort situaties op.
Uiteindelijk wendde hij zich tot zijn collega; Patrick zat nog steeds lui onderuitgezakt in de zetel en beantwoordde zijn blik met een schouderophalen. Het maakte hem allemaal niets uit, hij was niet verantwoordelijk voor het imago van de band. Als er iets misging hoefde hij de rommel niet op te ruimen.
Een diepe zucht ontsnapte aan Davids lippen, toen gaf hij zich gewonnen. ‘Oké, prima. Bel haar maar op en veel plezier.’ Bij het zien van de triomfantelijke blikken over en weer voegde hij er nog haastig iets aan toe: ‘Maar dat betekent niet dat jullie kunnen doen en laten wat jullie willen!’
‘Nee, David, dat snappen we zo ook wel.’ Bill klopte hem grijnzend op de arm. ‘We zijn echt geen kleine kinderen, wat je ook denkt.’
‘Klein misschien niet, maar wel verwend,’ bromde de manager. ‘En haal nu even je andere bandleden erbij, we moeten nog iets anders bespreken.’

47.

Raquel stond net wisselgeld uit te tellen voor een uitzonderlijk irritante groep tienermeisjes toen haar ringtone zachtjes uit de zak van haar schort opklonk. Ze bloosde en vloekte tegelijkertijd; normaal gesproken zette ze haar telefoon op stil, maar dat was ze vanmorgen in de haast waarschijnlijk vergeten. Vlug schoof ze het voorste meisje haar wisselgeld toe en wilde zich al verontschuldigen, toen ze één van de andere meisjes hoorde schamperen: ‘Kijk nou toch, een Tokio Hotel groupie! Ik zou dat geld niet aanraken als ik jou was, Nati, straks raak je nog besmet.’
Het voorste meisje veegde de munten omslachtig met een handschoen in haar portemonnee, zodat haar vriendinnen spottend lachten en Raquel inmiddels roodgloeiende wangen had. Een groupie nog wel – ze moesten eens weten. Het was dat ze een geheim moest blijven, anders had ze de meisjes heel graag verteld wat ze werkelijk van Tokio Hotel was. Eens zien of ze dan nog steeds zo giechelden. Oké, waarschijnlijk zou ze er de moed niet voor hebben, maar de gedachte gaf haar toch een ietsjes beter gevoel.
Op dat moment keek ze naar de naam op de display en haar maag maakte een spontane koprol. Er stond “Wasbeer” – Bill belde. Ze mocht zijn nummer niet onder zijn echte naam opslaan en “Wasbeer” was als eerste in haar opgekomen.
‘Sorry, ik moet echt even opnemen,’ zei ze vlug. De meisjes snoven spottend, maar Raquel draaide zich al om en drukte op het groene knopje. ‘Hé, met Raquel!’
Achter haar rug werd nog eens gegiecheld; ze wierp een half geïrriteerde, half gegeneerde blik over haar schouder en liep vervolgens vlug van de kassa weg. Bill ratelde in haar oor, zo snel dat ze hem zelfs niet had kunnen verstaan als ze niet werd afgeleid. Dat was maar goed ook, anders voelde hij zich misschien beledigd door haar gebrek aan reactie.
In het voorbijgaan gebaarde Raquel even naar Lisanne dat de kassa van het café onbemand was, toen glipte ze de personeelswc in en sloot de deur achter zich. ‘Oké, daar verstond ik dus geen woord van, sorry.’
Bill lachte alsof hij dat wel verwacht had. ‘Geen probleem, ik verstond zelf ook maar de helft.’
‘Dat is ook echt alleen mogelijk bij jou,’ zuchtte Raquel met een grijns. ‘Maar, vertel? Niet te lang, ik ben aan het werk.’
‘Oh, shit, sorry! Dat was ik vergeten!’ riep hij onmiddellijk. ‘Niet bij stilgestaan. Kom je nu in de problemen?’
Ze giechelde. ‘Als je eerst tien minuten sorry gaat zeggen wel, ja.’
‘In dat geval houd ik het kort,’ beloofde hij. ‘Heb je dit weekend vrij?’
‘Ik denk het wel... Hoezo?’
‘Nou, ik ga naar Parijs en per ongeluk-expres ligt hier ook een ticket met jouw naam erop.’
Stilte. Raquel stond even perplex om de nonchalante manier waarop hij dat zei, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Van zíjn wereld in elk geval. Toen ze over de verwarring om zijn toon heen was, drong de betekenis van de woorden tot haar door en opnieuw bleven de woorden in haar keel steken.
‘Ben je er nog?’ vroeg Bill in haar oor, half geamuseerd en half bezorgd. ‘Of staat er nu één of andere Hendrik met een fout overhemd tegen je te schreeuwen dat je pronto weer aan het werk moet?’
Raquel schoot onmiddellijk in de lach, perplex of niet. ‘Ja, ik ben er nog. Alleen lichtelijk overdonderd. Nodig je me nu serieus uit voor een weekend Parijs?’
‘Honderd procent serieus.’
‘Waarom?’
‘Oh, om heel veel redenen... Parijs is een fantastische stad, er zijn enorm veel leuke winkels, we hebben elkaar al weer té lang niet gezien, ik houd van je...’ Hij zei het achteloos, maar Raquel hoorde de glimlach in zijn stem en voelde haar hart een slag overslaan.
‘Ik ook van jou,’ fluisterde ze.
‘Dus mag ik je vrijdag komen halen?’
‘Als ik m’n moeder kan overtuigen...’ Raquels glimlach verdween. Ze kon zich niet voorstellen dat Elvira het met Bills plannen eens zou zijn; in principe kon haar moeder haar natuurlijk niet tegenhouden, ze was achttien jaar oud, maar zolang ze onder Elvira’s dak woonde kon het nog wel eens onplezierig worden als ze tegen haar moeder inging.
‘Ik stuur Tom wel op haar af als ze geen toestemming geeft,’ drong Bills stem weer door haar gedachten. ‘Hij kan mensen ervan overtuigen dat linialen rond zijn, ik meen het.’
Opnieuw slaagde hij erin om Raquel aan het lachen te maken en daar was ze hem dankbaar voor. De relatie met haar moeder was niet veel beter geworden, Elvira zat weer tot over haar oren in een rechtszaak en bracht het grootste deel van haar tijd door op kantoor, in gesprek met haar cliënt. Thuis at ze met de laptop voor haar neus en zelfs Jonathans standaard goede humeur had ondertussen een flinke deuk gekregen.
‘Ik praat wel eerst met haar,’ verzekerde Raquel de zanger, zichzelf losscheurend uit haar gepieker. ‘En dan bel ik je vanavond weer, goed? Ik moet nu weer aan het werk.’
‘Ja, ik ook. Interview met de Popcorn.’ Ze hoorde hem lachen. ‘Succes, jij.’
‘Dat heb jij waarschijnlijk meer nodig dan ik,’ antwoordde ze plagerig.
‘Voor de Popcorn? Nee, niet echt.’ Nog een lach. ‘Tot vanavond, liefje. Ik houd van je.’
‘Ik ook van jou,’ beloofde ze; toen hingen ze tegelijkertijd op en gingen weer aan het werk.

Hoe Raquel uiteindelijk haar moeders toestemming wist te ontfutselen, was haar later nog steeds een raadsel. Het ene moment voerden ze een verhitte discussie over Bills seksualiteit, het volgende moment vroeg Jonathan schuchter of hij in het weekend naar Victor en Sofie mocht en het moment daarop belde Raquel naar Hamburg om te melden dat Elvira haar – weliswaar schoorvoetend – liet gaan.
‘Ik denk dat het idee om dit weekend een heel stil huis te hebben, haar nog het meest aansprak,’ murmelde Raquel door de telefoon. Ze hoorde aan Bills ademhaling dat hij iets wilde zeggen, maar ze gaf hem de kans niet, praatte er vlug overheen. ‘Gaan Tom en Hannah nog iets doen?’
‘Voor zover ik weet gaan ze naar Hannah’s ouders,’ antwoordde Bill iets zachter dan normaal. Hij respecteerde dat Raquel duidelijk niet over haar moeder wilde praten en dat sierde hem, ook al wisten ze allebei dat het een onderwerp was dat ze niet altijd konden blijven uitstellen. Bill was sowieso nieuwsgierig, neigde al naar bezorgd, en Raquel besefte dat het een deel van haar leven was dat ze niet voor hem verborgen kon houden, zeker niet nu ze officieel samen waren.
‘Naar Hannah’s ouders?’ echode ze. ‘Dat is... een hele stap.’
‘Ja, dat vindt Tom ook.’ Bill giechelde. ‘Ik zweer het, hij is zo nerveus. Ik hoef maar met mijn vingers te knippen en hij laat alles uit zijn handen vallen. Hij doet z’n best om het te verbergen, maar ik zie het toch.’
‘Jij speelt vals, als tweelingbroer is er geen kunst aan,’ plaagde Raquel, blij met de afleiding die dit gesprek haar bood. Ergens vroeg ze zich af of Bill ook nerveus was bij het vooruitzicht van háár moeder, die hij waarschijnlijk die vrijdagavond voor het eerst zou ontmoeten, maar ze kreeg de vraag niet over haar lippen. Ze weigerde om haar gedachten terug naar Elvira te sturen.’
Aan de andere kant van de lijn klonk er weer gegrinnik. ‘Hij is nu wel een leuk slachtoffer, je krijgt er interessante reacties uit.’
Voor Raquel daar antwoord op kon geven, hoorde ze plots Toms stem in haar oor: ‘Luister niet naar hem, hij kletst maar wat! Doet nooit wat anders, kletsen en zingen en slapen en verder niets.’
‘Eten, mag ik hopen?’ verifieerde Raquel lachend. Ze was niet in het minst verbaasd dat ze nu Tom aan de lijn had. Het kwam vaker voor als ze met Bill telefoneerde; de tweelingbroers waren vaker allebei in dezelfde ruimte dan gescheiden van elkaar en het maakte hen niets uit of één van beiden een gesprek aan het voeren was of niet – ze discussieerden probleemloos door elkaar heen. Nu Raquel eraan gewend was, begreep ze ook dat dit geen gebrek aan aandacht voor het oorspronkelijke gesprek betekende. Het hoorde gewoon bij hen, bij hun karakters en het tweeling-zijn dat een sterkere band tussen hen smeedde dan alleen die van DNA.
Aan het geratel dat door de luidspreker kwam hoorde Raquel dat de gsm weer van hand wisselde en even later was het opnieuw Bill die tegen haar sprak. ‘Hij overdrijft, zo veel praat ik nu ook weer niet!’
Op de achtergrond brulde Tom, duidelijk voor Raquels oren bestemd: ‘Eén vliegreis naar Parijs en je weet wat ik bedoel!’
‘Denk aan Hannah’s ouders, Tomi-Schatz! Pas maar op of ik vertel ze àllemaal dingen die ze niet willen weten!’ kaatste Bill terug. Raquel had intussen stilletjes de slappe lach, die nog eens extra brandstof kreeg toen Bill een kreet slaakte en op de achtergrond het rikketikgeluid van een nootjeskannonade weerklonk. Even later riep een derde stem – waarschijnlijk Georg – een gesmoorde “Kaulitz en Kaulitz, kap daar eens mee!” en bromde vervolgens, zo luid dat Raquel een sprongetje maakte: ‘En wie mag het weer opruimen, hm?’
‘Jij,’ zei Bill voorspelbaar. Zijn stem klonk zo dichtbij dat Raquel voor de tweede keer schrok, tot ze zich herinnerde dat Bill de telefoon vasthield. Vlug onderdrukte ze de nog steeds opborrelende lachkriebels en trok haar gezicht in de plooi, ook al kon hij haar natuurlijk niet zien.
Zoals ze al verwacht had praatte hij gewoon verder, alsof het hele intermezzo met zijn bandleden niet had plaatsgevonden. ‘Ons vliegtuig vertrekt om negen uur vanaf Berlijn-Tegel, dus waarschijnlijk sta ik ergens tussen half acht en acht voor je deur. Goed?’
‘Ja, prima,’ antwoordde ze meteen. Wat haar betreft mocht hij ook best wat eerder komen, maar dat durfde ze niet te opperen. Hij had vrijdag waarschijnlijk een propvol programma en dan moest hij ook nog helemaal vanaf Hamburg naar Berlijn komen – dan kon zij wel tot half acht wachten.

48.

Op vrijdag was de tijd net stroop. Langzaam, kleverig, zoet en onvermurwbaar. Raquel ging braaf naar haar werk, glimlachte naar de klanten, maakte grapjes met Lisanne, maar eigenlijk plakten haar ogen constant aan de wijzer van de klok. Door pure wilskracht probeerde Raquel hen sneller te doen bewegen; het lukte haar natuurlijk niet, de tijd leek juist extra sloom voorbij te gaan, speciaal om haar te pesten.
Om zes uur eindigde Raquels werkdag. Zodra haar baas kwam melden dat ze mocht gaan, fleurde haar gezicht op en ze zat al op de fiets voor iemand boe of bah kon zeggen. Fietsen in Berlijn was sowieso redelijk onpraktisch, maar in Raquels huidige toestand werd het helemaal een heksentoer. Niet dat ze iets van de toeterende auto’s meekreeg, natuurlijk. Haar gedachten snelden al vooruit en wachtten haar bij de huisdeur op.
Binnen zat Jonathan voor de televisie en vanuit de keuken dreef de geur van pompoen, wat betekende dat Elvira haar beroemde pompoensoep aan het bereiden was. Verrast stak Raquel haar hoofd om de keukendeur en vond haar moeder inderdaad achter het fornuis. Elvira versnipperde net een ring ui boven de pan; ze keek niet om toen haar dochter verscheen, maar vroeg met haar blik in de oranje substantie gericht: ‘Hij eet toch niet mee?’
Het aangenaam verraste gevoel verdween als sneeuw voor de zon. Raquel trok een gezicht en zei licht gepikeerd: ‘Nee, hij komt me alleen ophalen. En hij heeft een naam, oké? Je hoeft hem niet aardig te vinden, maar ik zou het fijn vinden als je in elk geval accepteert dat we samen zijn.’
Dat was de eerste keer dat Raquel haar moeder rechtstreeks op dat thema aansprak en ze waren er allebei even stil van. Toen antwoordde Elvira bijna onverschillig: ‘We zullen wel zien wat er gebeurt als hij er is.’
Meer kon Raquel uit haar moeders mond niet verwachten. Ze knikte stijfjes en liep de woonkamer in, waar ze zich naast haar broertje op de sofa liet vallen. Hij kroop gezellig tegen haar aan; Raquel legde wel een arm om hem heen, maar haar gedachten waren niet erg op haar omgeving gericht. Ze hoopte dat Elvira zich niet al te vijandig zou opstellen – en ze vroeg zich af hoe Bill zich zou gedragen. Ze had zo het idee dat hij niet bepaald een hoge dunk had van Elvira. Natuurlijk had hij daar een punt, maar… Elvira was niet altijd zo geweest! En ze is hoe dan ook mijn moeder, dacht Raquel en beet bezorgd op haar onderlip.
Ondanks de gespannen sfeer smaakte de pompoensoep voortreffelijk. Jonathan kwebbelde er lustig op los en Elvira had zelfs haar laptop niet binnen handbereik. Voor een paar momenten waren ze bijna een normaal gezin; alleen jammer dat Raquel er niet van kon genieten, inmiddels knaagden de zenuwen ijverig aan haar binnenste.
Ze hadden net gezamenlijk de tafel afgeruimd en Raquel had haar weekendtas voor Parijs naar beneden gesleept, toen Jonathan plots zijn neus tegen het raam duwde en vroeg: ‘Wat voor auto heeft Bill?’
‘Een BMW Cabrio en een witte Audi,’ antwoordde Raquel automatisch. De sceptische blik van haar moeder ving ze wel op, maar negeerde ze. ‘Hoezo?’
‘Er stopt een grote witte auto voor ons huis,’ wees haar broertje, met wijd open ogen van bewondering. Raquel versteende, zoog scherp haar adem in en bleef even aan de grond genageld staan. Hij was hier!
Het volgende moment spurtte ze naar de deur.
Bill stond net op de stoep toen Raquel uit het huis kwam vliegen. Hij lachte haar stralend toe van onder zijn pony; zijn haar stond voor de verandering niet recht overeind, maar hing losjes omlaag en hij had de voorste plukken voor zijn gezicht gekamd. Zo zag hij er op de één of andere manier ouder uit, minder extravagant, en Raquel besefte onmiddellijk dat hij dat vanwege haar moeder gedaan had. Misschien zou het helpen als Elvira niet eerst een hartaanval kreeg.
Ze bereikten elkaar bij het tuinhek; Bill boog zich over het poortje en drukte een zachte begroetingskus op haar lippen. Voor Raquel daar meer uit kon maken, trok hij zich alweer terug en knipoogde als verklaring: ‘Je moeder staat voor het raam.’
‘Oh.’ Raquel kon niet verhinderen dat ze een beetje teleurgesteld klonk. Toen maakte ze het poortje open en deed een stap naar achteren, zodat Bill de kleine voortuin binnen kon stappen. Ze zag hoe hij het huis nieuwsgierig in zich opnam en probeerde zich voor te stellen hoe het eruitzag door zijn ogen. Voor haar was het gewoon het huis waar ze in was opgegroeid, waarschijnlijk zou ze het niet eens goed kunnen beschrijven als ze zou moeten.
Nu keek ze met Bill mee en zag de donkere bakstenen gevel, de crèmewitte kozijnen, de brede ramen op de eerste verdieping en de smalle ramen in het schuine, donkerbruine dak. Het huis leek bijna vooroorlogs oud; Raquel had geen idee wanneer het gebouwd was, maar door de donkere kleuren oogde het zo. Op zich was het geen lelijk huis om in te wonen, wat Raquel om één of andere reden kalmeerde.
Bill draaide zich glimlachend naar haar om. ‘Kom je? Of blijf je hier staan dromen?’ Hij leek volledig ontspannen, volledig op zijn gemak, maar Raquel kende hem goed genoeg om te weten dat het grotendeels gespeeld was. Doen alsof niets hem van zijn apropos kon brengen was iets dat hij na vijf jaar in de muziekbusiness heel goed onder de knie had.
Raquel dwong zichzelf ook tot een lachje, haalde diep adem en knikte. Toen ging ze hem voor naar binnen, waar Elvira al op hen wachtte.

Drummend op het stuur van zijn auto reed Tom door de poelen straatlantaarnlicht. Voor hem glinsterden de lampen van Bills Audi; nu ze de snelweg hadden verlaten, konden ze niet langer naast elkaar rijden. Na het vergelijken van de routebeschrijvingen was duidelijk geworden dat Bill een eerdere afslag moest hebben, dus reed hij voorop (en was daar heel tevreden mee).
Toms iPhone trilde in de handsfree-standaard. Het schermpje lichtte op, de vier letters van zijn broertjes naam sprongen in beeld. Tom tikte tegen het toestelletje om op te nemen en onmiddellijk vulde Bills opgewekte stem de cabine: ‘Bij de volgende moet ik eraf, niet schrikken en niet botsen graag!’
‘Bedankt voor de waarschuwing,’ zei Tom droog. ‘Nog iets wat ik moet weten?’
‘Ja, ik duim voor je.’ Bills lach klonk alsof hij naast zijn broer zat. ‘En gedraag je, doe niets wat ik niet zou doen. Of eigenlijk, doe niets wat ik wél zou doen.’
‘Zoals kussens in iemands gezicht gooien, terwijl ik te gast ben bij mensen die ik nog nooit eerder gezien heb?’
‘Bijvoorbeeld.’ Ze lachten allebei even, toen voegde Bill er iets serieuzer aan toe: ‘Blijf ademhalen, oké? Geloof mij maar, ze gaan je geweldig vinden en alles komt goed en over tien jaar krijgen jij en Hannah jullie derde kind. En als ze je niet geweldig vinden hebben ze slechte smaak en kunnen ze het dak op. Goed?’
Tom schoot in de lach en remde hoofdschuddend af toen Bill zijn richtingaanwijzer aanknipte. ‘Dank je, dat helpt echt.’
‘Je kent me toch, ik sta altijd voor je klaar.’ Bill zei het lachend, maar ze wisten allebei dat hij het meende. Zonder poespas, zonder vooroordelen, zonder kleine lettertjes. En dat kalmeerde Tom heel wat meer dan alle andere goedbedoelde woorden die iemand had kunnen verzinnen.
‘Succes met Raquel,’ was het enige dat hij antwoordde, wetende dat Bill zijn gedachten kon horen in zijn stem. Hij kreeg een lachje terug en vervolgens de bieptoon, zodat hij de iPhone weer in de slaapstand tikte.
Het navigatiesysteem vertelde hem dat hij binnenkort rechtsaf moest; Tom begon weer op zijn stuur te trommelen, floot zachtjes door zijn tanden. Nog tien straten en dan stond hij voor Hannah’s huis.
Het was een vreemd idee, ook voor hem. Hij had het imago van een rokkenjager en, toegegeven, dat was hij ook wel; geen van zijn voorgaande relaties was ooit tot dit punt gekomen. Feitelijk duurden de meeste van zijn relaties niet langer dan een dag of tien – maar hij had tot nu toe ook nog nooit zulke serieuze gevoelens voor een meisje gehad.
Tom was allesbehalve een romanticus, maar de gedachte aan Hannah deed zijn gezicht toch oplichten als de kerstversiering in de supermarkt. Wie hem ooit wijsgemaakt zou hebben dat hij verliefd op haar zou worden, die zou hij vroeger uitgelachen hebben. Ze was niet waar hij het “normaal gesproken” mee aanlegde: te schuchter, te weinig zelfbewust, waarschijnlijk ook te intelligent. En toch waren daar de gevoelens, toch waren daar die vier woordjes die hij nog niet eerder tegen een meisje had gezegd. Misschien juist wel omdat ze zo hemelsbreed verschilde van de one-night-standmeisjes. Ze was niet uit op geld of status, ze was niet oppervlakkig, niet verwend, niet gemeen. Ze was gewoon zichzelf, gewoon Hannah, en juist dat maakte haar speciaal.
De straten sukkelden steeds langzamer aan hem voorbij; Tom reed inmiddels stapvoets. De afslag naar rechts kwam eraan, hij draaide de hoek om en wierp een blik op de dashboardklok. Kwart over zeven. Hij werd om half acht verwacht, dus hij was alvast niet te laat. Een zorg minder. Nu hoefde hij zich alleen nog maar nerveus te maken over zijn uiterlijk en gedrag en woordkeuze en...
Zijn iPhone bliepte weer. Dit keer een sms’je, natuurlijk van Bill. Houd op, je maakt jezelf gek. Het wordt geweldig, echt waar. Tom klikte de sms hoofdschuddend weg, hoewel hij een grijns niet kon onderdrukken. Bills eeuwige optimisme...
Zeven minuten later parkeerde Tom naast een Volkswagen Golf in een felle fuchsiakleur en een grote grijze Kia. Naast de donkerblauwe Cadillac van de gitarist zag zelfs die laatste auto er nog uit als het boodschappenwagentje van een vijfenzestigplusser. Misschien moest hij Hannah vragen of hij ergens anders kon parkeren, op deze manier stond zijn auto het hele weekend hier te pronken.
Oké. Dit was dan het moment. Tom blies zo beheerst mogelijk uit, plukte zijn iPhone uit de houder en blies nog eens uit. Kalmte was het sleutelwoord. Kalmte. Kalmte.
Hij stapte naar buiten en werd prompt onder de voet gelopen: Hannah pinde hem tegen het autoportier en kuste hem vol op de mond. Voor de innerlijke kalmte was dat misschien niet het beste, maar in elk geval fleurde het zijn humeur op.
Zodra ze weer een stapje terug deed, viel Toms oog op het verlichte woonkamerraam. Natúúrlijk stonden haar ouders daar te kijken – hoe kon het ook anders. Dat was een goede eerste indruk, maar niet heus. De zenuwen begonnen weer te borrelen, alsof hij op het punt stond een enorm podium te betreden, en hij veegde zijn handen af aan zijn veel te grote vest.
‘Oké, klaar. Let’s go.’
Hannah trok hem enthousiast mee over de stoep. Ze woonde in een heel normaal rijtjeshuis, met twee treetjes naar de voordeur en hoge ramen in de gevel. In de helder verlichte gang hing een rij jassen netjes aan een paar haakjes, schoenen op een rek eronder en op de treden van de trap stond een pak wc-papier. Vreemd genoeg was het dat laatste wat Tom weer licht deed ontspannen; het herinnerde hem aan het huis in Loitsche waar Bill en hij waren opgegroeid, aan zijn verstrooide moeder en alle rondslingerende schilderspullen. Als je in de gang niet over schoenen struikelde, dan meestal over penselen of doeken die zijn moeder nog niet had opgeruimd.
Op dat moment trok Hannah de deur naar de woonkamer open en wierp hem over haar schouder een verwachtingsvolle blik toe. ‘Kom je?’
‘Jep.’ Tom trok zijn coole gezicht, veegde zijn handen nog eens af en volgde zijn vriendin toen naar binnen.
Het eerste wat hem opviel was de normaalheid van de kamer. Gewoon een sofa met een televisie ervoor, een roze zitzak in de hoek, twee luie stoelen, wat planten, een kleed op de vloer en een kast tegen de wand. Er hingen een paar schilderijtjes, vakantiefoto’s op een lager kastje, in de hoek de deur naar waarschijnlijk de keuken en aan het plafond een lamp met een glitterende zilveren kap. Alles ademde IKEA en doorsnee. Ook al was Tom geen type voor doorsnee, het betekende in elk geval dat hij kon inschatten voor hoeveel verrassingen hij zou komen te staan. In dit decor gokte hij op weinig, wat hem wel goed uitkwam.
Hannah’s ouders stonden op van de sofa zodra ze samen binnenkwamen; hun dochter duwde hem trots naar voren en verkondigde lichtelijk overbodig: ‘Mam, pap, dit is dus Tom. En Tom, dit zijn mijn ouders, Helga en Philipp.’
En nu niet “yo” zeggen, instrueerde Tom zichzelf. Gelukkig sprak Hannah’s vader als eerste: ‘Welkom, Tom, goed je nu eens te leren kennen. We hebben al... heel veel over je gehoord.’
Hij knipoogde en Tom kon niet anders dan zelfgenoegzaam grijnzen. Oké, dit was misschien zo erg nog niet. Hannah’s vader zag er uit als een vrij normale vader, niet bijzonder groot, niet bijzonder klein, kalend, twinkelende ogen en op de sofaleuning lag een automagazine. Daar viel mee te leven.
Toen was de beurt aan Hannah’s moeder. Over haar had Tom omgekeerd ook genoeg verhalen gehoord, voornamelijk over haar deelname aan de Miss Deutschlandverkiezingen, en hij was ingesteld op een mooie vrouw. Daar werd hij niet teleurgesteld: mevrouw Fischer was een goedgevormde dame, met weelderig donkerbruin haar ondanks haar leeftijd, en een charmante lach die ze onmiddellijk op Tom losliet toen ze zijn hand schudde. Gelukkig voor hem was hij wel gewend aan dat soort charme, hij kende zijn groupies al langer dan vandaag, en kon zonder plotseling spraakgebrek antwoord geven.
‘Prettig kennis te maken, en bedankt dat ik meteen het weekend kan blijven.’ Dat was het meest beleefde dat hij kon bedenken om te zeggen – écht beleefd zijn had eigenlijk niet meer gehoeven sinds de doorbraak van Tokio Hotel – maar blijkbaar was het in orde, want Hannah trok hem naast zich in een luie stoel en ook haar ouders gingen weer ontspannen zitten.
Eerste horde genomen. Nu de rest van het weekend nog.

49.

‘Zo. Dus dit is hem dan.’
‘Jep. Dit ben ik dan.’
Kritisch gleden de twee ogenparen langs elkaar heen. Zij vond zonder stokken de gaten in zijn jeans, de gelakte nagels en de verschillend gekleurde veters in zijn Nikes. Hij zag een oudere versie van zijn vriendin, maar dan met haren op kinlengte en grijze strengen door het zwart. Een strenge blik domineerde haar gezicht: een advocate, inderdaad.
Kordaat stak ze haar hand naar hem uit. ‘Elvira Rodriguez. “Mevrouw” is goed.’
‘Bill Kaulitz,’ antwoordde hij beminnelijk en schudde haar hand, zodat zijn ringen flonkerden in het licht. ‘Gewoon “Bill” doet het ook.’
Elvira negeerde het schertsende antwoord, haar ogen namen iets misprijzends aan. ‘Ik zie dat je autorijdt.’ In een belachelijk dure auto, zei de afkeurende toon in haar stem.
‘Als een zonnetje.’ Hij negeerde de afkeuring.
‘En ooit een ongeluk gehad?’
‘Nee, maar voor alles is een eerste keer.’ Bill zei het zo stralend dat de ironie hen allemaal even ontging. Zodra het kwartje viel begon Raquel nerveus te giechelen, haar moeder trok bits een wenkbrauw op.
‘Dat moet mij ervan overtuigen om mijn dochter met jou mee te laten gaan?’ snoof ze. ‘Je bent meerderjarig, nietwaar?’
‘Helaas wel.’ Hij grijnsde, leek niet in het minst gestoord door haar duidelijke afwijzing. ‘Weet u, u en ik hebben iets met elkaar gemeen, mevrouw.’ De grijns werd een onschuldige lach. ‘We willen allebei dat Raquel gelukkig is.’
Het meisje voelde haar wangen rood worden, ze wilde iets zeggen maar durfde niet zo goed. In Elvira’s gezicht veranderde niets; ze keek Bill nog altijd met onverholen afkeuring aan. ‘En jij denkt dat je degene bent om dat voor elkaar te krijgen?’
‘Ik doe in elk geval mijn best,’ zei hij en aan zijn eerlijkheid kon niemand twijfelen; zo serieus had hij nog niet gekeken. ‘Of het werkt, moet u aan haar vragen.’
Raquel liet haar hand in de zijne glijden, gaf hem verlegen een kneepje. ‘Natuurlijk werkt het.’ Bill schonk haar een stralende glimlach. Het was het eerste dat ze had durven zeggen sinds ze tegenover haar moeder stonden. Hij begreep wel dat de zenuwen haar tegenhielden, maar was toch blij dat ze hem ondersteunde.
Elvira sloeg haar armen over elkaar en keek hen sceptisch aan. ‘Parijs wordt het dus. Hoe zit dat met haar privacy?’
Ze liet hen niet zo makkelijk gaan, maar dat hadden de twee van te voren al geweten. Elvira’s scepsis en achterdocht tegenover de zanger stonden duidelijk in haar gezicht geschreven. Bill liet zich echter niet uit het veld slaan. Hij had zich kunnen voorbereiden op een onthaal als dit en de glimlach bleef aan zijn gezicht plakken.
‘Daar is allemaal voor gezorgd, mevrouw. Mijn manager houdt zich daar natuurlijk ook mee bezig. U kunt van me aannemen dat alles in orde is als hij zijn toestemming heeft gegeven. Voor de details moet u bij hem zijn, die onthoud ik nooit. Ik kan u zijn telefoonnummer geven?’ Niet dat David er blij mee zou zijn als plotseling Raquels moeder aan de lijn hing, maar dat was niet Bills probleem.
‘Dat lijkt me niet nodig. Als ik één foto of bericht over mijn dochter tegenkom in de pers...’ Ze maakte haar zin niet af, maar de dreiging was duidelijk in haar stem. En Bill wist dat ze bij de rechtbank werkte – dat risico zou hij niet nemen. Dus verzekerde hij haar nog eens dat de kans daarop minuscuul was, bleef innemend glimlachen en kreeg de volgende vraag alweer voorgeschoteld.
‘En haar veiligheid?’
Raquel begon inmiddels verlangend naar de klok te kijken. Ze schaamde zich voor haar moeders scherpe vragen, schaamde zich dat ze niets durfde te zeggen, ook al wist ze dat Bill haar geen van beide dingen kwalijk zou nemen.
‘Ook geregeld, mevrouw. Er gaat een bodyguard mee, dat is verplichte kost tegenwoordig,’ antwoordde Bill. ‘Eentje die Frans spreekt, zelfs.’
‘Wel, wel. Wat een luxe.’ Elvira’s stem droop zo’n beetje van het sarcasme. ‘Dat zal jullie zeker helpen als jullie verdwalen.’
Haar dochter kneep opnieuw in Bills hand. Ze wilde het gesprek afsluiten, ze wilde hier nu eindelijk weg. Elvira’s humeur werd met de minuut slechter en ze had het idee dat Bill ook steeds meer moeite had om zijn antwoorden opgewekt te houden. Er flonkerde iets van hetzelfde misprijzen in zijn ogen dat ook op Elvira’s gezicht zichtbaar was. Als ze hier nog langer bleven, ging er iets exploderen, daar was Raquel zeker van. Ze wist alleen nog niet precies wat.
‘Maakt u zich geen zorgen, we zullen niet verdwalen. Ik ken Parijs langer dan vandaag.’ Bill kneep zachtjes terug en ging vervolgens in één ademtocht door: ‘En ik denk dat het nu tijd is om te gaan, straks vertrekt het vliegtuig zonder ons.’
‘Ach, geen privévliegtuig deze keer?’
Raquel zoog scherp haar adem in. Ze voelde Bills vingers verkrampen en wist dat Elvira nu zijn grens overschreden had. Hij kon veel hebben, maar nu ging het hem dan eindelijk te ver. Voor een korte seconde vormden zijn ogen spleetjes in zijn gezicht; toen trok zijn ene mondhoek omhoog in een scheve lach en zijn antwoord kwam op verrassend rustige toon.
‘Weet u, ik kan zelfs nog begrijpen dat u iets tegen mij heeft. Dat zou alvast niet de eerste keer zijn. Maar hoe u kunt leven met de manier waarop u uw dochter behandelt... Dat is me eerlijk waar een raadsel. Vindt u het ook niet ontzettend hypocriet om dagenlang niet naar haar om te kijken, maar wel een scène te schoppen als ze met haar vriend aan komt zetten?’
Al het bloed trok weg uit Elvira’s gezicht. Ze deed haar mond open, maar het antwoord bleef aan haar verhemelte kleven. Voor deze ene keer stond de topadvocate met haar mond vol tanden.
Raquel, verlamd van verbijstering, merkte nauwelijks hoe Bill haar met zich meetrok, de gang in en de deur uit. Hij plukte haar tas mee, schoof die op de achterbank van de Audi Q7 en sloeg het portier vervolgens zo hard dicht dat Raquel verschrikt een sprongetje maakte. Op elk ander moment had Bill daar om gelachen, nu keek hij haar schuldbewust en zelfs een tikje bezorgd aan.
‘Alles oké?’ vroeg hij en wreef even met zijn duim over haar handpalm. ‘Dat was er misschien een beetje te ver over, het spijt me. Ik kon me gewoon echt niet meer inhouden.’
Raquel kon niets zeggen, dus schudde ze alleen maar stom haar hoofd en kneep in zijn hand. Ze nam het hem niet kwalijk. Ze was verbijsterd, maar ze nam het hem niet kwalijk. Haar moeder was hier degene die zich misdragen had. Elvira’s houding en gedrag gingen veel verder over de grens dan Bills kleine uitbarsting, in elk geval naar Raquels idee.
Bill trok haar zachtjes tegen zich aan en drukte een geruststellende kus op haar voorhoofd. ‘Kom, laten we gaan. Ze heeft een heel weekend om in haar eigen sop gaar te koken, en wij hebben een heel weekend om ons daar niets van aan te trekken.’
Hij opende het portier van de sneeuwwitte Q7 en Raquel liet zich, meer werktuiglijk dan bewust van haar actie, op de bijrijderstoel zakken. Bill stapte aan de andere kant in; allebei wierpen ze even een blik op het woonkamerraam, maar veel meer dan een silhouet tegen het licht van de plafondlamp konden ze niet onderscheiden. Toen draaide Bill het contactsleuteltje om, de auto kwam zacht zoemend tot leven en gleed soepeltjes uit het parkeervak.
Eenmaal aan het eind van de straat slaakte Raquel een diepe zucht en zakte een stukje onderuit in haar stoel. Het was achter de rug. En aan haar persoonlijke horizon doemde nu de fonkelende skyline van Parijs op, de Eiffeltoren als een glinsterend baken tegen een hemel vol sterren. De lichtstad, de stad van de liefde: de stress glipte langzaam uit haar bloedbaan en op haar gezicht verscheen voorzichtig een glimlach. Ze was er nog nooit geweest, maar met Bill aan haar zijde kon het niet anders of de stad zou aan al haar verwachtingen meer dan sprankelend voldoen.

De hotelkamer had uitzicht op het Place de la Concorde. Vanaf haar plekje tussen de zware, met gouddraad bestikte gordijnen kon Raquel de obelisk zien, in de schijnwerpers gezet door lampjes aan zijn voet en omgeven door toeristen die zich niets aantrokken van het late uur. Terwijl de hemel boven de stad al lang en breed diepzwart gekleurd was, krioelden nog altijd mensen in fraaie avondkleding door de met kinderkopjes bedekte straten.
Alles wat ze zag, hoorde, proefde, rook en voelde benam Raquel de adem; ze had het gevoel sinds haar aankomst in Parijs nauwelijks zuurstof binnengekregen te hebben. Het duizelde haar, op een positieve manier. De nieuwe indrukken waren overweldigend, maar prachtig, en Raquel zoog alles in zich op als een spons.
Het hotel waar de taxi hen vanaf het vliegveld heen had gebracht, was zo groot dat de voorgevel niet in zijn geheel in Raquels blikveld paste. De inkomhal zette die toon voort: marmeren vloer en pilaren, donkerhouten balies met gouden versieringen en fonkelende kroonluchters aan het beschilderde plafond. Een piccolo in een rood met gouden pak bracht hun bagage naar boven, de liftwanden waren bekleed met fluweel en bij het betreden van de suite greep Raquel van verbijstering naar Bills arm.
De kamer was groter dan de woonkamer thuis, werd gedomineerd door een vierpersoonsbed met zachtgeel beddengoed en had wandbekleding met goudopdruk. Sierlijke houten meubelstukken vulden de enorme ruimte; zetels, een schrijftafel en twee sofa’s met gele kussens rond een laag salontafeltje op gekrulde poten. Schilderijen met vergezichten over Parijs hingen aan de muren en de achterwand bestond uit ramen van plafond tot vloer, waar fijne vitrage en gele gordijnen voor hingen. Rechts achter het bed leidde een deur naar de badkamer, die na inspectie van crèmekleurig marmer bleek te zijn en een douche, bad, porseleinen wc en een wastafel met gouden kranen bevatte. Alles ademde een rijke, antieke sfeer uit die Raquels mond op halfzeven deed staan.
‘En?’ lachte Bill, nadat hij de piccolo een gruwelijk hoge fooi had toegestopt. ‘Wat vind je?’
Hij gooide zich achteloos dwars over het bed en keek grijnzend toe hoe Raquel verdwaasd aan de zijden kussens van de sofa voelde, niet in staat te geloven waar ze zich bevond. Om eerlijk te zijn was Bill zelf ook onder de indruk; hij had niet verwacht dat David zo’n suite geboekt zou hebben. Maar hij had al heel wat hotels gezien in zijn leven en wende snel aan de glinsterende rijkdom om zich heen. Raquel had er meer moeite mee, stond nog steeds midden in de kamer en draaide langzaam om haar as. Met wijd open ogen probeerde ze alles in zich op te nemen, maar het was veel te veel om in één keer te bevatten.
Uiteindelijk kroop ze naast Bill op het bed en fluisterde overdonderd: ‘Dit is voor het weekend van ons?’
‘Helemaal.’ Bill legde een arm om haar heen, wreef zachtjes over haar rug. ‘Vind je het mooi?’
‘Ja, prachtig...’ Ze keek hem met kogelronde ogen aan. ‘Ik geloof het nog steeds niet. Dit is een droom, toch?’
Bill schudde lachend zijn hoofd en Raquel keek nog eens om zich heen, begreep nauwelijks hoe dit geen droom kon zijn. Stilletjes leunde ze tegen Bills schouder; hij streek met zijn duim over de rug van haar hand en drukte zijn wang tegen haar haren. Van buiten klonken gedempt de geluiden van een stad die nooit slaapt: auto’s over de keitjes, straatmuziek, talloze hoge hakken... Het was allesbehalve stil en toch had Raquel zich nog nooit zo ontspannen gevoeld als nu. Bills nabijheid vulde haar van top tot teen met warmte en hoewel haar hart klopte als een razende, waren haar gedachten kalm. Het duurde een paar seconden voor het kwartje viel.
Dit vreemde, heerlijke gevoel heette geluk.
Na een tijdje maakte Bill zich van haar los en drukte een kus in haar haren. ‘Wil je de stad nog in of ben je al moe?’
‘Nog lang niet!’ antwoordde ze naar waarheid. Haar voeten jeukten om de eerste passen in de stad van de liefde te zetten, de geluiden van buiten maakten haar nieuwsgierig en gretig om zelf op ontdekkingsreis te gaan.
Het was al half twaalf, maar in de lobby van het hotel kwamen en gingen nog altijd hele horden mensen. Bill had gelijk gehad over het niet opvallen in de massa: hij was volledig opgemaakt en allesbehalve vermomd, maar niemand keek twee keer naar hen om. Raquel en hij verlieten hand in hand het hotel en het kon geen voorbijganger iets schelen. Zelfs Bill Kaulitz was onder de Parijse nachthemel anoniem.
Ze liepen het plein af, de Champs-Elysées in. Raquel kneep verrukt in Bills hand; ze had zoveel over de avenue gehoord, maar geen van de verhalen kwam in de buurt van de werkelijke pracht en praal. De koele, frisse avondlucht en de nachtelijke sfeer verleenden de oude gebouwen nog een extra tint van romantiek, als een herinnering aan het sprookjesachtige verleden van de stad zoals die stond opgetekend in talloze verhalen, gedichten en schilderijen.
Aan de voet van de Arc de Triomphe kuste Bill haar en Raquel wist op dat moment al dat Parijs haar verwachtingen had ingelost. Wat er voor of na dit weekend ook was gebeurd of ging gebeuren, stond op dit ogenblik volledig buiten de tijd.
Alles wat ertoe deed was het hier en nu. Hier en nu, met Bills armen om haar middel en de zachte klanken van een viool op een straathoek, onder de heldere verlichting van een Parijse oktobernacht.

50.

Zachte muziek drong door de badkamerdeur, de majestueuze hotelkamer in. Raquel lachte naar het plafond; ze voelde nog steeds Bills armen om haar middel en zijn lippen in haar hals, ook al lag hij niet meer naast haar. Naast hem wakker worden zorgde elke keer weer voor een overdaad aan gelukshormonen in haar bloedbaan.
Plotseling duwde Bill de badkamerdeur open en vroeg: ‘Hé, ken je dit nummer?’
Hij zette de draagbare radio op het nachtkastje, draaide het volume iets luider en trok ondertussen zijn haarborstel door zijn zwarte manen. Raquel richtte zich half op in bed; ze kende het nummer inderdaad en kon zich prompt geen beter nummer voorstellen om de dag mee te beginnen. Een dag die sowieso al fantastisch begonnen was, om twaalf uur ’s middags met een in zijn slaap smakkende Bill tegen zich aan.
Diezelfde Bill wandelde nu vrolijk door de kamer, in alleen zijn zwarte boxershort, en zong luidkeels mee met het refrein terwijl hij zijn koffer omkeerde boven de sofa.

‘Heaven can wait up high in the sky
It’s you and I
Heaven can wait deep down in your eyes
I’m yours tonight
Lay your heart next to mine
I feel so alive
Tell me you want me to stay
Forever
’cause heaven can wait…’

Zijn uitspraak was af en toe onmogelijk Duits en daarmee ook weer heel schattig. Hij had het waarschijnlijk wel door, maar dat deed geen afbreuk aan zijn energie. Inmiddels danste hij bijna door de kamer, zonder op de beat van het nummer te letten, en als hij Raquel geen kushand toe had geworpen had ze zich toch eventjes zorgen om zijn seksualiteit gemaakt.
Maar ja, wanneer was Bill nu helemaal honderd procent mannelijk? Wanneer was hij überhaupt honderd procent één en hetzelfde? Hij was altijd een mengeling van verschillende elementen. Zijn kledingstijl neigde zowel naar glamrock als naar punk als naar enorm modegevoelig, met de zware make-up kon hij doorgaan voor gothic, emo en geïnspireerd op anime, zijn karakter ging van kinderlijk enthousiast naar professioneel en zakelijk.
En dat was precies wat Raquel aantrok aan hem. Hij liet zich niet in een hokje proppen, hij was gewoon wie hij wilde zijn en dat soms op het gênante af. Alles met dezelfde zelfverzekerdheid die altijd om hem heen hing. Raquel had hem nog maar één keer onzeker meegemaakt: op het moment dat hij haar vroeg of ze zijn vriendin wilde zijn.
Ze glimlachte weer. Bill was nooit honderd procent uit één stuk, maar hij was wel altijd honderd procent van haar. Dat wist ze nu.
Op dat moment dook hij plots naast haar op het bed, nog zonder make-up, met half geborstelde haren. Zijn ogen schitterden net zo sterk als zijn tongpiercing toen hij opnieuw het refrein meezong met de radio.
‘Heaven can wait deep down in your eyes...’ De blik in zijn ogen werd zachter, maar voor hij de kans kreeg om haar te kussen viel Raquel in.

‘I’m yours tonight
Lay your heart next to mine
I feel so alive
Tell me you want me to stay
Forever
’cause heaven can wait…’

Ze had lang niet meer voor publiek gezongen, besefte ze nu. Om precies te zijn niet meer sinds het halen van haar eindexamens; daarvoor had ze samen met Chantal in het schoolkoor gezeten en repeteerde elke woensdag. Al sinds de zandbak deelden Chantal en zij hun muzieksmaak en ze zongen vaak samen mee met de artiesten die op MTV en VIVA voorbijkwamen. Het was iets geweest dat hen onlosmakelijk met elkaar verbond, die liefde voor muziek en zingen in het bijzonder.
Nou ja. Dat het niet “onlosmakelijk” was, wist Raquel inmiddels wel – maar de liefde voor het zingen was er nog steeds, ondanks dat ze het niet vaak meer liet zien. Voor Bill had ze überhaupt nog nooit gezongen en de verbazing tekende zich duidelijk af in zijn gezicht.
‘Wat?’ mompelde Raquel, plots in verlegenheid gebracht.
‘Je kan zingen!’ stelde hij verbluft vast. ‘Oké, wacht, dat klonk bijna als een belediging.’ De manier waarop hij zijn voorhoofd in de kreukels legde maakte Raquel aan het lachen, maar blijkbaar was Bill voor deze keer serieus. Hij gaf haar een zachte por: ‘Lach niet, ik meen het! Je kende het nummer én de tekst en je kan zingen, en dat heb je me nooit verteld?’
‘Oh, kom nou,’ mompelde ze zo laconiek mogelijk. ‘Dat waren vier zinnen, hoe wil je daaruit nou concluderen of ik kan zingen?’
‘Denk je nou echt dat ik daar nog geen gehoor voor heb ontwikkeld?’ Zijn stem zweefde ergens tussen plagerig en serieus. ‘Waarom heb je me dat nooit verteld? En je was ook niet bij de audities, dat zou ik me herinnerd hebben.’
‘Mijn broertje was toen jarig,’ zei Raquel schaapachtig. Ze rolde op haar zij, legde haar hand op zijn ontblote borst en keek peinzend naar het kleurverschil tussen haar mediterraanse huid en zijn bleke noordelijke teint. ‘En, er is niet zo veel te vertellen. Ik vind zingen leuk, ik zat in het schoolkoor en zo, maar... Ik was nooit écht goed. Niet zoals Chantal, of Hannah, of zo. Niet zoals jij.’
‘Moet je voor het schoolkoor dan niet goed zijn?’ vroeg hij met opgetrokken neus. ‘Je had me in elk geval kunnen vertellen dat je het leuk vindt, al was het maar als hobby. Ik bedoel, het is niet alsof pakweg mijn hele leven op datzelfde gegeven is opgebouwd.’
Een tikkeltje onzeker gluurde Raquel naar zijn gezicht. ‘Ben je nu boos op me?’
‘Boos?’ Tot haar verbazing gooide Bill zijn hoofd in zijn nek en barstte in lachen uit. Ze voelde de beweging onder de hand die nog steeds op zijn borst lag, toen wikkelde hij plots zijn armen om haar middel en trok haar heel dicht naar zich toe.
‘Natuurlijk niet, gekkie,’ fluisterde hij liefdevol in haar oor. ‘Gewoon verbaasd dat je nooit iets gezegd hebt. Doet er verder ook niet toe, nu weet ik het.’ Hij drukte een tevreden kus op haar wang, dicht tegen haar lippen aan. ‘En stiekem ben ik blij om het te horen.’
Toen werd zijn wangkus een echte lippen-op-lippenkus en de radio draaide vrolijk de achtergrondmuziek van een scène die zich maar niet uit bed wilde verplaatsen.

Na het “ontbijt” slenterden Bill en Raquel hand in hand de Champs-Elysées op. Zij droeg een rood mutsje op haar krullen, bijpassende handschoenen en een sjaal om haar hals. De zon scheen dan wel, maar strooide met waterige herfststralen en de wind was koud. Bill leek daar geen last van te hebben. Hij droeg gewoon zijn leren jack en vingerloze handschoentjes, zonder sjaal of muts. De kou had alleen effect op zijn gezicht: hij had knalrode wangen en zag er zo verboden schattig uit.
‘Oké dan!’ verkondigde hij vrolijk. ‘Parijs is een winkelstad pur sang en mijn kast ontploft bijna, maar nog niet helemaal, dus het is tijd voor een paar nieuwe aankopen. Waar wil je heen?’
Raquel lachte om zijn enthousiasme. Parijs was als een snoepwinkel en Bill een klein kind dat van zijn moeder zelf een puntzak vol mocht vullen. Ze had geweten dat hij naar Parijs wilde om te winkelen en het zou haar niets verbazen als ze zijn rode wangen ten dele ook aan zijn shopeuforie kon toeschrijven.
‘Ik zou het niet weten, ik ben hier nog nooit geweest,’ antwoordde ze naar waarheid. ‘Wijs me de weg maar. Ik wil alleen wél de Eiffeltoren zien!’
‘Eén rondleiding langs de hoogtepunten van Parijs voor madame!’ Bill knipoogde. ‘Een rondleiding die kunst en mode met elkaar verbindt.’
Dat was het startsein voor wat een lange, maar fantastische middag zou worden.
Ze begonnen onder de Arc de Triomphe, die ze de avond daarvoor al bij nacht hadden meegemaakt. Bij dag bewonderden ze het beeldhouwwerk, hadden niet genoeg geduld om het monument te beklimmen en namen een andere avenue om de Seine over te steken. Bill leidde hen doelbewust door de fraaie straatjes, langs etalages, uithangborden, verlaten terrasjes en een overdosis mensen met aktetassen en baseballpetjes. Toen weken de huizen en ze stonden recht voor de Eiffeltoren.
Raquel was onmiddellijk diep onder de indruk. Ze had zich veel voorgesteld van het Parijse symbool en werd niet teleurgesteld; de ijzeren stellage stak driehonderd meter de heldere oktoberlucht in, indrukwekkend breedbenig en aan zijn voet ellenlange rijen voor zowel de trap als de lift. Stalletjes vol souvenirs stonden over het plein verspreid.
‘En?’ Bill stootte haar glimlachend aan. ‘Wil je de rij trotseren en naar boven?’
‘Ja, met de trap!’ antwoordde ze enthousiast, haar glanzende ogen nog steeds gefixeerd op de top van de Eiffeltoren. Haar vingers vlochten zich door die van Bill, ze kneep opgewonden in zijn hand en hij plantte haar lachend achter aan de rij voor de trap.
De tijd die ze moesten doden voor het hun beurt was om de treden te beklimmen, ging gelukkig snel voorbij. Met veel geklets en gelach schoven ze steeds een paar plaatsjes op; voor hen stond een Amerikaans stel met twee kleine kinderen, die niet te lang stil konden blijven staan en af en toe jengelend uit de rij braken om over het plein rondjes te rennen. Het was vermakelijk om naar te kijken en Raquel begon met een brede grijns aan haar klim.
Op de tweede verdieping besloten ze te blijven staan. In principe konden ze nog hoger, maar Raquel begon hoogtevrees te krijgen en Bill bekende schaapachtig dat hij ook nog nooit naar het topje van de Eiffeltoren had gedurfd. Dus bleven ze op de tweede verdieping en genoten van het weidse uitzicht over de stad. Het waaide flink daarboven, Raquel trok de muts van haar haren voor die van haar hoofd werd geblazen en de wind speelde energiek met haar lange krullen. Ze lachte uitgelaten en Bill wenste dat hij een camera bij zich had; ze zag er op dat moment simpelweg betoverend uit.
Naar beneden ging het razendsnel met de lift en Raquel kocht bij één van de souvenirkraampjes een grote ansichtkaart voor haar broertje, natuurlijk met de Eiffeltoren erop. Terwijl ze slenterend het plein verlieten, zei Bill plotseling: ‘We hebben hier ooit eens opgetreden, wist je dat?’
Raquel, die de kaart in haar schoudertas probeerde te krijgen zonder hem te buigen, uitte alleen een vage “hm” en hij grinnikte, vatte het op als een ontkenning en vertelde: ‘Op veertien juli, twee jaar geleden. Dat was echt de grootste eer ooit, zeker voor een Duitse band. We waren op uitnodiging van de Franse president, en veertien juli is hun nationale feestdag. Het hele plein stond stampvol fans en ik deed het bijna in m’n broek van de zenuwen.’
Hij rilde dramatisch en lachte weer. Raquel glimlachte mee; ze wist wat hij vertelde allang, maar dat maakte niet uit. Het was leuk om hem te horen vertellen, om te weten dat hij haar in zijn leven wilde betrekken – ook in zijn verleden, zelfs al kon ze daarover op internet al genoeg vinden.
Het idee om een vriendje te hebben waar op internet massa’s sites en artikelen over bestonden, bezorgde Raquel een raar gevoel. Ze fronste even, schudde het echter snel van zich af. Voor haar was Bill zoveel meer dan alleen “die zanger met dat haar”. Ze kende de persoon ónder dat haar beter dan zijn imago.
De rondreis door Parijs ging vrolijk verder. Ze bezochten verschillende winkels, warenhuizen en kleine marktjes die plotseling om straathoeken leken op te duiken; tussendoor bewonderden ze de architectuur van het Centre Pompidou en het Louvre, dronken koffie in een schattig café aan de Seine en keerden tenslotte in de schemering terug naar het hotel. Bepakt en beladen, want Bills enthousiasme was moeilijk in toom te houden en hij had Raquels “Je hoeft niets voor me te kopen!” steeds gracieus in de wind geslagen.
‘Man, dit past nooit in mijn bagage!’ pufte ze, eenmaal terug op hun hotelkamer, en keek naar alle aankopen die door de suite verspreid lagen.
‘Kopen we er nog een tas bij,’ plaagde Bill ontspannen. Hij lag op zijn rug op bed, zelfs hij was door zijn energie heen na deze lange maar succesvolle dag Parijs. En hij was slim genoeg geweest om een koffer mee te nemen met nog heel veel ruimte.
Raquel schudde haar hoofd naar hem. ‘Je hebt al veel te veel aan me uitgegeven! Ik kan nog niet eens de helft terugbetalen.’
‘Meisje, waarom zou je me willen terugbetalen? Je betaalt je kerstcadeautjes toch ook niet terug.’ Bill zag het probleem niet zo, schudde zijn hoofd terug naar haar. ‘Ik kan het makkelijk missen en ik geef graag cadeautjes, zeker aan jou. En dat ik niet met geld om kan gaan weten ze thuis ook allang, dus ik krijg hoogstens een bestraffende blik van David en verder niets.’
‘Maar ik...’ Raquel haalde onwennig haar schouders op. ‘Waar heb ik dit aan verdiend?’
Bill richtte zich op, stapte van bed en nam haar in zijn armen. Zacht streken zijn lippen over haar huid, van haar slaap naar haar mondhoek en uiteindelijk naar haar lippen. ‘Gewoon,’ mompelde hij, ‘gewoon omdat ik van je houd, daarom.’
Ze leunde tegen hem aan, liet zich kussen, kuste terug en werd warm vanbinnen. Ze was het weliswaar nog steeds niet met hem eens, maar dat deed er nu niet toe. En stiekem vond ze de dingen die ze samen uitgezocht hadden écht heel erg leuk – dus stiekem was ze er ook wel een beetje blij mee.
Toen liet Bill haar los en stelde opgewekt voor: ‘Zullen we naar beneden gaan of heb je nog geen honger?’
‘Jawel!’ lachte ze. ‘Hoor je m’n maag niet rommelen?’ Gespeeld dramatisch wreef ze over haar buik, sloeg haar ogen ten hemel en sprintte plots naar de deur. ‘Wie het eerste bij de lift is!’

51.

De bodyguard checkte in bij de balie. Bill stond achter hem te drentelen, wilde nu eindelijk het vliegtuig in. Het inchecken was het enige vervelende aan deze reis, het enige moment waarop Raquel en hij moesten doen alsof ze niet bij elkaar hoorden. In het vliegtuig zelf was het geen probleem meer, daar hadden ze meer privacy, maar in de hal en bij de gate was het oppassen geblazen.
Vandaar dat Raquel al binnen was en nu Tobi de bodyguard nog met de boardingpassen in zijn hand stond. Hij was het hele weekend ook in Parijs geweest, op bevel van David, had alleen nog geen uur bij zijn protegés doorgebracht. Bill had hem zodra ze op het vliegveld van Parijs stonden vrijaf gegeven en wat de man het hele weekend gedaan had, wist alleen hijzelf.
Eindelijk gaf de stewardess hen een knikje en gebaarde dat ze mochten doorlopen. Haar collega staarde net iets te gretig naar Bills gezicht; hij bereidde zich al voor op een gestamelde “Mag ik een handtekening” en werd niet teleurgesteld. Na een snelle krabbel op een Lufthansa-flyer kon Bill tenslotte door de slurf het vliegtuig in.
Natuurlijk zaten ze in de business class. Links op rij vijf, bij het raam, had Raquel zich al geïnstalleerd. Bill dumpte zijn handbagage bij Tobi, die aan de andere kant van het gangpad zat, en liet zich naast het meisje in zijn stoel vallen. ‘Nee maar, jij ook hier!’
Ze stak haar tong naar hem uit. ‘Toevallig, zeg.’
‘Ik geloof niet aan toeval,’ antwoordde hij, half schertsend en half serieus. ‘Hoe laat is het?’
‘Kwart voor acht,’ meldde Raquel met een blik op haar gsm, voor ze die alvast uitschakelde. ‘Dan zijn we tegen tienen wel in Berlijn, toch?’
‘Anderhalf uur vliegen, dan nog bagage en andere ongein, ja... Ik zou zeggen, ergens tussen half elf en elf uur ben je thuis.’ Bill veegde een haarlok achter zijn oor. Hij liep al de hele dag rond zonder enige vorm van styling: geen make-up, geen wax, geen haarlak, zelfs de zwarte nagellak begon stukje bij beetje af te bladderen. Zo volledig natuurlijk kreeg Raquel hem zelden te zien en ze werd meteen dubbel zo verliefd op dat beeld.
Ongeveer tien minuten later zette het vliegtuig zich log in beweging en taxiede naar de startbaan. Door het raampje zag Raquel de zonnestralen roze strepen door de lucht trekken; de onderkant van de wolken kleurde goud. Het werd avond, de lichten van het vliegveld schenen steeds feller in de verte, tot het vliegtuig over de startbaan rolde en plotseling loskwam van de bodem. Raquel kneep hard in Bills hand. Ze had niet echt vliegangst, maar bij het opstijgen en landen kreeg ze toch de rillingen.
Gelukkig stabiliseerde het vliegtuig zich algauw en Raquel liet opgelucht de spanning uit haar vingers ontsnappen. De kauwgum die ze tegen de druk op haar oren gekauwd had verdween in het prullenbakje, evenals die van Bill, en ze leunde weer behaaglijk achterover.
Vreemd genoeg was ze niet treurig over het feit dat hun weekendje Parijs voorbij was. Ze had van elke seconde genoten, alles in zich opgezogen, maar ze had ook geweten dat het niet voor eeuwig zo kon zijn. De twee dagen hadden precies het juiste aantal uren geteld en dat ze nu voorbij waren, betekende dat Raquel er een prachtige afgeronde herinnering bij had. Bijna alsof het weekend buiten de tijd stond, alsof de wereld niet verder was gedraaid terwijl zij in hun zeepbel hadden geleefd. Dat kon niet altijd zo blijven en het was goed zo. In elk geval zou Raquel deze twee dagen nooit van haar leven vergeten, al werd ze honderd.
Na ongeveer twintig minuten vliegen, waarin zowel Bill als Raquel volledig in gedachten was verzonken, ging de zanger plotseling rechtop zitten en trok het gordijn dat hen van de andere rijen afsloot dicht. Raquel keek hem vragend aan. Hij glimlachte, maar aan zijn ogen zag ze dat hij op het punt stond een serieus gesprek te beginnen. Dus zei ze niets, wachtte af.
‘Ik weet niet hoe goed je ons nieuws bijhoudt,’ begon hij tenslotte, na een paar seconde stilte, ‘maar er is iets gebeurd. Geen zorgen, iets positiefs. En iets belangrijks.’
Raquel had geen idee waar hij op doelde. Om eerlijk te zijn had ze de laatste tijd nauwelijks naar nieuws over Tokio Hotel gezocht; op een bepaalde manier voelde dat vreemd en het was sowieso onlogisch, als ze het nieuws wilde weten kon ze net zo goed in één keer Bill bellen.
‘We zijn genomineerd voor de WMA’s, op vijf november, in Monaco.’
Prompt kwam de fangirl in Raquel boven. De WMA’s! Artiesten van over de hele wereld, glanzende awardbeeldjes, fantastische optredens – dat was wel eens iets anders dan de Bambi Award. En Monaco... Ze onderdrukte de neiging om Bill om de hals te vliegen en hem plat te drukken, sloeg in plaats daarvan haar handen voor haar mond en fluisterde: ‘Wauw...’
Wat bij lange na niet in de buurt kwam van de hoeveelheid verbazing, blijdschap en bijna ontzag die nu door haar heen schoot, maar het was beter dan het vliegtuig uit evenwicht brengen door zich als een kip zonder kop bovenop Bill te storten.
De WMA’s!
Hij lachte. ‘Ja, dat vinden wij ook... Onze eerste keer bij de WMA’s, weet je, en we hebben meteen een optreden. Als ik er aan denk word ik al misselijk.’
‘Dat kan ik me voorstellen,’ knikte Raquel meteen. ‘In welke categorie zijn jullie genomineerd?’
‘Beste single, met Spring nicht.’ Bill klonk als een trotse moeder. ‘Maar we hebben met David besproken dat we een ander nummer gaan opvoeren, eentje met meer energie… En ik weet eigenlijk niet waarom ik je dat vertel, het doet er nu niet toe.’
Hij schudde even zijn hoofd om zijn gedachten te ordenen, keek haar vervolgens ernstig aan. ‘Ik wil dat je komt.’
Raquels eerste impuls was knikken en oké zeggen. Alsof ze zo’n uitnodiging zou weigeren! Ze deed haar mond al open, maar op dat moment meldde het logisch denkende gedeelte van haar brein zich. Willen en wensen buiten beschouwing gelaten, was het wel zo verstandig om mee naar Monaco te gaan? Logica en logistiek schreeuwden tegelijkertijd heel hard “nee” in haar hoofd. Parijs met z’n tweetjes viel te overzien, maar Monaco met de hele band, een stad die op de dag van de WMA’s waarschijnlijk tot de nok toe gevuld was met paparazzi... Dat vijf november een donderdag en daarmee voor Raquel een werkdag was, leek nog het minst van alle bezwaren die tegen dit plan aangevoerd konden worden.
Bill scheen haar aarzeling gemerkt te hebben en begon opnieuw te praten, vastbesloten haar te overtuigen. ‘David gaat niet lastig doen, echt. We hebben het er al ruimschoots over gehad en er wordt van alles geregeld om het mogelijk te maken. Ook al hoeven al die privacydingen voor mij niet zo nodig.’
Hij trok zijn neus op; de verontwaardiging over Davids houd-het-geheim-beleid stond duidelijk op zijn gezicht geschreven. Raquel beet onzeker op haar onderlip. Ze wist niet goed wat ze hier nu van moest denken. Natuurlijk vond ze de geheimhouding absoluut niet leuk, maar aan de andere kant van het spectrum flitsten de camera’s van de paparazzi. Dáár had ze nu ook niet bepaald behoefte aan. En wat zou haar moeder daar wel van zeggen?
‘Mijn moeder,’ mompelde ze, half in gedachten en half tegen Bill. ‘Mijn moeder vermoordt me.’
‘Welnee.’ Bill trok een strijdlustig gezicht. ‘Als zíj lastig gaat doen sturen we David en Peter op haar af. En Tobi.’ Zijn blik gleed even naar de bodyguard, die als een blok beton met een koptelefoon stoïcijns naar een tekenfilmpje keek. Bill grijnsde, maar draaide zich snel weer naar Raquel en liet één wenkbrauw naar boven dwalen. ‘Je wílt toch wel komen?’
Daar kon ze niet om liegen. Praktisch of niet, ze wilde wel, dat viel niet te ontkennen. Dus legde ze haar hoofd tegen zijn schouder en murmelde: ‘Natuurlijk wil ik mee. Niets liever. Maar kán het?’
Hij wikkelde een arm om haar middel, drukte vastbesloten een kus in haar haren. ‘We zorgen er gewoon voor dat het kan.’
Raquel knikte, maar iets in haar fluisterde dat dit wel eens het onderwerp van hun eerste ruzie kon worden. Natuurlijk wilde ze graag mee naar Monaco. Alleen: was het soms niet beter om niet het meest gewilde, maar het meest verstandige te doen?

Op woensdag, Raquels vrije dag, belde Hannah. Of ze samen de stad in konden, bijkletsen, “voor de gezelligheid”. Dat het over de WMA’s ging hoorde Raquel duidelijk aan haar toon en ze stelde voor om elkaar bij de dierentuin te zien. Even later stapte ze met een onrustig gevoel in haar maag in de tram.
Toen ze aankwam bij de Leeuwenpoort stond Hannah er al, handen in de zakken van haar groene jas. Het waaide behoorlijk en Raquel wenste direct dat ze eraan gedacht had om een haarclipje mee te nemen.
Ze begroetten elkaar net zo opgewekt als altijd, maar dat het slechts schijn was, bleek onmiddellijk aan de snelheid waarmee hun glimlachjes vervaagden. Zwijgend wandelden ze de dierentuin binnen, hoefden niet in de rij te staan; het was niet erg druk vandaag.
De leeuwen bevonden zich in hun buitenhok. Het welpje met Raquels naam balanceerde over een boomstronk, haar ouders lagen lui naast elkaar in het zand. Raquel en Hannah leunden zwijgend tegen de balustrade. Normaal gesproken kostte het hen geen moeite om een gesprek te beginnen, maar nu hadden ze een onderwerp dat ze niet zo makkelijk wisten aan te snijden.
Uiteindelijk besloot Raquel dat het waarschijnlijk beter was om met een neutrale vraag te beginnen. ‘Hoe was het afgelopen weekend met Tom?’
Hannah’s vingers, die eerst verkrampt op de balustrade lagen, ontspanden merkbaar. ‘Oh, fantastisch! Alleen dat pap hem in de logeerkamer legde, daar was hij het niet mee eens.’ Ze giechelde. ‘Maar hij heeft zich braaf aan de regels gehouden en mijn ouders vinden hem aardig.’
‘Dat is mooi,’ murmelde Raquel. Even dacht ze aan Elvira, aan haar provocerende gedrag vrijdagavond en haar afwijzende gedrag sinds Raquels thuiskomst. Blijkbaar was ze door Bills opmerking alleen maar afstandelijker geworden. Dat deed pijn, maar Raquel had het opgegeven om er met haar moeder over te praten. Het had simpelweg geen zin.
‘Heeft...’ begon Hannah en viel direct weer stil, wist niet hoe ze haar vraag moest stellen. Raquel wachtte af, starend naar haar naamgenootje in de leeuwenkuil. Het leven als welp was waarschijnlijk heel wat minder ingewikkeld. Misschien konden ze eens ruilen...
‘Heeft Bill jou ook meegevraagd naar Monaco?’ barstte toen uit Hannah’s mond. Haar vingers verkrampten weer en ze wierp een schichtige blik om zich heen, alsof ze bang was dat iemand haar had gehoord. Er stond echter niemand anders bij de leeuwen behalve Raquel en zijzelf.
‘Ja,’ zei Raquel zacht. ‘En Tom jou?’
Hannah knikte. ‘En ik wil ook wel, maar...’
‘... het is niet verstandig,’ maakte Raquel haar zin af. ‘Dat was ook mijn bezwaar.’ Ze zuchtte. ‘Maar het betekent zoveel voor hen, ik wil ook weer geen ruzie ontketenen.’
‘En ìk hoef niet zo nodig de roddelpers op mijn dak!’ antwoordde Hannah grimmig. ‘Hoe egoïstisch dat ook mag klinken. Ik weet dat het erbij hoort en zo, maar ik wil echt niet constant camera’s om me heen. Hoe kan ik dan nog rustig studeren? Ik houd van Tom, echt waar’, haar gezicht verzachtte even, ‘maar paparazzi, liever niet.’
Raquel wist precies hoe ze zich voelde. Hetzelfde dilemma had haar de afgelopen twee dagen wakker gehouden. Was dit het waard om een ruzie over te riskeren? Het ging wel om haar privacy, maar ze had van te voren geweten dat dit erin zat. En Bills “geheime relatie” wilde ze ook niet zijn. Waarom was er geen middenweg? Of was die er wel en zagen zij hem over het hoofd?
‘Ik heb gezegd dat ik meega,’ zei Hannah na een tijdje stilte. ‘En Tom heeft beloofd dat er goed op onze privacy gelet zal worden, ook al heeft hij denk ik liever dat alles bekend wordt. Maar daar was David strikt op tegen en hij gaat over al die maatregelen.’
‘Dat zal hij vast wel grondig doen.’ Raquel draaide zich van de leeuwen af en wikkelde een haarlok om haar vinger. ‘Daar zullen we dan op moeten vertrouwen, hm?’
Hannah knikte. Als op commando duwden ze zich van de balustrade weg en slenterden verder. Ondanks dat het onrustige gevoel nog niet helemaal weg was, kwam Raquel toch een beetje tot rust. Het was goed te weten dat ze iemand naast zich had die haar probleem begreep.

52.

Zorgvuldig trok Chantal de punt van het oogpotlood over haar ooglid. Er ontstond een perfecte lijn tegen de aanzet van haar wimpers aan, die ze nog eens extra versterkte door flink veel mascara op te doen – maar niet zo veel dat het ging klonteren, want Chantal was een professional met make-up.
Even later bekeek ze het resultaat keurend in de spiegel en glimlachte zelfverzekerd naar haar reflectie. Ze zag er piekfijn uit, precies goed opgemaakt en met zorg aangekleed. Het zwarte plooirokje maakte haar benen langer, het blauwe topje bracht de kleur van haar ogen naar voren, haar haren vielen perfect steil om haar gezicht.
Ze was er helemaal klaar voor.
Een harde roffel op haar deur trok Chantal uit haar overpeinzingen. Georgs stem klonk door het hout heen: ‘Zeg, schiet je nog op? We vertrekken over vijf minuten!’
Chantal gaf geen antwoord. Ze pakte kalmpjes haar laatste – maar belangrijkste – spullen bijeen en liet die in haar handtasje glijden. Dat waren dus haar gsm, portemonnee, lipgloss, mascara, oogpotlood, zakdoekjes, deo, sleutels en een rol pepermunt. Na een laatste blik om zich heen verliet ze de kamer.
In de gang was het drukker dan ooit. Twee bodyguards slingerden juist vier koffers op hun rug, David en Peter praatten allebei met veel handgebaren en hoofdbewegingen in hun telefoon en op een kluitje bij de woonkamerdeur stonden drie van de vier jongens. Bill, natuurlijk, was nergens nog in zicht; zijn broer wees gapend over zijn schouder naar de badkamerdeur toen Chantal naar de zanger informeerde.
‘Zie je wel,’ zei ze tegen de bassist. ‘Ik had er nog best wat langer over kunnen doen.’
‘Ja ja. Ik vermoord Bill!’ Georg greep kreunend naar zijn hoofd. ‘Meneer moest zo nodig zijn haar doen! Om half zeven ’s ochtends!’
‘Je kapsel is belangrijk,’ zei Chantal gedecideerd. Ze was zelf ook geen fan van vroeg opstaan, maar ze maakte er een kunst van om dat niet te laten merken. De jongens hadden de vrijheid om te klagen, zij waren onmisbaar. Chantal kon nog worden ingeruild. Het zou weliswaar allesbehalve praktisch zijn voor de platenmaatschappij, maar het kón wel. Dus deed ze haar best om ervoor te zorgen dat niemand ontevreden over haar zou zijn.
Op dat moment kwam David op hen af, de gsm nog in zijn hand, maar deze keer niet in gesprek. ‘Waar is Bill?’ vroeg hij gejaagd. ‘Toch niet waar ik denk dat hij is?’
‘As je de badkamer bedoelt, dan wel,’ antwoordde Gustav droogjes. David zuchtte; ze wisten allemaal hoe lang Bill ’s ochtends nodig had. Hun vrees bleek echter ongegrond. Nog geen minuut later voegde Bill zich bij hen, aangekleed en opgemaakt, met licht opzij staand haar. Hij gaapte hartgrondig, trok zijn jack aan en gaapte nog eens. Veel meer dan dat kreeg hij niet voor elkaar: David duwde hem al naar de deur.
Haastig verlieten ze achter elkaar de woning. Op de stoep wachtte het zwarte busje dat hen naar het vliegveld zou brengen. Deze keer gingen ze wel met een privéjet, of eigenlijk met een vliegtuig dat door de platenmaatschappij volledig volgeboekt was. Chantal liep tussen de crewleden naar de gate, terwijl de jongens voorop slenterden en zich niets aantrokken van de camera’s die om hen heen draaiden. Ze zorgden er alleen angstvallig voor dat ze gaapten zodra de lens even van hen was afgewend. Chantal had nooit verwacht dat er bij het vliegveld alleen al zoveel persmuskieten zouden staan en voelde voor het eerst iets van nervositeit. Misschien had ze de roddelbladen toch een beetje onderschat.
Eenmaal in het vliegtuig belandde het meisje tussen Georg en het gangpad; de bassist viel prompt in slaap, dus concentreerde Chantal zich op haar andere kant, waar de tweeling had geïnstalleerd. Ze voerden een gesprek op fluistertoon, waaruit Chantal concludeerde dat ze niet mocht luisteren. Toch kon ze het niet helpen: ze leek een radar voor bepaalde onderwerpen te hebben en ving, hoewel ze dat eigenlijk niet wilde, het woord “Raquel” op.
Dat was het enige nadeel aan deze reis – Raquel kwam ook. Weliswaar pas ’s avonds, maar dat was al genoeg. Ze hadden zoveel dingen samen meegemaakt: samen voor het eerst naar de middelbare, samen voor het eerst op concert, samen voor het eerst zonder ouders op vakantie. Maar die tijd, de tijd van het “samen voor het eerst”, was voorbij en het ergerde Chantal dat Raquel zou komen.
Waarom moesten ze ook samen voor het eerst een awardshow bijwonen?

Van Monaco kreeg de band uiteindelijk niet veel te zien. Na een korte busreis vanaf het vliegveld van Nice reden ze de stad binnen en koersten direct naar de venue waar de WMA’s werden gehouden. Het liep inmiddels al tegen half elf; nu werd Chantal duidelijk waarom ze zo vroeg waren vertrokken.
Bij de venue was het een drukte van jewelste. Het grootste deel van het publiek kampeerde al voor de deur, tachtig procent zag eruit als potentiële Tokio Hotel fan en hele krijsconcerten vulden de koude buitenlucht zodra de vier Duitsers iets van zich lieten zien. Gelukkig werden ze bij de achterdeur afgezet, waar een flink aantal bodyguards en venuepersoneel de fans op afstand hielden.
Eenmaal binnen voerde David hen door een gang vol deuren en rondhollende mensen. Een dozijn vrouwen in zwarte mantelpakjes schoten op hun hoge hakken van deur naar deur om alle artiesten op hun wenken te bedienen. Chantal, verborgen tussen Davids assistente Dunja en de visagiste Natalie, keek haar ogen uit. Ze had zich zo’n backstage maar heel vaag voorgesteld, kon zich moeilijk een beeld vormen. Nu pas besefte ze de omvang van een evenement als deze World Music Awards en het begon te kriebelen in haar binnenste. Als zij officieel en openlijk lid van Tokio Hotel zou zijn, zou zij nog veel meer deel uitmaken van al deze bedrijvigheid dan nu...
Ze passeerden deuren met naambordjes als “Estelle” en “Mariah Carey”. Chantals ogen werden steeds groter. Ze kende alle artiesten bij naam, sommigen stonden zelfs op haar iPod – en daar was de deur met het opschrift “Tokio Hotel”. Tussen Duffy en Lil’ Wayne. Zelfs de jongens keken licht onder de indruk, hoe hard ze dat ook probeerden te verbergen.
De backstageruimte had verder geen echte glitter en glamour-uitstraling. Er stonden drie leren sofa’s en twee lage tafels vol snoepgoed en flesjes drinken. Drie potplanten, witte wanden en een plafondlamp met een hele grote kap.
‘Home sweet home,’ grijnsde Bill en mikte zijn tas in de hoek van een sofa. ‘Voor vandaag in elk geval.’
Hij rekte zich uit en gaapte weer, ongestoord nu de camera’s weg waren. De anderen volgden zijn voorbeeld, rekten en strekten en gaapten terwijl de crewleden hun spellen wegzetten. David hing alweer met Joost mocht weten wie aan de telefoon, Natalie rommelde in een enorme make-upbox (die er in Chantals ogen eerder uitzag als een gereedschapskist) en Dunja de assistente voegde zich bij de dames in mantelpak op de gang.
‘Wat nu?’ vroeg Chantal aan Gustav, die het dichtst bij stond. ‘Blijven we de hele dag...’
Verder kwam ze niet; David trok zijn gsm van zijn oor en blafte: ‘Jongens, soundcheck om half vier! Lunch om half één, tussen één en drie interviews! Rode loper om half acht, dus make-up om zeven uur! Bill om kwart voor, misschien... En eten wordt geserveerd tussen zes en zeven, hier.’
Hij duwde de gsm weer aan zijn oorschelp, maar Bill hield zijn hand tegen. ‘En tussen nu en lunch? Socializen? Nagelbijten?’
‘Socializen.’ David wuifde hem weg, praatte alweer aan één stuk door in zijn telefoon. Wat hij allemaal zo dringend moest bespreken kon Chantal zich met de beste wil van de wereld niet voorstellen, maar het was vast en zeker belangrijk.
Ondertussen begreep ze ook waarom ze niet eerst naar het hotel waren gegaan, en waarom de jongens zulke enorme koffers hadden meegenomen. Gezeten op een armleuning van de dichtstbijzijnde sofa keek Cantal toe hoe Bill, Tom, Georg en Gustav zich klaarmaakten voor de grote dag. Ze stonden ongegeneerd in het midden van de kamer, verwisselden hun reiskleding voor outfits die meer bij hun celebritystatus pasten. Bill viste een spiegel uit Natalies gereedschapskist en wreef wat extra wax in zijn haar, voor een versterkt vingers-in-het-stopcontact-effect. Uiteindelijk bond Tom voor de tweede keer zijn dreadlocks bij elkaar, zette zijn pet goed en blies zijn adem uit.
Zo dan. Hier stond Tokio Hotel.
Net toen de jongens de ruimte wilden verlaten, ging de deur open en Dunja kwam weer binnen. Ze had een gejaagde uitdrukking op haar gezicht en begon onmiddellijk te ratelen. ‘ Oh, jullie gaan socializen? De meesten zitten in de lounge, ga daar maar heen, en neem iets te drinken mee. Vooral jij, Bill, dat is goed voor je stembanden, en Gustav, blijf bewegen, je moet straks weer een hele tijd zitten, en...’
Bill kapte haar vlug af: ‘Doe maar rustig, we zijn al groot. We kunnen dit, ja?’
‘Neem iets te drinken mee,’ herhaalde Dunja en duwde hem een flesje sinaasappelsap in de handen. Bill rolde met zijn ogen, maar protesteerde niet. Waarschijnlijk was hij niet half zo kalm als hij zich voordeed; hij kon het gewoon beter verbergen dan de assistente en volgde zijn medebandleden beheerst de gang op.
Chantal voelde zich inmiddels lichtelijk verloren in de chaos, zeker niet nu de jongens er plotseling vandoor waren. Ze wist dat ze mee moest om deze kant van het sterrenleven te leren kennen, maar wat leerde ze nu? Hoe het vijfde wiel aan de wagen zich voelde? In elk geval was het een interessante ervaring om de crewleden te zien doordraaien van de zenuwen. Zij moesten ervoor zorgen dat alles honderd procent in orde was, zodat de jongens als het erop aankwam voorbereid waren en er niets fout zou gaan. Opnieuw een inzicht voor Chantal: blijkbaar kwam daar meer bij kijken dan een beetje zwaaien met een naambordje en een vingerknip.
Op dat moment legde Dunja haar hand op Chantals schouder en zei gehaast: ‘Jij komt met mij mee, voorbereidingen treffen voor de interviews. Hier.’ Ze stopte Chantal een klembord toe. ‘Maak maar aantekeningen, dan ben je mijn stagiaire. Oh, en trek dit aan.’
Ze wurmde zich uit haar zwarte blazer, waar ze een nette bloes onder droeg, en duwde het kledingstuk in Chantals handen. Het meisje had haar armen nog niet in de mouwen of Dunja haastte zich al naar de deur. Dat werd dus rennen – en daar had Chantal helemaal gelijk in.

53.

Op het vliegveld van Nice werden Raquel en Hannah opgewacht door dezelfde bodyguard die mee was geweest naar Parijs. Tobi hield een bordje met hun namen erop omhoog en de meisjes holden bijna op hem af. Raquel, blij een bekend gezicht te zien, begroette hem met iets meer schwung dan werkelijk noodzakelijk. Hij gaf haar slechts een knikje en nam hen mee naar buiten, waar een onopvallende Volkswagen op hen wachtte. Tobi kroop achter het stuur, de meisjes doken met hun bagage op de achterbank.
De hele rit lang bleef het stil in de auto. Hannah had haar iPod in haar oren geplugd en leek onbereikbaar, Raquel staarde stilletjes uit het raampje. Ze had het gevoel iets illegaals te doen en misschien was dat ook wel zo. In elk geval was ze laf. Uit angst voor Elvira’s reactie had ze niets verteld over Monaco – ze had toestemming gekregen om naar de jongens in Hamburg te gaan, dat was in haar moeders ogen al erg genoeg.
Raquel loog niet graag. Helemaal niet graag. Haar buik zat zo vol schuldgevoel dat het pijn deed. Maar had ze iets anders kunnen doen? De waarheid vertellen, slaande ruzie en mogelijk zelfs straf riskeren? Riskeren dat ze niet kon komen? Dat was het punt waarop ze tot liegen over was gegaan. Omdat het zo ontzettend veel voor Bill betekende dat ze kwam.
De Volkswagen parkeerde aan de achteringang. Twee leden van het venuepersoneel snelden toe, zorgden ervoor dat de meisjes ongezien het gebouw konden betreden. Gelukkig waren er op dit punt geen camera’s aan deze kant van het gebouw. De deuren waren zojuist opengegaan, iedereen behalve de beroemde gasten mocht inmiddels naar binnen.
Ze stapten net op de drempel toen Tobi’s gsm afging. Hij nam op met een “Ze zijn hier”, hm’de vervolgens een paar keer instemmend en hing weer op. ‘David stuurt Natalie om jullie naar je plaats te brengen,’ meldde hij en liet hen doodleuk in de gang achter.
Een tikkeltje ontredderd keken de meisjes elkaar aan. Ze wisten allebei niet wie Natalie was en ook niet wat ze hier nu eigenlijk deden. Gelukkig duurde het niet al te lang voor er iemand op hen af kwam: jong, blond en modieus gekleed, met perfecte make-up. De jonge vrouw reikte hen allebei de hand en stelde zich voor als “de visagiste, zeg maar Natalie”. Nerveus noemden de meisjes hun eigen naam, waarop de jonge vrouw een glimlachje liet zien dat duidelijk betekende dat ze allang wist wie de twee waren. Natuurlijk wist ze dat; David had haar niet voor niets gestuurd.
‘Volg mij, in de backstage kunnen jullie je tas neerzetten en dan gaan we naar de zaal.’ De visagiste glimlachte en leidde hen vlug langs de eindeloze rij deuren.
Het was moeilijk te bevatten dat ze nu echt in Monaco waren. Dat ze echt de zaal zouden betreden waar straks de WMA’s werden uitgereikt. Gespannen kneep Raquel haar handen samen. Ze was nerveus en opgewonden tegelijkertijd, het kriebelde vanbinnen en haar mond voelde kurkdroog. Daarbij was zij niet eens degene die moest optreden of misschien wel een award zou winnen. Hoe moest Bill zich dan wel voelen?
‘Jullie zitten overigens gewoon bij ons,’ zei Natalie over haar schouder. ‘In het crewgedeelte van de VIP-lounge. De fotografen en andere persmuskieten zitten aan de andere kant van de zaal, dus waarschijnlijk krijgen ze jullie zelfs met zoom niet in beeld, maar probeer toch zo min mogelijk die kant op te kijken.’
De meisjes knikten braaf en volgden de visagiste de zaal in. Vanaf de VIP-lounge hadden ze overweldigend uitzicht: Raquel en Hannah bleven als aan de grond genageld staan. Ze hadden allebei wel een stuk of wat concerten bezocht, maar dit was toch wel van een iets ander kaliber.
Er waren drie podia, met elkaar verbonden door steeds een paar meter catwalk. Het linker- en rechterpodium waren allebei donker, het hoofdpodium stond felgeel te pronken in het midden van de enorme zaal. Daar zouden de awards worden uitgereikt, het hypermoderne spreekgestoelte stond al klaar.
Tussen de podia in bevond zich het niet-beroemde publiek. Als een zwarte massa vulden ze het volledige vloeroppervlak, doorspekt met fluorescerende lichtjes en de knipperende lampjes van camera’s. Vanaf het plafond bewogen spots zich over hun hoofden. Af en toe gleed een schijnwerper ook over de zitplaatsen, die aan één helft van de zaal gebouwd waren, en steeds als de lichtbundels voorbijkwamen moest Raquel de neiging weg te duiken onderdrukken.
Inmiddels had Natalie hen meegeloodst naar hun plaatsen, rechts vooraan in de VIP-lounge, zo ver mogelijk van de persmuskieten af – die zaten aan de linkerkant. In het midden, op de duurste met rode stof beklede stoelen, waren de zetels gereserveerd voor de echte VIPs. Zij zaten het dichtst bij de catwalk die hen aan het hoofdpodium verbond. Op het moment waren die zetels echter nog leeg.
‘En dit is dan onze crew!’ Natalie duwde enthousiast haar collega’s naar voren. De vrouw in de nette outfit met de strakke donkere knot werd voorgesteld als Dunja, daarnaast zat Peter van het management die Hannah vaag herkende, en tenslotte was er nog een bodyguard, Saki. Zijn collega begeleidde op het moment de jongens naar de rode loper.
De meisjes werden hartelijk begroet en in het midden neergezet, van alle kanten afgeschermd voor al te nieuwsgierige blikken. Ook de andere crews zochten nu hun plaatsen op, steeds vier of vijf personen per artiest.
‘Hoe lang nog tot het begint?’ informeerde Hannah schuchter. Waarschijnlijk bedoelde ze “Hoe lang nog tot Tom?” en Raquel wist precies hoe ze zich voelde. Ze was hier gekomen voor Bill, ze wilde hem nu ook eindelijk zien – al was het maar van een afstandje. Ze wilde dat hij wist dat zij er was.
‘Nog een kwartier ongeveer, dan zijn alle genomineerden binnen,’ antwoordde Dunja na een blik op haar horloge. ‘Om half negen begint de show.’
De meisjes knikten weer. Chantal begon onmiddellijk een gesprek met Hannah, bespeurde natuurlijk ook de zenuwen en probeerde haar af te leiden. Raquel deed geen poging mee te praten, dat zou alleen maar pijnlijk en geforceerd worden. Daarbij wist ze niet zeker of ze wel iets uit haar mond kon krijgen. Haar vingers trilden; ze balde haar vuisten en probeerde aan iets anders te denken.
Ruim tien minuten later gingen de deuren open. Alle hoofden en camera’s draaiden die kant op, iedereen keek reikhalzend uit naar de eerste beroemdheid die een voet over de drempel zette. Dat was Rihanna, met in haar schaduw haar manager. Applaus en gekrijs van het overenthousiaste publiek begeleidden hen naar hun plaatsen.
Hannah tastte naar Raquels hand en kneep erin. ‘Kijk!’ fluisterde ze met grote ogen. ‘We zitten op tien meter afstand van Rihanna!’
Raquel knikte, compleet overdonderd. Ze was geen grote fan van Rihanna, maar natuurlijk wist ze wie de zangeres was. En ze zat zo dicht in de buurt! Raquel kon het maar moeilijk bevatten. Bij Bill vergat ze nogal eens dat hij eigenlijk beroemd was, omdat ze hem als persoon zo goed kende, maar deze mensen waren tot nu toe niet meer geweest dan plaatjes en filmpjes in haar wereld. Nu bleken ze plotseling echte mensen, tastbaar, zo dichtbij.
De VIP-lounge vulde gestaag; een hele stroom aan bekende gezichten trok aan hen voorbij. Katy Perry, de heren van U2, de Black Eyed Peas, Kings of Leon (Hannah kneep pijnlijk hard in Raquels hand), Leona Lewis en noem maar op. Alle grote namen van de huidige muziekscène kwamen langs. Tokio Hotel was één van de laatsten, maar het gegil dat hen begroette klonk net een paar decibel harder dan bij hun voorgangers. De jongens grijnsden en wuifden, uiterlijk ontspannen.
Bij het zien van haar vriendje ontspande Raquel eindelijk haar schouders. Ze nam gretig zijn gezicht in zich op, zijn lach, de fonkeling in zijn ogen. Geamuseerd besefte ze dat zijn hele outfit gekocht was in Parijs, van de tippen van zijn sneakers tot de hanger aan zijn ketting. Vreemd genoeg bracht het haar tot rust om hem zo te zien. Hij was volledig in zijn element met de spotlights op zijn gezicht, flirtte met de camera’s, kende het spelletje van de journalisten en ging zijn medebandleden voor met een typerende vanzelfsprekendheid. Raquel kon haar ogen niet van hem afhouden. Tot de band zich op de voorste rij liet zakken, want toen kon ze hen niet meer zien.
De show werd geleid door de prins van Monaco, Albert II; een vrij korte man met een vriendelijk gezicht en een bijna onzichtbare bril. Hij opende de avond met een lange speech over het liefdadigheidsdoel achter het evenement. Zijn Engels liet niets te wensen over, maar Raquel kon zich niet op zijn woorden concentreren. Steeds weer moest ze moeite doen om niet voorover te buigen en langs de mensen heen naar Bill te kijken. Peter zat aan haar linkerkant, hij blokkeerde precies haar zicht op de band. Ze zag alleen net de neuzen van Toms schoenen.
Tegen de tijd dat prins Albert zijn speech begon af te ronden, waren de zenuwen in Raquels maag weer helemaal terug. Zij had Bill nu wel gezien, maar hij haar nog niet. Straks dacht hij nog dat ze niet was gekomen!
Aarzelend gluurde ze om zich heen. Iedereen leek vol interesse naar de prins te luisteren, zelfs Hannah en Chantal. De spotlights waren opgehouden met dwalen en stonden nu op het hoofdpodium gefixeerd. Hopelijk zou het dus niet opvallen als ze nu een heel klein beetje voorover boog...
Bill zat in het midden, Tom en Gustav aan zijn ene zij, Georg en David aan de andere. Ook zijn blik was geconcentreerd op het podium en de spreker; Raquel kon niet zien of hij serieus luisterde of alleen deed alsof. In elk geval ondernam Tom geen enkele poging om zijn desinteresse te verbergen. Hij trommelde ongedurig op zijn bovenbenen, schudde met zijn dreadlocks, frutselde aan zijn pet en wierp steeds een blik om zich heen, alsof hij zich afvroeg wie zich nog meer verveelde.
Net op het moment dat Raquel zich – enigszins teleurgesteld – weer terug wilde trekken, draaide Tom zijn hoofd haar kant op. Hij ving onmiddellijk haar blik; zijn gezicht verhelderde onder de klep van zijn donkerblauwe pet en hij gebaarde een soort groet, voor hij zonder pardon een elleboog in Bills zij ramde. Aan de snelheid waarmee er een por terug kwam, vermoedde Raquel dat Bill inderdaad alleen maar deed alsof hij luisterde.
Toen wendde hij zich opzij en hun ogen ontmoetten elkaar. In één ademtocht brak de zon door op Bills gezicht. De verstoorde uitdrukking maakte plaats voor een fantastische glimlach, waarbij zijn ietwat scheve tanden tevoorschijn kwamen. Raquels wangen bolden op, ze lachte breed terug. Nu had hij haar ook gezien.
Nu was het goed.
Vlug porde ze in Hannah’s zij. Het duurde even voor daar reactie kwam, maar toen boog ook Hannah zich een stukje naar voren. Bill op zijn beurt signaleerde Tom dat hij weer moest kijken; de lach paste inmiddels bijna niet meer op zijn gezicht.
Langer zo blijven zitten kon niet, helaas. Prins Albert sloot zijn speech af met de aankondiging van het eerste optreden en iedereen verplaatste zijn aandacht naar het rechterpodium. De muziek begon te spelen – Raquel herkende Madonna – en het blikcontact werd verbroken. De twee meisjes wisselden nog even een glimlach. Nu hadden ze elkaar gezien.

54.

Vanaf dat moment kon Raquel haar zorgen loslaten en gewoon van de show genieten. Na het optreden van Madonna volgde de uitreiking van de award voor Best Selling Newcomer, daarna weer een optreden, vervolgens een award, en zo ging het verder. De lichten wisselden constant, spotlights zetten om de beurt één van de podia in het licht. Outfits en speeches gingen van idioot naar geniaal en tussendoor zorgde het stervensenthousiaste publiek voor een soundtrack van wild applaus.
Na een hele tijd gluurde Raquel weer opzij en besefte dat de neuzen van Toms sneakers waren verdwenen. Ze boog zich verrast voorover om te controleren wat ze zag: de hele band was weg, inclusief David. Waarschijnlijk waren ze zo meteen aan de beurt voor hun optreden.
Raquel had die gedachte nog niet beëindigd of prins Albert bracht de microfoon weer naar zijn mond: ‘En nu, genomineerd in de categorie “Beste Single”, de enige categorie waar voor gestemd kan worden, treden deze vier jonge heren voor ons op! De succesvolste Duitse band over de grenzen, een recordbreker, en nog maar aan het begin van hun carrière – graag een groot applaus voor Tokio Hotel!’
Dat liet het publiek zich geen twee keer zeggen. Raquel was eens naar een concert van de band geweest, helemaal aan het begin van hun carrière, en daar vond ze het gekrijs al niet om uit te houden. Vergeleken bij het geluid dat dit produceerde was dat echter nog niets geweest. Raquel duwde haar handen tegen haar oren en toch had ze nog het gevoel midden tussen de fans te staan.
Door die vulkaanuitbarsting miste iedereen het begin van de muziek. Gelukkig stierf de kakofonie na de eerste drie maten weg en Raquel herkende onmiddellijk de enerverende intro van Ich brech aus. Razendsnel en snoeihard gespeeld, ondersteund door Gustavs vlugge slag op de hihat, donderde het nummer door de zaal. Automatisch leunde Raquel weer naar voren, tot ze over de rand van de VIP-lounge hing en perfect zicht had op het podium. Niemand hield haar tegen; integendeel zelfs, iedereen om haar heen volgde haar voorbeeld.
Het nummer bleek precies de juiste keuze. De zaal, toch al gevuld met uitzinnige fans, ontplofte. Het publiek vormde één grote massa, één eenheid die meebrulde en meesprong op het ritme van de muziek. Er was geen ruimte meer om te denken. Bills stem reikte tot in de verste uithoeken van de zaal en trok iedereen in zijn ban.
Pas op het einde, waar Bill uithaalde en Gustav met een immense slag op zijn snaredrums het nummer afsloot, besefte Raquel dat ze buiten adem was. Haar hart roffelde in haar borst en ze moest een paar keer diep ademhalen voor ze zichzelf weer onder controle had. Zó’n effect had de band dus op haar – en toen ze om zich heen kek, wist ze dat ze niet de enige was. Overal rode wangen, wild fonkelende ogen, razende ademhalingen.
Magisch. Een ander woord kende ze er niet voor. Magisch.

Zodra het oorverdovende applaus was weggestorven (en dat duurde wel even) verlieten de vier het podium, zwaaiend naar hun fans. Vlak voor hij door een deur verdween flitsten Bills ogen nog even naar de VIP-lounge, naar waar hij Raquel vermoedde. Zijn blik viel inderdaad op zwarte krullen en hij vertrok met een grote glimlach naar de backstage.
Daar konden ze zich even opfrissen, een ander T-shirt aantrekken en, in Bills geval, hun make-up bijwerken. Vervolgens werden ze door David, die hen in de backstage had opgewacht, weer naar de zaal gestuurd. Via de crewingang glipten ze de VIP-lounge weer binnen en namen nonchalant hun plek weer in.
Bills ogen zochten onmiddellijk naar Raquel. In stilte vervloekte hij Peter, die precies voor haar zat; hij wist wel waarom, maar dat irriteerde hem eigenlijk nog meer. Al dat stiekeme gedoe – hij wilde juist samen gezien worden!
‘Hé,’ fluisterde Tom plots en porde hem in zijn zij. ‘Opletten, prins hoe-heet-hij is weer aan het praten en ik denk dat het onze categorie is.’
Prompt schoot de adrenaline weer omhoog. Hetzelfde gevoel dat hij had bij het betreden en verlaten van een podium, maar dan nog eens met extra zenuwen. Bill kneep hard in de armleuning van zijn stoel. Naast zich voelde hij Georg ook verstrakken, Toms hand die naar zijn vingers greep en die samenperste. Prins Albert had de woorden “Beste single” laten vallen.
Eigenlijk hebben we geen kans, praatte Bill op zichzelf in. We moeten tegen Beyoncé en de Black Eyed Peas en weet ik wie nog meer, allemaal veel bekender en beter dan wij. Eigenlijk moet ik niet hopen dat hij zo meteen onze naam noemt. Eigenlijk niet...
Maar hij deed het toch. Met gespitste oren, op het randje van zijn stoel, trillend van de zenuwen – hopend, hopend, hopend dat prins Albert straks “Tokio Hotel” zou zeggen.
‘En de winnaar van de award voor Beste Single is...’
Bills hart zorgde voor het tromgeroffel onder de scène. Inmiddels werden allebei zijn handen fijngeknepen, links door Georg, rechts door Tom. Bill beet zo hard op zijn onderlip dat hij bloed proefde en kneep zijn ogen dicht. Hij wilde winnen. Hij wilde zo ontzettend graag winnen.
‘... Tokio Hotel!’
Bill hapte naar adem. Dat waren zij, of niet? Ja. Ja, dat waren zij. Dat waren zij! Voor hij het wist stond hij op zijn voeten, wierp zijn armen om Toms hals, brulde in de explosie van lawaai iets als “Dat zijn wij!” in diens oor. Tom schreeuwde iets onverstaanbaars terug; toen gooide Georg zich in de omhelzing, daarna Gustav en vervolgens David. Gelukshormonen tekenden sterretjes voor Bills ogen. Niet huilen, niet huilen, instrueerde hij zichzelf, terwijl hij over de catwalk strompelde en uiteindelijk midden in de spotlights tot stilstand kwam.
Ze hadden gewonnen.
Hij geloofde het pas echt toen de prins hem het beeldje in de hand drukte. Het glimmende goud – zou het écht goud zijn? – voelde koel aan tegen zijn zweterige handpalmen. Bill kneep even in het beeldje, in de benen van het menselijke figuurtje met de wereldbol; toen gaf hij het door aan Tom en boog zich naar de microfoon. Een dankwoord. Hij had geen idee meer wat hij zei, het was Engels of iets wat daar op leek, waarschijnlijk maakte hij twintig grammaticafouten en het interesseerde hem niets.
Ze hadden gewonnen!
Op de weg terug naar zijn plaats was de grijns niet meer van Bills gezicht te slaan. Hij zwaaide nog even naar hun uitzinnige fans, die daardoor opnieuw aan het krijsen sloegen, en liet zich tenslotte weer op zijn plek zakken. Tom stootte hem zachtjes aan; ze wisselden even een blik, grijnzend, euforisch. Georg zette het beeldje op zijn knieën en staarde er verliefd naar.
Beneden ging de show verder. De laatste camera’s draaiden weg van de winnaars en concentreerden zich weer op het podium. Even nog hield Bill zich stil, wachtte tot de naschok van de uitreiking helemaal was weggetrokken. Vervolgens leunde hij een stukje naar voren en zocht naar Raquel tussen de crewleden.
Op hetzelfde moment keek het meisje ook opzij. Alsof ze geweten had dat Bill zich zou bewegen, boog ze langs Peter heen en over haar gezicht verspreidde zich een glimlach. Ze knikte even, ten teken dat ze hem feliciteerde, ten teken dat ze blij voor hem was, ten teken dat ze hem het liefst om de hals zou vliegen. Bill lachte terug en zakte weer onderuit in zijn stoel.
Ze hadden gewonnen.
En Raquel was erbij.
En het optreden was goed gegaan.
En hij was gelukkig.

Als een wervelwind raasde Bill door de backstage. Kleren hier, schoenen daar, riem vloog door de lucht, bijna een flesje water over de kop, en ondertussen ratelde hij aan één stuk door. Over hun award. Over hun optreden. Over dat zijn knieën aanvoelden als spaghetti. Over hoe lelijk Katy Perry’s outfit was. Dat de rest van de band uitgezakt op de sofa’s hing en niet naar hem luisterde, stoorde hem niet. Hij zat nog steeds tot de nok toe vol energie; elke keer dat zijn blik op het pronkende beeldje viel, kreeg hij weer een boost.
Tom begon net serieus te overwegen om zijn broertjes mond af te plakken met tape, toen de deur openging en Dunja binnenkwam – met in haar kielzog drie meisjes. Hannah vloog onmiddellijk op Tom af, die haar met open armen ontving en vol op de mond kuste. Chantal werd door Georg geclaimd in een berenomhelzing waar Gustav zich bovenop gooide en Raquel gluurde vanachter Dunja’s rug bijna schuchter naar Bill. Die hield onmiddellijk op met fladderen en stortte zich op haar, stralend en grijnzend van oor tot oor. Op de achtergrond gniffelden de volwassenen geamuseerd, zelfs David die aanvankelijk nog wat sceptisch had gekeken.
‘Voel mijn hart eens,’ fluisterde Bill tegen Raquels wang. ‘Net Michael Schumacher in een Ferrari.’
Ze lachte, legde haar hand op zijn borstkas en voelde inderdaad het racende ritme van zijn hart tegen haar vingers trommelen. Bill legde zijn armen om haar heen en trok haar stevig tegen zich aan. ‘Ik houd van de wereld,’ verzuchtte hij gelukzalig. ‘Vandaag, in elk geval.’
Raquel knikte. ‘Ik ook.’ Ze wisselden een glimlach, toen boog Bill zich naar haar toe en gaf haar eindelijk de kus waar ze sinds ze de venue had betreden op gewacht had. Lang, teder en met een hint tongpiercing.
Na de eerste individuele begroeting voegden de groepjes zich samen tot één grote chaotische bende op de drie sofa’s. Ze produceerden samen zoveel geluid dat het waarschijnlijk in de aangrenzende kamers leuk meeluisteren was, maar op het moment kon dat niemand iets schelen. Ze waren allemaal veel te opgelucht en blij om elkaar te zien en – in het geval van de band – nog zo vol adrenaline om aan de omgeving te kunnen denken.
Terwijl de zeven jongeren bijpraatten en vooral heel vaak in de lach schoten, zorgde de crew ervoor dat de backstageruimte weer min of meer op orde werd gebracht. Bill had van zijn koffer zo’n chaos gemaakt dat Natalie erop moest gaan zitten voor ze de rits dicht kreeg, maar verder ging het vrij vlot en na een hectische vijfentwintig minuten kondigde David aan dat het tijd was om te vertrekken.
‘Naar het hotel met jullie! Geen afterparty deze keer, daar is te veel paparazzi aanwezig, maar dat hebben we natuurlijk al besproken.’ Hij keek alsof hij heftig protest verwachtte en werd teleurgesteld (of juist gerustgesteld): de tweeling was op het moment veel te euforisch om hem tegen te spreken.
‘Ach, dan vieren we op de hotelkamer wel onze eigen afterparty,’ grijnsde Tom naar Hannah, zo suggestief dat waarschijnlijk zelfs haar hoogbejaarde oma het begrepen zou hebben als ze het had kunnen horen.
‘Dat hoefde ik dus niet te weten,’ zei Bill droog. ‘Soms vraag ik me echt af wat er bij onze geboorte is misgegaan met jouw brein.’
‘Niet alleen zíjn brein,’ mompelde Georg luid tegen Gustav, waarop iedereen – ook de tweeling – opnieuw in lachen uitbarstte. Ondertussen checkte Dunja op de gang hoeveel camera’s de backstage waren binnengedrongen, berichtte dat de kust veilig was en dus konden ze vertrekken. Na een waarschuwende blik van David deden Tom en Bill met tegenzin een stap opzij, zodat de afstand tussen hen en de meisjes meer op vriendschap dan op liefde zinspeelde.
Zo verlieten ze de backstage. De gang door, langs alle deuren met alle beroemde namen, langs de beveiliging bij de buitendeur, achter de donkere schermen – die daar om privacyredenen waren opgesteld – langs naar de parkeerplaats, waar twee onopvallende zwarte busjes klaarstonden. De band, de meisjes en David sprongen in de één, de koffers en de crew propten zich in de ander. Het stuur werd bemand door een bodyguard, Saki bij de jongens en Tobi bij de koffers. Flink gas geven en Tokio Hotel verliet de WMA’s na een fantastisch optreden en een gouden award.

55.

In het hotel verkondigde Bill onmiddellijk dat hij nog veel te veel energie had om te gaan slapen. Van de meisjes was Chantal eigenlijk de enige die het niet met hem eens was, aangezien ze de hele middag achter Dunja was aangesjokt, en van de jongens verwachtte toch niemand een andere reactie dan instemming. Toen besloot Chantal dat ze niet als enige wilde gaan slapen en trok de hele groep zich terug in de suite die Georg en Gustav deelden.
De klok boven de televisie wees vijf over half één aan. Gustav trok een fles witte wijn open die Tom in de minibar had gevonden, Bill en Georg verzamelden glazen en de drummer schonk in. Ze tikten lachend de glazen tegen elkaar, dronken natuurlijk op de geweldige avond die nog niet voorbij was. Een tikje onzeker gluurde Raquel over de rand van haar glas naar Chantal; ook uit haar mond klonken de woorden eerlijk en gemeend, maar zodra haar blik even naar Bill en Raquel afdwaalde werden haar ogen ijskoud. Er was nog niets veranderd.
Na een tijdje sprong Gustav plots overeind en begon in zijn koffer te rommelen. De anderen zwegen, verbaasd door zijn onverwachte actie, en keken toe hoe hij uiteindelijk een eenvoudige digitale camera tevoorschijn toverde. Hij hield het ding omhoog en verklaarde: ‘Van een historische avond als deze moet genoeg bewijs overgeleverd worden aan het nageslacht.’
Daar waren ze het allemaal roerend mee eens. Gustav maakte de eerste paar foto’s, maar algauw ging de camera van hand tot hand en iedereen fotografeerde iets dat hem of haar waarschijnlijk voor altijd bij zou blijven. Georg schoot een plaatje van de lege wijnfles, Hannah van haar vriendje met de slappe lach, Bill van de gouden versieringen op het behang, enzovoorts.
Hoe meer foto’s ze maakten, hoe meliger ze werden. Toen Chantal tenslotte, moe en soezig door de wijn, bijna op Gustavs schouder in slaap viel knipte Georg net zo lang foto’s tot de blondine geïrriteerd de kurk van de wijnfles naar zijn hoofd mikte. Bill maakte van de verwarring gebruik door de camera te stelen en een foto van zijn broer te maken, die min of meer op de grond lag met Hannah schuin over zijn borst.
‘Zo schattig maak je Tom zelden mee, dat moet vastgelegd worden,’ grijnsde hij ter verklaring en maakte meteen nog een foto. Die was helaas een stuk minder schattig, Tom kwam net overeind om zijn middelvinger op te steken naar zijn broertje.
‘Heel romantisch,’ becommentarieerde Bill sarcastisch.
‘Romantisch zijn is jouw taak, jij hebt de rozengeur-en-maneschijn-genen gekregen en ik alle nuttige.’ Tom wiebelde met zijn wenkbrauwen en plukte de camera uit Bills handen, zodat die nu in staat was om zijn middelvinger op te steken.
‘En wat vindt Hannah daar nou van, dat je zulke dingen zegt?’ grinnikte Georg, die de laatste druppels uit de wijnfles probeerde te schudden.
‘Oh, ik ben ook niet zo superromantisch ingesteld,’ lachte het meisje en wierp een verliefde blik naar Tom. ‘Van mij mag hij zulke dingen zeggen.’
‘En Raquel?’ Georgs blik ging naar de Spaanse.
‘Wat ik van Toms uitspraken vind?’ murmelde ze een tikkeltje slaperig.
‘Nee, of je romantisch bent.’
‘Oh.’ Ze glimlachte omhoog naar Bill, wiens schouder dienstdeed als haar hoofdkussen. ‘Ja, ik geloof van wel.’
Hij glimlachte terug en draaide haar om, zodat hij in plaats van haar voorhoofd haar lippen kon kussen. Tom greep prompt naar de camera en drukte triomfantelijk af. ‘Jij maakt er één van mij, nu mag ik!’
‘Wat vind ik dat nou erg,’ deed Bill sarcastisch en grijnsde, voor hij gaapte en constateerde: ‘Nu word ik toch moe. Zullen we gaan?’
Die vraag was natuurlijk aan Raquel gericht, die knikte en zich overeind liet trekken.
‘Ik ga ook maar,’ zei Chantal haastig. Ze kon haar ogen al nauwelijks meer openhouden en wankelde even bij het opstaan; het was duidelijk tijd om naar bed te gaan. Tom en Hannah besloten om nog even te blijven hangen, wat Georg en Gustav ook niet erg vonden. De andere drie zeiden vlug goedenacht en liepen samen naar de gang.
Chantal had de kamer precies tegenover die van de drummer en bassist, Bill en Raquel die náást de suite van de G’s. Het kostte even moeite om de keycards door de gleuf te halen, maar toen dat eindelijk gelukt was klonk er een driestemmig “Welterusten” en twee dichtvallende deuren.
Alleen Raquel hoorde de matte jaloezie in Chantals stem toen zij samen met Bill de kamerdeur openduwde. Even voelde ze zich weer schuldig, schuldig dat ze voor Chantals ogen zo aan Bill hing, maar dat gevoel verdween zodra ze naast de zanger in bed kroop. Hij legde tevreden zijn hoofd naast het hare op het kussen en slaakte een diepe, gelukkige zucht.
‘Ik houd van je,’ mompelde hij. Haar “Ik ook van jou” blies zachtjes door zijn haar; toen vielen ze samen in slaap.

Raquel had op een ontspannen ochtend gehoopt, op gezellig samen wakker worden en van elkaars nabijheid genieten. Dat die voorstelling geen werkelijkheid zou worden, besefte ze echter al zodra ze haar ogen opsloeg. Bill lag niet meer naast haar. Slaapdronken tastte ze over de dekens; zijn plek was nog warm, misschien was hij alleen naar de wc – maar ook die redenering werd bijna meteen onderuitgehaald. Bill kwam volledig aangekleed uit de badkamer.
Zijn blik, opgemaakt en wel, gleed onmiddellijk naar het bed en zijn mondhoeken krulden liefdevol omhoog. ‘Goedemorgen, sweetie. Goed geslapen?’
‘Hmm.’ Raquel wilde wel met woorden antwoorden, maar er zat een enorme gaap in de weg. Ze ging rechtop zitten en duwde een krul achter haar oor. ‘Hoe laat is het?’
Bills gezicht sprong op verontschuldigend. ‘Kwart over acht. Ik weet het, achterlijk vroeg, maar we hebben nog twee interviews en David wilde nog een video opnemen, als dankjewel voor de award en zo, en het vliegtuig gaat vandaag nog terug, dus... Ik wilde je niet wekken, het spijt me.’
‘Geeft niet.’ Raquel glimlachte even naar hem, ook al voelde ze een lichte steek van teleurstelling door zich heen gaan. Ze had Bill vandaag dus niet voor zichzelf. Natuurlijk wist ze dat hij het altijd druk had en dat de band vóórging – maar ze kon het niet helpen, ze bespeurde iets van egoïsme in haar binnenste. De kans om elkaar te zien bood zich al zo weinig aan en deze konden ze niet eens ten volle benutten.
Hoewel ze het niet moeilijker wilde maken dan het al was, kon ze de teleurstelling niet helemaal uit haar gezicht weren. Bill klom naast haar op bed, omvatte haar gezicht met zijn handen en keek haar schuldig aan. ‘Het spijt me echt heel erg, Raquel, maar...’
‘Ik snap het,’ onderbrak ze hem en probeerde weer geruststellend te glimlachen. ‘Ik moet er aan wennen, da’s alles. En ik heb je gemist.’
Die laatste opmerking zou het niet makkelijker maken om tot in het vliegtuig op elkaar te moeten wachten, maar Raquel kon het niet niet zeggen. Ze legde haar armen om zijn schouders en drukte zich tegen hem aan. Hij wikkelde zijn armen om haar middel, zijn rechterhand streelde zachtjes over de strook blote huid tussen haar topje en de shorts waar ze in sliep.
‘Ik heb jou ook gemist,’ murmelde hij. ‘En over een kwartier moet ik alweer beneden in de lobby zijn. Het is niet eerlijk.’
‘Het is jouw leven. We moeten gewoon nog een manier vinden om ermee om te gaan.’ Raquel klonk heel wat vastberadener dan ze zich voelde. Ze hadden allebei geweten dat het moeilijk zou worden en ze geloofden allebei dat de ander het waard was om al die moeilijkheden te doorstaan; Raquel was daar nog steeds van overtuigd, maar dat nam niet weg dat ze bang was. Bang dat het uiteindelijk voor één van hen toch te zwaar zou zijn. Bang dat ze hem uiteindelijk toch zou verliezen – niet zozeer omdat ze niet van elkaar hielden, maar omdat één van hen uiteindelijk toch liever de makkelijke weg insloeg. Dit moment, dit aan elkaar vastklampen in de hoop dat de tijd stil bleef staan, leerde haar dat ze de situatie niet moesten onderschatten.
Als ze dit al moeilijk vonden, als ze elkaar nu al niet los konden laten, hoe moest het dan als Tokio Hotel weer ging touren?
‘We moeten gewoon nog wennen,’ fluisterde Raquel, meer om haar eigen gedachten stil te leggen dan voor Bills oren om te horen. Dat hij het toch meekreeg was niet vreemd en ook geen ramp; hij knikte alleen, bleef zacht over haar huid aaien – tot zijn mobiel begon te rinkelen.
Verstoord leunde Bill achteruit en viste het lawaaierige ding uit zijn broekzak. ‘Dunja,’ zuchtte hij met een blik op de display. ‘Ik hoef niet eens op te nemen, ik weet al wat ze wil.’
Inderdaad, hij had nog geen kans gehad om op het groene knopje te drukken of zijn ringtone hield al op met spelen. Bill propte de gsm terug in zijn zak en zuchtte weer. ‘Ik moet gaan. Slaap rustig verder, ik weet niet hoe laat we terug zijn maar ik bel je na de interviews, oké? En vat dit niet verkeerd op, maar ga alsjeblieft niet het hotel uit.’ Hij trok een gezicht. ‘Davids regel, niet de mijne. Hannah en Chantal blijven ook hier.’
De naam van de blondine gaf Raquel een licht ongemakkelijk gevoel, maar tegen Bill knikte ze zo opgewekt mogelijk. ‘Ik begrijp het wel. Veel succes en... tot vanmiddag?’
Hij knikte ook, scheen zich er eindelijk bij neer te leggen en produceerde zelfs een echte glimlach. Zijn ogen lichtten weer op, het levendige bruin glansde zoals Raquel van hem gewend was. Hij opende zijn mond, waarschijnlijk om afscheid te nemen, en ze drukte prompt haar lippen op de zijne. Ze zou hem de hele ochtend niet zien, zijn ogen waren onweerstaanbaar – ze kon zichzelf onmogelijk tegenhouden.
Bill had er allesbehalve bezwaar tegen. Bijna hongerig beantwoordde hij haar kus, bracht de tongpiercing in het spel zodra Raquel haar mond een stukje opendeed. Haar handen wreven over zijn borst, de zijne glipten bijna onbewust onder de crèmekleurige stof van haar topje. Hij gooide zoveel hartstocht in deze ene kus dat Raquel zich achterover moest laten vallen; ze trok hem met zich mee, liet zijn lippen geen seconde los. Zijn gewicht drukte bovenop haar, een magere zesenvijftig kilo maar met genoeg warmte en passie om ijzer te doen smelten.
Ze werden onderbroken door – alweer – Bills gsm. Hijgend lieten ze elkaar los, allebei met kleur op de wangen en vuurrode lippen. Bill streek zijn shirt glad, Raquel bleef op haar rug liggen en deed geen moeite om haar topje omlaag te trekken. Haar ademhaling ging razendsnel, bij elke beweging van haar middenrif schoten er vonken elektriciteit door haar ledematen. Ze hadden elkaar natuurlijk vaker gekust, aangeraakt, maar nooit eerder zoals nu, nooit eerder zo... zo heftig, bijna uitdagend, verlangend. Ze kon het niet goed beschrijven, ze kon alleen zeggen dat ze er meer van wilde.
‘Ik moet echt eens een andere ringtone vinden, deze is irritant,’ mompelde Bill naast haar en schoof zijn gsm in zijn broekzak. ‘Weer Dunja. Als ik niet binnen twee minuten beneden ben, stuurt David Saki naar boven.’
Hij grimaste en boog zich over haar heen, om nog een kus op haar lippen te drukken. ‘Ik houd van je,’ fluisterde hij. ‘Slaap lekker.’
‘Houd ook van jou,’ beloofde ze, stal snel nog een laatste kus voor hij opstond en naar de deur liep. Vanaf de drempel blies Bill haar nog een kushand toe, toen verdween hij op de gang. Raquel slaakte een diepe zucht, rolde zich op en sloot haar ogen. Misschien, als ze nu weer in slaap viel, misschien ging de tijd dan sneller voorbij.

56.

‘Over een kwartier wordt het ontbijt opgeruimd. Zullen we wat brood meenemen voor Raquel?’ Hannah wierp een onzekere blik om zich heen. De ontbijtzaal was niet erg vol, alleen een ouder echtpaar en een groepje mannen in dure pakken zaten een eindje verderop. De grote groep potentiële WMA-bezoekers was net opgestaan en met de lift naar boven vertrokken. Toch voelde ze zich vreemd bekeken, had het idee dat iedereen aan haar voorhoofd kon aflezen in wiens hotelkamer ze die ochtend wakker was geworden.
Chantal zette haar koffiekopje terug op het schoteltje en veegde haar vingers af aan een servet. ‘Ja, laten we dat maar doen. De kans dat ze op tijd beneden komt is nu zo ongeveer nul.’
Kordaat stond ze op, liep naar het buffet en zocht snel wat te eten uit. Hannah drentelde nerveus achter haar aan; het irriteerde Chantal een beetje, maar ze zei niets. Voor haar lag het natuurlijk anders. Nu was ze nog geheim, maar de datum van haar eerste officiële verschijnen was een aantal dagen geleden vastgesteld. Zij hoefde zich over privacy geen zorgen meer te maken. Binnenkort zou zij die net zomin hebben als de jongens.
Ze wikkelde de twee met kaas belegde broodjes in een servet en trok Hannah bij haar elleboog de eetzaal uit. ‘Als je zo om je heen blijft gluren, gaat de portier nog denken dat je iets gestolen hebt,’ merkte ze op, terwijl ze op het knopje van de lift duwde. ‘Tenzij Tom een zuigzoen in de vorm van zijn naam heeft achtergelaten, is echt niet te zien dat je bij hem hoort, hoor.’
‘Niet zo hard!’ siste Hannah zenuwachtig en keek weer om zich heen, om te zien of iemand Chantal gehoord had. Er was geen mens in de buurt, maar je kon nooit weten. Misschien had de portier wel oren op steeltjes.
De lift arriveerde en Hannah liet zich naar binnen trekken. Chantal ramde op het knopje voor de vijfde verdieping, de liftdeuren sloten zich en de lift zette zich geluidloos in beweging.
‘Waarom ben je überhaupt zo nerveus? Zo erg is het toch niet om de vriendin van Tom Kaulitz te zijn. Ik bedoel, het is niet bepaald iets om je voor te moeten schamen.’ Chantal grinnikte, maar Hannah keek haar onzeker aan en beet op haar lip.
‘Nou... Ik schaam me ook niet,’ mompelde ze, ‘maar ik wil wél graag rustig kunnen studeren. En ik hoef ook niet zo nodig met paparazzi of jaloerse fans kennis te maken.’
‘Logisch.’ Chantal knikte, deze keer serieus. Ze vroeg zich af of Raquel het ook zo bekeek. Waarschijnlijk wel, Raquel kennende.
Even schrok Chantal van haar eigen gedachten. Raquel kennende. Tenzij het andere meisje zich in de laatste paar weken heel erg veranderd had, kende Chantal haar inderdaad, en vice versa. Vroeger was dat geruststellend om te weten, omdat er altijd iemand was die haar zou begrijpen, iemand die haar moed kon inspreken en iemand die haar niet verwarde; tenslotte kenden ze elkaar werkelijk door en door. En nu?
Het was Chantals eigen schuld dat ze elkaar niet eens meer aankeken. Dat was absoluut niet geruststellend, maar ze verdrong het. Op een bepaalde manier was het toch gunstig dat Raquel en Bill hun relatie geheim moesten houden? Zoiets kon toch alleen maar fout gaan? En als dat zo was...
Chantal schudde licht het hoofd. Nee, dit ging ze niet denken. Ze had zichzelf voorgenomen om het te accepteren en zich erbij neer te leggen. Dat was moeilijk als Bill in de buurt was, maar dat was hij nu niet. Nu kon ze haar voornemens in daden omzetten en proberen zich met Raquel te verzoenen. Ja. Dat ging ze doen.
Want hoe ze het ook wendde of keerde, Chantal miste het om een goede vriendin te hebben. Ze deed wel of ze niemand nodig had, maar als puntje bij paaltje kwam was ze ook gewoon een mens. De jongens waren geweldig, daar niet van, alleen waren ze nu eenmaal jongens. En zelfs Bill, met zijn vrouwelijke kantjes, snapte niets van Chantals moodswings tijdens “die tijd van de maand”. Op die momenten besefte de blondine pas echt hoeveel ze een vriendin nodig had.
Hoeveel ze Raquel nodig had.
‘Zullen we aankloppen of haar eerst bellen?’ haalde Hannah’s stem haar uit haar gedachten. ‘Misschien slaapt ze nog.’
‘Klop eerst maar gewoon aan, kijken of ze antwoordt,’ zei Chantal schouderophalend. Hannah volgde haar advies en klopte beleefd op de kamerdeur.
Het bleef een paar seconden stil. Chantal wilde net zeggen dat ze misschien wat harder moest kloppen, toen vanaf de andere kant van de deur aan de deurknop gemorreld werd. Raquels gezicht verscheen om de hoek, haar krullen in een rommelige knot. Ze droeg nog steeds haar slaapkleding en wreef gapend in haar ogen. ‘Oh, hoi. Kom binnen.’
De twee meisjes volgden haar over de drempel, Hannah duwde de deur zorgvuldig terug in het slot. Ondertussen raapte Raquel wat kleren bijeen en murmelde: ‘Ik ga snel douchen, oké? Ben pas net wakker.’
‘Dat zien we, ja,’ zei Chantal droogjes. ‘Het ontbijt is al opgeruimd. We hebben broodjes voor je meegenomen.’
Raquel staarde haar verbaasd aan. Ze wist duidelijk niet zeker of ze zich Chantals doodnormale toon alleen ingebeeld had, of dat de blondine inderdaad naar haar grijnsde. Chantal voelde zich licht opgelaten. Sinds wanneer keek Raquel haar zo onzeker aan? Ja, sinds ze zo gemeen geworden was. Chantal wist van zichzelf dat ze tamelijk direct en soms ook tactloos kon zijn, maar ze had zichzelf nooit als “gemeen” ingeschat. Behalve dan de laatste tijd. En ook al rook het hier overweldigend naar Bill, plotseling voelde ze zich schuldig.
‘Bedankt,’ zei Raquel ten slotte zacht en verdween snel met haar spullen in de badkamer. Hannah liet zich in een zetel vallen, een stuk meer ontspannen nu ze niet meer door Jan en alleman gezien kon worden. Ze begon vrolijk te babbelen, maar Chantal luisterde niet naar haar. Ze luisterde naar zichzelf, naar de gedachten die steeds vaker de kop opstaken; en dat terwijl ze eigenlijk helemaal geen piekermens was.
Waarom die plotselinge omslag? Echt schuldig had ze zich nog niet gevoeld. Wel een beetje ongemakkelijk, maar schuldig – nee. Dat was pas sinds gisteravond het geval, sinds ze Bill en Raquel naar elkaar had zien staren vlak nadat de band de VIP-lounge had betreden. Pas op dat moment, terwijl ze had toegekeken hoe de twee gezichten als bij zonsopgang begonnen te stralen, trok ze de vergelijking met haar eigen ervaringen in de liefde. In tegenstelling tot Raquel had Chantal al eens eerder een vriendje gehad. Ze was tot over haar oren verliefd geweest op die jongen, hij had haar op zijn beurt op handen gedragen. Ze waren allebei pas vijftien geweest, maar het was méér dan kalverliefde. Meer dan een fantasietje of een “heat of the moment”-gevoel.
Dat échte gevoel, dat Chantal uit die dagen kende, had ze bij Bill en Raquel ook gezien, toen ze eenmaal genoeg gekalmeerd was om goed naar hen te kijken. En dat gevoel kon ze gewoon niet kapot willen maken, dat was laag, gemeen en oneerlijk. Op dat moment greep het schuldgevoel haar bij de keel en besloot ze dat ze zich erbij neer moest leggen – definitief.

Even later kwam Raquel aangekleed en opgemaakt uit de badkamer, haar krullen droog geföhnd en opgestoken zodat ze eens niet om haar armen dwarrelden. Ze liet zich naast Hannah in de tweede zetel zakken en kreeg onmiddellijk de broodjes aangereikt. Terwijl ze haar tanden in het eten zette, gleed haar blik naar haar gsm, die tussen de twee vanillekleurige zetels in op het glazen tafeltje lag. Al kauwend grabbelde ze naar het apparaatje en klapte het open. Geen gemiste oproepen; Bill had dus nog niet gebeld. Het was inmiddels half elf, ze had na zijn vertrek bijna twee uur geslapen. Raquel wist niet zeker hoe lang een interview duurde, maar als hij nog niet gebeld had, waren ze nog bezig.
Ze zuchtte in zichzelf en nam nog een hap broodje, ook al had ze niet bepaald veel honger. Hannah, die haar actie met de gsm had gadegeslagen, viste haar eigen mobieltje tevoorschijn en keek eveneens op de display. ‘Nope,’ mompelde ze. ‘Niet gebeld.’
‘Mij ook niet.’ Raquel wierp een vlugge blik op Chantal om diens reactie te peilen, maar de blondine leek vreemd afwezig. Ze staarde voor zich uit en keek pas op toen Hannah haar een directe vraag stelde.
‘Chan, weet jij hoe laat de jongens terugkomen?’
‘Nee,’ antwoordde Chantal simpel. ‘Dat wisten ze zelf toch ook niet.’
‘Dat zegt niet altijd iets. Tom gaf zelf toe dat hij zijn rooster regelmatig vergeet.’ Hannah zuchtte even, toen ging ze iets rechter op zitten en dwong wat meer energie in haar stem. ‘Laten we hier niet als een stel idioten blijven zitten wachten tot er gebeld wordt, oké? Laten we... laten we iets gaan doen.’
‘Zoals wat? Volgens Bill mogen we van David het hotel niet uit,’ merkte Raquel zachtjes op en wikkelde het tweede broodje terug in het servet. Ze kon nu echt niets meer eten.
‘Jawel, maar... is er niets op tv of zo?’ probeerde Hannah met de moed der wanhoop. ‘Kom op, zonder afleiding word ik gek.’
Raquel kende het gevoel. Het was niet zozeer het niet bij elkaar zijn, want dat hadden ze tenslotte het grootste deel van de tijd. Het was het weten dat ze heel dicht bij elkaar waren, maar niet dichtbij genoeg. Weten dat ze moesten wachten om elkaar te kunnen zien. Dit gat van een paar uur was moeilijker te doorstaan dan een gat van een paar weken.
Inmiddels had Chantal de tv-gids op de grond gevonden en vroeg, met een blik op de inhoud: ‘Wie is er goed in Frans?’
‘Ik niet,’ weerde Raquel haar onmiddellijk af. Mensen dachten dat vaak omdat ze uit Spanje kwam en Spaans best op Frans leek, maar dat maakte het juist verwarrend. Raquels Spaans was ook bij lange na niet vloeiend en zodra er ergens Frans verscheen, gooide ze de twee talen hopeloos door elkaar.
‘Geef maar.’ Hannah pakte de tv-gids aan en bladerde er zoekend doorheen, tot ze de juiste datum gevonden had. ‘Oh, wauw. Als we hier ZDF kunnen ontvangen, is er Lena – Liebe meines Lebens. En anders hebben we nog Bob de Bouwer in het Frans.’
Chantal zette de televisie aan en zapte vlug langs de kanalen. Het logo van de tweede Duitse zender flitste inderdaad voorbij, de soap rolde over het scherm. Hannah gooide de tv-gids opzij en nestelde zich wat dieper in de zetel. ‘Het is misschien geen topkwaliteit, maar het beweegt.’
‘Mij hoor je niet klagen,’ mompelde Raquel en concentreerde zich op de televisie, dankbaar voor de afleiding. Zo hoefde ze tenminste niet naar haar gsm te blijven staren.

Bijna drie kwartier later, vlak voor het einde van de aflevering slechte soap, gingen plotseling twee ringtones tegelijkertijd af. Raquel en Hannah schoten als door een wesp gestoken overeind, graaiden naar hun gsm en namen ademloos op. ‘Hé!’
Hannah smolt zodra ze Toms warme stem in haar oor hoorde, de zenuwen vergeten. ‘Hé baby, alles goed?’
‘Uhuh, ja. Met jou?’
Tegelijkertijd schoot Raquel in de zetel naast haar in de lach. Tom grinnikte. ‘Ja, Bill kraamt weer eens onzin uit hier. In elk geval, alles is goed gegaan en we komen nu terug naar jullie. Over ongeveer een half uur zouden we er moeten zijn.’
‘We zitten voor de televisie,’ zei Raquel. ‘Ja, in onze kamer.’ Ze werd een beetje rood, waarschijnlijk herinnerd aan het “onze”. ‘Heel saai.’
‘Nog goed geslapen?’ vroeg Tom lachend.
‘Oké, dat houd ik nog wel uit,’ mompelde Raquel blozend en voegde er vlug aan toe: ‘Tot straks, dan!’
‘Tot zo, liefje!’ kwam het van de tweelingbroers. De verbinding werd verbroken en de jongens keken elkaar hoofdschuddend aan.
‘Soms is jullie tweelingheid echt éng,’ concludeerde Georg. ‘Ik heb al heel wat meegemaakt met jullie, maar dat telefoongesprek was...’
‘... niet één gesprek, maar twee,’ vulde Tom aan, bokste tegen zijn bovenarm en drong zich langs de bassist heen de lift in.
‘Ja, precies. Ik bedoel maar,’ mompelde Georg. Bill stak zijn tong naar hem uit en huppelde bijna achter zijn broer aan. De andere twee volgden, wisselden nog even een veelbetekenende blik voor de deuren zich sloten. Dit was zo typisch de tweeling.

Met veel lawaai vielen de vier jongens de kamer binnen, op de voet gevolgd door David en de rest van de crew. De meisjes sprongen onmiddellijk overeind, Chantal schakelde nog vlug de televisie uit. Bill en Tom doken natuurlijk meteen op hun vriendin af, Georg en Gustav rolden synchroon met hun ogen, maar grijnsden.
‘Oké, jongens!’ Na een krappe minuut had David er alweer genoeg van. Hij wierp een blik op zijn horloge en keek vervolgens om zich heen, nam de kamer onder de loep. ‘We moeten nog een filmpje opnemen, dus... Laten we dat niet in deze kamer doen.’
‘Nee, teveel chaos,’ knikte Bill opgewekt, zonder zich iets aan te trekken van het feit dat al die chaos zíjn chaos was. Hij had een geweldig talent als het ging om het creëren van een puinhoop in één nacht.
‘Laten we naar jullie kamer gaan, Georg, Gustav.’ David knikte naar de twee bandleden en ging hen alvast voor naar de deur.
‘Mogen wij erbij zijn?’ riep Chantal vanaf de tweezit. ‘We blijven buiten beeld en zullen onze mond houden!’
David aarzelde even, maar haalde toen zijn schouders op. ‘Ja, waarom niet. Dat kan geen kwaad.’
Bill keek alsof hij een snijdende opmerking wilde maken, maar Tom stootte hem zachtjes aan en schudde zijn hoofd. De zanger perste zijn lippen op elkaar, zei echter toch niets en volgde de anderen over de gang naar de aangrenzende suite. Peter verdween even, waarschijnlijk naar de kamer van de producenten, terwijl David en Dunja de kamer van de jongens inspecteerden. De meisjes werden naar de zetels gedirigeerd, de band nam plaats op de kussens aan het hoofdeinde van het grote bed. Georg helemaal links, naast hem Bill, dan Tom, daarnaast Gustav. Peter kwam terug met een kleine camera en knikte goedkeurend bij het zien van de opstelling.
‘Oké, jullie kennen de tekst, hoop ik, en hierna gaan we direct door naar het vliegveld, dus probeer het in zo min mogelijk takes, ja?’ David sloeg zijn armen over elkaar en knikte naar zijn collega, die de camera op zijn schouder hield en er heel professioneel uitzag. Dit had hij duidelijk vaker gedaan.
De vier jongens schraapten hun keel, gingen rechtop zitten en Peter begon af te tellen. ‘In drie... twee... één...’
Raquel, Hannah en Chantal hadden alledrie genoeg videomessages van Tokio Hotel gezien om te weten hoe het eruit ging zien. Bill opende met een enthousiast: ‘Hey!’, dan kwam zijn ‘Wir sind...’, en de drie anderen vielen in met ‘Tokio Hotel!’ Die twee woordjes gooiden ze in koor naar de camera en daarna nam Bill in zijn eentje het woord, sprak een vlug dankjewel uit of welk ander bericht ze dan ook in gedachten hadden.
Zo ongeveer ging het nu ook; behalve dan dat Bill na het gezamenlijke “Tokio Hotel” in lachen uitbarstte.
David gooide onmiddellijk zijn armen in de lucht. ‘Bill, in godsnaam!’
‘Sorry,’ giechelde de zanger en trok zijn gezicht in de plooi. ‘Tom porde me.’
‘Wat!’ Zijn tweelingbroer zette grote ogen op. ‘Geef mij maar weer de schuld!’ Aan zijn andere kant vertrokken Gustavs lippen tot een grijns, Georg proestte zachtjes achter zijn hand.
De twee managers wisselden een zuchtende blik. ‘Jongens, kom op. Take twee.’
Het werd weer rustig in de kamer, de jongens namen hun taak eindelijk serieus. Hoewel Bills lippen na de eerste regel verdacht omhoog trokken, konden ze het korte bericht zonder verdere problemen opnemen. Aan het eind blies Bill een kushand naar de camera; David knikte hem tevreden toe, ook al wisten ze allemaal dat Bills actie voor Raquel bestemd was. In elk geval zou het er in het filmpje leuk uitzien en dat maakte Bills lachuitbarsting weer een beetje goed.
Veel tijd om erover na te denken was er sowieso niet. Op hetzelfde moment dat de jongens van het bed sprongen, ging de kamerdeur open en Natalie kwam binnen, op de voet gevolgd door Saki, Tobi en Dunja. Dat die überhaupt de kamer had verlaten, hadden de meisjes niet eens gemerkt; ze waren veel te veel op de band gefocust.
‘Jullie koffers zijn gepakt,’ informeerde Dunja hen. ‘Normaal gesproken laten we dat de jongens fijn zelf doen, maar Joost mag weten hoe lang dat duurt en we hebben vandaag een heel strak schema. Dus jassen en schoenen aan, we moeten weg.’
En zo eindigde de trip naar Monaco: met veel gehaast en geren, gesjor met bagage en angstvallig niet-bij-elkaar-in-de-buurt-lopen op het vliegveld. Eenmaal in het vliegtuig leken ze weer te kunnen ontspannen, maar Raquel staarde uit het raampje en voelde haar binnenste samentrekken. Elvira sloop haar gedachten binnen, koud en afstandelijk en bedolven onder de papieren. Elvira die van Raquels relatie helemaal niets moest hebben. Elvira die haar het liefst zou verbieden Bill op te zoeken.
Hoeveel invloed zou dat hebben, vroeg Raquel zich af. Hoeveel daarvan zou ze kunnen verdragen voor er iets misging?
57.

Vanaf het moment dat Bill haar gedag kuste, achter in het Volkswagenbusje terwijl de rest discreet de andere kant op keek, voelde Raquel een innerlijke klok tikken. Het was als een countdown, een aftellen naar de volgende keer dat ze elkaar zouden zien. Alleen wist ze nog niet hoe lang dat aftellen zou duren.
Thuis was alles nog precies zoals daarvoor, op één ding na. Raquel had haar ochtenddienst ingeruild voor een avonddienst; bijgevolg werkte ze tot laat in het restaurant en stond ze pas op als Elvira en Jonathan al weg waren. Haar broertje zag ze in elk geval nog als hij thuiskwam voor de lunch, Elvira liet geen ander spoor achter dan de broodkruimels op haar ontbijtbordje.
Raquel had niet verwacht dat hun magere gezinsleven zou veranderen door haar geheime tripje naar Monaco, maar ze voelde wel hoe ze zelf veranderd was. Niet alleen vanwege de leugen, die haar nog steeds zwaar op de maag lag; voornamelijk vanwege de onzekerheid die zich met kleine messcherpe weerhakjes had vastgeklauwd in haar binnenste.
Ze was er zo zeker van geweest, had het volste vertrouwen gehad in hem en zichzelf en de wereld in het algemeen. Naarmate ze echter voetje voor voetje verder zijn leven binnenstapte, werd het vertrouwen steeds minder. Alle barrières die van alle kanten voor hen werden opgeworpen, brachten haar aan het wankelen. De enige rots in de branding waren de gevoelens voor Bill; het enige waar ze niet aan twijfelde was de waarheid in de woorden “Ik houd van je”.
De vraag was ook niet of ze van hem hield.
De vraag was of dat kon.
De vraag was of hun relatie een kans had om te bestaan.
Die kans is er pas als jij bereid bent die te geven, dacht Raquel, starend naar haar eigen fronsende gezicht in de spiegel. Niemand zei dat liefde makkelijk was.
Maar het begon zo makkelijk, wierp haar spiegelbeeld tegen. Hij houdt van mij, ik van hem, en meer hadden ze niet nodig.
‘Het is niet genoeg,’ zei Raquel zacht. ‘Niet meer.’ Ze dacht aan de camera’s bij de show in Monaco, te veel om op vingers en tenen te tellen, en schudde licht haar hoofd.
Dat Hannah met dezelfde gedachten te kampen had, hielp geen steek. Ook samen kwamen ze er niet uit. Als Hannah ’s middags na college in het restaurant kwam zitten met haar studieboeken, wisselden de twee meisjes vaak niets meer dan een sombere blik. Raquel bracht Hannah een kop thee, of als het weer heel guur was een mok warme chocolademelk met twee vingerkootjes slagroom, en meestal spraken ze geen woord.
Als Raquel over straat liep voelde ze zich steevast bekeken; de kou was niet de enige reden dat ze wegdook in haar jas. Net alsof er neonlichtjes knipperden boven haar hoofd: vriendin van Bill Kaulitz! Toen het begon te sneeuwen, anderhalve week na Monaco, was ze blij met het excuus om in het weekend niet meer met Jonathan naar de dierentuin te hoeven. Hoewel de lucht binnenshuis net zo kil was als buiten, zij het om een andere reden.
Uiteindelijk vatte Hannah tijdens een zondagmiddagbezoek bij Raquel hun probleem in één enkele zin samen. ‘Ik wil zijn vriendin zijn, maar ik wil zijn vriendin niet zijn.’
Raquel keek op van de sokken die ze probeerde te sorteren en knikte licht. ‘Ik begrijp wat je bedoelt.’
‘En dan te bedenken dat miljoenen meisjes met ons zouden willen ruilen.’ Hannah zuchtte, pikte een sok met Simpson-print uit de wasmand en draaide hem onrustig rond haar vinger. ‘Als die eens wisten hoe het echt is!’
‘Het is niet alleen maar moeilijk,’ probeerde Raquel te relativeren. ‘Denk ook eens aan alle gelukkige momenten samen? Je straalt nog steeds als je bij hem bent.’
‘Jij ook, maar dat is toch juist het punt. We willen de jongens niet kwijt en het ligt ook niet aan hen als persoon. Het ligt aan...’
‘Het ligt eraan dat ze voor veel mensen juist geen persoon zijn,’ maakte Raquel haar zin af. ‘Het ligt eraan dat ze voor veel mensen fotomateriaal zijn.’
Hannah spande de sok tussen haar vingers en schoot hem af als een katapult. Bart Simpson belandde in een plantenbak, maar geen van beide meisjes stond op om hem te redden. Raquel liet haar handen zakken en keek zwijgend naar de stapel sokkenbolletjes voor haar neus.
‘Ik wil het hem zeggen, maar ik weet niet hoe,’ bekende Hannah zacht. ‘Ik wil hem zeggen dat ik van hem houd en dat ik tegelijkertijd niet weet of ik dat wel wil, zonder dat het klinkt alsof ik het uitmaak.’
‘Zou jij alles op z’n kop zetten om bij hem te blijven?’ vroeg Raquel. ‘Je studie opgeven, alles laten liggen? Want als iemand er ooit achter komt, is dat wat je zal moeten doen, of je het nu wilt of niet. Dan hebben we geen keus meer.’
‘Nu eigenlijk ook niet.’
‘Jawel. Het zijn alleen twee kloteopties.’ Raquel schrok van haar eigen stem; ze schold niet vaak, maar hier leek de krachtterm op zijn plaats. De hele situatie was ronduit klote.
‘Zou jij het doen?’ vroeg Hannah.
‘Wat?’
‘Alles opgeven.’
Raquel aarzelde. Zou ze? Ze had in feite haar vriendschap met Chantal al opgegeven voor Bill, dat kon je opvatten als een “ja, dat zou ze”. En Bill was het waard. Hij was zoveel waard. Maar alles?
‘Ik weet het niet,’ fluisterde ze en trok hulpeloos haar schouders op. ‘Het klinkt alsof ik niet van hem houd, maar dat doe ik wel, ik weet het gewoon niet. En dan mijn moeder...’
Hannah stond op en viste de sok uit de plantenbak. Er kleefden wat korrels potaarde aan, die bij het wegvegen alleen maar grotere vlekken maakten. Hoe symbolisch, schoot er door Raquels hoofd. Ze probeerden hun dilemma op te lossen, maar hoe meer ze erover wreven, hoe meer ze eraan dachten, hoe erger het werd.
‘We moeten er met de jongens over praten,’ zei ze zacht. ‘We kunnen er nu wel in ons eentje ons hoofd over breken, maar uiteindelijk zitten er toch twéé mensen in een relatie.’
Dat ze net zo bang was om Bill met dit onderwerp te confronteren als haar moeder met haar leugen over Monaco, vermeldde ze er niet bij, maar dat hoefde niet. Het was zo ook wel duidelijk.

Drie dagen na dat gesprek, op woensdagochtend, belde David. Raquel was net wakker, de wijzers van de klok op de piano gaven kwart voor negen aan. Ze zat met een kom muesli aan tafel toen de telefoon begon te rinkelen; vlug slikte ze de hap door en nam opgewekt op, in de verwachting dat het haar baas zou zijn.
‘David hier,’ hielp de manager haar uit die droom. Van schrik liet Raquel bijna de telefoon uit haar handen vallen. David? Wat wilde híj plots? Onmiddellijk bekroop een angstig gevoel haar – er zou toch niets gebeurd zijn? Iets met de jongens? Met Chantal? Met Bill?
Voor ze iets kon zeggen begon David zelf al met een verklaring. Zijn stem klonk vreemd serieus, bijna gelaten. ‘Ik weet niet of je het al gezien hebt, maar er is iets misgegaan.’
‘Misgegaan?’ fluisterde Raquel en kreeg het plots ijskoud. Herinneringen aan een politieman drongen zich aan haar op: een politieman die plots op de drempel stond en meedeelde dat haar vader was verongelukt. Duizelig greep ze zich vast aan de tafelrand en ademde oppervlakkig door haar neus. Kalm aan, Raquel, zo erg zal het toch niet zijn...
‘Ja, in Monaco.’ David zuchtte. ‘Het heeft geen zin om er omheen te draaien. Raquel, er zijn paparazzifoto’s gepubliceerd van Tokio Hotel in de backstage, en jullie staan erop. Jij en Hannah staan erop.’
Deze keer liet Raquel de telefoon wél vallen. Ze besefte het nauwelijks; haar zintuigen leken uitgeschakeld. Schok en verbijstering deden haar trillen, tranen verzamelden zich in haar ogen. Eén gedachte rees op en overstemde alle andere.
Wat nu?
‘Raquel?’ kwam er uit de telefoon. ‘Ben je er nog?’
Nee, dacht ze verwilderd en knipperde heftig met haar ogen, tot ze zichzelf genoeg onder controle had om het apparaatje van de grond te rapen. Wankel liet ze zich op een stoel zakken en drukte de telefoon weer tegen haar oor. ‘Ja... Ja, ik ben er nog. W-wat... wat nu?’ Haar stem klonk gesmoord, alsof ze een hand tegen haar mond drukte.
‘Dat is de grote vraag, ja.’ David zuchtte weer, Raquel stelde zich voor dat hij zijn hoofd schudde. ‘Jullie zijn niet heel herkenbaar, de foto’s zijn vrij onscherp, dus ik denk dat jullie nog wel de straat op kunnen.’
‘Maar wat gaan jullie zeggen?’ fluisterde Raquel. ‘Jullie moeten toch een... een verklaring afgeven?’ Hoe ze nog zo rationeel kon denken was haar zelf een raadsel; ze hoorde zichzelf praten en dacht dat het iemand anders was. Een robot, misschien.
‘Ja, dat klopt. Maak je geen zorgen, we bedenken wel wat en dan is dit akkefietje snel weer vergeten.’
Dat was Raquels wake-up call; dat was precies waar ze zich zorgen over maakte. Ze wist dat Bill hemel en aarde zou bewegen om de waarheid te mogen vertellen. Ze wist ook dat ze hem teleur zou stellen als ze Davids kant zou kiezen. Maar was de keuze tussen Bills kant of Davids kant de enige? Of was er ook een “Raquels kant” mogelijk? Haar kant van het verhaal was dat ze niet wist wat ze wilde.
‘Als iemand je toch herkent, Raquel...’ David liet zich niet storen door haar gebrek aan antwoord. ‘... dan weet je in elk geval wat je niet mag zeggen.’
‘De waarheid,’ rolde van haar tong. Ze klonk niet per se misprijzend, eerder alsof ze een uit het hoofd geleerde les opzei, maar David reageerde prompt geïrriteerd.
‘Begin jij daar nu ook al mee! Komaan Raquel, daar heb ik nu echt geen tijd voor. Je hebt het ermee te doen en daarmee uit.’
‘Ja, ik weet het,’ mompelde ze dof. ‘Ik zeg niks.’
‘Mooi. Dan zal ik...’
Raquel wilde niet weten wat hij zou, ze wilde plots alleen nog maar onder de dekens kruipen en wachten tot de chaos in haar hoofd zichzelf ontwarde. Dus onderbrak ze hem: ‘Weet Hannah het al?’
‘Nee, dat ging ik net zeggen,’ antwoordde David geërgerd. ‘Ik kreeg haar niet te pakken, dus zal ik dat nu nog maar eens proberen.’
‘Laat mij maar,’ hoorde Raquel zichzelf zeggen. ‘Hannah heeft nu college, ik vang haar wel op als ze klaar is.’
‘Prima, doe dat.’ David klonk meteen heel wat beter gehumeurd. ‘Ik bel je nog terug als we iets besloten hebben.’
‘Oké,’ mompelde ze. ‘Doe Bill de groeten van me.’
‘Doe ik. Tot ziens, Raquel.’
Ze hing op zonder “tot ziens” terug te zeggen. De muesli was inmiddels veranderd in kleffe smurrie, maar dat interesseerde haar niet. Haar eetlust had haar sowieso verlaten; de gedachten in haar hoofd draaiden om en door elkaar heen als een wirwar van spaghetti, ze zou elk sliertje moeten eten om orde te scheppen en dat was nu juist wat ze niet kon. Ze kon de gedachtespaghetti niet verteren, het was simpelweg te veel.
Op weg naar de keuken om de ontbijtsmurrie weg te gooien, kwam er nog meer spaghetti bij. Nu de eerste schok langzaam begon af te nemen besloot haar onderbewustzijn de tweede schok toe te dienen.
Wat als Elvira er achterkwam?
Net op tijd bereikte Raquel het aanrecht, net op tijd om de mueslikom neer te zetten vóór ze die ook liet vallen. Ze greep zich vast aan de rand van het keukenblad, een ontredderde schreeuw beet zich vast in haar keel. Dit kon nooit goed gaan. Welke kant ze ook zou kiezen, het was altijd de keus tussen verkeerd en verkeerd.
Was het doemdenkerij, of was dit echt het begin van het einde?
58.

Hannah kwam net uit haar college informatieverwerking toen Raquel de campus betrad. Het liep inmiddels al tegen twaalven; ze had nog een hele tijd aan tafel gezeten en doemscenario’s bedacht, toen ze eindelijk weer helder had kunnen zien. Inmiddels was ze wel iets rustiger, maar er kriebelde nog steeds iets in haar binnenste. De neonlichtjes leken feller dan ooit.
‘Hé, Raquel!’ De brunette zwaaide verbaasd toen ze haar vriendin tussen de studenten herkende, keek vervolgens even onzeker om zich heen alsof ze al wist dat ze paparazzi kon verwachten. Nee, dat wist ze niet, maar de paparazzi verwachtte ze sowieso.
‘Hé,’ murmelde Raquel en ging in één adem door: ‘Luister, ik moet je iets belangrijks vertellen, laten we naar mijn huis gaan. Jonathan komt zo thuis en ik heb geen briefje achtergelaten.’
Hannah liet zich een paar meter meetrekken en protesteerde toen: ‘Wat? Ik heb om één uur college! Kan het niet wachten?’
‘Nee.’ Raquel wierp haar een doordringende blik toe. ‘David belde vanochtend.’
Van Hannah kwam geen protest meer.
De vijftien minuten in de bus brachten de twee meisjes zwijgend door. Zwijgend tegen elkaar, in elk geval. Hannah telefoneerde kort met Lisanne om te melden dat ze niet naar college kwam, Raquel belde naar het restaurant en meldde zich ziek. Het was niet eens zo’n grote leugen; alle spaghetti maakte haar misselijk.
Jonathan was nog niet thuis toen Raquel de voordeur openduwde, maar het kon niet lang meer duren, dus zette ze alvast de aardappels op het vuur en ging groente snijden. Hannah leek te begrijpen dat Raquel niet wist waar ze moest beginnen; in plaats van onmiddellijk naar David te vragen, hielp ze met het in elkaar zetten van de salade. Nog geen kwartier later kwam Jonathan thuis, twintig minuten daarna konden ze aan tafel. Tijdens het eten lieten ze voornamelijk Raquels kleine broertje praten; op die manier vielen er geen stiltes en konden ze nog doen alsof ze zich geen zorgen maakten.
Uiteindelijk nam Raquel Hannah met een smoesje mee naar haar kamer, gaf Jonathan toestemming om televisie te kijken zodat hij niet kwam storen. Ze maakten het zich gemakkelijk, respectievelijk op het bed en op de bureaustoel, en toen begon Raquel te praten. Woord voor woord herhaalde ze wat David gezegd had; ze liet niets weg en voegde niets toe, herinnerde zich nog letterlijk elke zin zoals ze zich ook nog steeds de woorden van de politieagent herinnerde.
Aan het eind van haar verhaal stonden Hannah’s mond en ogen wijd open, haar gezicht vertrokken van schok en ontzetting. Zodra Raquel stilviel barstte ze uit: ‘Oh mijn... En wat doen we nu dan? Wachten?’
Raquel knikte, maar Hannah begon onmiddellijk haar hoofd te schudden. ‘Nee, mijn god, nee... Ik wil hier niet blijven wachten! Ik wil naar Hamburg en dan – dan meebeslissen! Raquel, dit gaat over onze toekomst!’
‘Ja,’ zei Raquel zacht. ‘En weet jij al wat je gaat beslissen?’
Daar wist Hannah geen antwoord op. Bedremmeld beet ze op haar lip en deed er het zwijgen toe. Raquel volgde haar voorbeeld; in de stilte van haar kamer nestelden zich steeds meer twijfels in haar hart.

Uiteindelijk was het Lisanne die hen de foto’s liet zien. Zowel Hannah als Raquel had voor zichzelf uitgemaakt dat ze niet wilden zien hoe die eruitzagen, maar toen Lisanne op donderdagavond na een uitzonderlijk vermoeiende werkdag plots de BILD en de BRAVO tevoorschijn haalde, konden ze moeilijk wegkijken.
‘Ik herkende jullie meteen,’ zei Lisanne zacht, terwijl ze haar schortje ophing en het elastiek uit haar haren trok. ‘Maar ik wist ook waarnaar ik zat te kijken.’
Hannah en Raquel wisselden even een blik, alsof ze probeerden af te spreken wie er als eerste zou kijken. Het werd Hannah, die niet langer tegen de spanning kon en de BRAVO pakte. Het tijdschrift viel op de juiste pagina open; ze besteedden twee hele bladzijden aan de geruchten. In een kader werden een paar andere roddels over Tokio Hotel genoemd, bijvoorbeeld Bills zogenaamde anorexia, maar de pagina’s werden gedomineerd door de foto’s.
Het waren er maar twee, of in elk geval had de BRAVO er niet meer afgedrukt. Raquel en Hannah herkenden de parkeerplaats achter de venue; ze herkenden het groepje mensen dat richting een zwart busje wandelden net zo goed. De jongens voorop, natuurlijk, met Saki aan hun zijde, dan Natalie en Dunja, daarachter Chantal, Peter en zijzelf. David sloot de rij.
Op de linker foto was er niet veel van hen te zien, Peter en Chantal blokkeerden het beeld. Alleen een paar krullen van Raquel zwierden langs. De rechterfoto leek te zijn ingezoomd op hun gestalten, maar daardoor was het plaatje vaag en korrelig. Peter onttrok Hannah’s gezicht volledig aan het beeld, van Raquel was de linkerkant te zien. Dat maakte haar niet extra herkenbaar, alleen voor mensen die haar al kenden, maar het was genoeg materiaal om een zoektocht te starten, en daarmee genoeg voor Tokio Hotels management om alarm te slaan.
Terwijl Raquel nog naar haar eigen zijkant staarde, zocht Hannah al in de BILD naar de juiste pagina en constateerde: ‘Dit zijn dezelfde foto’s.’ Vlug liet ze haar ogen over het flankerende tekstje glijden en voegde erbij: ‘Deze man schrijft dat hij werd weggestuurd voor hij beter beeld kon krijgen. Maar hij houdt zijn lezers natuurlijk op de hoogte, blablabla.’
Raquel klapte de BRAVO dicht en zei zacht: ‘Heeft Chantal eigenlijk een alibi? Zij staat er volledig op.’
‘Ik geloof dat ze Gustavs nichtje is of zo.’ Het scheen Hannah niet zoveel te interesseren, haar ogen waren gefixeerd op het kleine beetje dat van haar zelf te zien was. ‘Wat denk je? Is dit genoeg om ons mee op te sporen?’
‘Het is genoeg om mijn moeder een rechtszaak te laten aanspannen,’ mompelde Raquel. ‘Ik vraag me alleen af wie ze precies gaat aanklagen, die fotograaf of Bill.’
‘Oh, kom op, dat doet ze heus niet!’ probeerde Lisanne haar op te monteren, maar Raquel schudde haar hoofd.
‘Jij kent mijn moeder niet. Ik ga bidden dat ze deze foto’s nooit vindt, ze leest deze tijdschriften toch niet. Hoop ik.’
Er viel een stilte. Raquel hing nu ook haar schort weg, veegde haar haren uit haar gezicht en gebruikte Lisannes elastiekje om de bos bijeen te binden. Vanuit de keuken kwam nog wat gerommel en gekletter van bestek, de opruimploeg was volop bezig. Raquel was blij dat ze daar niet bij hoorde; ze voelde zich doodmoe, wilde alleen maar slapen en niet meer hoeven piekeren. Waarschijnlijk zou het nog een hele tijd duren voor dat kon, helaas: vandaag was telefoondag.
Door de verandering in Raquels werkrooster en de drukke tijd die aan Kerstmis voorafging, hadden Bill en zij het aantal telefoongesprekken teruggebracht van elke avond naar om de dag. Normaal gesproken keek ze uit naar die telefoontjes – maar normaal was haar leven allang niet meer. Hoeveel ze ook van Bill hield, de gedachte aan het komende gesprek legde haar luchtpijp in de knoop.
Wat ging hij zeggen?
Wat kon zij zeggen?
Hoe kwamen ze hier in godsnaam uit?

Bij thuiskomst scheen Elvira nog niet terug van de rechtbank, haar jas hing niet aan de kapstok en haar schoenen stonden niet in de gang. Dat bespaarde Raquel in elk geval eventjes de angst dat haar moeder al van de foto’s wist.
De voordeur klapte achter haar dicht; het geluid galmde door de stille gang. Langzaam, met vermoeide bewegingen, hing Raquel haar jas op en wierp een blik in de woonkamer. Haar hart kromp ineen. Jonathan lag op de sofa, afstandsbediening losjes in de hand. Het nachtprogramma van Nickelodeon flikkerde op het scherm.
Er was natuurlijk niemand geweest om hem te vertellen dat hij naar bed moest. Raquel had tussendoor wel even opgebeld om te vragen of alles goed ging, maar op den duur zou dit niet werken. Óf Elvira moest op tijd terugkomen, óf zijzelf; maar zij kon niet, het restaurant had niet voor niets de ochtenddiensten verminderd, als gevolg van koude weer en de mindere klandizie. Als ze alleen de middagdienst draaide, betekende dat een flinke hap uit haar salaris.
Ach, wat zeurde ze nu? Alsof haar salaris belangrijker was dan haar broertje! Voor Elvira nam haar werk misschien plaats één in, Raquel zou nooit zo worden. Jonathan was pas negen, hij had haar nodig. Als Elvira het niet deed, moest zij maar voor hem zorgen.
Voorzichtig veegde Raquel Jonathans vingers van de afstandsbediening en zette de televisie uit. Door de plotselinge verandering in zijn omgeving werd hij wakker; slaperig opende hij zijn ogen, staarde zijn zus duf aan. Verontschuldigend streek ze door zijn haar. ‘Het spijt me dat ik er niet was, schatje,’ fluisterde ze. ‘Kom, naar bed met jou.’
Aan haar hand sukkelde hij naar boven, haalde twee keer de tandenborstel langs zijn gebit en bleef in eerste instantie in zijn pyjamashirt steken. Uiteindelijk rolde hij alweer half slapend in bed en merkte nauwelijks meer hoe Raquel hem toedekte. Morgen, dacht ze, ga ik met mijn baas praten.
Voordat ze Bill haar “Ik ben thuis”-sms stuurde, ging Raquel nog eens door het huis en ruimde hier en daar wat op. Vervolgens sloot ze de gordijnen, poetste haar tanden en schoot in haar shorts en slaapshirt. Haar bed zag er zo verleidelijk uit dat ze zich in de grote zetel in de tegenoverliggende hoek installeerde, zodat ze niet in slaap zou vallen vóór Bill belde.
Nog geen seconde nadat ze haar sms’je had verzonden ging haar telefoon over. Wasbeer, flitste er op het schermpje; Raquel zette de speakers aan en probeerde zorgeloos te klinken toen ze Bill begroette. Dat het een overbodige poging was bleek al bij zijn eerste zin; hij sloeg het “Hoi, hoe gaat het?” helemaal over en flapte er onmiddellijk uit: ‘David heeft je gebeld, niet waar?’
Het ontkennen had geen zin. Misschien was het ook wel beter om dit onderwerp meteen af te handelen, anders zouden ze er maar omheen blijven draaien. Dus antwoordde Raquel: ‘Ja’, en wachtte af.
Bill zuchtte. ‘Verdomme. Ik wou je eigenlijk gisteren al bellen, maar ik wist niet of je al thuis was en toen ik zeker was van wel wist ik niet of je al sliep en... En vanochtend had Tom plots koorts, dus toen kwam het er ook niet van.’ Hij zuchtte nog eens.
‘Koorts?’ herhaalde Raquel ongerust. ‘Is alles goed?’
‘Ja, ja... Lichte griep, gewoon. Hij belt Hannah nu, geloof ik.’ Bill klonk moe, zoals steeds vaker de laatste tijd. Als rockster had je nooit vakantie.
‘En jij?’ vroeg Raquel zacht. Als opvolger van die gedachte bekroop plotselinge bezorgdheid haar.
‘Met mij gaat het goed,’ antwoordde hij, maar het klonk als een standaard opmerking om verdere vragen te voorkomen. ‘Luister... Ik weet dat je moeder problemen schopt, maar ik móét je zien. Zeker nu met Davids gezeik. Desnoods stuur ik Saki met de auto om je te ontvoeren.’
Raquel glimlachte zelfs even. ‘Ik kom wel met de trein. Wanneer kan ik komen?’
‘Nu. Morgen. Zo snel mogelijk.’ Bills stem klonk bijna opgelucht, alsof hij verwacht had dat ze niet zou willen. Natuurlijk wilde ze! Ze had het gevoel dat alles makkelijker werd als ze bij hem was – als ze bij elkaar waren.
‘Morgen, dan. Morgenavond,’ stelde ze voor, voegde in gedachten nog een item toe aan de lijst dingen die ze met haar baas moest bespreken. ‘Ik sms je dan wel als ik de trein heb, goed?’
‘Goed.’ De glimlach keerde eindelijk terug in zijn stem. ‘Dan heb ik iets om naar uit te kijken... Morgen staan alleen maar saaie dingen aan, vergaderingen en zo. Bah.’
‘Vergaderingen?’
‘Ja, over hoe het album eruit gaat zien en over de tracklist enzovoorts,’ verklaarde hij. ‘Heel belangrijk en zo, maar ik doe liever wat anders.’
‘Kan ik me voorstellen.’ Raquel voelde hoe haar oogleden steeds zwaarder werden, zelfs al zat ze in een ongemakkelijke houding in de zetel. Haar klok gaf aan dat het inmiddels ook al over twaalven was; ruim na bedtijd. ‘Ik ga nu ophangen, oké?’ murmelde ze in de telefoon. ‘Dan val ik morgen misschien niet in de trein in slaap en eindig in Denemarken.’
‘Mee eens, anders moet ik nog langer wachten. En ik zal je voorbeeld volgen; straks val ik tijdens de vergadering in slaap en beslist Georg alles, dat lijkt me geen goed idee.’ Zijn vage poging tot humor werd wat afgezwakt door zijn vermoeide stem, maar Raquel lachte toch even en wenste hem vervolgens goedenacht. Die wens kreeg ze terug, ze fluisterden elkaar nog zachtjes “Ik houd van je” toe en beëindigden daarmee hun gesprek. Raquel sliep zodra haar hoofd het kussen raakte.

59.

Vrijdag beloofde een lange dag te worden. Niet per se qua tijd, eerder met betrekking tot de lijst dingen-te-regelen die Raquel in gedachten hield. Ze stond zelfs vroeg op om haar moeder bij het ontbijt van haar weekendplannen te vertellen, maar Elvira bleek al weg te zijn – of was ze überhaupt niet thuisgekomen? In elk geval vrolijkte het Jonathan op om met zijn zus te kunnen ontbijten en met een steek van schuldgevoel besefte Raquel dat ze hem weer een weekend zou verwaarlozen. Van Elvira verwachtte ze ook niets, dus moest hier iets gebeuren. Jonathan kon geen weekend alleen zijn en al helemaal niet ongelukkig.
Na het ontbijt bracht Raquel haar broertje naar school. Hij babbelde opgewekt over een kunstwerk dat hij aan het maken was en scheen weer helemaal zijn zorgeloze zelf. Daardoor voelde Raquel zich niet beter, integendeel zelfs; het schuldgevoel werd sterker. Ze mocht hem niet langer in de steek laten, en toch was dat precies wat ze dit weekend ging doen.
Op het schoolplein trok Jonathan haar enthousiast mee naar het bankje waar zijn vriendjes zaten: Victor en Sofie, samen met hun moeder Dagmar, die Raquel onaangenaam herinnerde aan de dood van haar vader. Een rilling gleed langs haar ruggengraat, maar op hetzelfde moment wist ze hoe ze dit weekend kon oplossen.
‘Psst!’ Vlug hield ze haar broertje tegen, voor hij bij het bankje was, en hurkte naast hem zodat ze hem recht aan kon kijken. ‘Zeg... Ik moet dit weekend naar Hamburg en mama is waarschijnlijk aan het werk.’ Zijn gezichtje versomberde meteen, de glans doofde in zijn ogen, maar Raquel liet zich niet afleiden. ‘Het spijt me vreselijk, schatje, maar het kan nu even niet anders. Hierna wordt het beter, ik beloof het.’
Haar broertje keek haar treurig aan. ‘Maar ben ik dan weer alleen?’
‘Wel...’ Raquel wierp een blik op het bankje. ‘Ik wilde eigenlijk aan Dagmar vragen of je dit weekend bij Victor en Sofie mag logeren. Is dat goed?’
‘Mag dat van mama?’ Jonathan zette grote ogen op; zijn gezicht werd al wat lichter, gelukkig.
‘Vast wel. Ik zal met haar gaan praten, goed? Zullen we het dan nu aan Dagmar vragen?’ stelde zijn zus voor en stak haar hand naar hem uit. Jonathan huppelde niet meer, maar het logeeridee scheen hem toch wel te bevallen. Onder andere omstandigheden had hij zeker een gat in de lucht gesprongen; nu voelde hij waarschijnlijk nog grotendeels de teleurstelling die Raquels mededeling bij hem had opgeroepen.
Gelukkig had Dagmar geen bezwaar tegen het plan en ook haar kinderen leken enthousiast. Dat was een zorg minder op Raquels lijstje. Ze bedankte de vrouw uitvoerig en beloofde Jonathan dat ze ’s middags thuis zou zijn om hem te helpen inpakken. Op die manier moest ze vandaag vrij nemen, maar dat was ze sowieso al van plan.
Afgesproken werd uiteindelijk dat Jonathan tot maandag bij Victor en Sofie zou blijven, Dagmar bracht hem dan naar school en ’s middags haalde Raquel hem weer op.
Met die geruststelling nam het meisje de bus terug naar Berlijn. Het tweede punt op haar lijstje was aan de beurt: het gesprek met haar baas in het restaurant. Ze vond hem zoals altijd in de keuken, vroeg of hij even tijd had en legde hem vervolgens haar probleem voor.
‘Mijn moeder werkt hele dagen, soms van acht tot negen, en er is dan niemand om op mijn broertje te passen. Hij is nog geen tien, ik kan hem niet zomaar alleen thuis laten. En mijn vader leeft niet meer.’
‘Dus je wilt eigenlijk van je avonddienst af,’ vatte meneer Rossini haar bedoeling samen.
‘Als ik bijvoorbeeld van twaalf tot zes of van één tot zeven kon werken, zou dat al heel wat schelen,’ antwoordde Raquel schouderophalend.
‘Ook in je salaris.’
‘Dat maakt niet uit.’
‘In dat geval...’ De man glimlachte. ‘Van één tot zeven, dan.’
Hij was de kwaadste niet, een vrij traditionele Italiaan wiens ouders naar Berlijn waren geëmigreerd. Raquel bedankte ook hem uitvoerig, nam vervolgens tot en met maandag vrij en stapte op de volgende bus. Punt drie op haar lijst: Elvira.
Door al dat geheen-en-weer, geregel en gepraat kwam ze niet aan piekeren toe en dat was ook goed zo. Ze had nog genoeg om over te piekeren, maar ze kwam er geen stap mee vooruit. Het werkte waarschijnlijk beter om af te wachten welke richting de zaken insloegen en daarop te reageren, dan om de dingen te willen sturen. David was de stuurman; zij was enkel matroos. Maar wie zou er uiteindelijk de kapiteinspet dragen?
Elvira’s kantoor lag niet ver van de dierentuin. Raquel wandelde eerst een stukje door de vertrouwde straten, voor ze het advocatenbureau betrad en bij de receptie de weg naar de juiste kamer vroeg. De receptioniste scheen verbaasd door haar verschijning, maar gaf beleefd antwoord en even later stond Raquel voor een donkerhouten deur met een bordje “E. Rodriguez”.
Ze haalde diep adem en klopte aan.
‘Binnen,’ klonk er onmiddellijk. Hier lette Elvira blijkbaar wel op haar omgeving, dacht Raquel en schrok van haar eigen venijnige gedachte. Toen ging ze naar binnen.
Ze was nog niet eerder in haar moeders kantoor geweest, ook niet in de tijd dat Elvira niet door haar werk werd opgeslurpt. De kamer zag er nogal bewoond uit, meer Elvira’s thuis dan bij haar kinderen. Verschillende colbertjes hingen aan de kapstok, papieren lagen over het bureau verspreid. Een dozijn koffiebekers deed dienst als presse-papier en een enorme kast domineerde de achterwand.
Elvira zat aan het bureau achter haar laptop, koffiebeker nummer dertien binnen handbereik. Bij het zien van haar dochter trokken haar wenkbrauwen geërgerd samen boven haar ogen. ‘Wat doe jij hier? Ik heb nu geen tijd, ik ben aan het werk.’
‘Prima,’ antwoordde Raquel, iets heftiger dan ze van zichzelf verwacht had. ‘Ik heb toch maar twee mededelingen. Eén, Jonathan logeert dit weekend bij Victor en Sofie, en twee, ik ben dit weekend bij Bill in Hamburg. Tot maandag, tenzij je weer tot middernacht aan je laptop blijft vastgeplakt.’
Ze draaide zich om, terug naar de deur en klaar om weg te gaan, maar Elvira herstelde zich sneller van haar verbazing dan verwacht – instinct van een advocate. ‘Niet zo vlug, jongedame! Denk je niet dat ik hier ook nog iets in te zeggen heb?’
‘Ik dacht eigenlijk niet dat het je iets kon schelen,’ zei Raquel koeltjes. Dit was niet het moment om ruzie te maken, maar ze kon zich niet inhouden. Zien hoe haar moeder hier een nest gebouwd had maakte haar woedend, zeker met het beeld van Jonathans teleurgestelde gezichtje nog op haar netvlies. ‘En als advocate zou je toch moeten weten dat achttienjarigen volgens de wet verantwoordelijk zijn voor hun eigen beslissingen. Ik bén achttien, weet je nog?’
‘Goed, als je zo graag verantwoordelijk wil zijn, waarom word je dan ook niet meteen zelfstandig?’ snauwde Elvira terug.
‘Oh, gooi je me nu het huis uit?’ Raquel verhief haar stem, plots wist ze hoe ze deze discussie kon winnen. ‘En wie moet er dan voor Jonathan zorgen? Want jij doet het niet.’
Met die woorden verliet ze het kantoor. Adrenaline voerde haar hartslag op tot ze het kon voelen bonken tegen haar ribben. Woede, teleurstelling en schok streden om voorrang in haar binnenste. Ze had geweten dat er ooit iets zou exploderen, dit was maar een voorproefje vergeleken met de storm die er aankwam. Elvira wist nog niet eens iets van de foto’s...
Volledig van de kaart stapte ze in de bus en plofte achterin op een zitplaats. Zuchtend legde ze haar hoofd tegen de rugsteun. Punt drie van haar lijstje afgewerkt. Wat was punt vier? Ze kon het zich niet herinneren. Ze wílde het zich ook niet herinneren. Voor vandaag had ze wel genoeg geregeld, gepraat en geruzied. Het was tijd om thuis een grote beker thee te zetten en zulke harde muziek te draaien dat ze haar gedachten niet meer kon haren, net zolang tot Jonathan thuiskwam. En als hij eenmaal naar Dagmar was, nam zij de trein naar Hamburg.
Ja, dacht Raquel, zo ga ik het doen – en hopelijk komt dan mijn hart tot rust.

Half vier en Bill begon alweer uitgebreid te gapen, zelfs al had hij tot elf uur geslapen en moest door Gustav uit bed gesleept worden om de vergadering niet te missen. Op zich was het een hele succesvolle vergadering. Ze hadden eindelijk van alles vastgelegd waar eerst alleen nog vage ideeën over waren. Alleen had Bill er na een uur of twee wel weer genoeg van; hij was misschien een kletskous, maar vergaderingen vond hij helemaal niets.
Net op het moment dat hij zijn mond opendeed om een pauze in te lassen, piepte zijn gsm in zijn broekzak. Onmiddellijk klaarde zijn gezicht op: Raquel? Het sms’je kwam inderdaad van haar: Zit in de trein, volgend station is Hamburg. Ik ben toch in slaap gevallen, maar niet tot in Denemarken ;) Liefs.
‘Wat zit jij te grijnzen?’ Georg keek om toen hij het getik van Bills nagels op de iPhone hoorde. ‘Oh. Raquel?’
‘Jep,’ knikte de zanger, zonder op te kijken van zijn antwoord. ‘Ze is er zo.’
‘Pardon?’ Nu draaide ook David zijn hoofd naar hem toe. ‘Dat heb ik verkeerd verstaan, hoop ik?’
‘Nee,’ zei Bill quasi-onschuldig. ‘Oh, heb ik dat niet gezegd? Tjonge, dat is nou stom van me. Raquel is dit weekend hier.’
Hij keek David uitdagend aan, zijn ogen glinsterden bijna pesterig. Tom gniffelde aan zijn rechterkant; de oudere tweelingbroer was nog steeds wat koortsig, maar had natuurlijk luidkeels geweigerd om op zijn kamer te blijven terwijl de rest vergaderde. Als Hannah die vrijdag niet naar een familiefeest had gemoeten, had ze in dezelfde trein gezeten als Raquel. Dat was een domper op zijn humeur, maar dat zijn “schoonzus” kwam vrolijkte hem dan weer een beetje op en David zien grimassen was natuurlijk altijd leuk.
De manager was duidelijk not amused. Hij beantwoordde Bills geveinsde onschuld met een hoofdschuddende zucht en zei: ‘Wel, als ze dan toch komt, kunnen we meteen met haar doornemen wat we aan dat fotoakkefietje gaan doen.’
‘Laat dat maar aan mij over,’ antwoordde Bill gladjes en schoof zijn iPhone terug in zijn broekzak.
‘Dat denk ik niet,’ zei David zuinig. Georg en Gustav grinnikten even, maar dat kwam hen op identieke dodelijke blikken van de tweeling te staan. Neutraal blijven was niet makkelijk onder deze omstandigheden; Chantal hield zich ook het liefst buiten het constante gekibbel en verschanste zich dan met de G’s in Gustavs kamer – de meest opgeruimde – maar soms werden ze er door één van beide partijen toch bij betrokken en het neutraal willen zijn werd hen niet in dank afgenomen.
Chantal zelf leed nauwelijks onder de uitgelekte foto’s. David had iets gemompeld over “niet haar schuld” en haar oude alibi zou in de officiële persuitleg weer worden opgeduikeld: zij was het nichtje van Gustav. Bij haar inauguratie als vijfde bandlid zouden ze het als grap afdoen: ha-ha, fooled you! Geen reden tot hysterie.
Bij Raquel en Hannah lag het natuurlijk anders. Zij kregen van David wél de schuld; zij hadden er eigenlijk helemaal niet bij moeten zijn, als ze gewoon gedaan hadden wat David wilde. In principe kregen ze nu helemaal geen keus, of de keuze moest tussen liegen en het uitmaken zijn, maar de tweeling deed lastig en daardoor werd het opstellen van een waterdicht verhaal niet makkelijker.
Chantal wist niet zeker aan wiens kant ze nu eigenlijk stond. Ze kon zowel Bill als David begrijpen, maar wilde geen van beiden voor het hoofd stoten door dat te zeggen. En ergens binnenin haar kriebelde een oncomfortabel gevoel met een heel zacht stemmetje en dat hele zachte stemmetje fluisterde: Dit zou wel eens het einde van de relatie kunnen worden... Dit is je kans! Chantal haatte het stemmetje. Chantal haatte het om in de spiegel te kijken en te beseffen dat ze het kon accepteren zoveel ze wilde, de jaloezie zou pas verdwijnen als haar gevoelens voor Bill verdwenen.
En die waren nog springlevend.
Ze slaakte zo’n diepe zucht dat alle blikken haar kant opgingen. Een beetje opgelaten kuchte ze en verzon snel een reden voor haar zucht: ‘Ik ben nogal moe. Kunnen we niet even pauze houden?’
‘Ja, dat kan,’ knikte David, wierp de tweeling nog een geërgerde blik toe en begon zijn papieren te verzamelen. ‘We zijn hier nu toch wel zo’n beetje klaar.’
‘Eindelijk!’ Bill sprong onstuimig overeind en wapperde met zijn armen alsof hij vogels probeerde weg te jagen. ‘Ik werd al bang dat ik voor altijd aan die stoel vastgeplakt zou blijven!’
‘Iets minder drama mag ook wel, Bill!’ riep David hem nog na, maar de zanger was de kamer al uit, Tom op zijn hielen. Ze hadden allebei hun spullen demonstratief op tafel laten liggen; de verstandhouding met hun manager had nog nooit zo’n dieptepunt gekend als nu.

60.

Een kleine twintig minuten later, toen Bill op het punt stond een gat in het keukenplafond te springen van ongeduld, ging de bel. Raquel, natuurlijk. De zanger ging opendoen; op die manier duurde het weer bijna tien minuten voor ze de keuken bereikte. Daar zat iedereen rond de tafel, bekers thee of koffie in de hand en een schaal koekjes in alle soorten en maten in het midden.
Raquel maakte vlug een rondje, kreeg van iedereen een knuffel en van Tom een zoen op haar wang. Op haar beurt haalde ze iets uit haar jaszak: een usb-stick met een plakplaatje van Iejoor erop. ‘Van Hannah.’ Tom pakte het aan alsof het van puur goud gemaakt was en liet het met een gelukzalig gezicht in zijn enorme broekzak glijden.
Bij David, twee stoelen verder, bleef Raquel een beetje schutterig staan en mompelde: ‘Eh... Hoi, David.’
Het klonk als een vraag. De manager knikte haar toe, een vaag beleefd lachje op zijn lippen. Hij had niets tegen Raquel persoonlijk, maar haar positie als Bills vriendin maakte hem afstandelijk. Zeker met dat gedoe over de foto’s. Hij kon het simpelweg niet goedkeuren dat ze hier nu was.
Uiteindelijk zat Raquel tussen de tweelingbroers in met een beker thee die Gustav voor haar had ingeschonken. Bill had zijn arm om haar middel gelegd; ze voelde zijn warmte door de stof van haar blauw-wit gestreepte truitje heen en warmde zelf ook weer een beetje op. Ondanks David die hen steeds afkeurende blikken toewierp, was dit een oase van rust vergeleken met de gedachtespaghetti van thuis.
De oase duurde echter niet langer dan tot Georgs vierde koekje. Chantal porde hem in zijn zij en grijnsde: ‘Zou je die nu wel opeten? Wat zou Joëlle daarvan zeggen?’
‘Wat niet weet, wat niet deert,’ antwoordde Georg en schoof het koekje tevreden grijnzend in zijn mond.
Chantal trok een geschokt gezicht, sloeg een hand voor haar mond en riep: ‘Oh, ga jij zó met je vriendinnen om? Welke andere dingen houd je voor haar geheim, hm?’
De bassist lachte, maar kwam niet aan antwoorden toe. Chantals opmerking had Davids aandacht getrokken, hij boog zich over tafel en vroeg fronsend: ‘Vriendin? Wat mis ik hier?’
‘Je mist wel veel, hè?’ zei Bill sarcastisch. David negeerde hem echter, bleef Georg aankijken.
Die haalde zijn schouders op. ‘Ehm... Joëlle en ik zijn sinds vorige week een stel.’
‘Maar hij dacht alvast dat hij het geheim moest houden, dus heeft hij braaf niets gezegd,’ gooide Bill er een volgende cynische opmerking tussendoor.
Deze keer reageerde David wél. ‘Wat een onzin!’ zei hij bijna verontwaardigd. ‘Ik zal Mo zeggen dat hij daar even een opmerking over moet maken, Georg. Noem beter geen namen, maar je hoeft het niet stil te houden. Gefeliciteerd, jongen.’
Georg knipperde even verbaasd met zijn ogen; toen explodeerde de oase. De tweeling schoot tegelijkertijd overeind en brulde: ‘WAT?! HIJ WEL EN WIJ NIET?’ Tom, koortsig en al, was vervolgens meteen buiten adem, maar Bill schreeuwde hard genoeg voor twee: ‘GODVERDOMME, DAVID! Met wat voor maten meet jij?! Georg mag blij en gelukkig de familieman uithangen en wij zijn voor de rest van ons leven single?!’
‘Kijk niet naar mij, man,’ mompelde Georg en hief zijn handen op, alsof hij het verkeer tegen moest houden. ‘Niet mijn idee.’
‘Kop dicht!’ beet Bill hem toe, zo venijnig dat zelfs David ineenkromp, en priemde een vinger naar de manager. ‘Leg. Uit. Nu.’
‘Het is heel simpel,’ zei David schouderophalend, wierp toen een blik op het bleke gezicht van de oudste Kaulitz en voegde eraan toe: ‘Ga in godsnaam zitten, Tom, je bent ziek!’
‘Ziek van jou,’ bromde Tom en strompelde naar de keukendeur. Bill stond even in tweestrijd, verder tegen David schreeuwen of zijn broer helpen, en koos toen voor het tweede. Met een laatste “We zijn hier nog niet klaar!” ging hij achter Tom aan.
In de keuken viel een geladen stilte. Georg, nog steeds geschrokken en geschokt door Bills uitbarsting, blies zijn adem uit en liet een zachte “Pfoeh” horen. Chantal leek verbijsterd dat haar kleine plagerijtje zoiets veroorzaakt had en staarde met grote ogen in haar theekopje. Gustav en David schraapten tegelijkertijd ongemakkelijk hun keel. Toen werd het helemaal stil.
Raquel liet zich langzaam achterover in haar stoel zakken. Haar middel, waar eerst Bills arm had gelegen, voelde plotseling koud. In haar hoofd vormde de spaghetti steeds andere knopen; de gedachten haakten zo in elkaar dat ze überhaupt niet meer wist waar wat begon. En waar zou het eindigen?
Tenslotte werd de stilte haar te zwaar en ze pikte de eerste de beste spaghettisliert uit de janboel om hardop uit te spreken. ‘Wie is Mo?’
De andere vier schrokken op en kuchten, nog steeds enigszins van de kaart. Gustav gaf antwoord: ‘Onze vaste interviewer bij de BRAVO. Hij kent ons al vanaf het begin. Eerste reacties op roddels en geruchten krijgt hij altijd, we weten dat hij onze woorden niet zal verdraaien. Als het verhaal rond is, gaan we naar hem.’
‘Ah.’ Raquel knikte en wist vervolgens niet meer wat ze moest zeggen. Ze voelde zich plots verschrikkelijk slecht op haar gemak, alsof Davids beschuldigende blikken hadden afgegeven in haar binnenste. Als zij niet... Dan zou dit niet... Maar ze had wél... En nu... En nu...
En nu?
Bill kwam terug. Hij knalde de keukendeur achter zich dicht, zette zijn handen op tafel en boog zich naar David toe. ‘Leg uit. Nu.’ Zijn stem was ijs- en ijskoud.
‘Er is een wezenlijk verschil tussen jou en Georg,’ begon de manager.
‘Hij praat niet terug?’ snoof Bill en negeerde de bassist, die ineenkromp en een protesterend geluid maakte.
‘Bill, als je wilt dat ik het uitleg, dan moet je je mond houden!’ Hoewel ook David licht geïntimideerd leek door Bills ziedende woede (extra angstaanjagend door de pikzwarte make-up en het woeste kapsel), slaagde hij er toch in streng te klinken. ‘Jij en Tom staan altijd in de spotlights, wat jullie ook doen. Jullie zijn de gangmakers en, hoe sneu het ook klinkt voor jullie bandleden, het meest populair. Jullie zijn de tweeling waar iedereen het vriendinnetje van wil zijn. Georg en Gustav zijn de broerfiguren waar ze blij voor zijn als die iemand gevonden hebben. Voor het merendeel van jullie fans in elk geval.’
‘Waarom mensen met òns iets zouden willen is me een raadsel. Je hebt er toch niks aan, want het mag niet.’ Snijdende ironie. Raquel herkende Bill nauwelijks meer; ze had hem zien ruziemaken toen David de geheimhouding instelde en toen al gedacht dat hij angstaanjagend kwaad kon zijn, maar dat was haast een vriendelijke glimlach vergeleken met het gezicht dat hij nu trok.
Raquel geloofde dat ze haat in zijn ogen zag.
Waarschijnlijk was ze niet de enige die het leek te herkennen, de anderen leunden allemaal verdacht ver achterover in hun stoel. Georg zag eruit alsof hij het liefst in de vloer zou verdwijnen. Aan Bills gezicht te zien wilde hij ook dat Georg in de vloer zou verdwijnen.
‘Luister, als dit nieuwtje over Georg de wereld in komt, dan zal dat afleiden van die paparazzifoto’s, begrijp je?’ David ging langzaam rechtop zitten. Zijn stem had alle strengheid verloren, hij koos nu voor de redelijke toer. ‘Ik snap dat je dit niet leuk vindt (‘Understatement,’ gromde Bill), maar het is werkelijk beter als...’
‘Oké, hier ga ik dus niet naar luisteren,’ kapte de zanger hem bruut af en draaide zich naar Raquel om. ‘Ga je mee?’
Ze sprong overeind, dankbaar dat hij haar uit deze ongemakkelijke sfeer haalde, en liet zich meetrekken. Zodra hun handen elkaar raakten, verzachtte eindelijk zijn gezicht een beetje. Bij de deur haalde Davids stem hen nog één keer in: ‘Denk na, Bill! Je vertelt het – wat dan? Stel nou dat je haar zwanger maakt, bijvoorbeeld! Wat dan?’
Raquel werd onmiddellijk knalrood, wat Bill in het heldere licht van de gang maar al te duidelijk kon zien. Voor het eerst liet hij weer een zachte giechel horen en trok haar naar zich toe, om een kus op haar voorhoofd te planten. ‘Daar hoef je je toch niet voor te schamen. Hij raaskalt.’
‘Hm, maar...’ Raquels wangen gloeiden. Ze mompelde iets onverstaanbaars en draaide haar hoofd weg, maar daar nam Bill natuurlijk geen genoegen mee.
‘Wat? Dat verstond ik niet,’ deed hij onschuldig. ‘Zeg op!’
Raquel ging op haar tenen staan en fluisterde in zijn oor, zo snel dat ze hoopte dat hij het weer niet verstond: ‘Ikbennogmaagd.’
Daarmee kreeg ze hem stil. Hij was even verbluft, zijn ogen werden groot, maar hij herstelde zich snel en glimlachte. Zonder erop in te gaan wikkelde hij zijn armen om haar middel en gaf haar een zachte kus; toen pas fluisterde hij: ‘Ik niet. Is dat erg?’
‘Mmm.’ Raquel schudde ontkennend haar hoofd. ‘Dan weet in elk geval één van ons wat hij aan het doen is.’
Daar moest hij weer om lachen. Samen glipten ze zijn kamer in, waar zoals altijd de chaos overheerste, en Raquel dacht: eindelijk alleen. Eindelijk rust.
Maar dat was helaas niet waar.

Na een paar minuten zwijgend tegen elkaar aan gezeten te hebben, elkaars nabijheid koesterend, verbrak Bill de stilte. ‘Ik ga even bij Tom kijken, oké?’
‘Mag ik mee?’ vroeg Raquel aarzelend. Ze wist niet zeker of Bill alleen wilde zijn met zijn tweelingbroer, wilde niet tussen de twee in komen te staan, maar Bill glimlachte.
‘Tuurlijk.’
Ze vonden Tom rechtop in bed, leunend tegen de kussens, met zijn laptop op schoot. Hannah’s usb-stick zat in de achterkant en Tom klikte met een gelukzalig gezicht langs de foto’s die hij gekregen had. Foto’s van hun weekend bij Hannah’s ouders, zag Raquel na een vlugge blik op het scherm. Ze onderdrukte plots een giechel, vroeg zich af of zijn wangen alleen zo rood waren vanwege de koorts of dat er nog iets was waar hij extra warm van werd.
Bill kroop naast zijn broer op bed en zei, op een toon die geen tegenspraak duldde: ‘David is een klootzak.’
Waarom dat zo plots uit de lucht kwam vallen kon Raquel niet bedenken, maar Tom scheen de opmerking allesbehalve verrassend te vinden. ‘Vertel mij wat,’ bromde hij, zijn stem schor door de griep. ‘Met zijn schijnheilige gedoe.’
‘Ik geloof niet dat David dit doet om jullie een hak te zetten. Hij geeft toch om jullie.’ Raquel wist zelf niet waar die woorden vandaan kwamen. Waarom verdedigde ze de man die bezig was haar geluk te verstoren?
De tweeling staarde haar verbijsterd aan. Bills wenkbrauwen trokken als donderwolken samen boven zijn ogen, die in het schemerlicht van de kamer bijna zwart leken. Raquel wenste maar dat ze niets gezegd had – te laat, natuurlijk.
‘Ga me nu niet vertellen dat je aan zíjn kant staat.’ Bill spuwde het woordje “zijn” uit alsof het vergif was en ze kromp ineen, schudde haar hoofd. Ze stond niet aan Davids kant, ze stond aan niemands kant. Dat was voor Bill waarschijnlijk al erg genoeg en Raquel schaamde zich plots dat ze niet onvoorwaardelijk achter hem stond zoals hij verwachtte. Ze wist het gewoon nog steeds niet: was ze bereid alles voor hem op te geven? Ja of nee?
‘Ik weet het niet...’ prevelde ze. Bills wenkbrauwen schoten omhoog en Raquel besefte – weer te laat – dat ze hardop gesproken had. Fout. Helemaal fout. Nu boorde ook Toms blik zich bijna dreigend in haar gezicht. Haastig sprong ze overeind, ontweek hun ogen die net zo beschuldigend werden als die van David, en durfde pas weer adem te halen toen ze op de gang stond. Nu had ze het verpest.
Bill knalde Toms kamerdeur achter zich dicht en trok haar mee zijn eigen kamer in. Door de chaos konden ze niet veel verder dan anderhalve meter uit elkaar staan, tenzij Bill op zijn bed ging zitten; maar dat deed hij niet, hij bleef staan en kneep zijn ogen tot spleetjes.
‘Wat bedoel je daar nou weer mee?’
‘Gewoon,’ zei Raquel zacht. ‘Wat ik zei.’ Ze moest hem uitleggen wat ze bedoelde, haar kant van het verhaal vertellen, haar twijfels opbiechten, maar de spaghetti blokkeerde haar tong. De juiste woorden hadden zich verstopt en het zoeken duurde Bill te lang.
‘Je wéét het niet?!’ riep hij met fonkelende ogen. Zijn stem hield het midden tussen verontwaardigd en kwaad, zijn gezicht neigde meer naar woedend. ‘Wat weet je niet? Of je mij nog wel wil? Is dat het?! Godverdomme, Raquel.’
‘Wat? Nee!’ Nu schreeuwde zij ook, niet van woede maar van ontzetting. ‘Nee! Het heeft niks met jou te maken, niets! Ik...’
Ze haalde hulpeloos haar schouders op, moest weer zoeken naar de woorden. Bill maakte een geluid als een grommende kat en had nog steeds geen geduld. ‘Waar heeft het dan wel mee te maken? Hm? Met Davids wartaal? Oh, het is even moeilijk, dus geven we maar op? Denk je dat?’ Zijn stem werd steeds luider, waarschijnlijk konden ze hem in de keuken horen schreeuwen. Het dreunde in Raquels oren. ‘WIL JE DAT?’
‘Houd op!’ Haar stem sloeg over. Dit was te veel, ze had al moeten ruziën vandaag. Ze kon er niet meer tegen. Eén blik op Bills vertrokken gezicht en ze begon te huilen.
Op slag veranderde zijn blik, de woede gleed weg en maakte plaats voor schok – schuld – spijt. Met één stap was hij bij haar en legde voorzichtig zijn armen om haar heen. ‘Sorry,’ fluisterde hij in haar haren. ‘Sorry, sorry, sorry.’
Ze bleef huilen, haar wangen waren kletsnat en algauw zijn T-shirt ook. De spaghetti in haar hoofd scheen te verdampen met elke traan; ze huilde alle twijfels, angsten, wirwargedachten, onzekerheden en weggeslikte familieproblemen naar buiten. Pas op dat moment werd duidelijk onder hoeveel spanning ze had gestaan, hoeveel ze had opgekropt en omgezet in spaghetti. Misschien was dit wel de explosie waar ze op gewacht had – niet die van Elvira, maar die van zichzelf.
Bill leidde haar naar zijn bed, zette haar op zijn hoofdkussen en liet haar daarbij geen moment los. Haar uitbarsting had hem duidelijk geschokt, zijn ogen stonden wijd open toen hij haar gezicht naar zich toe draaide. Ze snikte nog, maar de grote huilbui was voorbij. Met zijn duimen veegde hij de tranen van haar wangen, gaf haar toen een zachte kus. ‘Sorry.’
Ze snikte de laatste druppels naar buiten en verborg haar gezicht weer tegen zijn schouder, de schouder die ze al nat gehuild had. ‘Oké.’
‘Je maakt me bang,’ zei hij stil, terwijl zijn vingers licht langs haar bovenarm aaiden. ‘Ik ben bang om je kwijt te raken, begrijp je? Ik ben bang dat wat David aan het doen is, jou bij me wegjaagt.’
Raquel legde een arm om zijn middel. ‘Daar ben ik ook bang voor,’ bekende ze met hese stem. ‘Maar ik ben ook bang voor de camera’s.’
Ze zag zijn gezicht niet, maar aan de manier waarop hij zijn adem naar binnen zoog merkte ze dat haar uitspraak hem verbaasde. Het was iets waar hij duidelijk nog niet aan gedacht had.
Raquel ging rechtop zitten en trok haar benen op, Bill schikte zijn houding zo dat hij comfortabel kon zitten met haar hoofd in zijn schoot. Dit was het moment om te praten, beseften ze allebei. Praten, bekennen, elkaar in vertrouwen nemen, tot er niets meer tussen hen in stond en niemand meer bang hoefde te zijn.

61.

Met elk woord dat haar mond verliet voelde Raquel hoe de innerlijke spanning afnam. Bills handen speelden met haar haren; vanuit haar liggende positie kon ze zijn ernstige gezicht zien, elk spiertje dat vertrok als ze iets zei dat hem verbaasde of choqueerde. Hij onderbrak haar geen enkele keer en scheen ook geen moment meer kwaad. Het vertrouwen in elkaar herstelde zich snel en groeide verder.
Raquel vertelde hem alles. Haar twijfels over het mogelijke bekendmaken, haar angst voor paparazzi. Haar angst om hem kwijt te raken, welke weg ze ook insloegen. Haar onzekerheid of die angsten en twijfels alleen al niet teveel tussen hen in stonden. De problemen thuis – een onderwerp dat ze tot nu toe meer vermeden dan aangesneden had.
‘Sinds mijn vaders dood is alles zo anders. Elvira (ze kon de woorden “mijn moeder” nauwelijks nog over haar lippen krijgen) is alleen maar met zichzelf bezig, en met haar werk. Ze vergeet gewoon dat wij ook nog bestaan. En Jonathan is pas negen… Hij begrijpt er niet veel van, maar je ziet gewoon aan hem dat hij het zwaar heeft.’ Raquel veegde bijna onbewust een traan uit haar ooghoek. ‘Vroeger toen mijn vader nog leefde vonden ze allebei hun werk wel belangrijk, maar nooit belangrijker dan hun gezin. Zeker niet toen ze nog samen waren.’
Op dit punt kon Bill dan toch zijn vraag niet tegenhouden. Hij was al een tijdje nieuwsgierig naar dit deel van Raquels leven, omdat hij er nog zo weinig over wist, en omdat Raquel er niet graag over praatte. Die twee omdat hadden natuurlijk alles met elkaar te maken en hij maakte zich licht zorgen; deze kans op toelichting greep hij dus met beide handen aan. ‘Waarom zijn je ouders eigenlijk uit elkaar gegaan?’
Raquel zuchtte. ‘Dat is een heel stom verhaal. In principe komt het door mijn vaders naïviteit.’ Ze zweeg even, ordende de feiten in haar hoofd, en begon toen langzaam: ‘Hij was op congres in Pakistan, zo’n zes jaar geleden. Ik weet niet precies wat hij daar deed, ik heb nooit veel begrepen van zijn werk. Destijds was ik ook pas twaalf, weet je. In elk geval een congres in Pakistan… Hij werd daar benaderd door een Pakistaanse deelneemster, gewoon, ze knoopte een praatje met hem aan…’
Even viel ze stil, het was duidelijk dat ze weer moest zoeken naar de juiste woorden. Dit keer oefende Bill zijn geduld en wachtte zonder de stilte te verbreken tot ze haar hindernis genomen had.
‘Na een tijdje vroeg ze hem plotseling of hij iets voor haar kon doen, of zij voor hem. Hij begreep haar niet, dus legde ze hem uit dat ze heel graag met hem mee terug wilde, mee naar Duitsland. Zo zou ze uit Pakistan weg kunnen en een betere baan kunnen krijgen. Mijn vader dacht dat hij haar begreep, maar dat was niet zo. Ze bedoelde dat ze met hem mee zou gaan, niet als collega of zelfs als assistent, maar als zijn vrouw.’
Bills mond viel open en Raquel staakte haar verhaal even. Ze begreep wel dat het moeilijk te geloven was, ze had het zelf eerst ook nauwelijks kunnen bevatten. Het klonk zo absurd, iets wat misschien vroeger, tientallen of zelfs honderden jaren geleden zou gebeuren, maar niet in de eenentwintigste eeuw. Ergens snapte ze zelfs wel dat haar vader het niet meteen door had gehad. Wie verwachtte ook zo’n aanbod?
‘En toen?’ vroeg Bill perplex. ‘Hij zei ja?’
Raquel knikte. ‘Hij begreep immers de strekking niet, hij dacht dat ze het puur zakelijk bedoelde. Dus boekte hij een vliegticket voor haar en weet ik wat nog meer, en ze kwamen samen terug naar Duitsland. Zij kon natuurlijk nergens heen, dus nam hij haar mee naar huis – naar ons huis, naar mij en Jonathan en Elvira.’
‘Uh-oh…’ mompelde Bill onwillekeurig en hield zijn adem in.
‘Zeg dat wel,’ fluisterde Raquel. ‘Elvira was al sceptisch toen ze hen binnenliet, en toen mijn vader haar voorstelde als “een nieuwe collega” ging het helemaal mis. Zij keek hem verbluft aan en vroeg: “Is dat je zus?” “Nee,” zei hij natuurlijk, “dat is mijn vrouw.” Zij helemaal verbaasd… En toen zei ze tegen mijn moeder: “Het spijt me heel erg voor u. Ik ben met Nicolas verloofd.” ’
‘Oh God.’ Bill leunde verbijsterd achterover, tegen de muur. ‘Dat meen je niet.’
‘Jawel.’ Raquel richtte zich op en keek hem zo treurig aan dat zijn hart ineenkromp. ‘Je hebt mijn moeder ontmoet, je weet hoe ze uit de hoek kan komen. Dezelfde dag nog, dezelfde minuut, schopte ze mijn vader het huis uit en vroeg de scheiding aan. Ze is advocaat, het was een fluitje van een cent. Mijn vader heeft geen enkele keer geprotesteerd, hij heeft niet eens geprobeerd om zichzelf te verdedigen of het misverstand uit te leggen. Misschien dacht hij dat het geen zin had. Ik weet het niet, ik heb het nooit gevraagd.
Ik was zo kwaad op hem dat ik ervoor koos om bij Elvira te blijven. Hij heeft alleen om het zorgrecht voor mijn broertje gevochten, zodra hij dat gekregen had liet hij alles gebeuren. Elvira heeft hem helemaal leeggezogen. De Pakistaanse was ondertussen met iemand anders getrouwd, ze heeft mijn vader zelfs uitgenodigd voor haar bruiloft. Ik geloof niet dat hij gegaan is, maar dat maakte mijn moeder niets uit. Voor haar was hij dood. Ze heeft nooit meer over hem gepraat, niet eens toen hij écht is overleden. Ze heeft hem toen alleen maar begraven. Deze keer letterlijk.’
Ze boog haar hoofd. De herinneringen die omhoog borrelden in haar binnenste deden meer pijn dan ze wilde toegeven, aan Bill of aan zichzelf. Als twaalfjarige was ze woedend geweest, woedend maar vooral vreselijk gekwetst. Hoe kon haar vader nou zo’n vreemde Pakistaanse vrouw verkiezen boven hen, zijn familie, zijn bloedeigen kinderen? Pas jaren later had ze begrepen dat het nooit zo was geweest. Toen was het eigenlijk al te laat; ze had hem nooit verteld dat ze begonnen was hem te begrijpen en, belangrijker, te vergeven. Nu zou ze hem dat nooit meer kunnen vertellen.
Bill nam haar in zijn armen en wiegde haar zachtjes heen en weer. Ze huilde niet echt, niet zichtbaar, maar haar ogen brandden en ze was blij dat Bill er was om zich aan vast te klampen. Oud verdriet dat zich in haar binnenste had vastgehaakt deed zeurend pijn in haar hart.

Na een tijdje stilte, een tijdlang troost, slaakte Raquel een zucht en nestelde zich wat beter op Bills schoot. ‘Nu jij,’ murmelde ze tegen zijn sleutelbenen. ‘Ik heb alles al verteld, nu ben jij aan de beurt.’
Dus haalde Bill diep adem en legde stukje bij beetje zijn ziel bloot. Hij vertelde hoe graag hij hun relatie openbaar zou willen maken, hoe hij zijn – hun – geluk van de daken wilde schreeuwen. Hoe Davids verbod hem irriteerde, hoe hij niet gewend was aan verboden en niet mogen meebeslissen. Hoe hij bang was dat ze aan de druk van geheimhouding onderdoor zouden gaan, dat ze elkaar daardoor kwijt zouden raken. Hoe hij haar absoluut niet, om geen enkele prijs, kwijt wilde raken.
‘Jij en Tokio Hotel, jullie zijn mijn hele leven,’ zei hij zacht. ‘En ik wil niet dat het jou of Tokio Hotel wordt, begrijp je? Want dat is een keuze die ik gewoon niet kan maken. Als iemand je vraagt welk been je liever hebt, links of rechts, dan weet je dat toch ook niet?’
Raquel knikte. ‘Ik snap wat je bedoelt… En ik wil het ook wel bekendmaken, in principe, eigenlijk. Maar alleen als ik niet hoef mee te maken wat de gevolgen daarvan zijn. Klinkt dat logisch?’ Ze fronste. ‘Het klinkt stom. Egoïstisch.’
‘Nee, ik snap wat jíj bedoelt.’ Bill streek weer met zijn vingers langs haar bovenarm en bleef een paar momenten stil, tot hij plots inhield alsof ergens een lampje opging. ‘Wat vindt Hannah eigenlijk?’
‘Zo ongeveer hetzelfde als ik,’ antwoordde Raquel. ‘Met als verschil dat zij geen moeder heeft die in staat is om jullie allemaal aan te klagen.’
‘Ik ben niet bang voor je moeder, Raquel,’ stelde Bill met duidelijke stem vast.
‘Ik wel.’ Ze verstopte haar gezicht in zijn hals. ‘Bang voor wat ze allemaal kan doen. Ze heeft al gedreigd om me het huis uit te gooien.’
‘Dan kom je toch gewoon hierheen. Niemand die dat erg vindt, behalve David maar die kan het dak op.’
En Chantal, dacht Raquel plotseling. Ze had de hele tijd niet aan Chantal gedacht, geen woord aan haar besteed. Als Bill intussen niks gemerkt had van Chantals gevoelens voor hem, dan wist hij het zeker nog steeds niet. Raquel besefte dat ze hem dit niet kon vertellen. Dat zou niet alleen zijn vriendschap met Chantal verdraaien, het betekende waarschijnlijk ook het einde van Chantals nog niet begonnen carrière. Raquel kon haar die droom niet afnemen, wat Chantal in het verleden ook gedaan of gezegd had. Dat kon ze gewoon niet.
‘Mm… Ik zou wel willen, maar ik kan mijn broertje niet achterlaten,’ onderbrak ze haar eigen gedachten en keek Bill weer aan. ‘Ik denk niet dat ze het serieus meent. Ze is geen slecht mens, weet je.’
Bill glimlachte. ‘Of jij bent gewoon te goed voor deze wereld.’
Nu bloosde ze heftig, gaf hem met hoogrode wangen een zachte por. ‘Klets niet.’
‘Doe ik niet,’ fluisterde hij en vlocht zijn vingers door de hare, voor hij zich vooroverboog en haar lippen verzegelde met een zachte kus. Raquel voelde dat het gesprek afgelopen was en vond dat ook wel goed zo. Ze hadden eindelijk allebei hun hart gelucht, de sfeer was wel lang genoeg zwaar geweest. Bovendien hadden ze nog een heel weekend voor zich om te beslissen wat voor actie ze zouden ondernemen: zich bij Davids regels neerleggen of protesteren? Nu moesten ze daar niet langer aan denken.
Nu dachten ze alleen nog maar aan elkaar – aan bij elkaar, aan samen, aan heel dichtbij. Lippen op lippen en huid op huid.
Raquel dacht aan het kriebelende gevoel dat ze in Monaco gevoeld had, toen hij haar ’s ochtends ter afscheid gekust had. Zo ongeveer voelde ze zich nu. Klaar om op ontdekkingsreis te gaan, om elkaars grenzen op te zoeken, te leren kennen. Klaar om te genieten van de hitte die zich langzaam tussen hun lichamen opbouwde.

62.

De volgende ochtend arriveerde Hannah in de studio. Ze begon natuurlijk in Toms armen, kreeg vervolgens een knuffel van Bill en Raquel en werd door de rest met veel geglimlach begroet. Alleen David hield zich afzijdig, maar dat had Hannah sowieso al verwacht.
Na alle begroetingen verzamelden ze zich in de keuken voor de verplichte thee- en koffieronde. Er werd veel gepraat en veel gelachen, zoals altijd, maar iedereen leek zich hyperbewust van de spanning die tussen bepaalde personen hing. Bill praatte nog altijd niet tegen Georg en negeerde David structureel, zoals Tom ook deed. Georg scheen echter ook niet al te blij met de manager en Raquel hield zich voornamelijk op de achtergrond; Gustav en Chantal waren vast van plan om de ongemakkelijke sfeer op te vullen met lawaai, zij hielden het gesprek op gang met een beetje hulp van Hannah.
Uiteindelijk maakte David het hen een beetje makkelijker door zijn beker leeg te drinken en te vertrekken. Hij meldde nog wel even dat hij vandaag een vergadering met de andere producenten had en iedereen besefte al wat ze daar gingen bespreken. De tweeling wisselde een blik als een donderwolk, maar David verdween voor ze konden reageren.
De volgende die haar thee achteroversloeg was Hannah. Ze wierp even een blik naar Raquel, die niet onmiddellijk reageerde omdat ze Hannah’s ogen niet kon duiden, en fluisterde toen iets in Toms oor. Hij keek lichtelijk verrast, gemengd met iets van begrip, knikte en kwam overeind. Hij stond nog een beetje wankel op zijn voeten door de griep, maar verliet met zijn arm om Hannah’s middel de keuken. Pas op dat moment besefte Raquel wat de grijze ogen haar hadden willen vertellen: Hannah ging de gok wagen.
Hannah ging doen wat Raquel gisteren gedaan had, Hannah ging Tom uitleggen hoe haar gevoelens in elkaar staken. Het was onzekerheid, angst en bijeengeschraapte moed wat Raquel in Hannah’s blik niet meteen herkend had.
Ze keek opzij, zocht Bills gezicht, en zag meteen dat hij zich hetzelfde had gerealiseerd als zij. In tegenstelling tot haar echter kon hij inschatten hoe Tom zou reageren. Bij het zien van zijn rustige gezicht ontspande ook zij; zo te zien maakte Bill zich over de uitkomst van het gesprek geen enkele zorgen.

Na dik twee uur bleek de zanger gelijk te hebben. Hannah en Tom hadden nog altijd alleen oog voor elkaar toen ze de anderen weer met hun aanwezigheid vereerden. Alleen Tom wisselde even een blik met zijn tweelingbroer, eentje die voor de rest van het gezelschap onverklaarbaar was maar Bill wel in lachen deed uitbarsten. De laatste last viel van Raquels schouders. In elk geval hoefden zij en Hannah zich over één ding geen zorgen meer te maken.
Opgelucht nestelde ze zich tegen Bills zij en trok zo zijn aandacht van de televisie weg, naar zich toe. Hij keek glimlachend omlaag, kneep even in de hand die hij met de zijne verstrengeld had. Ze lachte terug en vroeg vanuit het niets: ‘Hebben jullie vandaag eigenlijk vrij?’
‘Nee,’ zei hij droog. ‘Maar ik geloof niet dat dat iemand nu interesseert.’
Hij gebaarde met zijn vrije hand veelbetekenend door de kamer, waar iedereen inmiddels een plekje had gevonden. Georg zat aan zijn laptop geplakt, Gustav en Tom hadden Hannah en Chantal net overgehaald om een potje te kaarten. Niemand zag er echt uit alsof hij aan werken dacht; ze waren op het moment meer bezig met het onderhouden van hun privélevens. Zo bij elkaar kwamen ze over als een groep hele normale vrienden.
‘Sowieso heeft David alle persafspraken afgezegd totdat we een goed kloppend verhaal hebben,’ voegde Bill eraan toe. Even vertrok zijn gezicht weer tot een kwade frons, maar Raquels kneepje in zijn hand streek zijn voorhoofd glad.
Op dat moment draaide Tom zich om in zijn stoel en riep: ‘Hé jullie, houd eens op met klef doen! We hebben meer spelers nodig!’
‘Hoor wie het zegt,’ grijnsde Bill. ‘Hoezo nodig? Wat spelen jullie?’
‘Pesten, maar dat is leuker met meer,’ antwoordde Chantal. Ze keek daarbij expres van Bill naar Raquel; voor ieder ander was dat een logische blik, maar voor de twee meisjes was de dubbele bodem niet te missen. Chantal drukte op deze manier uit dat ze het goed meende met Raquel, ook al viel het haar nog altijd zwaar. Raquel reageerde met een dankbare glimlach.
‘Oké, vooruit. Raquel?’ Bill stootte haar zachtjes aan. ‘Doe je mee?’
‘Welja.’ Ze liet zich van de sofa glijden en knipte in een automatisme de televisie uit; de jongens lieten het ding meestal de hele dag aanstaan, maar zij ergerde zich aan het gekwebbel op de achtergrond.
Bill aarzelde nog even voor hij zich bij de spelers voegde. Hij bleef achter zijn stoel staan, draaide zich om en vroeg: ‘Georg? Doe je mee?’
Het was de eerste zin die hij sinds zijn uitval gisteravond aan de bassist richtte en Georg keek verrast op van zijn scherm. Iedereen hield even de adem in; Bill haalde zijn schouders op en produceerde een verontschuldigend lachje. Dat was blijkbaar genoeg voor Georg: hij grijnsde breed en sprong overeind. ‘Tuurlijk.’
In het voorbijgaan bokste hij even tegen Bills schouder, de zanger lachte en plofte toen tussen zijn broer en zijn vriendin aan tafel. De sfeer klaarde zienderogen op; de rest van de middag galmde van hun gelach.

Omdat David de hele verdere dag zijn gezicht niet meer liet zien, verdween het onderwerp van de foto’s volledig naar de achtergrond. Zelfs toen Georg na het eten – met een voorzichtige zijdelingse blik naar de tweeling – aankondigde dat hij Joëlle ging bellen. Tom reageerde met een typische macho-opmerking en Bill hield zijn mond, wat al een heel stuk beter was dan zijn geschreeuw.
Uiteindelijk vertrok Gustav tegen elven naar bed, terwijl de anderen zich rond de televisie geschaard hadden. Chantal, Hannah en Raquel zaten op een kluitje en praatten dwars door de film heen, maar dat scheen de tweeling niet erg te boeien. Georg hing nog altijd op zijn kamer aan de telefoon en de broertjes waren bij elkaar gekropen; Bill onderuitgezakt in de zetel, Tom op de armleuning. Hun gesprek was sowieso al niet te verstaan, ze spraken op fluistertoon, maar de meisjes voelden alledrie dat het beter was om ook niet te proberen luisteren. Dit was een tweelingmoment, alleen voor Kaulitzen. Nog een reden om het uitgebreid over koetjes en kalfjes te hebben.
Chantal zat in het midden en vertelde honderduit. Over haar nieuwe leven, natuurlijk. Over het oefenen, elke dag weer een beetje beter worden in datgene waar ze al goed in was. Elke dag meer over de toekomst te weten komen. Over het album, waar ze eigenlijk niks concreets over mocht zeggen, dus nam ze alle synoniemen van “geweldig” even door: hoe het klonk, hoe het zou gaan klinken, wat haar rol was, wat de anderen gedaan hadden. Hele monologen, maar niets gedetailleerds.
Het maakte Raquel allemaal niets uit. Chantal kon het over subatomaire deeltjes hebben en Raquel zou nog met een glimlach naar haar luisteren. Het voelde veel te vertrouwd om zich druk te maken over het onderwerp. Na al die tijd, nadat ze de hoop al had opgegeven, scheen er niets meer tussen hen in te staan – niets meer dan de afstand tussen Hamburg en Berlijn, en die was overbrugbaar.
Na een tijdje had Chantal alle synoniemen wel zo’n beetje gehad; er viel een gat in het gesprek dat alleen werd opgevuld door het zinloze gewauwel van de acteurs op tv. Hannah trok een gezicht alsof ze iets beledigends ging zeggen over de film, toen Tom plotseling van de armleuning stapte en zei: ‘Dat zou ’m moeten doen.’
Te oordelen naar het volume was die opmerking niet langer privé en de meisjes draaiden zich meteen naar hen om. Bill leek nog in gedachten verzonken. Hij prutste met een afwezige blik aan de ringen om zijn vingers en focuste pas toen Chantal vroeg: ‘Wat zou wat moeten doen?’
‘We hebben een plan,’ antwoordde Tom op geheimzinnige toon. ‘Een Plan met een hoofdletter P.’
Raquel en Hannah wisselden een verraste, ietwat onbehaaglijke blik. Ongetwijfeld had het Plan van de tweeling iets met de huidige situatie te maken; het onderwerp kwam weer boven borrelen en Raquel beet even op haar lip. Wat zou het Plan zijn en vooral: wat zou het voor hen betekenen? En zou de tweeling het Plan in werking zetten zonder er eerst met hen over te praten? Dat verwierp ze meteen weer; na de recente gesprekken moesten ze toch wel geleerd hebben eerst over alles te praten.
‘Wat voor plan?’ vroeg Hannah dan ook onmiddellijk.
Tom gebaarde met zijn hoofd naar de deur. ‘Kom je mee? Dan leg ik het je uit.’
Ze sprong meteen overeind, nieuwsgierig en zonder enig bezwaar tegen wat tijd alleen met haar vriendje. Raquel wierp een vragende blik naar Bill, die opnieuw een tikje vaag voor zich uit staarde. Hij kauwde zo te zien op zijn tongpiercing en Raquel onderdrukte een giechel; zo leek hij op een herkauwende koe (maar dat zei ze beter niet hardop).
Toen ontwaakte hij plots uit zijn verstarring, kwam overeind en schudde zijn dikke zwarte haar naar achteren. Hij stak een hand uit naar Raquel, maar zijn woorden waren aan Chantal gericht: ‘Sorry, het lijkt nu of we je buitensluiten. Is niet zo bedoeld.’
‘Privégesprek,’ zei de blondine schouderophalend en kroop weg in een hoek van de sofa, benen opgetrokken en met een kussen in de rug. ‘Veel plezier.’
Raquel voelde zich weer blozen, ze hoorde de plagerige ondertoon in Chantals stem maar al te goed en volgde Bill vlug naar de gang. Hij scheen Chantal niet eens gehoord te hebben, of in elk geval was het zijn ene oor in en zijn andere oor uit gegaan. Zijn gedachten waren met iets anders bezig.
Tegenover elkaar op zijn bed fixeerden Bills ogen echter Raquels gezicht en zijn glimlach verlichtte zijn blik. Hij hield nog steeds haar hand vast; de zijne voelde warm en tegelijkertijd koel door het metaal van zijn ringen. Raquel keek graag naar zijn handen. Ze wist niet precies waarom, maar als iemand haar zou vragen welk deel van Bills uiterlijk haar het meest beviel, dan kwamen na zijn ogen onmiddellijk zijn handen. Misschien omdat ze, in tegenstelling tot de rest van zijn verschijning en ondanks de sieraden, zoiets ontnuchterend normaals hadden. Geen dikke make-up, geen uitbundige styling. Gewoon, jongenshanden met soepele vingers en een aangename warme uitstraling.
‘Oké, het Plan.’ Bill haalde diep adem en grijnsde even. ‘Als ik het zo zeg klinkt het heel angstaanjagend en zo, maar het valt wel mee.’
Zijn blik deed Raquel denken aan het gesprek gisteren, toen zij moeite moest doen om de juiste woorden te vinden. Nu leek hij hetzelfde probleem te hebben en dat verbaasde haar. Als er iemand was die zonder aarzelen of nadenken zijn woorden klaar had, dan was het wel Bill. Ze vermoedde dat het Plan belangrijk voor hem was, op een bepaalde manier emotioneel. De laatste – en enige – keer dat ze hem onzeker had meegemaakt, had hij haar gevraagd of ze zijn vriendin wilde zijn.
Bill schraapte zijn keel en ze richtte onmiddellijk haar blik op hem, vragend en benieuwd. Hij glimlachte weer; hij wist wat hij wilde zeggen. ‘Ik ga je iets voorstellen en je moet niet schrikken, oké? En je moet je ook niet verplicht voelen, want dat zou het er niet beter op maken.’
Een antwoord scheen gepast, dus knikte ze even.
‘Juist. Dus. Het idee is dat jij, en Hannah trouwens ook, komende Kerst met mij en Tom komen vieren. En dan bedoel ik niet hier.’ Hij haalde diep adem. ‘Dan bedoel ik bij mijn ouders in Loitsche.’

63.

Raquels eerste gedachte was: Ik heb niks om aan te trekken. Een betere manier om te bevatten wat hij zojuist gezegd had, kende ze niet. Ze zei het echter niet hardop; ze bleef hem aankijken, aanstaren. Bill keek terug met die lichte onzekerheid die niet bij hem paste, maar ook hij sprak niet. Allebei liepen ze in gedachten de betekenis van deze woorden door.
Het meest concreet: Kerstdagen bij Bill betekende geen Kerstdagen met Elvira en Jonathan. Raquel constateerde ietwat ongerust dat de gedachte aan geen Elvira haar meer beviel dan treurig maakte, terwijl ze vanwege Jonathan op haar lip beet. Hoe ging ze hem dat uitleggen?
Tweede gedachte: bij Bills ouders. Dat betekende dat ze zijn moeder en zijn stiefvader zou ontmoeten, het huis waar hij was opgegroeid, de omgeving van zijn jeugd. Een puzzelstuk uit zijn leven dat ze nog niet in haar plaatje van hem had ingepast. Geen wonder dat Bill het plan zo bracht, op deze onwennige manier. Ze werd van het idee alleen al licht nerveus.
Vervolgens het besef dat ze instinctief onderdrukte. Dit ging David niet leuk vinden. Iedereen wist waar de ouders van de tweeling woonden en iedereen kon wel raden dat ze de feestdagen met hun familie gingen vieren. Hoeveel paparazzi zou dat opleveren? Hoeveel onfortuinlijke foto’s? Hoeveel meer ruzies met David, met Elvira, met elkaar?
Er spraken zoveel argumenten tegen dit plan dat Raquel niet meer wist hoe ze haar keuze moest rechtvaardigen. Ze besliste puur op gevoel. Puur omdat ze dit wilde. Niet omdat ze zich gedwongen voelde, of omdat ze David een hak wilde zetten, niet om enige logische reden. Puur omdat haar hart prompt instemde met het plan.
‘Ik heb niets om aan te trekken,’ zei ze. Bill bewoog alsof hij schrok van haar stem, maakte een ongecontroleerde beweging met zijn arm. Vervolgens loste de onzekerheid in zijn ogen op en hij lachte.
‘Ik weet zeker dat je er prachtig uit zult zien, meisje. Dat doe je toch altijd.’
Ze bloosde, maar werd snel ernstig en bracht hem een onderwerp in herinnering dat hem deed grimassen. ‘David gaat dit echt niet leuk vinden.’
‘David kan de pot op,’ bromde hij onmiddellijk, relschopper als hij was.
‘Ik heb best medelijden met David,’ zei Raquel nadenkend. ‘Hij zit tussen twee vuren, zo lijkt het in elk geval. Ik geloof nooit dat hij het ons niet gunt of zo. Hij is net zo goed gebonden aan het contract met Universal als jullie.’
‘Met als verschil dat wij de regels verbuigen en hij ze tot op de letter naleeft.’ Bills vluchtig opgevlamde woede verdween weer; hij schudde even zijn hoofd. ‘Je hebt wel gelijk, maar daardoor werkt hij niet minder op m’n zenuwen. In elk geval zit er ook een Davidclausule in het Plan, dus maak je daarover maar geen zorgen.’
‘Davidclausule?’
Bill knikte. Zijn ogen lichtten weer op, hij boog zich naar voren en begon op fluistertoon – alsof iemand hem zou kunnen horen – uit te leggen wat het Plan nog meer inhield. Hij was duidelijk tevreden met het resultaat dat Tom en hij hadden uitgevogeld en droeg die tevredenheid succesvol over op Raquel. Aan het eind van zijn uitleg haalde ze diep adem, plotseling met een vederlicht gevoel, en vloog hem op de hals.
Wat nou begin van het einde?
De tweeling had de oplossing gevonden.

Chantal wist niet hoe ze het had. Op zondagochtend om kwart over negen werd ze wakker door de snerpende deurbel en vervolgens joeg een onverwachte stem haar de stuipen op het lijf: ‘Ik doe wel open!’ riep Bill door het appartement.
In de tijd die nodig was om een deur te openen, knipperde Chantal alleen verbluft met haar ogen. De feiten wilden maar niet kloppen in haar hoofd. Zondagochtend negen uur. Deurbel. Bill ging opendoen.
Wat?
Toen ze, nog altijd fronsend, de keuken binnenstapte werd het alleen maar verwarrender. David zat aan tafel en luisterde met een ernstig gezicht naar Bill, die druk gebarend een heel verhaal afstak en ondertussen het koffiezetautomaat aan de praat probeerde te krijgen. Omdat hij meestal ’s ochtends als laatste op was, had hij daar weinig ervaring mee en duurde het dus ook een tikje lang. Van de anderen geen spoor.
Wat deed David hier zo vroeg, waarom praatte Bill tegen hem en waar was iedereen?
In bed natuurlijk, gaf Chantal zichzelf antwoord, zoals het hoort op zondagochtend. Ze zat er echter naast: de koffiezetautomaat begon net zwarte levensdrank uit te spuwen toen de andere helft van de tweeling binnenkwam, gevolgd door Raquel en Hannah.
Bill onderbrak zichzelf en zei vrolijk: ‘Ah, daar zijn jullie. Ik dacht al, moet ik alles in m’n eentje uitleggen of zo?’
‘Daar heb je vast geen moeite mee,’ zei Hannah nuchter. De anderen schoten in de lach en Chantal knipperde weer met haar ogen. Zo’n goed humeur had de tweeling sinds Monaco nog niet gehad. Wat was hier gaande?
‘Is het omgekeerde wereld vandaag of zo?’ pruttelde ze en haalde een hand door haar warrig opgestoken haren. ‘Zo vroeg, de tweeling wakker…’
Opnieuw een lachsalvo. Bill begon bekers te verzamelen en antwoordde opgewekt: ‘Ja, misschien wel. Maar ik zou eerder zeggen “verbeterde wereld”, niet omgekeerde. Koffie iedereen?’
David snapte er zo te zien net zo weinig van als Chantal, dus grepen ze zich allebei vast aan die makkelijk te beantwoorden vraag en knikten gretig. Bill deelde bekers rond, gaf in het voorbijgaan Raquel een kus en ging toen recht tegenover David zitten.
‘Oké, dan is het nu tijd voor uitleg. We zijn niet voor onze lol zo vroeg opgestaan. Of eigenlijk wel, maar je snapt wat ik bedoel.’
‘Goed begin, broertje,’ zei Tom droog.
‘Tien minuten maar!’ Bill wierp hem een waarschuwende blik toe (“Nog één keer en je krijgt een mep!”) en vervolgde tegen David: ‘Ik wil niet weten wat je gisteren met Patrick en de rest besproken of besloten hebt, want wij hebben zelf een oplossing bedacht en die is ongetwijfeld beter.’
‘Maar we zijn niet arrogant, hoor,’ voegde Tom erbij en incasseerde zo de aangekondigde mep.
Bill ging verder met een beginnende grijns op zijn gezicht. Hij sprak kalmpjes, zelfverzekerd zoals Raquel hem kende, en keek David steeds recht aan. Ondanks de toevoegingen die af en toe vanuit Toms hoek kwamen, was het overduidelijk dat de tweeling dit serieus meende. David luisterde dan ook met een ernstig gezicht en onderbrak de zanger geen enkele keer.
Het volledige Plan luidde als volgt.
Raquel en Hannah gingen met Kerstmis naar het ouderlijk huis van de tweeling en brachten daar de feestdagen door. David zou daar niet moeilijk over doen, omdat de tweeling in ruil daarvoor hun mond zou houden. Zoals Bill het uitdrukte: ‘Als jij ons het feest van de liefde met onze liefsten laat vieren, dan zijn wij voor eeuwig single.’
Hoewel David dat “voor eeuwig” niet té letterlijk moest nemen, waarschuwde hij vervolgens. ‘Er komt een punt dat we het openbaar gaan maken en dan kan niemand ons tegenhouden. Maar als jij ons hier toestemming voor geeft, of in elk geval niet klaagt, dan doen wij ook braaf een stap terug en wachten met dat openbaar maken totdat jij en Universal er geen moeite meer mee hebben. Na Chantals inwijding, bijvoorbeeld. Dat zien we dan wel.’
Na zijn woorden bleef het een hele tijd stil. Chantal had haar mond bijna paniekerig vol koffie gezogen om niks ongewilds uit te kramen en verbrandde daardoor haar tong, maar dat was beter dan eruit flappen wat binnenin zat. Opnieuw oplaaiende jaloezie en verbijstering. Raquel en Hannah naar Loitsche? Het was niet eerlijk!
David scheen eveneens volledig van zijn apropos. Wat hij ook van de tweeling had verwacht, dit was het duidelijk niet. Tenslotte vroeg hij met ongelovige stem: ‘Waar komt die plotselinge ommezwaai vandaan?’
Bill gebaarde naar de meisjes, naar Raquel en Hannah die nog niets gezegd hadden en samen de achterkant van de ketchupfles lazen. Ze waren allebei te nerveus om Davids reactie af te wachten en concentreerden zich liever op iets anders. Het leek misschien niet zo, maar elke beslissing die ze in dit stadium maakten bepaalde voor een groot deel hun toekomst. Dat gold in principe altijd, voor elke beslissing, maar ze waren zich er nog nooit zo bewust van geweest als nu.
‘Luister, David.’ Tom nam plots het woord, deze keer serieus en niet met een droge toevoeging. ‘We hebben het je moeilijk gemaakt en nu zeg ik niet dat we daar spijt van hebben, maar het is zo wel genoeg geweest. Wij zijn bereid om ons aan de regels te houden en te liegen, want plat gezegd is dat wat van ons verlangd wordt. Onder voorwaarde natuurlijk, maar dat noem ik niet minder dan logisch.’
De manager keek van hem naar zijn broer en terug, bleef hen even een antwoord schuldig en slaakte vervolgens een zucht. ‘Jemig, jongens. Soms is het hier zo’n kleuterklas dat ik vergeet hoe volwassen jullie kunnen zijn.’
Bill en Tom grijnsden een identieke grijns. Ze ontspanden merkbaar, hadden begrepen wat David daarmee werkelijk wilde zeggen. Toch controleerden ze het nog even, natuurlijk om te voorkomen dat hij later nog kon terugkrabbelen. ‘Dat is een ja, neem ik aan?’
‘Dat is een “oké jongens, akkoord, en veel plezier met Kerst”,’ antwoordde de manager plechtig. Hij stak zijn hand uit en de tweeling legde onmiddellijk hun eigen handen erbovenop. De zaak was beklonken. Ze deden het op de Kaulitz-manier.
Voor Raquel en Hannah was het een ongelooflijke verademing. Natuurlijk vonden ze het niks om te moeten liegen, maar dat woog niet op tegen de enorme bevrijding die ze voelden. Deze oplossing bood hen alles waarvan ze gedacht hadden het kwijt te zijn: tijd en veiligheid. Ze hoefden zich niet langer zorgen te maken over paparazzi, want die zouden op een dood spoor worden gezet – alert blijven was natuurlijk nog altijd zaak, maar zoveel beter dan steeds met neonlichten rondlopen. Tegelijkertijd raakten ze van hun hele relatie geen greintje kracht kwijt: ze hoorden bij elkaar en ze zouden bij elkaar blijven horen. De plannen voor Kerst maakten sowieso met alle laatste restjes twijfel korte metten.
Hannah begon spontaan te zingen, van opluchting en van blijdschap. Tom keek lachend opzij en bleef met zijn blik aan haar kleven; soms vond hij het nog steeds beangstigend hoe heftig zijn gevoelens voor haar waren, maar hij zou ze voor geen goud willen missen. Hannah was zo snel zo’n belangrijk deel van zijn leven geworden dat hij zich niet meer kon herinneren wat hij daarvoor met zijn vrije tijd had gedaan.
Voor Raquel lag het nog ietsjes anders, ook al overheerste ook bij haar op het moment de euforie. Ze wilde er geen aandacht aan besteden, maar de gedachte liet zich pas onderdrukken toen ze hem eventjes de vrije teugel had gegeven. Elvira zou van de foto’s horen – daar was Raquel vrij zeker van. Ze speelde met de gedachte om het zelf te vertellen. Dat was misschien beter dan wanneer haar moeder het uit de krant haalde of van iemand anders moest horen.
En wat gebeurde er dan? Met de nieuwe plannen voor Kerst zou ze vast ook niet willen instemmen. Raquel had maar één argument en ze kon niet inschatten of dat argument voor Elvira even zwaar zou wegen als voor zichzelf. Het argument “Het is belangrijk voor me”. Moeders wilden graag het beste voor hun dochters, hield ze zichzelf voor. Elvira zou wel luisteren.
Misschien was ze wel gewoon banger voor de confrontatie zelf dan voor Elvira’s uiteindelijke antwoord.

Het lukte Raquel gelukkig om die gedachten voor de rest van het weekend de kop in te drukken. Ze straalde weer zo hard als in het begin, toen niets zo gecompliceerd was als nu, en genoot van elke seconde die ze samen met Bill en haar vrienden doorbracht. Alleen de gedachte aan Jonathan joeg haar op maandagochtend dan toch naar de trein; deze keer echter met de geruststellende zekerheid dat ze Bill binnenkort weer zou zien. Ze hoefde zich over dat deel van haar leven geen zorgen meer te maken.
Op Berlin Hauptbahnhof nam ze afscheid van Hannah, die in een andere tram stapte dan zij, en dook de drukte van de hoofdstad weer in. Zelfs in de winter, op maandag tegen het middaguur, kostte het haar nog moeite om een plaatsje te veroveren in de tram. Uiteindelijk zat ze ingeklemd tussen drie oude dametjes met boodschappentassen, die druk aan het babbelen waren en een doos chocolaatjes deelden.
Gelukkig zat Raquel bij het raampje, zodat ze naar buiten kon kijken. Het sneeuwde niet meer, maar de straten waren nog altijd wit, een wit dat langzaam maar zeker veranderde in een soort soppig grijs. Dat reflecteerde Raquels humeur als een spiegel; het was vanochtend begonnen als stralend wit, ongerept, perfect – en nu maakte de regen in haar binnenste vlekken in de sneeuw. De aanblik van haar thuisstad bracht de problemen met haar moeder in volle hevigheid terug, zeker nu de last van de foto’s van haar af was gevallen. Het werd tijd om ook met haar moeder een goed gesprek te voeren.
Nee, eerst ging ze voor Jonathan zorgen. Ze voelde zich onmetelijk schuldig dat ze hem weer in de steek had gelaten – en ging laten. Hoe moest ze hem uitleggen dat ze er niet zou zijn met Kerstmis? Vroeger, toen hij nog bij hun vader woonde, hadden ze Kerst altijd gesplitst gevierd: Kerstavond bij Elvira, Kerstdag bij hun vader. Zo zagen Jonathan en Elvira elkaar ook eens buiten die paar keer dat Nicolas voor zijn werk op reis ging.
In gedachten verzonken verliet Raquel de tram en liet zich geduldig meenemen door het gedrang bij de halte. Onmiddellijk sloeg de kou haar in het gezicht. Het sneeuwde dan wel niet, de winterlucht toverde nog steeds rode vlekken op Raquels wangen. Haastig, met gebogen hoofd, sloeg ze een zijstraat in en ging zo snel mogelijk naar huis.

Voor de eerste keer sinds, wel, sinds het begin van álles, kon Chantal zich niet op haar zang concentreren. Ze wilde wel, wilde zelfs heel graag, maar steeds op het punt dat de melodie veranderde maakte ze een fout en moest opnieuw beginnen. Het was voor haar net zo frustrerend als voor Denise, de vrouw met wie ze haar partijen oefende, en uiteindelijk gooide ze chagrijnig haar koptelefoon opzij.
‘Hopeloos!’
Denise zuchtte en probeerde te relativeren. ‘Je hebt gewoon een slechte dag, die heeft iedereen wel eens. Britney Spears ook.’
‘Nee, ik ben gewoon hopeloos!’ snauwde Chantal terug, niet in de stemming voor opbeurende woorden.
Eigenlijk bedoelde ze niet eens haar mislukkende zang – in elk geval niet alleen maar. Haar gedachten cirkelden om de zondagochtend, om het Plan van de tweeling. Inmiddels was het gevoel in haar binnenste een oude bekende en dat haatte ze. Ze kon niet geloven dat ze veranderd was in zo’n jaloerse trut, maar het bleef de waarheid. Ze was alweer jaloers. Waarom kreeg iedereen wat zij wilde? Waarom kon zij niet blij zijn met wat ze had?
Ze was jaloers omdat ze niet met de tweeling meeging. Haar Kerstmis ging zoals elk jaar plaatsvinden bij haar ouders, rond de plastic kerstboom met de knalrode piek en de oude ijzeren belletjes die haar oma bij haar huwelijk had gekregen. Het klonk niet als een slechte manier om de feestdagen door te brengen en dat was het ook niet. Maar meegaan met de tweeling, hun ouders leren kennen, een stuk van hun jeugd ontdekken… Ze was jaloers op Georg en Gustav. Omdat zij de broertjes al zo lang kenden.
Deze gedachte hield Chantal sinds kort dag en nacht bezig. Om precies te zijn sinds Bill had gezegd: “Sorry, het lijkt nu of we je buitensluiten. Is niet zo bedoeld.” Ze geloofde dat hij het niet zo bedoelde, maar een plotselinge onzekerheid sloeg toch toe. De jongens kenden elkaar al zo lang, hadden samen alles op alles gezet om Tokio Hotel in de charts te krijgen en plots was daar een vijfde die er doodleuk bij werd gestopt. Of hadden ze zelf besloten dat ze nog een lid wilden? Chantal besefte dat ze het niet wist en dat zat haar dwars.
Natuurlijk kon ze het gewoon vragen. “Hé jongens, wílden jullie er eigenlijk wel een vijfde bij?” Onder normale omstandigheden was ze direct genoeg en moest het geen probleem zijn. De laatste maanden openbaarden echter een paar gaten in die zelfverzekerdheid waar ze altijd mee rond had gelopen. Al die training, al het oefenen, alle grappen en acties van de jongens of speeches van David hadden haar niet kunnen voorbereiden op deze veranderingen, op de chaos aan gevoelens die dit nieuwe leven met zich meebracht.
Ze had in de laatste maanden meer aan zichzelf getwijfeld dan in haar hele schoolcarrière bij elkaar. Ze had zichzelf niet kunnen uitstaan, had zichzelf gehaat. Ze had zich gedragen alsof alles doodnormaal was en niets haar kon verbazen, maar hoe wankel die façade was had de chaos in haar binnenste inmiddels wel bewezen. Eén opmerking van Bill en ze kon geen regel meer zingen zonder te twijfelen.
‘Kom, Chantal,’ haalde Denise haar uit haar gedachten, ‘we nemen gewoon even pauze en straks gaat het vast veel beter.’
Chantal deed geen moeite om haar uit de droom te helpen. Vandaag ging niets meer beter, zoveel was duidelijk. Morgen weer, hopelijk.
Ze haalde diep adem en verbeterde zichzelf: morgen weer. Je zorgt maar dat het beter gaat!
Zo kende ze zichzelf weer.

64.

Op donderdag, precies drie weken voor Kerstavond, wist Raquel nog niet hoe ze het onderwerp moest aansnijden. “Hé mam, tijd voor een moeder-dochtermoment?” Ze schudde haar hoofd, bijna treurig dat ze zoiets niet meer kon zeggen. Na al die jaren dat ze alleen met haar moeder woonde, zou je verwachten dat ze een goede band hadden, maar daar kwam je toch bedrogen uit.
En toch moest ze dit gesprek voeren. Als ze het voor zichzelf niet durfde, dan moest het in elk geval voor Bill. Hij had voor haar zijn eigen wensen opzijgezet door zich aan Davids regels aan te passen, dit was wel het minste wat zij kon doen. In plaats van de confrontatie uit de weg gaan, zoals ze het liefst deed, moest ze deze keer het gesprek opzoeken.
Uiteindelijk stelde ze zichzelf een ultimatum. Als ze tegen zondagavond nog geen zinnig woord met haar moeder gewisseld had, dan was ze officieel laf. Om ervoor te zorgen dat er een beetje druk op die deadline kwam te staan sms’te ze Bill, met de mededeling dat ze hem zondag verslag zou doen van Elvira’s reactie. Zo dan. Auf in den Kampf.
Op vrijdag kwam het er niet van. Raquel verzon een excuus door met haar broertje naar de dierentuin te gaan, ondanks winterkou en soppige sneeuw. Daarmee maakte ze Jonathan blij, maar zelf werd ze met de minuut nerveuzer. Ze had zich gerealiseerd dat ze Elvira meer moest opbiechten dan alleen het gedoe met die foto’s. Want de foto’s waren in Monaco gemaakt – maar volgens Elvira’s informatie was Raquel nog nooit in Monaco geweest.
Zaterdag dan. Raquel sliep uit en ging daarna naar haar werk; dus had ze geen tijd om Elvira aan te spreken, ook al was die voor het eerst sinds tijden weer thuis op zaterdagavond.
Langzaamaan werd het Raquel duidelijk dat haar twijfels in Monaco helemaal niet zo ver van de waarheid af stonden. Toen had ze gedacht dat iemand van hen misschien toch voor de makkelijke route zou kiezen; niet omdat ze te weinig van elkaar hielden, maar omdat de druk te hoog kon worden. Die iemand was zij. Zij had minder ervaring met zulke druk en bezat ook minder doorzettingsvermogen dan Bill. Haar tactiek was altijd om de moeilijkheden te omzeilen en als een struisvogel haar kop in het zand te steken. Nu kon ze dat niet maken, absoluut niet maken, en het viel haar ontzettend zwaar.
Zondag was haar laatste kans. Als ze vóór zessen nog niks gezegd had, moest ze Bill opbiechten dat ze niet durfde. Dat was haast nog erger dan Elvira vertellen dat ze had gelogen. Elvira’s reactie, woedend of teleurgesteld, kon nooit zoveel pijn doen als de wetenschap niet aan Bills verwachtingen voldaan te hebben. Vooral nu het om zo’n belangrijk punt ging.
Haar laatste kans.
Raquel zocht zelfs haar kleren erop uit, zodat ze zich om niets ongemakkelijk hoefde te voelen – alleen om datgene wat ze ging zeggen. Gekleed in haar favoriete lichtgrijze jeans en de gestreepte trui die haar veel te groot was maar heerlijk zat, ging ze op weg naar haar moeders werkkamer. Kalm aan, sprak ze zichzelf toe. Je hoeft alleen maar toestemming te vragen voor Kerst. En dat over Monaco. Meer niet. Het is geen deel van het plan om over haar werkverslaving te praten. Rustig. Diep ademhalen.
Het was koud in Elvira’s kamer. Raquel voelde even aan de radiator en constateerde dat die uit stond, terwijl in de rest van het huis de verwarming loeide. Toch zat Elvira onbeweeglijk als altijd achter haar bureau, dossier in de hand, en liet niet merken of ze Raquels binnenkomst had meegekregen. Dat maakte het voor de zenuwen niet beter; Raquel wilde zich alweer omdraaien, het nog verder uitstellen, maar klemde haar kaken op elkaar en dwong zichzelf nog een paar stapjes verder de kamer in. Voor Bill, hield ze zichzelf voor.
Dat gaf haar het laatste zetje dat ze nodig had om te zeggen: ‘Mam, we moeten praten. En het kan niet wachten.’
Het verbaasde haar zelf hoe beheerst het eruit kwam. Elvira keek op van haar dossier, lichtelijk geïrriteerd door de storing, maar gebaarde naar de stoel aan de andere kant van haar bureau. Raquel voelde zich alsof ze op het matje was geroepen door de rector en moest even slikken. Dit voelde niet goed. Ze kon dit niet.
Nee! Ze kneep in haar arm, duwde haar nagels in de huid. Je kunt nu niet meer terug. Je mag nu niet meer terug. Voor Bill!
‘Mam,’ begon ze weer, zocht houvast bij dat woord zelfs al klonk het onwennig op haar tong. ‘Ik moet je iets vragen… en een aantal dingen vertellen.’
Aan haar toon kon zelfs Elvira horen dat het menens was. Ze legde haar dossier opzij en vouwde haar handen over elkaar. ‘Ik luister.’
Raquel opende haar mond om te beginnen en besefte dat ze niet wist waarmee. Moest ze eerst om toestemming vragen en dan haar leugen opbiechten? Nee, dat kwam niet goed over. “Mag ik met Kerst naar Bill? Oh, en trouwens, ik heb tegen je gelogen en sta in de BILD.” Het was beter om eerst Elvira te laten merken dat het haar speet en haar daarna voorzichtig het plan voor de feestdagen uit te leggen.
Dus schraapte ze haar keel en begon op bijna-fluistertoon: ‘Weet je nog die keer dat ik doordeweeks naar Bill ging? Ongeveer een maand geleden, op een donderdag. Nou…’ Ze wachtte niet op antwoord, maar gooide er op topsnelheid uit: ‘Toen ging ik wel naar Bill maar niet in Hamburg… Hij zat toen namelijk in Monaco.’
Ze kromp alvast ineen, klaar om haar moeders reactie op te vangen. Opkijken om Elvira’s gezicht te peilen durfde ze niet; ze fixeerde haar blik op de zoom van haar trui. Toen volgde er een zacht gekraak, Elvira ging verzitten, en vervolgens haar koele, constaterende stem: ‘Je hebt gelogen.’
‘Ja. Het spijt me.’ Raquel gluurde schuldbewust tussen haar wimpers door. Ze hoopte op een niet al te kwaad gezicht, maar Elvira’s blik stond kil.
‘Mijn eigen dochter liegt tegen me,’ zei ze langzaam, ijzig. ‘Als dit de rechtbank was geweest, dan had je een zeer belangrijke wet overtreden, besef je dat wel?’
‘Maar dit is de rechtbank niet. Het is niet de eerste keer dat je dat vergeet.’ Waar de woorden vandaan kwamen kon Raquel niet zeggen. Ze waren er plots, buitelden over haar tong de wijde wereld in, ambassadeurs van een gevoel dat ze had weggestopt toen ze hier over de drempel stapte: verontwaardiging.
Elvira staarde haar even verbaasd aan, verbaasd dat Raquel met zo’n weerwoord kwam. Toen gleed de irritatie over haar gezicht. ‘Praat geen onzin. Natuurlijk weet ik dat dit de rechtbank niet is.’
‘Wat doet dit hier dan?’ vroeg Raquel, gebarend naar alle paperassen en dossiers op het volgestouwde bureau. ‘Waarom werk je dan op zondagochtend? Waarom kom je ’s avonds pas om tien uur thuis, zo niet later? Wanneer heb je Jonathan voor het laatst in bed gestopt? Wanneer heb je hem überhaupt voor het laatst gezien? Wat weet je over zijn leven? Waarom is dit alles, dit bureau, deze papieren, belangrijker voor je dan hoe het met je kinderen gaat?’
Terwijl ze alle vraagtekens uitsprak besefte ze dat er inderdaad een reden moest zijn. Ze had er nooit zo over nagedacht waarom Elvira de dingen deed die ze deed, alleen maar dat ze die dingen deed en hoe ze daar het beste mee om kon gaan. Nu vroeg ze zich plotseling af wat de reden was.
Elvira’s gezicht verried echter alleen haar ergernis. ‘Daar wil ik het nu niet over hebben, Raquel, ik…’
‘Maar ik wel.’ Raquel voelde zich met elk woord dapperder. Dit onderwerp had niet op haar lijstje gestaan, maar dat deed er niet meer toe – nu ze het toch al aangesneden had, kon ze er maar beter op doorgaan. Wie wist wanneer ze weer de kans (of de moed) zou krijgen? ‘Het is goed om het erover te hebben, mam. Zo orden je je gedachten en uiteindelijk begrijp je elkaar beter. Dat hielp bij mij en Bill ook, toen…’
Abrupt kapte ze zichzelf af, beet weer schuldbewust op haar lip. In haar plotselinge dapperheid had ze natuurlijk niet op haar woorden gelet en teveel gezegd; hopen dat Elvira er niet op door zou gaan had geen zin, daarvoor was ze teveel advocaat.
‘Toen wat?’ informeerde haar moeder dan ook meteen.
‘Toen we ruzie hadden,’ mompelde Raquel opgelaten. Ze haalde diep adem en vervolgens kwam het hele verhaal eruit: de paparazzifoto’s, Davids reactie, Bills reactie, de ruzie en het daaropvolgende gesprek, de uiteindelijke oplossing en nu ze toch bezig was, het plan van Bill om Kerstmis bij zijn ouders door te brengen.
Dat laatste stukje ging echter verloren in de klap waarmee Elvira’s vuist op haar bureau terechtkwam. Raquel viel prompt stil en keek haar moeder onzeker aan. Ze had een boze reactie verwacht, maar dit… Elvira’s van woede vertrokken gezicht schokte haar. Het gebeurde niet vaak dat haar moeder zich zo liet gaan.
Op dat moment sprong Elvira overeind en gromde, meer voor zichzelf dan tegen Raquel: ‘Ik doe hem wat! Hier komen ze niet mee weg!’
‘Mam!’ Nu kwam Raquel ook overeind. Haar ogen fonkelden; ze kon opnieuw de verontwaardiging niet onderdrukken. Wat gaf Elvira nog het recht om over haar te beslissen? Het recht van de moeder had ze allang verspeeld. ‘Je doet hem níets! Bill kon er sowieso niks aan doen en daarbij, we hadden het niet over mij! We hadden het over jou!’
‘En nu hebben we het weer over jou!’ snauwde Elvira terug. ‘Ben je werkelijk zo naïef? Die jongen gebruikt je gewoon om publiciteit te krijgen!’
Die theorie, gecombineerd met Bills ogen wanneer Raquel in zijn armen wakker werd, was zo absurd dat het meisje moest lachen – weliswaar een sarcastisch lachje. ‘Ben jij werkelijk zo paranoïde? Is het zo moeilijk om te geloven dat hij echt van me houdt? Want dat doet hij, dat weet ik zeker! Maar jij had gewoon vanaf het begin af aan iets tegen hem, waarom mag Joost weten, je kent hem helemaal niet! En zelfs dan nog! Accepteer eindelijk eens dat hij me gelukkig maakt en dat ik van plan ben nog heel wat langer met hem samen te blijven!’
Eindelijk kwam alles eruit, alle woorden die ze opgekropt had en in haar hoofd duizendmaal herhaald, zodat ze klaarlagen op haar tong toen het juiste moment daar was. Een onverwacht gevoel van triomf steeg in haar op – even kon ze alles aan. Het verbijsterde gezicht van haar moeder was heel wat waard.
Natuurlijk herstelde Elvira zich snel en ging weer achter haar bureau zitten. ‘Ik accepteer het wel,’ zei ze met verrassend zachte stem. ‘Maar dat is moeilijk, begrijp je?’
‘Moeilijk? Wat is er moeilijk aan om te accepteren dat ik iemand heb gevonden die me gelukkig maakt?’
‘Dat is iets anders. Het is moeilijk om te accepteren dat mijn dochter groot wordt en mij niet meer nodig heeft. Zoiets is voor een moeder…’
‘Oh, kom nou! Dat heb je uit de krant!’ onderbrak Raquel haar grof. ‘Mij maak je niet wijs dat je moeite hebt met loslaten en me dan maar helemaal negeert!’
De triomf was omgeslagen naar diepe verontwaardiging en zelfs lichte woede. Daarbij was Raquel niet makkelijk kwaad te krijgen. Ze kon niet geloven dat Elvira met zo’n verhaal kwam. Moeite met loslaten? Het leek er meer op dat ze een beetje te goed was in loslaten.
‘Weet je wat ik denk?’ zei ze verhit. ‘Ik denk dat het met papa te maken heeft!’ Ze hoefde niet naar Elvira’s gezicht te kijken om te weten dat ze in de roos geschoten had; de abrupt ingehouden adem van haar moeder was genoeg. ‘Je weet allang dat jullie om een enorm misverstand gescheiden zijn, maar je was gewoon te trots om toe te geven dat je een fout hebt gemaakt! En nu is het te laat om hem dat te vertellen, en dat eet je op vanbinnen! Daarom zoek je maar afleiding in de rechtbank en vergeet ons helemaal! Verwaarloos je Jonathan daarom? Omdat hij zo op papa lijkt? En ach, ik heb Bill, dus ik heb geen moeder meer nodig? Wel, nu heb ik inderdaad geen moeder meer nodig! Nu ben ik het wel gewend om alles zelf te doen!’
Raquel schreeuwde zich de tranen in de ogen; aan het eind van haar monoloog moest ze een krop in haar keel wegslikken en veegde snel een paar druppels uit haar ooghoek. Ze haatte ruziemaken, bijna net zo erg als haar moeders hypocrisie. Aan het eind van een ruzie was zij meestal degene die huilend de kamer uitstormde.
Van Elvira kwam even geen reactie. Ze staarde haar dochter verbijsterd aan, haast ongelovig. Blijkbaar herinnerde ze zich nog dat dit een heel onkarakteristieke uitbarsting was. Na een paar momenten lucht happen zakte ze een stukje onderuit in haar stoel, een duidelijk teken van verslagenheid, en murmelde: ‘Nee, Raquel, je hebt het mis…’
‘Bewijs me dat dan!’ riep Raquel uit. ‘Ik ben uitgenodigd voor Kerst bij Bills ouders en ik ben van plan om daarheen te gaan en er iets moois van te maken. Maak jij dan iets moois van Jonathans Kerst! Iets bijzonders. En hoop maar dat hij je weer mama gaat noemen.’
Jonathan was nooit opgehouden met mama zeggen, maar zelfs dat wist Elvira niet. Ze verbleekte helemaal; Raquel wierp haar nog een laatste blik toe, kwaad en teleurgesteld en haast een beetje uitdagend. Elvira was echter niet van plan om nog iets te zeggen en dus vertrok Raquel, voor deze keer zonder te huilen.
Ze trilde wel toen ze over de drempel stapte. Gewoon een effect van ruziemaken, of ze nu gewonnen had of niet. Haar hoofd voelde onbegrijpelijk leeg; waar was de spaghetti heen? Alle wirwargedachten hadden zich opgelost. Ze had alles uitgesproken, uitgeschreeuwd, opgegeten en verteerd. Het was voorbij. Geen gesprekken meer om te voeren, geen uitbarsting meer aan de horizon.
Alleen maar een outfit voor Kerst zoeken, dacht Raquel en begon te glimlachen. Plotseling had ze ontzettend veel zin in de komende feestdagen. Het idee dat ze Bills ouders ging ontmoeten bleef vreemd, maar op een bepaalde manier voelde ze zich er nu klaar voor. Het was een nieuwe stap in hun relatie, het was tijd om die te zetten.
In haar kamer viste ze haar gsm uit haar broekzak en tikte een sms’je aan Bill: Nu ga ik drie weken twijfelen over mijn outfit voor Kerst…
Nog geen halve minuut later lichtte het schermpje op: hij belde. Zodra Raquel opnam riep hij enthousiast: ‘Dus je komt?!’
‘Ja, ik kom.’
Bill lachte door de telefoon heen. ‘Fantastisch… Ik zal tegen mama zeggen dat ze op jullie kan rekenen. Hannah heeft al bevestigd.’ Alsof die opmerking hem aan iets herinnerde viel hij even stil en vroeg toen voorzichtig: ‘Deed Elvira nog moeilijk?’
‘Nauwelijks,’ moest Raquel toegeven. Ze deed kort verslag van de gebeurtenissen, Elvira’s reactie op haar uitbarsting, haar opluchting dat het eruit was, en eindigde met een zucht. ‘Dus het kan alleen maar beter worden.’
‘Klinkt het heel gek als ik zeg dat ik trots op je ben?’ grinnikte Bill. ‘Dat was precies de eyeopener die ze nodig had, denk ik.’
‘Ja, dat denk ik ook.’ De laatste restjes spanning vloeiden uit Raquel weg. Ze liet zich op haar bed zakken en leunde haar hoofd tegen de muur. Eindelijk een horizon zonder obstakels. Ze was al bijna vergeten hoe dat voelde.

65.

Drie dagen later spraken Raquel, Hannah en Lisanne af in de dierentuin. Omdat het woensdagmiddag was moest Raquel eigenlijk werken, maar ze merkte dat het haar niet zoveel meer kon schelen. Ze werkte sowieso al minder dan eerst, dan kon deze vrije dag er ook nog wel bij. Haar baas kon makkelijk iemand missen en Raquel besloot dat haar sociale leven belangrijker was. Ze nam Jonathan mee; hij hield haar hand vast en babbelde over van alles en nog wat.
Het had weer gesneeuwd. De straten waren allemaal met een dun laagje suikerspin bedekt, in de kale kruinen van de bomen lagen dekentjes van rijp en sneeuw. Jonathan huppelde met zijn regenlaarzen door de suikerspin en liet een spoor van hinkstapsprongen achter, dat Raquel met een glimlach volgde.
‘Misschien krijgen we wel een witte Kerst,’ fantaseerde Hannah even later, terwijl ze haar koude handpalmen tegen elkaar wreef. ‘Scheiße, mijn handschoenen liggen nog thuis.’
‘Kijk, zebra’s!’ riep Jonathan dwars door haar heen. Enthousiast klemde hij zijn handjes om de balustrade langs het pad en ging op zijn tenen staan. De zebra’s stonden helemaal aan de andere kant van het verblijf, opeengepakt en hoogstwaarschijnlijk kleumend van de kou, maar dat maakte Jonathan allemaal niets uit.
‘Wat is hij vrolijk,’ mompelde Lisanne zijdelings tegen Raquel. ‘Hoe gaat het nu met Elvira?’
De meisjes hadden natuurlijk het hele verhaal van het gesprek annex ruzie al gehoord; Hannah was onuitsprekelijk opgelucht dat ze niet de enige gast in huize Kaulitz zou zijn. Ze was zenuwachtiger dan Raquel, ook al hadden zowel Tom als Bill er het volle vertrouwen in dat ze het goed met hun ouders zouden kunnen vinden. Hannah miste gewoon Raquels euforische ik-kan-alles-aan-gevoel, dat was overgebleven na de triomf op Elvira.
‘Een stuk beter,’ antwoordde Raquel op Lisannes vraag. ‘Ze doet echt haar best, geloof ik. In elk geval komt ze ’s avonds weer thuis en zorgt voor het eten en stopt Jonathan in bed.’
‘Dat werd ook wel tijd,’ vond Hannah, terwijl ze het pad naar de leeuwen insloegen. Raquel gaf haar gelijk, maar liet toen het onderwerp varen. Ze voelde zich veel te goed om over voorbije problemen te praten. Op het moment wilde ze gewoon genieten van haar vrijheid, genieten van de obstakelloze horizon. Genieten van haar leven, dat op het moment oneindig makkelijk en vol geluk scheen.
Hannah had ook al iets anders gevonden om het over te hebben. ‘Heb jij al bedacht wat je aan gaat trekken?’ vroeg ze bezorgd. ‘Ik heb het idee dat het heel stom is om me daar druk over te maken, maar ik kan het niet van me af zetten.’
‘Ik heb ook nog niets bedacht, nee,’ moest Raquel toegeven. Ze duwde de deur naar het leeuwenhuis open en liet Jonathan voorgaan; hij hinkstapsprong naar het glas.
‘Oké, dat lijkt me duidelijk,’ lachte Lisanne. ‘Shoppen!’
‘Oh nee…’ klonk het uit Jonathans richting. De meisjes schoten in de lach en Raquel woelde liefdevol door zijn donkere haar.
‘We zullen ons inhouden,’ beloofde Hannah. ‘En als we klaar zijn zullen we je trakteren, goed?’
Daar was Jonathan het wel mee eens en hij drukte tevreden zijn neus weer tegen de ruit. Van de leeuwen was niet veel meer te zien dan een paar ruggetjes in het stro; ze lagen met z’n allen te slapen en leken zo heel erg op een nestje groot uitgevallen poezen. Raquel glimlachte. Zoals ze eerst in de soppige sneeuw nog een spiegel had gezien, was dit tafereel nu een reflectie van haar humeur. Vredig en gezellig.
Een kwartier later stonden ze buiten in de sneeuw, voor de poort van de dierentuin. Lisanne zette direct koers naar het metrostation; zij had niet per se iets nodig, maar het vooruitzicht te mogen winkelen werd daardoor niet minder aantrekkelijk. Hannah leek zich voornamelijk zorgen te maken over wat ze moest kopen, anders had ze er minstens zoveel zin in gehad. Zij en Lisanne konden er geen genoeg van krijgen om te winkelen. Raquel vond het ook wel leuk, maar het passen en proberen lag haar beter dan ook daadwerkelijk veel kopen. Sowieso was de hoeveelheid kleding in haar kast niet zo belangrijk voor haar: ze wilde er goed uitzien, maar ze had niet veel nodig. Ze kon eindeloos combineren met de kledingstukken die ze had en droeg meestal dezelfde kleuren. Zwart, rood, grijs en paars waren haar favorieten, dan bezat ze nog wat dingen van spijkerstof die overal wel bij konden en af en toe iets met wit.
Het was duidelijk te zien dat Hannah en Lisanne vaak samen kleding kochten. Ze droegen niet hetzelfde, maar wel dezelfde stijl, op een bepaalde manier schattig en tegelijkertijd niet kinderlijk. Allebei hadden ze een kledingkast vol kleuren, vooral felle tinten blauw, groen en geel. Lisanne droeg vaak roze, dat was aan Hannah weer iets minder besteed, maar buiten dat konden ze zusjes zijn.
Zelf wist Raquel niet zo goed hoe ze haar stijl moest definiëren. Ze hield de mode bij en paste haar kleding er wel op aan, maar kocht nooit voor elk seizoen een hele nieuwe garderobe, en dat niet alleen omdat haar portemonnee het niet toeliet. Het grootste deel van haar kleding was tijdloos en een modepopje zou ze nooit zijn. Sowieso kocht ze alleen dingen waarvan ze zeker wist dat ze die vaker dan één keer en met meer dan een specifiek ander kledingstuk kon dragen. Op die manier zaten er vrij weinig extravagante dingen bij en dat was precies de bedoeling. Raquel was niet zo ongegeneerd zelfverzekerd als Bill met zijn uitgesproken stijl.
‘Hier, laten we hier beginnen!’ Lisanne wachtte niet eens op antwoord; ze hupte al over de drempel de H&M binnen.

Een hele tijd later, zeker wel uren, kwamen ze met zijn vieren het KaDeWe uit, het Kaufhaus des Westens dat beroemd was tot over de grenzen van het land. Het enorme warenhuis had zeven uitgestrekte verdiepingen en het assortiment ging van kleurkrijtjes tot potjes inktvispaté. Ergens daar tussenin was ook de kledingafdeling; de meeste artikelen waren veel te duur voor drie niet bijzonder welgestelde meisjes, maar het bleef leuk om te passen en te fantaseren.
Totdat Jonathan begon te klagen; zijn voeten deden pijn en hij wilde warme chocolademelk. Dus losten de meisjes hun belofte in en namen hem mee naar een café, waar ze een tafel voor zes confisqueerden en alle aankopen op de twee overgebleven stoelen dumpten.
‘Pfoeh,’ zuchtte Hannah meteen. ‘Om eerlijk te zijn, hier was ik ook wel aan toe.’
‘Wij allemaal,’ beaamde Lisanne en pakte de menukaart op. ‘Wie wil wat?’
‘Chocolademelk!’ riep Jonathan voorspelbaar. ‘Met slagroom!’
Zijn ogen blonken en Raquel grinnikte onhoorbaar. Als Jonathan slagroom kreeg zat het daarna meestal overal, behalve in zijn mond. Zelf bestelde ze koffie verkeerd (zonder slagroom) en ging in gedachten haar aankopen nog eens na. Ze had zich aan haar stelregel gehouden, nooit meer kopen dan je nodig hebt, en hoefde in tegenstelling tot Hannah dus geen vier tassen mee te nemen. Haar aankopen beperkten zich tot één plastic tas en pasten in haar gehele garderobe, zoals altijd. Raquel was tevreden; als ze zich ergens nog een tikje zorgen over had gemaakt, dan verdween dat nu helemaal.
‘Weet je,’ verbrak Hannah plots de stilte, die gevolgd was op het weglopen van de serveerster. ‘Volgens mij heb ik nu juist teveel keus.’
Ze keek er nogal gepijnigd bij en Raquel schoot in de lach. ‘Als dat alles is… Ik help je wel.’
Het was heerlijk om zich op te fokken over zoiets (relatief) onbenulligs als kleding. Ze hadden in de afgelopen tijd zoveel meegemaakt, zoveel hindernissen moeten overwinnen; hun levens waren allang niet meer zoals vóór de zomer, zelfs niet meer zoals voor de herfst. Nu voelde Raquel zich bijna weer als een normaal meisje dat zich opwond over de eerste ontmoeting met de ouders van haar vriendje. Met als klein detail dat haar vriendje één van de meest beroemde muzikanten van Duitsland was, en ze voor deze ontmoeting heel wat moeite hadden moeten doen voor het überhaupt kon plaatsvinden.
‘Ongelooflijk,’ zei ze hardop, terwijl de serveerster hun bestelling op tafel zette. ‘Het is pas negen december, nietwaar?’ Na de bevestigende knikjes van Lisanne en Hannah ontsnapte er een zachte lach uit haar mond. ‘Beseffen jullie wel… Vier september was het, de avond dat hij en ik samen kwamen, nietwaar? Dat is net iets meer dan drie maanden geleden.’ Ze noemde expres Bills naam niet, voor het geval iemand haar kon horen; de affaire met de foto’s was voorbij, maar dat betekende niet dat ze niet meer voorzichtig moesten zijn.
‘Drie maanden pas?’ Hannah zette grote ogen op, probeerde terug te tellen, maar kwam voor Raquel op hetzelfde aantal uit. Zij en Tom waren al heel wat langer samen, over twee dagen precies vier maanden; toch leek het onmogelijk kort voor alles wat er gebeurd was. Verward schudde ze haar hoofd. ‘Dat is echt absurd.’
Raquel knikte instemmend. ‘Absurd is wel het goede woord…’ Ze nam een slok koffie en keek peinzend in de lichtbruine vloeistof. Drie maanden. Ze had er niet eens bij stilgestaan op de dag zelf, vorige week vrijdag, en ook Bill had er niets over gezegd. Plotseling vroeg ze zich af of zulke data überhaupt iets voor hem betekenden; ze hield zich er zelf ook niet veel mee bezig, maar dat kwam vanwege alle andere dingen die ze op dat moment nog aan haar hoofd had gehad. Aan de precieze datum van hun eerste kus herinnerde ze zich perfect. Zou dat Bill ook zo gaan?
Natuurlijk zat Jonathan helemaal onder de slagroom. Raquel ontwaakte met een schok uit haar gedachten toen Hannah in de lach schoot en kreeg prompt ook een giechelbui. Er zat zelfs een toefje slagroom in zijn haar. Lachend stuurde ze haar broertje naar de wc om zichzelf slagroomvrij te maken en peuterde daarna haar portemonnee tevoorschijn. Het was tijd om naar huis te gaan.

Dezelfde avond nog ontving ze een sms’je van Bill. Psst, televisie vrij? 18:30, RTL. Exclusiv-nog iets. Davidclausule. Raquel snapte onmiddellijk wat hij bedoelde: de officiële verklaring van Tokio Hotel. Ze zouden die avond met hun reactie op de paparazzifoto’s komen.
Het programma heette volledig Exclusiv – Das Starmagazin en hield zich bezig met alle beroemdheden die er te vinden waren, zolang ze maar een goed verhaal te vertellen hadden. Raquel keek er normaal gesproken nooit naar, maar natuurlijk wilde ze weten wat er gezegd zou worden. Dus liet ze zich om half zeven voor de televisie zakken en zapte naar de juiste zender.
Als eerste verscheen de blonde presentatrice in beeld. Ze oogde sympathiek, zat niet zo dik in de verf als Raquel verwacht zou hebben, en begroette haar publiek vriendelijk, niet overdreven. Haar eerste onderwerp was meteen Tokio Hotel; dat verbaasde Raquel niets, ze kon zich goed voorstellen dat dit het grootste nieuws in celebrity-wereld was.
‘Inmiddels zijn ze wereldnieuws: de foto’s die gemaakt werden van Tokio Hotel na het uitreiken van de World Music Awards. Wie zijn de mysterieuze meisjes aan de zijden van Tom en Bill Kaulitz, de extravagante tweeling van deze rockband?’ Achter de presentatrice verschenen de foto’s in beeld en Raquel voelde zich even heel raar. Het was ongelooflijk om zichzelf op televisie te zien, ook al was ze nauwelijks herkenbaar. Met een droge keel en klamme handen staarde ze naar het scherm en prees zichzelf gelukkig dat ze alleen in de kamer was.
‘Nu, een maand na dato, geven de jongens van Tokio Hotel eindelijk commentaar op de beelden! Bill en Tom ontkennen: deze twee begeerde jongens zijn nog altijd single. Maar voor Georg-liefhebbers slecht nieuws. Totaal onverwacht maakt de bassist bekend dat hij succes heeft geboekt in de liefde.’
Het gezicht van de presentatrice week voor een filmpje. Raquel ging met een schok rechtop zitten: natuurlijk herkende ze de vier gezichten onmiddellijk. Tom en Bill in het midden, Georg rechts van Bill en Gustav links van Tom. Het kon niet stereotieper. De camera zoomde in op Bills gezicht en ze was zo aan het staren dat ze bijna zijn woorden miste.
‘Nee, Tom en ik zijn allebei nog single.’ Hij glimlachte vriendelijk naar een interviewer (of interviewster, waarschijnlijk) die de kijkers niet konden zien.
‘Maar wie zijn dan de mysterieuze meisjes op de foto?’ kwam een stem vanaf de andere kant van de camera.
‘In Monaco hadden we alleen crewleden om ons heen,’ antwoordde Tom. ‘Dus die staan op de foto.’
Het verbaasde Raquel niets dat ze zo overtuigend konden liegen, met dezelfde glimlachjes en oogopslagen als altijd. Ze wist dat leren liegen een deel was van de showbizztraining die Chantal nu onderging, die de tweeling waarschijnlijk lang geleden ook had ondergaan. Toch bleef het onwennig om naar te kijken. Ze kon hun leugens nauwelijks onderscheiden van de waarheid – dat was niet erg geruststellend.
Nee, Bill zou niet tegen haar liegen; ze vertrouwde hem en hij vertrouwde haar, daar was ze zeker van. Hij ontkende haar bestaan omdat ze samen hadden afgesproken dat hij dat zou doen. Het bezorgde haar een vreemd, onrustig gevoel in haar maag om hem zo te zien, maar tegelijkertijd voelde ze de opluchting door haar aderen stromen. Hiermee maakte hij een definitief einde aan alle zorgen.
Het filmpje ging verder met Georgs bekendmaking van zijn relatie en een paar typische plagerijen van de tweeling, terwijl Gustav zich zoals altijd afzijdig hield en alleen glimlachte om het gedrag van zijn bandleden. Toen het gezicht van de presentatrice weer in beeld verscheen, knipte Raquel de televisie uit. Ze legde de afstandsbediening opzij en haalde heel diep adem, blies daarna zoveel mogelijk lucht weer uit.
De affaire-Monaco was voorbij.

66.

Op tien december kwam Elvira al tegen vijven thuis. Raquel stond op het punt om te gaan douchen voordat ze naar haar werk vertrok, maar kwam weer naar beneden toen ze de auto hoorde. Verwonderd bleef ze onderaan de trap staan; was Elvira echt zo vroeg?
Ja, dat was ze – en ze glimlachte zelfs naar Raquel terwijl ze haar jas ophing. ‘Kom je even mee naar de woonkamer? Ik heb iets belangrijks te vertellen, aan jou en aan Jonathan.’
Raquel trok haar wenkbrauwen op, verbluft door de tevredenheid die Elvira uitstraalde. Wat kon ze te zeggen hebben dat ze er zelf zo’n goed humeur van kreeg? Had ze misschien een rechtszaak gewonnen? Ze vroeg echter niets, ging naast haar broertje op de sofa zitten en liet het aan Elvira over om te praten.
‘Ik heb vanochtend mijn moeder gebeld.’ Elvira viel met de deur in huis; lange inleidingen waren niets voor haar. ‘Zoals jullie wel weten woont ze nog in Spanje, in de buurt van Barcelona. En, wel, omdat Raquel komende Kerst niet thuis zal zijn, wilde ik…’ Ze kuchte even en Raquel vermoedde dat ze dat “ik” gebruikte om te verzwijgen dat haar dochter haar min of meer gedwongen had. En inderdaad: ‘… wilde ik dat het voor jou, Jonathan, ook een bijzondere Kerst wordt,’ hernam Elvira en lachte naar haar zoon, die haar alleen maar met grote ogen aanstaarde. ‘Vandaar dat ik jullie oma Belén gebeld heb. Het is zo lang geleden dat we elkaar gezien hebben en ik dacht dat het leuk zou zijn om Kerst met haar te vieren. Natuurlijk alleen als Jonathan dat ook leuk vindt?’
Jonathan leek op dat moment alleen maar verbluft. Hij staarde haar nog altijd aan, zijn ogen groot, zijn mond op halfzeven. Raquel kon hem dat niet kwalijk nemen; ook zij had dit niet verwacht. Ze had een vage herinnering aan oma Belén in Spanje en vermoedde dat Jonathan helemaal niets meer van haar wist, behalve wat hij van zijn ouders gehoord had. Voor zover Raquel wist was het de enige grootouder die ze nog hadden; de ouders van haar vader waren in elk geval al lang geleden overleden. En nu stelde Elvira voor om die oma uit heel ver weg op te zoeken… Wat zou Jonathan daar van vinden?
Hij keek nog steeds verbijsterd. ‘Gaan we met Kerst naar Spanje?’ fluisterde hij ongelovig, zijn stemmetje hoog.
‘Alleen als je dat wilt, natuurlijk,’ antwoordde Elvira snel. Ze ging naast hem zitten en sloeg een arm om hem heen; Jonathan kroop automatisch tegen haar aan, zelfs al was hij overdonderd. Elvira streek door zijn haar en Raquel glimlachte licht. Wat er ook zou gebeuren met Elvira’s wilde plan, dit zag er in elk geval goed uit. Als ze toch niet naar Spanje zouden gaan, zou hier hoe dan ook een fijne Kerst plaatsvinden. Alle signalen wezen daar nu op.
‘Oma Belén zou het heel leuk vinden om je te zien,’ ging Elvira verder. ‘Maar we kunnen ook thuis blijven en het samen gezellig maken. Wat jij wil.’
Jonathan knipperde met zijn ogen, niet gewend aan zo’n grote beslissing. Hij moest er lang over nadenken; dat verbaasde niemand en zowel zijn moeder als zijn zus wachtte geduldig, keken toe hoe hij op zijn onderlip kauwde. Uiteindelijk duwde hij met beide handjes zijn haar uit zijn gezicht en zei zachtjes: ‘Ik wil naar Spanje.’
Hoe hij op die beslissing was gekomen zouden ze nooit weten, maar dat maakte eigenlijk ook niet uit. Het belangrijkste was dát hij de beslissing had genomen en daardoor een bijzondere Kerst mee zou maken, hopelijk ook een mooie. Elvira had hiermee haar rol als moeder weer opgepakt. Jonathan vergaf haar de lange afwezigheid, of hij dat nu bewust deed of niet. De opluchting en blijdschap tekenden zich duidelijk af op Elvira’s gezicht en ze knuffelde haar zoon steviger dan ze in maanden gedaan had. Hij sloeg zijn armpjes om haar heen, liet zich op schoot trekken. Op die manier klonk zijn stem gesmoord toen hij zachtjes vroeg: ‘Maar spreekt oma dan alleen Spaans?’
‘Ja,’ moest Elvira toegeven. ‘Maar maak je geen zorgen, liefje.’ Het woord floepte er zomaar uit, zo natuurlijk dat ze er zelf even van schrok. Hoe lang was dát al geleden? ‘Ik ben er altijd bij en we gaan pas over twee weken. Ik leer je nog wel Spaans.’
Raquel stond onopvallend op van de sofa en ging op weg naar de deur. Op de drempel draaide ze zich nog even om, maar Elvira en Jonathan waren te druk in gesprek om haar nog te zien. Ze voelde zich niet buitengesloten; integendeel, ze was blij dat Elvira eindelijk weer oog had voor haar kind en maakte zich met plezier schaars. Jonathan had zijn moeder terug. En zij… Ze had niet gelogen toen ze zei dat ze geen moeder meer nodig had. Inmiddels wist ze hoe ze zonder moest. Wie weet, dacht ze al half in de douche, zoals het er nu uitziet kunnen we vriendinnen worden.
Vergeleken met hoe het er een maand geleden uitzag was dat een enorme stap voorwaarts, en ze draaide glimlachend de warmwaterkraan open.

En toen was het vierentwintig december: dé dag. ’s Ochtends om acht uur zwaaide Raquel haar moeder en broertje uit, die met een last-minute vlucht naar Barcelona vertrokken. Jonathan zat te stuiteren op de achterbank en herhaalde zo te zien al het Spaans dat Elvira hem in de afgelopen twee weken bijgebracht had. Of eigenlijk had ze meer het Spaans dat hij als kind gesproken had weer bovengehaald; Raquel en Jonathan waren allebei opgegroeid met Spaanssprekende ouders, maar na een aantal jaar werd het ook in het gezin gebruikelijk om Duits met elkaar te praten. Sindsdien hadden de kinderen hun Spaans eigenlijk niet meer gebruikt en bij Raquel was het volledig weggezakt. Ze kon genoeg verstaan, maar spreken lukte haar niet meer.
Over Jonathan maakte ze zich nu geen zorgen. Hij keek echt uit naar de feestdagen, naar zijn oma, en zelfs al sprak hij géén Spaans, hij zou zich wel weten te redden. Aan Elvira’s gezicht was te zien dat ze zichzelf geen fouten meer zou toestaan; alles moest perfect zijn voor haar kind. Raquel nam met een gerust hart afscheid en wenste hen veel plezier.
Zelf moest ze nog tot twee uur wachten voor de broertjes haar kwamen halen. Het was iets minder dan twee uur rijden van Berlijn naar Magdeburg, of eigenlijk naar Loitsche, dat een eindje van de stad af lag en volgens Bill zevenhonderd inwoners had. ‘En waarschijnlijk tellen ze dan de koeien mee,’ had hij gelachen, toen hij haar twee dagen daarvoor met de laatste mededelingen en vragen belde. Niet dat hij veel te melden had gehad, alleen dat Tokio Hotel het studiowerk neerlegde tot na Nieuwjaar en of Raquel nog ergens allergisch voor was? Nee, maar ze hield niet van vis. Dat was geen probleem, want zijn moeder kookte sowieso uitsluitend vegetarisch. ‘Wie zoveel koeien om zich heen heeft, wil ze niet meer eten.’
Raquels weekendtas stond al helemaal klaar onderaan de trap; ze zouden drie nachten blijven en op zevenentwintig december werden de meisjes weer naar Berlijn teruggebracht. Jonathan en Elvira kwamen een dag later thuis en zo was de cirkel rond. Nu moest Raquel alleen nog bedenken wat ze met alle tijd tussen nu en het ophalen ging doen. Uiteindelijk kroop ze met een boek op de sofa en probeerde aan niets anders te denken dan de letters op papier.
Het lukte best aardig tot een uur of één. Vanaf dat moment keek ze elke twee alinea’s op van het boek om uit het raam te kijken. Waren ze er al? Nee Raquel, het is pas kwart over één. Misschien zijn ze wel vroeg? Blijkbaar niet. Heb geduld. Ze komen heus wel.
Om tien voor twee stopte er dan eindelijk een auto voor de deur. Raquel herkende het zwarte gevaarte als Bills BMW en sprong onmiddellijk van de sofa. Het boek bleef vergeten liggen; Raquel vloog Bill al om de hals toen hij nog maar net bij het tuinhekje stond. Pas nadat ze elkaar lang genoeg gekust hadden, herkende Raquel de gezichten van Tom en Hannah op de achterbank. Ze zwaaiden even vanachter omlaag gerolde raampjes en Raquel zwaaide lachend terug, voor ze haar spullen pakte en het huis zorgvuldig afsloot.
‘Jij rijdt?’ vroeg ze aan Bill, terwijl hij de achterklep open klikte.
‘Mijn auto,’ grijnsde hij. ‘Tom wilde met de Cadillac, maar daar past sowieso minder in, én het valt nogal op. Hij heeft de hele weg van Hamburg tot hier geklaagd. Nou ja, tot we Hannah oppikten natuurlijk.’ Bill wierp een plagerige blik op de geblindeerde ruiten, die inmiddels weer omhoog gerold waren. ‘Moet hij maar niet zo’n opzichtige auto kopen.’
‘Nee, een BMW Convertible, die is niet opzichtig,’ mompelde Raquel met plagend sarcasme en Bill trok een niet erg overtuigend engelengezichtje.
‘Minder in elk geval,’ vond hij, opende toen de bijrijdersdeur. ‘Mademoiselle!’
Raquel stapte in en werd meteen enthousiast begroet door de twee op de achterbank. Hannah’s ogen stonden nog steeds licht nerveus, maar niet meer zo erg als eerst. Ze keek nu meer als een kind in Disneyland, gespannen en verwachtingsvol, nieuwsgierig naar wat er om de volgende hoek zou gebeuren. Tom zat nonchalant onderuit gezakt, maar het trommelen op zijn knieën deed vermoeden dat ook hij niet helemaal kalm was. Het was dezelfde onrust die in Bills ogen sluimerde; de tweeling had dan wel het voordeel dat ze wisten waar ze heengingen, ook voor hen was dit de eerste keer.
De krappe twee uur naar Loitsche verliepen alvast probleemloos. Ze kwamen niet één keer in de file te staan, hoefden ook niet te tanken en werden niet gevolgd door paparazzi of fans. Dat gebeurde wel eens, verklaarde de tweeling doodkalm toen dat ter sprake kwam.
‘Maar niet vaak, vooral als we de Caddie nemen,’ zei Bill met een uitgestreken gezicht en schoot in de lach toen Tom zijn middelvinger opstak naar de achteruitkijkspiegel.
‘Zouden er paparazzi voor jullie huis staan?’ vroeg Hannah aarzelend. Daarmee sprak ze eveneens Raquels gedachten uit en de Spaanse hield onbewust even haar adem in.
Bill schudde zijn hoofd. ‘Niet als ze een boete aan hun broek willen. Onze ouders zijn sinds vorig jaar gerechtelijk beschermd. Als een soort contactverbod, zeg maar.’
De meisjes lieten allebei opgelucht hun adem ontsnappen.
Langzaam begon het landschap te veranderen. De industriegebieden maakten plaats voor glooiende weilanden, die op het moment met een laagje sneeuw bedekt waren. Raquel woonde al zo lang ze zich kon herinneren in Duitsland, maar ze had nog niet veel van het land gezien buiten de meest noordelijke deelstaten. Magdeburg lag in het hart van Saksen-Anhalt, de deelstaat iets boven het midden van Duitsland, en ze had zich nooit gerealiseerd dat het er zoveel landelijker was dan in het gebied rond Berlijn.
Ze gingen van de snelweg af en Bill sloeg feilloos een kleinere straat in, met in elke rijrichting maar één baan en een vervaagde witte streep in het midden. Nu reden ze over een weg met kale bomen aan weerszijden en weilanden daarachter, waar af en toe een boerderij op verscheen. Een paar dorpjes lagen langs de straat, als kralen aan een ketting die begon bij Magdeburg en ergens tussen de koeien eindigde.
Eén van deze dorpjes was Loitsche. ‘Pam pam paaaam…’ deed de tweeling in koor, toen ze het bordje “Loitsche heet u welkom” passeerden. ‘Heel onspectaculair,’ voegde Bill er droogjes bij. ‘Loitsche is de levende definitie van een gat.’
‘Ja, en wij woonden natuurlijk aan de ránd.’ Tom rolde met zijn ogen. ‘Puur boerenleven.’
‘Maar er moet toch een school zijn?’ vroeg Hannah verward en keek uit het raampje naar de schattige bakstenen huizen die rondom de kleine dorpskern gebouwd waren. ‘Jullie zijn hier toch naar school gegaan?’
‘Niet in Loitsche zelf, in Wolmirstedt. Drie dorpen terug,’ legde Bill uit, trapte op de rem en draaide de BMW onverwachts een oprit in. ‘En daar zijn we dan.’
Het ouderlijk huis van de tweeling lag in een kleine tuin, twee strepen besneeuwde aarde liepen rechts en links langs de muren. In de zomer stond het daar waarschijnlijk vol bloemen en frisgroen gras, dacht Raquel en probeerde zich een jonge tweeling voor te stellen die hier rondjes rende. Het lukte pas toen ze het beeld van een kleine blonde twee-eenheid creëerde, met dezelfde shirtjes en bijna niet uit elkaar te houden gezichten. Zoals ze er nu uitzagen, hiphopper en Bill, pasten ze totaal niet bij het eenvoudige lichtbruine huis met de gele raamkozijnen en de kerstkrans op de knalpaarse voordeur.
Bill haalde een hand door zijn haar, dat vandaag losjes naar beneden hing, en grijnsde. ‘Ja, de voordeur… Onze moeder is kunstenares, laten we het daar maar op houden.’
‘Ik hoop trouwens dat jullie niet bang zijn voor honden,’ merkte Tom bijna tegelijkertijd op. ‘Want we hebben er…’ De voordeur ging open en een paar zo snel niet te tellen bruine vlekken schoten op de BMW af. ‘… drie.’ Tom schopte de deur open; een koude windvlaag ging door de auto en Raquel rook een ongewoon frisse lucht.
Op hetzelfde moment sprongen er drie honden tegelijkertijd tegen Tom op. Eén, de grootste, slaagde erin om Toms gezicht te likken en Bill schoot in de lach. ‘Scotty, gadver!’ Hij stapte ook uit, ietsjes eleganter dan zijn broer, en de twee kleinere honden stormden enthousiast op hem af. Raquel en Hannah moesten allebei even diep ademhalen voor ze uit de auto klommen. Ze waren niet bang voor de honden, maar werden nu wel steeds nerveuzer.
Het huis lag inderdaad aan de rand van het dorp. Een paar meter verderop, in de richting van het dorpscentrum, stond het huis van de buren; de andere kant op begon het grasland en ging de straat verder als onverharde landweg. Naast de BMW stond een grijze Volkswagen met een laagje sneeuw op het dak. Raquel wist niet hoe lang geleden het hier gesneeuwd had, maar ze vermoedde dat deze auto alleen gebruikt werd voor afstanden boven de twintig kilometer.
Op dat moment klonk er een lachende stem vanaf de drempel: ‘Misschien moeten jullie eens binnenkomen, voor jullie nog aan de grond vastvriezen! Jezus, wat een kou.’
Bill keek grijnzend op van de hond die zijn handen aflikte. ‘Dat is vaker zo in december, Gordon.’
Zijn stiefvader stond glimlachend in de deuropening. Hij was vrij lang, ongeveer van dezelfde lengte als Tom en daarmee maar een centimeter of drie kleiner dan Bill. Zijn blonde haar werd al behoorlijk grijs en zijn haarlijn trok zich duidelijk terug, zijn gezicht en lichaamsbouw leken echter nog redelijk jong. Hij was waarschijnlijk een jaar of vijftig, maar hij zag er toch energiek en krachtig uit. Bij zijn ogen verschenen lachrimpeltjes toen de tweeling hem omhelsde.
Vervolgens richtte hij zijn blik op de meisjes. Raquel en Hannah stonden nog maar een paar stappen van de auto vandaan en werden uitgebreid besnuffeld door de honden; ze durfden allebei niet zo goed verder, tot Bill terugliep om de BMW te vergrendelen en naar hen glimlachte. ‘Kom op, hij is heus niet zo kwaad als hij eruitziet. En binnen is het warm.’
Dat was het toverwoord. Ze schuifelden verlegen verder, gevolgd door Bill en de honden, en stapten de gang in.
Gordon glimlachte vriendelijk. ‘Welkom, allebei. Simone is nog even in haar atelier, maar ze komt zo. Hang rustig je jas op en trek je schoenen uit, de bagage halen we zo meteen wel.’
De kapstok was beschilderd met hele kleine blauwe bloemetjes, die iemand zorgvuldig allemaal nét een beetje anders had vormgegeven. Ook de potjes met penselen en kleurpotloden op de houten trap, rechts van de voordeur, wezen op de kunstenares in huis. Voor de rest was de gang normaal genoeg, in warme houtkleuren met vanillegele muren en aan weerszijden elk een deur. Helemaal aan het eind van de gang was nog een deur, de grote blikvanger: hij was beschilderd in alle kleuren van de regenboog.
‘Dat is mama’s atelier,’ zei Tom en op hetzelfde moment ging de regenboogdeur open.

67.

Simone Trumper, ex-vrouw van ene Jörg Kaulitz en moeder van de tweeling, was een verrassend kleine vrouw met lang donkerblond haar, dat ze warrig opgestoken had. Ze liep waarschijnlijk tegen de vijftig, maar ze was nog mooi slank en Raquel zag meteen waar Bill zijn elegantie vandaan had – en zijn ogen. Simone had precies dezelfde donkerbruine irissen, die een hartelijke warmte uitstraalden; haar hele verschijning was omgeven van een soort zachtheid, een rustige moederlijke sfeer. Ze droeg op het moment een groene linnen broek en een iets lichtere getailleerde bloes; alleen de verfvlekken op haar vingers verrieden haar kunstenaarsbestaan.
‘Daar zijn jullie dan! Niet al te verkleumd, hoop ik.’ Ze kwam glimlachend op hen af. Haar kruin kwam ongeveer tot Bills sleutelbenen, maar dat maakte haar duidelijk niet uit. Ze nam de tijd om haar beide zoons te knuffelen en de tweeling maakte geen enkel bezwaar. Allebei sloten ze hun moeder liefdevol in de armen.
En toen draaide ze zich naar de meisjes om.
Raquel wist zich echt geen houding te geven en vroeg zich bijna paniekerig af hoe ze Simone moest begroeten. Haar hand uitsteken? Als een zoutpilaar blijven staan? Gelukkig nam Simone in haar plaats de beslissing; ze legde een hand op Raquels schouder en gaf haar links en rechts een kus op haar wang. ‘Welkom in Loitsche. Ik ben blij om je eindelijk eens in levenden lijve te zien. Jij bent Raquel, nietwaar?’
Het meisje knikte, een tikje overdonderd, en Simone wendde zich tot Hannah. Ook zij kreeg twee wangzoenen. ‘Jij natuurlijk ook welkom. Ik moet zeggen, ik was erg verbaasd om te horen dat Tom iemand gevonden heeft, maar nu zie ik waarom. Hannah met een h aan het eind, als ik me niet vergis.’
Hannah bevestigde dat, blozend als een Elstar-appel. Tom gniffelde, maar zijn ogen stonden teder. Vervolgens gingen ze met zijn allen de woonkamer in en Raquel voelde de spanning van zich afglijden. Dit was een goede eerste indruk, dacht ze, voor ons allebei. Nu kwam het zorgeloze gevoel weer terug en ze ontspande genoeg om rustig tussen Bill en Hannah op de sofa te gaan zitten. Vanaf dat punt kon ze de hele woonkamer in zich opnemen.
Net als de gang riep deze kamer onmiddellijk een gevoel van warmte en geborgenheid op. De hoofdkleur was rood, dat op verschillende plekken opdook: de gordijnen bij het brede raam, de pluizige sofa waar ze nu zat, de kussens in de donkere fauteuil links van de tv, het gehaakte kleed tussen sofa en fauteuil, de kap van de lamp boven de eettafel. Voor de rest hadden de meubelstukken en de vloer de kleur van goudbruin hout. Als grote blikvanger waren duidelijk de muren bedoeld: in plaats van schilderijen op te hangen, had iemand (waarschijnlijk Simone) de wanden zelf als ondergrond gebruikt voor een aantal levendige, veelkleurige schilderingen.
Raquel ademde diep in. Ze kon zich de tweeling heel goed voorstellen in dit zonnige interieur, zowel in hun jeugd als nu. Elk detail leek met zoveel toewijding te zijn uitgezocht, met zoveel liefde vormgegeven. Dezelfde liefde die ze gezien had tussen de tweeling en hun ouders bij het binnenkomen, en dezelfde liefde die sprak uit de foto’s op het kastje naast de sofa. En dan was er natuurlijk nog de kerstboom: een spar met mooie donkergroene naalden en opgetuigd in voornamelijk zilver en rood.
‘Iedereen thee?’ informeerde Gordon. Raquel schrok op uit haar overpeinzingen en knikte met de anderen mee. Inmiddels waren ook de honden mee naar binnen gekomen; ze lagen op het gehaakte kleed, de ruggen tegen elkaar. Aan de andere kant had Simone het zich in de fauteuil gemakkelijk gemaakt.
Zij was de eerste die de stilte verbrak. ‘Jullie zien er erg lief uit, zo met z’n vieren. En de meisjes heel Kerstig, eentje rood en eentje groen.’ Ze lachte hen vriendelijk toe.
De rode was natuurlijk Raquel. Ze droeg een combinatie in zwart, wit en donkerrood: een zwarte maillot, een wit shirtje en een donkerrode tuinbroek, waarvan de pijpen net boven haar knieën eindigden. Haar krullen lagen over haar schouders, omkransten haar gezicht.
Hannah ging in het groen. Een lichtgekleurd truitje dat haar taille accentueerde, een iets donkerder groen plooirokje, een huidkleurige panty met groene figuurtjes erop: haar outfit was eenvoudig genoeg, maar het stond haar goed en de frisse kleur bracht haar ogen en losse haren naar voren.
‘En Bill natuurlijk in het zwart,’ vervolgde Simone met een blik naar haar jongste zoon. Haar stem nam iets plagerigs aan. ‘Dát heeft hij in elk geval niet van mij. Maar als je bedenkt dat hij jarenlang heeft volgehouden dat hij vampier wilde worden, is het wel passend.’
Bill schoot in de lach; hij gooide zijn hoofd achterover en proestte, ondersteund door Tom en het gegrinnik van Gordon die binnenkwam met een handvol theeglazen. De meisjes wisselden een verraste, maar geamuseerde blik.
‘Tom was dan nog íets normaler,’ ging Simone onverstoorbaar verder. ‘Die hield op met beweren dat hij cowboy ging worden toen ik hem vertelde dat je met zijn broeken niet kan paardrijden.’
Nu begon ook Hannah te giechelen en Bill kwam intussen helemaal niet meer bij; zijn broer grijnsde alleen, trok een onschuldig gezicht. Gordon bracht hen allemaal een glas thee en liet een schaal koekjes rondgaan, plukte vervolgens een stoel bij de tafel vandaan en kwam bij de rest zitten. Het voelde vreemd natuurlijk, zo met zijn allen bij elkaar, lachend in de warmte van het huis.
Raquel was na een enkel slokje thee al zo op haar gemak dat ze impulsief zei: ‘Ik wilde vroeger Marilyn Monroe worden, tot ik erachter kwam dat het onmogelijk is om echt iemand anders te zijn.’
Simone schonk haar een hartelijke glimlach, bijna goedkeurend; ze was duidelijk tevreden dat in elk geval één van de twee meisjes over haar verlegenheid heen kwam. Toen durfde Hannah ook en bekende: ‘Ik wilde gewoon toverfee worden, da’s niet erg origineel. En later hulpje van de Kerstman, maar dat was maar heel even.’
Daar moesten ze allemaal om lachen, inclusief Hannah zelf. Tom legde heel vanzelfsprekend een arm om haar heen en mompelde iets in haar oor, een “Zie je wel dat het niet eng is”. Ze bloosde weer een beetje, maar was nu dapper genoeg om tegen hem aan te kruipen, zoals ze anders ook deed; ze geloofde in elk geval niet meer dat zijn ouders die houding zouden afkeuren.
‘Het spijt me dan voor je dat bij ons de Kerstman niet komt,’ zei Simone tenslotte, op haast verontschuldigende toon. ‘We doen al jaren niet meer aan cadeautjes. Wat moeten we die twee nog geven?’
‘Eten,’ zei Gordon droog. ‘Neem nog een koekje.’
‘Ja, eten,’ beaamde Simone. ‘Een gezellig Kerstfeest.’
‘Dat is op zichzelf toch al een mooi cadeau,’ antwoordde Bill en wierp zijn moeder een glimlach toe, die ze warm beantwoordde. Raquel dacht heel even aan haar eigen moeder en vroeg zich af of ze ooit nog zo’n blikwissel met Elvira zou hebben. Ze kon het zich moeilijk voorstellen. Toen legde Bill een hand op haar rug en streek langs haar ruggengraat, zodat ze zich naar hem omdraaide en onmiddellijk weer begon te glimlachen. De gedachte verdween helemaal toen ze tegen hem aanleunde en hij zijn arm stevig om haar middel wikkelde.
‘Zo!’ zei Simone toen. Opgewekt ging ze overeind zitten en keek de meisjes beurtelings aan. ‘En nu wil ik natuurlijk alles over jullie weten! De tweeling heeft me al zoveel verteld, maar dat is nooit hetzelfde als jullie tegenover me hebben.’
Raquel nam snel nog een slokje thee. Ze had wel zoiets verwacht, maar ze zou niet weten wat ze nu moest zeggen. Hannah scheen ook niet meteen een antwoord paraat te hebben; gelukkig had Simone daar op gerekend en ze begon met een vraag. Of eigenlijk een vraag verpakt als gewone opmerking.
‘Ik heb al hele verhalen gehoord over jullie in Hamburg, maar ik ben juist zo benieuwd naar jullie dagelijks leven. Familie en vrienden en hobby’s, al die dingen.’
De meisjes wisselden een korte blik, als om af te spreken wie er begon, en vervolgens nam Raquel aarzelend het woord. ‘Eigenlijk is Hannah mijn beste vriendin, samen met Chantal, die kent u vast ook, en…’
‘Oh, alsjeblieft, je hoeft echt geen u tegen me te zeggen,’ onderbrak Simone haar vlug. ‘En we hebben Chantal nog nooit ontmoet, maar we weten natuurlijk wie ze is.’
Raquel knikte even, licht blozend, en hernam: ‘En Lisanne… Die ken ik via Hannah en Hannah van school, geloof ik…’ Hannah bevestigde dat en vanaf dat moment ging het vloeiender. Ze wisselden elkaar af, vulden elkaar op sommige plekken aan, schetsten zo het beeld van hun “normale” leven. Alleen de puzzelstukjes van hun jeugd, de paar beetjes die ter sprake kwamen, konden ze niet van elkaar overnemen, maar voor het grootste deel overlapten hun levens elkaar natuurlijk. Raquel had het even moeilijk toen haar ouders ter sprake kwamen en worstelde zich door de zin “Mijn vader is een paar maanden geleden overleden” heen; gelukkig voelde ze op dat moment Bills lippen op haar slaap. Simone zei zachtjes dat de tweeling het haar al verteld had en dat ze wist hoe Raquel zich voelde. ‘Mijn eigen vader is overleden toen ik twintig was.’
Daarna werden de onderwerpen vrolijker. Raquel vertelde met veel plezier over haar broertje en Hannah vermeldde vol trots de leeuwtjes in de dierentuin. Langs het zijpad hobby’s kwamen ze op muziek en toen mengde de tweeling zich natuurlijk ook actief in het gesprek, evenals Gordon, volgens Bill degene die hen aan de muziek had gekregen. ‘Wat wil je ook, met een rockgitarist als stiefvader.’
‘Jullie waren toch al zulke entertainers,’ merkte Simone op. ‘Als we jullie naar een verjaardag meenemen of naar een kinderfeestje of waarheen dan ook, dan waren jullie altijd de eersten die de aandacht trokken. Zelfbedachte toneelstukjes, later met die gitaar en Bill die zong… Tom nam zijn gitaar overal mee naartoe.’
‘Niet mee naar school!’ wierp Tom prompt tegen.
‘Omdat wij dat niet zo’n goed idee vonden, ja!’ lachte Gordon. ‘Maar buiten dat… Als wij niet zeiden dat het niet mocht, nam je die gitaar mee.’
‘En Bill had altijd pen en papier bij zich,’ vulde Simone aan, terwijl ze opstond uit de fauteuil en naar het kastje met de foto’s liep. ‘Die moest altijd alles opschrijven. Af en toe communiceerde hij uitsluitend via papier, dan schreef hij voor me op wat hij op brood wilde.’
Bill kreeg weer de slappe lach. Ondertussen had Simone de fotolijstjes van het kastje gepakt en liet ze aan de meisjes zien. Allemaal foto’s van de tweeling: twee kleine blonde kindjes in zwembroek bij een opblaasbadje, de twee samen in een kartonnen doos (Bill viel bijna van de sofa van het lachen), samen met Toms gitaar in de tuin, naast een hoopje aarde.
‘Dat was de begrafenis van Krullie de hamster,’ zei Tom op treurige toon. ‘Het begin van Bills song-schrijf-carrière.’
‘Oh ja!’ De jongste broer ging weer rechtop zitten. ‘Mijn allereerste zelfgeschreven liedje… Hoe ging die ook alweer?’ Hij begon te hummen, zoekend in zijn geheugen, en neuriede een tijdje willekeurig wat door elkaar, tot hij uiteindelijk zong: ‘Krullie, arme Krullie, nu ben je dood, nu ben je plat… Krullie, kleine Krullie, nu ben je dood…’ Hij kreeg weer een lachbui en moest even stoppen, maar kwam daarna ook niet veel verder. ‘Eh… Hoe ging de rest ook alweer? Iets over de stofzuiger en dat we hem gaan missen.’
‘De stofzuiger?’ Raquel schoot in de lach en Hannah kreeg de hik.
‘Ja, dat was onze stofzuiger-affaire,’ zuchtte Bill dramatisch. ‘En ik – of was het Tom? Ik weet het niet meer. Misschien wel wij allebei. We wilden per se met de stofzuiger rijden en toen reden we per ongeluk over Krullie heen. Die liep namelijk los in onze kamer.’
‘Wat eigenlijk niet mocht,’ voegde Gordon erbij, met een bestraffende blik naar de inmiddels proestende tweeling. ‘Dus verzonnen ze maar een heel verhaal over hoe hij uit de kooi was ontsnapt omdat hij naar buiten wilde en dat hij toen uit het raam viel. Terwijl het zo’n dikke goudhamster was die nauwelijks naar het tweede verdiepinkje van zijn kooi kon klimmen. Daarom was hij natuurlijk ook niet snel genoeg weg voor die stofzuiger.’
De meisjes kwamen niet meer bij, ze zagen het gewoon precies voor zich. Bill en Tom wisselden een blik en schoten ook weer in de lach. Op die manier kregen ze geen van vieren mee hoe Gordon en Simone elkaar even vertederd aankeken.
Raquel was al helemaal vergeten dat ze nerveus was geweest. Ze wist nu dat Bill gelijk had gehad toen hij zei dat ze het prima met zijn ouders zou kunnen vinden. Het waren zulke aardige, ongekunstelde mensen, vol interesse en interessante onderwerpen. Eerst had ze zich maar moeilijk een voorstelling kunnen maken van de mensen die Bill hadden opgevoed, maar nu ze hen ontmoet had pasten alle puzzelstukjes precies in elkaar.
Dit werd een onvergetelijke Kerst.

68.

Ergens tegen half zeven werd het buiten zo donker dat Simone opstond om de gordijnen dicht te trekken. Daardoor viel er een gat in het gesprek en iedereen rekte zich uit, om daarna vast te stellen dat er verschillende magen begonnen te knorren.
Dus stelde Simone lachend voor dat ze zou gaan koken. ‘En dan mogen jullie mannen de bagage eens gaan halen. Jullie slapen trouwens gezellig bij elkaar, niet meisje bij meisje maar paartje bij paartje. Omdat ik een moderne moeder ben.’
‘Of juist een ouderwetse,’ suggereerde Tom grijnzend. ‘Eentje die snel kleinkinderen wil.’
Simone schudde even haar hoofd en zei quasi serieus tegen de meisjes: ‘Het zijn lieve kinderen, hoor, maar het blijven natuurlijk jongens.’
‘Hé!’ protesteerde Bill meteen. ‘Wat nou meervoud, ik zei niks?’
‘Jij bent geen jongen,’ zei Tom droog en sprong opzij toen zijn broer naar hem uithaalde.
‘Hup, weg jullie!’ riep Simone, joeg hen naar de deur. De tweeling stak synchroon hun tong naar haar uit en ging toen snel achter Gordon aan, de sneeuw in. Simone liep hoofdschuddend naar de keuken; die was direct aan de woonkamer verbonden door een deurloze doorgang.
Raquel keek Hannah even aan. Wat werd er nu van hen verwacht? Uiteindelijk volgde ze Simone tot aan de doorgang en vroeg aarzelend: ‘Kunnen we met iets helpen?’
‘Ach nee, dat is niet nodig, liefje,’ antwoordde Simone glimlachend. Het kooswoord kwam er heel natuurlijk uit, alsof ze Raquel al jaren kende. ‘Maar jullie kunnen me rustig gezelschap houden terwijl de jongens hun kamers in orde maken.’ Ze knipoogde. ‘Dat laat ik ze fijn zelf doen als ze komen. Ze worden al zo verwend.’
Uit elk woord sprak haar liefde voor haar kinderen. Raquel glimlachte automatisch terug en zag Hannah 0hetzelfde doen. Het was moeilijk om Simone niet aardig te vinden, met al die warmte en oprechte hartelijkheid die haar omgaf.
Terwijl ze een snijplank tevoorschijn toverde en een enorme courgette in plakjes begon te snijden, zei de vrouw bedachtzaam: ‘Ik ben blij dat ze jullie gevonden hebben, weet je. Ze zijn al zo lang alleen. Natuurlijk zo alleen als je kan zijn in een beroemde band, maar dat is toch anders. Begrijp me niet verkeerd, ik ben ongelooflijk trots op ze dat ze hun grote droom verwezenlijkt hebben…’ Ze lachte zacht. ‘Als je Bills caviatekst hoort is dat nog best een wonder. Hoewel hij nu prachtige dingen schrijft… Maar als je alleen bezig bent met muziek en zo weinig tijd hebt voor andere dingen, is het moeilijk om daarnaast nog iets te hebben, iets van een privéleven. Jullie tweeën, jullie zijn twee grote wonderen in hun wereld, geloof me.’
Raquel en Hannah werden allebei vuurrood, maar konden niet ontkennen dat het goed voelde om dit uit de mond van de moeder te horen. ‘Wij zijn ook blij om deel uit te maken van hun wereld,’ zei Raquel zacht. ‘Ze hebben de onze behoorlijk op z’n kop gezet, maar ik kan het me nu niet meer anders voorstellen.’
‘Ik ook niet,’ viel Hannah haar bij. ‘Ik wíl het me ook niet anders voorstellen.’
Simone wierp hen een blik toe waar duidelijk de genegenheid uit sprak. ‘De eerste keer dat ik hen aan de telefoon had en ze over jullie vertelden, begon ik al te hopen… En toen belde Tom uit Wenen: mama, mama, je raadt nooit wat er gebeurd is! Als een klein kindje zo uitgelaten. “Mama, waarom heb je me nooit verteld dat verliefd zijn zo goed voelt?” En ik wist meteen dat het over één van jullie ging, want verder hadden ze het nooit over meisjes.’ Ze giechelde, zelf bijna meisjesachtig. Hannah’s ogen glansden, vertederd en geamuseerd tegelijkertijd.
‘En vervolgens Bill,’ ging Simone verder, terwijl ze de plakjes courgette in een ovenschaal overhevelde en aan een volgende groente begon. ‘Hij was als kind al zo zelfverzekerd, trok zich niets van andere mensen aan, wat ze ook over hem zeiden. Maar zodra het over meisjes ging verschool hij zich achter Tom en werd zo rood als deze paprika. Toen was hij bijna twintig, maar dat bleef hetzelfde. “Mama, ze is fantastisch, maar ik durf niet!” En Tom: “Kom op, je hebt toch anders ook zo’n grote mond!” Ja, ánders… Maar uiteindelijk is het hem dan toch gelukt. Of zette jij de eerste stap?’
Raquel schudde haar hoofd en bekende: ‘Ik durfde ook niet.’
‘Dat dacht ik al.’ Simone knikte haar vriendelijk toe en pakte nog een paprika. ‘Ze waren allebei zo euforisch, ze konden het zelf bijna niet geloven. Na een week of twee werd het dan gezucht en gesteun omdat ze jullie misten, en als die twee iets missen, oei…’ Ze schudde weer even haar hoofd. ‘En toen Monaco en dat hele gedoe met David.’
Hannah en Raquel wisselden even een verbaasde blik. Wist Simone zelfs daarvan? Ze hadden zich nooit zo gerealiseerd dat de tweeling zoveel contact had met hun moeder, maar eigenlijk hadden ze dat – zeker nu ze Simone voor zich hadden – met een beetje logisch nadenken wel kunnen weten.
‘Laaiend waren ze, allebei,’ zuchtte Simone. Ze klonk even alsof ze het meer tegen zichzelf had dan tegen de meisjes, maar begon aan de derde paprika met een snelle glimlach naar het duo in de doorgang. ‘Gelukkig is dat allemaal goed gekomen, hm? En dan was er nog iets over jouw moeder…’ Ze gebaarde met een reepje groente naar Raquel. ‘… en verder konden en kunnen ze hun mond niet over jullie zelf houden. Als ik ze nu aan de telefoon krijg praten ze alleen over jullie. Maar daar luister ik graag naar.’
‘Over mijn moeder?’ Raquels gedachten waren bij die opmerking stil blijven staan. Had Bill zijn moeder over de hare verteld? Waarom? En wat precies? Ze kreeg het plots koud en beet onzeker op haar onderlip.
‘Ja, eventjes. Iets over dat hij zich niet kon voorstellen dat moeders zó tegen hun kinderen zijn.’ Simone keek haar even onderzoekend aan, alsof ze zich afvroeg wat Bill met dat “zo” bedoeld kon hebben, en haalde haar schouders op. ‘Meer niet. Hij zei dat hij vond dat hij daar niets over mocht zeggen, zeker niet als jij er niets van wist, omdat je er zelf niet graag over praat.’
Dat kwam als een geruststelling. Raquel slaakte nog net geen opgeluchte zucht, maar ontspande wel weer haar schouders. Ze had het ontzettend gênant gevonden als Simone wist hoe Elvira zich gedragen had toen ze Bill leerde kennen. Het was al gênant genoeg dat ze zo’n moeder had. Zelfs al zat er verbetering in, het contrast tussen Elvira en Simone was pijnlijk groot.
Blijkbaar was iets van dat gegeneerde te zien op haar gezicht, want Simone riep: ‘Daar hoef je je toch niet voor te schamen, liefje! Niet iedereen heeft een moeder als een goede fee, daar kan jij toch niets aan doen. Goh, míjn moeder zou je eens moeten leren kennen. Ze klaagde toen ik met Jörg trouwde, toen ik scheidde, toen ik met Gordon trouwde… Ze klaagde zelfs over het feit dat ik het Bill niet verbood om zijn haar te laten groeien. En dan heb ik het alleen nog maar over hoe ze klaagde toen ik lang en breed het huis uit was.’
‘Wie, oma?’ klonk plotseling een stem achter hen. Twee armen, de linker getatoeëerd, wikkelden zich om Raquels middel en twee lippen drukten een kus in haar hals.
‘Ja, oma,’ antwoordde Simone en haalde een zak aardappels tevoorschijn.
‘Oma moet altijd iets te klagen hebben,’ merkte Bill op. ‘Of het nu over mijn haar, Toms haar, mijn cijfers of de kat van de buren is.’
‘Waar is Tom eigenlijk?’ Simone schilde de aardappelen alsof ze aan een schoonheids-dunschilwedstrijd meedeed.
‘Die zit vast in de dekbedhoes,’ zei Bill droog. De meisjes schoten allebei in de lach, maar Simone wierp hem een bestraffende blik toe.
‘En dan help je hem niet even?’
‘Nee, natuurlijk niet. Dat is toch niet leuk.’ Bill grijnsde.
Op dat moment kwam Tom weer binnen, gevolgd door Gordon, en de twee keken ietwat verbaasd naar het lachende groepje bij de keuken. Simone wierp een blik op haar oudste zoon en vroeg bijna medelijdend: ‘Is het dan toch gelukt?’
‘Wat?’ Tom staarde haar niet-begrijpend aan. Toen zag hij Bill giechelen en rolde zuchtend met zijn ogen. ‘Heeft Bill weer lopen kletsen? Wat heb ik nu weer gedaan?’
‘Dus je zat niet vast in de dekbedhoes?’ Simone begon nu ook lichtelijk geamuseerd te klinken.
‘Nee? Ik was dat ding binnenstebuiten aan het draaien.’ Tom schoot een dodelijke blik naar zijn broertje, die inmiddels weer de slappe lach had. ‘Pas maar op of ik doe je wat met die dekbedhoes!’
‘Oh nee, Tommy wil me komen instoppen!’ Bill trok een angstig gezicht en verstopte zich achter zijn moeder. Hannah moest op een stoel gaan zitten om niet van het lachen door haar knieën te zakken. Raquel grinnikte achter haar hand en Gordon rolde even grijnzend met zijn ogen.
Simone was de enige die kalm bleef, hoewel haar ogen geamuseerd fonkelden. Ze had jarenlange ervaring met het gedrag van haar tweeling, ze kende hen waarschijnlijk net zo goed als Bill en Tom elkaar. Met een dichtbij liggende theedoek joeg ze Bill de keuken uit: ‘Hup, hier niet spelen! Je mag de keuken pas weer in voor de afwas!’
‘Ik dacht het niet,’ antwoordde hij grijnzend en slenterde terug naar de sofa, met nog een plagerige blik naar Tom. Die deed echter alsof hij de verstandige oudere broer was en beperkte zich tot het rollen met zijn ogen. Vervolgens liet hij zich naast Hannah op een stoel zakken; ze giechelde niet meer, maar keek hem stralend aan.
Raquel volgde Bill. Hij had zich tussen de honden laten vallen en aaide de grootste uitgebreid over de donkerbruine vacht. Toen Raquel naast hem kwam zitten, schonk hij haar een tedere glimlach en ging verder met het aaien van de hond; hij negeerde haar niet, vanonder zijn haar keek hij haar steeds even aan, maar ze hadden gewoon allebei niet de behoefte om iets te zeggen. Om het kriebelende geluk van elkaar te voelen, waren geen woorden nodig.

Het kerstdiner bestond uit ovenschotel met verschillende groenten en aardappels, een salade die op zichzelf al een hele maaltijd was en zelfgemaakte ijstaart met een kern van verkruimelde Bastognekoeken. (Het ijs kwam wel uit de supermarkt – Simone moest toegeven dat ze het alleen maar in een andere vorm gegoten had.)
Tijdens het eten ging het gespreksonderwerp heen en weer tussen kunst, muziek en de jeugd van de tweeling. Zowel Gordon als Simone kende genoeg smakelijke anekdotes voor een avondvullend programma en de vier jongeren lagen regelmatig in een deuk. Zo werd ook duidelijk dat de moeder en stiefvader perfect op elkaar ingespeeld waren; ze vulden elkaar op bepaalde plekken aan, herinnerden zich aan precies dezelfde dagen – Simone meer de details, Gordon vaker ook de globale verloop van de gebeurtenissen. Af en toe wierpen ze elkaar even een blik toe, een blik als van een pas verliefd paar. Raquel werd er al blij van als ze er naar keek.
‘Soms vraag ik me af hoe we al die dingen voor elkaar kregen,’ verzuchtte Tom na de ijstaart en een uitgebreid verhaal over hoe hij en Bill op het dak van de school in slaap waren gevallen.
‘Mama heeft ons te hard laten vallen toen we baby’s waren,’ antwoordde Bill droog.
‘Ik heb jullie nooit laten vallen, ik was veel te voorzichtig.’ Simone schoof haar bordje van zich af en monsterde de chaos op tafel. Twee ladingen voor de afwasmachine, minstens.
‘Je hebt wel eens gezegd: “Als één van jullie wordt platgereden, heb ik altijd de andere nog”,’ merkte Tom bedachtzaam op. Dat bezorgde hem prompt een mep van Bill: ‘Dat was oma, idioot! En toen kreeg jij de slappe lach en moest ik huilen. Geloof ik.’
‘Ik denk het ook. Jij was een ontzettende huilebalk,’ zei Tom serieus. Deze keer ontweek hij Bills hand en grijnsde pesterig.
Gordon begon bordjes op te stapelen en deed ondertussen ook een duit in het zakje: ‘Dat viel best mee, Bill liet het gewoon meer zien dan jij.’
‘Jij kropte het op en als het er dan uitkwam, kregen we je urenlang niet stil. Eén keer was het middenin een winkelcentrum.’ Simone schudde lachend haar hoofd. ‘Wat een drama. Bill ging meedoen en toen had ik twéé krijsende zesjarigen die niet meer voor- of achteruit wilden.’
‘Sorry mama!’ floot de tweeling tegelijkertijd. Hun moeder lachte hun liefdevol toe en stond op, nam de stapel bordjes over van haar man om die naar de keuken te brengen. Raquel en Hannah sprongen vlug overeind en hielpen mee; de tweeling bleef lui zitten, maar de meisjes vonden het allebei beleefder om als gast ook een hand uit te steken. En het was tegelijkertijd een manier om te laten zien dat ze dankbaar waren voor het warme welkom.
Toen alles opgeruimd was en de afwasmachine draaide, verzamelden ze zich in de woonkamer en waren eerst een tijdje stil. Geen ongemakkelijke wat-moeten-we-nu-zeggen-stilte, maar een voldane stilte, waarin iedereen zich prettig voelde. Raquel leunde tegen Bills schouder en had het idee dat ze elk moment in slaap kon vallen, ze zat heerlijk vol van het eten en werd soezerig van de warmte.
Uiteindelijk verbrak Gordon de stilte, met een lachende blik naar de vier op de sofa: ‘Gaan we nog Kerstliedjes zingen of slaan we dat maar over?’
Simone ging meteen rechtop zitten en stemde vóór, maar de tweeling – zelfs Bill – trok een wanhopig gezicht. ‘Nee toch?’
‘Ja toch!’ antwoordde Simone prompt. ‘Kom nou, vroeger vonden jullie dat geweldig!’
‘Vróéger, ja!’ riepen ze voorspelbaar.
‘Wat zongen jullie altijd?’ vroeg Hannah geïnteresseerd. ‘Mijn ouders zijn dol op Kerstliedjes, maar vooral de hele traditionele.’
Gordon en Simone wisselden een bij voorbaat al geamuseerde blik; toen zei de man: ‘De enige traditionele was hier altijd “Stille Nacht, Heilige Nacht”, verder deden we meestal popliedjes.’
‘Als kind vond Tom “Frosty the Snowman” altijd geweldig, omdat hij daar zo vals mocht zingen.’ Bill wierp zijn broer een pesterige blik toe, maar die liet zich niet kennen.
‘En jij zong altijd Kate Bush, lekker hoog!’
Bill grijnsde en zong, ongegeneerd minstens een octaaf hoger dan normaal: ‘Let it snow, let it snow, let it snow!’ Geen noot vals. Hij beheerste zijn kopstem net zo goed als zijn gewone.
‘Nu jij, Tom! Frosty the Snowman!’ moedigde Simone haar oudste zoon aan. Die weigerde echter nog steeds vol overgave, dus richtte ze haar ogen verwachtingsvol weer op Bill. Ook hij schudde zijn hoofd en liet zich zelfs door Simones bestraffende blik niet overtuigen.
Raquel en Hannah keken elkaar even aan, Hannah trok een wenkbrauw op en Raquel knikte licht. Toen haalden ze allebei diep adem en barstten tegelijk uit: ‘Jingle bells, jingle bells, jingle all the way!’
Ze zongen het hele nummer, alle coupletten, zonder op of om te kijken. Af en toe was de één iets langzamer dan de andere of struikelden ze even over de volgorde van de woorden, maar over het algemeen klonken ze samen mooi en goed op elkaar afgestemd. Raquels zangstem was wat hoger dan die van Hannah – wat je nauwelijks merkte als ze praatten – en dat zorgde voor een leuk effect, bijna tweestemmig.
Aan het eind van het nummer kregen ze een daverend applaus. Ze bloosden allebei, maar lachten en nestelden zich weer tegen de schouder van hun respectievelijke vriendje. Die keken allebei bewonderend en licht overdonderd; zo vaak lieten de twee meisjes niet horen waar ze toe in staat waren.
‘En ze kunnen ook nog zingen!’ verzuchtte Simone met een glimlach. ‘Jullie blijven me verbazen. Mijn jongens vinden natuurlijk precies twee meisjes die al met elkaar bevriend zijn én, naast hun verschillen, dezelfde verborgen talenten blijken te hebben.’
‘We zijn wel goed,’ zei Bill droog. ‘Het verbaast me eigenlijk helemaal niet. ’t Is wel handig dat we deze keer niet tegelijkertijd op hetzelfde meisje verliefd zijn geworden.’
Aan de andere kant van de sofa liet Tom een zacht gegrinnik horen. ‘Zeg dat wel.’
‘Ik voel een verhaal?’ Hannah trok een wenkbrauw op en keek verwachtingsvol tussen de broers heen en weer.
‘Pfoeh…’ Bill lachte even, hoofdschuddend. ‘Dat is wel lang geleden… Hoe oud waren we toen? Nog heel klein, twaalf of dertien.’
‘Dat is niet héél klein,’ vond Simone.
‘Misschien wel voor verliefdheid.’ Tom haalde zijn schouders op. ‘En nu weet ik niet eens meer hoe ze heet. Katie of Katja of zo.’
‘Kirsten, toch? Ze woonde aan de andere kant van het dorp en we zaten ’s ochtends meestal samen met haar in de bus naar school.’
‘Oh ja. En dan probeerden we op het bankje naast haar te gaan zitten, en we hadden elke keer op weg naar de bushalte ruzie over wie er vandaag het dichtst bij mocht zitten.’
‘En meestal won jij, want uiteindelijk durfde ik dan toch niet. Maar ’s avonds hadden we er altijd weer ruzie over.’ Bill schoot in de lach. ‘Eigenlijk best sneu, als je er over nadenkt.’
‘Ik vond het schattig,’ zei Simone nadenkend. ‘Tot jullie dreigden elkaar de hersens in te slaan met een koekenpan.’
Tom en Bill wisselden een grijns, ze herinnerden zich dat maar al te goed. Ze stonden al met de pannen in de hand toen Gordon en Simone binnen kwamen stormen om hen tegen te houden. ‘Uiteindelijk hebben we nooit iets tegen haar gezegd, geloof ik,’ peinsde Bill. ‘Want toen begon dat hele gedoe met Sony BMG en we hebben nooit meer aan haar gedacht. Ik in elk geval niet.’
‘Sony? Jullie zitten toch bij Universal?’ Hannah fronste even haar voorhoofd. Het verhaal over Kirsten had ze in gedachten al geanalyseerd, ze keek nog steeds licht geamuseerd. Als het een recenter verhaal was geweest had ze zich misschien even bedreigd gevoeld, maar nu was daar geen sprake van.
‘Uh-uh. Maar Sony was de eerste platenmaatschappij die interesse toonde,’ verklaarde Bill. ‘We kregen een proefcontract om te zien hoe we het in de studio deden en vervolgens fuseerde Sony met weetikveelwat tot Sony BMG en vlogen wij eruit.’
‘Dat was hard,’ voegde Tom erbij. Ze waren allebei even stil, de herinnering aan die grote tegenslag liet zich niet in één keer wegslikken. Toen zei Bill, opnieuw vrolijk: ‘En een jaar later kregen we een contract bij Universal en was alles weer goed.’
Daarmee lieten ze het onderwerp varen, kozen een ander en vulden de hele Kerstavond met vrolijkheid. Simone ging koffiezetten en ze aten Kerstkransjes tot ze erbij neervielen; Gordon speelde een stukje gitaar, Simone liet de honden naar buiten om zich in het weiland tegenover het huis even uit te kunnen leven. Ze kwamen druipend van de smeltende sneeuw terug en schudden zich uitgebreid uit boven het gehaakte kleed, zodat iedereen een paar spetters ving. Vervolgens overtuigde Simone hen allemaal om een spelletje te doen en ze vermaakten zich met Triviant, zelfs al wonnen Bill en Tom om beurten omdat ze vroeger eens alle kaartjes uit hun hoofd hadden geleerd.
Raquel had niet langer het idee dat ze van tevredenheid in slaap ging vallen, maar dat betekende niet dat de tevredenheid verdwenen was. Integendeel. Met elke minuut die ze in dit gezelschap doorbracht voelde ze zich meer op haar gemak, meer ontspannen. Ze voelde zich geaccepteerd, met iedereen bevriend (en met eentje natuurlijk meer dan dat). Kerstmis was het feest van liefde, vriendschap, familie, licht en warmte – en ze mocht dan met niemand hier een bloedband delen, ze had toch het gevoel dat alle aspecten van Kerst hier aanwezig waren. Samen vormden ze een perfecte melange, als koffie samengesteld door een grootmeester.
Voor het toefje slagroom zorgde Raquel zelf.

69.

Tegen twaalven gingen ze allemaal naar bed, toen de tweeling begon te klagen dat ze alle kaartjes al eens gehad hadden. Om beurten maakten ze gebruik van de badkamer en verdwenen toen één voor één in de juiste kamer. Gordon en Simone sliepen in de slaapkamer direct tegenover de trap, Tom had de kamer daarnaast en nam Hannah natuurlijk mee. Bills kamertje lag tegenover die van Tom.
Terwijl de zanger nog in de badkamer was, stond Raquel voor het raam van zijn kamer en keek uit over de voortuin van het huis, met de achterliggende weilanden. De kamer zelf had nog de sfeer van een tienerkamer, de kersenrode muren behangen met posters van Nena en Green Day, en een filmposter van The Labyrinth met David Bowie. Bill had een anderhalf-persoonsbed en glow-in-the-dark-sterren op het plafond. Alles leek nog precies zo als toen hij op zijn vijftiende met Tokio Hotel naar Hamburg was verhuisd; de enige aanwijzing dat hij hier niet woonde, was de lege kledingkast waar hun bagage tegenaan leunde.
De deur ging zachtjes open en Bill kwam binnen, warrig haar en een trainingsbroek die zo laag hing dat de stertattoo op zijn rechterlies te zien was. Raquel glimlachte en wist dat hij dat kon zien in de reflectie van het raam.
‘Waar kijk je naar?’ vroeg hij op halve fluistertoon, terwijl hij achter haar kwam staan en zijn armen om haar heen sloeg.
‘Nergens naar,’ antwoordde ze. ‘Gewoon naar buiten. Het is hier mooi.’
‘Voor een tijdje misschien,’ vond hij. ‘Daarna ga je je eraan ergeren dat het zo saai is.’
Ze lachte. ‘Jouw jeugd klonk anders niet alsof je je vreselijk verveelde.’
Dat moest hij toegeven en grinnikte. ‘Daar komen al die dingen vandaan die we hebben uitgevreten. Het was hier saai, dus maakten wij het spannend.’
‘Dat is jullie dan goed gelukt,’ glimlachte ze. Even bleven ze zo staan, tegen elkaar aan geleund, starend door de ruit naar het donkere weiland waar ze allebei niet naar keken. Toen zei Raquel stil: ‘Ik ben zo blij om hier te zijn, weet je? Alles is zo… warm.’
Bill begreep dat ze daarmee niet de kamertemperatuur bedoelde en trok haar stevig tegen zich aan, plaatste zorgvuldig een kus in haar hals. ‘Ik ben blij dat je dat zegt,’ antwoordde hij zacht. ‘En dat je hier bent.’ Hij slaakte een lichte zucht; geen verdrietige, eerder een verwonderde. ‘Voor mij is het af en toe ook onwerkelijk dat jij bestaat… En dat je bij mij hoort. Soms ben ik bang dat het allemaal een droom is en als ik wakker word, ben ik weer alleen.’
‘Nur Geträumt,’ mompelde Raquel en hij knikte; ze zag zijn glimlach in het raam. ‘Was je dan zo alleen?’
Hij haalde half zijn schouders op. ‘Alleen… Ik ben nooit helemaal alleen, natuurlijk. Of het nu Tom is, of Georg of Chantal of Gustav, er is altijd iemand in de buurt. Maar dat zijn vrienden of familie. Dat is anders.’
Zoiets had Simone ook gezegd, dacht Raquel. Ze kon zich maar half voorstellen hoe dat moest voelen, nooit alleen. Dan had hij ook zelden een moment voor zichzelf – hoewel, een moment alleen met Tom was voor hem waarschijnlijk hetzelfde als een moment voor zichzelf.
‘Ik heb vóór jou eigenlijk nooit een vriendin gehad,’ mompelde Bill, zijn blik naar de ruit gericht.
‘Eigenlijk?’
‘Hm… Ik vind “affaire” een stom woord, het klinkt meteen zo negatief, maar…’ Hij bloosde – hij bloosde écht. Had ze hem ooit eerder rood zien worden? Ze kon het zich niet herinneren, maar moest vaststellen dat hij er zo erg schattig uitzag.
‘Ik was zeventien en behoorlijk naïef, laten we het daarop houden,’ zei hij vlug. ‘Het duurde niet lang, misschien net twee maanden, en ik was niet echt verliefd op haar… Ik was gewoon een hopeloos geval met teveel hormonen.’
Raquel giechelde en draaide haar hoofd opzij, zodat ze een kus op zijn mondhoek kon drukken. ‘Ik hoef het niet per se te weten, weet je.’
‘Gelukkig,’ zuchtte hij. ‘Ik zeg altijd dat je je niet moet schamen voor waar je vroeger in geloofde, maar dat was toch behoorlijk gênant.’
‘Ach… Ik had vóór jou zelfs nog nooit iemand gekust,’ bekende Raquel. ‘Ik was altijd veel te verlegen.’
‘Echt?’ Bill klonk oprecht verbaasd. ‘Dat heb ik niet eens gemerkt.’
‘Gelukkig,’ herhaalde ze zijn opgeluchte zucht.
Toen bleven ze weer een tijdje stil, starend naar de donkere hemel boven het weiland. Er waren geen sterren te zien en even vond Raquel dat jammer, tot haar ogen plotseling de kleine witte vlekjes oppikten, die als speldenprikken afstaken tegen het zwart van de nacht.
‘Het sneeuwt,’ zei Bill zacht.
Op hetzelfde moment deed er iets klik in Raquels hoofd, alsof er iets op zijn plaats viel. Een beslist, warm gevoel spreidde zich langzaam uit door haar binnenste, vanaf haar hart tot in de plotseling tintelende toppen van haar vingers.
Ze reikte naar voren en trok de gordijnen dicht, sloot het weiland en de sneeuw buiten, maar hield de geborgenheid hier, in de kamer. Zonder Bills armen te verplaatsen draaide ze zich om en ging op haar tenen staan, nu net groot genoeg om zijn lippen te kunnen kussen. Hij ging gretig in haar kus mee, was echter niet bedacht op de woorden die ze in zijn oor fluisterde.
Even versteende hij, verrast en bang dat hij haar verkeerd had verstaan; maar toen ze het herhaalde verschenen er lichtjes in zijn ogen, als vlokjes sneeuw tegen de donkere achtergrond van zijn irissen.
Raquel was geen moment onzeker. Ze had het wel verwacht, maar deed zichzelf versteld staan: geen spoortje zenuwen. Het moment was té perfect, het vertrouwen in elkaar onbreekbaar. En het was allemaal echt, geen droom.
Elk vlekje op zijn huid dat het imago van perfectie verstoorde (en haar daardoor alleen maar beter beviel). Elk haartje op haar armen dat zich oprichtte door de groeiende warmte. Elk onzichtbaar spoor dat zijn vingers volgden over haar rug. De korte prik van pijn voordat haar lichaam en geest werden overgoten met een gevoel…
Een gevoel dat ze zelfs niet zou kunnen beschrijven aan iemand die het al kende. Een gevoel dat van heel diep kwam, een gevoel dat haar volledig overnam. Het oudste gevoel van de mensheid.
Het was de eeuwenoude verzegeling van de liefde.

Raquel werd wakker als een opgerold bolletje tegen Bills buik. Hij sliep nog en zo te zien als een blok; zijn ademhaling blies ritmisch door haar haren.
Ze bleef stil liggen en probeerde te peilen hoe ze zich voelde, na alles wat er gisteren gebeurd was. Op een bepaalde manier heel vrouwelijk, en zich hyperbewust van elk deel van haar lichaam. Maar op een goede manier. Het was misschien een volkswijsheid dat menselijke perfectie niet bestaat, maar gisteravond had ze toch iets van die perfectie geproefd, en de herinnering van al haar zintuigen had zich diep in haar geheugen gegraven. Het was de rijkste herinnering die ze had, gevuld door zintuigen die op scherp hadden gestaan.
Glimlachend legde ze haar hoofd weer tegen Bills schouder en doezelde opnieuw in slaap. Toen ze voor de tweede keer haar ogen opendeed bewoog hij onder haar wang, voelde ze zijn vingers door haar haren strijken. Raquel leunde een stukje achteruit en lachte naar zijn ietwat verfrommelde gezicht, met de chaos aan zwart haar en nog kleine slaapoogjes. Maar hij lachte terug, dus hij was echt wakker.
‘Goedemorgen,’ mompelde hij, zijn stem schor. ‘Goed geslapen?’
Raquel begreep de dubbele betekenis achter zijn vraag meteen; ze glimlachte breed en knikte, verzekerde hem: ‘Het was een perfecte nacht.’
Bill boog zich voorover en drukte een kus op haar lippen, ochtendadem en al. ‘Daar ben ik blij om.’
Ze nestelde zich weer tegen hem aan; hij was zo warm als een kacheltje en ondanks dat er aan zijn hele lijf geen spoortje vet te vinden was, deed hij het prima als kussen. Bill vond het geen enkel bezwaar dat ze weer bij hem kwam liggen en wikkelde een arm om haar middel.
‘Je bent mooi, wist je dat?’ fluisterde hij in haar oor. ‘Ik denk het elke keer als ik je zie, maar ik zeg het nooit.’
‘Hoeft ook niet,’ mompelde ze terug. ‘Zo mooi ben ik niet. Jíj bent mooi… Ook al klinkt dat raar.’
Hij grinnikte. ‘Valt wel mee. Je moest eens weten wat ik soms te horen krijg. Maar ik meen het serieus. Je bent prachtig.’
‘Houd op,’ mompelde Raquel, die niet wist wat ze met die complimenten aanmoest. Ze was misschien niet lelijk – ze vond zichzelf ook helemaal niet lelijk, maar prachtig was een beetje teveel van het goede.
Natuurlijk trok Bill zich daar niets van aan en ging rustig door: ‘Je ogen en je neus en je lippen en die kleine oortjes. En je haar, natuurlijk. Krullen zouden me vast niet staan, maar ik zou willen dat ik zulk mooi haar had.’
‘Ik wilde het eigenlijk afknippen,’ peinsde ze, herinnerd aan een vaag idee van een hele tijd geleden. ‘Schouderlengte misschien.’
Bill maakte een geschokt geluidje en duwde haar een stukje van zich af, zodat ze zijn grote ontdane ogen kon zien. ‘Afknippen? Dat is zonde! Waag het niet!’
‘Ik zal het niet doen,’ stelde ze hem gerust. ‘Eigenlijk ben ik best gehecht aan mijn haar.’
‘Ik ben ook gehecht aan jouw haar,’ lachte hij zacht en wikkelde een paar krullen om zijn vingers. ‘Aan alles van jou. Niet weggaan, oké?’ Hij klonk weer ontzettend slaperig, maar wel serieus.
‘Oké,’ stemde ze in. ‘Ik ga nergens heen. Behalve misschien zo meteen naar de badkamer.’
‘Daar kan ik mee leven.’ Bill glimlachte en drukte nog een kus op haar lippen. ‘Hoe laat is het eigenlijk?’
Raquel had geen idee en draaide zich om, zoekend naar een klok. Uiteindelijk constateerde ze dat de wekker op het nachtkastje stilstond en er verder geen klok te zien was, dus mompelde ze: ‘Geen idee. Sta op en vraag het.’
‘Straks zijn ze nog niet wakker.’
‘Dat betwijfel ik, met jouw talent om ’s middags pas tegen vieren wakker te worden.’
‘Het is in elk geval geen vier uur, dan was mama al lang komen klagen,’ grinnikte Bill en schrok op hetzelfde moment op: er werd op de deur geklopt. ‘Oh jee, het is toch vier uur.’
Simones stem klonk heel zachtjes door het hout heen: ‘Bill, Raquel? Zijn jullie al wakker?’
‘Bijna!’ riep Bill terug. ‘Hoe laat is het?’
‘Half elf,’ antwoordde zijn moeder. ‘Komen jullie? Ik ga de broodjes opbakken.’
Ze beloofden om op te staan en kropen vervolgens nog even tegen elkaar aan. Raquel was niet moe en wel nieuwsgierig naar wat er vandaag zou gebeuren, maar ergens leek het haar toch geen slecht idee om de hele dag in Bills armen genesteld te blijven. Alleen vermoedde ze dat de idylle niet veel langer zou duren, met Tom en Hannah in de buurt.
Dus stonden ze na tien minuten soezen op. Raquel besefte dat ze voor de Kerstdagen alleen kleren in rood en zwart had meegenomen, voelde zich even heel onorigineel en kleedde zich na een kattenwasje toch gewoon aan. Zwarte spijkerbroek, rood truitje. In een impuls viste ze twee elastiekjes uit haar toilettas en vlocht haar haren tot twee lange vlechten, die tot halverwege haar rug reikten.
Vervolgens kreeg ze een kus van Bill en slenterden ze hand in hand naar beneden.

70.

De hele benedenverdieping rook naar warme broodjes. In de woonkamer stond een vaas rozen in verschillende kleuren; toen Bill en Raquel binnenkwamen barstten Tom en Hannah net in lachen uit. De gezellige sfeer van de avond daarvoor kwam onmiddellijk terug en Raquel begon automatisch breed te glimlachen.
Het ontbijt ging gepaard met net zoveel vrolijkheid als het avondeten. Zelfs de tweeling was wakker, niet zo duf en slaperig zoals de meisjes hen van de ochtenden in Hamburg kenden. De broodjes smaakten voortreffelijk met Simones zelfgemaakte bessenjam en dus moesten ze na het eten alle schalen afwassen.
Ongeveer een half uur later verlieten Tom en Hannah als eerste de woonkamer. Deze keer niet sneaky met z’n tweeën, maar achter Gordon aan naar de achtertuin. Daar, in wat eigenlijk bedoeld was als gereedschapsschuurtje, bewaarde Gordon zijn gitaren en alles wat daarbij kwam kijken. Het was zijn eigen kleine studio aan huis. In hun dagen als scholierenbandje zonder platencontract had Tokio Hotel daar heel wat uren doorgebracht.
De honden eisten Bills aandacht op. Ze lagen met z’n vieren op het gehaakte kleed, Bill op zijn rug met de honden half over hem heen, en waren voor de rest van de wereld even onbereikbaar. Raquel kroop in een hoek van de sofa; ze benutte het moment om zich vol te zuigen met de sfeer die door het hele huis hing, met de warmte en vredigheid. Het gevoel deed haar een beetje denken aan het weekend in Parijs, samen met Bill, alleen zij tweeën. De tijd daar had haar het gevoel gegeven dat ze uit de wereld waren gestapt, eventjes maar, om in een andere dimensie te kunnen genieten zonder aan iets anders te hoeven denken dan aan elkaar. Zo voelde het nu ook.
Simone kwam in de andere hoek van de sofa zitten, met een beker thee in haar hand, en keek even glimlachend naar haar zoon. Toen draaide ze zich naar Raquel en vroeg vriendelijk: ‘Wil je misschien nog iets drinken, liefje?’
‘Oh, nee, dank je,’ sloeg Raquel snel af en, om geen pijnlijke stilte te doen vallen, voegde eraan toe: ‘Ik vind de muren echt heel mooi. Die zijn van u – jou – toch?’
‘Dat klopt,’ glimlachte Simone en liet haar blik door de kamer glijden, alsof iemand die voor het eerst weer eens goed om zich heen blikte. ‘Eerst was het hier zo donker, toen we hier kwamen wonen… Dus heb ik het huis een kleurtje gegeven.’
‘En met succes,’ grijnsde Bill, die zich naar hen omdraaide. ‘Waarom laat je Raquel je atelier niet zien?’
‘Zou je dat leuk vinden?’ Simone draaide zich vragend naar Raquel om. Die knikte, een tikje verlegen, en stond op zodra Simone dat deed. Bill schonk haar een glimlach met een knipoog, allebei om haar gerust te stellen. Het was duidelijk dat ze – ondanks alle warmte – een beetje onzeker werd van het idee om alleen met Simone te zijn.
Na even diep inademen volgde Raquel de vrouw over de drempel. De regenboogdeur duwde ze zachtjes achter zich dicht; toen draaide ze zich om.
Haar eerste indruk was chaos. Een aantal schildersezels, twee bezet en eentje leeg, doeken die langs de wanden waren opgesteld. Een lange tafel vol verfvlekken, potjes, penselen, verschillende paletten. Een kast met deurtjes en twee houten stoelen. Tegelijkertijd ademde het geheel een rustige sfeer uit – een rustig makende. Alsof de kamer fluisterde: “Neem de tijd, er is geen haast bij.” Twee grote ramen zorgden voor helder licht.
‘Wat een mooie ruimte,’ zei Raquel bewonderend.
Simone lachte. ‘Dank je. Ik breng hier dagelijks heel wat uren door.’ Ze liep naar één van de schildersezels waar een doek op stond te drogen, keek er even peinzend naar en zette hem toen bij de anderen tegen de wand. ‘Dat zijn de doeken waar ik niet tevreden mee ben,’ verklaarde ze met een glimlach naar Raquel. ‘Ik ben gevraagd om mee te doen aan een tentoonstelling met allemaal verschillende kunstenaars, maar themaschilderen is nooit echt mijn ding geweest. Het duurt op die manier veel langer voor ik iets inbreng.’
Raquel knikte begrijpend en probeerde te bedenken wat ze daarop kon zeggen, maar Simone was haar voor: ‘Ik heb iets voor je,’ zei ze. Dat verbaasde Raquel, om begrijpelijke redenen, ze voelde zich even een tikje opgelaten – Bill had dan wel gezegd dat ze echt niets mee hoefde te nemen, ze wenste nu toch dat ze iets terug had kunnen geven.
Simone stond al bij de kast en had één van de deurtjes geopend. Erachter lagen twee stapels papier. Allemaal tekeningen, besefte Raquel toen Simone één van de stapels uit de kast tilde. Het grootste deel was met houtskool getekend; een flink contrast met de kleurige schilderijen, maar daardoor niet minder mooi.
‘Hier.’ Simone legde de stapel terug in de kast, maar draaide zich met een tekening in de hand naar Raquel om. Het meisje deed een stap dichterbij en nam het blad schaapachtig aan. Een blik op de afbeelding deed haar adem stokken.
Bill.
Een jongere versie van Bill, dat wel. Zijn haar was korter, hoewel al tot op zijn schouders, en de make-up rond zijn ogen was niet zo dik aangezet. Ze gokte op een portret uit de Der letzte Tag-periode. Simone had hem half slapend afgebeeld, het ene oog dicht, het andere bijna. Om zijn lippen lag een typisch glimlachje. Het was een houtskooltekening, maar zo levensecht dat het Raquel even de adem benam.
Er bestond maar één manier om Simone hier passend voor te bedanken. Raquel legde de tekening zorgvuldig opzij en sloeg haar armen om Simone heen. Ze schrok er zelf even van, maar Bills moeder beantwoordde haar omhelzing als vanzelfsprekend.
‘Je hoeft me niet te bedanken, liefje,’ zei ze zacht. ‘Ik moet jou bedanken. Omdat je mijn zoon gelukkig maakt.’
‘Hij maakt míj gelukkig,’ antwoordde Raquel eveneens op bijna-fluistertoon.
Simone lachte weer. ‘Geen wonder dat jullie zo goed bij elkaar passen.’
Om dat uit de mond van Bills moeder te horen, was één van de beste momenten van Raquels leven.

Helaas kwam er ook een einde aan Kerstmis. Na drie dagen bracht Raquel haar tas weer naar de auto en zette die met tegenzin in de achterbak. Ze probeerde zich aan Elvira’s vrolijke gezicht te herinneren, toen ze met haar voorstel voor de reis naar Spanje kwam, maar haar brein schotelde haar alleen herinneringen aan de koude, afstandelijke Elvira voor. Daar had ze er simpelweg meer van – en de tegenzin om weg te gaan groeide. Ze wilde niet naar huis, ze wilde bij Bill blijven. Liefst ook nog in Loitsche.
Dat kon helaas niet, dat was de afspraak niet. Dus liep ze mismoedig terug naar het huis om afscheid te nemen.
Zowel Simone als Gordon omhelsde hen deze keer; eerst Hannah, toen Raquel, vervolgens de tweeling. Simone overstelpte hen nog met overbodige opmerkingen (“Rij voorzichtig! Bel me als je thuis bent! Doe David de groeten van me!”) en toen moesten ze echt gaan. Tom kroop breed grijnzend achter het stuur, hij had van Bill de sleutel gekregen. Simone kwam hen door het raampje nog een allerlaatst afscheidszoen geven; op de achtergrond lieten de honden een korte blaf horen. Vervolgens manoeuvreerde Tom de BMW achteruit de straat op, toeterde even en trapte op het gas. Zwaaiend door de autoruit lieten ze Loitsche achter zich.

Tijdens de autorit had Raquel tegen Bill aan gezeten, om zoveel mogelijk van zijn nabijheid te hebben voordat ze weer een tijd zonder elkaar moesten. Ze hoopte dat het zo makkelijker zou zijn om uit de auto te stappen, maar dat was het niet. Het kostte een lange afscheidszoen, heel wat zelfbeheersing en een opmerking van Tom (die overigens zelf bij het afscheid van Hannah heel wat theater had gemaakt) voor Raquel uiteindelijk het huis binnenging. Háár huis. Thuis.
De BMW sukkelde tergend langzaam de straat uit; ook de tweeling wilde dit moment zo lang mogelijk uitstellen. Helaas hadden ze geen keus, Hannah was inmiddels ook al thuis en David wilde de broertjes terug in Hamburg hebben.
Raquel was nog een dag alleen voor haar moeder en broertje terugkwamen uit Spanje. Ze besteedde die tijd aan het wassen van kleren, harpspelen en staren naar de sneeuw in de achtertuin. Bijna was ze nog naar de stad gegaan om ergens een kerstboom te zoeken, die ze – omdat er met Kerst niemand thuis was geweest – niet hadden. Raquel vond de woonkamer plotseling pijnlijk kaal, maar uiteindelijk kon ze zich er niet toe zetten om nog te gaan zoeken. Ze duikelde een paar kaarsjes op en dat moest maar genoeg zijn.
Op achtentwintig december kwamen dan eindelijk haar moeder en broertje thuis. Raquel sprong op van de sofa zodra ze de sleutel in de voordeur hoorde, maar Jonathan was nog altijd sneller. Ze stond nog niet eens in de gang of hij had zijn armen al stevig om haar heen geslagen. ‘Zussie!’
‘Hé daar,’ lachte ze en knuffelde hem terug, blij om hem te zien. Hij keek haar stralend aan; toen kwam ook Elvira binnen en Raquel verstrakte even, maar Elvira’s gezicht was één en al glimlach. Ze gaf haar dochter zelfs een kus en het meisje voelde zich weer ontspannen. De herinneringen aan de afstandelijke Elvira werden eindelijk naar de achtergrond verbannen.
Even later zaten ze met z’n drieën aan tafel, Jonathan met een groot glas sap en de andere twee met een beker thee. Jonathan vertelde honderduit – over het vliegtuig, over de taxichauffeur, over hun oma, diens huis en honden en kookkunsten, over het Spaans dat hij soms wel en soms niet begreep, over zijn cadeautjes. Raquel grinnikte af en toe hardop, maar onderbrak hem geen enkele keer. Dat was ook niet nodig, want hij vertelde alles zo gedetailleerd dat de thee in de theepot ijskoud was toen hij eindigde.
Even bleven ze allemaal stil, lieten de woordenwaterval goed tot zich doordringen. Toen drukte Raquel een kus op Jonathans voorhoofd en zei glimlachend: ‘Ik ben blij dat het leuk was.’
Jonathan knikte enthousiast, nam een grote slok sap en slaakte een diepe, voldane zucht. Zijn gezicht werd steeds slaperiger, alle leuke dingen en daarbovenop nog een vliegreis eisten duidelijk hun tol – zelfs van het meest energieke kind. Dus bracht Elvira hem direct na een vlugge broodmaaltijd naar bed.
Bij terugkomst zat Raquel op de sofa en typte juist een sms’je in haar gsm. Elvira sloot de kamerdeur achter zich, keek even toe en vroeg toen: ‘Bill?’ Haar stem klonk neutraal.
‘Hannah,’ antwoordde Raquel, eveneens neutraal, en stopte haar gsm weg. ‘Over oudjaar. Ze blijft hier, net als ik.’
Elvira knikte. Ze aarzelde kort, maar kwam toch naast Raquel zitten en legde haar handen in haar schoot. Het leek erop dat ze iets wilde zeggen en niet wist hoe, dus bleef Raquel stil afwachten. Tenslotte begon Elvira met een standaard formule om haar woorden aan op te hangen. ‘Ik heb zitten denken… Over jou en Bill.’ Zijn naam kwam stroef over haar lippen. ‘Vooral over wat je tegen me gezegd hebt… Dat ik hem vanaf het begin al niet heb gemogen.’
Raquel deed haar mond al open, maar Elvira liet haar niet aan het woord komen. ‘En je hebt gelijk, ja. Ik vertrouw hem nog steeds niet.’
‘Ik wel,’ viel Raquel haar toch in de rede. Ze dacht aan Kerstavond – vooral aan de daaropvolgende nacht – en kon een glimlach niet onderdrukken. En óf ze hem vertrouwde!
‘Dat weet ik,’ zei Elvira zacht. ‘Raquel…’ Ze boog zich naar haar dochter toe en nam aarzelend diens hand in de hare. ‘Houd dat vast, oké?’
‘Huh… wat?’ Die kwam onverwacht.
Elvira zuchtte. ‘Je hebt toch gezien hoe het met Nicolas en mij… Dat ging ook om vertrouwen, begrijp je? Te weinig vertrouwen. En of ik jouw vriendje nu vertrouw of niet, het gaat in de eerste plaats om jou. Dus… Om je ervoor te behoeden dat ooit zoiets jullie gebeurd als tussen mij en je vader, wilde ik je dit zeggen.’
Impulsief sloeg Raquel haar armen om haar moeders schouders. ‘Dank je, mam.’
Voor het eerst in tijden voelde het weer goed om dat zeggen; in behoedzame woorden verpakt had Elvira haar eindelijk haar zegen gegeven.

71.

Voor Chantal betekende de laatste dag van het jaar meestal niets anders dan een reden tot feesten. Ze deed niet aan voornemens, daar zou ze zich toch niet aan houden, en ze was geen melancholisch type dat aan het eind van het jaar per se even stil moest staan bij alles wat er in de afgelopen twaalf maanden was gebeurd.
Dit jaar kon ze echter niet anders. Dit jaar was er zoveel gebeurd, zoveel veranderd, zoveel geëindigd en zoveel begonnen dat ze er niet aan kon ontsnappen.
Op de laatste dag van het jaar werd Chantal pas om tien uur wakker, in wat ze nu veel meer beschouwde als haar eigen bed dan dat bij haar ouders thuis. De geur van koffie kriebelde in haar neus; iemand was dus al wakker. Ze gokte op Gustav. Onmiddellijk op die gedachte volgde het besef dat 2009 vandaag eindigde – ze hield even haar adem in en liet zich toen snel uit bed glijden. Een vreemd gevoel meldde zich in haar maag, bijna een soort nervositeit. Dit jaar was zo ongelooflijk snel voorbij gegaan.
Na een hete douche kleedde ze zich aan, nonchalant in jurkje en maillot, en slenterde naar de keuken. Zoals voorspeld zat Gustav al aan tafel. Hij begroette haar met een vriendelijk “Goedemorgen, de koffie staat op het aanrecht” en ze trok een dankbaar gezicht. ‘Goedemorgen. Je bent een engel.’
Gustav schudde even zijn hoofd en concentreerde zich weer op zijn krant. Chantal was het van hem gewend; zijn zwijgzaamheid stoorde haar vreemd genoeg helemaal niet. Daarbij was ze zelf sowieso niet de beste gesprekspartner voor bij het ontbijt, tenminste niet tot ze een grote beker koffie achterover had geslagen. In dat opzicht was ze precies de tweeling. Ook de broertjes vertelden Gustav ’s ochtends regelmatig hoe gezegend ze waren met zijn aanwezigheid.
Om elf uur kwam Georg binnen slenteren en schonk meteen een glas tomatensap in. Chantal hapte inmiddels in een croissant, haar tweede beker koffie binnen handbereik. Sinds ze hier woonde was haar koffieconsumptie flink omhoog gegaan, moest ze toegeven. Nog zo’n verandering die 2009 met zich mee had gebracht. Toegegeven, een kleine, maar niettemin een verandering.
Krap veertig minuten later hoorden ze eindelijk geluid vanuit de kamers van de tweeling. Tom brulde iets onverstaanbaars door de gang, kreeg een geïrriteerd “Jaaa!” van zijn tweelingbroertje als antwoord en verscheen vervolgens in de keuken. ‘Bill is wakker,’ meldde hij met een nog schorre slaapstem.
‘Nu jij nog,’ grijnsde Georg voorspelbaar. Tom stak zijn middelvinger op en slofte naar het aanrecht. Het was allemaal zo typisch, zo standaard, zoals Chantal het al honderd keer had meegemaakt – en juist daarom moest ze glimlachen. Omdat het betekende dat ze erbij hoorde. Weinig mensen kenden de jongens op dit moment van de dag, weinig mensen hadden hen zo meegemaakt.
Zij was één van die mensen.
Even later maakte ook Bill eindelijk zijn opwachting. Zijn aanblik versterkte Chantals glimlach nog eens extra: hoeveel mensen kenden Bill nu volledig zonder make-up, met loshangend haar waar hij waarschijnlijk nog niet eens een borstel doorheen had gehaald, in zijn versleten trainingsbroek en veel te grote Goofy-shirt, met afbladderende nagellak? Momenten als deze gaven Chantal het gevoel geen vijfde wiel aan de wagen te zijn – of het moest om een vijfwieler gaan.
‘Gelukkig oudjaar,’ murmelde Bill en pakte de beker koffie aan die Tom voor hem had ingeschonken.
‘Bill, niemand zegt dat,’ grinnikte Georg hoofdschuddend.
‘Wel. Dat hoor je toch.’ Bill stak zijn tong naar hem uit, maar die actie verloor een tikje aan kracht door de enorme gaap die erop volgde. Ach ja. Het was ook nog geen twaalf uur.

Tegen tienen verzamelden ze zich allemaal in de woonkamer. Alleen Tom en Gustav hadden die dag daar doorgebracht, voornamelijk met Super Mario en een fles cola; Bill kwam uit de studio geslenterd, Georg uit zijn kamer met zijn gsm aan zijn oor en Joëlles naam op de display. Chantal had met haar laptop op haar kamer gezeten, haar msn-gesprek met Hannah en YouTube doodden effectief de tijd.
Nu zaten ze allemaal rond de salontafel, de koffiekan ging rond langs alle uitgestrekte bekers. Even bleef het stil, terwijl Chantal haar koffie met suiker op smaak bracht en Georg een paar cupjes melk in zijn beker leegde. Toen zei Bill – natuurlijk de eerste die zijn mond opendeed – op bedachtzame toon: ‘De laatste paar uur van deze dag zijn altijd raar, vinden jullie niet?’
‘Zo langzaam,’ stemde Tom in. ‘Er komt nooit een einde aan.’
Weer bleef het even stil; weer was het Bill die de stilte verbrak. ‘Maar 2009 was wel een goed jaar, vind ik. Vooral de tweede helft.’
Nu kwam het instemmend gemompel van alle kanten, niet alleen van Tom. Chantal had het gevoel in een soort traditie geland te zijn, zoals de jongens bij elkaar waren gekomen en serieus keken. Het maakte haar trots om hier bij te zijn; dit was een moment voor alleen Tokio Hotel, alleen zij.
Dat gevoel had Chantal tijdens de Kerstdagen volledig in de steek gelaten. Aan de ene kant was ze blij geweest om haar moeder weer te zien, de vertrouwde straten van Berlijn, haar oude kamer, de sporen van haar jeugd. Aan de andere kant had ze zich buitengesloten gevoeld – vooral door de tweeling. Ze had geprobeerd zichzelf wijs te maken dat ze zich aanstelde; tenslotte gingen Georg en Gustav toch ook naar huis, niet naar Loitsche, het was toch volkomen normaal dat iedereen Kerstmis bij zijn of haar familie vierde. Maar dat Raquel en Hannah wél naar Loitsche gingen, wél de ouders van de tweeling leerden kennen, wél al die dingen ontdekten die Chantal ook wilde weten… Dat maakte haar jaloers en terneergeslagen tegelijkertijd. Net alsof Raquel en Hannah op de één of andere manier meer bij Tokio Hotel hoorden dan zijzelf.
Van dat gevoel was inmiddels geen spoortje over. Ze luisterde naar de jongens, die om de beurt iets noemden uit 2009 dat hen voor altijd bij zou blijven, en voelde sterker dan ooit de band die hen verbond. Hen, inclusief haar.
Bills eerste herinnering-voor-altijd was natuurlijk: ‘Raquel.’
Waarop Tom “Hannah” aanvulde en Georg “Joëlle”, zodat ze allemaal even grijnsden en Gustav plagerig aankeken. Die bleef kalm als altijd en zei rustig: ‘Wat dachten jullie van Chantal?’
‘Natuurlijk!’ riep Bill meteen. Zijn blik ging verwachtingsvol naar haar en hij zei bemoedigend: ‘Nu jij. Welk iets of iemand uit het afgelopen jaar zal jou voor altijd bijblijven?’
Het antwoord lag voor de hand, dus trok Chantal een serieus gezicht en antwoordde: ‘Mijn scheikundeleraar.’
De jongens schoten verbluft in de lach; ze wachtte even, inwendig grijnzend, uiterlijk nog altijd bloedserieus. Toen verbeterde ze zichzelf: ‘Of misschien toch eerder jullie. Ik twijfel nog.’
Tom, die het dichtstbij zat, gaf haar een por. ‘Ja, vast. Geloof je het zelf.’
Ze deed weer of ze nadacht en schudde vervolgens haar hoofd. ‘Hmm… Nee.’
‘Flauwerik.’ Bill stak zijn tong naar haar uit, zich heerlijk onbewust van de fladderende vlinders in haar maag, en ging verder met het opnoemen van hoogtepunten uit 2009. ‘Het weekend Parijs.’
Tom was aan de beurt. ‘Wenen.’
‘De WMA’s.’ Georg.
‘Jullie machtsstrijd met David.’ Een hoofdschuddende Gustav.
‘Kerstavond.’ Bill glimlachte dromerig en alleen Tom begreep waar hij het écht over had.
Chantal weer: ‘Mijn auditie.’
In gedachten voegde ze er nog een hele lijst aan toe: de problemen met Raquel, alle nieuwe gevoelens van jaloezie en onzekerheid en haat waarvan ze niet geweten had hoe fel ze konden zijn. De vlinders in haar buik elke keer dat ze Bill zag glimlachen; het besef dat die gevoelens zo snel niet over zouden gaan, zeker niet nu ze met hem in één huis woonde. Allemaal dingen die ze niet hardop kon zeggen.
Tegen niemand: ze was heel haar leven lang close geweest met niemand anders dan Raquel. Ze had geen vertrouwenspersoon meer. Hannah? Die stond ongetwijfeld aan Raquels kant, zo goed als die inmiddels bevriend waren. Iemand van de jongens? Chantal vermoedde dat die het haar niet dank af zouden nemen als ze haar gevoelens verraadde. Tenslotte ging het om hun frontman, om hun collega, en diens vriendin, die hij op handen droeg. Nee, ook dat was geen optie.
Dit soort gedachten kon Chantal niet uitstaan; het deprimeerde haar, zette haar aan tot piekeren, en dat haatte ze. Gelukkig was ze een meester in het wegstoppen van die gedachten en toverde de goede gevoelens tevoorschijn, de opgewekte en tevreden gevoelens. De gevoelens van erbij-horen en deel-van-de-groep-zijn.

Om tien voor twaalf, na een paar potjes ezelen om de tijd mee door te komen, ging de tweeling glazen uit de keuken halen. Glazen op een steeltje: champagneglazen. De bijbehorende drank kwam uit de koelkast tevoorschijn en Gustav zette de tv aan. Op alle zenders bereidden ze zich voor op de laatste minuten van 2009, op de eerste minuten van 2010.
Om twee voor twaalf schoot Tom de kurk van de champagnefles en raakte bijna Georgs voorhoofd; Bill nam de fles over en schonk zorgvuldig de glazen vol.
Eén voor twaalf. Zelfs Gustav begon tekenen van ongeduld te vertonen, Bill stond te wiebelen op zijn sokken. Chantal staarde naar de secondewijzer van de klok.
Het aftellen begon. Iedereen greep naar een glas bruisend gouden wijn, hief die omhoog en brulde mee: ‘Tien – negen – acht – zeven – zes – vijf – vier – DRIE – TWEE – ÉÉN…’
Ze haalden diep adem en schreeuwden in koor: ‘Gelukkig Nieuwjaar!’ Het rinkelen van de glazen zette hun woorden kracht bij; op de achtergrond sproeide het eerste vuurwerk vonken over de stad.
Na de eerste slok champagne zette Bill zijn glas weg en sloeg zijn armen om zijn broer heen. ‘Frohes Neues, Tommy.’
Tom kneep hem even fijn, gaf hem toen een zachte mep tegen zijn achterhoofd en liet hem glimlachend los. Daarna waren de anderen aan de beurt; iedereen omarmde iedereen, wenste elkaar nog eens persoonlijk een gelukkig nieuwjaar. Chantal haalde diep adem en concentreerde zich op dit moment, dit gevoel, deze paar seconden.
Dit, dacht ze, dit is pas echt een herinnering voor altijd.
72.

Januari was de rustigste maand sinds… wel, sinds Chantals auditie en de achtbaan die daarop volgde. Raquel kon zich nauwelijks meer herinneren zo’n normaal dagelijks leven te hebben gehad, het kostte haar bijna moeite om zich daar weer aan aan te passen. Nou ja, het was zo normaal als het ging met internationaal beroemde rockzanger Bill Kaulitz als vriendje. Buiten dat ene kleine detail haalde het “normale leven” haar weer in; ze werkte in het Italiaanse restaurant, zag Hannah en Lisanne minstens vijf keer per week en keek Disneyfilms met haar broertje. Na de eerste paar dagen van om zich heen kijken en zich afvragen waarom er niemand naar haar staarde, was Raquel het weer gewend een anonieme burger te zijn – en zich ook zo te voelen. Het voelde goed.
Alleen in haar kamer schitterde het bewijs van haar niet zo normale leven. Op het prikbord boven haar bureau had Raquel alles wat met Bill te maken had een plekje gegeven: de tekening van Simone in het midden, omringd door de treinkaartjes naar Hamburg, haar vliegtickets van Wenen, Parijs en Monaco, en natuurlijk foto’s. Geen fotoshootfoto’s, niets uit tijdschriften of van internet; allemaal privébeelden, die alleen de in-crowd kende. Foto’s van haar en Bill, van Tom en Hannah, van Georg en Gustav en ook Chantal. Nog meer foto’s van Bill. Net-uit-bed-foto’s, of ontbijtfoto’s, of gewoon spontaan ontstane beelden van Bills gezicht, profiel of rug. Bill op alle momenten van de dag. Het was goed dat David niets van haar prikbord wist, anders had hij haar zeker hele doemscenario’s voorgehouden, maar wie zou er nou allemaal in Raquels kamer komen? Niemand die niet allang van haar relatie wist.
Met Elvira ging het elke dag beter. Tussen haar en Jonathan was sowieso alles weer zoals het hoorde, ze deed haar best om dat zo te houden en hij was te jong om het haar voor altijd te blijven verwijten. Voor Raquel lag dat anders, maar ook zij deed haar best om de kapotte verstandhouding met haar moeder te herstellen. In elk geval vermeden ze elkaar niet, Elvira kwam gewoon thuis en Raquel was blij dat ze in elk geval koetjes en kalfjes een gewoon gesprek konden voeren.
Het enige dat ze miste was Bill; of eigenlijk de mogelijkheid om impulsief bij hem langs te gaan, zoals ze bij Hannah en Lisanne kon. Hij belde haar nog altijd om de dag, soms ook twee dagen achter elkaar, en voor zijn vrije weekenden kreeg ze treinkaartjes door de brievenbus. Maar nu de normale dagen de achtbaan verdreven, begon Raquel na te denken over alles waar ze eerst geen gedachten aan durfde te besteden, omdat ze ervan overtuigd was dat ze nooit de kans zou krijgen.
Wat nou als zij ook in Hamburg zou wonen?
Zouden ze elkaar dan vaker kunnen zien?
Raquel voelde zich bij de gedachte alleen al als een verwend nest dat geen genoegen kon nemen met het geluk dat ze al had – maar het idee liet haar niet los.
Dus deed ze wat ze altijd deed als ze niet wist wat ze met haar gedachten aan moest: ze legde het aan Hannah voor.

‘Natúúrlijk zouden jullie elkaar dan vaker zien! Oh man, ik wou dat ik zomaar naar Hamburg kon verhuizen…’ Hannah zuchtte dromerig en giechelde even voor ze een grote slok koffie nam. Het had opnieuw gesneeuwd, buiten zat de temperatuur onder de nul graden.
‘Het is niet zomaar, hoor,’ grinnikte Raquel. ‘Als ik al ga. Ik weet niet… Komt het niet een beetje wanhopig over?’
‘Wanhopig?’ herhaalde de brunette verbaasd. Ze stak het koffiekoekje in haar mond en schudde haar hoofd. ‘Nee toch? Kom op, jullie zijn al bijna vijf maanden een stel. Dat is niet wanhopig, dat is liefde.’
Raquel moest lachen, maar Hannah’s mening stelde haar toch niet helemaal gerust. Helemaal naar een andere stad verhuizen, vanwege één persoon? Weliswaar een heel speciale persoon, iemand die ze veel vaker zou willen zien dan de twee keer per maand van nu. Iemand die soms weken-, zo niet maandenlang van huis was. Vooral dat was voeding voor Raquels gedachten: als Tokio Hotel een nieuw album uitbracht, gingen ze op tour en dan zouden ze elkaar sowieso weken niet kunnen zien. Maar als zij in Hamburg woonde, hoefden ze voor en na tourtijd in elk geval niet meer te wachten.
Aan de andere kant bleef het een – naar Raquels mening – vrij idioot idee om dwars door het land te verhuizen, alleen om dichter bij Bill te kunnen zijn. Ze moest het tenslotte ook regelen en betalen. En haar familie was er ook nog, waar het nu net een beetje beter mee ging.
‘Trouwens,’ brak Hannah door haar gedachten. Het meisje wierp Raquel een veelbetekenende knipoog toe: ‘Hamburg heeft ook een universiteit, weet je.’
Dat wist Raquel inderdaad, maar tot op dat moment had ze er niet zo bij stilgestaan. Ze besefte onmiddellijk waar Hannah op doelde en zo, misschien onbewust, een veel breder onderwerp aankaartte dan alleen Raquels relatie. Dit ging om Raquels toekomst. Ze wilde niet voor de rest van haar leven serveerster in een Italiaans restaurant blijven, daarvoor had ze het geen acht jaar uitgehouden op de middelbare school. Dit ene jaar was prima omdat ze toch niet geweten had wat ze wilde, maar nog een tussenjaar…. Nee.
‘Misschien moet ik maar eens een paar foldertjes van die universiteit gaan bekijken,’ zei ze hardop en glimlachte veelzeggend naar Hannah. ‘Het wordt toch eens tijd dat ik me daarin ga verdiepen.’
‘Helemaal mee eens,’ grijnsde Hannah en sloeg haar koffie achterover.

Omdat Bill het laatste weekend van januari in München doorbracht (‘Fotoshoot,’ had hij als reden opgeven) kwam Raquel pas in het eerste weekend van februari weer in Hamburg. Zoals tegenwoordig gebruikelijk haalde Bill haar van het station op en liepen ze samen naar de auto; meestal kwam hij met de gemeenschappelijke Volkswagen, zowel de Audi als de BMW waren onverstandig opvallend.
Bill begon het gesprek zoals altijd met een opgewekt: ‘Wel, hoe gaat het?’
‘Prima,’ antwoordde ze naar waarheid. ‘En met jou? Hoe was de fotoshoot? Waar was het eigenlijk voor?’ Zijn dagelijks leven was zoveel interessanter dan het hare.
‘Oh, voor Karl Lagerfeld.’ Bill sprak het luchtig uit, alsof het niets was, maar zijn ogen blonken. Ook voor hem was het nog iets speciaals.
Raquel moest die informatie eerst even verwerken voor ze meer dan wat gesputter kon produceren. ‘Karl… Lagerfeld?’ herhaalde ze ongelovig. ‘Dat meen je niet.’
‘Jawel.’ Nu grijnsde hij een tikje schaapachtig en hield de deur van de studio voor haar open. ‘Ik ben hem eens tegengekomen in Parijs en hij heeft me toen al uitgenodigd om eens langs te komen, gewoon voor de gezelligheid. Ik vind zijn werk leuk, weet je? En, nou ja… Plotseling kreeg ik de vraag of ik eens als model met hem wilde samenwerken.’ Bill haalde zijn schouders op en trok met een bijna verontschuldigend gezicht zijn schouders op. ‘Wie zegt dan nee, hm?’
Raquel was nog steeds in lichte shock. Meestal als ze bij hem was, vergat ze gewoon wat hij voor de rest van de wereld voor positie innam; voor haar was hij tenslotte gewoon Bill, zonder het label “frontman” of het label “superster”. Af en toe haalde zo’n opmerking haar terug naar de realiteit: voor haar mocht hij dat dan wel niet zijn, anderen gaven hem dat label wel. En nu had hij ook nog eens het label model.
‘En?’ vroeg ze aarzelend, om de verwarring te verjagen. ‘Hoe was het?’
‘Best leuk,’ vond hij, al op weg naar de keuken. ‘Maar ik zou toch geen carrière als model willen. Dat zijn nog veel meer regels dan in de showbizz. Nu mag ik tenminste nog ketchup eten.’
Raquel lachte met hem mee en begroette daarna de anderen, die zoals meestal op dit uur rond de keukentafel zaten en een fles cola deelden. Gustav had al een pan tomatensaus op het vuur staan, de vrijdagavond was begonnen. Bij het zien van het pakje lasagnebladeren moest Raquel opnieuw grinniken; inderdaad, dat zou een model niet wagen te eten. Afgezien daarvan zou Bill het vast goed doen als model, dacht ze bij zichzelf. Fotogeniek als hij was – plus natuurlijk het feit dat hij een gezicht als een Michelangelo-engel had. Nee, het verbaasde haar niets dat Karl Lagerfeld geïnteresseerd in hem was.
Tijdens het eten was alles even ontspannen en vrolijk als altijd. Chantal had blijkbaar een humeur als een zonnetje, ze praatte bijna net zoveel als Bill en kreeg iedereen aan het lachen. Precies zoals Raquel haar van vroeger kende. Het deed goed om haar zo te zien, zo vertrouwd. Een teken dat alles de goede kant op ging. Écht alles.
Zo glipte Raquel terug in de bekende routine. Een routine van vrijheid, van geen verplichtingen, geen verwachtingen om aan te moeten voldoen. Niet dat ze thuis nu aan zoveel regels gebonden was – en toch voelde het hier anders.
Na het eten en de daaropvolgende discussie over wie er aan de beurt was met opruimen (eindigend met Gustav die iedereen de keuken uit joeg) ging Tom Hannah van het station halen. Die had namelijk ’s middags nog college, dus nam ze een latere trein dan Raquel.
De thuisblijvers verzamelden zich in de woonkamer en keken elkaar even aan. Georg schraapte na twee seconden al zijn keel, voor deze keer eerder dan Bill, die het te druk had met Raquels krullen. ‘Dus… Iemand zin in een spelletje?’
‘Singstar!’ riep Bill onverwacht. Hij keek niet eens op van de vlecht die hij in Raquels haren maakte.
‘Nee, dát dus niet,’ zei Georg droog. ‘Dat is niet leuk, als meneer toch met z’n vingers in zijn neus nog wint.’ Toen, alsof hij zich dat nu pas herinnerde, klaarde zijn gezicht op: ‘Maar Chantal heeft wel eens kans om van je te winnen!’
De blondine, die in een hoek van de sofa hing, verborg een gaap achter haar hand en schudde haar hoofd. ‘Hij wint nog steeds.’
‘Maar niet met mijn vingers in m’n neus,’ grijnsde Bill triomfantelijk en drukte een kus op Raquels slaap, ten teken dat de vlecht klaar was. ‘Singstar ligt overigens in de tourbus, dus zelfs als we het echt hadden willen spelen, had het niet gekund.’
Georg, Gustav en Chantal slaakten synchroon een diepe zucht en de drummer mompelde: ‘Typisch. Idioot.’ Wat overigens niets meer opleverde dan wat geamuseerd gegrinnik bij Bill.
Toen zei Georg, strekte zich ondertussen uit in zijn zetel: ‘Alleen maar beter. We horen hem zo ook al veel te vaak in plotseling gezang uitbarsten.’
Dat kon hij natuurlijk beter niet zeggen met Bill zelf in de buurt, zeker niet met een Bill in zijn huidige, ietwat melige humeur; dat was natuurlijk vragen om moeilijkheden. In dit geval bestonden die moeilijkheden uit Bill die prompt een liedje inzette.

‘Though I’ve tried before to tell her
Of the feelings I have for her
In my heart
Every time that I come near her
I just lose my nerve as I’ve done
From the start

Every little thing she does is magic…’

Raquel herkende het nummer van The Police meteen en begon te glimlachen. Niet alleen de tekst, die hij half in haar oor zong, maar ook zijn accent was vertederend. Na het refrein viel Bill echter stil en zei opgewekt: ‘EN nu weet ik niet meer hoe het verdergaat.’
‘Godzijd…’ begon Georg al, maar juichte natuurlijk te vroeg. De zanger stapte gewoon over op een ander nummer, deze keer natuurlijk eentje waar hij de tekst vanzelfsprekend helemaal van kende. Een nummer van Tokio Hotel: Ich bin nich’ ich.

Ich bin nich’ ich wenn du nich‘ bei mir bist...

Deze keer zong hij het nummer van begin tot eind en Raquel werd er helemaal stil van. Ze had Bill wel vaker van zo dichtbij horen zingen, natuurlijk, maar hij had altijd wel enige vorm van begeleiding gehad; al was het maar de radio. Nu hoorde ze hem volledig a capella en daarmee dus alleen maar zijn stem. Zijn stem, die ietwat hese klank, de kleine uithalen, zijn feilloze gevoel voor dynamiek – ze besefte nu pas echt wat hem tot zo’n expressieve zanger maakte. En tegelijkertijd met de bewondering steeg ook het verlangen om dit elke dag te horen. Om hem elke dag om zich heen te hebben.
Zodra ze thuis was ging ze de foldertjes aanvragen. Naar Hamburg verhuizen was niet langer een vaag idee, een toekomstdroom, een aarzelende twijfelende optie van haar hart. Het was nu een echte wens. Een serieuze keuze.

73.

Zacht vloekend trippelde Chantal achter de vier jongens aan. Ze was geen voorstander van trippelen, maar de hoge hakken maakten het onmogelijk om normaal te lopen. Dit onderdeel van haar training had Chantal liever overgeslagen; wat haar betreft hoefde ze niet op stiletto’s te kunnen lopen alsof het gympen waren. Helaas dacht de rest van het team daar anders over.
‘Chantal! Kom je nog of moeten we je dragen?’ Een breed grijnzende Tom hield de deur voor haar open, terwijl Chantal probeerde zo waardig mogelijk op haar schoenen te balanceren.
‘Beter sloom en veilig dan snel en mijn enkels breken!’ gromde ze en stapte langs hem heen het kantoor in. ‘Damn, die dingen doen pijn aan je voeten!’
De vier jongens wisselden een geamuseerde blik, toen klopte Bill meelevend op haar rug en stelde voor: ‘Trek ze uit.’
‘Grapjas,’ knorde ze. ‘Als ik niet blijf oefenen leer ik het nooit!’
‘Maar je wílt het niet leren,’ merkte Bill geheel naar waarheid op. ‘Dus leer het niet. Geen haan die ernaar kraait.’
Chantal staarde hem aan. ‘Uh… Wat dacht je van David?’
De zanger haalde zijn schouders op en liet zich naast zijn tweelingbroer op de onderuitzaksofa vallen, die links van de deur in het kantoor was neergezet. ‘Zeg gewoon dat je toch geen hakken wil dragen. Daar kan hij toch niets tegen doen, hij kan je moeilijk dwíngen die schoenen aan te trekken. Het is hem bij mij toch ook niet gelukt om te bepalen wat ik draag.’
Ja, maar jíj bent onvervangbaar, dacht Chantal en reageerde slechts met geschokschouder, waarna ze tussen Tom en Georg op de sofa plofte. De jongens grijnsden tegelijkertijd en klopten net als Bill eerder even op haar schouder. Chantal snoof, maar glimlachte alweer. Irritatie over de jongens bleef nooit lang.
Daarbij had ze eigenlijk wel iets anders aan haar hoofd dan pumps. Het kantoor van de producenten in Hamburg zag ze op dit moment voor het eerst vanbinnen; David kwam eigenlijk altijd naar de studio als hij iets wilde bespreken, met uitzondering van die dagen die hij in het buitenland doorbracht – zoals toen in Wenen. Vandaag, op deze ogenschijnlijk doodnormale woensdag, had hij hen echter gevraagd naar zijn kantoor te komen en Chantal vermoedde dat hij iets bijzonder belangrijks te melden had. Ze kon ook wel raden waar het ongeveer over zou gaan.
De opnames waren bijna klaar.
Het album was bijna klaar.
Ze gingen over de toekomst praten.
Op dat moment stak David zijn hoofd om de deur en constateerde gehaast: ‘Ah, jullie zijn er al. Neem gerust iets te drinken, er is geloof ik nog cola… Ik moet nog eventjes iets afhandelen en dan kom ik eraan.’
‘Hoe kan het dat David het altijd zo druk heeft?’ vroeg Chantal met opgetrokken neus, zodra Davids hoofd weer op de gang was verdwenen. ‘Bezorgen we hem zelfs met rondhangen nog zoveel werk?’
Bill grinnikte. ‘Het zal je verbazen hoeveel werk hij dan krijgt. Maar David is sowieso niet alleen voor ons verantwoordelijk, weet je? Wij zijn natuurlijk wel het belangrijkst…’ Hij trok een arrogant gezicht en maakte een diva-gebaar met zijn hand. ‘… maar hij begeleidt nog wat andere mensen en zo.’
Hij was nog niet uitgesproken of Georg duwde een plastic bekertje in zijn hand, zodat de cola bijna over de rand golfde. De bassist had in de minibar onder het bureau anderhalve fles cola en een sixpack bier gevonden; Gustav wees hem erop dat het pas half elf was en daarmee te vroeg voor alcohol, dus deelde Georg licht teleurgesteld bekertjes frisdrank uit.
Na een paar momenten stilte, gevuld door geslurp aan de cola, kwam David terug en schonk zichzelf eerst ook een bekertje cola in. Hij nam een grote slok en stak onmiddellijk van wal: ‘Voordat Bill een hysterie-aanval krijgt omdat hij niet weet wat ik wil gaan zeggen, zal ik maar meteen beginnen.’
Bill gooide propt zijn lege bekertje naar Davids hoofd, maar grijnsde er vrolijk bij en scheen niet in het minst beledigd. Tussen manager en pupil zat het inmiddels weer goed.
‘Het gaat om de release van het album,’ vervolgde David op iets serieuzere toon. ‘Jullie zijn al een heel eind op weg, de eerste tracks kunnen komende week gemixt worden, dus dan hebben we het over een releasedatum van midden of eind maart.’
‘Cool,’ zei Bill droog. ‘Zover waren we zelf ook nog wel gekomen.’
‘Ja, ja.’ David wuifde zijn woorden weg. ‘Dat weet ik wel, maar ik herhaal het liever toch even. Er moet nog steeds een hoop gebeuren voor het zover komt en ik zet die dingen beter even op een rijtje. Ook voor Chantal wel eens handig. Dit is belangrijk om te weten.’
Hij schraapte zijn keel en begon op te sommen wat hij allemaal bedoelde, gebruikte daarbij zijn vingers alsof hij aan het tellen was. ‘De lay-out. Jullie gaan daar praktisch misschien niks aan doen, maar natuurlijk hebben jullie inspraak en keuze, en het zijn jullie hoofden die de cd-hoes moeten gaan sieren. Dat betekent dat er ergens een fotoshoot gepland zal worden.’
Na die mededeling ging Bill wat rechterop zitten, het enthousiasme duidelijk in zijn gezicht. De anderen leken eerder mild geïnteresseerd, Gustav rolde even met zijn ogen. Voor Chantal was het zo’n abstracte opmerking dat ze niet wist hoe te reageren. Fotoshoots had ze niet eerder meegemaakt en het was ook niet iets dat ze uit een boek kon leren. Ze kon zich goed voorstellen dat Bill bij zo’n shoot in zijn element was, fotogeniek en haantje-de-voorste als hij was, maar ze vroeg zich ernstig af hoe zij er bij zoiets bij zou staan. Joëlles deskundige aanpak had haar mooier gemaakt dan ooit, maar alleen mooi zijn was zeker niet genoeg. Ze besloot die gedachten te parkeren; van piekeren was ze nog nooit wijzer geworden.
‘De fotoshoot brengt me bij een ander belangrijk punt, namelijk de tour.’ Met die woorden kreeg David zelfs Bill volledig stil, verstard als een standbeeld met dromerige ogen. ‘Fotoshoot, promofoto’s, tourposters – jullie snappen de link wel, hm. En niets werkt beter om een album te promoten dan een tour. Dus het lijkt me vrij voor de hand liggend dat we ergens in april die tour gaan laten starten. Met de planning zal ik jullie niet vervelen, daar zijn wij al mee bezig, maar jullie krijgen natuurlijk wel van te voren de lijst en data ter goedkeuring.’
‘Pampampàààm…’ deed Tom en iedereen schoot overeind, verstarring verbroken. Aan de energie te zien die de jongens plotseling uitstraalden, was het geen verstarring van shock geweest, niet in negatieve zin. Dit onderwerp stond al dichter bij Chantals bed dan de fotoshoots, ze kon de flonkerende ogen dit keer wel begrijpen. Tenslotte was ze zelf een aantal keer op een Tokio-Hotel-concert geweest, ze kende het plezier en enthousiasme dat de jongens op het podium tentoonspreidden. Het idee dat ze samen met hen op het podium zou staan was moeilijker te bevatten.
Veel tijd om aan de gedachte te wennen kreeg ze echter niet; David richtte zich plots direct tot haar. ‘Chantal. Je vraagt het je misschien al af, maar er is natuurlijk nog iets belangrijks dat we moeten plannen, en dat is jouw eerste optreden. Zogezegd jouw presentatie, de officiële bekendmaking.’
Chantals adem bleef in haar keel steken. Ze had er natuurlijk vaak genoeg aan gedacht en erover gefantaseerd, maar het uit de mond van de manager te horen… Dat was anders. Op een bepaalde manier leek het zo definitiever. Als dat moment, dat eerste optreden, voorbij was – dan was ze pas écht deel van Tokio Hotel.
‘We hebben er natuurlijk al over nagedacht in het team, maar jullie beslissen vanzelfsprekend mee.’ David ging op zijn bureau zitten, doodleuk bovenop een paar papieren met Universal-logo. ‘Er zijn een paar opties mogelijk. Ten eerste voor of na de albumrelease.’
‘Voor,’ zei Bill onmiddellijk. ‘Anders ligt er een album in de winkel met een stem die niemand kan plaatsen. Dat zou raar zijn.’
Chantal gaf hem gelijk en David noteerde iets op een knalblauwe Post-It voor hij verderging. ‘Dan… Hoe lang voor de release? Eén, twee weken? Een paar dagen? Een dag?’
De jongens en Chantal keken elkaar even twijfelend aan. Chantal had geen idee wat beter zou zijn, dus liet ze de beslissing aan de anderen over. Het maakte in principe ook niet uit; ze zou hoe dan ook op haar benen staan te trillen van de zenuwen.
Opnieuw was het Bill die antwoord gaf: ‘Ik zou zeggen, het album wordt vanaf een willekeurige dag in maart in de winkels verkocht en de avond daarvóór zetten we Chantal voor het eerst op het podium.’
David knikte goedkeurend. ‘Prima idee. Dan hebben we dat vastgesteld. De releasedatum komt nog wel, ik licht in elk geval de venue alvast in. Wat denken jullie, Hamburg, Berlijn of Oberhausen?’
‘Berlijn!’ kwam het uit vijf monden tegelijkertijd. Chantal riep net zo hard als de vier jongens, iets wat ze normaal gesproken bij beslissende momenten achterwege liet. Deze keer moest ze echter wel, het ging om háár moment en het was om één of andere reden passend om dat moment in Berlijn te laten komen. Berlijn, waar ze opgegroeid was, waar op een bepaalde manier toch de basis was gelegd voor de rollercoaster van de afgelopen maanden.
‘Berlijn, check. Ik zal de O2 inlichten.’ David maakte weer een notitie op zijn Post-It en knikte opnieuw. ‘Nog een laatste dingetje. De tickets voor dit optreden… Wat doen we? Gewoon verkoop of laten we de BRAVO loten?’
Dat was het goede aan Davids manier van aanpakken; hij had natuurlijk zelf allang een idee in zijn hoofd en wist waarschijnlijk dondersgoed wat het beste zou zijn, maar bij de meeste dingen gaf hij de band alsnog inspraak. Niet bij alles – zoals ze bij de problemen rondom Raquel en Hannah gemerkt hadden – maar bij het grootste deel van de beslissingen toch. Hij was zich ervan bewust dat de band inmiddels ook wel wist hoe de muziekwereld in elkaar stak en gedroeg zich meestal niet als leider, maar als begeleider.
‘Maakt niet uit, zou ik zeggen,’ meende Bill en keek zijn bandleden aan om hun instemming te vragen. Ze knikten allemaal, Georg met een gezicht alsof hij zich verveelde.
‘Zolang je er maar voor zorgt dat Raquel en Hannah sowieso een ticket krijgen,’ vulde Tom aan. ‘Dat had je zelf vast ook wel bedacht.’
David glimlachte droogjes. ‘Ja, inderdaad. Ik schrijf het toch maar even op.’ Hij krabbelde de twee namen onderaan zijn inmiddels volgepropte Post-It en keek op zijn horloge. ‘Wel, dan hebben we alles gehad. Jullie zijn vrij om te gaan, zou ik zeggen.’
‘Oké, prima.’ Bill sprong op, onmiddellijk gevolgd door de rest, en sloeg David even tegen zijn schouder. ‘Tot morgen, of zo.’
‘Waarschijnlijk. Ik wil natuurlijk bij het mixen zijn.’ David plakte de Post-It op de keramieken presse-papier naast zijn computer en hengelde alweer naar zijn gsm. ‘Fijne dag nog, jongens.’
‘Hetzelfde. Tschüss!’ Georg trok de deur achter zich dicht.
In een soort roes volgde Chantal de jongens naar beneden; ze merkte niet eens hoe ze in de lift stapten en Georg op alle knopjes drukte. De toekomst nam haar volledig in beslag, elke zenuw in haar lichaam was geconcentreerd op dat gevoel van opwinding met onzekerheid. Over een maand, iets meer dan een maand, ging ze voor het eerst het podium op. Met Tokio Hotel. Als Tokio Hotel.
‘Hé. Wat ben jij stil?’ Bill stootte haar plotseling aan en Chantal besefte dat ze al op de parkeerplaats achter het gebouw stonden, terwijl Gustav naar de sleutels van de Volkswagen zocht.
‘Ik heb mijn schoenen laten liggen,’ was het eerste dat in Chantal opkwam. Op dat moment realiseerde ze zich pas dat het waar was: ze had haar hoge hakken onder de sofa in Davids kantoor geschopt en ze daar vergeten.
Bill grijnsde. ‘Alleen maar goed, toch?’
‘Die dingen waren duur,’ morde Chantal en haalde vervolgens achteloos haar schouders op: ‘Maar niet van mij, dus wat zou het.’
Lachend stapten ze in de auto en reden terug naar de studio – naar huis. Chantal ademde diep in. Ze was nog steeds niet helemaal gewend aan dit leven, maar het aanpassen ging haar steeds beter af. En één ding was zeker: ze wilde dit gevoel nooit meer kwijt.

74.

Gapend achter haar hand trok Raquel de voordeur achter zich dicht. Ze voelde haar wangen al gloeien door de plotselinge overgang van koud naar warm; vlug ontdeed ze zich van muts, jas en sjaal en schopte haar schoenen uit. Met haar tas over haar schouder ging ze al richting de trap, toen de woonkamerdeur openging en Elvira haar hoofd om de hoek stak.
‘Oh. Jij bent vroeg thuis!’ zei ze verbaasd. ‘We verwachtten je pas vanavond.’
Raquel haalde haar schouders op. ‘Ja, Hannah had nog veel te doen.’ Ze kwam net vanuit huize Fischer, na een spontane logeerpartij als gevolg van Hannah’s huiswerkhysterie; het meisje had zoveel opdrachten van de universiteit dat ze al het werk van zich af had geschoven en in plaats daarvan haar vriendinnen liet overkomen.
‘Ach ja… Er is overigens post voor je.’ Elvira glimlachte even en verdween weer in de woonkamer. Het was zaterdag, dat verklaarde waarom ze niet werkte en in plaats van haar nette colbert een wollen alpaca-trui droeg.
Voordat ze haar post ging ophalen, bracht Raquel haar tas naar boven en fatsoeneerde haar uiterlijk. Ze moest grinniken toen ze haar spiegelbeeld zag: een typisch gezicht van te weinig slaap. Na twee films hadden Hannah, Lisanne en zij nog een hele tijd over van alles en nog wat liggen praten, zonder op de wijzers van de klok te letten. Raquel had geen idee hoe laat ze uiteindelijk in slaap waren gevallen, maar toen Hannah’s wekker om negen uur afging hadden ze allemaal het gevoel nog geen vier uur geslapen te hebben. Helaas piepte de wekker voor een reden: uitstellen maakte de huiswerkberg niet kleiner, Hannah moest echt aan de slag.
Desondanks was Raquel in opperbeste stemming. Dagen als deze deden haar weer eens beseffen hoe belangrijk de vriendschap van Hannah en Lisanne voor haar was. Zo werd het gapende gat van Chantals vertrek naar Hamburg opgevuld en, wat belangrijker was, aangevuld. Hannah en Lisanne hadden niet echt Chantals plaats ingenomen; ze waren inmiddels net zo belangrijk geworden als de oude vriendschap nog altijd was. Raquel prees zichzelf gelukkig dat ze hen had leren kennen.
Voor zich uit neuriënd sprong ze de trap weer af en liep de woonkamer in. Elvira zat op de sofa met de krant, zo te zien maakte ze de kruiswoordpuzzel. Jonathan lag op de grond met een handvol autootjes. Een tafereel om op de foto te zetten en in te lijsten.
Toen viel Raquels blik op tafel – op de post. Haar humeur zakte meteen een beetje in, iets van schok en schuld meldde zich in haar binnenste.
Het waren de foldertjes.
De foldertjes van de universiteit in Hamburg.
Inmiddels was het laatste weekend in Hamburg, het weekend van Het Idee, al een week geleden en in die week had Raquel vrij weinig aan de hele mogelijkheid van het verhuizen gedacht. Eenmaal thuis ging haar aandacht naar haar familie, haar werk, haar vriendinnen. Kort gezegd, naar alle redenen om in Berlijn te blijven. Dat ze aan het twijfelen was geslagen, moge duidelijk zijn.
De foldertjes herinnerden haar weer aan Het Idee. Zij waren het concrete bewijs van die mogelijkheid. De gemengde gevoelens in Raquels binnenste waren getuigen van haar twijfel. Ze was zich lang niet meer zo zeker van haar zaak en beet op haar lip, staarde naar de foldertjes zonder ze aan te raken.
‘Heb je je post al gevonden?’ haalde Elvira’s stem haar uit haar gedachten. Raquel draaide zich om en knikte zonder haar moeder direct aan te kijken.
‘Ik wist niet dat je overwoog om te gaan studeren,’ zei Elvira op neutrale toon. ‘Maar ik denk dat het een goed idee is om daar nu al over na te denken.’ Ze liet niet merken dat ze op de hoogte was van welke universiteit Raquel overwoog, maar dat was natuurlijk onvermijdelijk.
‘Ja, dat dacht ik ook.’ Raquel murmelde de woorden en hengelde vlug naar de foldertjes, klemde haar vingers om het stapeltje en voelde de rand al in haar hand snijden. Zonder om te kijken verliet ze de kamer.
Boven, uit het zicht van haar familie, durfde ze pas goed naar de inhoud van de folders te kijken. Ze had zich weliswaar nog niet heel intensief met universiteiten beziggehouden, maar de lay-out van deze foldertjes maakte alvast een vrij standaard indruk en de eerste studies dan wel faculteiten die in het oog sprongen had de universiteit van Berlijn ook.
Raquel schoof de post van zich af en probeerde te beoordelen of ze nu teleurgesteld was. Zo ja, dan had ze waarschijnlijk stilletjes gehoopt dat de universiteit haar een goede reden zou geven om te verhuizen. Zo nee, dan was haar onbewuste oordeel al geveld en kon ze het hele idee doorstrepen.
Voordat ze echter tot een conclusie kon komen, werd er op haar kamerdeur geklopt. ‘Binnen?’ mompelde ze vaag en stopte haar vinger in haar mond, waar de rand van het foldertje een snee had achtergelaten.
Elvira stapte over de drempel en bleef halverwege de kamer staan. Ze zei eerst even niets; haar blik focuste op het prikbord boven Raquels bureau, op de foto’s van haar dochter met Bill – en dan voornamelijk de foto waarop ze elkaar kusten, de foto uit de hotelkamer in Monaco. Toen ging ze op Raquels bed zitten en legde haar handen in haar schoot.
‘Ik zag dat die folders uit Hamburg kwamen.’ Haar toon was nog altijd opvallend neutraal. ‘Heb je al bedacht wat je precies wilt gaan doen? Want ik geloof dat je binnenkort al moet inschrijven.’
Raquel draaide haar bureaustoel rond, zodat ze haar moeder aan kon kijken – of in elk geval kon doen alsof ze haar moeder aankeek. ‘Eigenlijk niet,’ gaf ze toe. ‘Maar… Hamburg was een impuls.’
‘Dan zou ik er nog maar goed over nadenken als ik jou was,’ zei Elvira zacht. ‘Het gaat hier om je toekomst, Raquel. Ik zou daar niet zo impulsief over beslissen.’
Natuurlijk had ze gelijk. Raquel was normaal gesproken helemaal niet zo impulsief; in principe was ze het nu ook niet geweest, buiten het aanvragen van de foldertjes had ze nog niets concreets gedaan. Niemand wist van haar gedachten, behalve Hannah, maar die had het hele idee sowieso ergens diep weggestopt om zich op haar werk te kunnen concentreren.
‘Ik weet het,’ verzekerde Raquel haar moeder. ‘Dat zal ik ook niet doen.’
Elvira knikte. Blijkbaar was dat genoeg bevestiging voor haar, ze stond alweer op en glimlachte. ‘En als je ergens hulp bij nodig hebt, moet je het maar zeggen.’ Ze drukte een kus op Raquels voorhoofd en verliet rustig de kamer.
Met een resolute beweging schoof Raquel de folders terug op een stapel en liet het hele pakket in een la van haar bureau verdwijnen. Ze moest eerst maar eens goed, rationeel nadenken. Welke kant wilde ze op met haar studie? En dan geen topografische kant – de stad deed er nog niet toe. De eerste stap was beslissen waar haar grootste interesse lag, dan pas kwam de keuze van de universiteit.
Aan die volgorde moest ze zich houden. Bill of geen Bill.

Tijden van rust gingen om één of andere reden altijd sneller voorbij. Raquel vroeg zich af waar dat aan lag. Ze had juist het tegenovergestelde verwacht; tijden van rust waarin alle dagen op elkaar lijken, saai worden, langzaam en langdradig voorbijgaan… Maar dat was dus niet zo. Misschien was het de routine die de tijd deed vliegen. Dat zou verklaren waarom de turbulente tijden zo sloom gingen: de routine miste, elke stap en elke actie moest overdacht worden. Al het wikken en wegen had invloed op haar besef van tijd.
Het weekend van twintig februari ging heel, heel langzaam voorbij. Raquels innerlijke klok stond zelfs even helemaal stil, de mentale wijzers plakten vast op dertien minuten over twee op zaterdag, toen Georg met een grote grijns verkondigde dat Joëlle besloten had mee te reizen.
‘Meereizen?’ vroeg Hannah niet-begrijpend. ‘Waarmee?’
‘Met de tour,’ antwoordde Georg, alsof dat alleen maar logisch was. ‘Niet in de bus, met haar eigen auto en een goede vriendin. Als een soort roadtrip. Een Tokio-Hotel-roadtrip.’ Hij grijnsde, leek beretevreden. Raquel en Hannah wisselden een blik met grote ogen. Tour?
‘Tour?’ echode Hannah, ook al had ze Raquels gedachte niet kunnen horen. ‘Wanneer?’
Bill keek verbijsterd op van zijn papier, een songtekst waar hij nog steeds mee knoeide. ‘Heb ik dat niet eens gezegd? Ik was ervan overtuigd dat ik het al tien keer heb verteld.’
De meisjes schudden tegelijkertijd hun hoofd, Raquels innerlijke wijzers begonnen langzaam weer te bewegen.
‘Oh. Dan ben ik nog lang niet zo erg als ik dacht,’ constateerde Bill droog. ‘En ik maar op mijn lippen bijten omdat ik bang was dat ik in herhaling viel.’
Georg en Gustav rolden synchroon met hun ogen, Chantal grinnikte even. Tom stapte op dat moment de woonkamer in, kwam terug van het toilet, en keek een tikkeltje gedesoriënteerd om zich heen. ‘Wat heb ik gemist?’
‘Niets bijzonders. Gewoon weer een abnormale karaktertrek van je broertje.’ Georg strekte zich uit in de zetel en ontweek de pinda die Bill naar zijn hoofd mikte.
‘Tien minuten! Trouwens, alleen Tom heeft het recht om over die tien minuten te zeuren.’
‘Ja ja.’ De bassist grijnsde uitdagend, niet onder de indruk, en Bill kwam al overeind met een strijdlustig gezicht, toen Hannah ingreep.
‘Kan iemand nu uitleggen hoe dat zit met die tour? Want wij weten dus van niks.’
‘Serieus?’ vroeg Tom verrast. Hij plofte weer op de sofa, trok Hannah tegen zich aan en gaf haar bijna werktuiglijk een zoen – maar niet werktuiglijk zonder passie, want zijn ogen straalden nog steeds. Hannah nestelde zich wel tegen, de frons tussen haar wenkbrauwen verdween echter nog niet.
‘Van april tot juni,’ begon Bill en trok een gezicht alsof het hem moeite kostte dat feit op te diepen uit zijn geheugen. ‘Begin april tot begin juni. En het album komt in maart.’
Eigenlijk was dat alle informatie die de meisjes nodig hadden: wanneer zouden de jongens – en Chantal – niet thuis zijn? Waar ze dan wel zouden zijn deed er nauwelijks toe; ver weg bleef ver weg, of het nu Rusland of Frankrijk was. Van april tot juni. Twee hele maanden. Een zesde van een heel jaar. Als je het zo uitdrukte, klonk het nog veel langer.
‘Dat is al best snel,’ prevelde Raquel onwillekeurig. Ze zat in de andere hoek van de sofa, haar sokken raakten net niet Hannah’s voet; Bills warrige haar streek langs haar knie, hij zat op de vloer met zijn rug tegen de zijkant.
‘Nog twee maanden,’ antwoordde Tom. ‘Dat valt toch best mee?’
Ook een zesde van een heel jaar. Toch klonk het veel minder lang dan twee maanden tour. Maar als Raquels theorie over tijden van rust klopte, dan zouden die twee maanden juist snel voorbij moeten gaan. Twee maanden waarin niets anders zou gebeuren dan alle dagelijkse beslommeringen van haar leven? Iets in haar zei dat ze die twee maanden niet onder “tijden van rust” mocht scharen.
’s Avonds, met haar tandenborstel tussen haar tanden, trok Raquel een grimas naar de spiegel. Ze dacht aan Monaco, misschien wel hét breekpunt in hun relatie. Werd dit ook weer zo’n breekpunt? Dat het hun grenzen zou verkennen, leek haar onontkomelijk. Dé manier om elkaar op de proef te stellen, zeker. Twee maanden was dan nog niet eens zo veel, probeerde ze te relativeren. Sommige stellen zagen elkaar zes maanden niet, bijvoorbeeld als de ene een buitenlandse stage deed, en die kwamen er ook doorheen. En toch, en toch… Leuk was het niet.
Plotseling had ze een heel ander onderwerp om over te piekeren dan haar keuze van universiteit. Raquel moest een zucht onderdrukken en spuwde de tandpasta in de wasbak, om vervolgens haar mond te spoelen en haar handen af te drogen. Gelukkig had ze nu iets vrolijkers om aan te denken: om precies te zijn de chaos in Bills kamer en de geur van zijn shampoo op het hoofdkussen.
De zanger lag al in bed, bladerend in een tijdschrift dat hij opzij gooide zodra Raquel de kamer binnen glipte. Vanwege de februarikou droeg hij één van Toms oude T-shirts op zijn trainingsbroek; een feit dat Raquel stiekem heel erg schattig vond.
Hij begroette haar met een kus toen ze naast hem onder de dekens kroop en giechelde meteen daarna. ‘Ieh, je voeten zijn koud!’
‘Badkamervloer,’ geeuwde ze en nestelde zich wat dieper onder de dekens. Bill deed weer eens dienst als kacheltje; haar koude voeten warmden binnen de kortste keren op, nog voor ze helemaal slaperig was.
Deels kwam dat waarschijnlijk ook door het fluistertoongesprek dat ze met Bill voerde.
‘Hoe ver gaan jullie eigenlijk weg?’ vroeg Raquel zachtjes, licht onzeker. ‘Met de tour, bedoel ik?’
‘Wat is verder, Portugal of Kroatië?’ antwoordde Bill met een halve grijns.
‘Portugal, vermoed ik.’
‘Dan ongeveer zo ver als Portugal.’ Zijn ogen blonken even geamuseerd, toen werd hij wat serieuzer en legde een hand om haar wang. ‘Maak je niet druk, oké? Het gaat vast allemaal heel snel voorbij. Dat doet het altijd…’
Hij klonk haast teleurgesteld, maar vreemd genoeg voelde Raquel zich er wel beter bij. ‘Ik weet het. Ik moet gewoon ophouden met overal een punt van maken.’
‘Ach. Ik vind het niet zo erg als je dat doet,’ lachte hij zacht. ‘Als je zoiets had van “laat maar waaien, het zal wel”, dát zou ik veel erger vinden.’
‘Geen zorgen. Ik ben helemaal niet van het “laat maar waaien”.’
‘Ik ook niet. Soms een beetje té niet en dan maak ik iedereen gek met mijn controlfreakheid.’ Bill grinnikte, het idee dat hij mensen irriteerde stoorde hem zoals gebruikelijk helemaal niet.
Raquel voelde de glimlach aan haar mondhoeken trekken. Gewoon dit, gewoon zijn nabijheid en de rust die deze hele situatie uitstraalde – dat was alles dat ze nodig had om de korte spanning weer te doen verdwijnen.
‘Ik weet dat de hele tour zelf geweldig wordt. Voor iedereen. De concerten, bedoel ik,’ zei ze oprecht. ‘Dus daar ligt het zeker niet aan. Ik ben alleen egoïstisch genoeg om je helemaal voor mij alleen te willen, denk ik.’
Ze werd knalrood na die impulsieve woorden, maar Bill kon alleen maar lachen en haar kussen. ‘Dat vind ik ook helemaal niet erg…’

75.

Het was een bekend gevoel, een bekende sfeer in huize Tokio Hotel. De maanden en weken vóór een grote gebeurtenis waren eigenlijk stressvoller dan de gebeurtenis zelf. Stressvol op een goede, verwachtingsvolle manier, maar toch. Tot Chantals lichte verbazing konden Bill en Gustav er het beste tegen, terwijl de anders zo nonchalante Georg en Tom er op haast nerveuze manier melig van werden en aan het klieren sloegen. Voor Chantal was die afleiding best welkom; ze had het gevoel dat haar hartslag nooit meer helemaal rustig zou worden.
Gelukkig was daar Joëlle. Als Georgs officiële vriendin had ze inmiddels toegang tot het appartement en bracht meestal haar avonden bij hen door. Chantal kon het goed met haar vinden; door haar vrolijke, open karakter was Joëlle makkelijk om mee te praten en dat deden ze dus ook in overvloed. Na al die tijd zonder een echte vriendin om mee te praten (hoe je het ook wendde of keerde, Bills Y-chromosoom viel niet helemaal weg te strepen) was het een verademing.
Met het album ging het plotseling heel snel. Zelfs Bill, de perfectionist, kon na een tijdje niets meer bedenken dat nog beter kon en zo waren er inmiddels tien songs voltooid verklaard. Met een paar anderen werd er nog steeds geëxperimenteerd, maar alles was eigenlijk zo goed als af. Chantal had de voltooide tien al op haar iPod gezet en soms, ’s nachts als iedereen sliep, zong ze zachtjes met zichzelf mee. Het was een vreemd gevoel. Heerlijk, maar vreemd.

Twee weken na het laatste bezoek van Raquel en Hannah in Hamburg kwam de band naar Berlijn. Helaas niet om de twee meisjes een bezoek te brengen, hoe graag ze dat misschien ook hadden gewild: ze kwamen als Tokio Hotel. Stiekem voelde Chantal zich daar veel beter bij. Dit was iets voor alleen hen, voor alleen de band. Dit was iets dat ze niet met Raquel of Hannah hoefde te delen. Wel met Joëlle, want die kwam spontaan mee, maar om één of andere reden was dat toch minder erg.
Chantal keek al een hele tijd uit naar deze dag, al sinds David het woord had gebruikt tijdens de meeting in zijn kantoor. Ze was niet eens heel nerveus, meer op een gezonde manier gespannen en opgewonden. Het Engelse “thrilled” beschreef haar gevoelens waarschijnlijk het beste; ze was nog net geen stuiterbal.
Vandaag vond een historische gebeurtenis plaats. Op de planning stond een fotoshoot: de allereerste officiële fotoshoot van een vijfkoppig Tokio Hotel.
Het busje stopte twee straten voor het doel, de fotostudio. De jongens werden pas bij de achteringang afgezet, Chantal en Joëlle namen de voordeur. Ze waren allebei uitgelaten en lacherig, hoe kon het ook anders na een rit in een busje met de vier jongens, en liepen haast zwalkend van het giechelen over de stoep. Het gebouw was nog niet eens in zicht toen Chantals gsm begon te trillen; ze maakte een sprongetje en graaide naar het ding in haar jaszak, terwijl haar ringtone Joëlle weer een lachbui bezorgde – de introtune van Sesamstraat.
‘Hoi?’ gniffelde Chantal, toen ze haar gsm eindelijk aan haar oor drukte. ‘Oh, Tom. Hoi.’ Ze giechelde om haar eigen droge toon, maar hield plotseling midden in haar lach op. ‘Oh… Oh, oké. Ja. Goed.’ Haar stem nam iets verbaasds aan; als Joëlle niet zo melig had geweest had ze misschien de kleine frons gezien, die zich tussen Chantals wenkbrauwen nestelde.
De blondine beëindigde het gesprek en stopte haar gsm terug in haar jaszak. Ze wachtte niet eens op Joëlles vraag, wist toch al dat die zou komen. ‘We moeten buiten voor de studio even wachten. Hannah en Raquel komen ook.’
‘Echt?’ Joëlle keek verrast op en begon toen te glimlachen. ‘Oh, cool, dan leer ik hen ook eens kennen!’
Ze scheen haar meligheid nu eveneens verloren te hebben, maar om een heel andere reden dan Chantal. Joëlle was nieuwsgierig; ze had zoveel over de twee meisjes geoord, hele verhalen van de tweeling – daar was geen ontkomen aan in huize Tokio Hotel – maar het duo in kwestie had ze nog nooit ontmoet. Voor haar was het een interessante kennismaking. Voor Chantal was het… teleurstelling. Irritatie. Een reden voor kwaad zijn en woede. Ze snapte heus wel dat de broertjes hun vriendin wilden zien, maar moest dat per se nu, op háár speciale dag?
Eén straat verder stonden ze voor de fotostudio. Het gebouw leek van buiten op een doodnormaal kantoor: draaideuren, grijze raamkozijnen, door de hele straat stonden zwarte auto’s geparkeerd. Joëlle en Chantal bleven aan de overkant staan en vermaakten zich met het tellen van opvallend schoeisel. Ze hadden net vastgesteld dat er verrassend veel sneakers naar binnen gingen, toen hun blik op een paar rode en een paar donkerblauwe sneakers stuitte. Chantals maag draaide zich om, maar haar gezicht hield de glimlach in stand en ze verbaasde zichzelf met de vrolijke uitroep: ‘Raquel, Hannah! Hé!’
De twee paar allstars kwamen vlug op hen af, de rode waren er het eerst en Raquel viel Chantal stralend om de hals. Bij de blondine zorgde dat voor een nieuwe aanval jaloezie met schuldgevoel; Raquel merkte daar echter niets van, ze was te vrolijk en te nieuwsgierig naar wat er ging gebeuren. Bills sms had haar niet mee verteld dan dat hij momenteel in Berlijn was – en waar precies. De hint was duidelijk, maar verder wist ze niets.
Op dat moment schoof Chantal de jonge vrouw naast zich naar voren. ‘Dit is overigens Joëlle, Georgs vriendin.’
‘Hoi, leuk jullie te leren kennen!’ Joëlle schonk het duo een vriendelijke glimlach en kreeg die meteen van beide meisjes terug. Ze namen elkaar geïnteresseerd op; Raquel en Hannah hadden natuurlijk genoeg over Joëlle gehoord en zagen nu het beeld dat ze al hadden, het beeld van een levendige jonge vrouw met een goede kledingsmaak.
Joëlle zag Hannah’s ronde gezichtje en de felle kleuren in haar outfit, Raquels Spaanse looks en sprankelende ogen, en ook bij haar vielen de puzzelstukjes op hun plek. Dit waren de meisjes die Bill en Tom Kaulitz het hoofd op hol hadden gebracht. Joëlle kon zich nu voorstellen hoe.
‘Zullen we dan maar naar binnen gaan?’ stelde Chantal vlug voor. Ze zette alvast twee passen richting het kantoorgebouw, wilde zo snel mogelijk naar de rest van de groep en met de fotoshoot beginnen. Dit was háár dag. En niemand ging het verder verpesten.
David had er natuurlijk voor gezorgd dat de meisjes wisten waar ze heen moesten; op die manier konden ze in één keer langs de receptie. De vrouw achter de balie keek niet eens op toen ze langsliepen, zo verzonken leek ze in haar boek. Dat maakte het “niet opvallen” meteen een stuk makkelijker.
Ze gingen met de lift naar de tweede verdieping en openden aan het eind van de gang de deur aan de linkerkant, precies volgens Davids beschrijving. Zelfs vóór ze überhaupt over de drempel waren gestapt, wisten de vier meisjes al dat ze goed zaten: de schaterlach die hen tegemoetkwam kon maar van één persoon zijn. Raquels hart maakte een sprongetje – hij was nu eindelijk weer heel dichtbij.
‘Oh, arme Chantal!’ giechelde Joëlle plots. ‘Gustav als jij zijn als enige nog single, stakkers! Misschien moeten jullie het eens met elkaar proberen?’
‘Ik val op langere mannen,’ antwoordde Chantal droog. Ze wist best dat Joëlle het als grapje bedoelde en reageerde ook zo, maar vanbinnen deed het pijn. Was het háár schuld dat zij nog single was? Ze wilde wel. Híj wilde háár niet – omdat er iemand anders tussenstond, schoot er meteen door haar hoofd. Chantal was voldoende zeker van zichzelf om dat te geloven, misschien deels ook omdat ze het zo graag wílde geloven: als Raquel er niet was geweest, had Bill haar wél zien staan.
Het idee dat Raquel in die zin “beter” was dan zij bood niet veel troost, maar het idee dat Chantal überhaupt niet aantrekkelijk was voelde nog erger. Ze kon de schuld niet bij zichzelf zoeken, dat ging te zeer tegen haar zelfbeeld in, dat deed te veel pijn.
Tijd om na te denken kreeg ze echter niet en dat was ook goed zo: David kwam op hen af en loodste hen naar de zijkant, richting de kledingrekken die daar stonden opgesteld. Zijn bedoeling was duidelijk. Die hoek van de ruimte kon iemand die binnen kwam lopen niet in één keer zien, plus dat de kledingrekken een soort alibi boden, een reden voor de meisjes om hier te zijn. De affaire-Monaco was voorbij, maar dat maakte David niet minder voorzichtig.
Ook al waren Raquel en Hannah nog nooit op een plek als deze geweest, ze herkenden de ruimte meteen voor wat het was: een fotostudio. De witte schermen waren de eerste duidelijke clue, met daarvoor de camera’s op een statief, sommige met en sommige zonder paraplu erbovenop. Langs de wanden lage banken, als in een gymzaal, en daar boven schijnbaar willekeurige foto’s in protserige lijsten. Aan de andere kant van de ruimte was de afdeling visagie; Natalie nipte verveeld aan een Starbucks-beker. David was alweer die kant op gelopen en praatte met een man die – zo vermoedde Raquel – de fotograaf van dienst was. Zij kende hem niet, maar David moest hem wel vertrouwen, anders had hij nooit toegestaan dat Hannah en zij hier ware.
Ze had de gedachte nog niet afgerond of van achteren verschenen plotseling twee handen die zich op haar heupen legden. De bekende geur kriebelde in haar neus; de bekende glimlach sloop naar haar lippen. Bill draaide haar om, zodat ze zijn gezicht kon zien en zijn begroeting in ontvangst kon nemen. Zijn kus smaakte naar pepermunt en koffie.
‘Dus,’ begon Hannah even later, toen zij zich van Tom had losgeweekt en de andere twee jongens ook waren opgedoken, ‘ik moet even een domme vraag stellen. Wat doen we precies hier?’
Ze begreep natuurlijk allang dat Tokio Hotel hier voor een fotoshoot was, maar ze wist ook dat de shoots normaal gesproken dichter bij huis plaatsvonden. Het idee dat ze een studio in Berlijn hadden geboekt vanwege haar en Raquel was absurd, dus dat had ze alvast uitgesloten.
Bill gniffelde. ‘Zo dom is dat nu ook weer niet. Vandaag is de officiële Humanoid-fotoshoot, voor zowel het album als de tour. Hier, omdat Jürgen de beste fotograaf is die we kennen.’ Hij gebaarde naar Davids gesprekspartner, een vrij normaal ogende man met kort lichtblond haar en een blauw overhemd. Alsof ze op Bills opmerking gewacht hadden, onderbraken de twee mannen hun gesprek en kwamen op hen af.
Chantal onderdrukte de neiging om heel breed te grijnzen. Ze wilde serieus en professioneel overkomen – zelfs al kon ze op haar vingers natellen dat de jongens professioneel maar melig zouden zijn. Hoewel, Bill waarschijnlijk niet eens. Ze dacht aan de foto’s van de shoot met Karl Lagerfeld en moest nu een blos in plaats van een grijns onderdrukken. Professioneel, inderdaad, en sexy.
‘We beginnen vandaag met de individuele foto’s,’ verklaarde David. ‘Om precies te zijn met Gustav. Dan Georg, dan Tom, dan Chantal en dan Bill.’
‘Want bij mij duurt het altijd het langst,’ fluisterde Bill, luid genoeg om voor iedereen verstaanbaar te zijn, en incasseerde een broederlijke mep van Tom. De anderen rolden alleen met hun ogen, maar in ieders mondhoek zat een glimlachje verstopt.
‘Chantal krijgt zo nog ruim de tijd om de kat uit de boom te kijken,’ vervolgde David. ‘Het is niet de eerste shoot waar je bij bent, dat weet ik, maar het kan nooit kwaad om nog eens te kijken. Dus let goed op.’
Dat hoefde hij haar niet te vertellen. Chantal stond op knappen, ze was het liefst gewoon voor dat scherm gesprongen. In tegenstelling tot wat David scheen te denken was ze niet onzeker. Allesbehalve. Ze voelde zich zelfs een tikje strijdlustig: ze zou de wereld wel eens laten zien waar zij toe in staat was! Een klein stemmetje in haar achterhoofd verving “de wereld” met “Raquel”, maar dat verdrong ze.
Omdat het album de titel Humanoid had gekregen, leken de zorgvuldig geselecteerde outfits allemaal geïnspireerd op science-fiction-films. Veel zwart en zilver, maar ook weer niet zó over the top dat het niet meer bij de bandleden paste. Bijgevolg kon Bill probleemloos meedoen aan Star Wars, maar Georg en Gustav mochten de straat nog op en Tom was een soort gangster-Trekkie. Chantal leek op Trillian uit de film The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, maar dan in het zwart, met witblonde haren.
Het beloofde een interessante dag te worden.

76.

Waarom Gustav als eerste voor de camera stapte, beseften de meisjes al na één foto. De drummer, nuchter en weinig flamboyant als hij was, poseerde simpelweg zoals hij altijd poseerde, met dezelfde doodkalme gezichtsuitdrukking als normaal. Nadat hij drie keer van houding en twee keer van outfit was gewisseld, kon hij de beurt alweer doorgeven aan Georg.
‘Fotoshoots zijn duidelijk niet jouw ding,’ stelde Joëlle weinig origineel vast. Gustav, die naast hen op één van de banken was komen zitten, haalde achteloos zijn schouders op.
‘Het is niet mijn favoriete onderdeel, maar ik vind het niet erg. Zolang ze geen dertig foto’s van me willen.’
Die instelling scheen Georg te delen; ook hij was relatief snel klaar, hoewel hij er toch net iets langer over deed dan Gustav. Het was grappig om te zien hoe goed dat bij hun karakters paste: Georg was al iets extraverter dan Gustav, maar alsnog één van de bandleden die zich buiten de felste cirkel van de spotlights hield. Ze genoten van een afstandje van hun roem en succes; daardoor konden ze het zich ook veroorloven om geen al te spectaculaire foto’s te maken. Het was deel van hun karakter en een nog groter deel van hun imago – de reden dat David hen daarmee weg liet komen.
De volgende op het lijstje was Tom. Dat veranderde de zaak natuurlijk volledig, want zowel Toms persoonlijkheid als zijn imago nam geen genoegen met een handvol simpele foto’s. als ze heel eerlijk was, vond Chantal ook wel dat Tom iets meer acteertalent bezat dan de andere twee bandleden. Op het moment dat hij poseerde, kwam het niet over als één of andere vage figuur die cool wilde zijn. Wat niet betekende dat het er bij Georg en Gustav wél zo uitzag, helemaal niet, maar de gitarist kreeg het toch voor elkaar om nét iets natuurlijker en eleganter op de foto te staan.
De toeschouwers waren ondertussen verplaatst. Chantal, Joëlle, Hannah en Raquel zaten in een halve kring op de vloer, een paar meter van het witte scherm vandaan. Natalie kwam erbij zitten, maar trok wel haar kruk achter zich aan. Georg en Gustav lieten zich aan de rand van de halve cirkel zakken, aan Joëlles rechterkant; zij schoof meteen dichter naar de bassist.
Bill en David stonden als enige nog bij de fotograaf, een stukje achter hem zodat ze goed zicht hadden op het onderwerp van de lens. In dit geval was dat dus Tom, inmiddels gehurkt met een andere outfit aan zijn lijf. De fotograaf riep een paar aanwijzingen, maakte drie foto’s achter elkaar, scheen even na te denken en kreeg vervolgens steun van Bill, die zijn broer eveneens van raad voorzag.
Raquel glimlachte in zichzelf. Het was leuk om hem zo bezig te zien, volledig opgaand in zijn werk, maar op een goede manier – niet zoals Elvira eerst. Bill was fanatiek en een tikje werkverslaafd zonder obsessief te zijn. Hij had nog aandacht over voor andere dingen en putte juist kracht uit zijn werk, in plaats van dat het werk alle energie uit hém zoog. Hij was nu duidelijk in zijn element, wist waar hij over praatte. Zijn aanwijzingen leverden daadwerkelijk goede foto’s op.
‘Oké, Chantal, jouw beurt!’ David wenkte de blondine naar zich toe. Ze stond vlug op, wierp het groepje een bijna uitdagende blik toe, alsof ze wilde zeggen: Waag het eens om niet naar me te kijken!
Ze nam plaats voor het scherm, voor de camera. Uiterlijk begon ze nu toch iets van spanning te vertonen; haar schouders stonden strak. De fotograaf – Jürgen – maakte eerst een testfoto om te zien of het licht in orde was en knikte tevreden. ‘Een goed begin. Hoofd iets kantelen graag. Naar links.’
Chantal volgde zijn aanwijzing op, de camera flitste en flitste nog eens. Opnieuw instemmend gemurmel vanachter de lens, geknik bij de toeschouwers. Ze kon niet verhinderen dat ze een soort triomf voelde; dankzij Joëlles stylingtalent en Natalies make-upkunsten was haar zelfvertrouwen al gegroeid, haar competitiegeest werd gevoed door Raquels aanwezigheid, en nu zag ze het bevestigd. Hier lag een stuk van haar talent. En ze genoot van alle aandacht.
‘Probeer het eens met de rist een stukje open,’ stelde Bill plotseling voor. Chantal ging op dat moment gekleed in een soort jumpsuit van zwarte stof, met een rits aan de voorkant die tot haar sleutelbenen ging. Ze trok even een wenkbrauw op; als ze de rits omlaag trok, kreeg ze een duidelijk zichtbaar decolleté. Was dat wat Bill wilde zien? Uitgerekend Bill?
‘Is dat niet een beetje… goedkoop?’ David fronste licht.
‘Dat past wel bij Bill*, nietwaar?’ riep Tom vanaf de vloer. De anderen grinnikten en Bill stak zonder omkijken zijn middelvinger op naar zijn broer, maar lachte net zo vrolijk mee.
‘Ik bedoel, als ze de rits een stukje omlaag doet, dan lijkt ze net iets minder op een space-versie van Catwoman,’ verklaarde hij vervolgens. ‘Gewoon iets losser. Je mag de foto’s ook best weggooien als ze lelijk worden, maar probeer het gewoon.’
Hij glimlachte overtuigend en Jürgen knikte, gebaarde naar Chantal dat ze Bills aanwijzingen kon volgen. Met een speels lachje bracht ze haar hand naar de rits en trok die heel langzaam een stukje omlaag. Ze deed haar best om serieus te kijken, maar dat hield ze niet lang vol – na een paar seconden proestte ze het uit. Tom en Georg floten op hun vingers als een stel bouwvakkers; Hannah gaf haar vriendje een por en schoot toen zelf in de lach.
‘Kraag omlaag klappen,’ adviseerde Bill dwars door het gegrinnik heen. ‘En draai je eens een kwartslag om? Linkerkant naar de camera, kin omhoog!’
Het hielp niet, Chantal had de slappe lach en was even niet aanspreekbaar. Dat het groepje op de vloer meelachte maakte het ook niet bepaald makkelijker om weer serieus te doen; zelfs David schakelde niet meteen terug naar ernstig, de fotograaf hield het bij een geamuseerd glimlachje.
‘Oké, goed.’ Uiteindelijk rechtte Chantal haar rug en kuchte, nog altijd half grijnzend. ‘Ik ben er weer.’
‘Tss,’ deed Bill en klakte hoofdschuddend met zijn tong. Zijn ogen fonkelden, hij vond het stiekem best grappig, maar was voor deze keer degene die de professionaliteit bewaarde. ‘Kraag omlaag klappen, omdraaien, kin omhoog!’
Chantal salueerde, iets wat ze onbewust van de tweeling had overgenomen, en deed wat hij zei. Met haar linkerzij naar de camera was het decolleté plotseling heel wat minder opvallend, het jumpsuit zelf leek veel eleganter nu de kraag niet meer om haar hals sloot en haar sleutelbenen vrijliet.
‘Schouders laten zakken,’ ging Bill verder met aanwijzingen geven. ‘En nu deze kant op kijken, kijk in de camera!’
Flits. Jürgen drukte af en knikte goedkeurend, eerst naar Chantal en toen naar Bill. ‘Heel mooi. Mooi beeld.’
De zanger glimlachte alleen, met een gezicht alsof hij niets anders verwacht had. Chantal voelde haar zelfvertrouwen juist weer een stukje stijgen. Elke flits van de camera zorgde voor een paar streepjes zelfverzekerdheid erbovenop, zo stelde ze zich het effect van xtc voor. Ze voelde zich high op adrenaline, op aandacht, op spaceship-outfits, op de flits van de camera.
‘Oké Chantal, je bent klaar!’ riep David op dat moment. ‘Goed gedaan.’ Hij glimlachte, knikte haar goedkeurend toe, en de toeschouwers op de vloer zetten het op een joelen. Dat wil zeggen, Hannah en Raquel applaudisseerden gewoon terwijl de andere drie als een stel groupies voor Chantal juichten. De blondine maakte een lachende buiging en stapte van het scherm vandaan. Ze grijnsde van oor tot oor, liet zich bij het groepje op de grond zakken en koesterde zich even in de felicitaties en complimenten.
De aandacht in de zaal bleef echter niet lang bij Chantal hangen: de beurt was aan Bill en hij hoefde niets te zeggen om onmiddellijk in het middelpunt van de belangstelling te staan.
Bill poseerde alsof hij niet poseerde. Van alle vijf de foto-objecten was hij duidelijk het meest theatraal aangelegd, meer nog dan Tom en Chantal, die toch duidelijk talent hadden. Zelfs al wist iedereen in de ruimte dat het niet echt was, dat hij een rol aannam, toch gingen ze er allemaal in mee; het was geloofwaardig, het leek natuurlijk.
Van de fotograaf kwamen geen aanwijzingen meer, alleen suggesties. Bill had geen aanwijzingen nodig, hij wist dondersgoed welk effect zijn houding of gezichtsuitdrukking veroorzaakte. Elke kanteling van hoofd, schouder en heupen was het resultaat van ervaring, talent en precieze berekening.
Dat het langer duurde dan bij de andere vier bleek ook de waarheid, helaas. Raquel keek graag naar Bill, in welke houding dan ook, maar haar maag begon na een tijdje licht te knorren. Een blik op de klok van haar gsm leerde dat het al kwart over twaalf was: ze zaten hier al tweeënhalf uur, bijna drie. Geen wonder dat haar bloedsuiker moest worden opgepept.
Met een halve blik op Bill – in de zoveelste outfit – boog Raquel zich naar Chantal en fluisterde: ‘Denk je dat we straks te eten krijgen?’
‘Ik hoop het wel,’ kwam meteen het antwoord, ‘ik heb honger.’
Tom, aan Chantals andere kant, ving hun woorden op en gniffelde. ‘Geen zorgen, hij is zo klaar. En hiernaast staat de catering.’
De meisjes wisselden een opgeluchte blik. Op dat moment mengde Hannah zich eveneens met een vraag in het gesprek: ‘Ik dacht eigenlijk dat er wel meer crew zou zijn. Maar alleen Natalie is er.’
Nog meer gegniffel. ‘De rest zit ook hiernaast, dat heeft waarschijnlijk iets te maken met de catering.’ Daar moesten ze allemaal om grinniken, de twee G’s en Joëlle luisterden inmiddels mee. ‘Maar ja,’ voegde Tom er nog aan toe, ‘we kunnen ons ondertussen wel zelf aankleden. Zoveel crew hebben we niet meer nodig. Niet bij shoots, in elk geval.’
Raquel knikte licht. Eigenlijk was dat logisch, ze vergat alleen af en toe hoeveel ervaring de jongens al hadden. Ze gedroegen zich niet altijd even volwassen of professioneel, maar ze waren het wel. Tokio Hotel was ondertussen al bijna vijf jaar hun leven, datgene waar hun hele bestaan op gebaseerd en aan gewijd was. Het lag voor de hand dat ze hier hun weg blindelings konden vinden.
Even later plofte de laatste van het groepje naast haar neer. Bill, nog altijd met extra dikke make-up maar wel weer in zijn normale kleren. Een glimlachje maakte duidelijk hoezeer hij zich bewust was van zijn prestaties, van zijn natuurlijke talent op dit gebeid. In zekere zin dreef de hele onderneming ook op dat talent; als Bill niet Bill was geweest, in al zijn extravagantie en perfectionisme, met de charme en de sterke wil… Hoe was het hun carrière dan vergaan? Raquel was er zeker van dat de vier jongens nog altijd als met vleugels naar de top waren vertrokken, het was ook weer niet zo dat alles afhing van charme en extravagantie, maar ze vermoedde dat het behoorlijk geholpen had. Het zou haar niets verbazen.
‘Lunchtijd!’ riep Chantal en brak daarmee dwars door Raquels gedachten. De blondine kreeg bijval van de hele groep, dus sprongen ze allemaal overeind en streken hun kleren glad. Natalie, Jürgen en David slenterden achter hen, langs de kledingrekken door een deur naar de zijkamer. Die was een stuk kleiner en daardoor gelijk een stuk gezelliger. Tegen de linkerwand stond een buffet opgesteld, met meer schalen en borden dan Raquel in één oogopslag kon tellen, en de rest van de ruimte werd gedomineerd door een lange tafel met een hele collectie plastic stoeltjes. Een aantal waren al bezet, daar zat zoals voorspeld de rest van de crew. Raquel herkende inmiddels het grootste deel van de gezichten en voelde zich direct op haar gemak.
Met een bord vol lieten ze zich op een plastic stoeltje zakken. Raquel belandde tussen Bill en Natalie, tegenover Chantal, Georg en Joëlle. Een glimlach ging over en weer, toen grepen ze allemaal naar hun bestek. Er heerste een vrolijke, bijna uitgelaten stemming, als een soort bedrijfsfeestje proostten de crewleden elkaar met hun plastic koffiebekertjes toe. Zij hadden waarschijnlijk al gegeten en vermaakten zich nu op een andere manier.
Na een tijdje besefte Raquel dat het gesprek aan de andere helft van de tafel over de tour ging, de komende tour van Tokio Hotel. Haar vork bleef even in de lucht hangen. Over dat onderwerp hoorde ze het liefst zo min mogelijk, al was het maar om er niet over te blijven nadenken tot de tour daadwerkelijk begon. Ze mocht er pas over piekeren als de tourbus al was vertrokken; dat hoorde bij haar afspraak met zichzelf.
Op het moment ging het gesprek echter over de tourbus: om precies te zijn over de chauffeurs. Dunja, Davids assistente, wilde weten wie er allemaal zou rijden en kreeg antwoord van Tobi, één van de bodyguards. ‘Wie anders dan onze vijf M’s?’
‘Vijf M’s?’ mengde Joëlle zich geïnteresseerd in het gesprek. ‘Wie zijn dat?’
De blikken verplaatsten zich nu ook naar hun kant van de tafel, vriendelijke uitnodigende blikken. Het was echter Bill die antwoord gaf, prikkend in een schijfje komkommer: ‘Onze vaste truckers. Martin, Martin, Markus, Michael en Peter.’
‘Natuurlijk. Want Peter begint ook echt met een M.’ Joëlle schudde grijnzend haar hoofd en de rest van de groep moest eveneens lachen.
‘Hoe groot is zo’n tourcrew eigenlijk?’ vroeg Hannah toen. ‘Hoeveel mensen heb je voor zoiets nodig?’
‘Hangt af van hoe groot je het wilt hebben,’ antwoordde Tom schouderophalend. ‘Technici sowieso, voor licht en geluid. Mensen om het podium op te bouwen.’
‘Extra mensen om het podium op te bouwen als je dingen wilt laten bewegen,’ vulde Bill aan en stak weer een stukje komkommer in zijn mond. ‘Catering, security, management, camera… Best wel wat mensen. Stuk of vijftig?’
Dunja knikte. ‘Ongeveer vijftig vaste staf, dan vaak nog extra security van de venues zelf. Die betalen wij ook. En per venue meestal een assistent of iets van hun staf, die de hal kent. Dat is handig bij het opbouwen.’
Raquel werd er zelfs een beetje stil van. Sinds ze Bill en de jongens kende was haar kennis over de muziekwereld flink vooruitgegaan, maar veel dingen bleven nog altijd ver van haar bed. Ze had er nooit zo bij stilgestaan dat er zoveel werk en zoveel mankracht in een tour ging zitten. Het was logisch als je erover nadacht, maar ze dacht er gewoon nooit over na; ze had er nooit over na hoeven denken. Er waren zoveel dingen waar ze vroeger nooit over na hoefde te denken.
Een paar minuten later stond David op en zette zijn bord terug op het buffet. ‘Oké jongens, zijn jullie klaar met eten? We moeten door, de bandfoto’s zijn aan de beurt.’
‘Jep, klaar.’ Bill sprong meteen overeind, de anderen volgden iets langzamer. Raquel, Hannah en Joëlle lieten zich weer op de grond zakken, een eindje van het scherm vandaan, en keken geïnteresseerd toe; Chantal slikte een krop opwinding weg. Dit was het moment waar ze zich al de hele dag op verheugde, nog meer dan op de individuele foto’s. Ze zou samen met de jongens op één foto staan, samen met de jongens het beeld vullen: samen met de jongens, officieel, niet meer te negeren of te ontkennen, Tokio Hotel. Ze haalde diep adem en liet zich door Natalie op een kruk drukken – voor deze belangrijke gebeurtenis moest haar make-up perfect zijn.

77.

De eerste pose was om het licht te controleren. Chantal grijnsde nerveus en voelde zich plots klein – ze stond direct in het midden, Bill en Tom aan weerszijden. De broers waren allebei meer dan vijftien centimeter langer dan zij. Haar hart hamerde als een gek tegen haar ribbenkast, haar handen voelden plots klam. Dit was het dan, het grote moment…
Flits. Volgende pose. Iemand drukte zowel Bill als Chantal een microfoon in de hand, wikkelde het snoer een stuk om hun armen. Bill ordende met één hand een paar lokken van zijn haar; Chantal durfde niet aan haar kapsel te zitten, Joëlle zou haar afschieten. Ze was tot haar lichte schaamte niet half zo goed in het doen van haar haren als Bill. Nu had ze dit kapsel ook nog niet zó lang, maar toch.
‘Rug aan rug, graag!’ riep Jürgen vanachter zijn camera. ‘De zangers rug aan rug, Chantal kin omhoog! Tom, als jij nu eens op de grond hurkt…’
Flits. ‘Ontspan,’ hoorde Chantal fluisteren. Bill wierp haar even een geruststellende blik toe toen hij van houding wisselde en de microfoon weer aan Dunja teruggaf. ‘Je doet het prima.’
Chantal haalde diep adem en glimlachte. Ze moest haar spieren heel bewust ontspannen, haar hart hamerde nog steeds idioot snel. De volgende pose was op hun knieën, met zijn vijven in een halve kring en Chantal weer in het midden. Nu voelde ze zich in elk geval niet meer zo klein. Flits.
Pose na pose. Af en toe wisselden ze van kleren, werd er iets aan haar (of Bills) make-up aangepast, een paar keer poseerden ze niet met vijf maar met twee of drie. Een hele reeks foto’s van alleen de tweelingbroers mocht natuurlijk niet ontbreken.
‘Laatste foto!’ riep Jürgen ten slotte. Het publiek ademde hoorbaar uit; de vijf voor het witte scherm wierpen hen geamuseerde blikken toe. Raquel rekte zich alvast uit. Ze was behoorlijk stijf na dat lange zitten en had alweer honger: buiten begon het zelfs al te schemeren, hoewel dat deels ook te maken had met de grauwe regenwolken die door de hemel leken te schuifelen. In elk geval zaten ze hier zeker al uren en ze was niet de enige die zich opgelucht bewoog.
Chantal trok bijna een teleurgesteld gezicht, herinnerde zich toen dat ze moest blijven lachen voor de camera. Ze vond het jammer, vond dat het veel te snel voorbij was gegaan en had het gevoel dat ze ngo wel een tijdje zo verder had kunnen doen. Van de spanning restte nog maar een flinter, alles was omgeslagen naar glimlach en triomf.
‘Jongens, als jullie Chantal nou eens optillen!’ opperde Jürgen op dat moment.
‘Optillen?’ herhaalde Tom. ‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, zo…. Zoals die ene foto van jullie met David,’ probeerde de fotograaf uit te leggen. ‘Je weet wel, da’s zo’n hele oude, daar heeft Bill nog kort haar.’
De jongens keken elkaar even verbluft aan, konden zich die foto duidelijk niet meer herinneren. Ze hadden in hun leven al op zoveel plaatjes gestaan dat de innerlijke database af en toe gaten vertoonde. Het was Hannah die hen het laatste geheugensteuntje gaf: ‘Kom op, dat is die foto waar jullie David dragen, zo horizontaal! En het lijkt net alsof Gustav al het gewicht draagt en Bill alleen voor de vorm een hand uitsteekt!’
Iedereen schoot in de lach. ‘Oh, díé!’ riep Bill en sloeg een hand tegen zijn voorhoofd. ‘Nu weet ik het weer… Lieten we hem toen niet bijna vallen?’
‘Inderdaad,’ zei Gustav droog, ‘omdat jij precies dát deed wat Hannah net beschreef.’
Bill trok een engelengezicht dat niemand overtuigde, omdat hij te hard grijnsde. ‘Maar David is zwáár.’
‘En bedankt,’ bromde de manager, maar moest toen ook lachen en schudde even zijn hoofd. ‘Maak die foto nu maar!’
‘Hoppla!’ Georg grijnsde en voor Chantal het wist, hadden Gustav en hij haar bij kop en voeten te pakken. Ze slaakte een kreet, maar de jongens tilden haar zonder pardon op. Bill en Tom deden vlug een stap naar voren en sloegen hun armen eveneens om haar heen. Tom kwam naast Gustav terecht en droeg haar benen, Bill ondersteunde haar rug. Zijn handen lagen om haar ribben, raakten net niet het onderste randje van haar bh. Chantal slikte en voelde haar hartslag weer een sprong maken.
‘We laten je heus niet vallen, maak je geen zorgen!’ lachte de zanger. ‘Je bent in elk geval lichter dan David, naar wat ik me herinner.’
‘Gelukkig maar,’ kreunde ze ironisch en oogstte een hoop gegniffel.
‘Chantal, zou je je deze kant op kunnen draaien?’ verzocht Jürgen op dat moment. ‘Dat lijkt me wel zo mooi.’
‘Wíllen wel!’ pruttelde ze. ‘Kunnen is een ander verhaal…’
Het groepje op de grond giechelde, het zag er best komisch uit. De jongens hielpen Chantal manoeuvreren, zodat de fotograaf ook haar gezicht in beeld kreeg, en het zag ernaar uit dat Gustav en Georg opnieuw het grootste deel van het gewicht droegen, zo ontspannen als de tweeling eruit zag.
Tijdens het draaien verplaatste Chantal zich een stukje; ze gleed een paar centimeter omlaag, waardoor Gustav in plaats van haar knieën haar enkels kon pakken en Tom iets meer ruimte had. Aan de andere kant paste Georg zo beter op het plaatje. Bills handen verplaatsten eventjes niet mee, hij reageerde te laat – en heel even voelde Chantal zijn vingers door haar kleren heen, een fractie van een seconde streken ze langs haar borsten.
Bill trok ze meteen terug. ‘Woeps. Sorry!’ Hij grinnikte even, legde zijn handen toen weer bij haar ribben.
Geeft niet, wilde Chantal zeggen. Ze deed het niet, kreeg de kans niet omdat Jürgen de foto wilde maken, maar van binnen slaakte ze een zucht. Het kriebelde in haar buik; ze moest weer slikken om de plotselinge droogte uit haar keel te jagen. Hij had zijn handen best langer mogen laten liggen, zij vond het niet erg. Integendeel. De vlinders fladderden nog toen de jongens haar weer met beide voeten op de grond zetten.
‘Zie je?’ Tom klopte op haar schouder. ‘We hebben je niet laten vallen.’
‘Dank je,’ zei ze droogjes. ‘Ik waardeer het zeer.’ Maar eigenlijk had ze best langer in die pose willen blijven hangen. Bill was zo dichtbij… En ze droomde nog steeds van die nabijheid, of ze nu wilde of niet.
‘Prachtig, dan zijn we hier klaar!’ David klapte in zijn handen, scheen tevreden met de resultaten van de dag. Chantal kon het alleen maar met hem eens zijn.
En toen gooide Jürgen roet in het eten. ‘Moeten die dames niet nog op de foto?’ Hij wees naar Raquel en Hannah, wierp de tweelingbroers een knipoog toe. ‘Leuk voor boven je bed.’
‘Volgens mij hebben ze hen liever ín hun bed!’ riep Georg vanachter een kledingrek. Hij kreeg van beide broers tegelijkertijd een middelvinger omhoog en schoot in de lach. Aan hun fonkelende ogen was duidelijk te zien dat ze het er wel mee eens waren – zowel met Georg als met Jürgen.
De fotograaf maakte een uitnodigend gebaar naar het groepje op de grond. ‘Kom, dan maken we een paar mooie plaatjes van jullie!’
Raquel en Hannah wisselden even een blik, ergens tussen opgewonden en voorzichtig in. Dat Jürgen wist wie zij waren hadden ze natuurlijk al geraden, anders hadden ze hier nooit kunnen zijn, maar was dit niet een stap te ver? Tussen haar wimpers door gluurde Raquel naar David; hij maakte blijkbaar geen bezwaar, dus dan kon het geen kwaad. Hannah kwam tot dezelfde conclusie en ze sprongen prompt overeind.
‘De blondine ook!’ Jürgen wenkte Joëlle eveneens naar het scherm. ‘Dan zijn de drie paartjes compleet, hm?’
Raquel streek de plooien uit haar kleding. Ze droeg vandaag grijs met rood: grijze jeans, rood bloesje, rode allstars. Naast haar kwam Bill in zijn normale kleren, voornamelijk zwart en op zijn shirt perfect gestileerde witte verfvlekken. Aan Bills andere kant stond Tom in blauwe jeans en lichtgrijs shirt, Hannah in knalgroen op een jeansrokje, toen Joëlle in het roze en Georg met het logo van Guns N’ Roses voorop. Armen om elkaar heen, flits.
Nu was Chantal de toeschouwer en dat vond ze helemaal niet leuk. Gustav zat gewoon rustig in een hoek, had een boek tevoorschijn gehaald en keek niet meer op van de pagina’s. Aan hem had ze dus ook niets; Chantal trok een ontevreden gezicht en ging op de grond zitten, waar de anderen net gezeten hadden. Was dit niet háár dag? En nu stalen Raquel en Hannah alsnog haar spotlight!
Joëlle en Georg kwamen bij haar zitten, die hadden algauw genoeg van het geflits. Ze toverde vlug haar glimlach weer tevoorschijn, wilde niet op een frons betrapt worden. Ergens wist Chantal ook wel dat het stom was. Niemand deed het expres, niemand wílde haar speciale dag verpesten, Raquel het minst van allemaal. Ze kon toch niet weten wat dit voor Chantal betekende. Daarmee loste veel van de ergernis op, maar de aanblik van de vier voor het scherm bleef schroeien.
Blijkbaar vonden de twee meisjes het wel leuk voor de camera, ze kwamen na de eerste foto niet meteen weer terug. Jürgen complimenteerde allebei met hun glimlach en ze werden tegelijkertijd rood. Flits. Bill kuste Raquel op haar wang, ze draaide zich een stukje naar hem toe en keek naar hem op. Flits. Hannah fluisterde iets in Toms oor, hij grijnsde. Flits.
‘Probeer eens te draaien?’ stelde Jürgen voor. ‘Een pirouette misschien?’
De tweeling deed weer eens precies hetzelfde: zowel Bill als Tom nam één hand van hun vriendin en liet haar ronddraaien, als in een klassieke dans. Op het moment dat Raquels krullen door de lucht zwierden en Hannah op het puntje van haar allstar stond, flitste de camera; toen de meisjes lachend in de armen van de jongens vielen volgde eveneens een flits.
‘Ze zien er echt lief uit samen, vind je niet?’ fluisterde Joëlle. Ze had het tegen Georg, maar Chantal hoorde het natuurlijk ook. ‘Net pril verliefd.’
Georg maakte alleen een instemmend bromgeluid en legde een arm om Joëlles schouders. Tevreden nestelde ze zich tegen hem aan, hij wreef afwezig langs haar bovenarm. Chantal zei het niet hardop, ze wilde hun moment niet verstoren, maar op deze manier zagen Georg en Joëlle er net zo schattig uit als de twee koppels voor het witte scherm.
Even later klapte David weer in zijn handen. ‘Oké jongens, nu zijn we wel klaar, denk ik!’
Van de fotograaf kwam een knikje, het groepje van vier had inmiddels de slappe lach en de meisjes huppelden vrolijk door de ruimte naar de toeschouwers. Bill en Tom holden erachteraan, deelden even een blik en een schaterlach die alleen zij begrepen. Toen haalden ze de meisjes in en vingen hen met één arm. Raquel en Hannah slaakten een kreet, maar moesten prompt weer lachen en lieten zich opnieuw ronddraaien, dit keer met beide handen.
Van een afstandje keken een paar crewleden geamuseerd toe, David schudde even zijn hoofd en zei duidelijk hoorbaar tegen Dunja: ‘Het zullen de hormonen wel zijn.’
Dunja grinnikte. ‘Beter dat ze het nu uitleven, dan hebben we misschien geen onstuitbare tweeling mee op tour.’
‘Hebben we toch wel!’ klonk het van vier kanten – Gustav, Georg, Bill en Tom keken elkaar aan en er volgde een lachsalvo waar de hele crew aan meedeed. Even glinsterden er herinneringen in de ogen, herinneringen aan uitgelaten dagen in de tourbus.
Toen liet Bill zich op de grond ploffen, trok Raquel naast zich en zei, meer algemeen dan specifiek tegen haar: ‘Maar jullie komen sowieso langs, of niet? Ik bedoel, hoeveel concerten spelen we in Duitsland? Drie?’
‘Hamburg, Berlijn, Oberhausen en München. Vier,‘ souffleerde Dunja onmiddellijk.
‘Zie?’ Bill knikte tevreden. ‘Daar kunnen jullie toch bij zijn?’ Hij ging even de gezichten langs, Joëlle en Hannah en vooral Raquel kregen een vragende blik toegeworpen.
‘Hangt er vanaf op welke dagen die zijn,’ antwoordde Hannah aarzelend. ‘Vanwege de uni.’
‘Dinsdag, woensdag, vrijdag en zondag.’ Opnieuw schoot de informatie als een pijl uit een boog uit Dunja’s mond. Ze was niet voor niets Davids assistente, dit hoorde bij haar taakbeschrijving en ze nam die taak duidelijk zeer serieus.
‘Nou, dat is toch prima.’ Bill streek door zijn inmiddels wat loshangende haar. ‘Vrijdag en zaterdag, bedoel ik. En na München komt Wenen, da’s best dichtbij.’
‘Ja, en vanaf Wenen is Zagreb “best dichtbij”,’ wees David hem op de feiten. ‘Op die manier kunnen ze de hele tour wel mee.’
De tweeling wisselde even een blik die boekdelen sprak, toen grijnsde Bill: ‘Vinden wij niet erg?’ En meteen liet hij erop volgen: ‘Oké, oké, dat vraag ik beter niet van jullie, maak je geen zorgen. Maar jullie wónen in Berlijn. Dat moet toch lukken?’
Raquel en Hannah knikten tegelijkertijd. Dat moest zonder twijfel lukken, daar gingen ze voor zorgen. Misschien konden ze ook naar één van de andere concerten, maar dat was van later zorg. Berlijn had in elk geval een kans van honderd procent.
‘En Chantals bekendmakingsconcert!’ gooide Tom toen in het gesprek. ‘Da’s ook in Berlijn.’
‘Ik hoor het al, jullie plannen weer eens van alles,’ zuchtte David en schudde voor de zoveelste keer zijn hoofd. ‘En wij blijven aan de gang met de security.’
‘Iemand moet het doen, nietwaar?’ Bill trok een dramatisch gezicht, moest toen lachen en wuifde Davids woorden weg. ‘Zo erg vind je het echt niet, anders had je op z’n laatst nu een preek gehouden.’
Daarin moest de manager hem gelijk geven; de tweeling wisselde weer een blik, deze keer een triomfantelijke, en de crew gniffelde op de achtergrond. De enige die stil bleef, was Chantal. Ze moest haar lippen op elkaar klemmen om niet alles naar buiten te flappen. Om het niet van verontwaardiging uit te schreeuwen. Raquel en Hannah – vooral Raquel! – op deze dag, op dit moment, in de buurt hebben, dat was al erg genoeg. Nu kwamen ze ook nog Chantals concert inpalmen? Haar allereerste openbare moment of fame en toch zou ieders gedachte bij iemand anders zijn, zouden Bills bij Raquel en niet bij zijn co-zangeres zijn.
‘Laten we gaan, het is al zes uur.’ David trok weer de aandacht naar zich toe. ‘Jongens via de achteruitgang, meisjes… Nou ja, Chantal en Joëlle kunnen nu wel direct met ons mee. Raquel, Hannah, tot de volgende keer.’ Hij glimlachte hen vriendelijk toe, ze gaven hem net zo vrolijk antwoord.
Van de jongens moest natuurlijk uitgebreider afscheid genomen worden. Dus omarmden de meisjes eerst Georg en Gustav, vervolgens om beurten Chantal en Joëlle, daarna de tweelingbroer waar ze niet mee samen waren. Ten slotte kropen Raquel en Hannah nog eens weg in de armen van hun respectievelijke vriendje. Ze kusten elkaar, lang en zonder zich iets van de omgeving aan te trekken, bleven zo een tijdje in de omhelzing staan. Pas toen David demonstratief zijn keel schraapte maakten ze zich van elkaar los en deelden een laatste kus.
‘Binnenkort zien we elkaar weer,’ beloofde Bill en stopte een krul achter Raquels oor. ‘Sowieso in Berlijn.’
Ze knikte, kneep even in zijn hand. ‘Misschien nog in Hamburg?’
Hij glimlachte. ‘Je bent altijd welkom, dat weet je.’
Nog een allerlaatste kus, een allerlaatste blik over en weer, een allerlaatst gefluisterd “Ik houd van je”. Toen verlieten de jongens met Chantal en Joëlle achter de crew aan de ruimte, de andere twee meisjes volgden Jürgen en zijn apparatuur naar de hoofdingang. Wanneer ze elkaar weer zouden zien stond nog niet honderd procent vast – maar er was één iemand die hoopte dat het niet binnenkort zou zijn.
In het busje terug naar Hamburg deed Chantal gewoon net zo vrolijk als de anderen, lachte en praatte zoals altijd mee. Vanbinnen broedde ze echter op een plan. Deze dag had haar ogen geopend, had haar een nieuw inzicht gegeven. Over een maand werd zij officieel voorgesteld als het vijfde lid van de band en de kans was groot dat de bekendmaking van Raquel en Hannah daarop zou volgen. Hoe lang daarna was natuurlijk niet zeker, maar het zat eraan te komen, dat proefde ze in de lucht.
Als dat gebeurde, was het echt voorbij. Dan waren Chantals kansen definitief verkeken. Dus, besloot ze, moest ze haar laatste restje kans met beide handen aangrijpen. Ze moest nog één keer proberen om tot Bill door te dringen, nog één laatste keer. Als het deze allerlaatste keer ook niet lukte, zou ze zich erbij neerleggen – maar ze wilde het nog één keer proberen. En ze wist al precies hoe; de foto’s hadden haar een perfect plan ingefluisterd.

78.

Raquel ging een rustige week tegemoet. Dankzij Bill en de fotoshoot glimlachte ze nog steeds; twee dagen na dato vond ze de foto’s in haar mailbox, een keuze uit de mooiste plaatjes van hen samen. Even later sierden die natuurlijk het prikbord boven haar bureau, dat zo langzamerhand wel een collega kon gebruiken. Bewijzen voor geluk namen veel ruimte in.
Iedereen deelde in Raquels goede humeur, niet alleen Hannah maar ook Elvira en Jonathan werden met het virus aangestoken. Raquel kon zich niet herinneren dat er in hun huis ooit zoveel kabaal was gemaakt; in elk geval niet zo’n kabaal als dit, kabaal bestaande uit driemaal de slappe lach.
Een ander gevoel mengde zich echter door de blijdschap. Vermoedelijk was het voor de vijf in Hamburg nog veel zenuwslopender – als het voor Raquel al zo voelde, kon dat bijna niet anders – maar naarmate de dagen verstreken en het nieuwe album dichterbij kwam, groeiden de kriebels in Raquels maag tot in het reusachtige. Ze kon haast niet wachten tot ze het album in haar handen had. Inmiddels was de officiële releasedatum bekendgemaakt en ze streepte nog net niet de dagen af op haar kalender. Niet omdat ze zo graag wilde dat de jongens én Chantal aan hun tour begonnen, maar omdat ze als fan simpelweg de nieuwe creaties van haar favoriete band wilde kennen. Buiten het ene flintertje dat Bill haar eens had laten horen, wist ze net zomin iets van het album als alle andere fans.
In de eerste week van maart werd het weer zo druilerig en grijs dat de slappe lach leek uit te doven. Elke blik naar buiten, met of zonder lachbui, veranderde onmiddellijk naar teleurgesteld met een frons. Als het weer al zo moeilijk deed, hoe moesten de mensen zich dan voelen? Jonathan ging met een nors gezichtje naar school en Elvira dook achter het zoveelste rapport. Ondertussen zat Hannah met drie papers om te schrijven, Lisanne die er in elk geval één al af had, en Raquel droomde voor zich uit in het restaurant.
Op donderdag, bijna een week na de shoot, hoorde ze eindelijk het langverwachte gebliep van haar gsm. Het riedeltje vertelde haar al wie het was, maar waarschijnlijk had ze het ook zonder die extra hulp wel geweten. Wie anders zou haar op dit tijdstip sms’en? Iedereen in Berlijn wist dat ze werkte, Bill wist het vermoedelijk ook maar liet zich daardoor niet storen.
Zijn sms was kort en bondig: Vrijdag, Hamburg Hbf, 19u?
Even staarde ze verbaasd naar de vier woordjes; zo kortaf was hij nog nooit geweest, niet voor zover ze zich kon herinneren. Aan de andere kant, hij had het tot voor kort ook niet zo druk gehad. Nu de releasedatum, Chantals eerste optreden én de tour eraan zaten te komen, werden zijn dagen tot de nok toe gevuld met van alles en nog wat. Ze wist van Hannah, die het weer van Tom had gehoord, dat de band inmiddels elke dag voor de tour repeteerde; in een kleine zaal, speciaal voor de gelegenheid afgehuurd, kreeg Chantal haar eerste praktijklessen in het optreden. Raquel twijfelde er niet aan of Chantal deed het fantastisch. Ze had er het charisma, de uitstraling voor.
Dat er tussen al die repetities en afspraken door toch tijd werd gemaakt voor haar, deed Raquel op haar lippen bijten van blijdschap. Vlug tikte ze een antwoord aan Bill, bevestigde natuurlijk dat ze zou komen, en liet haar gsm weer in haar broekzak glijden. Met een glimlach keerde ze terug naar haar werk; de vlinders in haar buik gaven haar vleugels.

De treinreis van die vrijdag legde Raquel in haar eentje af. Hannah was te druk met studeren, die zat nu waarschijnlijk met hoofdpijn achter haar laptop. Ergens had Raquel medelijden met haar; tegelijkertijd was dat niet genoeg om haar eigen enthousiasme te stuiten. Ze had school zelf nooit echt leuk gevonden, al was ze te braaf om te spijbelen of haar huiswerk niet te maken. En ze was ook geen langzame leerling – ze vond er gewoon niet zoveel aan. In de klas bracht ze de meeste uren dromend door, dromend van alles wat ze zou kunnen doen als school níet verplicht was…
Geen wonder dat ze niet wist wat ze als opleiding wilde. Wat ze níet wilde, dat stond haar daarentegen duidelijk voor ogen. Zo werkverslaafd worden als Elvira, of voor de rest van haar leven serveerster blijven. Raquel wilde iets doen dat betekenis had, dat ergens het verschil kon maken. Ze wist gewoon niet zo goed wat dat dan kon zijn.
Zo voor zich uit filosoferend ging de treinreis vlug voorbij. Het was druk in de coupé, vrijdagnamiddag was natuurlijk spitsuur. Met de oortjes van haar iPod in haar oren kreeg Raquel van de gesprekken niet veel mee; ze merkte alleen dat de stoel naast haar vaker van passagier veranderde dan Bill van kapsel.
En toen reed de trein Hamburg Hauptbahnhof binnen. De laatste stop van deze lijn, dus iedereen hees zich met veel krakende botten en zwiepende handtassen overeind. Raquel moffelde haar iPod in haar jaszak en sloeg de band van haar tas om haar schouders; toen volgde ze de stroom reizigers naar buiten.
Bill zou haar komen ophalen. Een paar stappen van de treindeuren af bleef Raquel staan en speurde om zich heen, op zoek naar een bekend gezicht of een bekende vermomming. Op het propvolle perron was dat nog niet zo makkelijk. Ze wilde net naar haar gsm graven, om hem dan toch maar een sms te sturen, toen haar oog op één van de bankjes naast de snoepautomaat viel. Tussen de mensen door kon ze net een gestalte onderscheiden. Die pet – dat was toch Bill? Ze herkende de skullpatch op de klep van de zwarte pet en liep haastig op hem af.
Buiten was het inmiddels al donker, door de grote glazen koepel van het station viel nauwelijks nog licht. De lampen onder het dak wierpen bundels van geel over de perrons; net spotlights, of zoeklichten. In het schemerdonker voelde Raquel alleen haar eigen vlinders, het omkrullen van haar lippen en het versnellen van haar hartslag. Ze kon nu definitief vaststellen dat Bill onder die pet verborgen zat; ze had een glimp opgevangen van de witgelakte randjes aan zijn nagels.
Pas op een paar passen afstand besefte ze waarom ze hem aan de skullpatch had herkend, in plaats van aan zijn gezicht.
Hij hield iets in beide handen, een blad papier, kleiner dan een A4’tje, waar hij gebiologeerd naar staarde. Zijn haren kwamen onder de pet vandaan en vielen over de rand van zijn jasje; hij droeg een vest met het logo van Adidas erop en een wijde jeans met het kruis zo laag als dat van Tom normaal gesproken. Bill zag er vreemd uit, bijna onverzorgd, zeker nu hij zo onderuitgezakt op het bankje hing en zijn haren leken te golven. Hij had niet eens de stijltang ingezet.
Iets in Raquels binnenste trok ongerust samen. Dit was op zich een vermomming die ze eerder had gezien, maar nooit zo… zó extreem, zo slordig. Een onheilspellend gevoel bekroop haar en ze slikte voor ze tot stilstand kwam, twee stappen van hem verwijderd. De onrust liet zich echter niet zo makkelijk in de kiem smoren.
‘Bill?’ fluisterde ze.
Hij keek niet op. In plaats daarvan draaide hij het voorwerp in zijn handen om, zodat de voorkant zichtbaar werd.
Het was een foto.
In eerste instantie registreerde Raquel helemaal niet waar ze naar stond te kijken. Ze begreep het domweg niet, het was gewoon niet logisch. Hoe kon ze naar iets kijken dat niet bestond?
Blijkbaar bestond het toch wel, anders zouden Bills handen niet zo trillen. Maar dat kón toch niet? Dat was toch onmogelijk? Raquel schudde verbijsterd haar hoofd, merkte niet eens dat de tas van haar schouder gleed. Ze staarde, staarde en probeerde te bevatten wat ze zag, maar kon het simpelweg niet. Het kon niet.
Na wat voelde als een eeuwigheid knipperde ze met haar ogen en bracht uit: ‘Wat?’
Er trok een rilling door Bill heen, alsof het woord insloeg zoals een bliksemschicht zou doen. De foto viel uit zijn vingers en landde, afbeelding naar beneden, op de grond. Iemand had zijn kauwgom op de tegels geplakt. Ze staarden er allebei naar, tot Bill plots zijn hoofd ophief en ze de blik in zijn onopgemaakte ogen zag.
Woede? Verdriet? Ongeloof? Teleurstelling? Wanhoop?
Alle ingrediënten aaneengeregen door geschonden vertrouwen. En Raquel begreep er nog altijd niets van. Ze begreep niet hoe die foto kon bestaan.
‘Ga je me nog uitleggen wat dat te betekenen heeft?’ Bills stem was laag, zacht, dreigend. Veel kalmer dan de draaikolk in zijn ogen; Raquel werd er desondanks veel misselijker van.
‘Dat kan ik niet,’ fluisterde ze, zonder te weten waar die woorden vandaan kwamen. Iets dat ze nog niet eerder had gekend stal de controle over haar stem. ‘Ik begrijp het niet. Hoe… Waar… Ik snap het gewoon niet!’
‘Wat niet?’ sneed zijn stem vanuit de verte, twee stappen van haar vandaan. ‘Dat we erachter zijn gekomen?’
‘Wáár achter? Dát snap ik niet!’ Raquel schudde weer haar hoofd en bleef toen verward in de beweging steken. ‘Wie, we?’
‘Die foto…’ Bill priemde met een lange vinger naar de flinter papier bij zijn voeten. ‘… heeft Chantal gevonden. Op je Facebookpagina.’ Hij spuwde het woord met verachting uit.
Facebook? Nu begreep Raquel er nog minder van. Ze was in geen maanden, misschien zelfs jaren meer op Facebook geweest, niet sinds ze aan haar eindexamenjaar was begonnen. Dit was gewoon allemaal één grote monsterlijke grap. God haalde een afschuwelijke practical joke met hen uit.
‘Wel?’ Ongeduld mengde zich in Bills stem. Zoveel verschillende emoties hadden inmiddels hun ambassadeurs gestuurd dat Raquel ze niet allemaal meer kon onderscheiden. Zijn stem klonk zwart.
‘Ik begrijp niet waar die foto vandaan komt! En ik begrijp al helemaal niet waarom die op mijn Facebook staat!’ Ze had het gevoel dat ze schreeuwde, maar in werkelijkheid piepte haar stem van de paniek, bijna onhoorbaar in het lawaai van de treinen die ongestoord bleven komen en gaan. ‘Bill, ik zweer het, die foto kán helemaal niet bestaan! Ik weet niet eens wie dat is!’
‘Dat is wel erg makkelijk, denk je niet?’ beet hij haar toe, kwam half overeind vanaf het bankje. ‘Dat had ik ook gezegd als ik jou was! En je hebt geen idee hoe graag ik je wil geloven, maar dat kan ìk niet.’
‘Ik zweer het!’ Ze greep naar zijn arm, miste haast door de tranen die uit het niets leken op te komen; Bill schudde haar hand van zich af en stond op.
‘Alsjeblieft!’ Het woord eindigde in een snik. ‘Ga nou niet weg! Bill, ik snap hier net zo min iets van als jij! Maar…’
Hij liet haar niet uitspreken. ‘Ik snap het best! Wanneer kwam je erachter dat ik niet genoeg voor je ben? Monaco? Bij mijn ouders thuis?!’
‘Wat?’ Raquels stem sloeg over, nu was alle logica de wereld uit. In welk universum was Bill niet genoeg voor haar? Alsof er ooit iemand anders had bestaan dan hij! ‘Nee, nee, hoe kom je daar nu bij?’ Ze greep weer naar zijn mouw. ‘Ik houd van je. Ik hóúd van je!’
‘Ja, dat zeggen ze allemaal,’ zei hij mat en deed een stap achteruit. ‘En ik geloofde écht dat het bij jou anders was. Maar dat…’ Hij schopte met de punt van zijn sneaker tegen de foto. ‘Daar kan ik niet mee leven.’
Wat gebeurde er nu? Wat deed hij? Raquel stikte bijna in haar tranen, in de haast te willen antwoorden, en kreeg geen woord over haar lippen. Met grote niet-begrijpende ogen staarde ze hem aan, haar handen tegen haar mond gedrukt, verdwaasd en van alle kanten aangevallen door paniek.
‘Laatste kans.’ Hij keek haar niet aan en ze liet haar handen zakken. Laatste kans. En dan?
‘Ik…’ begon ze, als verdoofd zoekend naar de juiste woorden, en besefte tegelijkertijd dat die er niet waren. Niet nu. Hij gaf haar de kans om zich te verweren, omdat hij dit fatsoenlijk wilde doen, omdat hij hoopte dat ze het kon herstellen – maar ze wisten allebei dat ze het niet kon. Zwarte tranen liepen langzaam langs haar wangen omlaag en ze schudde haar hoofd. ‘Ik weet het niet.’
Pas toen Bill zich omdraaide leek iemand haar stevig door elkaar te schudden – zo hard dat ze iets voelde breken. Hij verdween tussen de reizigers die uit de pas aangekomen trein stroomden, was de enige die niet arriveerde maar vertrok. En Raquel stond daar bij het bankje. Ze wilde zijn naam schreeuwen, maar ze durfde niet. Ze was er zo op ingesteld geheim te houden wie hij was. Bovendien: zou hij daadwerkelijk zijn gekomen? Ze had hem tot in het diepst van zijn ziel gekwetst. Hoe, wanneer, waarom, dat wist ze allemaal niet. Maar ze moest het gedaan hebben, want er was een foto van. Op haar Facebookpagina.
Raquel liet zich naast haar tas op de grond zakken en hengelde blindelings naar de foto die Bill had laten liggen. Blindelings: de tranen onttrokken de wereld aan haar zicht. Haar vingers krulden zich om het papier, drukten het tegen zich aan. Eigenlijk hield ze niet de foto zo krampachtig vast: in haar hand lagen de stukken van haar gebroken hart.

79.

Met een zucht en een steun klapte Hannah haar laptop dicht en wreef uitgebreid in haar ogen. Ze sloeg haar hand pas voor haar mond toen de gaap al voorbij was, maar er was toch niemand in de kamer. Al een uur of drie zat ze hier helemaal alleen en typte als een idioot alinea na alinea van haar paper. Hannah vond haar studie leuk, ze was blij met haar keuze, maar op dit moment konden al die opdrachten haar gestolen worden. Het was bijna tien uur, op vrijdagavond!
Correctie, een blik op de klok leerde dat het precies 22:01 was. Hannah leunde achteruit in haar bureaustoel en wenste dat er een masseur vanuit het niets zou verschijnen; haar schouders leken wel in een bankschroef te zijn vastgeklemd. Een masseur of Tom, die kon ook prima masseren. Als ze mocht kiezen, dan liever Tom…
Ze stond op het punt om helemaal in haar dromen weg te zakken, toen van beneden haar moeder riep: ‘Hannah? Dit moet je even zien!’
Verbaasd duwde het meisje zich omhoog en sprong de trap af. Vanuit de woonkamer klonk de blikkerige stem van de nieuwslezeres; het journaal interesseerde Hannah nu niet bepaald, maar na twee stappen spitste ze toch haar oren. Vielen daar nou de woorden “Tokio Hotel”? Wat deden die in het nieuws?
Op het beeldscherm prijkte een foto van een auto. Liever gezegd, een foto van Bills auto, de neus half om een boom gekruld. Geschrokken verstijfde Hannah op haar plaats, haar mond zakte een stukje open. Bill was tegen een boom gereden? Een boom in de binnenstad van Hamburg, zo te zien, in een niet al te drukke straat. Hannah wilde net vragen wat er gebeurd was, toen de nieuwslezeres weer begon te praten.
‘De zanger kwam met de schrik vrij en belde zelf de hulpdiensten. Nu is de vraag wat dit ongeluk veroorzaakte: een fout van de bestuurder of zijn er anderen in het spel? Bill Kaulitz staat niet voor niets internationaal bekend als een zeer controversieel persoon. En dan nu het weer…’
Vanaf de sofa keek mevrouw Fischer haar dochter onderzoekend aan. ‘Wist je dit al?’
Hannah schudde haar hoofd, nog steeds geschrokken van het bericht. ‘Ik weet van niks, ik heb aan m’n essay gewerkt.’ Ze haalde diep adem en draaide zich om. ‘Ik ga Tom bellen.’
Met twee treden tegelijk sprong ze weer naar boven, grabbelde haar gsm van het bureau en koos de sneltoets. Terwijl haar telefoon overging liet ze zich op haar bed ploffen; met een kussen tegen zich aangedrukt wachtte ze tot de gitarist opnam.
Dat duurde niet lang. Na drie keer de beltoon drong zijn stem in haar oor: ‘Hé daar.’ Hij klonk vermoeid.
‘Hé! Is alles oké?’ viel Hannah bezorgd met de deur in huis. ‘Ik zag net het nieuws en… Stoor ik? Is Bill in orde?’
Vanaf de andere kant kwam een diepe zucht. ‘Je stoort niet. En dat hangt er vanaf wat je bedoelt met “in orde”. Hij is expres tegen die boom aangereden. Met dertig kilometer per uur, hij wist dondersgoed wat hij deed.’
‘Oh…’ Dat moest Hannah even verwerken; daarna zei ze hulpeloos: ‘Nou… Dat klinkt niet echt alsof hij in orde is, toch?’
Tom lachte een kort, scherp lachje zonder humor. ‘Hij is ook niet in orde. Lichamelijk misschien, maar daar houdt het mee op. Hij heeft me wel gezworen dat hij niet suïcidaal is.’
‘Jemig, Tom!’ Hannah sperde haar ogen wijd open, zelfs al kon hij dat natuurlijk niet zien. ‘Wat is er aan de hand?’
Het bleef even stil; alleen de lijn kraakte kort, vervolgens een geluid dat ze herkende als Tom die op zijn lippiercing knaagde. Er was zo duidelijk iets mis dat Hannah’s ingewanden omdraaiden. Bill kon af en toe behoorlijk dramatisch zijn, maar als hij met voorbedachten rade tegen een boom reed en Tom zo raar reageerde, moest er wel écht iets aan de hand zijn.
Toms antwoord maakte dat ze haar gsm liet vallen. ‘Hij heeft het uitgemaakt met Raquel.’
Het voelde als een onverwachte stomp in Hannah’s maag. Ze hapte naar adem, voelde haar handen ongelovig tot vuisten ballen. Bill en Raquel uit elkaar? Onmogelijk! De beelden doken onmiddellijk voor haar op: idyllische smoorverliefde perfect-bij-elkaar-passende voor-elkaar-gemaakte vreedzame tedere liefdevolle vertrouwelijke… Onmogelijk.
‘Onmogelijk!’ herhaalde ze, toen ze haar gsm weer uit de plooien van het dekbed had opgeduikeld. ‘Waarom? Hoe kan dat? Zo plotseling?’
‘Dat was wat wij allemaal dachten,’ mompelde Tom somber. Hij haalde diep adem en deed vervolgens het hele verhaal uit de doeken. Terwijl hij sprak groeiden Hannah’s ogen tot de grootte van ontbijtborden. Met haar ene hand drukte ze haar gsm pijnlijk hard aan haar oor, de andere lag over haar opengevallen mond.
Ze kon het niet geloven. Ze kon het gewoon niet geloven. Niemand kon dit hebben zien aankomen, zelfs David niet. Het was nog waarschijnlijker geweest dat Raquel zwanger zou zijn geraakt – zo had het tenminste altijd geleken. Hadden ze iets over het hoofd gezien? Hadden ze de signalen gemist?
‘Het enige wat ik kan bedenken is dat ik blind ben geweest,’ zei Tom schor. ‘Dat ik misschien door jou minder oog heb gehad voor hem… Niet als verwijt bedoeld.’
‘Is oké, ik snap het,’ antwoordde ze zacht. ‘Maar ik kan gewoon niet geloven dat het dat is… Dat ze zoiets zou doen! Ik kan het me niet voorstellen.’
‘Wij ook niet. Dan hebben we ons dus allemaal pijnlijk vergist.’ Toms stem nam iets scherps aan.
‘Hoe is het nu met Bill?’ fluisterde Hannah en besefte dat er tranen brandden achter haar ogen.
‘Klote. Hij lijkt wel gedrogeerd, hij reageert op niks.’ Tom zuchtte, Hannah zag precies voor zich hoe hij probeerde de frons uit zijn voorhoofd te wrijven. ‘Ik denk dat hij straks of morgen hysterisch wordt en een ruit breekt.’
Hannah geloofde hem op zijn woord. Even bleven ze allebei stil, in een poging de enorme baksteen te verwerken. Toen vroeg Hannah aarzelend: ‘En waar is Raquel nu?’
‘Geen idee. Zal me ook een worst wezen,’ antwoordde Tom en deed geen moeite om zijn woede te verbergen. Zijn stem klonk ronduit agressief. ‘Serieus! Ik heb het gehad met haar, begrijp je dat niet? Wie aan mijn kleine broertje komt…’
Hij werd onderbroken door een stem aan zijn kant van het gesprek, Hannah vermoedde Gustav vanwege de kalme melodie. ‘Tom? David op de vaste lijn.’
De gitarist zweeg even, moest duidelijk zijn zelfbeheersing terugwinnen. Na een paar keer diep ademhalen gaf hij antwoord: ‘Oké, zeg maar dat ik er zo aankom.’
Hannah hoorde de voetstappen wegebben en wachtte tot Tom zich weer tot haar richtte. Dat deed hij, op bloedserieuze toon, ernstiger dan ze hem ooit had horen praten.
‘Luister, Hannah… Als jij je om Raquel wil bekommeren, dan prima, maar ik doe daar niet aan mee. Ik… Ik sta aan Bills kant, ja? Altijd, sowieso. En nu zeker.’
‘Dat snap ik,’ fluisterde ze en voelde hoe een traan zich losmaakte uit haar ooghoek.
‘Hannah…’ Zijn stem werd ruw, alsof hij vocht tegen het brok in zijn keel. ‘Dit gaat niet óver ons, maar het heeft wel gevolgen voor ons. Ik moet er nu voor de volle honderd procent voor mijn broertje zijn, snap je? Ik wil jou hierdoor niet kwijtraken, maar…’ Hij slikte. ‘Ik houd van je. Dat moet je in elk geval weten. Maar als ik moet kiezen tussen ons of Bill, dan…’
‘Dan kies je voor Bill,’ maakte ze zijn zin af. ‘Natuurlijk. Ik… ik snap het. En… ik houd ook van jou.’ Met haar vrije hand veegde ze de tranen weg, maar dat had weinig zin. Er bleven nieuwe tranen komen. ‘Ik sta aan jullie kant, Tom. Nu. Maar ik zou ook graag Raquels kant van het verhaal willen horen. En…’
‘Ja. Prima.’ Nu hoorde ze hoe zelfs Toms stem brak. Zelfs Tom, de nonchalante, de coole, die zich niet zo snel van zijn stuk liet brengen. ‘Ik… ik wil het niet uitmaken, ja? Dit gaat niet over ons. Maar…’ Hij haalde diep adem. ‘Ik moet nu gaan. Het spijt me.’
‘Bel je me nog?’ fluisterde ze.
‘Ja.’ Toen was er alleen nog maar de pieptoon.

‘Meisje? Meisje?’ Vanuit het niets legde een hand zich op haar schouder. Raquel schrok op, wreef onhandig de sluiers uit haar ogen. De laatste tranen, van toen ze de kracht niet meer had om ze weg te vegen. Hoe lang zat ze hier al?
‘Meisje?’ De hand verdween, in plaats daarvan verscheen een gezicht. Het gezicht van een oude man, een gerimpeld schildpaddengezicht, dat haar bezorgd aankeek. ‘Is alles wel goed met je?’
Ze kon geen woord uitbrengen. Haar hele keel zat dicht, tranen en nog meer tranen blokkeerden haar stembanden. Zwarte tranen: teveel verschillende emoties om er nog wijs uit te worden. Alles vermengde zich tot één grote brij ondefinieerbaar oneindig zwart. Het dompelde haar onder in een verdoving die haar ongevoelig had gemaakt voor tijd, honger en kou.
‘Is dat jouw tas?’ vroeg de man verder en gebaarde naar het ding naast haar, waar ze ineengedoken tegenaan leunde. ‘Meisje? Kan je me horen?’
Langzaam keerde de controle terug. Raquel slaagde erin om te knikken, ook al kon ze de man niet langer aankijken. Haar lijf deed aan alle kanten pijn en rilde van de kou. Ze voelde zich net Doornroosje, wakker wordend uit honderd jaar slaap. Met als verschil dat zij net door de prins van haar dromen werd opgewacht.
Háár prins was vertrokken.
Iets sneed in haar hand. Ze opende haar verkrampte vingers en de foto bleef aan haar handpalm kleven, verkreukeld maar nog in één stuk. In tegenstelling tot wat ze verwacht had te zien; maar het begon haar te dagen dat scherven van een hart nooit zo zichtbaar zouden zijn als een foto. De scherven zaten vanbinnen, in het midden van een lichaam, en dat was ook waar ze sneden. Niet aan de buitenkant, aan de binnenkant, waar geen pleister of ontsmettingsmiddel zo makkelijk kon komen. Was er maar een ontsmettingsmiddel voor verloren liefde…
‘Meisje?’ De man legde zijn hand weer op haar schouder. ‘Is alles in orde?’
‘Nee,’ prevelde ze en schrok van haar eigen schorre stemgeluid. ‘Maar dank u voor uw hulp.’ Als ze nog had geweten hoe, had ze naar hem geglimlacht.
‘Wacht je op iemand?’ vroeg de man verder, met dezelfde bezorgdheid in zijn ogen. ‘Of heeft hij je laten zitten, hm?’ Iets van medeleven flitste over zijn gezicht.
Raquel schudde licht haar hoofd; de herinnering aan Bill gezeten op het bankje, verstopt onder de skullpatch, drong zich weer aan haar op en haar stem klonk dik van de zich weer verzamelende tranen. ‘Hij is weg…’ Om niet in huilen uit te barsten drukte ze haar handen tegen haar mond en boog haar hoofd, kneep haar ogen stijf dicht. Op die manier sloot ze de realiteit even buiten, maar vanbinnen wist ze dat het geen droom was. Daarvoor was de pijn te echt.
Na een paar momenten vechten om haar zelfbeheersing opende Raquel haar ogen en veegde nogmaals langs haar wangen, al was het maar voor de vorm. De oude man stond er nog steeds. Zijn wenkbrauwen trokken steeds verder samen en verdiepten de rimpels in zijn voorhoofd. Er bestond geen twijfel over: dit meisje was door één of andere jongen zwaar, zwaar gekwetst. Hij vroeg zich af om welke reden, vroeg zich af of de reden genoeg was om er zo’n mooi meisje zoveel pijn voor te doen.
‘Weet u misschien…’ Raquel schraapte onbeholpen haar keel, om de schorheid tenminste een beetje te verjagen. ‘Weet u misschien of er nog treinen naar Berlijn gaan vanavond?’
‘Wel, niet van dit perron, meisje, deze gaat naar Hannover.’ De man knikte haar vriendelijk toe. ‘Maar ik zou haast zeggen dat er ook nog wel eentje naar Berlijn rijdt. Daar op de borden vind je vast wat je wilt weten.’
Natuurlijk moest ze op de borden kijken. Dat had ze zelf ook kunnen bedenken, als ze niet in beslag werd genomen door de malende woorden in haar hoofd. Steeds weer herhaalden Bills zinnen zich, echoden hard tussen haar oren. Het was moeilijk om daaroverheen een andere gedachte te vormen, om de losse gedachten op een rij te krijgen. Niets scheen momenteel zo belangrijk als Bills woorden – maar ze kon hier niet langer blijven, ze moest weg. Ze moest naar huis.
‘Dank u wel,’ mompelde Raquel en kwam langzaam overeind. Haar spieren protesteerden toen ze zich uit haar ineengedoken houding ontvouwde, maar dat ging bijna volledig aan haar voorbij. Mechanisch sloeg ze de banden van haar tas om haar schouder en begon het perron af te lopen.
Naast de borden met de vertrekkende treinen hing een klok, zo’n grote ouderwetse stationsklok met ijzeren wijzers. Het was half tien, tot Raquels… verbazing? Nee, ze stelde het vast en voelde er niks bij. Ze had blijkbaar iets meer dan twee uur op het perron gezeten en het getal betekende helemaal niets voor haar. Als die man er niet was geweest, had ze er waarschijnlijk nog gezeten, in haar cocon van ongeloof, verbijstering en diep verdriet.
De trein naar Berlijn zou over twintig minuten vertrekken. Raquel draaide zich om en zocht naar een kaartjesautomaat; het was niets meer dan automatisme dat ervoor zorgde dat ze een ticket kocht, het juiste perron vond, instapte, een stoel koos en haar tas niet vergat toen ze weer uitstapte. Haar fiets stond in de gesloten stalling, waar ze met haar parkeerbewijs ook ’s nachts naar binnen kon. De portier morde ontevreden, die werd natuurlijk uit de lateavonduitzending van Tatort getrokken, maar na één blik op Raquels gezicht hield hij zijn mond. Ze keek hem aan met haar ogen op oneindig en hij wees haar zwijgend waar haar fiets was.
Berlijn op vrijdagavond tegen middernacht was één grote chaos van uitgaansjongeren en taxi’s vechtend om de beste plek bij de in- en uitgangen. Luide muziek dreunde door de straten, soms drie verschillende genres door elkaar van concurrerende clubs, lichtreclames flitsten en de felle straatlantaarns deden haast pijn aan de ogen. Raquel fietste erdoorheen alsof ze oogkleppen op had. Het gefluit van een plukje jongens op een straathoek gleed van haar af zonder haar te raken, zonder zelfs maar geregistreerd te worden.
In de woonwijk was het een stuk rustiger, daar sliepen de meeste mensen al; veel ramen waren donker. Raquel parkeerde haar fiets in het schuurtje dat voor de hele straat bestemd was en liep de paar meter terug naar haar eigen voordeur. Ook daar waren de lichten uit. Jonathan lag zeker al uren te slapen en Elvira werkte niet meer tot drie uur ’s nachts door. Raquel wist niet of ze blij of teleurgesteld moest zijn, nu er niemand was die haar op zou vangen als ze over de drempel gestruikeld kwam.
Het kostte haar even moeite om haar sleutel in het slot te krijgen, met wat gemorrel en teveel geluid stond ze uiteindelijk in de gang en trok langzaam haar jas uit. De tas belandde met een bonk op de vloer; die was ze alweer haast vergeten. Ze wilde zich bukken en haar spullen oprapen, maar op hetzelfde moment ging op de overloop het licht aan.
‘Raquel! Wat doe jij hier?’ Elvira sloeg verbaasd een hand voor haar mond. ‘Kind, wat liet je me schrikken, ik dacht dat er inbrekers waren of…’
Ze brak abrupt af en staarde Raquel aan, schok vlamde op in haar ogen. Het meisje keek bewegingloos naar haar omhoog; op haar wangen liepen nog steeds de sporen van de tranen, de zwarte tranen, niet meer zo duidelijk als eerst maar opvallend genoeg nu het licht op haar gezicht viel.
In een oogwenk stond Elvira onderaan de trap en greep Raquel bij haar schouders. ‘Wat is er gebeurd? Waarom ben je niet Hamburg? Hebben jullie ruzie gehad?’ Ze pauzeerde even, haar ogen verwijdden zich alsof er een plotselinge gedachte in haar opkwam. Met een serieus gezicht blikte ze haar dochter aan: ‘Raquel? Heeft hij je… pijn gedaan?’
Raquel kon alleen maar even haar hoofd schudden. Toen braken de nieuwe tranen door de trance en ze wierp haar armen om Elvira’s hals, zocht steun bij haar moeder terwijl haar schouders schokten onder het hartverscheurende gesnik. Elvira toonde zich van haar beste kant; ze hield nu haar mond, zei niet eens “Ik heb het je gezegd!”. Ze hield Raquel stevig vast en streek onophoudelijk door haar haren.
Zoals Bill gedaan had.
Zoals Bill nooit meer zou doen.
Na wat leek een eeuwigheid had Raquel geen tranen meer over om te huilen. Voorzichtig maakte ze zich van haar moeder los en mompelde: ‘Ik ga naar bed.’
Elvira nam haar prompt nog eens in haar armen. ‘Meisje toch…’ Meer zei ze niet, maar dat was ook niet nodig. Raquel begreep wel wat ze probeerde te zeggen.
Met haar tas in de hand ging ze de trap op en verdween direct in haar eigen kamer. De spullen die ze voor het weekendje Hamburg had ingepakt, schoof ze onderin de kledingkast. Toen haalde ze haar oude schooltas van een plank en begon zorgvuldig een aantal kleren op te ruimen: de kledingstukken uit Parijs, cadeautjes. Misschien was het een teken dat ze waanzinnig werd, maar zodra haar ogen op die kleren waren gevallen, wist ze dat ze die niet in haar kast kon hebben. Ze kon niet ’s ochtends de deurtjes opentrekken en die herinneringen zien.
Nadat ze de kast weer had gesloten, liep ze naar haar bureau en bleef voor het overvolle prikbord staan. Van alle kanten straalden ze haar toe: gelukkige, blije, vrolijke, heerlijke momenten samen. Langzaam tilde Raquel het prikbord van het haakje en zette het tegen de muur. Achterstevoren: nu staarde de lege achterkant haar aan. Een even goede spiegel van haar leven nu als de andere kant gisteren nog was geweest.

80.

Nu begreep Raquel eindelijk waarom haar vader het destijds niet voor zichzelf had opgenomen. In principe bevond zij zich nu in dezelfde situatie als hij al die jaren geleden: beschuldigd van ontrouw op basis van iets dat niet was wat het leek te zijn. En ze had geen enkel weerwoord. Ze kon Bill er niet van overtuigen dat ze onschuldig was, omdat de beschuldiging zelf al te zwaar woog. Alleen al het feit dat deze situatie een mogelijkheid bleek te zijn, verlamde haar van kop tot teen. Daarbovenop deden Bills ogen, woorden, gezicht, haar bijna geloven dat ze écht die fout had gemaakt – en er was niets aan te doen. Niet meer. Door niet achter hem aan te gaan, had ze haar kans verspild.
De nacht van vrijdag op zaterdag was een nacht van nachtmerries geweest: de scène op het perron in Hamburg werd elke keer herhaald, terwijl vooral de skullpatch en de achterkant van de foto een grotere rol speelden dan in het origineel. Tenslotte was de droom niets meer dan een enorm doodshoofd, dat Raquel dwong op basis van de achterkant te raden welke van haar fouten op de voorkant stond afgebeeld. Toen ze wanhopig riep dat ze niet wist wat ze fout had gedaan, bulderde de doodskop van het lachen en draaide de foto om – maar vóór Raquel kon zien wat er op stond, schrok ze wakker.
Met een droge keel en de gemene lach nog dreunend in haar ogen stond Raquel op en liep langzaam naar de badkamer. Ze had geen idee hoe laat het was; het licht dat door de ruit naar binnen viel, deed haar vermoeden dat het tegen tienen liep. Jonathans deur stond al open, vanaf beneden klonk het geroezemoes van de tv. Een schijnbaar doodnormale zaterdagochtend; alleen Raquel hoorde er niet bij. In de spiegel zag ze een zombie met een wilde bos krullen en het kon haar niet eens iets schelen. Ze bond haar haren samen, plensde wat water in haar gezicht en liet het daarbij. Er was toch niets dat iets aan haar situatie zou verbeteren, geen warme douche of streepje eyeliner hielp.
Om dezelfde reden ging ze niet naar beneden, maar kroop weer terug in bed. Net alsof ze ziek was. Zo voelde het ook wel: ziek van verdriet. Ze verstopte haar gezicht in haar kussen en probeerde aan niets te denken. Het woord echode door haar gedachten. Niets niets niets niets niets… En daar kwamen de associaties.
Niets meer. Niets goed. Niets heel. Niets te doen. Niets mogelijk. Niets gered. Niets gezegd. Niets begrepen. Niets waar. Niets niets niets niets niets.
Alles voorbij.
‘Raquel?’ Een zacht klopje op haar deur verhinderde dat Raquel wegzakte in het niets. Ze ging rechtop zitten en keek haar moeder zwijgend aan.
Elvira moest een aanval van woede onderdrukken. Ze begreep heus wel dat het er voor Raquel niet makkelijker op werd als zij nu vreselijk kwaad over Bill ging zijn, maar ze moest er hard voor op haar lippen bijten. Zoals Raquel nu was had ze haar nog nooit meegemaakt en het deed pijn om haar anders zo stralende dochter op dit moment te zien. Elvira wist maar al te goed hoe ze zich voelde; ook zij had geleden onder een onverwachts gebroken hart.
‘Raquel, liefje?’ herhaalde ze op dezelfde zachte toon. ‘Raquel, Hannah is hier.’
Ze deed een stap opzij en liet het andere meisje passeren. Op Hannah’s gezicht lag een gepijnigde uitdrukking; ze wist nog steeds niet zo goed wat ze tegen Raquel kon zeggen. Wiens kant werd ze geacht te kiezen? Zou Tom ermee kunnen leven als ze überhaupt geen kant koos? Zou Raquel ermee kunnen leven als ze Bills kant koos? Had Raquel nu niet júíst een goede vriendin nodig? Tenzij ze echt schuldig was… Maar dat kon Hannah gewoon niet geloven.
Daarom was ze in de eerste plaats hier. Om Raquel te vragen of het waar was dat iedereen zich zo in haar vergist had.
Aarzelend stapte ze Raquels kamer binnen en sloot de deur achter zich. Pas toen durfde ze haar vriendin werkelijk aan te kijken – en schrok van wat ze zag. Raquel, onverzorgd, uitdrukkingsloos, onbeweeglijk maar met glinsterende ogen. Glinsterend door de tranen die zich in de ooghoeken verzamelden. Raquel in shock.
Zie je, dacht Hannah. Ik had gelijk. Raquel zou zoiets nooit doen. Ze wilde het echter toch uit Raquels eigen mond horen, dus ging ze op het randje van het bed zitten en vroeg zachtjes: ‘Wat is er gebeurd?’
Raquel hief haar hoofd op om Hannah aan te kijken. Ze schokte hulpeloos met haar schouders, hulpeloos en hopeloos met een snik in haar stem. ‘Ik weet het niet. Ik weet het niet…’ Ze drukte haar handen tegen haar mond en ademde diep in. De lucht trilde in haar keel. ‘Plotseling… Het was zo plotseling, ik begreep niet wat hij zei… Ik zou toch nooit – nooit…’ Bijna angstig greep ze naar Hannah’s hand. De brunette wilde even reflexmatig haar vingers terugtrekken, maar hield zichzelf net op tijd tegen. Raquels wanhopige blik boorde zich in de hare. ‘Jij gelooft me toch wel? Zeg alsjeblieft dat je me gelooft!’
Hannah kon niet anders dan haar geloven. Nu werden haar eigen ogen ook vochtig en ze gooide haar armen om Raquel heen. ‘Ja, ik geloof je,’ fluisterde ze met verstikte stem. ‘Ik geloof je.’
Even hielden ze elkaar vast, allebei geluidloos huilend, steun zoekend bij de ander. Hannah was deels opgelucht dat ze zich werkelijk niet vergist had; Raquel was nog steeds dezelfde, de Raquel die tot over haar oren verliefd was op Bill, die van hem hield, die nooit zoiets zou doen als dat waar ze van beschuldigd werd. Helaas riep dat nieuwe problemen op.
Wat kon ze doen met deze kennis? Tom zou haar niet geloven, tenminste niet zolang Bill het niet geloofde, en Hannah vermoedde dat hij niet zou luisteren, laat staan er nog rationeel over nadenken. Waarschijnlijk had hij er überhaupt nog nooit over nagedacht – hoe kon hij anders denken dat zíjn Raquel hem zoiets aan zou doen?
Hoe langer ze erover nadacht, hoe onwaarschijnlijker ze het vond. Op basis van die ene foto gooide hij zoveel liefde, vertrouwen en vertrouwdheid weg? Terwijl juist Bill, terwijl heel Tokio Hotel eigenlijk zou moeten weten dat foto’s niet altijd de waarheid vertelden en sowieso nooit het hele verhaal. Ook niet een foto op een Facebookpagina. Een foto was altijd een momentopname en meer dan eens een vertekend beeld. Hoe konden de jongens daar zoveel waarde aan hechten?
Toen ze die vraag voorzichtig aan Raquel stelde (“Maar waarom zou Bill je niet geloven?”) kreeg ze een diep bedroefde blik als antwoord. Raquel had er helemaal geen moeite mee om te begrijpen waarom Bill zo had gereageerd.
‘Hij was eenzaam,’ zei ze zacht. ‘Dat heeft hij nooit met zoveel woorden gezegd, maar Simone wel en hij stipte het ook aan. Ze leiden zo’n abnormaal bestaan dat het bijna onmogelijk is om mensen te leren kennen. Écht te leren kennen. Vooral voor Bill, omdat hij… Nou ja, je hebt David gehoord, niet? Iedereen kijkt naar hem, vooral naar hem en naar Tom. Ze zijn het populairst.’
Haar stem brak even, ze moest slikken en weer een paar tranen van haar wangen vegen. Hij was achterdochtig… Nee, hij was voorzichtig. Wie hij vertrouwde, wie hij geloofde, wie hij binnenliet. Hij durfde pas te zeggen wat hij voelde toen we elkaar al langer kenden, omdat hij daarvoor niet zeker was of hij zich wel zo bloot wilde geven. Begrijp je?’
‘En bij het zien van die foto dacht hij zeker: zie je wel, ik had ongelijk, het is er weer zo één die alleen op mijn naam uit is,’ mompelde Hannah. Bij haar was nu eveneens langzaam het kwartje gevallen en plotseling vroeg ze zich af of het Tom in het begin ook zo gegaan was.
Raquel bevestigde met een knikje en een snik. ‘Hij zei altijd dat hij bang was dat ik zou… zou verdwijnen…’
‘En hij bedoelde “verdwijnen” als “onthullen”,’ begreep Hannah. ‘Onthullen dat je een op geld en roem belust loeder bent.’
‘Maar er was niks te onthullen,’ fluisterde Raquel en begon weer te huilen. Ze trok haar knieën op, sloeg haar armen om haar benen en verborg haar gezicht tegen de stof van haar pyjama. Er was werkelijk niks te onthullen: ze had geen bijbedoelingen gehad, geen één. Tenzij gelukkig worden als bijbedoeling telde. Maar zijn geld had haar nooit geïnteresseerd, zijn cadeautjes zorgden steeds dat ze zich een tikje opgelaten voelde, en ze wilde ook niet in elke krant hebben dat zij de vriendin van was. Dat wist Bill allemaal maar dat woog op het moment waarschijnlijk veel minder dan de foto op Facebook.
Facebook. Dat was nog zoiets. Hoe kwam die foto, een opname van een niet-bestaand moment, in godsnaam op internet terecht? En dan vooral op een account dat Raquel eigenlijk allang vergeten was. Met kletsnatte knieën van het huilen stapte ze uit bed en haalde haar laptop van het bureau. Hannah keek een beetje verbaasd toe, maar toen Raquel had ingelogd en met een paar klikken de juiste site opriep, had ze het door.
‘Dat vroeg ik me ook al af!’ riep ze uit, haar ogen wijd open. ‘Wie is er nou zo stom om zo’n foto op internet te zetten? Zo van: kijk mensen, ik ga vreemd!?’
‘Het past toch precies in de theorie,’ fluisterde Raquel. ‘Ik ben een ordinaire groupie, dus interesseert het me niet of hij het ziet. Ik heb toch al wat ik wilde. Een paar moments of fame met hem.’
‘Ja, maar…’ Hannah kon tegen Raquels uitleg niets inbrengen; ze zag echter wel iets anders, een gat in de waarheid. ‘Maar als je dat niet gedaan hebt, waar komt die foto dan vandaan en hóé komt die op jouw Facebook?’
Die vraag had Raquel zichzelf inmiddels ook al gesteld en het antwoord had ze nog niet gevonden; dat kwam pas binnenwaaien toen ze haar inloggegevens invulde. Er was maar één persoon die wist welke gegevens Raquel altijd gebruikte. Maar één.
‘Chantal,’ bracht ze ademloos uit. Ongeloof verspreidde zich razendsnel door haar bloedbaan. Even was ze sprakeloos, staarde naar het laptopscherm zonder iets te zien. Chantal? Kon dat waar zijn? Hoe kon dat waar zijn? Er was geen andere mogelijkheid, dat begon Raquel langzaam te begrijpen, maar ze wilde het niet weten. Ze kneep haar ogen dicht en hoopte dat de nachtmerrie eindelijk op zou houden.
‘Chantal?’ herhaalde Hannah. Haar stem leek van mijlenver te komen, voor haar was het nog moeilijker te bevatten. Ze knipperde een paar keer met haar ogen, niet-begrijpend en volledig door de war. ‘Ik snap het niet. Waarom zou Chantal dat doen?’
Raquel kon geen antwoord geven, kon geen woord uitbrengen. Ze wist dat Chantal een reden had gehad – maar het ging de laatste tijd toch juist steeds beter? Waarom… Wáárom? De frons in haar voorhoofd deed letterlijk pijn, een fysieke reflectie van de pijn in haar binnenste. Waarom?
Naast haar zat Hannah zachtjes voor zich uit te brabbelen. ‘Oh mijn… Jezus, hoe ga ik dit… Hij gelooft me nooit… Fuck fuck fuck… Wat moet ik… Kan ik… Shit!’
‘Hannah,’ fluisterde Raquel en keek haar door een sluier van tranen aan. ‘Je hoeft het niet te vertellen.’
‘Wat? Hoe bedoel je?’ Het onbegrip werd alleen maar groter. Hannah had het gevoel vast te zitten, in de Duivelstrik uit Harry Potter. Hoe meer ze bewoog en hoe meer moeite ze deed om eruit te komen, hoe strakker de ranken zich om haar keel snoerden. Hoe meer pijn het deed, hoe moeilijker het werd om de uitgang te vinden, hoe ingewikkelder de wereld werd.
Raquel haalde diep adem. Ze trilde van top tot teen, zo hard dat haar nagels rikketikten op de toetsen van haar laptop, en het lukte niet om te kalmeren. Kleuren dansten voor haar ogen; ze had het gevoel elk moment flauw te kunnen vallen. Zelfs alle huilbuien waren niet genoeg om het constante gevoel van spanning weg te krijgen. Elke keer dat ze het ventiel opende, huilde tot ze niet meer kon, dacht ze weer aan alles dat de pijn veroorzaakte en de spanning bouwde zich even zo snel weer op. Bleek, mat, met dikke rode ogen en een snotneus, maar zonder de opluchting die meestal op tranen volgde.
‘Ze zullen je inderdaad niet geloven,’ prevelde ze, als antwoord op Hannah’s verwilderde vraag. ‘En dit is… Hannah, zet jouw vriendschap met hem en vooral je relatie met Tom niet op het spel voor mij, oké?’
Het deed ook pijn om dat te zeggen, Raquel had Hannah het liefst gevraagd te blijven en aan haar zijde te staan, maar zo egoïstisch mocht ze niet zijn. Ze mocht Hannah hierin niet meeslepen en háár geluk verpesten. Dat was oneerlijk. Bovendien maakte het Raquel alleen maar droeviger en de schuldgevoelens alleen maar groter als Tom en Hannah nu ook uit elkaar zouden gaan. Dat mocht gewoon niet gebeuren.
‘Maar…’ begon de brunette met grote ogen. ‘Ik…’
Raquel greep naar haar handen. ‘Niet protesteren, alsjeblieft!’ smeekte ze met verstikte stem. ‘Alsjeblieft… Doe me dat niet aan, ja? Blijf bij Tom. Beloof me dat!’
Waar ze eerst steunzoekend haar vingers in die van Hannah had gehaakt, vormden haar handen nu barricaden, die Hannah voorzichtig maar doelbewust van het bed schoven. Het meisje begreep de boodschap en stond op, maar de tranen parelden in haar ogen. Ze keek Raquel aan, probeerde iets te zeggen, kwam niet uit haar woorden en ging. Met een bodemloos schuldgevoel liet ze Raquel alleen.

In huize Tokio Hotel heerste doodse stilte. Dat kwam zo weinig voor dat de hele sfeer aandeed als een begrafenis, grimmig en zwaar. Geen muziek uit de boxen, geen zachte televisiestemmen, geen gesprekken en al helemaal geen gelach. Het was inmiddels half twee, maar van de tweeling ontbrak elk spoor. Georg, Gustav en Chantal hadden zich in de woonkamer verzameld en zwegen; van Bill hadden ze in de afgelopen twee dagen überhaupt niks gezien, Tom kwam zo nu en dan uit zijn broertjes kamer om te eten en verdween dan weer. Sinds vrijdag had hij nog nauwelijks iets gezegd.
Georg en Gustav probeerden zichzelf af te leiden met een doodstil spelletje poker, maar Chantal was met haar gedachten alleen. Bepaald geen blije gedachten; ze had eventjes iets van triomf gevoeld toen ze de foto aan Bil had laten zien, heel eventjes, tot hij haar had aangekeken. Ontreddering, verbijstering, allerdiepste gekwetstheid. De lucht leek uit zijn longen geslagen en Chantal had hem nog nooit zo sprakeloos gezien – het maakte haar bang.
Steeds weer speelde die scène zich af voor haar ogen. Hoe hij eerst een volle tien minuten niets had kunnen zeggen, alleen staren. Hoe hij haar vervolgens had aangekeken, pijn in zijn blik. Hoe hij met zijn handen in zijn haar zijn hoofd had geschud, fluisterend: ‘Zeg me dat het niet waar is!’ Hoe zij alleen maar op haar lip had kunnen bijten. Hoe hij in elkaar zakte, terug in zijn stoel zakte, plotseling klein en fragiel en gebroken. Hoe hij even daarna was opgesprongen, als een nieuw aangestoken vlam, en had geroepen: ‘Ik geloof het niet! Ik geloof het gewoon niet!’ Hoe Chantal in zijn ogen kon lezen dat hij eigenlijk iets anders niet geloofde – namelijk dat hij het niet geloofde. Hoe hij de kamer uit was gestruikeld, Toms naam op zijn lippen, de enige die er op dat moment voor hem kon zijn.
Toen de broers die avond niet bij het eten waren verschenen, was Chantal voorzichtig bij hen gaan kijken. Ze waren niet in Bills kamer, niet in Toms kamer; Chantal vond hen uiteindelijk in de studio, achter de grote vleugel waar Raquel wel eens voor hen gespeeld had. Tom zat met zijn rug tegen de muur, benen opgetrokken. Zijn armen lagen beschermend om het smalle lijf van zijn broertje; Bill had zich tegen Toms zij gedrukt, zijn hoofd in diens hals verborgen, en huilde stilletjes.
Op dat moment scheurde Chantals hart. De triomf was allang weg, maar op dat moment verliet ook het doel haar. Het plan was om er voor Bill te zijn, om hem langzaam maar zeker te doen inzien dat zij de beste voor hem was. Op dat moment besefte Chantal hoe blind ze was geweest. Alsof er voor Bill ooit iemand anders had kunnen bestaan dan Raquel. Alsof het ooit bij Bill op zou kunnen komen om nog eens verliefd te worden, en dan ook nog eens op degene die hij aanzag voor Raquels beste vriendin. Chantal wilde het niet eens meer, wilde niet meer dat hij van haar ging houden. Te laat, veel en veel te laat, zag ze in wat ze was geworden. Vernietigend jaloers. Niet meer of minder dan een monster.
‘Gewonnen,’ zei Georg zacht. Hij fluisterde haast, maar in de doodstille ruimte sloeg zijn stem in als een bom. Chantal schrok op en kromp prompt weer ineen toen Gustav zijn kaarten met een plofje op tafel gooide. Even zaten ze met z’n drieën naar het stapeltje te staren, niet wetend wat te doen of te zeggen; toen ging de deur open en alle blikken draaiden zich naar Tom.
Hij zag er slecht uit. Asgrauw gezicht, bleke lippen, wallen onder zijn ogen. Zijn dreads werden alleen bijeengehouden door de blauwe pet op zijn hoofd, elastiek en bandana misten. Als Tom er al zo uitzag, dacht Chantal met een hol gevoel in haar maag, hoe moest het dan met Bill zijn?
‘Alles oké?’ vroeg Gustav. Het was duidelijk hoe hij de vraag bedoelde – iedereen kon zien dat niets oké was, maar hoe moesten ze anders beginnen?
Tom schudde zijn hoofd en haalde tegelijkertijd zijn schouders op. Hij ademde diep in, alsof hij zijn zelfbeheersing moest terugvinden, en sloot even zijn ogen. De anderen beten ongemakkelijk op hun lip. Het was Georg die de vraag waagde: ‘Hoe is het met Bill?’, en daarop volgde de ontploffing.
‘Ik weet het gewoon niet meer!’ Hulpeloos graaide Tom door zijn dreadlocks. ‘Hij ligt daar maar, onbereikbaar, en draait Can you feel the love tonight tot je er doodziek van wordt… Ìk word er doodziek van! Hoe kon ze hem zoiets aandoen!’ Briesend van woede en machteloosheid trok hij de pet van zijn hoofd en smeet die tussen de speelkaarten op de salontafel.
Er viel opnieuw een stilte. Tom zakte op de sofa neer en wreef vermoeid met zijn handen over zijn gezicht. De anderen wisselden een blik en gaven hem stilzwijgend gelijk.
‘Ik kan gewoon nog steeds niet geloven dat ze dat gedaan heeft,’ mompelde Georg mismoedig.
‘Bill ook niet,’ antwoordde Tom bitter vanachter zijn handen. ‘Dat is nu juist het probleem. Daarom is hij zo in shock!’
‘Maar… Geloof jij het dan?’ vroeg de bassist op aarzelende toon.
Tom gaf even geen antwoord, staarde met opgetrokken schouders naar het blad van de salontafel. Toen wreef hij nog eens langs zijn gezicht en schokschouderde. ‘Doet dat er toe? Of ik het nu geloof of niet, Bill gaat eraan kapot.’
‘En wat denkt Hannah?’ Gustav mengde zich nu ook in het gesprek; zijn bruine ogen wierpen Tom een meelevende blik toe.
De gitarist slikte. Nu begon zijn gezicht barsten te vertonen; hij probeerde zich onder controle te houden omdat hij voor Bill sterk wilde zijn, maar het nam hem erger mee dan hij zijn vrienden liet geloven.
‘Die heeft me eergisteren gebeld,’ mompelde hij ten slotte. ‘Ze is bij Raquel geweest. Ze hebben gepraat… Hannah zegt dat ze Raquel gelooft, maar blijkbaar heeft Raquel tegen haar gezegd dat dat niet hoeft.’
‘Niet hoeft?’ herhaalde Georg niet-begrijpend en wisselde een blik met Gustav; Chantal staarde expres naar haar knieën, zodat ze hem niet in de ogen hoefde te kijken. ‘Hoezo, niet hoeft?’
‘Ze wil schijnbaar niet dat Hannah aan haar kant staat. Vanwege mij.’ Tom slaakte een diepe, haast verslagen zucht. ‘Ze wil niet dat Hannah en ik…’ Hij kon de woorden “uit elkaar gaan” niet over zijn lippen krijgen en kneep zijn ogen opnieuw even dicht.
‘Je hebt het toch niet…’ begon Georg met een geschrokken gezicht. ‘Ik bedoel, jullie zijn toch nog samen?’
Tom knikte bevestigend, maar liet zijn hoofd hangen; de dreadlocks vielen los om zijn schouders en voor zijn gezicht. ‘Jawel, maar ik weet niet voor hoe lang nog.’
Het dilemma stond op zijn voorhoofd geschreven. Aan de ene kant zijn tweelingbroer, zijn wederhelft, en de niet-aflatende onbetwistbare loyaliteit tussen hen beiden. Aan de andere kant Hannah, van wie hij hield zoals hij nog nooit van een meisje had gehouden, die zijn loyaliteit evengoed verdiende. Hoe kon hij daar in godsnaam ooit tussen kiezen?
Dat kon hij niet. Dat was het probleem. Hij had wel gezegd dat hij voor Bill zou kiezen, maar hij wist dat hij dat niet kon volhouden. Het idee dat hij Hannah zou verliezen, brak hem net zo op als het verlies van Raquel bij Bill had gedaan.
‘Tom.’ Gustav leunde een stukje naar voren, om de gitarist aan te kunnen kijken. ‘Je weet toch wel dat Bill nooit zou willen dat je Hannah laat gaan.’
Daar had hij gelijk in. En het maakte helemaal niks uit. ‘Natuurlijk… Maar dat helpt verder niks. Hoe moet hij haar in de ogen kijken, terwijl hij weet dat ze aan Raquels kant staat? Hoe moet ìk dat?’
De drummer bleef hem het antwoord schuldig; op dat moment ging de deurbel. Chantal sprong onmiddellijk overeind om open te doen, opgelucht door de korte verlossing en tegelijkertijd walgend van zichzelf. Ze had het recht niet zichzelf ietsjes beter te voelen, ze had het recht niet. Na wat zij gedaan had moest ze gestraft worden – en ze strafte zichzelf door naar Tom te luisteren, door ’s avonds in de gang te staan en te horen hoe Bill snikkend op Toms schouder in slaap viel. Ze strafte zichzelf door zich voor te houden wat ze gedaan had, wat ze de mensen waar ze het meest om gaf áángedaan had.
‘Chantal?’ David stond op de drempel en keek haar bezorgd aan. Ze besefte dat de tranen in haar ogen stonden; vlug knipperde ze die weg en deed een stap opzij, zodat hij naar binnen kon. De manager sloot de deur achter zich, legde toen een hand op haar schouder en gaf haar een kneepje. ‘Gaat het een beetje? Deze hele situatie doet iedereen pijn, hm…’
Ze knikte, dook onopvallend onder zijn hand vandaan. Ook al had ze het liefst gehuild en een flinke knuffel gekregen, ze verbood zichzelf om steun of medeleven te zoeken. Dat had ze niet verdiend.
David volgde haar naar de woonkamer, waar opnieuw stilte heerste. De jongens begroetten hem wel, met terneergeslagen blikken, maar daar bleef het bij.
‘Geen verandering?’ vroeg David voorzichtig. ‘Bill is z’n bed nog niet uit?’
Tom schudde ontkennend zijn hoofd. ‘Hij was even in slaap gevallen, daarom ben ik weggegaan.’
‘Nou ja, hij slaapt in elk geval,’ mompelde de manager. Het was een poging tot optimisme waar hij zelf duidelijk ook niet intrapte; hij zuchtte en vroeg verder: ‘Is hij nog hysterisch geworden?’
‘Zaterdagavond,’ murmelde Tom. ‘Hij heeft de boel bij elkaar gekrijst en een lamp door mijn kamerraam gegooid. Maar da’s niet zo erg, ik slaap nu toch bij hem.’ Zijn poging tot optimisme was net zo min overtuigend.
Ze vielen allemaal terug in de stilte. David was eigenlijk gekomen om te vragen hoe het met het album stond, in de vage hoop dat Bill afleiding zocht in de muziek, maar dat was niet het geval en hij moest bekennen dat hem dat niet verbaasde. Hij had Bill weliswaar nog nooit zo meegemaakt, maar hij kon wel raden hoe de jongen ongeveer reageerde. Daarvoor kende hij zijn pupillen goed genoeg. En hij wilde hen absoluut niet pushen om iets te doen; dat album was compleet onbelangrijk vergeleken met Bills gezondheid.
‘Wel,’ brak hij tenslotte door het zwijgen. ‘Ik zal Universal melden dat alles uitgesteld wordt, ja? Album en tour en zo. Geen zorgen, die laten jullie verder met rust. Dit is geen situatie om aan werk te denken.’
‘Bedankt,’ zei Tom zacht en wierp zijn manager een oprecht dankbare blik toe. ‘Dat is in elk geval iets.’ Hij slaakte weer een diepe zucht en probeerde de frons uit zijn voorhoofd te vegen; een bij voorbaat al verloren gevecht. ‘Als ze eens wist wat ze allemaal gedaan heeft…’
Hij bedoelde natuurlijk Raquel, niet wetend dat zij er eigenlijk weinig mee te maken had, maar Chantal wist wel wie de werkelijke architecte van de gebeurtenissen was en kromp ineen. De schuldgevoelens sneden door haar heen, vergezelden haar bij alles wat ze dacht of deed. Alleen de zelfhaat hield haar nog bij elkaar: als ze die niet had gehad, was ze allang gevlucht. Nu liet ze zichzelf lijden, zoals Bill, Tom, Raquel en Hannah leden. Ze moest haar daden onder ogen zien. Zij was hiervoor verantwoordelijk – en dat zou ze voelen ook.

81.

Voorzichtig voelde Raquel of de bodem wel echt zo stevig was als het eruitzag. Toen de ondergrond het niet direct onder haar gewicht begaf, durfde ze nog een stap te zetten, en nog één, en nog één. Steeds zekerder van haar zaak ging ze naar voren – en toen kon ze niet meer verder. Sterker nog, ze kon niet meer voor- of achteruit. Het duurde even voor ze doorhad welke onmogelijke situatie ze nu weer gecreëerd had, toen liet ze een klaaglijk geluid horen.
Een paar meter verderop leunde Raquel op de omheining en keek treurig omlaag naar haar naamgenootje, dat zichzelf in de knel had gekregen op het uiterste puntje van een boomstam. Die hing voor een deel over het water dat de leeuwenkuil van de omheining scheidde en het welpje was natuurlijk geen fan van water; leeuwen zwommen niet.
Gelukkig was de kleine Raquel vindingrijk genoeg om haar eigen hachje te redden. Onbeholpen krabbelde ze achteruit, net zolang tot er weer vaste bodem onder de boomstam lonkte, en sprong vlug naar beneden. Sinds de laatste keer dat Raquel haar naamgenoot had bezocht, was het leeuwtje flink gegroeid. Ze verstopte zich niet langer tussen haar moeders voorpoten, ze ging op expeditie in de leeuwenkuil en won door haar onhandige acties moeiteloos het publiek voor zich.
De oudere Raquel kon momenteel echter niet glimlachen. Zelfs het welpje kreeg haar niet meer zo ver, ook al was Raquel hierheen gekomen in de hoop dat de leeuwen haar konden helpen. Voor niets gehoopt; ze voelde zich nog net zo leeg en lusteloos als daarvoor.
Sinds de scène op het perron in Hamburg was inmiddels meer dan een week verstreken. Midden maart, met druilerig weer en net niet warme wind, reflecteerde Raquels humeur. De schok en verbijstering van de eerste dagen waren weggeëbd en had plaatsgemaakt voor een grijs gevoel van leegte. Verzonken in een trance bracht Raquel haar dagen door. Soms leek ze wakker te worden, heel even, en herinnerde ze zich niet meer hoe ze ergens terecht was gekomen. Van haar leven was alleen nog het skelet overgebleven, de automatische mechanische handelingen die overleven mogelijk maakten.
Ze werkte gewoon, zonder ook maar iets te registreren van de gezichten die ze bediende of de fooien die ze ontving. Ze ontbeet gewoon samen met Jonathan en Elvira, ze keek samen met hen het journaal of een film als daar tijd voor was. Ze huilde niet meer zo vaak; alleen als ze opschrok uit de dagelijkse sleur en besefte waar, wat en wie ze was – en waarom.
Van Hannah had ze niets meer gehoord sinds ze haar op die zaterdag zo ongeveer had weggestuurd. Dat deed dof pijn vanbinnen, maar Raquel wist dat het zo beter was. Mocht het tussen Tom en Hannah vanwege haar ook stranden, dan zou ze niet meer met zichzelf kunnen leven. Lisanne belde haar regelmatig en zelfs al wist zij er het fijne niet van, de onbeholpen troost en rugdekking maakte het leven net een beetje makkelijker. Alleen jammer dat makkelijk in dit geval niet beter betekende.
Met een zucht maakte Raquel zich los van de omheining rond de leeuwenkuil en liep langzaam verder, liet haar naamgenootje bij haar volgende expeditie alleen. Op de weg terug naar de uitgang vermeed ze het hok van de wasberen zorgvuldig; de aanblik van die dieren, die haar zo vreselijk aan Bill herinnerden, kon ze niet verdragen.
Het was vreemd paradoxaal hoe Raquel met het hele vergeten-en-verdringen omging. Aan de ene kant kostte het haar nauwelijks moeite om zijn naam te denken, om daarbij zijn gezicht voor zich te zien. Aan de andere kant ontweek ze alles wat haar aan hem herinnerde. Wasberen, nagellak, honden, BMW’s, de helft van haar kledingkast, muziek – ze kon geen lied horen zonder direct in de herinneringen te stikken, ongeacht of het een nummer van Tokio Hotel was of niet. Bijgevolg was het onmogelijk om zichzelf met piano- of harpspelen bezig te houden, want ook dat deed haar aan hem denken.
Raquel vermeed alles dat haar aan bepaalde aspecten van zijn persoonlijkheid herinnerde. Zijn gezicht deed minder pijn, omdat ze dat al gekend had vóór ze zijn karakter kende. Het was gewoon een knap gezicht, eentje van posters en cd-hoezen, tweedimensionaal. Zodra dat gezicht echter een persoonlijkheid kreeg en tot leven kwam, was het in staat om haar pijn te doen.
En dat had het ook gedaan.
Bij het verlaten van de dierentuin besefte Raquel dat haar keel droog voelde; automatisch reikte ze naar haar tas, maar daar zat niets te drinken in. Tweehonderd meter verder was de ingang van het station Bahnhof Zoo, waar ook haar U-Bahn zou vertrekken. Daarbinnen was er vast en zeker een kiosk.
Zoekend naar haar portemonnee in de plooien van de verder lege tas viel Raquels oog op het tijdschriftenrek van de kassa. Vooraan schreeuwde de kop van de BRAVO naar haar: Tokio Hotel verschuift album en tourdata! Exclusief interview op pagina 7. Zonder dat ze daar bewust het bevel voor had gegeven, reikte Raquels hand naar het magazine en trok het uit het rek.
‘Vijf dertig,’ bromde de verkoper, nadat hij het flesje water ook had aangeslagen. Raquel telde het bedrag in munten voor hem uit en verliet de kiosk met haar ogen gefixeerd op de voorkant van de BRAVO. Het bonken van haar hart duwde een borende pijn door haar aderen.
Op een zitje bij het raam in de metro sloeg Raquel het tijdschrift open. De coupé was niet erg vol voor een zaterdag, het liep tegen lunchtijd; er zat niemand tegenover haar die had kunnen zien hoe haar ogen aan de pagina’s kleefden.

Teleurgestelde fans, geërgerde winkeleigenaren, niet-begrijpende pers: Tokio Hotel stelt plotseling zowel het album als de tour uit! Onmiddellijk komen de vraagtekens. Wat is er aan de hand binnen deze superband? BRAVO ging het vragen en kreeg de antwoorden van gitarist Tom Kaulitz (20) en bassist Georg Listing (22).
BRAVO: “Wat een verrassing. Waarom zijn Bill en Gustav niet meegekomen?”
Tom: “Beiden zijn in de studio. Gustav omdat hij geen zin had om te komen en Bill omdat het niet zo goed met hem gaat.”
BRAVO: “Oh jee, dat klinkt zorgwekkend. Wat is er met Bill?”
Tom: “Hij heeft momenteel de griep en een oorontsteking. Niks ernstigs, maar genoeg om het even rustig aan te willen doen.”
Georg: “Vooral voor Bill, die maakt van een beetje ziek zijn al een heel drama.” (lacht)
BRAVO: “Wanneer komt hij er dan weer bovenop?”
Tom: “Waarschijnlijk is het ergste over een weekje voorbij, maar om weer volledig fit en klaar voor de tour te zijn moet hij wat langer rust houden. We nemen natuurlijk geen enkel risico.”
BRAVO: “Moeten we ons zorgen maken over Bills algemene gezondheid?”
Tom: “Helemaal niet. Iedereen wordt wel eens ziek, Bill dus ook. Hij let heel goed op zichzelf, en anders doe ik dat wel voor hem. De timing is nu alleen niet zo denderend.”
Georg: “We willen gewoon dat we er allemaal tweehonderd procent voor kunnen gaan als we op tour zijn, daarom is het zo belangrijk dat Bill op het moment rustig aan doet. Maar hij is niet vaker ziek dan wij.”
BRAVO: “Wie zorgt er nu voor hem?”
Tom: “Wij allemaal. We houden elkaar altijd goed in de gaten en Bill wordt een ongelooflijke zeurpiet als hij zich niet lekker voelt, dus we komen er niet omheen.” (grijnst)
BRAVO: “En hoe zit het nu eigenlijk met jullie vijfde bandlid?”
Georg: “Die doet vrolijk mee en houdt Bill gezelschap.”
Tom: “Het gaat prima met haar, ze hoort er helemaal bij. Als Bill weer beter is, zullen we als eerste haar aan jullie voorstellen, daar is het onderhand tijd voor.”
BRAVO: “We zullen er zijn! Kunnen jullie alvast iets meer verraden?”
Tom: “Momenteel staat dat moment gepland op 29 maart, in de O2 in Berlijn. Ik kan er nog niet teveel over zeggen, maar ik kan jullie alvast verzekeren dat het dak eraf gaat die avond!”
BRAVO: “Dat klinkt goed. We zetten het in onze agenda!”

Ja, dacht Raquel, dat zal ik ook maar doen. Ze liet het tijdschrift zakken en keek omlaag naar de foto’s die bij het interview waren geplakt; foto’s van de hele band, lachend en stralend naar een onzichtbaar publiek. Het flesje water was ze alweer vergeten, haar droge keel leek niet langer van belang. De verklaringen van Tom en Georg namen haar volledig in beslag.
Er was niets van waar – zoveel inzicht had Raquel nog wel. Tom kon liegen alsof het gedrukt stond en dat gold waarschijnlijk ook voor Georg. Het was theoretisch mogelijk dat Bill echt de griep had, maar Raquels intuïtie fluisterde dat het hele verhaal verzonnen was. Vermoedelijk door David, misschien door Tom zelf; een excuus, een smoes hadden ze nodig gehad.
Dat de jongens logen, was niet hetgene dat zo’n pijn deed. Raquel besefte dat ook. De pijn werd veroorzaakt door de wetenschap dat de jongens moesten liegen, dat ze iets te verbergen hadden en dat het met Bill blijkbaar zo slecht ging dat hij niet in staat was om in het openbaar te verschijnen. En dat zij van al die dingen de reden was – zonder het te willen, zonder het volledig te begrijpen of bevatten, zonder er iets aan te kunnen veranderen. Schuldig zonder schuld.
Het bericht had haar zo verward dat ze vergat uit te stappen en haar overstap voorbijreed. Niet dat het veel uitmaakte. Als ze haar leven momenteel bekeek, kon dat extra half uur wachten er ook nog wel bij.
Wachten op iets dat al vertrokken was.

Bill kon zich niet herinneren ooit zo lang niet meer gezongen te hebben. Behalve misschien nadat hij aan zijn stembanden was geopereerd, maar dat telde niet echt. Toen had hij niet eens kunnen zingen, al had hij het gewild.
Nu wilde hij gewoon niet.
‘Je kwijnt weg,’ mompelde Tom bij zijn oor. Bill gaf geen antwoord, keek hem niet eens aan, maar Tom had gelijk en dat wisten ze allebei.
‘Kom op, Bill,’ ging de gitarist zachtjes verder. ‘Het is al meer dan een week geleden. Moet de volgende fase niet eens komen?’
Liefdesverdriet volgde bij de tweeling altijd een vast patroon, voor zover ze ooit zo heftig met dat gevoel in contact waren gekomen. Fase één was de verdoving, verbijstering en het verstoppen, de fase waar Bill zich al de hele tijd in bevond. Hij deed niet veel meer dan opgekruld op bed liggen, voor zich uit staren en huilen – dat laatste voornamelijk op Toms schouder. Zo onbeweeglijk als zijn lichaam was, zo druk was het in zijn hoofd. Herinneringen streden om voorrang – de ene nog pijnlijker dan de andere. Versterkt door de muziek op de achtergrond liet Bill zich meeslepen door zijn verdriet.
Fase twee was de wederopstanding. Gevoed door woede hoorde hij op te staan, zijn haren te stylen en zijn nagels te lakken. Hij hoorde alle scheldwoorden en vloeken die hij kende op het meisje los te laten, net zolang tot zijn gevoel van eigenwaarde weer op peil kwam en hij kon verkondigen dat ze zijn pijn niet waard was.
Fase drie bestond uit het bekoelen van de woede en het afsluiten van het hoofdstuk. Tom zag die fase nog niet zo snel komen, maar hoopte op de overgang naar fase twee. Dat zou betekenen dat Bill eindelijk uit zijn kamer zou komen en de huilbuien verdwenen.
Bill voelde echter nog geen sprankje woede. Overdag maakte hij zichzelf gek met de herinneringen, met Can you feel the love tonight en met de kwellende vraag: waarom? Waarom had ze hem dit aangedaan? Waarom was hij niet genoeg voor haar geweest? Waarom had hij dat nooit beseft? ’s Avonds, als Tom de leegte van het bed kwam vullen, huilde hij de ogen uit zijn hoofd omdat hij niet wist wat hij anders met de chaos aan gevoelens kon doen. Het waren niet per se tranen van verdriet, het waren tranen van machteloosheid, van overrompeling. Bill werd elke keer weer geconfronteerd met een situatie die hij eigenlijk niet aankon.
‘Ze is het niet waard,’ zei Tom naast hem. ‘Ze is het niet waard. Begrijp je?’
Nee, dacht Bill. Hoe kon ze het niet waard zijn? Hij was nooit onzeker over zichzelf geweest, had zich zelfden iets van andermans mening aangetrokken; als kind had hij al genoeg zelfbewustzijn gehad om er als een freak bij te lopen. Kritiek kon hij hebben, haters kon hij hebben, scheldwoorden, zelfs klappen en blauwe plekken kon hij hebben.
Wat hij niet kon hebben, was omgekegeld vertrouwen. Wat hij niet kon hebben, was weten dat hij zich volledig opengesteld had met dit als resultaat. Wat hij niet kon hebben, was jarenlang wachten op echte, ware liefde en blijven zitten met het idee dat hij al die tijd gewacht had op iets dat niet voor hem bestond.
Tom geloofde niet eens in ware liefde, maar hij had wel Hannah.
Georg werd sneller verliefd dan een konijn in de lente, maar hij had wel Joëlle.
Zijn moeder had Gordon.
David had een vriendin.
Andreas had een vriendje.
Gustav en Chantal hadden niemand, maar zij waren er ook niet naar op zoek, nietwaar.
En hij?
Hij moest concluderen dat liefde niet voor hem was weggelegd. De droom was voorbij. En nu kon hij geen reden meer bedenken om uit bed te komen. Ja, de muziek; maar die scheen op de één of andere manier veel minder belangrijk nu hij niet meer wist waar hij het eigenlijk voor deed.
Roem? Geld? Plezier? Of toch als uitlaatklep voor de ideeën, wensen en verlangens waar hij nu geen plaats maar voor had? Bill was zich bewust van het feit dat hij in principe naar de zin va het leven vroeg en dat maakte het niet bepaald makkelijker.
‘Luister je überhaupt naar wat ik zeg?’ Een diepe zucht van Tom brak door zijn gedachten. “Over twee weken moeten we eigenlijk écht weer het podium op, Bill. We kunnen het niet voor eeuwig uitstellen, de wereld draait gewoon verder.’
Doe maar zonder mij, wilde Bill zeggen. Ik hoef even niet zo nodig.
‘Denk aan de fans!’ Tom gaf het nog niet op. Misschien zou zijn broertje eindelijk reageren als hij een flink slecht geweten kreeg; een achterbakse methode misschien, maar Tom had niet veel keus. Als Bill eenmaal weer in beweging kwam, ging de rest hopelijk vanzelf.
‘Kom op, Bill, denk aan de fans! Wil je hen soms teleurstellen? Zíj hebben òns nog nooit teleurgesteld. Met al die medicijnen voor je zogenaamde griep die ze ons hebben gestuurd kunnen we een apotheek beginnen. Geen grapje.’
‘Zit er ook iets bij dat helpt tegen een gebroken hart?’ mompelde Bill ondanks zichzelf. Toms woorden lieten hem niet koud, integendeel zelfs. Hij voelde zich egoïstisch en ondankbaar als hij aan de wachtende fans dacht, die al maanden stonden te popelen om het nieuwe album te horen. Hij wilde niet dat zij ook wachtten op iets dat nooit kwam, maar hij zag zo vreselijk tegen het opstaan en verdergaan op…
‘Neem een aspirine en ga optreden,’ antwoordde Tom en probeerde niet te laten doorschemeren hoe opgelucht hij was met Bills reactie. Het was behoorlijk moeilijk om tot zijn broertje door te dringen, zelfs voor hem.
‘En dan?’ vroeg Bill zacht. ‘Wat heb ik daaraan?’
‘Afleiding.’ Tom wist dat die reden niet voldoende zou zijn, dus boog hij een stukje naar voren en keek Bill indringend aan. ‘Een dóél, broertje. Daarmee heb je weer een doel.’
Bills donkere ogen lieten de zijne niet los. Hij gaf geen hardop antwoord, maar dat had Tom ook niet meer nodig nu hij contact met Bills blik had. Hij las de onzekerheid, de lusteloosheid, de lichte wanhoop en de pijn moeiteloos uit de glans van tranen die in Bills ogen schemerde. Tegelijkertijd zag hij iets van wilskracht ontkiemen, een besluit dat aarzelend genomen werd en langzaam aan kracht leek te winnen.
De wereld riep. Tom had gelijk; hij was lang genoeg stil blijven staan, nu werd het tijd om weer in beweging te komen.
‘Ik ga maar eens douchen,’ mompelde Bill en liet zich uit bed glijden. Toegegeven, hij was eerder uit zijn opgerolde houding gekomen om te douchen, maar dat met tegenzin en flink veel dwang van Tom. Deze keer was het Bills eigen wil die zijn voeten stuurde.

Ich weiß nicht mehr, wer ich bin
Und was noch wichtig ist
Das ist alles irgendwo, wo du bist
Ohne dich, durch die Nacht
Ich kann nichts mehr in mir finden
Was hast du mit mir gemacht
Ich sehe mich immer mehr verschwinden

Ich bin nicht ich, wenn du nicht bei mir bist
Bin ich allein
Und das, was jetzt noch von mir übrig ist
Will ich nicht sein 
82.

Voorzichtig stak Elvira haar hoofd om de deur en keek Raquels kamer in. Ze wist niet zeker wat ze zou aantreffen – een huilende dochter, een versteende dochter, een slapende dochter? Het was al kwart over twaalf ’s nachts, maar dat laatste leek haar helaas het minst waarschijnlijk. Niet voor niets was ze komen kijken omdat het licht onder de deur haar gelokt had.
Het lampje naast Raquels bed brandde. Raquel zelf zat in kleermakerszit op haar kussen, gekleed in haar pyjama, met losse haren en haar blik naar beneden gericht. Ze keek wel op toen Elvira binnenkwam, maar het was niet meer dan een brave automatische reactie. Weten dat er verwacht werd dat ze opkeek deed Raquel dat ook; toen wendde ze haar blik weer omlaag.
Elvira liet zich op de rand van het bed zakken en volgde Raquels ogen. Ze had al zo’n vermoeden dat het niets goeds kon zijn en zag dat vermoeden onmiddellijk bevestigd; op de foto, die bovenop het stapeltje in Raquels schoot lag, straalden de herinneringen aan het geluk. Bill en Raquel kusten elkaar en zelfs op het tweedimensionale beeld spatte de hartstocht eruit.
Elvira was vanaf het begin niet dol geweest op Bill – zacht uitgedrukt. Momenteel liet ze die opmerkingen uit medeleven met Raquel weg, ze wist dat het er voor haar niet beter op werd als iemand Bill zwart probeerde te maken. Het meisje zou hem ongetwijfeld met alle middelen verdedigen; maar ook al gaf zij hem de schuld niet, Elvira deed dat wel.
Ze deed het zelfs met volle overtuiging. Van het begin af aan had ze de zanger niet vertrouwd en ze zag dat gegeven inmiddels bevestigd in de trieste houding van haar dochter. Als Bill er niet was geweest… Als Bill er niet was geweest, was er misschien wel een andere jongen met Raquels vandoor gegaan, maar nu betrof het Bill en dat maakte het allemaal net ietsjes erger. Meneer de beroemdheid die dacht dat hij zich zoiets kon veroorloven!
Het deed Elvira pijn om Raquel zo te zien. Ze had juist gehoopt dat het beter zou worden nu zij in elk geval haar best deed om het te accepteren – en zie waar dat haar gebracht had.
Voorzichtig legde ze een hand op Raquels arm, zowel om haar aandacht te trekken als om haar een gevoel van troost te geven. ‘Liefje,’ fluisterde ze zacht. ‘Lijkt het je niet verstandiger om die foto’s weg te leggen?’
Het antwoord kwam met enige vertraging, Raquel leek weer even wakker te moeten worden. Ze haalde haar schouders op en veegde langs haar ogen, ook al waren die droog. ‘Ik mis hem, mama,’ mompelde ze kleintjes.
‘Dat weet ik, liefje.’ Elvira legde een arm om Raquels schouders en drukte haar dochter troostend tegen zich aan. ‘Maar het heeft geen zin om te blijven hangen in die herinneringen. Je kan beter iets van afleiding gaan zoeken.’
‘Zoals jij gedaan hebt?’ Raquel besefte dat haar uitspraak een tikje verwijtend klonk en kromp ineen. ‘Sorry.’
Ze wilde Elvira niet voor het hoofd stoten, wilde haar moeder geen pijn doen, maar ze wist gewoon niet meer hoe. Haar hele leven had zo’n beetje om Bill gedraaid en nu hij er niet meer was, wist Raquel niet meer wat ze met zichzelf aan moest. Alle soorten afleiding staken saai en grijs af tegen de achtergrond van haar herinneringen. Wat had ze eigenlijk gedaan vóór ze Bill kende?
Dat was een kromme vergelijking. Vóór het tijdperk-Bill had ze nog op school gezeten, daar was ze nog de verlegen onervaren Raquel geweest, deel uitmakend van het duo met Chantal. Verlegen was ze misschien nog steeds een beetje, maar onervaren zeker niet meer. En ze had ook geen schoolwerk meer waar ze zich op kon storten. Bijna wenste Raquel dat ze weer terug kon naar haar oude vertrouwde gymnasium, al was het maar om zich niet de hele dag zo alleen te voelen.
Hoewel ze zich afvroeg of de drukte van een schoolklas dat gevoel van eenzaamheid echt kon tegenhouden.
Van Elvira kwam een geruststellende glimlach. ‘Dat mag je best zeggen, liefje, maak je over mij maar geen zorgen.’ Ze streek, om haar woorden kracht bij te zetten, rustig door Raquels haren. ‘Ik bedoelde alleen maar… Misschien is het beter om te proberen het achter je te laten, in plaats van zo te blijven hangen.’
Raquel wilde het nog niet achter zich laten. Haar vingers tastten naar de foto’s op haar schoot, naar de foto helemaal onderop. Elvira had die nog nooit gezien en als het aan Raquel lag zou dat ook niet gebeuren. Ze wilde het niet uitleggen, daar was ze nog niet klaar voor; maar de beschuldigende foto zat tussen alle herinneringen, lag onderop het stapeltje.
Ze wilde het nog niet achter zich laten omdat het nog niet de laatste mogelijkheid was. Haar gedachten pinden zich vast op negenentwintig maart, een datum die voor Elvira niets bijzonders betekende, maar voor Raquel… het absolute einde? Als Chantal op negenentwintig maart officieel tot lid van Tokio Hotel werd gekroond, dan was het voorbij. Dan was er geen ander alternatief meer dan loslaten en vergeten. Maar tot op dat moment zou Raquel haar foto’s bewaren, haar herinneringen koesteren, haar dagen in een trance doorbrengen – hopend en biddend dat ze niet vergeefs bleef wachten.
Tot op dat moment was er nog een kans dat de waarheid aan het licht kwam.
Tot op dat moment was er nog een kans dat Bill haar zou geloven.
Dat negenentwintig maart inmiddels meer dan dichtbij kwam, verdrong Raquel met enig succes. Minder dan een week, dan was het voorbij. Dan liep de timer af; wat er vervolgens zou gebeuren, wist ze niet. Momenteel had ze het gevoel dat ze op een gat in de kalender afstevende. Op die plek verdween het jaar in een pikzwarte tunnel en het einde daarvan was nog niet in zicht.
‘Liefje…’ Elvira kneep zachtjes in Raquels bovenarm, maakte zo een einde aan de stroom gedachten. ‘Kom, Raquel, ik denk écht dat het beter is om die foto’s weg te leggen.’
Ze klonk een beetje alsof ze het tegen een klein kind had, maar Elvira wist het anders ook niet meer; het kostte haar al voldoende moeite om überhaupt tot Raquel door te dringen en het was niet zo makkelijk om haar kalmte te bewaren. Het leek Raquel niet veel uit te maken, ze haalde alleen haar schouders op.
‘Ik weet het wel,’ zei ze zacht. ‘Maar… laat me gewoon even, goed? Nog eventjes.’
‘Wat ben je van plan, liefje? Hoe lang wil je nog wachten?’ vroeg Elvira op dezelfde toon, vast van plan om begripvol en vriendelijk te klinken, ondanks dat ze het liefst haar handen in de lucht had gegooid en Raquel aan haar verstand had gepeuterd dat de jongen haar verdriet niet waard was.
‘Nog zes dagen,’ mompelde het meisje en streek licht over de bovenste foto, alsof ze haar hand door Bills haren wilde halen. ‘Nog zes dagen, mama.’
Elvira keek haar zwijgend aan. Ze had geen direct antwoord verwacht, niet zo’n concreet antwoord; wat was er over zes dagen? Vlug rekende ze de datum uit, maar daar werd ze ook niet veel wijzer van. Wat was er op negenentwintig maart? Wat maakte die dag anders dan de rest van de maand? Vastbesloten om dat uit te zoeken legde ze een knoop in een imaginaire zakdoek, zodat ze niet zou vergeten om direct op internet te zoeken. Toen streek ze weer even door Raquels krullen en zei toegeeflijk: ‘Oké, dan zeg ik wel niks meer. Maar beloof je me dat het echt maar zes dagen zijn?’
Dat kon Raquel makkelijk beloven. Ze knikte licht, haar ogen nog op de foto’s gericht, en Elvira begreep dat ze daar genoegen mee moest nemen. Voor de laatste keer trok ze haar dochter even tegen zich aan, drukte een troostende kus op haar voorhoofd; toen verliet ze de kamer.

Er hingen alleen lachende gezichten op Hannah’s muur. Lachende gezichten van de middelbare, van de turnclub, van Tokio Hotel. Alleen maar lachende gezichten, fraaie vakantiehorizonnen, huisdieren die inmiddels dood en begraven waren maar nog altijd vrolijk op de foto’s doorleefden.
Hannah stond met haar handen in de zakken van haar vest voor haar fotomuur en liet haar ogen langs alle beelden glijden. Meestal werd ze vrolijk van al die lachende gezichten, meestal kreeg ze een heerlijk warm gevoel vanbinnen; het waren tenslotte allemaal herinneringen aan de beste dagen van haar leven. Nu echter stemden de foto’s haar treurig. Daar, op die ene, lagen ze met z’n vieren in een deuk, zij en Tom, Bill en Raquel. Wat was er nou verkeerd gegaan? Hoe kon het verkeerd zijn gegaan?
Sinds Raquel en Bill uit elkaar waren gegaan, was Hannah niet meer in Hamburg geweest. Ze had Tom over de telefoon wel gesproken, maar het bleef steeds bij korte gesprekken en het waren er ook niet meer geweest dan drie in de afgelopen twee weken. Allebei worstelden ze met de nieuwe situatie, met hun gevoelens voor elkaar en hun gevoelens van loyaliteit voor verschillende personen.
Desondanks lag er nu een concertkaartje op haar bureau. In een zwart mapje met het logo van Tokio Hotel erop. Binnen, op het ticket zelf, stond de naam van de band in grote letters en iets kleiner daarnaast de datum van het betreffende concert.
Negenentwintig maart.
Morgen.
Onder het kaartje lag de reden dat het in een mapje was gestopt; een backstagepas, voorzien van de datum en haar naam. Hannah’s blik gleed weer naar haar fotowand. Tussen de gezichten hing af en toe een herinnering die geen foto was. Hier en daar sprongen de concertkaartjes naar voren, bewijzen van bezochte optredens. Tokio Hotel zat er ook tussen, twee keer zelfs. Zou dit kaartje er ook komen te hangen?
Hannah zuchtte. Ze was er nog niet over uit, had nog niet kunnen beslissen of ze zou gaan. De O2 was praktisch naast de deur, aan de afstand zou het niet liggen – ze kon altijd nog spontaan besluiten om te gaan als ze nu niet wilde. Dat was echter te makkelijk gezegd; ze liep al met dit probleem rond sinds het kaartje was aangekomen, een week geleden. Ze was allang vergeten dat de jongens beloofd hadden om haar een kaartje te sturen en schrok zich een ongeluk.
Was het oneerlijk tegenover Raquel als ze zou gaan?
Hoe moest ze Bill onder ogen komen als ze zou gaan?
Tom? Chantal?
Wilde ze überhaupt wel zien hoe Chantal haar plaatsje bij Tokio Hotel innam, na alles wat er gebeurd was? Na alles wat ze wist over Chantals rol in het geheel?
Hannah had al langer geweten dat Chantal verliefd was op Bill, dat had Raquel haar tenslotte verteld. Ze had het echter grotendeels afgedaan als “jammer voor Chantal” en er niet over nagedacht; tussen Raquel en Chantal leek het toch ook langzaam weer in orde te komen, ze had gedacht dat het er niet meer toe deed.
Verkeerd gedacht.
Een fatale fout.
De “wat, als”-redeneringen hielden maar niet op in Hannah’s hoofd. Wat als ze níet naar Chantals presentatie ging? Wat als ze Tom destijds had verteld wat Raquel haar had verteld, namelijk dat Chantal tot over haar oren verliefd was op Bill? Wat als ze Tom zou vertellen wat de blondine gedaan had? Wat als hij haar niet zou geloven? Wat als hij haar wél zou geloven? Hannah werd er gek van.
Op hetzelfde moment begon haar gsm te rinkelen. Schrei van Tokio Hotel, hoe kon het ook anders, schalde vanaf haar nachtkastje door de kamer. Geschrokken sprong ze overeind en grabbelde naar het apparaatje; zodra ze de naam op de display las, zonk het hart haar in de schoenen.
Met zo rustig mogelijke stem nam ze op: ‘Hannah hier…’
‘Hé.’ Tom schraapte ongemakkelijk zijn keel. ‘Hoe… gaat het?’
‘Het gaat,’ mompelde ze. ‘Met jou?’
‘Ja, gaat wel.’ Stilte. Toen, met overdreven neutrale stem: ‘Heb je de post gekregen?’
‘Ja…’
‘En…?’ Nog op dezelfde toon, maar met kruipende spanning op de achtergrond.
‘Ik – ’ Hannah brak direct af, ze had geen idee wat ze wilde zeggen. Eigenlijk zei het al genoeg dat haar zin eindigde bij het eerste woord; aan Toms zucht kon ze al horen dat hij begreep wat ze bedoelde.
‘Denk er alsjeblieft over na, ja?’ Hij klonk bijna smekend. Net als zij had hij het gevoel dat de datum belangrijker was dan het leek, dat er meer van afhing dan alleen Chantals presentatie, dan alleen de reputatie van de band. Als Hannah niet kwam, zou het dan met haar en Tom ook voorbij zijn?
‘Ik denk er al een week over na,’ fluisterde ze. ‘Nu kan ik je nog niks zeggen. Het spijt me. Ik… als ik het weet, morgen, dan zal ik je bellen, oké?’
‘Oké. Tot… dan.’ Met een zucht, die Hannah nog net hoorde, hing Tom op en legde zijn gsm naast zich op het dekbed. Bill legde meteen zijn hoofd terug op zijn broers schouder, zowel als troost en om getroost te worden. Ze hadden op dit moment meer dan ooit alleen nog maar elkaar.
Iedereen in de studio werd gek van het wachten. Nog één dag, nog vierentwintig uur, nog drieëntwintig, tweeëntwintig-en-een-half… Waarom ging de tijd niet sneller? Chantal camoufleerde de wallen onder haar ogen met make-up, maar kon niet verhinderen dat ze haar onderlip kapotbeet. De lipgloss hielp niet, die brandde alleen in de wondjes die haar boventanden maakten. Bij de gedachte dat ze dat podium op moest, trokken al haar ingewanden samen.
De droom was een nachtmerrie geworden. En tegelijkertijd hing ze eraan, kon ze zich er niet van losmaken. Meerdere malen had ze op het punt gestaan om alles op te biechten, het eruit te gooien, midden in de kamer waar iedereen haar kon zien – maar ze deed het nooit. Ze kreeg de woorden niet over haar lippen. De bekentenis bleef in haar keel steken en zette haar stembanden klem. Op dat moment wist Chantal niet eens of ze überhaupt zou kunnen zingen.
Georg en Gustav waren voornamelijk opgelucht en gedroegen zich van allevier nog het normaalst. Bill was weliswaar uit bed, uit zijn kamer, opgemaakt en aangekleed, maar af en toe vonden ze hem starend in het niets. Hij hield zich meestal afzijdig, sprak niet zoveel en leek ook niet altijd te luisteren. Met neergeslagen ogen prutste hij in zijn eten, alweer een creatie van Gustav waar de anderen tevreden een tweede portie van opschepten, terwijl Bill was afgevallen. Gezien het gewicht dat hij eerst had gehad, in principe ook al onder de maat, maakte Tom zich duidelijk zorgen en wierp steeds onmiskenbaardere blikken op zijn broertje. Chantal kreeg net zo goed niets doorgeslikt, maar ze probeerde het wel om geen argwaan of bezorgdheid te wekken en zat bijgevolg met een letterlijk brok in haar keel. De sfeer was drukkend stil.
En zij moesten morgen zeventienduizend fans entertainen. Hoe kregen ze dat in godsnaam voor elkaar?

83.

Met zachte hand leidde David zijn protegés naar de deur. De artiesteningang van de O2-World stond uitnodigend open, er was geen pers te zien en de fans hadden zich allemaal voor de hoofdingang verzameld. Ze zongen Übers Ende der Welt en hun stemmen schalden energiek door de lucht, bereikten zelfs de bodyguards op de parkeerplaats.
In de backstage hoorden de jongens en Chantal er echter niets van; ze zaten met z’n vijven over twee sofa’s verspreid en wachtten tot de technici klaar waren met het podium, zodat ze aan de soundcheck konden beginnen. Bij de gedachte alleen al werd Chantal kotsmisselijk.
Davids blik ging bezorgd van de lijkbleke blondine langs de jongens en bleef bij Bill steken. Zelfs Natalies onberispelijke make-upkunsten konden van hem geen rockster maken, ook al probeerde zijn spiegelbeeld hem van het tegendeel te overtuigen. Zijn irissen stonden dof temidden van de glimmende oogschaduw, onder het leren jack en strakke zwarte shirt tekenden zijn ribben zich af. Leunend tegen Toms schouders zat hij daar, starend in de verte, schijnbaar onbereikbaar.
Een lichte zucht ontsnapte uit Davids mond. Alleen zijn assistente Dunja hoorde hem en wierp hem een begrijpende blik toe; door de jaren heen waren Dunja en David een beetje de vervangouders van de band geworden, zelfs al was Dunja getrouwd met een andere man en David nauwelijks vijftien jaar ouder dan de tweeling. Het deed hen pijn om te zien hoe Bills hart gebroken bleef.
Ze hadden voorgesteld om het concert alsnog te verplaatsen, om een langere pauze te nemen, maar daar wilde hij niets van weten. Hij kon het aan, had hij gezegd en hoewel David hem niet helemaal geloofde, moest hij Bill wel zijn zin geven. De zanger zou zich er niet beter bij voelen als ze vanwege hem alles zouden afzeggen.
De stilte in de kleine backstage werd langzaamaan drukkend. De technici waren nog niet klaar en niemand had honger, dus voor een uitstapje naar de catering was het te vroeg. Georg deed net zijn mond open om in godsnaam dan maar iets te zeggen, ook al sloeg het waarschijnlijk nergens op, toen een onverwacht gepiep hen uit hun verstarring haalde.
‘Mijn gsm,’ mompelde Tom. Hij schoof Bill voorzichtig een stukje opzij, zodat hij makkelijker in zijn broekzak kon graven, en viste zijn iPhone uit de diepe krochten van de stof. Zodra het beeldscherm oplichtte, veranderde zijn houding: hij schoot overeind, zijn rug plotseling recht en zijn ogen in één klap helder.
‘Hannah!’
‘Ze komt?’ vroeg Georg meteen. De anderen keken verwachtingsvol om, David en Dunja wisselden een snelle blik. In elke andere situatie zouden ze sceptisch reageren, maar nu konden ze dat niet meer. Na wat er tussen Bill en Raquel gebeurd was – en vooral nu ze wisten hoe Bill daarop gereageerd had – konden ze het niet over hun hart verkrijgen om Tom en Hannah deze gelegenheid te ontzeggen.
‘Ja,’ bevestigde de gitarist en klonk daarbij onmetelijk opgelucht. Met het apparaatje in zijn hand geklemd gleed zijn blik naar zijn broertje, peilde diens reactie. Bill vertrok echter geen spier; met hetzelfde uitdrukkingsloze gezicht legde hij zijn hoofd weer op Toms schouder en ging verder met voor zich uit staren.
‘Wanneer komt ze?’ informeerde David, die Bills reactie natuurlijk ook in de gaten had gehouden, voorzichtig. ‘Dan sturen we Saki om haar op te halen bij de deur.’
‘Ze is er over twintig minuten.’ Tom liet zijn gsm op zijn schoot liggen en kneep zachtjes in Bills onderarm. ‘Hé.’
Het antwoord kwam in de vorm van een zucht. ‘Ja…’
‘Oké.’ Voor de anderen was het een gesprek van niets, waar ze geen duidelijke reactie uit konden halen, maar voor de tweeling leek daarmee alles gezegd. Tom speelde gedachteloos met zijn telefoon en Bill sloot zijn ogen; niet omdat hij wilde slapen, maar omdat hij geen zin had om te blijven kijken. Het werd weer stil in de ruimte. Gustav ging verzitten, Dunja ordende een paar papieren, Natalie zette haar koffiebekertje naast zich neer – dat waren de enige geluiden. Ze wachtten en zwegen.
Ondertussen zat Hannah in de U-Bahn, haar hand in haar jaszak om haar gsm gevouwen. Haar hart bonkte steeds sneller in haar keel, bij elke halte die ze passeerde kwam er weer een tandje bovenop. Was het de juiste beslissing geweest? Ze had Tom pas durven sms’en toen ze al bij de metrohalte stond, bijna als een soort duwtje in de rug voor zichzelf. Nu ze hem verteld had dat ze kwam, kon ze ook niet meer terug. En ze wilde eigenlijk ook niet meer terug – ze wilde Tom zien, ze wilde hem weer om zich heen hebben, wilde hem weer voelen, wilde hem kunnen zeggen hoeveel hij voor haar betekende, niet alleen over de telefoon maar terwijl hij haar met zijn diepbruine ogen aankeek en glimlachte. Hoewel Hannah vermoedde dat hij vandaag betrekkelijk weinig zou glimlachen.
Hoe dichter ze bij haar uitstaphalte kwam, hoe harder haar wangen begonnen te gloeien. Ze legde haar handen om haar gezicht, in de hoop zichzelf zo een beetje te kunnen afkoelen, maar dat lukte niet. Te nerveus. De vrouw, die tegenover haar zat en een mandarijn pelde, wierp haar een onderzoekende blik toe; op dat moment besloot Hannah om een halte eerder uit te stappen en het laatste stuk te lopen. Misschien hielp het als ze eerst de zenuwen uit haar lijf liep.
Sinds een paar dagen was het weer in een goed humeur. De lente kwam eraan, de hele stad rook ernaar. Frisse regen, verschillende exotische etensgeuren van alle snackbars, kebabzaakjes, Chinese afhaalrestaurants en brezelbakkers, vrouwenparfum en de onvermijdelijke uitlaatgassen van een grote stad vormden een typisch aroma. De temperatuur was ook al gestegen en hikte tegen de dertien graden aan, nog altijd niet erg warm maar beter dan de maximaal vijf graden van de maanden daarvoor. Een aangenaam koude wind streek langs Hannah’s gezicht. Ze haalde haar handen uit haar jaszakken en concentreerde zich volledig op het gevoel van de afkoeling, die direct ook haar hartslag deed kalmeren.
Het komt wel goed, dacht ze. Het komt wel goed.
Voor de venue leek het er even op dat ze in de problemen zou komen. Natuurlijk had Hannah haar kaartje en de bijbehorende backstagepas bij zich, maar ze kon niet zo makkelijk bij het begin van de rij komen om te laten zien dat ze daadwerkelijk al door mocht. De fans, die inmiddels nog net zo enthousiast als eerst waren overgestapt op Reden, zouden haar niet zonder protesteren doorlaten. Dus moest ze achterom, naar de artiesteningang, en op die manier riskeren dat iemand haar zou volgen, zou zien, misschien zelfs zou herkennen. Gelukkig was iedereen te druk bezig met zichzelf om het meisje op te merken; ongezien verdween ze om de hoek en bij de achteringang stond Saki. Opluchting overspoelde Hannah. Nu was ze er dan.
Twee minuten later sloeg Tom zijn armen om haar heen, trok haar dicht tegen zich aan en fluisterde: ‘Ik ben blij dat je er bent.’
‘Ik ook,’ gaf ze toe, verborg haar gezicht in zijn hals en ademde zijn geur diep in. Hij rook nog als altijd; vreemd genoeg stelde haar dat onmiddellijk gerust.
Toen lieten ze elkaar los en Tom draaide zich een stukje opzij, zodat Hannah ook de anderen kon begroeten. Dat was moeilijk. Georg en Gustav kwamen op haar af om haar te omarmen en ze beantwoordde hun knuffels meteen, maar bij Chantal kreeg ze het meteen zwaar. De blondine leek te begrijpen waarom – zij wist natuurlijk ook dat Hannah met Raquel had gepraat, ze was slim genoeg om te raden wat Raquel daar verteld had. Om de schijn op te houden omhelsden ze elkaar toch en allebei vroegen ze zich af waarom. Waarom zou Hannah moeite doen om Chantal niet te verraden? Daar had ze zelf ook geen antwoord op. Het voelde niet goed, de spanning hing zwaar als lood in de lucht en Chantal trilde toen ze het andere meisje losliet.
Daarna volgde David, die simpelweg een hand op Hannah’s schouder legde en er zachtjes in kneep. ‘Goed je te zien.’
‘Dank je,’ zei ze stil. Haar ogen gingen alvast naar de volgende persoon, de laatste die ze persoonlijk zou begroeten. Bijna onbewust hield ze haar adem in. Dit was het moment waar ze eigenlijk het meest tegenop had gezien.
Hoe zou Bill op haar reageren?
In eerste instantie reageerde hij überhaupt niet. Hij zat nog steeds in elkaar gekropen op de sofa, bij gebrek aan Toms schouder had hij zijn kin op zijn opgetrokken knieën gelegd. Pas toen Hannah een voorzichtige stap zijn kant op deed en min of meer haar mond opende, kwam er plotseling beweging in de zanger. Vloeiend als altijd maakte hij zich los van de sofa en legde zijn armen om Hannah heen. Ze versteende even, beduusd door zijn actie, maar ontspande vlug weer en gaf hem de knuffel terug. Blijkbaar zat het goed.
Op dat moment hoorde ze zijn stem bij haar oor, hees en bijna onverstaanbaar: ‘Laat Tom niet in de steek. Beloof het me.’
Heel even stokte de adem in Hannah’s keel. Ze had niet eens verwacht dat Bill íéts zou zeggen, laat staan zoiets – maar het paste bij hem, besefte ze in de volgende seconde. Het paste bij hem en bij de tweelingband waar Hannah steeds meer van begon te begrijpen, ook al wist ze dat alleen Bill en Tom de volledige reikwijdte van hun tweelingzijn konden overzien.
‘Beloofd,’ fluisterde ze plechtig. ‘Ik beloof het.’
‘Goed.’ Bill liet haar los, duwde haar onopvallend een stukje richting Tom en liet zich op de sofa zakken. Hij trok zijn benen op, sloeg zijn armen eromheen, legde zijn kin op zijn knieën; hij kroop terug in dezelfde beschermende houding. Zijn haren vielen in zijn gezicht, zijn ogen gingen weer op slot.
Toen stak één van de technici zijn hoofd om de deur en meldde: ‘Het podium is klaar, jullie kunnen soundchecken.’

De soundcheck liep, tot ieders stille verbazing, vlekkeloos. Het zingen leek Bill op een bepaalde manier wakker te schudden; ontwakend uit de ene trance verviel hij in de andere en kreeg weer een beetje kleur op zijn wangen. De tweede trance was duidelijk gezonder dan de eerste, de microfoon in zijn handen gaf hem kracht.
Hannah volgde de soundcheck van een afstandje, naast David en de hoofdtechnicus vanaf het midden van de zaal. Niet voor het eerst bewonderde ze de professionaliteit van de jongens, die zelfs in de moeilijkste situaties nog volledig op de muziek gestort verdergingen. Chantal zag er behoorlijk nerveus uit, maar ook zij hield zich op het podium goed; ze was duidelijk in haar rol gegroeid. In dat opzicht, moest Hannah toegeven, verdiende de blondine net zo goed de bewondering – alleen het feit dat ze naast Bill stond en samen met hem de aandacht van het publiek zou vangen, deed Hannah op haar lip bijten van frustratie.
Na de soundcheck volgde het eten. Dat deden ze duidelijk expres, na het heen-en-weer-geren op het podium moest zelfs Bill in staat zijn om meer dan twee happen door zijn keel te krijgen. Het plan ging op; hij at, hoewel langzaam. Deze keer was het Hannah die moeite had om haar bord leeg te krijgen. In haar maag vormde een onaangenaam onrustig gevoel een vuist en hield het eten tegen.
Nog maar een paar uur. Nog geen zes uur meer en dan was het voorbij. Net als Raquel besefte ze dondersgoed hoe cruciaal deze avond was. Als er vandaag niets gebeurde, zou er nooit meer iets gebeuren. Van de zenuwen begon Hannah op haar onderlip te kauwen en schoof haar nog halfvolle bord van zich af. Tom wierp haar een bezorgde blik toe; ze reageerde met een klein hoofdgebaar dat hij onmiddellijk begreep. Tegelijkertijd stonden ze op en verlieten zonder enige verklaring de ruimte.
In de gang draaide Hannah zich meteen naar hem toe en zei: ‘Hij gaat kapot.’
‘Dat weet ik,’ mompelde Tom. Hij klonk zo verslagen dat Hannah haar armen om hem heen legde en zich tegen hem aandrukte, ook al was het meer haar bedoeling geweest om de confrontatie te zoeken. Ze werd licht wanhopig nu de deadline naderde en wist dat ze niet langer stil kon blijven zitten, niet langer kon toekijken en wachten. Het leek erop dat zowel Bill als Raquel bleef wachten – dus moet zij actie ondernemen, als enige overblijvende schakel tussen de twee. Alleen maakte Toms gezicht het moeilijk om te vergeten wat ze zelf te verliezen had.
‘Luister nou,’ fluisterde ze bij zijn oor. ‘Alsjeblieft, denk nou na… Hij heeft haar nodig.’
‘Dat kan niet,’ wierp hij direct tegen, hoewel op murmeltoon. ‘Dat kan ik niet toestaan, snap je dat niet? Wie aan mijn broertje komt…’
‘Luister nou!’ drong Hannah aan. Ze wist wat hij wilde zeggen, ze begreep waar hij het over had, maar dat hielp niet. ‘Luister nou, kíjk nou naar hem! Hij ziet eruit als een zombie, dat is toch…’
‘En bedankt,’ viel Bill haar met zachte stem in de rede. Ze schrokken allebei op, deden automatisch een stap achteruit om hem niet met hun relatie te confronteren. De zanger leunde tegen de muur naast de deur en keek hen met een onbeweeglijk gezicht aan.
‘Tom,’ zei Hannah stilletjes. ‘Laat mij even met Bill praten.’
De gitarist snoof en sloeg zijn armen over elkaar. ‘Ik geloof niet dat ik daarvoor weg hoef te gaan.’
Hannah zuchtte; dat had ze wel verwacht. Het was aan de ene kant geruststellend om te zien hoe de tweeling onvoorwaardelijk voor elkaar zorgde, hoe Tom zijn broertje beschermde, maar het maakte haar mogelijkheden niet groter. Als ze Tom niet kon overtuigen, moest ze proberen Bill te overtuigen – ze wist niet zeker of dat lukte met zijn broer erbij. Hoeveel ze ook van Tom hield, ze besefte best hoe koppig hij was, zeker als het om zijn broertje ging, en dat was op het moment absoluut niet handig.
‘Oké,’ mompelde ze en haalde diep adem. Haar stem trilde, haar handen bijna net zo erg. Met de moed der wanhoop probeerde ze haar argumenten te ordenen, alle redenen die ze kon bedenken om Bill ervan te overtuigen dat hij Raquel die laatste kans nog moest geven. Aan Toms gezicht gezien zou er geen tweede moment meer komen waarop ze dit kon doen. Ze zag de barsten in zijn uitdrukkingsloze gezicht: weten dat zij aan Raquels kant stond was al erg genoeg, nu ze het ook nog eens voor het meisje opnam… Maar Hannah wist dat ze dit nu moest doen, anders zou ze het zichzelf niet vergeven. Wat Raquel ook gezegd had, wat Tom er ook van vond.
‘Het spijt me van de zombie,’ begon ze vlug, ‘maar het is wáár. Je… je gaat eraan kapot, dat kan je niet verbergen.’
Bill slaakte een zucht, wreef langs zijn gezicht en kneep even zijn ogen dicht. ‘Dat hoef je me niet te vertellen.’
‘Ja, maar… Is het dan nooit in je opgekomen om… om gewoon… met haar te praten?’ Hannah keek hem bijna smekend aan. Hij gaf geen reactie, Tom maakte in zijn plaats een schamper geluid en leek iets te willen zeggen; om dat te voorkomen gooide Hannah zo snel mogelijk de woorden naar buiten. ‘Ik heb met haar gepraat en ik – ik weet gewoon zéker dat – Bill, ze houdt van je!’
De zanger hield nog steeds zijn ogen stijf dichtgeknepen, zijn ene hand lag over zijn gezicht maar kon de pijn in zijn trekken niet laten verdwijnen. Tom stond in één stap naast hem en legde een hand op Bills schouder. De jongere Kaulitz schudde zijn hoofd; om Tom te signaleren dat hij geen troost nodig had of om Hannah’s woorden weg te wissen, dat wist ze niet zeker. Ze beet op haar onderlip en voelde de tranen in haar eigen ogen prikken. Was het dan echt hopeloos?
‘Ze houdt van je,’ herhaalde ze gesmoord. ‘Ze… Ze lijdt er zó hard onder, Bill, ik… Niemand dringt meer tot haar door, niemand niet, zelfs Jonathan niet, en… Jullie hebben elkaar altijd vertrouwd, toch? Ik bedoel, in eerste instantie kon niemand het geloven, toch? Zegt dat niet genoeg? Is dat niet wat waard?’ De vragen volgden elkaar steeds sneller op, ze verslikte zich bijna in haar wanhoop. ‘Alsjeblieft, geef haar alsjeblieft nog die kans om… om te praten, om iets te zeggen, om het goed te maken!’
Op dat moment kon Tom zich niet meer inhouden. Een uitdrukking van woede brak door zijn masker en hij gooide zijn handen ongelovig in de lucht. ‘Goedmaken? Denk je echt dat het nog mogelijk is om het weer goed te maken? Na wat zij gedaan heeft? Kijk jíj eens naar hem!’ Hij gebaarde wild naar zijn broer, die nog altijd geen reactie wilde geven. ‘Dat heeft zij gedaan, Hannah, dat heeft jouw fijne vriendin gedaan! En je mag haar best geloven, prima, maar kom er nu niet mee dat…’
‘Dat is dus nog maar de vraag, hè!’ gilde Hannah plotseling. Ze schrok er zelf van, was zoveel volume van zichzelf helemaal niet gewend – maar haar nagels drukten pijnlijk hard in haar handpalmen en de woorden vlogen naar buiten. ‘Het is nog maar de vraag of ze dat gedaan heeft! Lúíster nou eens naar haar!’
‘IK HEB GEEN ZIN OM – ’ Vóór Tom zijn zin af kon maken, hief Bill zijn hoofd op en legde zijn hand op Toms schouder. De gitarist zweeg onmiddellijk, zijn blik sprong naar vragend en bezorgd.
Bill schudde opnieuw even zijn hoofd. ‘Houd op,’ zei hij zacht. ‘Ruzie is niet nodig. Laat elkaar niet in de steek. Jullie hebben het allebei beloofd.’
‘We…’ begon Tom hulpeloos en liet zijn schouders hangen. Zo snel als hij gekomen was, zo snel verdween de woede ook weer. Hannah deed een stap naar hem toe en hij nam haar meteen in zijn armen, drukte zijn gezicht in haar hals. Allebei lieten ze de gesproken verontschuldiging achterwege; die was niet sterk genoeg. Bill had gelijk. Ze mochten zich niet zo van elkaar vervreemden, dat was voor niemand beter. Zelfs al waren ze het niet met elkaar eens.
Bij het zien van de verzoening draaide Bill zijn hoofd weg. Hij wilde niet dat het tussen Tom en Hannah ook fout zou lopen, maar hun verstrengelde houding trok de nog verse wonden in zijn binnenste open. Een deel van hem wenste dat hij Hannah kon geloven. Hij wilde zo graag dat het waar was. Dat alles niet meer zou blijken te zijn dan een gruwelijke droom. Helaas fluisterde het realistische deel van hem dat dit onmogelijk een droom kon zijn. Het hield te lang aan, het deed teveel pijn. Het was allemaal echt.
‘Laat maar, Hannah,’ mompelde hij. ‘Je hoeft het niet meer te proberen. Het is te laat.’ Toen draaide hij zich definitief om en verdween weer in de backstage.
Hannah slikte de tranen weg. Te laat. Te laat? Haar vingers grepen zich vast in de plooien van Toms shirt, ze wikkelde haar armen om zijn hals en voelde de zijne stevig om haar heupen. Dit gevoel moesten Bill en Raquel ook gekend hebben, dacht ze. Dit gevoel van vertrouwdheid, veiligheid, saamhorigheid. Was het daarvoor nu te laat?
Tom liet haar voorzichtig los, legde een vinger onder haar kin en gaf haar een zachte kus. ‘Ik ga toch even bij Bill kijken, ja?’ fluisterde hij. ‘Niet weggaan.’
Haar kus was zijn antwoord; terwijl Tom achter zijn broertje aan verdween, viste Hannah haar gsm uit haar broekzak en klikte Raquels naam aan. Vier woorden, dat moest genoeg zijn.
Geen halve minuut later schrok Raquel wakker uit haar trance. Ze stond op van haar plek bij het raam, waar ze al een eeuwigheid met halfgesloten ogen zat, en haalde haar gsm naar zich toe. Eén nieuw bericht van Hannah. Reflexmatig overwoog ze om het niet te openen – ze wist waar Hannah nu was – maar toen slikte ze de twijfel weg en liet het berichtje verschijnen. Een kort moment stond haar hart stil.
Hij houdt van je.
Even kneep Raquel het mobieltje fijn tussen haar vingers, ongelovig, met een plots brok in haar keel. Toen holde ze de overloop op, roffelde de trap af naar beneden en greep haar jas van de kapstok. Elvira kwam uit de woonkamer, maar kreeg de kans niet om iets te zeggen. Raquel gooide de voordeur open en sprintte met losse veters de straat op. Haar haren als vleugels achter zich aan verdween ze om de hoek.

84.

Het was een inmiddels bekend fenomeen voor de Duitse concerthallen: wanneer Tokio Hotel optrad, stonden de fans al weken van tevoren voor de deur en hielden de hele buurt wakker met hun gezang. Om ervoor te zorgen dat de tieners uit verveling geen winkels gingen plunderen of vuilnisbakken slopen, stonden er dranghekken en de politie hield het gebeuren in het provisorische tentenkamp strikt in de gaten.
Naarmate het tijdstip waarop de deuren opengingen dichterbij kwam, werd de onrust onder de fans groter. Het zingen ging onvermoeibaar door; ze hadden inmiddels heel Schrei So Laut Du Kannst gehad en waren halverwege Zimmer 483 toen Raquel hijgend de hoek om kwam. Bij het zien van de enorme rij en de chaos van dranghekken met politielint viel ze direct stil. Gehaast schoot haar blik over het plein, op zoek naar een doorgang, een mogelijkheid om aan de andere kant van de O2 te komen zonder te worden tegengehouden. Na een paar keer heen en weer kijken zonk de moed haar in de schoenen. Er stond overal security. Hoe moest ze dit voor elkaar krijgen?
In een winkelruit ving ze plotseling haar eigen spiegelbeeld. Een meisje met een wilde bos krullen, een openhangende jas waar een versleten Sesamstraatshirt onderuit kwam; er zaten rafels aan haar afgedragen jeans die er eigenlijk niet hoorden en de veters van haar allstars sliertten los over de stoep. Geen make-up, niet eens een beetje, ze had geen oorbellen in of zelfs maar een ketting om. Over het algemeen zag ze er verwilderd uit, alsof ze in een vlaag van verstandsverbijstering was opgesprongen en ervandoor gegaan. In zekere zin was dat natuurlijk ook zo. Als Hannah haar niet dat sms’je gestuurd had, zou ze vandaag het huis niet hebben verlaten. Dan zou ze hier nu niet staan, met heftig bonkend hart en een laatste restje hoop – of was het wanhoop? – waar ze zich aan vastklampte. Hannah’s sms had haar dat beetje gegeven, als laatste zet in de rug. Anders was Raquel in haar oude strategie blijven hangen: ogen dicht, hoofd in het zand en afwachten.
Maar voor wachten was nu geen tijd meer. Ze moest het heft in eigen handen nemen – wat had ze te verliezen? Na vanavond zou er geen ruimte meer zijn voor hoop.
Nu bleef er alleen nog de vraag hoe Raquel het gebouw binnenkwam. Door haar verfomfaaide uiterlijk zag ze eruit als één van de kamperende fans, de security zou haar nooit doorlaten. En ze had niet eens een kaartje voor het concert.
Bijtend op haar lip slenterde Raquel richting de parkeerplaats, op zoek naar een oplossing voor haar probleem. Ze besefte pas dat een aantal van de veiligheidsmensen haar in de gaten hield toen ze bij de dranghekken kwam; twee bodyguards met het logo van de band op hun shirt liepen doelgericht op haar af en bleven direct voor haar staan. Even gingen de blikken zwijgend over en weer. Toen zei Raquel zacht: ‘Mag ik er alsjeblieft door?’
Saki en Tobi, de twee persoonlijke bodyguards van Tokio Hotel, wisselden een veelbetekenende blik. Ze kenden het meisje natuurlijk, hadden haar bij meerdere gelegenheden gezien en gesproken. Ze wisten ook wat er tussen haar en Bill gebeurd was. Geen haar op hun hoofd dat eraan dacht om haar, júist haar, door te laten – dat deden ze Bill niet aan. Het antwoord werd een kort hoofdschuddend nee.
‘Alsjeblieft.’ Met smekende ogen keek Raquel van het ene onbewogen gezicht naar het andere. ‘Alsjeblieft. Ik moet Bill iets zeggen.’
Het bleef nee.
‘Toe nou… Ik wil alleen maar met hem praten, heel even maar, tien minuten is genoeg,’ probeerde ze. Haar stem werd iets luider, de vertwijfeling sprak duidelijk uit haar hele gezicht; haar vingers klemden zich om de stang van het dranghek. ‘Alsjeblieft!’
‘Nee.’ Saki en Tobi maakten aanstalten om zich om te draaien en weg te lopen, maar Raquel gaf nog niet op. Met de moed der wanhoop greep ze naar Saki’s mouw, riep “Wacht!”, en hoewel de bodyguard zich direct lostrok bleven de twee mannen wel staan.
‘Vraag het anders aan Hannah!’ smeekte Raquel haastig. ‘Vraag aan Hannah of het oké is dat ik binnenkom! Vertrouwen jullie haar soms niet? Vraag het aan Hannah, alsjeblieft…’
Opnieuw wisselden Saki en Tobi een blik, voor Raquel een ondoorgrondelijke. Toen haalde Saki zijn gsm tevoorschijn en legde die na een paar klikken tegen zijn oor. Raquel keek met een van onrust en twijfel vertrokken gezicht toe. Belde hij nu Hannah of belde hij om extra security? Misschien belde hij Bill wel. Of Tom. Of David. Ze beet zo hard ip haar onderlip dat ze bloed proefde en moest heftig slikken.
‘Goed dan.’ Saki draaide zich terug haar kant op, borg tegelijkertijd zijn gsm weg. ‘Je krijgt een kwartier. Niet meer.’
Een gevoel van duizelingwekkende dankbaarheid en opluchting stroomde door Raquel heen. Overweldigd sloot ze haar ogen, kneep haar handen tot vuisten om haar tranen onder controle te krijgen. Iemand daarboven had vandaag het beste met haar voor.
‘Bedankt. Je hebt geen idee hoe dankbaar ik je ben.’ Impulsief greep ze naar Saki’s handen, omarmde hem zo’n beetje zodra ze door de dranghekken was geglipt. De beide bodyguards keken nog even misprijzend en afwijzend, maar dat zag Raquel niet meer. Ze sprintte naar de artiesteningang, trok die open en sprong de gang in.
De eerste horde was genomen.
De tweede horde diende zich echter vrijwel onmiddellijk aan. Er stonden natuurlijk geen bordjes “Tokio Hotel die kant op” en alle deuren zagen er hetzelfde uit. Raquel was nog nooit in deze backstage geweest, in deze lange gang met de met de vanillekleurige wanden en de linoleumvloer, met naast elke deur een nummer en een lampje.
Op goed geluk begon ze te lopen, snelwandelen, met gespitste oren in de hoop te kunnen horen waar de jongens zaten. De gang was langer dan ze gehoopt had, of misschien leek dat maar zo; ze liep langzaam, alle spieren aangespannen, bijna als in een film op haar tenen. Met elke stap werden haar handen klammer, beet ze harder op haar lip, nam haar hartslag toe – de zenuwen borrelden in haar hele lichaam. Ze had nog niet bedacht wat ze zou zeggen. Ze had er nog nauwelijks op gerekend dat ze iets zou mogen zeggen, ze rekende er nog steeds niet op. Hoeveel tijd zou ze uiteindelijk krijgen? De bodyguards hadden haar dan wel vijftien minuten gegeven, hoeveel minuten zou Tom haar toestaan?
De gedachte was nog niet verdwenen of vlak voor haar ging een deur open en een bekende stem waaide naar buiten. ‘Jongens? Ik ben even op het toilet…’
Toen stapte Chantal over de drempel en stond oog in oog met Raquel.
Al het bloed trok direct weg uit Chantals gezicht. Ze stond als versteend in de deuropening, hand nog op de deurklink, ogen wijd open en een vertrokken gezicht. Een van schok, ontzetting, angst vertrokken gezicht. Schuldgevoel en gewetenswroeging deden haar handen tot vuisten ballen en haar wenkbrauwen samentrekken boven haar ogen, die zich langzaam met tranen vulden.
Raquel bleef onbeweeglijk staan. Ze was eveneens bleek geworden, maar haar gezicht had alleen meer aan kalmte gewonnen. De zenuwen leken verdwenen – want voor Chantal was ze niet bang. Chantals reactie maakte haar niets uit. Ze moest zich tegenover de blondine niet schamen, had zich nergens voor te verontschuldigen. Want Chantal was hier de schuldige. Niet zij.
Na een paar minuten doodse stilte, waarin ze elkaar alleen maar aan konden staren, liet Chantal de deurknop los en fluisterde: ‘Raquel…’
Op dat moment ontplofte alles.
Uit de backstage kwam een harde “Wát?!” en voor ze doorhadden wat er gebeurde, stormde Tom naar buiten. Het ging te snel voor Raquels toch al breekbare zenuwen; het ene moment keek ze in Chantals geschokte gezicht, het volgende moment pinde Tom haar tegen de muur en schreeuwde zo hard dat ze hem niet meer verstond. Chantal stond nog altijd hulpeloos bij de deur, te overweldigd door haar emoties om zich zelfs maar te kunnen bewegen.
‘Tom!’ Hannah holde over de drempel en trok zonder aarzelen haar vriendje naar achteren. Hij schudde haar handen woest van zich af, maar hij hield in elk geval op met schreeuwen. Raquel durfde langzaam weer uit haar ineengedoken houding omhoog te komen; van de kalmte was niets meer over, ze stond op het punt om in huilen uit te barsten en trilde over haar hele lichaam. Haar stem was nergens te vinden – ze wilde iets zeggen, maar haar keel blokkeerde zodra ze in Toms vijandige ogen blikte.
‘Wát doe jij hier?’ blafte hij woedend. ‘Heb je nog niet genoeg gedaan? Hoe dúrf je…’
‘Tom…’ viel Hannah hem weer in de rede, ditmaal zachter. ‘Ik zei toch dat jullie naar haar moesten luisteren…’
Met een ruk draaide hij zich naar haar om, keek haar met wijd opengesperde ogen aan alsof hij haar voor het eerst pas zag. ‘Heb jíj gezegd dat ze moest komen?’
‘Nee,’ antwoordde Hannah naar waarheid. ‘Ik heb alleen tegen de security gezegd dat ze haar kunnen doorlaten.’
Tom staarde haar perplex aan. Hij leek te twijfelen tussen slaande woede of diepe teleurstelling, produceerde ten slotte een diepe zucht en gromde: ‘Fantastisch! Wát een vriendin!’
‘Tom!’ Hannah dwong hem haar aan te kijken, boorde indringend haar ogen in de zijne. ‘Dit gaat niet over ons.’ Ze benadrukte elk woord. ‘Ik heb dit niet gedaan om jou in de rug te vallen of zo, ik heb dit gedaan omdat ik zie hoe ze er allebei onder lijden en ik niet wil dat mijn vrienden zo’n pijn hebben. Alleen daarom.’
Haar woorden leken enigszins effect te hebben op Tom, maar ze hadden een groter effect op Raquel; het meisje ontwaakte uit haar sprakeloosheid en deed voorzichtig een stapje van de muur af, naar Tom en Hannah toe. Alle blikken gingen direct naar haar, die van Tom spuwde nog altijd vuur – maar nu ze besloten had wat ze wilde zeggen, tuimelden de woorden ongehinderd uit haar mond.
‘Alsjeblieft Tom, ik wil alleen maar met hem praten, hem uitleggen… Niets anders, alleen maar met hem praten! Tien minuten, meer hoef je me niet te geven, meer vraag ik niet…’
‘Tien minuten is al te veel,’ kapte hij haar bruut af en draaide zich van haar weg, alsof hij aanstalten maakte om weer naar binnen te gaan. Daarbinnen, realiseerde Raquel zich, daarbinnen zat Bill en kon waarschijnlijk alles horen. En Georg en Gustav net zo goed, die hielden Bill zeker in de gaten nu… nu zij hier was. Het liefst had ze hem direct aangesproken, dwars door de deur heen, maar ze durfde niet goed met deze laaiende Tom in de buurt.
Dus moest ze het bij diezelfde Tom blijven proberen.
‘Wacht!’ smeekte ze en greep naar zijn mouw. Hij trok zich haast met walging los, maar ze gaf nog niet op. ‘Vijf minuten dan! Vijf minuten! Tom, alsjeblieft, alsjeblieft, ik wil alleen maar met hem praten… Ik wil alleen maar… Je hoeft alleen maar…’
Omdat ze zich in haar haast en haar wanhoop verslikte, deed ze een greep in haar broekzak en duwde Tom zonder erover na te denken de inhoud in zijn handen. Hij versteende direct, alsof hij niet kon geloven dat ze dit echt deed, en even leek het of hij de voorwerpen gewoon zou laten vallen.
‘Je hoeft alleen maar te kijken,’ fluisterde Raquel. ‘Alsjeblieft, Tom, je hoeft alleen maar te kijken.’
Hij aarzelde even, maar streek toen de bovenste foto glad en keek. Zijn gezicht werd onmiddellijk donker; dit beeld herkende hij. Deze foto had op Raquels Facebook gestaan, deze foto was het hele probleem, het bewijs, datgene wat Bills hart had gebroken. Raquel in een innige omhelzing met een onbekende donkerharige jongeman. Een héél innige omhelzing – om niet te zeggen een innige kus.
Tom trok zijn wenkbrauwen op, maar hield zijn snijdende commentaar voor zich en stopte de foto onderop het verfrommelde stapeltje van drie. Bij het volgende beeld bleven zijn bewegingen echter steken. Een onwillekeurig ‘Wat?’ ontsnapte uit zijn mond en hij haalde de eerste foto weer tevoorschijn, vergeleek verwilderd het ene plaatje met het andere.
Dezelfde jongen. Ander meisje. Hoe kon dat?
Plotseling gejaagd wreef hij de kreukels uit de derde foto en snakte licht naar adem. Deze kende hij ook: hij had hem zelf gemaakt. In Monaco, in een moment van puur geluk en euforie, toen de hele wereld alleen voor hen bestond; alleen voor Tokio Hotel en de meisjes, alleen voor hem en Hannah, Bill en Raquel. Dat gevoel spatte van het beeld. Van de hartstochtelijke kus die Bill en Raquel daar deelden.
Niet-begrijpend, niet-bevattend schoten zijn ogen tussen de drie foto’s heen en weer, maar hij kon er geen chocola van maken. Het lukte hem niet om alle tegenstrijdigheden op een rij en logisch kloppend te krijgen. Het was te absurd. Hadden ze het uiteindelijk toch mis gehad?
Ja, ze hadden ergens iets mis gehad en Tom had gedacht dat hij wist waar. Nu was hij er niet meer zeker van.
In zijn verwarring stak hij de foto’s naar Chantal uit, op zoek naar iemand die de beelden kon beoordelen, en riep tegelijkertijd met afgezwakte stem: ‘Gus, Georg? Kom ’ns…’
Chantal staarde naar de foto’s in haar handen. Tom was te verward en afgeleid om te zien hoe haar vingers trilden, hoe ze haar lippen op elkaar kneep en heftig met haar ogen knipperde. De twee meisjes zagen het echter wel en wisselden een korte blik; Hannah leek te willen aanmoedigen, Raquel twijfelde. Ze beet op haar lip, aarzelde, toen kuchte ze zacht.
‘Chantal heeft de foto’s al gezien.’
Het duurde even voor Raquels woorden tot Tom doordrongen. Door de verwarring kon hij zijn aandacht maar moeilijk verdelen en hij werd al afgeleid door Georg en Gustav, die op dat moment in de deuropening verschenen. Ze deden allebei duidelijk hun best om zo neutraal mogelijk te kijken, maar de blikken die ze wisselden spraken boekdelen. Verrast door Raquels komst wisten ze niet hoe ze moesten reageren.
Chantals hand trilde zo erg dat de foto’s flapperden. Nu Raquel haar naam had genoemd, die ene zin had uitgesproken, voelde ze hoe de spanning zich opbouwde in haar spieren. Ze kon hier niet veel langer blijven staan. Raquel was voor de waarheid gekomen en de waarheid betekende voor Chantal het einde. Dat wisten ze allebei.
‘Ik…’ begon ze met gesmoorde stem. ‘Ik moet naar de wc.’
Ze duwde de foto’s in Georgs handen, slikte heftig en haastte zich met gebogen hoofd langs het groepje heen de gang uit. Niemand scheen te beseffen dat de wc’s de andere kant op waren – iedereen was gefixeerd op Georg en Gustav, die zich samen over de beelden bogen.
Net als Tom fronsten ze bij het zien van de eerste foto, maar dat sloeg bij de tweede in één keer om naar ongeloof, verwarring en tenslotte volledige verstarring terwijl ze probeerden te bevatten wat dit betekende. Tom was inmiddels over de eerste schok heen en wisselde blikken met Hannah, die zich aan Raquels zijde geschaard had. Met zijn ogen leek hij haar te willen ondervragen, de verklaring uit haar gezicht af te willen leveren, en Hannah staarde zo kalm mogelijk terug. Haar hart klopte echter bijna net zo snel als dat van Raquel. Zouden de jongens nu eindelijk de waarheid inzien? Zou Bill nu eindelijk de waarheid inzien?
Met perplexe gezichten keken Georg en Gustav op en vestigden in dezelfde beweging hun ogen op Raquel. Ze beet nerveus op haar onderlip, wachtte af tot ze iets gingen zeggen. Even leek het erop dat de jongens van verbijstering überhaupt geen woord uit konden brengen – toen krabde Georg met grote ogen in zijn haar en zei hulpeloos: ‘Tsja… Ik geloof dat ik er nu helemaal niks meer van snap.’
Er ging een schok door het groepje heen, minder van de schrik over zijn opmerking dan van zijn onverwachte stemgeluid. Gustav knikte om de woorden van de bassist kracht bij te zetten; Tom scheen plots te beseffen dat er iets niet klopte aan Chantals reactie van zojuist en keek verward om zich heen, de gang in waar Chantal allang niet meer te zien was.
‘De wc’s zijn die kant op,’ zei hij zwakjes. ‘Waar is Chantal heen?’
Raquel slikte, draaide ongemakkelijk met haar ene voet. Ze wist dat er niets anders opzat, als ze nu niets zei was het voorbij en had ze voor niets de moeite gedaan om hier te komen. Tegelijkertijd herinnerde ze zich Chantals gezicht en even, heel even, voelde ze zich schuldig. Want hiermee eindige Chantals droom. Toen ving ze Hannah’s blik, die haar verwoed probeerde aan te sporen, en vermande zich.
‘Ik denk niet dat Chantal nog terugkomt,’ zei ze zacht. De jongens staarden haar aan en Raquel begon haastig maar warrig uit te leggen: ‘Het spijt me ontzettend, ik… Ik bedoel, ze was mijn beste vriendin en ze was nooit zo, ze was gewoon… in de war en jaloers, denk ik… Ze was gewoon verliefd.’
‘Wat? Chantal?’ Tom, Georg en Gustav keken alsof ze twijfelden tussen lachen en hun mond open laten vallen. Ze knipperden met hun ogen en vroegen in koor: ‘Op wie?’
‘Bill,’ fluisterde Raquel. De naam kwam bijna verlangend over haar lippen, achter haar ogen brandden de tranen. Zelfs Hannah kon niet volledig begrijpen hoe het voelde om dit uit te spreken. Aan de ene kant een marteling, omdat hij op het moment nog zo onbereikbaar was – en aan de andere kant gaf de naam, de bekentenis haar hoop. Eindelijk was het eruit.
‘Op Bill?’ herhaalde Georg ongelovig. ‘Dat kan niet!’
‘Je gaat me toch niet vragen om te beweren dat dat onwaarschijnlijk is?’ Een dun lachje gleed over Raquels gezicht, ook al was er in principe niets grappigs aan. ‘Ze was mijn beste vriendin, we dachten over zoveel dingen hetzelfde.’
Die opmerking deed weer even een stilte vallen. Voor de jongens bleek het allemaal een beetje teveel om in één keer te verwerken; voor hen kwam alles als een grote bende onbegrijpelijke onverwachte bekentenissen binnen. Raquel en Hannah hadden allebei ruimschoots de tijd gehad om over deze hele kwestie na te denken en hoefden bijna niets anders te doen dan dat wat ze in hun fantasie al twintig keer hadden gedaan.
En Bill? Kon hij alles horen, daar in de backstage? Was hij net zo perplex als de drie anderen of had hij toch iets van Chantals voorkeur meegekregen? Of geloofde hij het gewoon niet? Luisterde hij überhaupt? Raquel balde haar handen onbewust tot vuisten, wilde eigenlijk niets liever dan naar hem toe en alles persoonlijk, onder vier ogen, uitleggen. Ze wilde weten wat hij nu dacht.
‘Maar…’ begon Tom te protesteren. ‘Dat kan niet! We hebben nooit iets gemerkt van een verliefdheid of iets… Dat kan gewoon niet. En sowieso, wat heeft dat met jou te maken?’
Zijn stem nam weer iets vijandigs aan, iets beschuldigends. Misschien geloofde hij dat Raquel Chantal zwart probeerde te maken om haar eigen naam te zuiveren, zodat iedereen háár weer in de armen zou sluiten. Daar was Raquel al bang voor geweest en ze had haar antwoord klaar.
‘Chantal heeft die foto gemaakt en op mijn Facebook gezet.’ Ze haalde diep adem. ‘Ooit gehoord van Photoshop?’
‘Photoshop,’ mompelde Gustav en greep weer naar de bovenste foto. Zijn vingers gleden bijna zoekend over het papier, gevolgd door zijn ogen. Ze hielden stil bij de lippen, de op elkaar geplaatste monden, en Gustav tikte even tegen het beeld. ‘Ik dacht al… De lichtinval is zo vreemd. Maar nu snap ik het.’
Tom griste de foto uit zijn handen en staarde ernaar, ook al zag hij nauwelijks waar hij naar keek; zijn vingers trilden te erg om het beeld stil genoeg te krijgen. Uiteindelijk propte hij de foto in Georgs handen, wreef over zijn gezicht en pruttelde: ‘Ik snap er niks van!’
‘Het is heel simpel,’ deed Hannah plots een duit in het zakje en trok daarmee alle blikken naar zich toe. Ze keek haast ongeduldig terug. ‘Denk na! Chantal is al vanaf het begin tot over haar oren verliefd op Bil, maar hij valt voor Raquel en zij voor hem. Dan zijn ze supergelukkig, dat hebben we toen allemaal kunnen zien. En Chantal staat ernaast en kijkt ernaar en voelt zich superóngelukkig. Haar beste vriendin en de jongen die tot voor kort haar onbereikbare idool was, en plots haar… haar collega en huisgenoot! Dat kan toch nooit goed gaan.’
‘Ja, maar…’ Tom zocht naar tegenargumenten, vond er geen en barstte los: ‘En jij wist dat? De hele tijd al?’
‘Ik wist dat Chantal gevoelens had voor Bill,’ moest Hannah toegeven. ‘Maar ik had niet door hoe sterk die gevoelens waren en ik had nóóit verwacht dat ze tot zoiets’, ze gebaarde naar de foto’s, ‘in staat zou zijn.’
Opnieuw stilte, waarin Raquel zichzelf wijsmaakte dat ze de hersens van de drie jongens kon horen knarsen. Ten slotte blies Gustav als eerste zijn adem uit en vatte met langzame stem samen: ‘Dus Chantal is verliefd op Bill en jaloers op Raquel, en daarom maakte ze een foto van Raquel met een andere jongen, in Photoshop, en zette die op Raquels Facebook zodat wij zouden geloven dat ze is vreemdgegaan. En dan zou Bill weer vrij zijn, zodat zij…’
Hannah knikte, Raquel beet op haar lip en wist niets anders te zeggen dan: ‘Ik gebruik mijn Facebook nooit.’
De jongens hadden daar geen antwoord op; ze kregen zelfs de kans niet, want op dat moment kraakte de sofa in de backstageruimte en ritmische voetstappen kwamen richting de deur. Raquels hart sloeg een paar slagen over, onwillekeurig rekte ze zich uit – alsof ze daardoor beter door de deur heen kon kijken.
Bill verscheen. Zijn haren hingen deels voor zijn gezicht, maar de donkere ogen priemden daar moeiteloos doorheen en vonden Raquel. Even bevroren ze allemaal. Alleen de blikken schoten heen en weer, van Bill naar Raquel naar Tom naar Hannah en steeds terug. Iedereen tot op de laatste spier gespannen.
Toen zei Bill zacht, zonder zijn blik van Raquel af te wenden: ‘Kunnen jullie ons even alleen laten?’
Het antwoord was een zwijgend geschuifel, het hele groepje behalve natuurlijk Raquel verplaatste zich langs Bill heen de backstageruimte in. Tom sloot de rij en wierp zijn broertje even een doordringende blik toe; Bill reageerde met een knikje en raakte vluchtig Toms schouder aan, voor hij de deur achter zich dichtduwde en zich weer naar Raquel omdraaide.
Haar eerste impuls was om op hem af te rennen en hem om de hals te vliegen, maar dat deed ze niet. Ze zette slechts een stapje naar hem toe en keek hem aan. Afwachtend, hoopvol, bijna smekend om een antwoord, om überhaupt een woord. Haar lippen trilden net zo erg als haar handen; van de spanning maakte ze zichzelf klein.
Hoewel hij rechtop stond en een zelfverzekerde indruk maakte, had Bill geen idee wat hij eigenlijk wilde zeggen. Bij het horen van Gustavs samenvatting en Raquels onbeholpen reactie was hij impulsief opgesprongen, toen nog met het idee om Raquel te omhelzen en alles voorbij te laten zijn. Maar nu hij tegenover haar stond, voelde hij dat er nog iets tussen hen in zweefde dat eerst uit de wereld moest, voor ze elkaar in de armen konden sluiten.
Dus haalde hij hoorbaar diep adem en keek haar recht aan. ‘Is het waar?’
Raquel kon alleen maar knikken. Haar stembanden leken uitgeschakeld. Zijn stem horen, na het laatste wat hij al die weken geleden tegen haar gezegd had, was een onverwacht overweldigend gevoel. Nu wist hij de waarheid. Nu had ze hem de waarheid kunnen vertellen.
Voor Bill voelde het alsof de donkere wolken rondom hem eindelijk verdwenen. De donkere wolken, waar hij de laatste tijd in had rondgelopen, waar hij vanaf hun roze wolk halsoverkop ingetuimeld was. Hij kon weer helder zien en hij zag Raquel. Zíjn Raquel, zoals hij haar had gezien voor hun roze wolkje in het niets was opgelost.
Met één stap was hij bij haar en sloeg zijn armen om haar heen. Ze ademde merkbaar uit zodra zijn bekende geur weer in haar neus kringelde, zodra ze de bekende warmte voelde. Geen wonder dat ze het steeds zo koud had gehad, zo zonder Bills innerlijke kacheltje. Om maar zoveel mogelijk in zich op te zuigen van alles wat ze in de afgelopen weken gemist had, drukte ze haar gezicht tegen zijn schouder, haar lichaam zo dicht mogelijk tegen hem aan.
‘Raquel,’ fluisterde Bill zachtjes. Zijn stem kriebelde bij haar oor, kriebelde in haar lijf. ‘Raquel, het spijt me zo… Ik ben zo’n idioot.’
Ze wikkelde haar armen om zijn hals en mompelde tegen zijn sleutelbenen: ‘Zeg maar niets.’
Juist dat hij daar niet naar luisterde, juist dat hij niet niets kon zeggen, juist dat typische Bill, juist dat deed haar hart weer harder kloppen.
‘Nee, ik móet dat zeggen,’ fluisterde hij. ‘Ik had het fout, ik had niet klakkeloos moeten aannemen dat je zoiets zou doen, ik…’
Raquel glimlachte in zijn hals toen ze hem hoorde hakkelen en voelde hoe hij haar nog wat steviger vasthield. ‘Het is al goed,’ mompelde ze. Wekenlang was het niet goed geweest, maar nu was het dat wel, ze meende het serieus. Ze was allang bereid om Bill te vergeven dat hij zo snel conclusies had getrokken en ze begreep sowieso waarom hij zo snel die conclusies had getrokken. Omdat ze van hem hield. Genoeg gezegd.
‘Vergeef je me?’ Bill moest het uit haar eigen mond horen.
‘Ja,’ zei ze simpel en keek weer naar hem omhoog, zodat zijn ogen in de hare haakten. ‘Ik houd van je.’
Op dat moment had ook Bill geen woorden meer. Er was maar één manier om nog uit te drukken wat er door hem heen ging – hij kuste haar. Hij boog zich voorover en eindelijk, eindelijk vonden zijn lippen de hare.

85.

Eén van Davids kwaliteiten als manager was het feit dat hij praktisch elke situatie met één enkele blik doorzag. Toen hij echter na een uitvoerig gesprek met de technici richting de backstage liep, stuitte hij op een tafereel dat hij met de beste wil van de wereld niet kon verklaren.
Voor hem in de gang stonden twee mensen in een innige omhelzing. Ze kusten elkaar niet, maar David vermoedde dat ze dat zojuist gedaan hadden – zoveel inzicht had hij nog wel. Wat hij niet begreep, was het paartje, waren de twee mensen zelf.
‘Bill? Wat in gódsnaam doet Raquel hier?’
Tegen zijn verwachtingen in schrokken de twee niet op; Bill keek glimlachend om, terwijl hij Raquel nog net zo op zijn gemak tegen zich aantrok. ‘Oh, hoi David.’ Zijn glimlach bereikte ook zijn ogen, in tegenstelling tot alle gespeelde opgewektheid van de afgelopen weken.
David schudde ongelovig zijn hoofd. ‘Wat is hier aan de hand? Vanochtend was je nog zo triest en nu…’
‘Lang verhaal,’ zei Bill schouderophalend, nog altijd met dezelfde glimlach. ‘Maar met een goede afloop.’
‘Goede afloop?’ David keek niet-begrijpend tussen de twee gezichten heen en weer. Het was overduidelijk dat beide straalden van geluk, maar waarom? ‘Zijn jullie weer bij elkaar?’
De twee wisselden even een blik met glanzende ogen, toen knikte Bill triomfantelijk. ‘Ja.’ Bij het zien van Davids verbijsterde gezicht plakte hij er een snelle verklaring achteraan: ‘Het was een enorm misverstand, David. Eén woord: Photoshop. Dus… Ja. We zijn weer bij elkaar.’
‘Photoshop?’ herhaalde David. Hij kende natuurlijk het hele verhaal van de foto op Facebook, had die foto zelf ook kort gezien; het kostte hem even moeite om het woord “Photoshop” in het plaatje in te passen, maar toen het eenmaal gelukt was kleurde het begrip zijn gezichtsuitdrukking. Een kleine frons bleef echter. ‘Wie heeft dan…’
Nu vloog er een schaduw over Raquels gezicht, ze boog haar hoofd. Bill zuchtte zacht. ‘Chantal.’
‘Wát?’ Davids mond viel open. Zijn blik gleed van de twee naar de deur van de backstageruimte, alsof hij verwachtte dat de verklaring naar buiten zou komen wandelen. Maar Chantal was allang niet meer in het gebouw en dat begon David langzaamaan ook te begrijpen. Hij draaide zich terug naar Bil en Raquel en zei onthutst: ‘Wel, dat is… Ik bedoel, ik ben natuurlijk blij dat tussen jullie alles in orde is, maar… Bill, er staan zeventienduizend fans voor de deur, die stuk voor stuk een nummer vijf verwachten!’
Bill haalde zijn schouders op en drukte demonstratief een kus op Raquels voorhoofd. ‘Dan worden ze maar verrast. Liever dat dan iemand op het podium zetten die we er niet bij willen hebben.’ Iets van zijn bekende strijdlust kwam boven, hij keek David bijna uitdagend aan.
Op dat moment ging de deur van de backstage open en Tom stak zijn hoofd om de hoek. ‘Komen jullie ook nog eens binnen? Oh, hoi David.’
Raquel moest onwillekeurig glimlachen toen ze Tom precies dezelfde woorden hoorde gebruiken om David te begroeten als Bill. Ze had dat net zo goed gemist, die typische tweelingdingen die je af en toe versteld deden staan. Het idee dat ze daar nu weer deel van uitmaakte was overweldigend; ze kon wel huilen van opluchting en blijdschap.
‘Eh… Laten we inderdaad even naar binnen gaan, ik wil het hele verhaal horen.’ David gebaarde dat Tom weer terug naar binnen moest en ging er zelf direct achteraan, op de voet gevolgd door Bill en Raquel.
Binnen zaten Georg, Gustav en Hannah zwijgend te wachten. Ze sprongen alle drie op toen de anderen binnenkwamen; Hannah stond als eerste bij Raquel en omhelsde haar flink, daarna was het de beurt aan Georg en Gustav. De tranen kleefden nu daadwerkelijk aan Raquels wimpers. Ze lachte en huilde tegelijkertijd, veegde steeds de druppels van haar wangen. Bills arm om haar middel zorgde ervoor dat ze stevig stond.
Ten slotte omarmde ook Tom haar en mompelde: ‘Het spijt me.’
Als antwoord drukte Raquel hem nog iets platter. ‘Dank je.’ Ze bedankte hem niet alleen voor zijn verontschuldiging, maar vooral voor het luisteren – en dat wist hij.
Daarna namen ze allemaal plaats en Raquel, met een beetje hulp van Hannah, legde het hele verhaal nog eens uit. Ze trilde nog maar een beetje; ze voelde Bills vingers beschermend om de hare. Tom, Georg en Gustav luisterden met ernstige gezichten, David keek nog altijd voor het grootste deel onthutst. Pas toen Raquel zweeg, knikte hij langzaam.
‘Dat klinkt allemaal logisch,’ gaf hij toe. ‘En, ik moet zeggen, het is ook veel geloofwaardiger dat er van die foto helemaal niets klopt. Gezien jullie… liefdesgeschiedenis.’
Bij dat woord moesten ze allemaal grinniken. Bill drukte zijn gezicht in Raquels donkere haar en snoof zachtjes de bekende geur in zich op, die een gelukzalige glimlach op zijn gezicht toverde. Hij moest haar vasthouden, moest haar zo dichtbij voelen om er zeker van te zijn dat dit echt was. En het was echt. Zij was echt, de leugenachtige foto was echt – een echte leugen. De liefde was echt. Alles waar hij in geloofd had, was echt.
Behalve Chantals vriendschap; maar daar wilde hij niet over nadenken. Niet nu hij eindelijk weer gelukkig was.
Helaas had David als manager de plicht om over onaangename dingen na te denken en sneed het onderwerp Chantal nog eens aan. ‘Jongens, over een half uur gaan de deuren open. Wat willen jullie dat we doen? Het optreden afgelasten?’
‘Nee!’ Bill schudde direct zijn hoofd. ‘We gaan gewoon spelen vanavond. Toch?’ Hij keek steunzoekend om zich heen naar zijn medebandleden en kreeg van elk een bevestigend knikje terug.
‘Zonder vijfde?’ David keek nog steeds niet overtuigd.
‘Wat wil je dan doen, Chantal terughalen?’ snoof Tom onmiddellijk schamper. ‘Alsof we haar nu nog in de band willen!’
‘Nee, nee, ik begrijp dat dat niet kan, natuurlijk,’ zei David licht geïrriteerd. ‘Maar nu blijft er een gat over. Dat we dat gat vanavond niet meer gaan vullen lijkt me duidelijk, maar wat doen we hierna? Het hele plan laten vallen?’
‘Al dat werk voor niets,’ zuchtte Georg. ‘Ik vind dat we een nieuwe vijfde moeten zoeken.’
‘Volgens mij hoeven we niet meer te zoeken,’ deed Gustav een duit in het zakje. ‘Volgens mij zitten er al twee helemaal niet gekke kandidates in deze kamer.’
Die opmerking deed in de hele ruimte een stilte vallen. Deze keer waren het Raquel en Hannah die het niet in een paar seconden konden verwerken; ze staarden Gustav aan, toen elkaar, ten slotte David, en brachten tegelijkertijd uit: ‘Wat?’
‘Hij heeft gelijk!’ besefte Tom enthousiast. ‘Hannah heeft sowieso al auditie gedaan en Raquel kan net zo goed zingen!’
De twee meisjes begonnen onwillekeurig te blozen, terwijl de vier jongens triomfantelijke blikken wisselden. Zij zagen het wel zitten, maar David liet zich weer van zijn praktische kant zien en schudde licht zijn hoofd. ‘Heel fijn, jongens, maar… Ten eerste moeten we dan één van de twee boven de andere verkiezen, dat lijkt me niet zo geweldig. En ten tweede, zelfs als dat goed gaat, weet ik niet of het verstandig is om een relatie te hebben met één van je bandleden.’
‘Oh, kom op, David! Zijn dat je enige argumenten?’ Bill wuifde de woorden zorgeloos weg. ‘Er zijn zoveel bands met relaties erin. Bruce Springsteen, bijvoorbeeld, die is met z’n gitariste getrouwd. Als dat het enige argument is dat je kan bedenken…’
David schudde zuchtend zijn hoofd, maar kon een glimlachje niet volledig verbergen. ‘Ik hoor het al, jullie zijn er al helemaal uit. En wat zeggen de dames ervan?’
‘Eh…’ Hulpeloos wisselden Hannah en Raquel een blik en haalden tegelijkertijd hun schouders op. ‘Niet zoveel, eigenlijk…’
Het was een raar idee om hier plotseling over na te moeten denken. Raquel kon niet om het schuldgevoel heen, om de gedachte aan Chantal. Met dit aanbod had ze plots de mogelijkheid om alle dromen van de blondine zelf te verwezenlijken – niet alleen de droom van Bill, maar ook de droom van het rocksterleven stond plotseling voor haar open. Dat maakte het alleen maar erger. Ze wilde niets van Chantal stelen, ze had dat nooit gewild. Het feit dat het aanbod aanlokkelijk was, dat ze samen met Chantal over zo’n leven gefantaseerd had, dat ze op elk ander moment enthousiast was geweest, deed haar ingewanden van schuldgevoel samentrekken.
‘Laten we hier maar over praten als het concert voorbij is,’ besloot David. ‘Dan ga ik nu als een idioot aan de telefoon hangen, zodat er morgen geen cd’s over de toonbank gaan. Ik vermoed dat jullie haar stem niet op de cd willen hebben?’
‘Nee bedankt,’ snoof Tom direct. Hij kreeg natuurlijk bijval van de andere jongens, Raquel staarde ongemakkelijk naar haar knieën. Bill merkte het meteen en trok haar nog wat dichter tegen zich aan, alsof ze niet allang volledig tegen hem aangekropen zat. Het hielp wel, het hielp bij het kalmeren van haar hartslag. Zijn nabijheid was wat ze nodig had.
David verdween naar de gang om zijn belangrijke telefoontjes te plegen – en ongetwijfeld om Dunja in te schakelen, zodat ze zoveel mogelijk mensen tegelijkertijd zouden bereiken en hij zijn keel niet kapot hoefde te telefoneren.
De rest van het groepje deed een dappere poging om nog even te ontspannen voor de show. In Bills geval betekende dat veel gefluister met Raquel, handen die onophoudelijk hun vingers in elkaar weefden, ogen die zachte blikken wisselden en twee harten die hetzelfde ritme zochten. Tom en Hannah verging het niet veel anders; zij waren net zo opgelucht, net zo gelukkig dat de situatie eindelijk opgelost was.
Ongeveer een half uur later stak Dunja haar hoofd naar binnen, haar telefoon nog steeds aan haar oor gedrukt. Haar woorden waren echter tegen de jongens: ‘Nog vijftien minuten, dan is het voorprogramma klaar. Laatste keer naar de wc, graag!’
Met enige tegenzin lieten de tweelingbroers de meisjes los en volgden Georg en Gustav naar de toiletten. Het was misschien een vreemde traditie om voor een concert met z’n allen naar de wc te gaan – wel in verschillende hokjes, natuurlijk – maar het gebruik had zich zo ontwikkeld en ze weken er zelden vanaf.
Hannah en Raquel bleven in de backstageruimte achter. Ze wisselden direct een glimlach, Raquel schoof een stukje over de sofa om Hannah te kunnen knuffelen. De brunette wist meteen waarom en grinnikte. ‘Je hoeft me niet te bedanken.’
‘Jawel. Zonder dat sms’je had ik m’n kop onder m’n kussen verstopt en dan was ik hier nooit gekomen.’
‘Ach! Ik had Bill gewoon naar je toe gestuurd!’ zei Hannah zelfverzekerd en grijnsde, duidelijk niet van plan om lang serieus te blijven. Ze wilde alleen nog maar blij zijn.
Raquel gaf haar een half speelse, half gemeende duw. ‘Nee, echt! Dan had ik nog steeds jou moeten bedanken.’
‘Jij had toch hetzelfde voor mij en Tom gedaan, als wij het waren geweest.’ Hannah zei het alsof het een algemeen bekend feit betrof. Dat was vriendschap, dacht Raquel en knikte om haar vriendin gelijk te geven. Ze had de moed niet gehad om het voor zichzelf te doen, maar ze kon zich wel voorstellen dat ze het voor een ander zou proberen. Zeker voor zo’n goede vriendin als Hannah.
Ze wisselden weer een glimlach. Raquel voelde zich licht vanbinnen, de laatste last viel van haar schouders. Op dat moment kwamen de jongens weer binnen, hun gezichten een stuk nerveuzer dan daarvoor. Hoe vaak ze ook op het podium zouden staan, de laatste tien minuten voor het begin van een show waren altijd moordend. Het gevoel was meer dan bekend; ook de meisjes hadden hen al vaker zo gezien. Juist dat kleine feit, dat gevoel van herkenning en kriebelende zenuwen, maakte het moment perfect. Omdat alles weer bij het oude was. Omdat alles weer was zoals het hoorde te zijn – en even kon Raquel zelfs haar schuldgevoel vergeten.

Epiloog

Vijf jaar later

Het witte busje stopte voor een met camera’s beveiligd hek. Achter het hek blaakte een gebouw in de zomerzon, een gebouw van lichte baksteen met grote ramen. Drie grote auto’s stonden op het parkeerterrein achter het hek, dat langzaam openging en het Volkswagenbusje doorliet. De chauffeur parkeerde het busje naast de zwarte BMW en tegenover de Cadillac. Twee personen stapten uit: een jonge man met een baseballpetje en een tas waar een statief uit stak, gevolgd door een jonge vrouw met een blonde paardenstaart en een grote zonnebril stevig op haar neus gedrukt. Ze haalde haar handtas van de bijrijderstoel en rommelde er even in, om even later helemaal niets tevoorschijn te toveren. Met een diepe zucht sloeg ze de band van de tas over haar schouder.
‘Oké… Ik word hier toch nooit klaar voor, dus laten we gaan.’
‘Blijf ademhalen,’ adviseerde de man haar, terwijl hij geruststellend een hand op haar schouder legde. ‘Je kan dit, dat weet je.’
De jonge vrouw schudde even haar hoofd, maar schonk hem een dankbaar glimlachje en nam de vingers van haar schouder. Hand in hand liepen ze naar de ingang van het gebouw; de man drukte op het knopje van de intercom.
‘Ja?’ meldde een blikkerige vrouwenstem zich.
‘Het team van de BRAVO hier,’ informeerde de man haar opgewekt.
‘Ah, natuurlijk. Een momentje graag.’ De verbinding werd verbroken en een paar seconden later kwamen er voetstappen vanachter de deur hun kant op. Een vrouw met grijzend, donker haar in een zorgvuldige knot liet hen binnen. ‘Volgt u mij, ze zitten in de studio.’
De twee journalisten deden braaf wat hen gezegd werd. De man keek geïnteresseerd om zich heen, las de bordjes op elke deur en speelde met de lens van de camera die hij uit zijn tas had gehaald. Zijn metgezel hield haar blik strak op de punten van haar schoenen gericht. Ze droeg nette zwarte pumps met een beschaafde vijf-centimeter-hak, daarboven een zwarte rok met een crèmekleurig shirt en een lichtblauw vestje. Tegelijkertijd beschaafd en casual. Niet dat ze door haar kledingkeuze minder nerveus werd. Ze deed dit werk nog niet zo lang, ze was pas vierentwintig. Toch had ze tot nu toe geen problemen met haar zenuwen gehad. Tot nu toe. Inmiddels had de jonge vrouw er spijt van dat ze deze opdracht aan had genomen.
‘Zo, hier zijn we dan.’ De donkerharige vrouw bleef staan en glimlachte vriendelijk. ‘De producenten zijn er over vijf minuutjes, u kunt met alle plezier alvast naar binnen. Ze zijn vast en zeker ongeduldig.’
‘Oh? Worden ze zo graag geïnterviewd?’ vroeg de man geïnteresseerd.
‘Dat zult u wel merken,’ antwoordde de vrouw met een geheimzinnig lachje en duwde de deur voor hen open. Een wirwar van stemmen drong hen tegemoet. Vijf, nee, zes stemmen, vijf wereldberoemde, zes stemmen die de jonge vrouw maar al te goed kende. Zes stemmen die ze in geen jaren meer in levenden lijve gehoord had. Ze slikte, haar maag draaide zich plots om. De herinneringen vochten om haar aandacht, maar ze drukte hen weg, overstemde hen met zenuwen. Waarom was ze niet naar Killerpilze gegaan? Waarom had ze zich laten overtuigen om déze opdracht aan te nemen? Waarom was ze zo stom?
Haar metgezel stapte alvast naar binnen en zei vriendelijk: ‘Hallo! Ik ben de fotograaf, Mark. Zeg maar Mark.’
‘Hoi Mark!’ kwam het antwoord van de zes stemmen, gevolgd door een plagerige opmerking van één stem: ‘Moeten wij ons voor de vorm nog even voorstellen of…’
De fotograaf lachte met hen mee. ‘Ach, dat lijkt me wat overbodig.’ Hij keek even over zijn schouder, terug naar de drempel waar de journaliste aan de grond genageld stond. Met een verontschuldigende blik naar de zes gezichten liep hij terug en nam haar gezicht in zijn handen. ‘Kom je?’
Ze knikte, hoewel met trillende lippen en een vertrokken gezicht. Hij gaf haar een kus om haar gerust te stellen; dankbaar liet ze zich even in zijn armen houden, liet ze zich moed inspreken door zijn rustige hartslag. Toen nam hij haar mee naar binnen en ze stond recht tegenover de zes gezichten.
Van links naar rechts, comfortabel op de sofa, de volgorde niet veel anders dan vijf jaar geleden. Het enige verschil met vroeger lag in de twee meisjesgezichten die er tussen zaten, maar die hoorden er ook al vijf jaar bij. Vijf jaar die de jonge vrouw niet gevolgd had – vijf jaar waar ze desondanks genoeg vanaf wist, omdat er niet aan viel te ontkomen.
‘En dit is mijn collega, de journaliste van vandaag,’ stelde Mark haar voor. Voordat hij haar naam kon noemen, haalde ze de zonnebril van haar gezicht en de zes snakten synchroon naar adem.
‘Chantal!’

Raquel kon haar ogen niet geloven. De jonge vrouw met de blonde paardenstaart, die daar nerveus met haar zonnebril stond te draaien, was Chantal. Even wist ze niet wat ze moest voelen, denken, doen. Bills vingers boorden zich plots in haar middel, de spieren van de arm die hij om haar heen had gedrapeerd verstrakten. Een snelle blik op zijn gezicht leerde dat hij niet kwaad keek, eerder net zo verbijsterd als zij en met een lichte hint van onbegrip. Aan zijn andere kant leunde Tom perplex achterover en klapte zijn opengevallen mond dicht, terwijl Hannah zich tegen zijn zij drukte. Georg en Gustav konden alleen maar staren.
Veel waren ze niet veranderd in de afgelopen vijf jaar. Ze waren ouder geworden, dat was te zien. Bills haar was korter en zijn kleren, hoewel nog steeds ongebruikelijk, pasten niet meer helemaal in het punkerspectrum. Tom had zijn dreadlocks ingeruild voor cornrows, zijn kleding was hem geen tien maten te groot meer – eerder vijf. Hannah’s haar was langer, Raquels krullen net iets korter dan Chantal zich herinnerde. Van Georg en Gustav, altijd al het onopvallendst, was het ouder worden alleen te merken aan de sfeer die ze uitstraalden.
‘Chantal!’ herhaalde Raquel. Ze ging wat rechterop zitten, haar donkere ogen groot van verbazing. ‘Hoe…’
De blondine haalde nerveus een hand door haar paardenstaart. Alle avonden oefenen op de woorden die ze wilde zeggen, en nu kon ze niets uitbrengen. Mark gaf haar een bemoedigend duwtje, maar ze zond hem alleen een verwilderde blik. Ze kon dit niet!
‘Wat doe jij hier?’ stelde Hannah de vraag die op ieders tong brandde.
‘Ik ben gestuurd door de BRAVO,’ antwoordde Chantal automatisch. Haar stem klonk sterker dan ze zich voelde, maar ze keek niemand aan. ‘Ik heb journalistiek gestudeerd…’
Ze slikte en grabbelde naar Marks hand. Niet voor de eerste keer was ze hem ontzettend dankbaar voor zijn steun; het had haar heel wat zelfoverwinning gekost om hem te vertellen wat haar probleem was met dit interview, met deze mensen. Voor haar was het de ultieme test van hun relatie geweest: als hij haar dit kon vergeven, dan kon ze zich een toekomst met hem voorstellen. En hij had haar niet alleen vergeven, hij had haar ook begrepen en hij had haar gesteund. Hij steunde haar nog steeds.
Op dat moment ging achter hen de deur weer open en twee mannen struinden binnen. ‘Sorry voor de vertraging, we hadden een klein probleempje met het internet… Oh. Jullie zijn nog niet begonnen?’
Natuurlijk herkende Chantal ook die stem meteen. Ze versteende, haar vingers knepen de zonnebril haast fijn. Mark gaf in haar plaats antwoord en stelde zich vriendelijk als altijd voor. De twee producenten schudden zijn hand; Peter en David, de enige twee van het oorspronkelijk vierkoppige producententeam die nog over waren. Patrick en Dave waren twee jaar geleden vertrokken, wist Chantal, om aan een ander project te werken. De informatie was niet rustgevend. Van de vier producenten had ze David en Peter het beste gekend. Ze kon zich de zangsessies met Bill en Peter maar al te goed herinneren.
Met gespannen samengeknepen lippen draaide ze zich om en stak haar hand uit. ‘Chantal… Jones.’
Davids mond vormde een perfecte ronde “O”. Het was bijna komisch, als Chantal de situatie niet zo verschrikkelijk had gevonden. Peter werd blijkbaar gedreven door beleefdheid en schudde haar hand, ook al stond zijn gezicht net zo overdonderd.
Even hing de oorverdovende stilte in de lucht, ongemakkelijk en zwaar. Toen trok Tom zijn mond open en zei: ‘Oké, en nu je helemaal uit het niets bent komen opduiken, kan je dan nu uitleggen waarom je hier bent? En kom nu niet met die bullshit over een interview en zo.’
Zijn stem klonk niet zo agressief als Chantal verwacht had, voornamelijk ongeduldig en nog altijd perplex. De anderen leken evenmin kwaad – ook Bill en Raquel niet, terwijl zij er toch eigenlijk alle reden toe hadden. Chantals maag draaide nog eens om.
‘Nou…’ Ze aarzelde, probeerde zich de speech te herinneren die ze helemaal had uitgetypt. Natuurlijk kwamen er geen woorden bovendrijven. Ze had moeten weten dat ze beter was met geschreven woorden. Sinds die gebeurtenissen van vijf jaar geleden was ze veranderd, dat moest ook voor de zes wel duidelijk zijn. Haar zelfvertrouwen had een flinke deuk gekregen; op de universiteit stond ze algauw bekend als het meisje dat niemand in de ogen durfde te kijken, tot ze bij een project met Mark had moeten samenwerken en langzaam uit haar schild gekropen was. Nu moest Chantal dat weer doen. Verder uit haar schild kruipen, zodat ze dit hoofdstuk van haar leven definitief kon afsluiten.
‘Het spijt me,’ flapte ze eruit. De drie plompverloren woorden bleven even in de ruimte zweven, net zo lang tot iemand liet merken dat ze gehoord werden.
Die iemand was Bill. ‘Oké,’ zei hij simpel.
Alle hoofden draaiden zijn kant op, minstens zo verbaasd door zijn reactie als door Chantals uitspraak. Raquel was de eerste die begon te glimlachen, Tom en Hannah volgden een fractie van een seconde later en toen deelden ook Georg en Gustav de grijns.
‘Wat… Oké?’ Dat was niet het antwoord dat Chantal verwacht had en ze kneep Marks vingers fijn van onbegrip.
‘Ja, oké. Excuses aanvaard,’ verduidelijkte Bill met een vriendelijk gezicht. ‘Het is vijf jaar geleden, Chantal. Het is wel goed.’
‘Maar…’ Maar ik haat mezelf er al vijf jaar voor, wilde Chantal zeggen. Ze was bijna beledigd dat de anderen er helemaal niet meer mee leken te zitten, zelfs al wist ze dat ze eigenlijk dolblij hoorde te zijn. De zes hadden haar blijkbaar allang vergeven. Was dit niet waar ze al die tijd op gewacht had? Nu zij haar hadden vergeven, kon ze zichzelf vergeven en verder met haar leven.
‘Tóén was het niet goed,’ zei Raquel serieus. Haar donkere ogen vingen Chantals blauwe en blikten haar ernstig aan. ‘Maar het is voorbij, we hebben elkaar nog, het is vijf jaar geleden… Het is tijd om het verleden te laten rusten.’
Een eerlijke glimlach brak door op haar gezicht en ze sprong overeind, greep Chantals handen. ‘Ik heb altijd gehoopt dat je terug zou komen!’
‘Je kent me te goed,’ mompelde Chantal. Het was heel lang geleden dat ze dát tegen iemand, laat staan tegen Raquel, had kunnen zeggen en het voelde wonderbaarlijk goed. Ze zouden wellicht nooit meer zulke goede vriendinnen zijn als vroeger, maar dat was prima. Zolang ze maar niet meer met dat afschuwelijke schuldgevoel rond hoefde te lopen. Zolang ze maar niet meer aan haar oude vrienden hoefde te denken met het idee dat die haar nu haatten.
Raquel lachte en liet haar handen weer los, zakte terug op de sofa naast Bill. ‘Dus. Interview?’
Het was voor haar nu net zoveel routine als voor de vier jongens. Sinds vijf jaar deelde ze de spotlights met hen; Hannah stond officieel bekend als Toms vriendin, maar ze was geen lid van de band en beantwoordde maar zelden vragen. Ze was vaak bij de interviews aanwezig als die niet voor de camera plaatsvonden. Zowel Tom als zij hielden hun relatie zo privé mogelijk. Voor Bill en Raquel was dat iets moeilijker, maar ze stonden allebei stevig in hun schoenen. Er was niets dat ze samen niet aan konden.
‘Laten we dan maar beginnen.’ Chantal glipte in haar rol van journaliste en trok haar iPad tevoorschijn, om notities te maken. ‘Dunja zei iets over dat jullie ongeduldig waren toen ze ons binnenliet. Wat kunnen jullie me daar over vertellen?’
‘Wel…’ Bill wisselde even een blik met Raquel, toen met Tom, grijnsde even en legde een tedere hand over Raquels buik. ‘We beginnen een familie.’

Tweeënhalf uur later schoof Chantal haar handtas op de bijrijderstoel. In gedachten verzonken klapte ze de pootjes van de zonnebril uit en zette het ding in haar haren, haar blik gericht op het gebouw dat ze net verlaten hadden. Haar hoofd kolkte van alle nieuwe informatie. De tweelingbroers waren allebei verloofd en van plan de twee huwelijken op dezelfde dag te plannen. Raquel was zwanger. Georg en Joëlle maakten eveneens kinderplannen. Gustav was getrouwd. Hun leven ging verder.
‘Beer?’ Mark gebruikte de koosnaam die hij twee jaar geleden voor haar bedacht had. ‘Kom je?’
‘Ja,’ zei ze afwezig en klom in het busje, in hun busje. Mark zat al achter het stuur, maar draaide het contactsleuteltje nog niet om. Hij keek haar onderzoekend aan, las haar nadenkende gezicht en glimlachte.
‘Wat denk je? Is het voor ons ook al tijd om een gezin te stichten?’
Chantal draaide zich naar hem om. Ze hield van zijn lach, van de jongensachtige kuiltjes in zijn wangen en het weerbarstige bruine haar dat hij onder zijn baseballpetje verstopt had. Met een glimlach reikte ze naar zijn hand, deze keer niet voor steun, en kneep er zachtjes in. ‘Ja.’
Mark startte het busje en ze reden rustig het parkeerterrein af.

EINDE

Terug | Auteur: Melian