Kloonjacht

'Meneer Ploert! Meneer Ploert? Spreek ik met u?'
'Ja, ik ben het, met wie spreek ik?'
'Ik ben het, Macy! Ik heb uw hulp nodig. Ik heb uw hulp n nodig!'
'Macy, wat is er dan? Ik heb nu een vergadering, waar je ook zit, ik kan je nu niet helpen.' Aan de andere kant van de lijn klonk en zacht en angstig gesnik.
'Ik ben thuis. Help me.' Klik. Piep piep piep. Verschillende overwegingen gingen door hem heen. Hij had nu rapportvergadering, dat zou een uur duren, en dan was het afgelopen. Het betrof zijn mentorklas, kon hij dat laten zitten? Nee, dat kon niet, Macy zou moeten wacht, wat er ook aan de hand was. Hij moest de groep van dertig boven die ne kiezen. Hij zou over een uur wel naar haar toe gaan.

Ergens halverwege de vergadering kreeg Freek een pijnlijk gevoel van schuld in zijn borst. Hij had Macy laten stikken, terwijl zij hem eigenlijk heel hard nodig had gehad, tenminste, zo klonk het. Hij gedroeg zich niet als een mentor, maar als een gewone leraar. Een echte vent, wordt geen docent. Hij schudde zijn hoofd, waarom dacht hij daar nu weer aan? Hij stond op, en kondigde aan dat hij een noodgeval had, dat hij weg moest. Zo snel hij kon, vertrok hij naar het huis van Macy. Hij had haar adres bij de balie even opgevraagd. Huis nummer dertien... Hij belde aan, en een huilende moeder deed open. 'Mevrouw Duinzand, wat is er mis?' De moeder van Macy begon nog harder te huilen. 'Waar is Macy?' Meneer Duinzand verscheen achter zijn vrouw, ook zijn ogen waren opgezwollen en rood van het huilen. 'Waar is Macy?' herhaalde Freek, bijna roepend van paniek. Noch mevrouw, noch meneer Duinzand sprak. Hij stormde langs het verdrietige echtpaar het huis in, en rende blindelings de huiskamer in. Niemand. Hij hoorde de voordeur sluiten, maar hij negeerde het. Hij rende de gang weer in, zonder het echtpaar Duinzand verder op te merken, en hij rende de trap op. Meteen toen hij op de overloop stond, zag hij het: bloed. n van de deuren stond open, en door de deurgang was dat het enige wat hij zag. Hij liep, verschrikkelijk langzaam, omdat hij, terwijl hij liep, de angst moest overwinnen voor wat hij in die kamer aan zou treffen. Hij stapte over de drempel van de slaapkamer van zijn leerlinge, en zijn ogen vielen op het bijna naakte lijk van Macy. Ze had niet meer aan dan een onderbroekje, en ze lag op haar rug op het bed. Haar polsen waren doorgesneden, en haar lichaam was bleek.

Hoofdstuk 1

Freek zat in zijn stoel voor in het lokaal. Hij keek niet naar de pratende leerlingen, die n voor n of in paartjes het lokaal binnen kwamen en hun plaats namen. Ze lachten en ze praatten, en ze wisten nog van niets. Freek, echter, voelde zich leeg. Hij had zich die nacht leeggejankt, een deel van zijn meubulair kort en klein geslagen, en zijn woede en verdriet afgereageerd tot er geen emotie meer in zjn lijf was. Geen emotie, behalve schuld, een schuldgevoel dat alles inslikte. Toen de klas zat, schraapte hij zijn keel, en draaide het fotolijstje om dat voor hem stond. De klas viel bijna meteen stil, alsof ze wisten dat er iets mis was.
'Jullie kennen Macy allemaal. Jullie hebben dagelijks lessen met haar gevolgd, en jullie weten wat voor mens zij is. Sommige van jullie zijn haar vrienden, andere kennen haar nauwelijks, alleen van school. Gisteren heeft Macy zelfmoord gepleegd'
De geschokte gezichten van zijn leerlingen gingen langs hem heen. Hij staarde naar de achterkant van het lokaal, en weigerde ook maar iemand aan te kijken. Hij had al in de gezichten van Macy's ouders gekeken, en naar die van de buurvrouw. Hij kon zich niet voorstellen dat deze gezichten erger waren dan dat. 'Maar meneer... Waarm? Waarom zou Macy in godsnaam zelfmoord plegen? Ze was toch niet ongelukkig? Ze werd door niemand gepest, ze had genoeg vrienden, ze had bijna een vriendje, het ging goed op school, en ze had weinig ruzie met haar ouders! Waarom zou ze zich vermoorden? Niemand vermoordt zich als ze bijna een vriendje hebben!' Freek dwong zichzelf Mike aan te kijken, en zuchtte. Mike was de beste vriend van Macy geweest, en kende waarschijnlijk lk detail van haar leven.
'Er is geen brief achtergelaten, zelfs aan haar ouders niet. Ze hield geen dagboek bij, dus daaraan hadden we het ook niet kunnen zien, ze vertoonde geen gek gedrag voordat ze het deed, dus we kunnen niet afleiden wanneer het begon...' Freek stopte halverwege zijn zin, en dacht aan het telefoontje. Zijn trots weerhield hem ervan dat hij het meteen vertelde, maar toe de tranen begonnen te stromen, wist hij dat het er uit zou komen.
'Meneer Ploert?' Mike was ook begonnen met huilen, en verschillende andere leerlingen ook. De dood kwam altijd als schok.
'Ik had het kunnen voorkomen.' Hij fluisterde het maar, maar alle leerlingen keken hem verbaasd aan. Hij vertelde hen precies wat er was gebeurd, en zei dat het hem speet. Niemand vertelde hem dat het niet zijn schuld was. Hij kondigde aan dat iedereen voor vandaag naar huis mocht, en op hun eigen manier met dit verlies om konden gaan. Het lokaal stroomde weer leeg, en de leerlingen lachten niet, renden niet, en praatten niet. Ze keken alleen somber, of ze huilden zachtjes. Hij bood geen steun.

'Een ontroerende speech hield je daar. Ik ben geroerd door je eerlijkheid.' Freek schrok en keek met een ruk opzij naar het figuur dat daar nogal geluidloos was gekomen. Het was een vrouw, dat had hij aan de stem gehoord, maar meer zag hij niet. Ze had een kap over haar hoofd zodat haar gezicht niet zichtbaar was, en ze een klein beetje leek op de dood.
'W... wie ben jij?' Freek stotterde van verbazing.
'Dat is nu nog niet van belang. Eerst moet je begrijpen dat de dood van Macy absoluut geen zelfmoord was. En dat moet jij gaan bewijzen, om te beginnen...' Freek keek haar aan, en probeerde een gezicht uit te maken in de schaduw onder de kap, maar het had weinig zin.
'Maar ik heb Macy gezien. Haar polsen waren doorgesneden, ze is doodgebloed...' De vrouw onderbrak hem.
'Hoe weet je dat zj dat heeft gedaan? Misschien was het een manier om het op een zelfmoord te laten ljken...'
'Maar,' begon Freek weer, 'Dan zou hij of zij haar nogal in bedwang moeten hebben gehouden, en de vingerafdrukken op haar lijf waren alleen van haar.' Hij keek verdrietig de vrouw aan.
'Laat dat nog een keer onderzoeken. Je zult vinden dat daarmee iets heel vreemds aan de hand is...' De vrouw ging weer weg, en hij hield haar niet tegen.

'Meneer Ploert?' Freek draaide zich weer om en zag daar de lijkschouwer staan. Hij was naar het mortuarium gegaan, en had gedaan wat de vreemde vrouw hem had gevraagd. Hij had gevraagd aan de lijkschouwer om de blauwe plekken op haar lijf eens te onderzoeken, en de man was na tien minuten al terug gekomen. 'Ah, daar bent u. Ja, u had gelijk, er s iets heel vreemds aan de hand met die vingerafdrukken, loopt u maar mee, dan laat ik het u zien.' Freek stond op van het stoeltje en liep met de man mee. Hij zag er tegenop om haar lichaam nog een keer te zien, maar zijn nieuwschierigheid won. 'Kijk, deze blauwe plekken zijn gemaakt door vingertoppen die in haar huid grepen, dat snapte u al. Nu zijn wij naar die vingerafdrukken gaan kijken, en vonden dat deze overeenkwamen met haar igen vingerafdruk. Ze heeft het zichzelf dus aangedaan. Maar, als je kijkt naar dze blauwe plekken...' Hij wees naar de bleke schouder van Macy. 'Hoe kan zij die zlf gemaakt hebben? Dan had ze haar hand achterstevoren moeten hebben gehad, n kracht moeten zetten. Een haast onmogelijke positie.' Freek keek de man aan.
'Dus...'
'Zij kn het zichzelf niet aan hebben gedaan, maar er loopt iemand rond die heel goed is in het nabootsen van vingerafdrukken, f die dezelfde vingerafdruk heeft. Wat overigens niet voorkomt, behalve bij neiige tweelingen. En die persoon heeft haar vermoord en geprobeerd het op een zelfmoord te laten lijken.'
Freek zat thuis en piekerde over wat hij had ontdekt. Was het dan toch niet zijn schuld, en had hij het dan toch niet kunnen voorkomen? Maar hij sloeg dat excuus om zijn zelfverwijt te minderen weg, gezien hij tch haar hulpkreet had ontvangen en tch hem genegeerd had, of zij zichzelf nu had vermoord, of of dat ze was vermoord. 'Heb je al iets ontdekt?' Freek schrok weer evenhard van de vrouwenstem, en viel van zijn stoel. Toen hij zichzelf van de grond had gehesen, keek hij dood weer aan. Ze had dezelfde kleren, en ze rook ook naar de dood, merkte hij opeens. Ze stonk naar een mengsel van bloed en urine, en de geur liet hem haast over zijn nek gaan. De schrik en de rouw had waarschijnlijk voorkomen dat hij het de vorige keer rook.
'J... ja, ik heb het ontdekt. De vingerafdrukken kwamen overeen met die van haar, maar ze had ze zelf nooit kunnen maken. Dat bedoelde je toch?' De stilte gaf aan dat dood glimlachte, of piekerde, maar hij kon haar gezicht nog steeds niet zien.
'Weet jij wat dat betekent, meneer Ploert?' Meneer Ploert... ze wist zijn naam, maar waarom noemde ze hem dan met zijn achternaam? Was ze een leerling?
'Nee, ik heb geen idee. Misschien had Macy een tweeling zusje.'
'Dat had ik niet.' Freek hield zijn adem in, en met een brandende nieuwsgierigheid keek hij toe hoe ze naar haar kap greep, maar ze trok hem niet af. 'Wat je nog moet weten, voordat ik mijn geheimen aan je onthul, Freek Ploert, is dat het lichaam dat jij had gevonden op die kamer een leeg omhulsel was. Niks van Macy zat nog in dat lichaam, zoals een computer zonder harde schijf. Macy leeft ergens anders verder. De bestanden zijn geknipt en geplakt naar een andere plek. Namelijk naar deze plek.' Ze trok de kap van haar hoofd af, en daar stond ze dan: een haast gelijkend beeld van Macy, en toch zo anders. Haar huid was zo bleek als dat van een lijk, en haar haren, die eerst kort en sportief om haar gezicht vielen, gingen nu lang over haar schouders. Het litteken dat Macy op haar voorhoofd had, was weg, en er was iets magers aan haar handen en gezicht.
'Ben jij een... kloon?' Macy glimlachte een bedroefde glimlach.
'Er is een instituut dat zich al jaren bezighoudt met klonen, en ik ben het resultaat. Ziet u, ik ben niet onstaan zoals normale mensen, gezien mijn ouders zelf geen kinderen konden krijgen. Ik ben ontstaan in een petrischaaltje. Maar er ging iets mis. Er is iets gebeurd zodat mijn embryo zich tien keer gesplitst heeft. Er lopen dus tien van mij rond, in leven gehouden door het instituut. Ik weet niet hoe het precies werkt, maar ieder van de tien anderen had een bepaalde functie, maar deze,' ze wees naar zichzelf, 'is blanco gehouden. Ik heb de kunstmatige baarmoeder nooit verlaten, totdat de hersens van Macy naar mij gecopieerd waren, als het ware.'
'Dat kan helemaal niet.'
'Je moest eens weten wat er allemaal kan. Ik weet ook niet hoe het precies zit, maar het is me overkomen. Ik heb drie van mijn zussen gezien, die mij de polsen doorsneden, en ik heb de baas gezien, die met allerlei apperatuur aan mijn ogen zat. Het volgende wat ik wist was dat ik in een splinternieuw lichaam zat. Het was waarschijnlijk de bedoeling dat ik gehersenspoeld werd, maar n van de anderen was slordig geweest, en ik wist te ontsnappen. Ik heb n van mijn zusjes moeten vermoorden om van die walgelijke plek weg te komen. Maar officieel ben ik nu dood, dus ik kan niet herkend worden, ik heb geen geld, geen eten. Het bloed van mijn zusje kan ik niet van me af wassen, en ik voel me verschrikkelijk.' Tranen leken in haar ogen te verschijnen. Freek wist niet wat hij moest denken. Het hele verhaal klonk heel extreem en ongeloofwaardig, maar ze moest wel hl veel fantasie hebben om dit te verzinnen. Bovendien had hij haar lijk gevonden, en toch stond ze hier voor hem. Was zij werkelijk wat ze beweerde dat ze was? Of was zij de moordenares van Macy?

Hoofdstuk 2

Macy kwam met nat haar de trap van zijn huisje aflopen. Ze glimlachte, ietwat verlegen, omdat ze zijn kleren droeg. Van het instituut waar ze vandaan kwam had ze geen kleren meegekregen: haar kloon die volgens haar net uit de baarmoeder kwam, had nog nooit kleren aan gehad. Ze had dit weggejat uit een of andere kast, maar liep nu al sinds haar dood in die kleren rond. Ook het vocht van de kunstmatige baarmoeder was niet helemaal van haar af, en door het rennen had ze ook nog gezweet. Nu ze echter was gewassen, leek ze al een beetje meer op de Macy die hij herinnerde. Dat was vreemd, want ze was nog steeds even bleek en haar haren en nagels waren nog steeds schrikbarend lang, maar nu de walgende geur weg was, waren een deel van zijn twijfels ook weg.
'Meneer Ploert, heeft u misschien een schaar en een veil?' Hij glimlachte. Ze ging zichzelf een make-over geven. Alsof ze een blancopapier haar identiteit gaf door er een eigen kunstwerk op te maken. Ze knipte haar haren niet zo kort als ze het eerder had gehad, maar gewoon op een boblijn halverwege haar nek. Ze was immers geen kapster die bij zichzelf even een vlot modelletje kon knippen. Dat kon een kapster trouwens ook niet. Freek kon het niet laten achter haar te gaan staan, en zorgelijk de boblijn recht ze maken. Met zachte hand liet hij haar haren door zijn vingers glijden, en knipte de puntjes aan. Haar haren krulden een klein beetje, dus de preciese ongelijkheden vielen niet op. Ook hielp hij haar bij het knippen van haar nagels. Deze waren op zo'n lengte, dat ze zelf het nagelschaartje niet goed vast kon houden. Terwijl hij de haren en de nagels opruimde die op de grond waren gevallen, plukte zij haar wenkbrauwen, en stook een pin door haar oorlellen.
'Dank u wel, dat u mij wil helpen.' Freek gooide het laatste beetje in de prullenbak en zuchtte.
'Het is het minste wat ik kan doen. Ik heb je immers in de steek gelaten.'
'Ik was in paniek toen ik u belde. Ik dacht dat ze me gingen vermoorden, wat ze ook hebben gedaan, alleen ik wist niet dat ik verder zou leven in een nieuw lichaam. Misschien is het wel beter zo. Met de gruwelen die mij gaan achtervolgen, is een nieuw lichaam misschien handig. Dit lichaam is wat gespierder dan mijn oude, en mijn oude had n of twee blessures. Die zijn niet handig. Bovendien heeft dit stel hersens een aantal feiten erin gemonteerd die mijn oude hersens niet hadden.' Freek was lichtelijk gerriteerd over de manier waarop ze over haar oude lichaam praatte alsof het een auto was die nu vervangen was door een nieuwe.
'Hoezo feiten? Wat voor feiten? Ik dacht dat je zei dat deze hersens blanco waren?' Macy zuchtte.
'Ja, dat dacht ik ook. Ik denk dat hij wilde experimenteren met het combineren van herinneringen en kennis. Ik weet dingen over vechten, ik weet dingen over wetenschap, en ik spreek uit het niets vloeiend frans en chinees. Dat wist ik niet... gewoon opgeslagen.' Ze haalde haar schouders op, alsof het heel normaal was. Ze liet niet merken wat ze doorgemaakt had, want hoe koel ze er ook over deed, ze had wel de dood ervaren, ze had aan een nieuw lichaam moeten wennen, en haar hersens waren een experiment.
'Hoe is het om dood te gaan?' De woorden floepte uit zijn mond voordat hij er erg in had, en hij schaamde zich ervoor al voordat de laatste klanken uit de lucht waren verdwenen. Macy keek hem strak aan, zonder haar grijze ogen te knipperen. Ze zag er kouder dan ijs uit.
'Zoals in slaap vallen. Eerst is er de pijn, van het bloeden van mijn aderen. Maar dan dringt de pijn langzaam steeds minder door, en komen alle mooie dingen in het leven nog even langsflitsen. Dat is het laatste waar je aan denkt, vlak voordat je sterft: al die mooie dingen.' Macy glimlachte even. 'En dan kom je weer terug in de realiteit, en is de wereld verschrikkelijk.' Haar gezicht ging weer koud.
De vraag die ongetwijfeld op zijn lippen lag, evenals op die van haar, was wat ze nu moest doen. Haar overlijdensacte was getekend, en waarschijnlijk werd ze of was ze al gecremeerd. Of ze lag in het mortuarium waar haar moord onderzocht werd. Macy liet het niet graag zien, maar ze was bang. Er liepen ng negen van die klonen rond, en ze zouden haar allemaal proberen te pakken. Dat was waarom ze niet meteen haar toevlucht had genomen naar haar ouders: dat was de eerste plek waar de klonen zouden zoeken, en dan zouden haar ouders gevaar lopen. Nee, beter was als ze verdween totdat alle klonen weg waren. Maar verdwijnen kun je niet alleen, daar heb je hulp voor nodig. Freek Ploert was een uitstekend iemand, die ze kon vertrouwen, maar die niet meteen als gijzelaar gezocht kon worden. Maar hij alleen zou niet voldoende zijn. Ze moest nog een ander hebben...
'Meneer Ploert? Zou u mij in contact kunnen brengen met Mike?' Hij draaide zich om, en leek half geroerd en half verbaasd.
'Mike geloofde niet dat jij zelfmoord had gepleegd. Zei dat het niet logisch was, dat er geen enkele reden toe was dat jij zelfmoord zo plegen. Hij zei dat je bijna een vriendje had.' Macy voelde het bloed naar haar bleke gezicht stromen, en ze zag dat haar mentor geamuseerd glimlachte. Eventjes maar. Dat zijn van die momenten dat je vergeet dat je je niet in een situatie bevindt om te lachen, maar om ernst uit te stralen en je gezicht strak te houden.
'Mike kent mij beter dan alle anderen. Hij kwam elke middag mee om bij mij huiswerk te maken, omdat dat bij hem te remoerig was. We gingen samen sporten, en we zaten samen op school. Als we gingen stappen, deden we dat samen. Elk aspect van mijn leven kent hij, als het zijn eigen leven was. Ik heb hem nodig, meneer.' Het was bijna smekend dat ze hem aankeek, maar ze wist dat ze zijn toestemming niet nodig had. Ze kon toch wel in contakt komen met Mike, alleen met zijn hulp zou dat makkelijker gaan. Hij knikte.


Mike keek verdrietig uit het raam. Hij miste haar, zijn beste vriendin. Wat moest hij nu? Nee, hij was niet verliefd op haar geweest, en hij gunde het haar ook van harte dat zij een vriendje had, maar zij bracht bij hem vreugde daar waar hij dat eerder niet had. Hij dacht terug aan de tijd voordat hij Macy had leren kennen. Hij leefde in een gezin, wat hij nog steeds doet, trouwens, met twee oudere broers, twee jongere broertjes, en een zusje. Zijn vader was al lang weg, en zijn moeder was altijd werken. Zijn oudere broers hadden hem opgevoed, en daar hadden ze eigenlijk heel slecht werk van gemaakt. Hij was de basisschool nog niet af, of hij spijbelde en rookte. Op de middelbare school, echter, kwam hij naast Macy te zitten. Zij nam hem mee naar haar thuis, en hielp hem met zijn huiswerk. Rustig in een bijna leeg huis aan tafel huiswerk maken scheen veel makkelijker te gaan dan in een huis vol zeurende kinderen en herrie... Terwijl zijn vriendschap met Macy groeide, stopte hij met roken, kwam hij vaker naar school, haalde hij hogere cijfers en ging van het vmbo t naar de HAVO. Hij zag er nu zelfs uit als een beschaafd personnage. Maar nu was zij weg. Waarom zou hij nog de moeite doen om braaf en hard werkend te zijn als zij er toch niet meer was?
De telefoon ging. De hoorn lag recht naast hem, maar Mike negeerde het compleet, en ging verder met naar buiten kijken. Echter kon hij het niet voorkomen dat hij zijn moeder beneden hoorde opnemen en hoorde praten, al was het maar zachtjes. 'Mike? Nee, die is niet naar school gegaan. Ziek, ja. Hij kan het niet opbrengen naar school te gaan.' Waarom was het juist n zo stil in huis. Altijd was iedereen overal, en zijn moeder nergens, en nu was iedereen weg, of in ieder geval heel stil, zodat hij elk woord van wat zijn moeder zei kon verstaan. 'Naar toe komen? Nu? Maar waarom dat dan? Persoonlijk... Ik ben zijn moeder hoor, ik weet al zijn persoonlijke zaken!' Niet waar, dacht Mike bitter. 'Nou, vooruit dan. Ik zal u hem even geven, dan kunt u hem zelf spreken.' Hij hoorde zijn moeder de trap op komen, en hij verdrong de neiging op te staan en zijn deur op slot te doen. Hij wilde geen contakt met ook maar iemand in de buitenwereld, en hij wilde ook zijn moeder niet zien. 'Lieverd.' Ze had haar hand tegen het microfoontje van de hoorn gelegd. 'Meneer Ploert voor je.' Ze overhandigde hem de telefoon, en hij nam hem, als automatisch, aan.
'Hallo.' Hij mompelde half.
'Dag Mike. Ik zou graag hebben dat je naar mij toe kwam. Ik verwachtte al niet dat je op school zou zijn. Maar ik wil echt dat je naar me toe komt.' Mike had zin om de telefoon op te hangen. Hij had de zelfmoord van Macy kunnen voorkomen, maar in zijn stem klonk geen enkel geluid van rouw. Desondanks liet hij zijn mentor zijn adres doorgeven, en hij sloeg het braaf op in zijn hoofd en beloofde dat hij er zo aan zou komen.

De Vijgenstraat nummer acht. Terwijl hij op zijn fiets had gezeten, had hij even niet geweten waarom hij hier naartoe kwam. Hij moest helemaal daar naartoe fietsen om alleen maar te praten. Wat voor troostende woorden kon deze man hem brengen? Geen, dat wist hij al. Het enige dat hem ervan weerhield om terug naar huis te gaan was dat hij hoopte dat hij te weten zou komen waarom Macy zichzelf vermoord had. Hij bracht zijn vinger naar de bel, en binnen enkele tellen ging de deur open op een kier. 'Wat? Bent u bang dat ik u aan ga vallen?' Meneer Ploert glimlachte.
'Kom maar binnen, Mike.' Hij glimlachte. Walgelijk figuur. 'Ik heb misschien iets dat je wat op kan vrolijken. Maar ik moet eerst wat weten. Wat is Macy waard voor jou?' Waarom gaf die man hem valse hoop? Macy was dood, dat stond vast.
'Mijn leven meneer.' Meneer Ploert boog zich naar voren naar hem en keek hem recht in zijn ogen aan.
'Weet jij dat zeker?' Ietwat aarzelend knikte hij. 'Ok. Ik waarschuw, het is schokkend wat ik je nu ga laten zien, en wat ik je ga vertellen.' Whatever. Mike kwam de huiskamer binnenlopen. Wat had die Ploert gelijk gekregen, het was een schok. Even dat Mike dat hij het zich had verbeeld, maar daar stond ze dan. Macy stond daar springlevend, met een kleine glimlach op haar gezicht. Hij keek nog een keer, en nog eens, maar het bleef Macy. Zij was het, ongetwijfeld. Hij rende de huiskamer door, en stootte onderweg iets van de tafel, maar hij negeerde het. Hij vloog Macy om haar nek en kuste haar wang, en haar gezicht.
'MACY!'
Het was pas toen Mike haar los liet en haar aankeek, dat hij het zag. 'Jij bent Macy helemaal niet.' Het kon ook eigenlijk ook niet: ze was immers dood. De jonge juffrouw die hij net had omhelst en gekust glimlachte niet, bewoog niet en vertelde ook niet wie ze wel of niet was. Ze stond daar gewoon. Freek Ploert stapte naar hem toe en legde zijn hand op haar schouder. Maar vol afschuw en afkeer gooide hij de hand van zijn schouder af. 'NEE! Ik weet niet wie deze FREAK is, maar het is niet MACY! Hou haar bij me uit de buurt!' Hij draaide zich weg en begon met weglopen.
'Het is haar wel degelijk, alleen niet in hetzelfde lichaam, toegegeven. Dat is de Macy die jij al heel lang kent, dat is de Macy van wie ik mentor bent, en dat is de Macy die vermoord is.' Mike stopte met lopen.
'Vermoord?' Ploert maakte een bevestigend geluid. 'Door wie? Ik dacht dat het zelfmoord was.'
'Ze is ook door zichzelf vermoord. Ik weet niet hoe ik dit uit kan leggen zodat jij het gelooft...' Mike draaide met een aarzeling om en keek weer naar Macy. Het lichaam was anders, en in haar blik zag hij ook niet zijn Macy. Haar ogen stonden bedroefd en zwaar, terwijl ze normaal vrolijk en licht stonden. Het verhaal van meneer Ploert wankelde ook aan alle kanten. Het was geen zelfmoord, maar ze was wel door zichzelf vermoord. Ja, als dat het was, geen wonder dat hij het niet goed uit kon leggen.
Een kletterende ruit en een harde bonk verbraken de akelige stilte die veroorzaakt was door de afstoting van Mike en de wankelige poging van Freek om het uit te leggen. Waarom had ze het gevoel gehad dat ze wist dat er wat ging gebeuren? Dat was ook de reden dat ze niet zelf geprobeerd had zichzelf te verklaren. 'ZOEK DEKKING!' De laatste echo van de woorden waren nog niet uit de lucht verdwenen toen een figuur, geheel in het zwart gekleed, een lap stof voor de mond. Ow, ja, ze had haar gestalte goed verborgen, maar Macy wist wel wat er tegenover haar stond. De enige reden voor haar om erop te doelen het lapje stof dat haar identiteit verborg was om aan Mike en Freek te laten zien wat er net het huis binnen gebroken was. Meteen waren ze aan elkaar gewaagd, wat niet had moeten kunnen. Macy had niet moeten kunnen vechten, ze had niet meteen alle bewegingen van haar tegenstandster, haar vijand, moeten kunnen voelen. Ze had niet moeten weten hoe ze zich tegen dergelijke snelle bewegingen moest verdedigen, en wat al helemaal niet had gemoeten, was dat ze haar van zich af kon gooien met ongekende kracht, en met een vliegensvlugge beweging de monddoek van haar af kon trekken. Ze staarde met een vurige blik naar haar eigen gezicht, en hijgend keken ze elkaar aan. De kloon keek haar vol haat aan, maar Macy zag in haar ogen een zekere paniek. Zij was de sterkste, Macy had haar kloon overtroffen, in een gevecht dat niet langer had geduurd dan twee minuten, maar voor het tweetal leek het alsof het voor eeuwig had geduurd. Schoppen die tegengehouden werden door snelle bewegingen van de armen, meteen gevolgd door tegenaanvallen van de andere hand, die vlak voordat ze de nek van de ander raakten met een stevige hand afgeweerd waren. De bewegingen waren zo snel geweest dat alleen dze twee ze van elkaar hadden kunnen voorspellen. Maar nu lag ze daar, in paniek, op zoek naar een laatste uitweg. Maar ook dat zag Macy van verre aankomen, en ze wist wat er ging gebeuren, hoewel de paniek van de kloon waarschijnlijk haar voorgevoel had geblokkeerd. Midden in de sprong naar Macy's nek wist Macy het mes vast te grijpen en het om te draaien, zodat haar kloon haar eigen dood in sprong.
'Dat,' Macy draaide zich naar Mike, die onder een tafel was beland, nadat Ploert hem daarheen had getrokken, 'is was Freek bedoelde.'
Mike kroop met grote ogen van onder te tafel vandaan. Het was zo snel gegaan dat hij het met zijn ogen nauwelijks had kunnen volgen. En nu lagen zijn ogen op de gevolgen van wat er net gebeurd was. De Macy die hij had gezien toen hij binnenkwam was bedekt in bloed, haar armen blauw. Haar blik was als van staal, en tegelijkertijd leken haar ogen in brand te staan. Wat hij daar net had gezien had hij in geen enkele actiefilm ooit gezien. Bewegingen zo snel en zo precies, dat het leek alsof het tweetal ze ingestudeerd had. Maar de andere Macy lag daar op de grond, een gapende wond in haar borst, haar ogen nog opgengesperd, waardoor het dode gezicht kwaadaardig leek. 'Het zijn er drie... Twee dood, n levend.' Freek zweeg, nog bibberend van angst, zijn ogen niet van het lijk afhalend.
'Meer dan drie.' Macy besloot haar stem weer te laten horen. 'Het zijn er altijd meer geweest. Maar ik heb de herinneringen van de enige die opgegroeid is vanuit een baarmoeder en met ouders. De andere zijn in een soort laberatorium groot geworden. En ongetwijfeld zullen er meer kloons zijn. Toen ze er eenmaal achter waren hoe ze een embryo konden laten splitsen, zullen ze dat met meerdere klompjes cellen geprobeerd hebben. Wie weet hebben ze een heel leger. En de reden dat daar niks van bekend is, is omdat ze het van de publiciteit verborgen hebben gehouden. Mensen klonen is immers niet aanvaard in onze huidige maatschappij, en het uitvoeren van proeven op de menselijke hersens al helemaal niet. Dat is waarom k dood moest. Ze hadden mijn hersens nodig, en nu ik over hen weet, moet ik uit de weg geruimd worden. Ik ben een last, een bedreiging. En alles op alles zal erop gezet worden om mij af te maken. Wat zij echter niet weten, is dat alles dat ze aan mijn lieve tweelingzusjes leren, ik in vage maten ook binnenkrijg.' De monoloog eindigde, en Macy keek Mike nog steeds even strak aan. Na een lange stilte, waarin niemand bewoog, zodat het leek alsof de film van het leven op pauze was gezet, sprak Mike.
'Dus de Macy die ik kende, de Macy waar ik van hield, die komt nooit meer terug? Is zij dan werkelijk vervangen door een bloedlustig, opgejagen moordmachine dat als enige missie heeft haar tweelingzusjes af te slachten?' De tranen stonden in de ogen van de geschrokken jongen, en hij keek in de ogen van de jonge vrouw die hij niet meer scheen te kennen. Zij keek hem terug, maar haar blik was niet langer zo hard als dat het was geweest. Er kwam een glans over haar ogen te liggen, waardoor ze een bedroefde emotie leken te verwerkelijken, waardoor het bloed op haar handen minder fel leek.
'Ik ben nog altijd dezelfde, alleen in een andere situatie. Wanneer de situatie opgelost is, zal ik weer de oude zijn, maar dan met iets meer ervaring.' Freek keek van Mike naar Macy.
'Opgelost?' Vroeg hij. 'Hoe kan jouw situatie worden 'opgelost'? Je hebt God weet hoe veel kloons die je de keel door willen snijden...'
'Daar zit je er dus naast.' onderbrak Macy hem voordat hij begon te brabbelen. 'Zij willen mij misschien wel de keel door snijden, maar dat mgen zij niet. Daarin vervalt het belang van wat zij willen, en wordt het vervangen door wat de grote 'vader' wil. Hij wil mij levend, omdat ik bijzondere verschijnselen heb vertoond dat doorslaggevend zou kunnen zijn voor zijn onderzoek op het menselijke brein.' Macy keek nu Freek aan, en het voelde alsof zijn eigen stel hersens ging ontploffen.
'Nou en? Wat is er nu erger: je bent de rest van je leven een proefkonijn, of je bent dood! Hoe dan ook, het zijn beide situaties die je kosten wat kost wil vermijden. En het is n tegen veel. Dus wat wil je gaan doen om de situatie op te lossen?' Macy keek hem nog steeds even strak aan, onbewegelijk, in het begin. Maar toen begon haar gezicht te trekken, en elk spiertje in haar gezicht spande zich aan, alsof ze een lach probeerde te bedwingen. Daarna liet ze het gaan, en haar gezicht leek open te vallen in een brede grijns.
'Er zijn twee manieren: n is dat we ze allemaal, stuk voor stuk uitschakelen, alles wat op ons af komt. Twee is dat we 'pappa' te pakken krijgen en hem aanklagen voor alles wat hij heeft.' Ze zei het bijna lachend. Freek keek verontwaardigd.
''We'?' Macy pruilde haar onderlip en keek van de n naar de ander. Mike viel ervoor en schoot in de lach.
'Je bent nog steeds mijn Macy. Ik sta bij jou in elke situatie, wat er ook gebeurt.' Hij sloeg een arm om haar heen, en het tweetal keek elkaar glimlachend aan. Freek Ploert gaf het dan wel niet toe, maar hij wst dat hij haar ook bij zou staan, al was het maar omdat hij het onbewust als zijn stille plicht zag.

Hoofdstuk 3

'Dus, hoe kunnen we Macy weer levend laten verklaren?'
'Voorlopig niet, Mike. Hou nou eens op met zeuren. Ik ben dood, en dat wil ik even zo houden.' Macy keek Mike lichtelijk gerriteerd aan. Hij was de scheikundige van de klas geweest, en was een genie in het maken van bommen. Daar waren ze dan ook mee bezig. Zelf-gemaakte handgranaten. Waarschijnlijk zouden de kloons, gezien zij afkomstig waren van een rijk onderzoeksinstituut, geweren hebben en andere gevaarlijke snufjes en gadjets waar zij niet tegenop zouden kunnen, maar voorlopig was dit het enige wat ze hadden. Naast de mogelijkheid natuurlijk van Macy om de kennis van haar lieve tweelingzusjes te absorberen.
'Wat nu als er andere kloons gemaakt zijn? Ik bedoel, hoe weten we hoe die eruit zien? Die 'vader' van jullie kan zijn voorraad eindeloos aan blijven vullen.' Macy keek koelbloedig voor zich uit en haalde een kwaadaardig glimlachje tevoorschijn.
'Ten eerste kan hij dat niet als hij dood is. Ten tweede kan hij zijn voorraad wellicht aanvullen, maar hij heeft tijd nodig. Iedere kloon die hij daar heeft is jonger dan ik, zonder twijfel. Als zijn voorraad op is, kan hij kloons maken, maar dat zullen niet meer dan embryo's zijn. Embryo's vind ik niet zo heel eng. En hoe zullen wij weten wie het zijn? Kinderen met een bijzonder irritante intelligentie en die zich veel slimmer opstellen dan je van een kind zou verwachten.' Mike fronste zijn wenkbrauwen.
'Dus ze zullen waarschijnlijk niet laten merken dat ze slim zijn.' Mike zuchtte, en legde de laatste handgranaat voorzichtig op de stapel. HEt zag er uit als een tropisch gebeuren, gezien Mike uitgeholde meloenen had gebruikt als omhulsel voor de bommen. Ze hadden met zijn drien ook genoeg meloen op voor de rest van hun levens.

Macy wist dat ze het huis niet had mogen verlaten. Het was beter geweest, ook mt haar nieuwe verschijning, als ze binnen was gebleven, maar ze mest dat stinkende hok uit. Niet aardig van haar om het gastvrije huis zo te omschrijven, maar ze hield er niet van om tussen vier muren vast te zitten. Ze was naar de winkel gegaan om de etensvoorraad aan te vullen, en het wc papier. Kloonjager kon ze zo veel zijn als ze wilde, maar ze moest toch echt haar kont af kunnen vegen. Maar de domste dwaas had kunnen weten dat ze niet alleen daarvoor naar de winkel was gegaan. Anders had ze wellicht een andere winkel gekozen, maar niet juist die waar hj werkt. Stiekem keek ze om het hoekje van elke gang op zoek naar zijn gestalte in een C1000 jas. Maar steeds weer werd ze teleurgesteld, tot ze bij de laatste gang kwam. Deze was overigens ook leeg, maar terwijl ze haar hoofd om de hoek stak, tikte er iemand op haar schouder.
'Zoekt u iets mevrouw?' Met een schok draaide ze zich om, en ze keek recht in het mooie gezicht van Wouter. Ze keek hem net iets te lang aan, en toen merkte ze dat de fout gemaakt was. 'Macy... maar jij was toch dood?!'
Macy zette haar zonnebril verder op haar gezicht. 'Pardon? Wie?' Wouter keek bedroefd naar de grond.
'Sorry mevrouw. Ik heb recent iemand verloren en ik dacht haar te herkennen. Ik zie haar overal, ik hoop steeds op een wonder. Dat ze me vertellen dat het niet waar is.' Het zou normaal gesproken raar klinken, maar in Macy's hoofd schreeuwde de zin : HET WONDER IS VERRICHT! Maar ze kon hem niet naar buiten brengen. Ze kon hem niet in dit bloedbad betrekken, dat was een fout geweest.
'S..sorry.' Meer kreeg ze er niet uit. Hij glimlachte bedroefd, en draaide zich om. Het leek alsof een deel van haar hart eruit gescheurd werd toen hij zich omdraaide, en voordat ze in de gaten had wat ze deed, had ze haar hand op zijn schouder gelegd. Hij draaide zich weer om. Weer stom, maar het was alsof haar lijf controle had gekregen. Al heel lang was ze een beetje verliefd op hem, maar pas heel recent leek hij interesse te hebben in haar. Hij glimlachte steeds vaker naar haar, en hij raakte steeds 'per ongeluk' haar hand aan. Hij had haar zelfs meegevraagd naar de bios, en ze waren maar een stap verwijderd of ze waren een koppeltje geweest. Zonder dat ze het in de gaten had, zette ze haar zonnebril af. Hij staarde haar aan en leek steeds bleker te worden.
'Ik moet weer gaan.' Macy draaide zich om en begon weg te lopen. Ze greep een pak toiletpapier, gooide dat in haar mandje, en liep naar de kassa. Hij moest weer aan het werk, en hij zou haar ongetwijfeld niet volgen. Hij zou denken dat het een speling van het licht was, dat zijn rouw hem waanbeelden had aangedaan, en dat zij gewoon een mevrouw was die haar dagelijkse boodschappen kwam doen.
Zwijgend rekende Macy af en ging ze naar buiten. 'MACY!' Macy zuchtte en draaide zich om. Ze zag Wouter op zich afstormen, en wist niet of ze blij of bedroefd moest zijn. Voordat ze het kon bedenken stond hij voor haar, had hij haar gezicht in zijn handen genomen en kuste hij haar met alle passie die in zijn lijf zat. 'Ik laat je nooit meer gaan.' Wat een drama, dacht Macy droog, maar haar hart stampte in haar borstkast. Ze was nog nooit zo heftig gezoend, en daarbij kwam nog dat dit hun eerste kus was. Terwijl de hormonen weer een plaats zochten in haar lijf, liet Macy zich door haar droomjongen dicht tegen zich aan trekken. 'Maar toch heb je het een en ander uit te leggen, schoonheid.' Ze knikte. Dat snapte ze ook wel. Terugkomen van de dood deed je nou eenmaal niet zonder uitleg.
Een stilte viel na de storm van verhalen en verklaringen. Een zinvolle stilte, die niet te snel doorbroken mag worden, zo'n stilte waarin waardevolle en ingrijpende informatie de kans krijgt om te bezinken en door te dringen. Wouter keek met een beetje een suffe blik naar Macy op, naar haar, en toen naar Freek en naar Mike.
'Wat een hoop onzin. Ben ik op tv?' Macy schoot in de lach.
'Op tv? Waar slaat dat nou weer op?'
'Weet ik veel... Je hebt toch van die programma's... Gotja, of zo.' Macy fronste mijn wenkbrauwen.
'Ja hoor, Wouter, en jij bent een BN'er.' Nu schoot Wouter in de lach.
'Ik wil alleen maar aangeven dat het een vrij gek verhaal is.' Zij knikte. Gelijk had hij. Mike sloeg een arm om haar heen, en Wouter keek hem nijdig en ietwat jaloers aan.
'Geloof haar maar,' zei Mike, 'ik heb n van haar evil twins zelf gezien. Sterker nog, ik mocht meer helpen het lijk op te ruimen.' Wouter keek een beetje bleek.
'Jij hebt een lijk opgeruimd?' Mike knikte heel dapper.
'Ja, en een vrij bebloed lijk ook nog.' Macy duwde de arm van Mike af.
'Ja hoor, natuurlijk, Mike. Je was echt dapper, en het was een klusje van niks.' Zij wist wel hoe Mike gereageerd had... Hij had het lijk n keer aangraakt, en had daarna alles ondergebraakt. Kennelijk hield hij niet zo van bloed. Maar ze besloot dat detail niet voor Wouter te ontbloten; daar zou hij te veel van genoten hebben.
Wouter pakte haar hand en trok haar op schoot. 'Jij bent tenminsten niet veranderd.' Hij legde zijn hoofd tegen haar buik. Nu was de beurt aan Mike om nijdig te kijken. Was daar ook een tikkeltje jaloezie? Wat het ook was, Macy voelde zich niet gemakkelijk. Zij stond op van de schoot van Wouter en ging naast Freek staan. Veilig naast Freek.
Zowel Mike als Wouter keken haar verbaasd aan. Freek ging ietwat beschermend voor zijn mentorleerlinge staan. Ze bevond zich niet echt in een situatie waarbij het welkom was dat er mensen om haar gingen vechten. En ja, dat had hij ook gezien. Hij was niet voor niets een mentor van dertig pubers. Hij schraapte zijn keel. 'Wat nu eigenlijk de grootste vraag is, is wat we nu moeten doen. Moeten we hier blijven, of moeten we een andere veilige plek zoeken? Ik bedoel, ze hebben ons gevonden, dat is ons wel duidelijk geworden. Het is slechts een kwestie van tijd voordat ze weer komen. Dus wat doen we? Wachten we totdat ze terugkomen, en hopen we op het beste? Of vluchten we weg zodat wij hen kunnen zoeken?' Macy wist dat hij gelijk had. Ze zaten in principe als ratten in de val, als ze terugkwamen zouden ze beter voorbereid zijn, zonder twijfel, en zouden alledrie de jongens in gevaar zijn, net zo zeer als zijzelf.
'Dat was snel zeg.' Met een ruk draaiden allevier de hoofden naar de deur. 'Ik ben hier al een hele tijd, zonder dat jullie het in de gaten hebben. Niet echt een beschermd fort, moet ik zeggen.' Macy keek zichzelf in het gezicht, en voelde steken van angst. Deze was niet heel haar leven enkel op haar lichaam getraind, maar deze was opgevoed tot een soort genie. Deze beschikte over een intelligentie die zij nooit zou kunnen overtreffen. Wouters ogen werden groot bij het zien van een tweede versie van het meisje waar hij verliefd op was. Mike en Freek keken eerder verbaasd dat ze daar rustig stond te spreken, en niet lomp en agressief deed, zoals de vorige.
'Ben je niet bang van mij? Na wat er met je zusje is gebeurd?' De echte Macy keek haar kloon met een zekere overmoed aan. De kloon lachte.
'Ik ben niet zo dom. Ja, ik moet toegeven dat vader je verkeerd heeft ingeschat. Maar dat zal zeker geen tweede keer gebeuren. Bovendien was ze ns zusje.' Macy snoof.
'Iets waarbij ik niet in de baarmoeder heb gezeten, beschouw ik nauwelijks als een zus. Bovendien probeerde ze me genadeloos af te maken.' De kloon lachte, en terwijl ze dat deed, verschenen er in de deuropening nog twee kloons. Macy nam ondertussen rustig op wat ze van haar kloons kon opnemen. n van de twee nieuwe kloons had geleerd snel te zijn, de ander had geleerd met kracht te werken. Maar allebei leken ze meer verstand te bezitten dan dat de eerste had gedaan. De 'vader', zoals zij hem noemden, had haar inderdaad ruim onderschat.

'Dus, wat ga je nu doen?' Als ze daar al zo lang stond, wat was ze dan van plan? Maar lang hoefde ze niet na te denken. Ze kreeg ook wat mee van de snelle gedachtengang van haar slechte zelf. Ze had staan opserveren. Ze had staan wachten totdat ze precies wist hoe ze Macy de hoek in kon krijgen. Maar Macy was haar ditmaal voor. Ze had wel aangevoeld dat haar kloon op haar eigen manier vrij arrogant was, en dus haar plan precies uit zou leggen voordat ze hem uit zou voeren, dus voordat de slimme kloon de kans kreeg om wat te zeggen, gebruikte ze een nieuwe en onmenselijke snelheid om de keel van de snelle kloon dicht te knijpen. Deze snelle versie van haarzelf had niet aan zien komen wat er ging gebeuren, en viel van schrik tot haar knien. 'RENNEN! VLUCHT!' De jongens achter haar wisten niet wat ze moesten doen, maar besloten naar de oorzaak van het probleem te luisteren. Ze zetten het op een lopen, terwijl de sterke kloon hen achterna ging. Ze wist dat alles verloren was geweest als ze naar de sterke kloon was gegaan. De snelle had de jongens met gemak ingehaald, en de sterke had haar waarschijnlijk gewoon aangekund.
'NEE!' Riep de slimme kloon, maar de jongens waren al weg, en de sterke was erachteraan. Macy deed een schietgebedje opdat de jongens waarvan ze hield veilig weg zouden komen. Met een krachtige beweging draaide ze de nek van de snelle kloon om. Ze had geen pijn gevoeld, dat wist Macy zeker. Het was nu alleen zij en de slimme kloon. Ze pakte een dolk uit haar schoen, en keek haar vijand dreigend aan. Maar deze keek alleen bedroefd en liep weg. Waarom viel Macy haar niet aan? Waarom stak ze het mes niet in de rug van dat verschrikkelijke personnage? Ze wist het antwoord wel. Deze kloon was anders. Deze had zich geamuseerd toen zij haar aanwezigheid niet opgemerkt hadden, deze had zich arrogant opgesteld, en deze had woede en frustratie geuit toen haar spelletje niet had gewerkt, en ze had verdriet vertoond toen n van haar zusjes was gestorven. De andere drie kloons die Macy had ervaren hadden niet gevoeld en waren daarom een stuk minder moeilijk om te doden. Deze voelde, en leefde zoals andere mensen dat ook deden. De dolk gleed tussen haar vingers uit, en ze schaamde zich even. Daarna herinnerde zich de vierde en nog altijd levende kloon die achter haar mentor en vrienden aanzat. Ze draaide zich weg van de deuropening waardoor de slimme kloon was verdwenen, en haastte zich om hen te vinden.
Macy vond haar drie vrienden bij de school. Ze wist niet waar ze zich in eerste instantie hadden verborgen, maar ze waren inmiddels uit hun schuilplaats gekomen. Macy wilde op hun afrennen, maar ze overwoog even dat haar dubbelgangster hun had opgejaagd. Maar zij zagen het meisje en kwamen op haar afrennen. Ze herinnerde zich haar geblondeerde en geknipte haren. Het was moeilijk haar niet te herkennen. Opgelucht rende ze hen tegemoet. 'Wat is er gebeurd? Je kloon was ineens weg, alsof het interesse had verloren.' Wouter begon haar vragen te stellen, maar Mike vloog Macy om de nek.
'God, ik ben zo blij dat je in orde bent.' fluisterde hij in haar oor. Ze glimlachte en wreef over zijn rug.
'Ach, ik ben een taaie. Maar het probleem is er niet op gekrompen.' Ze keek van Freek, naar Wouter en terug naar Mike, die haar inmiddels had losgelaten, onder nijdige blik van Wouter. 'De pratende is ontsnapt. Nou ja, rustig weggelopen is een beter woord ervoor. De kloon die ik vast had gegrepen is dood. Ik denk dat de pratende kloon die ene die jullie volgde terug heeft geroepen.' Het duurde even voordat de jongens begrepen wat ze had gezegd. Ze kon het niet opbrengen haar kloons, die ze zonder twijfel moest doden, namen te geven, en gezien de jongens ze niet uit elkaar konden houden, had het ook weinig nut. Wouter keek haar vragend aan.
'Maar waarom is dat dan een probleem? We zijn nu toch weer even veilig?'
'Integendeel,' fluisterde Freek, die het probleem dat Macy aankondigde inmiddels zag, 'we zijn een groter gevaar dan tevoren. Die ene kloon leek een stuk slimmer dan de andere. Ik denk dat dat haar sterke kenmerk was. Hoe dan ook, zij weet nu dat wij Macy lief zijn, en wij zijn nu evengoed mogelijke doelwitten om als gijzelaars te gebruiken. Eerst waren wij nog niet echt doelwitten. Bovendien weet de kloon nu hoe Macy zich heeft vermomd, en zal zij die vermomming na kunnen bootsen om ons voor de gek te houden.' Wouter zuchtte begrijpend.
'Maar Macy,' zei hij, 'waarom heb je die ene kloon niet gedood?' Ze wist dat die vraag, die ze niet zomaar kon beantwoorden, zou komen. Ze haalde haar schouders op.
'Ik kon het niet.' Wouter stampte uit woede op de grond.
'Je gaat me toch niet vertellen dat je genade voelt ten opzichte van dat kreng?!' Freek ging beschermend voor zijn mentorleerlinge staan.
'Niet zo agressief, jong! Ik snap best waarom ze deze kloon niet kon doden. Deze leek het meest op Macy zelf, het meest op een mens. Dat zag ik ook wel. Het is niet makkelijk om te doden, hoor. Wil jij het een keer proberen? Kijken wat jouw hart zegt. Ik hoop dat jouw hart jou net zo hard tegenwerkt als dat haar hart haar doet. Anders ben je een sociopaat.' Wouter schudde zijn hoofd. Niet om te ontkennen wat Freek had gezegd, maar eerder om zijn machteloosheid uit te drukken.
'Wat moeten we nu doen?' Hij keek naar Mike, alsof degene die zich geheel buiten de discussie had gehouden de antwoorden had.
'We moeten Macy's vermomming veranderen en een andere schuilplek zien te vinden.' Freek knikte instemmind. Laten we iets zoeken dat alleen Macy kan weten, dus iets dat de kloons niet zomaar na kunnen bootsen.

'Zo laag?' De vrouw had kort, blond haar, en een veel te bruine huid voor een blondine. Ze had tatoeages over haar armen en nek lopen.
'Ja, het moet niet zichtbaar zijn.' De vrouw mompelde nog iets dat een vraag uitdrukte waarom ze er dan een nam. De oplossing voor de vermomming was een tatoeage net in haar broek, bij haar heup. Dat was een deel dat ze makkelijk kon laten zien, maar dat nooit ontbloot zou zijn als ze zich met fatsoen in het openbaar zou vertonen. De tatoeage die ze had gekozen was een draak met aan beide uiteinde een kop. Het plaatje zou niet groter worden dat vier vierkante centimeter, maar het was genoeg om van ruime afstand te herkennen.
Macy kwam tevreden terug. Ze hadden besloten zo lang in het kleine appartementje van Wouter te verblijven. Wouter had het toegelaten, indien Macy en Mike niet bij elkaar in de buurt sliepen. Dit had als gevolg dat Freek en Mike in het kleine huiskamertje verbleven, en Macy bij Wouter op de kamer sliep. Freek leek er niet overenthousiast over, en Mike al helemaal niet. Maar het moest maar. Ze hadden een plek nodig om te slapen, en dat bood Wouter hen. En dan maar hopen dat haar gemene kloon Wouter niet had herkend, en erin was geslaagd zijn woning te vinden. De heren zaten op de bank op haar te wachten toen ze binnenkwam. Mike sprong meteen op toen hij haar zag, en keek onderzoekend naar haar heup. Macy reageerde op zijn nieuwsgierigheid door haar broek een stukje omlaag te trekken. De witte pleister werd zichtbaar, en hij keek teleurgesteld. 'Wat had je verwacht? Ook mijn lichaam moet genezen als ze inkt in de huid spuiten.'
De avond beloofde vrij ongemakkelijke avond te worden, met Macy bij Wouter op de kamer, Wouter met alle slechte bedoelingen, en Mike en Freek buiten de deur, machteloos in wat er in de slaapkamer ging gebeuren. Mike sliep die nacht dan ook niet, en Freek besloot zich af te leiden door wat te lezen in een van de weinige boeken van het appartement van Wouter. Macy, ondertussen, had zich voorgenomen vroeg te gaan slapen. Dat dwarsboomde echter de plannen van Wouter.
'Ga je al slapen?' Macy glimlachte om de vrij voorspelbare teleurgestelde reactie.
'Ik heb ongetwijfeld een vermoeiende dag voor de boeg. En de dag daarna ook, en de dag daarna ook. Ik heb mijn slaap nodig, ik kan me niet voorstellen wat er zou kunnen gebeuren als ik niet scherp blijf. Je realiseert je dat n fout mij mijn leven kan kosten, of dat van n van jullie.' Tevreden ging Macy op de grond naast het bed liggen, n deken onder haar, en n deken over haar heen. Wouter fronste.
'Kom je niet bij mij op bed liggen? De grond is hard hoor.' Macy zuchtte.
'Wouter, ik weet best wat je wil, en ik zeg je nu vast: het gaat niet gebeuren.'
'Wat heb ik dan aan je als vriendin?!' De woorden hadden zijn lippen al verlaten voordat hij zichzelf tegen kon houden. Macy draaide zich opnieuw om, dit maal met een zwaar gerriteerde blik op haar gezicht.
'Oh, en bedankt. Nou, ten eerste moet jij eens lezen waar relaties nu eigenlijk om draaien. Ten tweede ben ik je vriendin helemaal niet.' Het viel even stil, en Macy draaide haar rug weer naar hem toe.
'Dus die kus betekende niets?'
'De kus bewees dat jij mijn gevoelens beantwoordde. Dat wil niet zeggen dat we meteen een relatie hebben. Voor mij betekende die kus een kans op een relatie. Voor jou betekende die kus een kans op seks.' Weer viel het even stil.
'Ga je nu op de grond slapen?'
'Ja.'
'Je moet op het bed komen liggen.'
'Ik ga niet bij jou in bed slapen, ik vertrouw je niet.'
'Dat hoeft niet, ik zal op de grond gaan liggen.' Kennelijk had Wouter in de gaten dat hij iets goed te maken had. Ze was alleen niet zo makkelijk. Hij had een behoorlijke misstap gemaakt. Desondanks ruilde ze met hem van slaapplaats. Ze sliep ook liever op bed.

Hoofdstuk 4

De volgende ochtend kwam Macy vrij opgewekt naar de huiskamer, waar de andere twee heren met bleke gezichten wakker werden. Zij hadden slecht geslapen, bijna net zo slecht als Wouter. Hij was, zonder dat hij het aan zichzelf toe wilde geven, toch verliefd geworden op Macy. En nu wees ze hem af door een fout. Een fout die niet zomaar terug te draaien was. Mike keek Macy onderzoekend aan, terwijl ze met een tandenborstel in de mond door het kleine appartementje liep. Hij keek alsof hij verwachtte dat ze hem zou gaan vertellen hoe het de avond tevoren was geweest. Mooi niet, zij hield niet van leedvermaak. Ze wenste hem goede morgen, en ging naast freek aan de net groot genoege tafel zitten. Ook hem wenste ze goede morgen. Hij had wallen onder zijn ogen, maar hij wist een glimlach tevoorschijn te toveren. Wouter kwam met weggevallen ogen de kamer in lopen. Hij bromde een magere 'goedemorgen' naar niemand specefiek. Mike keek hem ook onderzoekend aan, en kwam tot de conclusie dat Wouter niet tevreden was. Dat deed hem plezier. Wat was er toch met Mike? Hij was toch slechts de beste vriend van Macy? Of verborg hij onder zijn vriendelijkheid en liefde als dat van een broer toch een begeerte naar zijn mooie klasgenote? Freek hield de twee jongens in de gaten. Macy had genoeg problemen zonder een dergelijke twist. Niemand wist nog van de blunder van Wouter, en niemand vermoedde een dergelijke onenigheid.
Macy nam een hap ontbijt, en stond toen weer op van de tafel. Ze pakte haar jas, alvorens haar zonnebril op te zetten, en ze deed de deur open. 'Ga je ergens naartoe?' De nieuwsgierigheid was bij ieder, maar slechts Freek sprak het uit.
'Ja.' Kort, duidelijk, maar niet echt verhelderend.
'Waarheen?' Maar Macy gaf geen antwoord. Ze bewoog geheimzinnig met haar wenkbrauwen en sloot toen de deur achter zich. 'Waar gaat ze naartoe?' Freek keek naar Wouter alsof hij het antwoord had. Maar deze bromde iets onverstaanbaars terwijl hij aan de eettafel neerplofte. Mike grijnsde.
'Wat is er Wouter? Ben je uit je hum? Slaapt Macy niet zacht en warm?' Het was gemeen, maar hij kon zichzelf niet verhelpen. Wouter keek hem met een dodelijke blik aan.
'Wens jij nog gebruik te maken van de veiligheid van mijn dak?' Mike veegde de grijns van zijn gezicht.
'Nee, ik ga Macy zoeken, voordat ze zichzelf in gevaar brengt. Dat is immers waarvoor ik hier ben gekomen.' Mike ging zonder ontbijt van tafel, en Freek ging met hem mee. Wouter had geen zin in een ochtend avontuur, en hij bleef in zijn pyjama aan de eettafel zitten, in zichzelf brommend.

Macy keek om zich heen. Ze voelde hen, de kippenvel liep ervan over haar armen. Ze wilde niet als rat in de val zitten, wachtend op haar kloons; beter was als ze het voordeel van de verassing aan haar kant had, en als eerste aanviel. Dan liepen de jongens ook minder gevaar. En ze kon ze voelen, waar waren ze? Waren ze naar links, naar rechts? Macy voelde ze, ze kon ze bijna horen in haar hoofd, alsof ze allemaal verbonden waren. In haar waan van het zoeken naar haar eigen kloons, botste ze tegen een klein blond jongetje op. En met een behoorlijke kracht, maar het jongetje hield zich goed. 'Pardon.' Fluisterde.
'Dat maakt niet uit.' Het jongetje grijnsde, maar Macy lette al niet meer op hem. Ze zocht al weer naar haar gezicht. De menigte leek haar overal te verbergen, maar ze was er niet, ze liep wel de juiste richting in, want het gevoel werd sterker.
'Kunt u me zeggen waar de kerk is, mevrouw?' Een jongen trok aan haar mouw. Ze keek ongeveer een seconde naar hem, lichtelijk gerriteerd. Daarna vertelde ze de weg naar de kerk zonder nog verder naar hem te kijken.
'Dankjewel.' Ze keek hem nog even na, maar ging toen weer op weg. Ze voelde dat ze dichtbij moest zijn, maar ze werd al weer opgehouden, alsof iets haar probeerde te vertragen. Een jongen viel uit de rij bij zijn klas. Ze waren op een uitstapje, en hij struikelde, viel voor haar voeten. Ze hielp hem automatisch overeind. Hij keek haar aan.
'Oeps.' Daarna liep hij zijn juf weer achterna. Macy schudde haar hoofd en ging weer verder, maar bevroor toen in haar voetstappen. Drie jongetjes, alledrie blond. Alledrie dezelfde. Hoe kon dat? Ze herinnerde zich de mogelijkheid dat zij niet de enige was die gekloond was. Ze zat als een rat in de val, alsnog. Ze moest weg...
Hoe langer ze keek, hoe meer van dezelfde jongentjes ze zag. Waarom zag niemand anders de veel te veel van dezelfde jongens? Omdat ze haar aandacht trokken. Voor haar waren het steeds de jongentjes die opvielen, vooral nu ze het in de gaten kreeg. Het viel anderen niet op, omdat ze niets bijzonders deden. Ze vielen, of ze niesden, of ze schaterden van het lachen, of ze deden hun jas open. Geen opvallende dingen, maar ze deden het steeds wanneer zj keek. Als een ander op het drukke plein het had gezien, had hij ook even gekeken, maar de kans was vrij klein dat hij de andere kinderen ook in hun handeling zou betrappen en opnieuw zou kijken. Dit realiseerde Macy zich, en ze zag er steeds meer, hoe langer ze keek. Zoals wanneer je naar mieren tussen het zand keek. Een oudere man met n van de jongetjes aan de hand kwam op haar afgelopen. Ze was bang. Haar hart ging tekeer alsof het hoopte haar borst uit te springen en zo het lot van zijn eigenaresse te ontkomen. Een andere verscheen bij de vader. Zij was het, de slimme. Ze legde haar hand op zijn schouder en aaide met haar hand over het hoofdje van het jongetje.

Er werd niet lang gesproken tussen de oudere heer en Macy. Ze leek welwillend met hem mee te gaan, maar Freek snapte niet waarom. Mike begreep het wel. 'Wat doet ze nu? Ren weg, meisje, ze kunnen je hier niks maken...' Mike keek naar de gefrustreerde Freek.
'Ze kan niet meer ontsnappen, daarvoor is het te laat.' Freek keek zijn mentorleerling aan.
'Hoe bedoel je? Ze zijn maar met zijn drien.'
'Ik tel er een stuk of zeven, maar waarschijnlijk ziet Macy er veel meer. Ze zullen haar opwachten op het moment dat ze de drukte verlaat, ze kan gewillig meegaan, of ze kan gevangen worden als een kip zonder kop. Ik denk dat ze haar krachten bespaart in de hoop later te ontsnappen. Ze weet niet dat wij er ook nog zullen zijn.' Freek keek opnieuw goed om zich heen, maar hij zag nog steeds maar n Macy kloon.
'Ik heb geen idee waar je het over hebt...'
'Tel eens de blonde jongetjes op dit plein.' Freek gehoorzaamde. Hij begon met tellen, en terwijl hij zijn ogen over alle blonde jongetjes liet glijden die in zijn blikveld vielen, zag hij wat Mike bedoelde. Ze begonnen te lopen in de richting waarin de oudere man, de twee kloons en Macy waren gegaan.

Wouter mompelde wat, maar liet toen zijn ochtendhumeur gaan. Ze had gelijk gehad, dat wist hij ook wel. Ze was niet makkelijk, maar dat was beter. Waarschijnlijk was hij haar al heel snel beu geweest als ze makkelijk was geweest. Het was wellicht beter als hij er wat voor moest doen. Voor haar moest vechten. Hij stond op van de ontbijttafel om zich aan te gaan kleden. Daar stond Macy.
'Oh, gelukkig ben je terug. Ik wil niet meer dat we kwaad op elkaar zijn, het spijt me echt. Het zal vanaf nu veranderen, dat beloof ik.' Macy glimlachte en legde een hand op zijn schouder. Hij kuste haar wang.
Tegenover vader zat ze, hij keek haar glimlachend aan. 'Jij dacht dat je mij aankon, is het niet?' Ze knikte.
'Ik hoopte er in elk geval op. Ik vermoedde niet zo veel kloons.'
'Indrukwekkend, niet?'
'Monsterlijk was het woord dat ik in gedachten had.' Hij glimlachte zonder emotie te tonen. Zoals steen. Ja, zo kon je hem omschrijven, een steen, een standbeeld dat af en toe van zijn sokkel af kwam en rondliep. 'Wat wil je van me?'
'Niet zo onpersoonlijk. Noem me u en Vader.'
'Waarom, voel je je dan God? Vergeet het maar. Wat moet je?' Hij leek even geprikkeld, maar dat signaal verborg hij zo snel, dat ze niet wist of ze het zich had ingebeeld of niet.
'Nou, ik wil je medewerking. En ik wil je weg van de buitenwereld. De wereld is nog niet klaar voor mijn projecten. Nog niet helemaal. Dus ik heb liever niet dat jij de kans hebt mij een slechte naam te geven, al voordat ik een goede naam heb kunnen opbouwen.' Ze leek niet onder de indruk.
'Mijn medewerkig krijg je nooit.' Ze trok haar wenkbrauwen op en keek arrogant opzij. 'Monster.' Hij leek dit keer geheel niet geroerd. Hij leunde voorover over de tafel.
'Dan is het wellicht beter als je sterft.'
'Alweer?' Hij schraapte ietwat onzeker zijn keel en knikte. 'Ik ben niet bang om te sterven pappa. Ik sterf liever dan dat ik jouw help.' Verder zweeg ze, het gesprek was afgerond.

Wouter streelde Macy over haar nek. Hij verlangde toch naar haar, maar hij wist dat zj de eerste stap moest zetten. Dus hij hield zijn handjes thuis. Ze zoende hem. Ze kuste zijn mond met volle hevigheid, anders dan eerder. Ze pakte zijn polsen en legde zijn handen op haar sleutelbeenderen. Dat was verassend voor hem, maar hij sputterde niet tegen. Dit was immers toch wat hij wilde? Toch? Ze duwde hem op de bank en kwam wijdbeens op zijn schoot zitten. Zijn handen gleden over haar buik omlaag, hij legde ze op haar heupen. Zij trok zijn shirt uit en beet in zijn oorlel. Hij liet zijn duimen onder de rand van haar broeg glijden en liet zich meeslepen met haar lust. Even kwam het in hem op dat het vreemd was dat ze zich zomaar had bedacht, daar waar haar stelling de avond tevoren zo duidelijk was geweest. Maar dat vond hij niet erg.
Toen drong het tot hem door, als een emmer koud water in zijn gezicht. Zijn duimen zaten nog steeds net onder haar broekrand, op haar heupen. Ze liet haar handen ook omlaag over zijn ontblote borst glijden. Hij wierp haar van zich af, zonder dat zij het aan zag komen, en sloeg haar op haar hoofd met de fruitschaal die op het tafeltje naast de bank stond. De kloon zakte bewusteloos in elkaar.

Mike en Freek stonden zij aan zij naast het gebouw waar Macy, de kloon en de Vader in waren verdwenen. 'Wat nu?'
'Zie ik eruit als een instructie boekje?'
'Nee, maar u bent de leraar. Ik dacht misschien heeft u een of ander briljant idee.' Hij schudde zijn hoofd.
'Ben er nog mee bezig.' Hierzo, in je broekzak! Hierzo, in je broekzak!. 'Huh?'
'Oh, dat is mijn mobiel.' Freek schudde zijn hoofd terwijl Mike naar zijn mobieltje greep.
'Hoi met Mike.'
'Ja, Mike! Ik denk dat Macy gevaar loopt, ze neemt haar mobiel niet aan, en ik zit hier met een probleempje...'
'Hoho, rustig. Wat is er?'
'Het is een kloon, ik heb een kloon, en ze is bewusteloos. Ik dacht dat ze Macy was, en zo deed ze zich ook voor, maar ze had geen tatoage, dus ik heb haar voor haar hoofd geslagen. Ik heb haar vastgebonden en een slaappilletje of drie gegeven. Ze is nog wel even zoet, maar ik maak me zorgen om Macy.' Mike keek Freek aan.
'Wat?'
'Hij heeft een kloon gevanen, levend en wel. Ze deed zich voor als Macy, maar Wouter herkende haar aan een niet-aanwezige tatoage.' Freek grijnsde.
'Denk jij wat ik denk?'
Dus, wat moeten we nu met jou? Ik wil je niet doden, mijn liefste, echt niet. Jullie zijn allemaal zoals mijn eigen kinderen. Het was als een mes in mijn hart om mijn andere liefjes te zien sterven, door jouw handen. Maar ik snap je woede. Ik heb je leven afgepakt, en het lichaam waar je in zat. Maar snap je dan niet wat ik heb gedaan? Zie je dan niet wat voor potentie dit heeft, dit onderzoek? Zie je het echt niet?' Macy keek met een donkere blik naar de Vader, die tegenover haar zat. Ze was ongebonden, zat in een comfertabele stoel. Ze had een drankje aangeboden gekregen, maar die had ze afgewezen. Hij leek zo vriendelijk, een onwetend persoon zou sympatie voor hem hebben. Iemand waarvan je verwacht dat hij op een zondagmiddag met zijn kleinkinderen speelt of in een schuurtje handwerk maakt. Maar dat deed hij niet. Hij richtte een leger van kloons op. Wat wilde hij daarmee bereiken? Ze wilde het niet weten, en nog minder wilde ze het begrijpen. Maar ze wist dat het geen zin had hem het zwijgen op te leggen, dus ze hield haar tong onbewogen.
'Als wat ik met jou heb gedaan herhaalbaar is, mijn kind, dan zal er een revolutie beginnen in de medicijnen wereld. Als iedereen een duplica zou kunnen hebben van zichzelf waarin hun bewustzijn geplaatst kan worden wanneer ze sterven, kunnen mensen voor altijd leven. Of zullen ze in ieder geval niet overlijden door ongevallen, of door ziekte. Mensen kunnen kiezen om te sterven. Stel je dit eens voor: een stel ouders krijgt een kind, en laat wanneer het kind in embryonale status is, een duplica maken. Deze duplica heeft geen bewustzijn, net zo min als dat jouw huidige lichaam dat had. Het oorspronkelijke kind wordt geboren, en wordt vijf. Dan wordt het aangereden door een auto; opslag dood. Maar deze ouders kunnen het bewustzijn van hun overleden kindje overzetten naar de duplica, en zijn leven zo niet kinderloos verder.' Nu kon Macy niet zwijgen. Bitter keek ze hem recht in zijn gezicht aan.
'Typisch dat u dit verhaaltje met een kindje hebt verzonnen. Mensen hebben een zwak hart voor kindjes, en kindjes sterven veel. Maar aan de andere kant toch wel sneu. Zie je, deze techniek zou veel minder op kindjes toegepast worden als wel op volwassenen. Ziekte en ongelukken zijn er niet zonder reden. Ongelukken gebeuren omdat we met zovelen zijn. Zouden er zo veel mensen sterven dat de bevolkingsdichtheid minder zou zijn, zouden er al minder ongelukken gebeuren. Als er zo veel mensen komen dat de bevolking nog meer groeit, zullen er meer ongelukken gebeuren. Het houdt elkaar een beetje in balans. Hetzelfde geldt voor ziektes. Zouden mensen daar niet meer aan sterven, dan zou de wereld in no time overlopen met mensen. Mensen zouden nog meer honger krijgen in arme landen, en er zou nog meer oorlog komen. Zo werkt het. Tenzij natuurlijk deze techniek alleen bedoeld is voor rijke mensen. In dat geval gaan uw morele praatjes ook niet op. Dit klonen is gewoon slecht. Het klonen van een mens is slecht, en het moet nagelaten worden. Of ik hier nu levend weg kom of niet, ik steun u nooit, u en uw waanzinnige iden.' Het had niet veel gescheeld of ze had gespuwd, maar dat liet ze wel na. Ze ging terug naar het strak voor zich uit kijken.
Er viel een korte stilte die werd onderbroken door een lange vrouw die binnen kwam lopen. 'Meneer Patre? Er is een zekere Wouter voor u aan de lijn. Hij zegt dat hij iets heeft dat van u is, en dat hij graag wil ruilen.' Macy keek verbaasd op. Wat hadden die drie mannen uitgespookt?

Freek grijnsde terwijl Wouter ophing. Mike glimlachte en kruiste zijn vingers. Ze hadden mazzel, want de slimme was het lievelingetje van de Vader, dus die ruil werd nogal serieus overwogen. Bovendien wist de Vader dat hij de oorlog toch nog kon winnen, ook al zou hij deze slag verliezen. Maar deze slag wilde hij beslist niet verliezen, ook al betekende dat dat de oorlog voortgezet moest worden.

Hoofdstuk 5

Freek en Mike hadden de kloons op het plein gezien, en ze keken dus wel uit met het ontmoeten in openbare gelegendheden. Maar het zou niet veilig zijn om te ruilen buiten het openbaar. Hoe ze het ook wendde of keerden, wanneer de ruil was volbracht, waren ze in de verre minderheid. Dat vormde een dilemma wat betrof de eisen omtrend de ruil. Ze hadden de Vader verteld dat zij hem over een uur opnieuw zouden bellen. Ze hadden dus een uur de tijd om een oplossing te vinden.
'We zijn met meerderen, dus we kunnen ons opsplitsen. We hoeven haar niet meteen te geven. We moeten onze veiligheid verzekeren.'
'Slim bedacht, Mike, maar ik denk niet dat onze grote vriend daar in zal trappen. Hij weet dat zo gauw wij in veiligheid zijn, en hij zijn liefje nog niet terugheeft, wij haar kunnen doden. En Macy zal dat beslist geen slecht idee vinden.'

Macy glimlachte bij het zien van het bezwete gezicht van meneer Patre. Of heette hij wel Patre? Of liet hij zijn personeel hem zo noemen zodat hij zich nog een beetje machtiger zou voelen? Hij was er ziek genoeg voor. Maar ze wist dat die idiote ruil niet door zou gaan. Er was geen mogelijkheid dat het drietal jongens met haar zouden ontsnappen, niet met de overmacht die de Vader had. Hij had 15 van die blonde jongentjes gekloond, maar hoe veel andere kinderen kon hij gekloond hebben? En dan waren er nog haar eigen kloons, nog zeven. Nou ja, zes als je de kloon niet meetelde die het drietal hadden gevangen. Als er dus iets in haar voordeel ging gebeuren, moest ze het zelf doen. Ze moest zien te ontsnappen, en met deze afleiding had ze daar de kans voor. De Vader verliet de kamer, en liet haar hiermee alleen. Hij had geen idee hoe snel ze hier weg kon komen. En dat deed ze ook. De deur zat op vijf sloten, maar er was altijd het plafond nog. Deze bestond uit metalen platen die los op een frame lagen. Ze kon ze er dus gemakkelijk n wegduwen en zo een gat in het plafond creeren. Met de nieuwe krachten die ze van haar meerlingzusjes had gekregen kon ze zichzelf zelfs zonder steun van de tafel door het gat naar boven heffen. Ze wist dat haar kloons haar zouden kunnen opspeuren hetzelfde zintuig dat zij ook gebruikte om hen aan te voelen, dus ze wist dat ze snel zou moeten zijn. Ze schoof voorzichtig de plaat terug in het frame, opdat niet meteen duidelijk zou zijn hoe ze was ontsnapt.

'Wat nu als ze al dood is?' Wouter rolde met zijn ogen.
'Ik denk niet dat Macy zo dom is.' reageerde hij bot. Mike keek hem boos aan.
'Ik maak me alleen zorgen. Het is wel n tegen een heleboel.' Freek zuchtte. Zo zouden ze er nooit uitkomen. Hierzo, in je broekzak! Hierzo, in je broekzak! Mike nam op.
'Met Mike.'
'H, met Macy. Ik kan niet lang spreken. De Secretaresse van Vader is naar de wc en ik bel met haar telefoon. Blof de ruil. Ik ontsnap. Laat haar niet ontsnappen. Zij is voor mij.' Klik.

Macy dook terug het plafond in, en legde de plaat zo geluidloos mogelijk terug. Voor ze vertrok wilde ze zo veel mogelijk schade aanrichten. Ze baande zich een weg door het gebouw, de beveiligingscamera's mijdend, op zoek naar de verblijven van de kloons. Deze zaten ondergronds, moeilijk te bereiken, maar het lukte eindelijk toch. Hoe kon ze zo veel van deze monsters tegelijk vernietigen? Ze vond als eerste de kloons van het kleine blonde jongentje, die haar in het nauw hadden gedreven op het plein. Ze zaten in een kooi met te veel op elkaar. Ze had verwacht dat de Vader hen als rijke luizenkinderen behandelde, maar dat deed hij niet. Vijftien jongentjes, ieder identiek, getraind op slechts n talent. Daar zaten ze, als weeskinderen, het kopje hangend. Ze brak het slot open met een haarpin. 'Meekomen, allemaal.'
'Dat mag niet van Vader.' zei er n.
'Dat is de wet. Wij blijven hier, of geen eten.' vulde een ander zijn broer aan. Macy schudde haar hoofd.
'Ik zal erop toezien dat jullie allemaal te eten krijgen. Jullie komen met mij mee. De Vader heeft het te druk nu.' De jongentjes kwamen bijna allemaal mee. Op n na. Deze bleef zitten. 'Kom jij niet mee?' Het jongetje schudde zijn hoofd.
'Het is mijn pappa.' Macy bekeek het jongentje, en toen zag ze het. Hij was minder zeker, hij was kleiner zelfs. Dit jongentje was grootgeworden in een baarmoeder. Deze was niet gespecialiseerd, niet bijzonder. En ze zag ook toen pas de overeenkomsten die de jongentjes in het gezicht hadden met de vader. Ze deed de kooi weer dicht, het jongentje in de cel achterlatend. De andere veertien jongentjes volgde haar met plezier.
Langzaam werd alles weer helder. Macy had haar ogen geopend, maar de beelden drongen niet direct door tot haar hersens. Wat was er gebeurd? Ze herinnerde zich niets dan dat ze samen met de hele groep jongens uit de smalle gang was gelopen. 'Dus jij dacht dat je mij voor de gek kon houden?' Ze hoorde gelach. Alles klonk zo ver weg. Maar toen zag ze de Vader weer. En twee van de gekloonde jongentjes. Monsters. Het kwam weer terug naar haar. Waarom dacht ze dat ze de jongens kon helpen? Hun Aard uit hun halen? Alles was omgekeerd, wat hadden ze met haar gedaan? Ze liet alle mogelijkheden door haar hoofd gaan en kwam tot de conclusie dat ze vergast moet zijn geweest. Een illusie opwekkend gas. Maar wat nu? Ze had haar kans om te ontsnappen verprutst?
Fijn, ze had tegen Mike gezegd dat hij moest bluffen, maar achteraf gezien had ze daar wel spijt van. Ze werd door de vader in het hok gegooid waar ze de jongentjes uit had 'bevrijd'. Ze walgde van zichzelf dat ze zo in de val was gelopen. 'Hallo.' Macy keek op en keek in het gezicht van het blonde jongentje.
'Laat me met rust, monstertje. Je hebt me al in de val laten lopen, je hebt me al gevangen. Ik kan niet meer ontsnappen, ok? Of wil je me nog wat pesten?' Het jongentje liet haar uitblazen, en keek haar onbewegelijk aan.
'Ik heet Peter.'
'Ik heet Macy.'
'Ben jij een kloon? Ikke niet. Ik ben het origineel.' Ze glimlachte. 'Vader vind mij niet interessant. Ik ben niet sterk, en niet slim, niet snel... Hij houdt meer van de andere jongentjes. Hij is altijd met hen bezig, en hij heeft nooit tijd voor mij.' Ze glimlachte bedroefd.
'Ik ws een origineel. Maar jou pappa heeft mij een nieuw lichaam gegeven. Nu ben ik alleen origineel in mijn hoofd.'
'Ik vind jou origineel.' Hij stak zijn hand uit, alsof hij haar alleen zou accepteren als ze een origineel was. Ze nam zijn hand aan en schudde het.
'Maar je moet niet denken dat jouw vader niet van je houdt. Anders had hij je geen naam gegeven. Of geeft hij jullie allemaal namen?' Peter keek omlaag.
'Hij geeft ons allemaal namen. Ik ben eigenlijk B1. De anderen zijn B2, B3, B4 en zo. En al jouw kloons heten A2, A3, A4 en zo. En de kloons C heten allemaal C1, C2, C3. Maar ik wilde geen B1 heten. Ik wil Peter heten, zoals Peter Pan. Peter Pan kan vliegen, weet je. Omdat hij tinkerbel heeft. Als ik ooit een elfje tegenkom, vraag ik of ze mij ook wil laten vliegen, dan vindt Vader mij misschien ook bijzonder, want de andere kunnen niet vliegen.' Ze wist niet waar ze het meest van schrok: de verwaarlozing die de jongen onderging, of het feit dat er een derde reeks is.
'Wat voor kloons zijn de C kloons?' Peter keek haar weer aan.
'Wil ja haar zien? De originele is ook aardig. Ik heb haar Wendy genoemd. Wacht even, ik ben zo terug.' En even later kwam hij inderdaad teruglopen, met een klein meisje, een jaar of vier, aan de hand. Macy ging op mijn knien zitten.
'Hallo Wendy.' Ze verstopte verlegen haar gezicht in dat van Peter. Ze glimlachte terwijl ze bedacht dat dit normale kinderen waren, en dat zij hier weg moesten. 'Willen jullie hier weg?' Peter knikte.
'Ik wil wegvliegen.'
'Ikke ook!' Wendy knikte even overtuigend.
'Hoe kom ik hieruit?' Peter liep naar de muur tegenover haar cel. Er zat een klein toetsenbordje waar een code ingetikt moet zijn.
'Ik ken de code, maar ik weet niet hoe. Ik droom hem wel eens. Ik denk dat de kloons hem kennen, of in ieder geval n van hen. Ik voel soms wat zij denken.' Hij reikte omhoog en toetste een code in. Met een klik ging haar celdeur open. De ontsnapping kon weer in gang gezet worden.

Mike keek ongerust op zijn horloge. Wat was Macy allemaal van plan? Was ze gepakt? Waar bleef ze nu. Wouter ijsbeerde op en neer. 'Waar blijft ze? Waarom neemt ze geen contact met ons op? Wat als er iets met haar gebeurd is?' Freek beet op zijn nagels en negeerde Wouter. 'Aaaargh! Waar blijft ze?' Wouter stopte met ijsberen en greep met zijn handen in zijn haren. Mike stompte zijn vuist tegen de muur.
'Hou je nu op? Ik word gek van je! Ik maak me ook ongerust hoor!' Wouter keek alsof hij Mike een pak slaag wilde geven, maar hij hield zich in. Freek zag dat zijn vinger bloedde, maar ook dat negeerde hij. Hij dacht terug aan vr hij het telefoontje van Macy had gehad op die ochtend. Hij dacht terug aan toen lesgeven nog heel normaal was, en dat hij niet bang was om van kant gemaakt te worden door gehersenspoelde reduplicaties van zijn leerlingen. Hij dacht aan het verdriet en het gevoel van zelfverwijting dat hij had gehad toen hij erachterkwam dat ze dood was. Dat wilde hij niet weer. Hij had haar al uren geleden terugverwacht, en de tranen stonden in zijn ogen. Misschien had hij iets kunnen doen, en daar zou hij zichzelf altijd schuldig voor voelen. Mike schopte tegen de muur, en Wouter ging op zijn hurken zitten. 'Wat moeten we nu doen?'
'Wat dachten jullie van een warm bad klaarmaken en een warme maaltijd bereiden voor onze gasten?' Wouter keek op, en Mike draaide zich om. Freek verroerde zich niet, maar sloot zijn ogen en glimlachte gerustgesteld.

Wouter tilde het meisje op en glimlachte haar geruststellend toe. 'En wat is jouw naam?' Hij had gezien dat het meisje bleek van angst was, en eigenlijk te moe om op haar benen te staan. Het meisje rook naar roet en haar gezicht was zwart.
'Ik heet Wendy. En dt is Peter.' Ze wees naar het jongentje dat nog bij Macy aan de hand stond. 'Wij zijn origineel.' Hij fronste met zijn wenkbrauwen. Het duurde even, maar toen viel het kwartje. Zij waren de andere kinderen die de Vader gekloond had.
'Lust jij van mij wat te eten?' Ze knikte heftig. 'Wat lust je?'
'Pizza!' Hij lachte.
'Dat moet ik dan even gaan halen. Dan kunnen jullie eerst in bad. Ga maar naar die jongen daar. Die stopt jullie wel even in bad. Dat lukt wel, h Mike?' Voor de kinderen deed Wouter alsof hij en Mike het konden vinden. Hij liep naar Macy. 'Ga je met met mee? Ik wil met je praten.' Macy knikte, en pakte haar zonnebril. Ook zij zat onder het roet.
'Waar wilde je het over hebben?' Macy liep samen met Wouter naar de winkel om een pizza te halen.
'Ten aller eerste... wat is er gebeurd?' Macy glimlachte. Ze snapte dat zijn nieuwsgierigheid brandde, maar ze stelde het op prijs dat hij zo subtiel was geweest dat hij het niet had gevraagd waar Peter en Wendy bij waren.
'Een lang verhaal. Maar ik zal het zo goed mogelijk uitleggen. Door jullie afleiding kon ik uit de kamer waar Vader me vasthield ontsnappen. Het was niet zo heel moeilijk, wat me tegenviel. Ik wilde de 'kloonfabriek' even een goede terugslag geven door zo veel mogelijk kloons ineens om te brengen. Maar de verblijfplaats van de kloons was beschermd door n of ander gas. Ik had er wel op gerekend dat het beveiligd zou zijn, maar niet door iets dat ik niet kon zien. In ieder geval, de Vader had mij weer, en hij had me opgesloten. Toen kwamen Wendy en Peter, die nogal verwaarloosd waren door de Vader, en zij bevrijdde mij op voorwaarde dat ik hen zou helpen ontsnappen. En om als nog mijn evil plannetje uit te voeren, heb ik de zooi in de fik gestoken. Vandaar dat wij er met zijn drien uitzaken als een gezellige barbeque.' Macy glimlachte, en Wouter keek ongemakkelijk. Dat was niet het enige.
'Het spijt me.'
'Waarvoor?'
'Het spijt me van hoe ik deed toen je op mijn kamer sliep. Ik had niet zo tegen je mogen praten, en ik wil dat je weet dat het mij niet gaat om jouw lichaam of om zoiets. Het gaat me echt om jou, en alleen maar om jou. Jij bent mijn engel.' Macy glimlachte.
'Hoe heb je die vervloekte kloon eigenlijk gevangen?' Wouter bloosde.
'Ze deed alsof ze jou was. Maar ze gedroeg zich anders. Zij wilde wel wat jij niet wilde, dus dat vond ik al verdacht. Toen zocht ik naar de tatoeage, en die zat er niet. Dus ik sloeg haar met de fruitschaal op haar harsens.' Hij werd nog roder. 'Ik wil jou, niet een zwakke imitatie.' Macy bloosde nu ook. Hij was eigenlijk toch wel lief. Ze haakte haar arm in de zijne, en kuste zijn wang.

'Wat is er eigenlijk gebeurd met mijn lieve kloon? Jullie zeiden er niks over...' Wouter knikte als reactie op Macy's lang verwachtte vraag.
'We zijn het helemaal vergeten te vertellen, met die kinderen, en we wisten niet meer of je terugkwam, we waren zo blij je te zien!' Ze waren intussen aangekomen bij de winkel waar ze bij de diepvriesafdeling een pizza uitzochten. 'We hebben haar in de slaapkamer vastgebonden, en we nemen om de tien minuten een kijkje... h!' Macy had kunnen weten dat het niet zo makkelijk zou zijn, en zo gauw ze wist dat die dwazen haar n het huis vasthielden, was ze er van tussen gegaan. Ze rende, sprong als een lenige kat op de vlucht van een grote hond. Mensen riepen haar na, dat ze op moest passen, en ze dacht even dat ze achtervolgd werd door winkelpersoneel dat dacht dat ze wat gestolen had. Maar ze trok zich van niemand wat aan; ze dacht alleen aan de kloon die op dat moment waarschijnlijk bezig was te ontsnappen, of misschien al ontsnapt was.

Zonder aarzelen stormde ze het huis binnen. Freek donderde van schrik haast van zijn stoel af toen hij haar zo woedend zag staan hijgen. 'Wat is er?'
'De kloon! Jullie houden haar hir! Dwazen!' Macy negeerde Freeks gestammel verder en rende door naar de slaapkamer. Daar zat haar evenbeeld netjes vastgebonden. Freek kwam achter haar staan.
'Waar maak je je druk om? We kijken steeds, ook als we maar denken iets te horen. Als ze zich al los zou krijgen van de stoel, krijgt ze haar handen nog niet zo snel los. Dat moet ze ontsnappen met gebonden handen, en hebben we haar zo weer gevangen. Deze is niet bijzonder sterk.' Macy wilde hem geloven, met heel haar hart, maar ze voelde al dat het helemaal fout was. Er was niet n kloon in de kamer aanwezig, maar twee. De vastgebonden kloon begon te lachten, en het doekje voor haar mond viel omlaag. Ook haar handen haalde ze van haar rug vandaan, en de touwen vielen los op de grond. Freek hijgde. 'Je was snel, maar je vriendjes niet, Macy. Kijk eens.' Macy keek met een ruk opzij, en zag een tweede kloon uit de badkamer komen, met haar hand aan Mikes keel.
Met tranen in haar ogen keek Macy naar Mike. Nee, dacht ze. Maar daarna rechtte ze haar rug, slikte ze haar tranen door, en keek ze haar kloon recht in de ogen. 'Jij wint. Wat moeten wij doen om hem te sparen?' Met een schuine blik keek de kloon, die nog altijd ongeboden op de stoel zat haar aan. Hoewel er verwacht werd dat een hele lijst eisen zou volgen, opende ze haar mond om n woord uit te spreken: 'Waarom?' Een oh zo menselijke vraag. Het verlangen naar uitleg, naar een verklaring voor de dingen die gebeuren. Een verlangen dat wij als kleine kinderen al ervaren, en met diezelfde vraag pogen wij dit verlangen te vervullen bij de mensen die alles wat wij niet weten lijken te begrijpen. Zo keek de kloon haar origineel aan.
'Waarom wat?' Maar Macy wist heel goed waar haar kloon benieuwd naar was. Er was immers maar n ding waar Macy meer van begreep deze intellectuele kloon: gevoelens. Ze vroeg alleen maar wat om tijd te rekken. Maar dat leek de kloon niet te hinderen.
'Waarom kwel je jezelf zo? Waarom maak je het jezelf onmogelijk om dit gevecht te winnen? Je had al gewonnen kunnen hebben, misschien, was het niet voor je vriendjes. Je omsingelt jezelf met mensen waar je heel veel van houdt, mensen die alleen maar in de weg zullen lopen, wiens veiligheid je verplicht voelt om ook te beschermen. Waarom?' Macy glimlachte, wetend dat ze de vraag niet direct zou beantwoorden. Dit wat het lievelingetje van Vader, maar hij had een fout gemaakt met haar. Hij had haar verlangen om alles te begrijpen heel erg laten stimuleren bij haar opvoeding, maar nu ze in contact kwam met mensen buiten het instituut, ervaarde ze niet alleen het verlangen om feiten te begrijpen, maar ook om de gevoelens te begrijpen van de mensen die ze tegenkomt. En wanneer ze deze gevoelens zou begrijpen, was het onvermeidelijk dat ze dezelfde emoties zou gaan voelen.
'Hoe noemt de Vader jou?' De kloon haalde haar wenkbrauwen op.
'Ik ben exemplaar A3.'
'Adrie. Dat vind ik prima, vanaf nu heet jij Adrie' Een identiteit was het begin van het voelen van emotie.
'Mij best. Maar dat is geen antwoord op mijn vraag. Je bent dan wel weg bij jouw ouders, maar je woont samen met je beste vriend...' ze wees naar Mike 'je mentor...' ze wees naar Freek...
'EN MIJ!!' WHAM! Freek had net de tijd om met zijn ogen te knipperen, maar toen was het gebeurd. Adrie was weg, Wouter lag bewusteloos op de grond tegen de muur, Mike lag happend naar adem met zijn handen op zijn eigen keel, die inmiddels was losgelaten door de sterke kloon, die morsdood op de grond lag met een pen die uit haar nek stak. Macy stond hijgend boven haar, met enkele bloedspatten op haar gezicht. Freek stond roerloos naar de scene te kijken.
'VERDOMME!' Macy sloeg met haar vuist zo hard ze kon tegen de muur. Door haar eigen enorm toegenomen kracht bastte die. Wouter zou wel weer zeuren, wanneer hij bijkwam. Maar ze trok zich er niks van aan. Ze keek naar het lijk dat identiek was aan haar eigen gelaat, en zuchtte. Uit de badkamer kwamen Peter en Wendy met door angst bleek weggetrokken gezichten stilletjes aansluipen. Freek reageerde voor het eerst, en tilde de kinderen in n beweging op, en liep de kamer met ze uit. Mike ademde piepend, maar durfde Macy niet aan te kijken. 'We zijn haar kwijt. Onze enige troef, en we zijn haar kwijt. Zij had dood gemoeten. Waarom konden jullie niet gewoon iets goed doen!' Dit vatte Mike als een intense belediging.
'Pardon, Jane Bond, maar ik was tot voor kort niet meer dan een eenvoudige leerling op de HAVO. Ik heb verkeerde wegen ingeslagen, dat geef ik toe, maar ik heb nooit met gijzelingen te maken gehad, of moordende kloons. En Freek is gewoon een leraar die zich bezighoudt met zeventienjarige, niet met moordmachines. Wouter is medewerker bij de supermarkt, niet een of andere Top-Cop! Wij zijn maar eenvoudige mensen, die jou willen helpen omdat we van je houden, ieder op ons eigen manier. De dingen die we doen doen we zo goed we kunnen, maar gebaseerd op wat wij weten, en dat is niet zo heel veel. Dus loop niet kwade beschuligingen naar ons te werpen, want wij doen ons best ook maar.' Macy keek hem nog altijd even woedend aan.
'Je best is kennelijk niet goed genoeg. Jullie hadden dood kunnen zijn. DOOD! En dan? Dan was ik waarschijnlijk levenslang naar de bak gegaan, met een schuldgevoel van hier tot Tokyo. Misschien is het jullie schuld niet, maar het zou gebeurd zijn.' Mike zuchtte en kwam tot de conclusie dat kwaad in discussie gaan geen zin had. Hij legde voorzichtig een hand op haar schouder en probeerde iets troostends te verzinnen.
'Je zou niet naar de bak gaan, want je bent dood, weet je nog?' Ze knikte.
'Al een keer of vier...' Ze brak haar zin af en keek naar het lijk. 'Maar dat kan helemaal niet...' Ze keek Mike recht in zijn ogen aan. 'DAT KAN HELEMAAL NIET!' Mike fronste.
'Hoezo... Je weet toch hoe het zit met de kloons en zo...' We wimpelde zijn verwarde gestammel af met een beweging van haar hand.
'Waarom heeft de Vader zijn vindingen nog niet openbaar gemaakt?' Mike dacht even verward na.
'Omdat het waarschijnlijk tegen de wet is.'
'PRECIES! Hij volgt niet de procedures die volgens de wet verplicht zijn. Hij doet niet- humane experimenten, en bovendien heeft hij een moord gepleegd. D manier om deze man neer te halen, is niet door hem in de achtergrond te bevechten. Nee, we moeten hem naar de voorgrond halen, en dan brengt zijn eigen ellende hem omlaag.'
'En hoe wil je dat gaan doen? Ik bedoel, je kunt moeilijk naar de pers gaan en zeggen: Hoi, ik ben Macy, en ik ben een kloon. Dan kom je zelf in die ellende om.' Macy glimlachte.
'Ja, maar daar zal zj geen last van hebben.' Ze weest naar het lijk van de sterke kloon.

Hoofdstuk 6

De kranten stonden vol, enkele dagen later. Twee identieke lijken, allebei gelijk aan de enkele weken eerder gestorven scholier. Er kwam uit dat de dood van Macy Duinzand niet klopte, nooit zelfmoord zou kunnen zijn geweest, dat de moord moest zijn gepleegd door iemand met hr vingerafdrukken. De twee nieuw gevonden lijken hdden haar vingerafdrukken. De moeder van Macy Duinzand werd ondervraagd. Medische gegevens nagetrokken. Ja, zij had Macy Duinzand leven geschonken, nee, ze had geen meerling gebaard. Waar kwamen die twee vandaan. De conclusie werd al snel getrokken dat de wetenschap zich met de natuur had bemoeid. Maar het klonen van mensen was illigaal, dus welk bedrijf zou hiervoor het lef hebben.
Macy glimlachte, wetende dat annonieme tips nu beluisterd zouden worden. Een actieve jacht op de Vader was begonnen, en hij wist het. Wat zou hij doen? Zou hij vertrekken, ver weg, waar hij nooit meer gevonden zou worden? Of zou hij een manier vinden om zich hieruit te wurmen. 'Macy, ik ben bang.' Wendy keek omhoog naar haar. Macy keek omlaag naar het meisje dat haar armpje om haar been had geslagen. Ze knielde bij haar neer en wreef over haar wang.
'Niet bang zijn. Ik voel het ook, daarom ben ik blij.'
'Dat slaat nergens op,' zei Peter, die een eindje verderop stond, 'blij zijn dat je bang bent. Ik ben ook bang.' Mike keek met een frons toe. Waarom waren zij bang? Er was toch niets om bang voor te zijn? Hij voelde zich helemaal niet bang, en Freek en Wouter leken ook niet echt bleek weg te trekken van angst. Hij besloot te zwijgen. Macy wist vast wel wat ze moest zeggen.
'Onze kloons zijn bang. Jouw kloons Wendy, en die van jou, Peter. En die van mij zijn ook bang. Ze weten dat ze in gevaar zijn, en ze weten dat Vader in gevaar is. Maar wij zijn niet in gevaar. Wij voelen alleen hun angst. Dus ik ben blij. Want hoe banger zij zijn, hoe minder zorgen ik me hoef te maken.' Mike glimlachte en herinnerde zich dat alle kloons in verbinding met elkaar stonden op de een of andere manier.

De man die zichzelf 'de Vader' laat noemen is gisteren niet opgepakt. Zijn instituut was door een anonieme tip ontdekt, en het gebouw was meteen leeggehaald. Wel zijn er duplicaties van vier verschillende mensen gevonden. De eerder gevonden lichamen die identiek bleken te zijn aan de overleden Macy Duinzand bleken de oudste sessie kloons te zijn. Verder zijn er kloons van een jongetje van acht, van een meisje, en van een jongentje van anderhalf. Wat er met de kloons gaat gebeuren is nog niet bekend. Wel is al geconstateerd dat de kloons buitenbaarmoederlijk groot zijn geworden en gehersenspoeld zijn. Er is nog geen bewijs van emotie bij de subjecten. 'De Vader' was niet in het gebouw aangetroffen.

Adrie fronste bij het zien van het nieuwsbericht. Arme Vader. Al zijn werk was weg, allemaal door die verschrikkelijke heks. Adrie had zich verdiept in de emoties, hoe ze voelden, ze was emotioneel geworden. Maar tegenover Macy had ze geen sympathieke emoties gekregen. Ze voelde slechts jaloezie en haat tegenover haar dubbelgangster. Door haar eigen intelligentie was zijzelf weten te ontsnappen van de inval van de politie, en ze was vrij. Vrij van Vader, vrij van haar zussen, vrij van Macy. Ze had haar wraak gekregen.
'Macy, kom je niet mee feesten?' Adrie keek om naar Wouter. Hij kwam tegen haar aan staan en legde zijn armen om haar heen. Hij kuste haar en fluisterde lieve woordjes in haar oor. Ze glimlachte. Macy had het niet slecht gehad, en die dwazen waren met die tatoage makkelijk overtuigd geweest dat zij Macy was. Ze omarmde Wouter terug en keek over zijn schouder Mike aan. Hij kneep zijn ogen samen en draaide weer weg van haar. Ze grijnsde in de schoude van Wouter. Mike wist dat zij Macy niet was, maar niemand zou hem geloven, en Macy zou haar niet meer dwars zitten. Een makkelijke plaatswissel: de ellende die Macy haar aan had willen doen, kreeg ze nu over zichzelf heen.

Macy keek bedroefd om zich heen. Ze kon ze niet overtuigd krijgen dat zij Macy Duinzand was. Wat ging er met de kloons gebeuren? Ze bad naar God voor genade voor haar vijanden. Het lot dat zij immers ondergingen, was ook haar lot.

Terug | Auteur: Vonk